Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

1012

Vragen van het lid Jansen (SP) aan de ministers van Economische Zaken en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over gevaarlijke CV-installaties. (Ingezonden 17 januari 2007)

1

Heeft u kennisgenomen van de berichtgeving1 over gevaarlijke CV-installaties?

2

Acht de minister van Economische Zaken het acceptabel dat bij CV-installaties waarvoor een servicecontract is afgesloten met een gecertificeerd installatiebedrijf, circa negen maanden na de laatste servicebeurt CO-waardes gemeten worden tot ver boven de stookverbodgrens van 800 PPM, zonder dat er sprake is van een calamiteit in de installatie dan wel een andere externe oorzaak?

3

Wat biedt de certificering van een installatiebedrijf de klant in concreto aan extra zekerheid met betrekking tot het product onderhoudscontract CV/combiketel? Wordt bij dergelijke bedrijven bijvoorbeeld steekproefgewijs de kwaliteit van het geleverde werk gecontroleerd?

4

Staat het aanbieders van servicecontracten vrij om al dan niet metingen van CO-gehalte en ketelrendement in het kader van de periodieke onderhoudsbeurt aan te bieden? Zo ja, bent u bereid deze metingen omwille van de gezondheid en de portemonnee van de gebruiker/bewoner verplicht te stellen als onderdeel van servicecontracten?

5

Doet de inspectie van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer enig onderzoek naar de wijze waarop corporaties periodiek onderhoud aan CV-installaties plegen? Is de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ervan op de hoogte dat een aantal corporaties de onderhoudsfrequentie – in het verleden jaarlijks – heeft verlaagd?

6

Hoe kunnen huurders vervanging van verouderde ketels afdwingen? Kan deze procedure vereenvoudigd worden?

7

Beschikt de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over gegevens met betrekking tot het aantal eigen woningbezitters dat een servicecontract heeft afgesloten voor zijn CV-installatie?

8

Is de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bereid steekproefsgewijs een onderzoek te laten uitvoeren naar CO-emissies en ketelrendement bij gebouwen die ouder zijn dan 15 jaar, zodat kan worden vastgesteld of de in Utrecht gemeten waarden incidenteel zijn, dan wel op grote schaal voorkomen?

Antwoord

Antwoord van minister Van der Hoeven (Economische Zaken), mede namens de minister voor Wonen, Wijken en Integratie. (Ontvangen 20 maart 2007), zie ook Aanhangsel Handelingen nr. 791, vergaderjaar 2006–2007

1

Ja.

2

Het is niet mogelijk om te beoordelen of de waarden die in de berichtgeving genoemd worden, te voorzien zijn geweest bij de uitvoering van de onderhoudsbeurt.

3

Certificaathouders dienen te voldoen aan de eisen die het certificaat stelt, zowel voor het verkrijgen als voor het behouden van het certificaat. Een certificaat stelt echter specifieke eisen en niet een algemene kwaliteitseis. De waarde die aan een certificaat kan worden toegekend, is afhankelijk van de mate waarin de certificaateisen overeenkomen met de verwachtingen van de klant. In dit specifieke geval ben ik van mening dat een huiseigenaar die een gecertificeerde installateur in de arm neemt voor het onderhoud aan zijn CV-installatie, ervan moet kunnen uitgaan dat het onderhoud alle elementen inhoudt die voor het goed en veilig functioneren van de installatie nodig zijn. Mij is gebleken dat een meting van de CO-concentratie geen onderdeel uitmaakt van de beoordelingsrichtlijn 6000-16 die aan certificatie van bedrijven die het onderhoud uitvoeren ten grondslag ligt. Om die reden hebben mijn collega van WWI en ikzelf de installatiebranche, meer specifiek het college van deskundigen dat verantwoordelijk is voor het opstellen van de beoordelingsrichtlijnen voor de installatiesector, gevraagd een CO-meting op te nemen in de voorschriften voor onderhoudsbeurten.

4

Ja, dat staat aanbieders van servicecontracten vrij. Ik acht het niet nodig een CO-meting als onderdeel van servicecontracten te verplichten maar zoals aangegeven is de branche verzocht dit zelf te regelen. De Minister van WWI zal bij haar voorlichting aan eigenaren de keuze bevorderen voor installatiebedrijven die op basis van de genoemde beoordelingsrichtlijn zijn gecertificeerd.

5

Voor het uitvoeren van onderhoud aan CV-installaties geldt geen algemene wettelijke verplichting. Voor voldoende onderhoud aan een CV-installatie, waardoor de veiligheid en gezondheid van bewoners niet in het geding hoeven te komen, zijn eigenaren, waaronder ook corporaties, zelf verantwoordelijk. Met intensieve voorlichting en kennisoverdracht worden gebruikers gestimuleerd tot het periodiek (laten) uitvoeren van onderhoud, keuringen en het zo nodig vervangen van cv-ketels. Zie hiervoor diverse sites als VROM.nl, Milieucentraal.nl, SenterNovem.nl.

Wanneer er sprake is van verhuur moet de woning goed onderhouden zijn. Is dat niet het geval dan kan er sprake zijn van een gebrek1. De verhuurder is verplicht dergelijke gebreken te verhelpen. Hieronder wordt ook verstaan dat de verhuurder zorgt voor behoorlijk periodiek onderhoud, preventief onderhoud daaronder begrepen. Voor enkele elementen, genoemd in het Besluit kleine herstellingen is de huurder overigens zelf verantwoordelijk. Daarvan was hier echter geen sprake. Naar de wijze waarop corporaties periodiek onderhoud van CV-installaties uitvoeren, doet de VROM-inspectie geen specifiek onderzoek. De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer beschikt niet over gegevens dat een aantal corporaties de onderhoudsfrequentie heeft verlaagd.

Voor ketels groter dan 100 kW, die veelal voorkomen in woongebouwen en utiliteitsgebouwen, gelden overigens voorschriften t.a.v. keuring op grond van de Amvb’s welke stoelen op art. 8.40 van de Wet milieubeheer. Daarbij gaat het om een keuring bij het voor het eerst in gebruik stellen van de ketel en om jaarlijkse keuringen. Die keuringen moeten worden verricht door SCIOS-gecertificeerde bedrijven. Het toezicht op de naleving van die voorschriften berust bij de gemeente.

6

Veroudering van ketels is op zich geen argument om vervanging af te dwingen. De verhuurder kan alleen worden aangesproken op gebreken (zie het antwoord op de voorgaande vraag). Wanneer het woongerief geacht kan worden te zijn gestegen doordat de verhuurder een CV-ketel vervangt door een beter type, kan de verhuurder een huurverhoging toepassen die in redelijke verhouding moet staan tot de door de verhuurder gemaakte (extra) kosten.

7

Neen.

8

Zoals bij vraag 5 is geantwoord, is de doelmatigheid van CV-ketels primair een verantwoordelijkheid van eigenaar en gebruikers. Ter ondersteuning van eigenaars en gebruikers wordt voorlichting gegeven.


XNoot
1

 TROS Radar, 15 januari 2007.

XNoot
1

 Van een gebrek is volgens het BW sprake wanneer er sprake is van een staat of eigenschap van de zaak of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid waardoor de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen, dat een huurder bij het aangaan van de overeenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak van de soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft.

Naar boven