Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden
1564
Vragen van het lid Vragen van het Karimi (GroenLinks) aan de minister van
Buitenlandse Zaken over aanvallen op Palestijnse militanten. (Ingezonden 10 juli 2001)
1
Bent u op de hoogte van het artikel «Kabinet Israël akkoord
met meer liquidaties»?1 Is deze informatie juist?
2
Wat verstaat de Israëlische overheid onder «militanten»?
3
Is het waar dat de lijst met Palestijnse «militanten»2 die door de Israëlische strijdkrachten mogen worden geliquideerd
is uitgebreid? Zo ja, bent u op de hoogte op welke gronden een Palestijn aangemerkt
wordt als «militant»?
4
Is het waar dat op de westelijke Jordaanoever kort na het goedkeuren van
de «actieve zelfverdediging» een 27-jarige activist van Arafats
Fatah-beweging beschoten is? Vallen Fatah-leden, waaronder Arafat, nu ook
onder de noemer «militanten»?3
5
Hoe beoordeelt u het feit dat de nieuwe Israëlische richtlijnen de
strijdkrachten toestaan bekende «terroristen» te doden, zelfs
als zij niet op het punt staan om een aanslag te plegen?
6
Deelt u de mening dat het genoemde liquidatiebeleid een flagrante schending
is van het internationaal recht? Zo ja, hoe bent u voornemens te handelen
gezien de vele verdragen waaraan Nederland, de EU en Israël zich gecommitteerd
hebben?
7
Deelt u de mening dat de door Sharon aangekondigde liquidaties van Palestijnse
«militanten» synoniem zijn aan buitengerechtelijke executies?
Zo neen, waarom niet?
8
Deelt u de mening dat buitengerechtelijke executies te boek staan als
«grave breaches» onder de Vierde Geneefse Conventie en dat daarmee
de Israëlische overheid zich schuldig maakt aan het plegen van oorlogsmisdaden?
9
Deelt u de mening dat het Israëlisch beleid om Palestijnse «militanten»
uit te schakelen niet bevorderend is voor het huidige bestand en een verdere
escalatie in de hand werkt?
10
Is het Israëlisch beleid om Palestijnse militanten uit te schakelen
door de EU bekritiseerd? Zo nee, waarom niet?
11
Bent u bereid in EU-verband te pleiten om in navolging van de VS, Israël
op te roepen de aanvallen op Palestijnse militanten te staken?
Antwoord
Antwoord van minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken). (Ontvangen 14 augustus 2001). Zie ook Aanhangsel Handelingen nr. 1562,
Vergaderjaar 2000–2001
1 t/m 4
Ja, ik ben op de hoogte van het artikel waarnaar u verwijst. De Israëlische
regering heeft geen officiële verklaring afgegeven over het in het artikel
vermelde besluit dat op 4 juli jl. door het Israëlische veiligheidskabinet
is genomen. Navraag door Nederland bij het Israëlische Ministerie van
Buitenlandse Zaken leert dat de Israëlische autoriteiten de buitengerechtelijke
dodingen omschrijven als «targeted counter terrorism activities».
Israël verwerpt benamingen als «liquidatie» en «moord».
Naar Israëlische opvatting is sprake van interceptie van terroristen
bezig met het uitvoeren van terreurdaden. Na de Israëlische actie in
Nablus op 31 juli jl. waarbij acht Palestijnen omkwamen en waartegen uitgebreid
internationaal protest van ondermeer de EU en de VS is aangetekend, heeft
de Israëlische regering overigens meegedeeld de praktijk van «preventieve
acties» niet te willen staken. Israëlische actie zou volgens de
Israëlische autoriteiten slechts worden ondernomen nadat de Palestijnse
Autoriteit, op basis van informatie over voorbereiding van aanslagen, om arrestatie
van betrokkene(n) zou zijn verzocht en een dergelijk verzoek vervolgens niet
zou hebben gehonoreerd.
Israël heeft overigens pas onlangs (5 augustus) een gedeeltelijke
lijst met van terroristische activiteiten verdachte Palestijnen gepubliceerd.
Over een Fatah activist die zou zijn beschoten, genoemd in vraag 4, kan
worden opgemerkt dat op 5 juli persberichten verschenen over een beschieting
van de Fatah-aanhanger Azzam Anatche bij Hebron. Onduidelijk is vooralsnog
onder welke omstandigheden betrokkene zijn verwondingen opliep.
5 t/m 7 en 10 en 11
De Europese Unie heeft meermalen betreffende Israëlische acties als
buitengerechtelijke dodingen veroordeeld. De Europese Unie is van mening dat
buitengerechtelijke dodingen indruisen tegen internationale rechtsregels.
De Unie heeft dan ook duidelijk stelling genomen, zowel publiekelijk, als
in vertrouwelijke démarches bij de Israëlische regering, tegen
het uitvoeren van buitengerechtelijke dodingen, laatstelijk nog in de conclusies
van de Algemene Raad op 16 juli.
Nederland heeft actief bijgedragen aan het formuleren van de Europese
positie. Het EU-voorzitterschap veroordeelde de Israëlische praktijk
andermaal op 1 augustus in een verklaring naar aanleiding van de Israëlische
actie in Nablus waarbij acht Palestijnen omkwamen. Nederland zal bevorderen
dat de Europese Unie bij de Israëlische regering blijft aandringen met
onmiddellijke ingang de buitengerechtelijke dodingen te staken.
8
Zoals bekend hecht Nederland grote waarde aan internationaal humanitair
recht, waaronder de Geneefse Conventies, en is nadrukkelijk van mening dat
partijen bij een conflict op naleving hiervan dienen te worden aangesproken.
Ten aanzien van de door u gestelde vraag ben ik met u van mening dat buitengerechtelijke
dodingen op grond van artikel 147 van de Vierde Geneefse Conventie in beginsel
moeten worden gezien als «ernstige inbreuken» op de Conventie.
Uitgangspunt bij het concept «ernstige inbreuken» is de individuele
strafrechtelijke aansprakelijkheid voor schendingen van het internationaal
humanitair recht. Strafbaarstelling en vervolging van ernstige inbreuken berust
bij partijen bij de Vierde Geneefse Conventie, hetgeen er op neerkomt dat
de partij in wiens rechtsmacht een mogelijke verdachte zich bevindt zal moeten
beoordelen of een bepaalde actie moet worden gekenmerkt als «ernstige
inbreuk» onder de Vierde Geneefse Conventie en of vervolging moet worden
ingesteld.
De Nederlandse regering zal Israël dan ook aanspreken op zijn verplichtingen
in deze.
9
Ik deel de mening dat dergelijke Israëlische acties zeker niet bevorderend
zijn voor de implementatie van het bestand. Ook mijn Europese collega's en
de regering Bush delen die mening. De Algemene Raadsconclusies aangaande het
Midden-Oosten van 16 juli jl. plaatsen de kwestie van buitengerechtelijke
dodingen dan ook in de context van beëindiging van het geweld en uitvoering
van de aanbevelingen het Mitchell rapport. De eerder genoemde EU-voorzitterschapsverklaring
van 1 augustus rangschikt deze acties onder unilaterale provocatieve acties
die slechts tot verdere escalatie kunnen leiden.
XNoot
2 De term militant wordt door Israël gehanteerd.