Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

570

Vragen van de leden Hamer, Stuurman en Bussemaker (allen PvdA) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het stopzetten van de subsidie aan het Nederlands Genootschap Vrouwenstudies (NGV) en soortgelijke organisaties. (Ingezonden 15 november 2004)

1

Welke aanwijzingen heeft u dat de VSNU (Vereniging van Universiteiten) wel bereid en in staat is om in aansluiting op het kennis-managementsysteem met vrouwenstudies iets te doen, nu afgelopen jaren keer op keer is gebleken dat met name de VSNU hiertoe niet is overgegaan?

2

Hoe wordt hierop toezicht gehouden en hoe wordt de Kamer hierover geïnformeerd?

Antwoord

Antwoord van minister Van der Hoeven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap). (Ontvangen 8 december 2004)

1

Tijdens het bestuurlijk overleg zal ik de VSNU rechtstreeks verzoeken in het kader van de ontwikkeling van het kennismanagementsysteem tevens gegevens over de positie en in-, door- en uitstroom van vrouwelijke onderzoekers op te nemen.

Tevens zal ik in het kader van de prestatieafspraken, de universiteiten verzoeken ook human resources management en de doorstroom van vrouwen naar hogere wetenschappelijke posities mee te nemen. Dit betekent dat de universiteiten op die terreinen duidelijk moeten maken wat ze willen bereiken en dit ook dienen te monitoren.

2

Voor het monitoren van de effecten van maatregelen heeft OCW een adequate systematiek, in het verlengde van de VBTB-begrotingssystematiek. Ook ten aanzien van de maatregelen ter versterking van de positie van vrouwen in de wetenschap zal deze op de gebruikelijke wijze worden toegepast. De resultaten worden aan het Parlement gerapporteerd op gebruikelijke wijze tijdens de notaoverleggen.

Naar boven