Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden
1993
Vragen van de leden Van der Vlies (SGP) en Slob (ChristenUnie) aan de minister-president, minister van Algemene Zaken,
de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw Van der
Laan en aan de minister van Justitie over de serie RVU-uitzendingen
onder de titel «God bestaat niet». (Ingezonden 9
juni 2005)
1
Hebt u kennisgenomen van de programmaserie van de RVU onder de titel «God
bestaat niet» en de daarover ontstane commotie?1
2
Wat is uw morele oordeel over de inhoud van deze serie, mede in het licht
van het beleid inzake waarden en normen, onder meer in relatie tot religieuze
opvattingen?2
3
Hoe verhoudt de inhoud van de uitzendingen zich tot de bepalingen in de
Mediawet, waaronder artikel 13c over de taak van de publieke omroep en artikel
25 over educatieve omroepinstellingen?
4
Hoe verhoudt de inhoud van de uitzendingen zich tot de bepalingen in het
Wetboek van Strafrecht? Zijn de desbetreffende uitzendingen geen vorm van
smalende godslastering3, in het bijzonder waar het gaat om
het op blasfemische wijze voorstellen en uitbeelden van de Heere Jezus?
5
Bent u bereid om alle mogelijkheden te benutten teneinde de resterende
uitzendingen geen doorgang te laten vinden en te voorkomen dat dergelijke
uitzendingen in de toekomst zullen plaatsvinden?
6
Kunt u deze vragen, gezien het feit dat de serie reeds wordt uitgezonden,
uiterlijk binnen een week beantwoorden?
Antwoord
Antwoord van staatssecretaris Van der Laan (Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap), mede namens de Minister-President, minister van Algemene
Zaken. (Ontvangen 1 juli 2005)
2
Met zijn aandacht voor waarden en normen heeft het kabinet het belang
van de waarden van de democratische rechtsstaat onderstreept. Belangrijke
waarden zijn onder meer de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst
en levensovertuiging. Om met elkaar te kunnen leven in een samenleving die
gekenmerkt wordt door waardenpluriformiteit in harmonie, is het nodig dat
iedereen weet om te gaan met die pluriformiteit. Respect voor elkaars waarden
en opvattingen en voor de voor allen geldende normen moeten het gedrag bepalen.
Dit geldt zeker waar religieuze opvattingen – van welke religie dan
ook – in het geding zijn. We constateren dat het programma «God
bestaat niet» scènes bevat die gelovigen blijken te kwetsen.
In zijn beleid inzake waarden en normen gaat het kabinet uit van de eigen
verantwoordelijkheid van burgers en organisaties. Dit sluit aan bij de Mediawet
waarin vorm, inhoud en programmering de verantwoordelijkheid van de omroep
zijn. Wanneer burgers zich gekwetst voelen door programma's zijn er twee mogelijkheden
om dit aan de orde te stellen, ten eerste bij de omroep zelf en ten tweede
bij de Raad voor de Journalistiek. Deze zelfregulering is recent onderstreept
in het kabinetsstandpunt naar aanleiding van de adviezen van ROB en RMO over
politiek en media. Het kabinetsstandpunt (kamerstukken II, 2003–2004,
26 692, nr. 1) is ook uitgebreid met uw Kamer besproken.
3
De taak van de publieke omroep alsmede die van de educatieve omroep is
vastgelegd in de door de vragenstellers genoemde artikelen van de Mediawet.
De wijze waarop invulling wordt gegeven aan deze taak en daarmee de inhoud
en vorm van programma's is een zaak van de omroep zelf. Deze zogeheten programmatische
autonomie is gebaseerd op art. 13c, lid 2 en artikel 48 van de Mediawet waarin
is vastgelegd dat inhoud van programma's onafhankelijk zijn van overheidsinvloed
en omroepen zelf verantwoordelijkheid dragen voor de inhoud en vorm van hun
programma's.
4
De vraag is of de inhoud van het programma, of delen daarvan, als smalende
godslastering kan worden bestempeld en daarmee onder de delictomschrijving
van artikel 147 van het Wetboek van Strafrecht valt. Op grond van jurisprudentie
op dit artikel zal dit evenwel niet snel het geval zijn. Er is – kort
gezegd – sprake van smalende godslastering indien aan een uitlating
geen andere dan een honende strekking kan worden toegezegd en dat het de bedoeling
is zich te uiten in zulk een vorm dat anderen in hun godsdienstige gevoelens
gekrenkt moeten worden. Het woord smalend is toegevoegd om serieuze discussies
over God uit te sluiten.
Inmiddels is bij de hoofdofficier van justitie te Amsterdam aangifte gedaan
tegen de RVU. Deze aangifte is overeenkomstig de gebruikelijke procedure in
behandeling genomen.
5
Waar u in uw vraag om verzoekt is het op voorhand belemmeren dan wel verbieden
van een programma en is daarmee een vorm van censuur. In dit verband acht
ik het goed erop te wijzen dat met het oog op het grote belang van de vrijheid
van meningsuiting (artikel 7 van de Grondwet) in de Mediawet is vastgelegd
dat de verantwoordelijke minister of staatssecretaris niet gaat over de inhoud
en vorm van programma's. Omroepen, zowel publiek als commercieel, beschikken
over programmatische autonomie. Dit betekent dat omroepen zelf verantwoordelijkheid
dragen voor hetgeen zij uitzenden en daar dus op aangesproken moeten kunnen
worden. Op grond hiervan acht ik belemmering of censuur van het desbetreffende
programma van overheidswege niet toegestaan noch wenselijk.
Wel dienen de media zich ten volle bewust te zijn van hun rol en verantwoordelijkheid
en daar zorgvuldig mee om te gaan. Daarbij acht ik het van belang dat het
debat over de maatschappelijke verantwoordelijkheid vooral in het openbaar
plaatsvindt. Dat gebeurt reeds in de media.
6
Dit is helaas niet mogelijk gebleken.
XNoot
1 Zie met name www.rvu.nl en www.muntzvandewint.com
XNoot
2 Zie onder meer de berichtgeving op www.zestienmiljoenmensen.nl
XNoot
3 Wetboek van Strafrecht, artikelen 147 en 147a.