Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

1615

Vragen van het lid Azough (GroenLinks) aan de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie over subsidies aan projecten ten behoeve van allochtonen. (Ingezonden 29 augustus 2002)

1

Klopt het artikel in Trouw van 28 augustus jl. waarin gemeld wordt dat u alleen geld wil geven aan projecten waar ook autochtone Nederlanders aan meedoen?

2

Welke projecten waaraan u op dit moment subsidie verstrekt, wilt u stopzetten indien er slechts allochtonen aan meedoen?

3

Wilt u andere subsidieverstrekkers, zoals bijvoorbeeld andere overheidsinstanties, bewegen uw voorbeeld in deze kwestie te volgen?

4

Wilt u dus ook de subsidie stoppen aan projecten die primair gericht zijn op integratie en emancipatie van allochtonen?

5

Vindt u dat een project als bijvoorbeeld het leren fietsen aan Turkse vrouwen, stopgezet moet worden, tenzij ook Nederlandse vrouwen willen leren fietsen?

Antwoord

Antwoord van minister Nawijn (Vreemdelingenzaken en Integratiebeleid). (Ontvangen 5 september 2002)

1, 3, 5

In het artikel heb ik aangegeven dat de integratie van allochtonen wordt bevorderd door gesubsidieerde projecten waarbij zowel allochtonen als autochtonen zijn betrokken. Subsidies moeten gericht zijn op bevordering van de integratie en zich zoveel mogelijk richten op het ondersteunen van gezamenlijke activiteiten die leiden tot integratie.

2

Het subsidiebeleid zal zich in hoofdzaak moeten richten op ondersteuning van activiteiten die gericht zijn op de bevordering van integratie en participatie van allochtonen. Ik zal met gemeentebesturen in gesprek gaan over de wijze waarop subsidies een bijdrage kunnen leveren aan concrete integratie-resultaten.

4

Indien deze projecten tot concrete integratie-resultaten leiden, zal ik deze niet stoppen.

Naar boven