Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden
1709
Vragen van het lid Van Velzen (SP) aan de minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de staatssecretaris van Defensie
over de militaire kerosineleiding in Limburg. (Ingezonden
1 april 2004)
1
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat tijdens werkzaamheden een hoogspanningsmast
in Beek is omgevallen en daarbij een militaire kerosineleiding heeft geraakt?1
2
Is het waar dat de exacte locatie van de militaire kerosineleiding aan
de plaatselijke hulpverlenende diensten in Beek niet bekend was?2
3
Zijn er in Nederland meer hulpdiensten niet op de hoogte van het bestaan
en de exacte locatie van militaire kerosineleidingen? Indien neen, waarom
niet? Zo ja, op welke wijze oefenen landelijke en plaatselijke hulpdiensten
in het kader van een rampenplan om rampen naar aanleiding van ongelukken met
militaire kerosineleidingen te voorkomen?
4
Zijn er in Nederland meer militaire kerosineleidingen of is er meer gevoelige
militaire infrastructuur waarvan het bestaan en de exacte locatie in een rampenplan
moeten worden opgenomen? Zo ja, welke?
5
Op welke wijze wordt in de ons omringende landen omgegaan met informatieverstrekking
aan landelijke en plaatselijke hulpdiensten over het bestaan en de exacte
ligging van militaire kerosineleidingen?
Antwoord
Antwoord van minister Remkes (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties),
mede namens de staatssecretaris van Defensie. (Ontvangen 15 juni 2004), zie ook Aanhangsel Handelingen nr. 1379, vergaderjaar 2003–2004
2
Nee. Zowel gemeente als plaatselijke hulpverleningsdiensten wisten van
het bestaan van de leiding. Deze leiding is op diverse plankaarten (streek-
en bestemmingsplannen) aangegeven. Na een telefoontje was ook duidelijk wie
de eigenaar van de leiding was. Alle gemeenten worden door de Defensie Pijpleiding
Organisatie (DPO) structureel op de hoogte gebracht over de ligging van de
militaire leidingen en alles wat daarmee samenhangt.
De omgevallen hoogspanningsmast stond op grondgebied van de gemeente Beek.
De leiding ligt op het grondgebied van de gemeente Stein. In deze gemeente
vond ook de bodemverontreiniging plaats.
3
Alle gemeenten waar een leiding, of een gedeelte daarvan, ligt krijgen
dit van de DPO te horen. Via het Kabel en Leidingen Informatie Centrum (KLIC)
is voor gemeenten en hulpverleners direct op te vragen waar welke leidingen
liggen.
De depots van de DPO nemen een aantal maal per jaar deel aan oefeningen
van de plaatselijke brandweer. Regionaal is er in 2000 in de provincie Brabant
een oefening gehouden met buisleidingbeheerders, waaronder de DPO. Gemeenten
hebben ook zelf een eigen verantwoordelijkheid in het oefenen. Dit wordt nog
eens extra vermeld in de Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding (Staatsblad
2004, nr. 184).
Specifiek voor pijpleidingen is door het ministerie van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties in 2001 de «Leidraad buisleidingen» uitgebracht.
Deze Leidraad is een (model) raamwerk voor regio's en gemeenten om zaken aangaande
incidenten met buisleidingen te regelen, o.a. alarmering.
4
Ja, er zijn meerdere militaire kerosineleidingen in Nederland. Verder
vallen onder gevoelige militaire infrastructuur: militaire pijpleidingen,
militaire vliegvelden, munitieopslagplaatsen en walinrichtingen (havens).
Deze zaken moeten vermeld staan in de gemeentelijke risico-inventarisatie.
Ook de gemeentelijke planvorming (rampenplan of een specifiek rampbestrijdingsplan)
moet hier op inspelen.
5
Ook in de ons omringende landen worden landelijke en plaatselijke hulpdiensten
geïnformeerd over de aanwezigheid van militaire buisleidingen.
België kent het Uitvoeringsbesluit betreffende de organisatie en
de opdrachten van de civiele bescherming en de coördinatie van de operaties
bij rampspoedige gebeurtenissen, catastrofen en schadegevallen (B.S. 21/07/71).
Een breuk in een buisleiding valt onder de termen van dit besluit. Daarnaast
kent België het Koninklijk besluit van 19 juni 1990 tot vaststelling
van de wijze van opmaken van rampenplannen van hulpverlening (B.S. 11/07/90).
In deze regeling zijn schadegevallen met ondergrondse buisleidingen aangegeven
als potentieel risico en opgenomen binnen de structuur van de rampenplanning.
Net als de civiele leidingen moet voor een militaire buisleiding in Duitsland
een vergunning worden aangevraagd. In de aanvraag voor de vergunning worden
details verstrekt over de ligging van de leiding. Een vergunning voor een
buisleiding bevat de verplichting tot het opstellen van een oliealarmeringsplan.
Een dergelijk oliealarmeringsplan moet worden afgestemd met de gemeentelijke
alarmerings- en rampenbestrijdingsplannen. Deze plannen worden met regelmaat
beoefend en waar nodig geactualiseerd.
XNoot
1 Limburgs Dagblad, 31 maart jl.
XNoot
2 Radio-uitzending «Voor de dag», Radio 1, 31 maart jl.