Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

402

Vragen van het lid Hamer (PvdA) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over stopzetten subsidie project Zwemvangnet. (Ingezonden 3 november 2005)

1

Klopt de berichtgeving over het stopzetten van de subsidie voor het project Zwemvangnet per 1 januari 2006?1

2

Klopt het dat, als het project stopt, het aantal niet-zwemvaardige leerlingen zal toenemen, waardoor het aantal gevallen van verdrinkingsdood zal toenemen?

3

Wat zal er gebeuren met de voorlichting aan ouders van allochtone afkomst, die vaak niet willen dat jongens en meisjes samen in een bad zwemmen?

4

Hoeveel kinderen zullen nog het predikaat «Zwemveilig»2 krijgen als het project Zwemvangnet stopt?

Toelichting:

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Lambrechts (D66), ingezonden 3 november 2005, (vraagnummer 2050602510).

Antwoord

Antwoord van minister Van der Hoeven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap). (Ontvangen 17 november 2005)

1

Ja, met dien verstande, dat ik de Regeling specifieke uitkering aan gemeenten voor verbetering van de zwemvaardigheid, die afloopt per 1 januari 2006, niet zal verlengen. In de beleidsreactie op het rapport «Het hoofd boven water houden ...», de evaluatie van de Regeling specifieke uitkering voor gemeenten voor de stimulering van zwemvaardigheid, die ik u gelijktijdig met de beantwoording van deze vragen stuur, ga ik uitgebreider in op de redenen waarom ik de betreffende regeling niet verleng.

2

Als de Regeling specifieke uitkering aan gemeenten voor verbetering van de zwemvaardigheid stopt, zal naar mijn oordeel niet noodzakelijk het aantal niet-zwemvaardige leerlingen toenemen. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld doorgaan met hun maatregelen voor de verbetering van de zwemvaardigheid bijvoorbeeld binnen de ruimte die andere beleidstrajecten daarvoor bieden. Ook kunnen ouders zelf hun verantwoordelijkheid nemen om hun kinderen te leren zwemmen.

3

De deelnemende gemeenten hebben een deel van de specifieke uitkering voor verbetering van de zwemvaardigheid gebruikt voor het ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal gericht op ouders van allochtone afkomst. Ik ga ervan uit dat deze gemeenten dit materiaal ook in de komende jaren nog zullen kunnen gebruiken en ik zal dat ook verder stimuleren.

4

Hierover heb ik geen informatie. Ik wijs er echter op dat de Regeling specifieke uitkering aan gemeenten voor verbetering van de zwemvaardigheid er op gericht is om het aantal kinderen dat met een zwemdiploma A de basisschool verlaat te laten toenemen.


XNoot
1

 Algemeen Dagblad, 29 oktober jl., «Helúúp!! Zonder geld verdrinken de kinderen».

XNoot
2

 Bezit van 3 diploma’s A, B en C.

Naar boven