Kamervragen (Aanhangsel)

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2000-2001157

Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

157

Vragen van het lid Marijnissen (SP) aan de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, de minister van Financiën en aan de Minister-President over sponsoring van een informele bijeenkomst van ministers van financiën van de EU. (Ingezonden 14 september 2000)

1

Is het waar dat de informele bijeenkomst van ministers van financiën van de EU werd gesponsord door Renault en dat Renault-topman Schweitzer tijdens die bijeenkomst als deskundige het woord heeft gevoerd?1

2

Bent u met mij van mening dat deze mogelijke belangenverstrengeling tijdens bijeenkomsten van bewindslieden vermeden zou moeten worden?

3

Wordt het huidige Franse voorzitterschap van de EU gesponsord? Zo ja, door wie, voor hoeveel en wat is de tegenprestatie voor deze bijdrage?

4

Was er sprake van sponsoring tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EU en bent u voornemens bij een volgend Nederlands EU-voorzitterschap bedrijven te vragen als sponsor op te treden?

5

Hoe verhoudt de goedkeuring van deze sponsorpraktijken2 zich met eerdere zeer negatieve uitlatingen van de staatssecretaris van buitenlandse handel over sponsoring van de WTO-top in Seattle, 1999?3

6

Bestaan er in EU-kader beleidsrichtlijnen met betrekking tot sponsoring van bijeenkomsten? Zo ja, zou u deze de Kamer kunnen doen toekomen? Zo nee, waarom niet en bent u bereid in EU-kader te pleiten voor dergelijke richtlijnen?

7

Zijn er richtlijnen voor Nederlandse bewindslieden over de omgang met sponsoring of gesponsorde blootstelling aan de boodschap van bedrijven tijdens internationale bijeenkomsten? Zo ja, zou u deze de Kamer kunnen doen toekomen? Zo nee, waarom niet en bent u bereid dergelijke richtlijnen op te stellen?

8

Bent u bereid een overzicht te geven van de gesponsorde bijeenkomsten in het kader van EU in het lopende jaar, waaruit duidelijk wordt wie wat wanneer sponsorde, voor hoeveel en wat de geboden tegenprestatie was?

Antwoord

Antwoord van staatssecretaris Benschop (Buitenlandse Zaken), mede namens de minister-president en de minister van Financiën. (Ontvangen 25 oktober 2000), zie ook Aanhangsel Handelingen nr. 78, vergaderjaar 2000–2001

1 en 2

De Franse autoriteiten hebben desgevraagd laten weten dat noch de informele Ecofinraad van 8 en 9 september 2000, noch het aansluitende seminar op zondag 10 september 2000 met als titel «the European economy 10 years from now» is gesponsord. Wel namen, naast de ministers van Financiën, een twaalftal prominente personen uit de wetenschap, het bedrijfsleven en de politiek deel aan het seminar. Daaronder bevond zich de heer Louis Schweitzer, de topman van Renault.

3

De Franse autoriteiten verzekeren dat er geen sprake is van sponsoring van het Franse voorzitterschap.

4

Nederland is nog niet begonnen met de voorbereidingen voor het volgend voorzitterschap van de Europese Unie.

In 1991 en 1997 zijn bij de Nederlandse voorzitterschappen bijvoorbeeld door derden auto's ter beschikking gesteld voor het vervoer tijdens de Europese Raden van Maastricht en Amsterdam.

5

Mijn brief van 8 september 2000 bevat geen categorische goed- of afkeuring van sponsoring, maar geeft een feitelijk antwoord op een vraag die werd gesteld tijdens het debat van 29 juni 2000 over de Europese Raad van Santa Maria da Feira.

De uitspraken van de staatssecretaris van Economische Zaken over de sponsoring van de WTO-top zijn niet strijdig met de sponsoring van het Portugese voorzitterschap. De staatssecretaris van Economische Zaken stelt: «De gedachte dat bedrijven door hun financiële bijdrage bevoorrechte toegang zouden krijgen tot regeringsfunctionarissen, acht ik zonder meer verwerpelijk.» Tijdens het Portugese voorzitterschap is geen sprake geweest van bevoorrechte toegang van sponsorende bedrijven tot regeringsfunctionarissen.

6

Beleidsrichtlijnen zoals bedoeld, bestaan niet. Het is aan ieder EU-voorzitterschap te bepalen of het gebruik maakt van sponsoring. Tot nu toe heeft sponsoring van voorzitterschappen niet geleid tot belangenverstrengeling.

Ik ben van mening dat het in beginsel beter zou zijn voorzitterschappen niet te sponsoren. Ik zal het principe van sponsoring op een geëigend moment in Europees kader aan de orde stellen.

7

Er zijn geen richtlijnen voor Nederlandse bewindslieden over de omgang met sponsoring of gesponsorde blootstelling aan de boodschap van bedrijven tijdens internationale bijeenkomsten. Bewindslieden staan uit hoofde van hun functie voortdurend bloot aan beïnvloedingsmechanismen. Dit blijkt in de praktijk geen problemen op te leveren. Voor het opstellen van richtlijnen op een specifiek punt als sponsoring bestaan dan ook geen voornemens.

8

Deze vraag is voorgelegd aan het voormalige Portugese en het huidige Franse voorzitterschap. Het Portugese voorzitterschap heeft geantwoord niet in staat te zijn een uitsplitsing te maken naar bijeenkomst. De ontvangen sponsoring was voor het geheel van het voorzitterschap en niet toebedeeld aan afzonderlijke bijeenkomsten. Ik wil u graag verwijzen naar mijn eerdere brief van 8 september 2000, die details geeft over de sponsoring van het Portugese voorzitterschap. Het Franse voorzitterschap heeft geantwoord geen gebruik te maken van sponsoring.


XNoot
1

«Bedrijven sponsoren Europese politiek», Algemeen Dagblad 12 september jl.

XNoot
2

Brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken aan de Tweede Kamer, 8 september 2000.

XNoot
3

«Ybema eet niet met rijke zakenlui», Utrechts Nieuwsblad 8 oktober 1999.