Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

502

Vragen van het lid Dijksma (PvdA) aan de minister voor Ontwikkelingssamenwerking over indirecte subsidie van een pelsdierenfokkerij door Ontwikkelingssamenwerking. (Ingezonden 1 december 1999)

1

Bent u op de hoogte van het artikel «De toekomst van Ruslands Pelsdierenhouderij»1?

2

Is het waar dat u een instituut financiert dat management-adviezen op het gebied van pelsdierenhouderij in de wereld verzorgt? Zo ja, waarom gaat er ontwikkelingsgeld naar een dergelijk instituut met als gevolg dat directe subsidie wordt verleend aan de pelsdierenfokkerij?

3

Hoe verhoudt zich deze financiering met het Nederlands beleid waarin de pelsdierenfokkerij gedeeltelijk verboden en de Tweede Kamer uitgesproken heeft ook het resterende deel te willen verbieden?

Antwoord

Antwoord van minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking). (Ontvangen 21 december 1999)

1

Ja.

2

De bedoelde adviseringsopdracht werd uitgevoerd door de stichting PUM. Deze stichting ontvangt subsidie van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking voor het uitzenden van missies naar ontwikkelingslanden en van de Minister van Economische Zaken voor missies naar Midden- en Oost-Europa. Volgens informatie van de stichting PUM is bedoelde missie naar Rusland gesubsidieerd door de Minister van Economische Zaken.

3

De bedoelde missie is uitgevoerd t.b.v. nertsenfokkerijen. Het fokken van nertsen is in Nederland op dit moment nog niet verboden.


XNoot
1

De Pelsdierenhouder 1999.

Naar boven