Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

1040

Vragen van de leden Verbeet en Kalsbeek (beiden PvdA) aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over een care-brede subsidieregeling, 24-uurszorg en welzijnsdiensten. (Ingezonden 5 maart 2003)

1

Hoever bent u gevorderd met het ontwikkelen van de zogeheten care-brede subsidieregeling, aangezien het uitblijven van 24-uurszorg en welzijnsdiensten (bijvoorbeeld maaltijdverstrekking en activiteitenbegeleiding) ernstige gevolgen heeft voor ouderen die thuis, in plaats van in een verzorgingstehuis, wonen?

2

Kan de regeling al per 1 april a.s. ingaan als de modernisering van de AWBZ in werking treedt en de tijdelijke regeling reikwijdteverbreding afloopt?

3

Waarom bent u niet bereid desnoods de reikwijdteregeling te verlengen, totdat de brede subsidieregeling een feit is?

4

Waaruit bestaat het «zoveel mogelijk (...) anticiperen op komende ontwikkelingen», waarover u spreekt in uw brief aan het College voor Zorgverzekeringen?1

Antwoord

Antwoord van staatssecretaris Ross-van Dorp (Volksgezondheid, Welzijn en Sport). (Ontvangen 31 maart 2003)

1

Ik heb het College voor zorgverzekeringen (CVZ) op 1 oktober 2002 gevraagd een subsidieregeling te ontwikkelen die het mogelijk maakt AWBZ-breed initiatieven te ontwikkelen op het terrein van de extramurale dienstverlening voor kwetsbare burgers die anders zouden moeten worden opgenomen. Het gaat daarbij om initiatieven die ontwikkeld zijn of worden in samenspraak met de gemeenten.

Vooruitlopend op een care-brede subsidieregeling heeft het CVZ een beperkte subsidieregeling ontworpen uitgaande van de beleidsregel «overige reikwijdteverbreding» van het College tarieven gezondheidszorg (CTG). Deze beperkte subsidieregeling treedt per 1 april 2003 in werking.

Per brief van 30 januari jl. heb ik het CVZ gevraagd haast te maken met het ontwikkelen van een care-brede subsidieregeling extramurale dienstverlening. Het is aan het nieuwe kabinet om te beslissen over de verdere invoering van deze regeling.

2

Zoals gezegd treedt per 1 april a.s. de subsidieregeling extramurale dienstverlening in werking die de verdeling regelt van de middelen die voorheen via de CTG-beleidsregel overige reikwijdteverbreding werden uitgezet. Daarmee is ook de continuïteit van de langs die weg gefinancierde dienstverlening gewaarborgd.

3

Materieel vind ik de activiteiten die hiermee worden gefinancierd van groot belang in de keten van zorg en dienstverlening. De middelen die ermee zijn gemoeid worden dus per 1 april 2003 via de beperkte subsidieregeling extramurale dienstverlening verdeeld en de activiteiten die voordien met de reikwijdtemiddelen werden gefinancierd, kunnen dus doorgang vinden.

4

Ik heb het CVZ gevraagd haast te maken met de care-brede subsidieparagraaf omdat hiermee extramuralisering kan worden bevorderd en wachtlijsten kunnen worden gereduceerd. Ik zie deze tijdelijke subsidieregeling uitdrukkelijk als tussenoplossing op weg naar een meer definitieve regeling in de vorm van bijvoorbeeld een Dienstenwet.


XNoot
1

Brief van de staatssecretaris van VWS aan het College voor Zorgverzekeringen, 31 januari jl.

Naar boven