Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

1713

Vragen van de leden Van Oven (PvdA) en Hoekema (D66) over de moord op Ir. Gulje te Leiden in 1946. (Ingezonden 3 juni 1998)

1

Hebt u kennisgenomen van de berichten over de onopgehelderde moord op Ir. F. H. E. Gulje te Leiden op 1 maart 1946?1

2

Kunt u alsnog duidelijkheid verschaffen over de beslissingen die in het strafrechtelijk onderzoek naar die moord zijn genomen en de beweegredenen die daaraan ten grondslag lagen?

3

Kunt u aangeven welke dossiers in het kader van deze moordzaak zijn samengesteld en welke instanties daarbij betrokken zijn geweest?

4

Bent u bereid de nabestaanden alsnog inzage te verschaffen in alle dossiers?

Nader antwoord

Nader antwoord van minister Korthals (Justitie). (Ontvangen 6 juli 1999) zie ook Aanhangsels Handelingen nrs. 1391 en 1610, vergaderjaar 1997–1998

Op 3 juni 1998 hebben de leden van uw Kamer Van Oven en Hoekema schriftelijk vragen gesteld over de moord op Ir. Gulje te Leiden in 1946. Ter beantwoording daarvan is door mijn ministerie destijds contact opgenomen met het Leids Gemeentearchief om te verifiëren of in het archief van de Leidse gemeentepolitie een dossier aanwezig was. Op dat moment was geen dossier bekend en werd het niet op de geëigende plek gevonden.

Bij brief van 18 mei jongstleden heeft de Gemeentearchivaris van Leiden mij gemeld dat inventarisatie van het politiearchief het dossier boven water heeft gebracht. Het loopt van 1946–1948, met nog een stuk uit 1954. Zoals in de eerdere beantwoording is gesteld, blijkt inderdaad dat er correspondentie is gevoerd met de procureur-generaal in Den Haag. Volgens de Gemeentearchivaris bevinden zich in het dossier tal van verslagen van getuigenverhoren in verband met deze zaak.

Van de zijde van het Gemeentearchief bestaat geen bezwaar tegen inzage in deze bescheiden door de nabestaanden van Ir. Gulje.

Naar aanleiding van deze informatie heb ik de Voorzitter van het College verzocht nogmaals na te gaan in hoeverre alsnog duidelijkheid kan worden verschaft over de beslissingen die in het strafrechtelijk onderzoek naar die moord zijn genomen en de beweegredenen die daaraan ten grondslag lagen. Ik hoop u hierover binnen afzienbare termijn nader te kunnen informeren.


XNoot
1

Leidsch Dagblad, 30 mei jl.

Naar boven