Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

554

Vragen van het lid Lambrechts (D66) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen over subsidie voor zij-instromers. (Ingezonden 16 januari 2002)

1

Is het waar dat de voorwaarden voor scholen om in aanmerking te kunnen komen voor de 8.168,04 euro subsidie per zij-instromer zijn aangescherpt en wel zodanig dat voortaan sprake moet zijn van tenminste 15 zij-instromers waar voorheen één zij-instromer voldoende was?1

2

Wat is de precieze reden om in zo korte tijd de voorwaarden voor subsidiëring zo fors te wijzigen en aan te scherpen?

3

Realiseert u zich dat er scholen zijn die op basis van de vigerende voorwaarden zoals geformuleerd in de Uitleg van juli 2001, zij-instromers hebben aangenomen waarvoor zij – naar nu blijkt – geen subsidie zullen ontvangen?

4

Acht u deze gang van zaken niet erg verwarrend en financieel nadelig voor de schoolbesturen?

5

Realiseert u zich dat deze aanscherping er bovendien toe zal leiden dat uitsluitend grote scholen dan wel grote schoolbesturen hier nog voor in aanmerking kunnen komen en dat hierdoor de druk op verdere (bestuurlijk schaalvergroting wederom toeneemt? Deelt u de opvatting dat het niet wenselijk is om de druk op verdere schaalvergroting in basis- en voortgezet onderwijs op deze wijze verder op te voeren?

Antwoord

Antwoord van minister Hermans (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen). (Ontvangen 25 januari 2002)

1

De subsidievoorwaarden voor de regeling zij-instroom zijn juist versoepeld in plaats van aangescherpt. Scholen kunnen nog steeds subsidie aanvragen voor een individuele zij-instromer. Bovendien kunnen zij nu ook subsidie aanvragen voor groepen van minimaal 15 zij-instromers. Beide mogelijkheden hebben betrekking op de zij-instromer in het beroep en gaan uit van dezelfde subsidiebedragen per zij-instromer. Wel verschillen de mogelijkheden als het gaat om voorwaarden, aanvraagprocedure en wijze van vaststelling en verantwoording.

Bij de collectieve aanvraag is er sprake van voorfinanciering van de middelen. Op die manier kan het bevoegd gezag van een instelling – of een samenwerkingsverband van het bevoegd gezag van maximaal 3 instellingen – de personeelsvoorziening planmatig aanpakken. Bijvoorbeeld door assessments en scholing collectief te organiseren. Het bevoegd gezag verantwoordt achteraf de besteding van de middelen.

De gewijzigde regeling zij-instroom is gepubliceerd in Uitleg nr. 30 van 12 december 2001.

Eerder was in de regeling Uitleg 18a van 25 juli 2001 de regeling al versoepeld, door de ontschotting van de subsidieonderdelen (scholing, begeleiding en loonverlet).

Een school in het primair onderwijs krijgt nu voor elke zij-instromer € 8.168,04; een school in het voortgezet onderwijs € 10.000,–.

Vraag 2 t/m 5 zijn beantwoord door het antwoord op vraag 1.


XNoot
1

Uitleg, 25 juli 2001, pag. 17, art. 9 en Uitleg 12 december 2001, pag. 23, art. 12.

Naar boven