Kamervragen (Aanhangsel)

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2002-20031396

Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

1396

Vragen van het lid Van Velzen (SP) aan de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie over het mogelijk gebruik van verarmd uranium in munitie tijdens de operatie Iraqi Freedom. (Ingezonden 24 april 2003)

1

Is het u bekend dat het Amerikaanse en het Britse leger tijdens de operatie Iraqi Freedom gebruik hebben gemaakt c.q. maken van verarmd uraniumhoudende wapensystemen? Om welke projectielen gaat het en in welke hoeveelheden? Waar zijn deze ingezet?1

2

Is het waar dat uraniumhoudende munitie is gebruikt in en nabij stedelijk gebied? Wat is uw mening over het gebruik van uraniumhoudende munitie in en nabij stedelijk gebied?

3

Bent u bereid bij de Verenigde Staten (VS) en het Verenigd Koninkrijk (VK) te bepleiten dat gebieden waar projectielen of munitiedelen met verarmd uranium worden aangetroffen, gemarkeerd en zo spoedig mogelijk geruimd worden, zoals ook in Kosovo is gebeurd? Bent u daarnaast bereid bij de VS en het VK te bepleiten dat er voorlichting aan de bevolking van Irak gegeven moet worden over de gezondheidsrisico's2? Welke maatregelen worden er getroffen om gezondheidsrisico's voor de momenteel in Irak verblijvende militairen, personeel van hulpverleningsorganisaties en de mogelijk toekomstige stabilisatiemacht te voorkomen?

4

Deelt u de mening van onder andere de milieuafdeling van de Verenigde Naties (UNEP) dat er zo snel mogelijk onderzoek gedaan moet worden naar de gevolgen van het gebruik van verarmd uranium in Irak?3 Zo ja, wat gaat u doen om een dergelijk onderzoek te bewerkstelligen?

5

Hoe groot acht u de kans dat stofdeeltjes en restanten verarmd uranium, die tijdens de eerste Golfoorlog in 1991 achterbleven zijn in het zuiden van Irak, ertoe hebben geleid dat het aantal gevallen van kanker en geboorteafwijkingen aldaar is toegenomen?4 Kunt u dit toelichten?

6

Welke landen binnen de NAVO en EU zijn in staat en bereid om verarmd uraniumhoudende wapensystemen te gebruiken?

7

Kunt u aangeven hoe de motie Albayrak en Van 't Riet5, waarin de regering werd opgeroepen om in afwachting van onderzoeken naar gezondheidsrisico's van verarmd uranium, in NAVO- en VN-verband een moratorium te bepleiten op het gebruik van wapens met verarmd uranium, in overeenstemming met de resolutie van het Europees Parlement over dit onderwerp is uitgevoerd?

8

Bent u bereid om, gezien de gezondheidsrisico's, een internationaal verbod op het gebruik van verarmduraniumhoudende munitie te bepleiten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Antwoord van minister De Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken), mede namens de minister van Defensie. (Ontvangen 6 juni 2003)

1

De Amerikaanse en Britse strijdkrachten hebben tijdens de militaire operatie tegen de Irakese strijdkrachten munitie met verarmd uranium gebruikt. Het Britse ministerie van Defensie verklaarde onlangs bekend te zullen maken hoeveel munitie met verarmd uranium door de Britse strijdkrachten is gebruikt en op welke locaties, analoog aan de informatie die het vrijgaf na de operaties in de eerste Golfoorlog in 1991 en de operaties op de Balkan. Van Amerikaanse zijde is meegedeeld dat thans nog geen specifieke informatie over het gebruik van munitie met verarmd uranium tijdens de operaties in Irak kan worden vrijgegeven.

2

Munitie met verarmd uranium wordt gebruikt tegen gepantserde doelen, zoals tanks. Vanwege het grote penetrerende vermogen is deze munitiesoort in dergelijke gevechtsomstandigheden van bijzonder operationeel belang. Het gebruik van uraniumhoudende munitie is niet verboden.

De meeste gevechten in de operatie Iraqi Freedom zijn uitgevoerd in en nabij verstedelijkte gebieden, zoals Umm Qasr, Basra en Bagdad, waar de Irakese strijdkrachten om tactische redenen hun belangrijkste verdediging hadden ingericht. Het is aannemelijk dat in deze gebieden door de coalitiestrijdkrachten uraniumhoudende munitie is gebruikt. Het effect van het gebruik van deze munitie blijft onderwerp van onderzoek, onder meer door UNEP (United Nations Environmental Programme).

3 en 5

Al sinds de eerste Golfoorlog in 1991 wordt epidemiologisch onderzoek gedaan naar mogelijke schadelijke effecten van het gebruik van verarmd uranium in munitie op mens en milieu. Deze onderzoeken werden verricht door de Amerikaanse en Britse ministeries van Defensie, door een reeks van onafhankelijke, wetenschappelijke instanties, door UNEP, door de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) en door nationale instellingen. De vele onderzoeksresultaten zijn ook met elkaar vergeleken in onder andere de EU en de medische staf van de NAVO. Tot op heden is op grond van epidemiologisch onderzoek geen direct verband aangetoond tussen blootstelling aan straling afkomstig van verarmd uranium of ten gevolge van de chemische eigenschappen (de toxiciteit) van verarmd uranium, en kanker. Ook lijkt verarmd uranium, waarvan de specifieke activiteit 40% lager is dan van het natuurlijk in het milieu voorkomende uranium, geen nadelige effecten te hebben op het grondwater of de gewassen in gebieden waar deze munitie is ingezet. Zoals de staatssecretaris van Defensie bij eerdere gelegenheid de Kamer schriftelijk berichtte1 is er geen reden tot bezorgdheid over gezondheidsrisico's voor mensen als gevolg van het gebruik van munitie met verarmd uranium in hun leefomgeving. Ook op grond van het recente UNEP-onderzoek in Bosnië-Herzegovina kan niet worden geconcludeerd dat er wel reden is tot bezorgdheid.

Het is thans, mede als gevolg van de gebrekkige statistieken over de volksgezondheid in deze gebieden, niet goed in te schatten of het aantal gevallen van kanker en geboorteafwijkingen in het zuiden van Irak werkelijk is toegenomen. Verschillende onderzoeken hebben niet kunnen aantonen dat de verwachte dosis geïnhaleerde stofdeeltjes met verarmd uranium in de jaren na het conflict in 1991 kan leiden tot een verhoging van het aantal gevallen (de incidentie) van longkanker, andere kankers of aantasting van de lever bij de lokale bevolking. De WHO is voornemens nader onderzoek te verrichten naar het afnemen van het geboortecijfer in het zuiden van Irak en zal daarbij het hele spectrum van mogelijke oorzaken in haar onderzoek betrekken.

De bezettende macht in Irak zal, evenals tijdens eerdere operaties zoals die in Kosovo is gebeurd, ongesprongen en achtergelaten munitie markeren en zo snel mogelijk opruimen. Ongesprongen en achtergelaten munitie vormt immers voor zowel de plaatselijke bevolking als de multinationale troepen ter plekke een risico. Het is tevens de meest doeltreffende maatregel om mensen te beschermen tegen mogelijke risico's als gevolg van het gebruik van munitie met verarmd uranium. Deze handelwijze wordt ook door deskundigen aanbevolen. De veiligheid van de plaatselijke bevolking en van de aanwezige staf van internationale gouvernementele en non-gouvernementele organisaties valt onder de verantwoordelijkheid van een bezettende macht. De zorg om de lokale volksgezondheid valt in beginsel niet onder die verantwoordelijkheid.

Amerikaanse en Britse militairen worden, evenals hun Nederlandse collega's, in hun reguliere trainingsprogramma's geïnformeerd over verarmd uranium. De in Irak ingezette militairen dragen informatie bij zich waarin hen in algemene zin wordt geadviseerd uit de buurt van aangeschoten of vernietigd materieel te blijven. Het dicht benaderen of betreden van zulke objecten brengt verhoogde risico's mee, ten gevolge van de mogelijke aanwezigheid van ongesprongen munitie of chemische producten die al dan niet zijn verbrand. Als vaststaat dat het object is uitgeschakeld door munitie met verarmd uranium kunnen stofdeeltjes aanwezig zijn die niet moeten worden ingeademd. Als het object werkelijk moet worden betreden, wordt om geen enkel risico te nemen geadviseerd neus en mond te beschermen met een stofkap, handschoenen te dragen of de handen na afloop te wassen. Dit advies gold overigens ook al voor de NAVO-militairen in Kosovo. Een van de aandachtspunten in het Toetsingkader betreft de aspecten verbonden aan eventuele medische en sanitaire risico's voor uitgezonden personeel. Hierdoor worden gezondheidsrisico's zoveel mogelijk uitgesloten. Als Nederlandse militairen gaan deelnemen aan de toekomstige internationale vredesmacht in Irak zullen voor hen richtlijnen gelden die overeenkomen met de bovenstaande.

4

De gevolgen van het gebruik van uraniumhoudende munitie voor de gezondheid en het milieu blijven onderwerp van onderzoek. De Nederlandse regering onderschrijft het belang van specifiek onderzoek naar de gevolgen van het gebruik van uraniumhoudende munitie in Irak, bijvoorbeeld door UNEP.

6

Van de Verenigde Staten en van het Verenigd Koninkrijk is bekend dat zij in staat en bereid zijn uraniumhoudende munitie te gebruiken.

7 en 8

De regering heeft door tussenkomst van haar respectieve permanente vertegenwoordigers een brief gezonden aan de secretaris-generaal van de NAVO en aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, waarin dezen worden gewezen op de mogelijke gezondheidsrisico's van munitie met verarmd uranium. Hierover is de Kamer schriftelijk geïnformeerd2. Een kopie van deze brieven is gevoegd.

De kwestie werd voorts door de Nederlandse permanent vertegenwoordiger in de Noord-Atlantische Raad aan de orde gesteld. Voor een moratorium op het gebruik van munitie met verarmd uranium door de strijdkrachten van het bondgenootschap werd echter niet de benodigde consensus gevonden. In VN-kader werd de mogelijkheid van een moratorium opgebracht door de Nederlandse ambassadeur bij de Ontwapeningsconferentie in Genève. Ook in de VN bleek onvoldoende steun te bestaan voor een dergelijk moratorium. De belangrijkste redenen voor het ontbreken van internationale consensus ten gunste van een dergelijk moratorium lijken de bewezen effectiviteit van deze munitie in gevechtshandelingen en het feit dat wetenschappelijk onderzoek tot nu toe niet heeft aangetoond dat gebruik van dergelijke munitie een negatiever effect heeft op de volksgezondheid dan munitie die geen verarmd uranium bevat. Wel is er internationale consensus over de noodzaak van verder onderzoek naar de gevolgen van het gebruik van uraniumhoudende munitie, met als doel alle mogelijke risico's voor de gezondheid zoveel mogelijk uit te sluiten.


XNoot
1

Parool, 5 april jl., «In Golfregio dreigt tweede Tsjernobyl».

XNoot
2

Aanhangsel Handelingen nr. 1089, vergaderjaar 1999–2000.

XNoot
3

Trouw, 8 april jl., «VN: Uranium-onderzoek in Irak».

XNoot
4

Algemeen Dagblad, 2 april jl., «Bijkomende schade».

XNoot
5

Kamerstuk 27 580, nr. 4.

XNoot
1

Kamerstuk 27 580, nrs. 1, 2 en 3.

XNoot
2

Kamerstuk 27 580 nr. 7.