Kamervragen (Aanhangsel)

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal1998-19991578

Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

1578

Vragen van de leden Wagenaar (PvdA), Scheltema-de Nie (D66) en Halsema (GroenLinks) aan de minister van Justitie over verwerking van persoonsgegevens door handelsinformatieburaus. (Ingezonden 21 mei 1999)

1

Hebt u kennisgenomen van het programma Radar1 waarin de praktijk van onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens door handelsinformatiebureaus uit de doeken wordt gedaan?

2

Biedt de in behandeling zijnde Wet Bescherming Persoonsgegevens (Kamerstukken II, 1998–1999, 25 892) consumenten afdoende bescherming tegen dergelijke praktijken? Zo neen, welke wetsartikelen behoeven aanpassing?

3

Is in de in behandeling zijnde Wet Bescherming Persoonsgegevens het toezicht op dergelijke praktijken afdoende geregeld? Zo neen, welke wetsartikelen behoeven aanpassing?

4

Bent u van mening dat de in het bovengenoemde televisieprogramma geconstateerde onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens door het OM zou moeten worden onderzocht?

5

Hoe kijkt u aan tegen het feit dat slechts een zeer beperkt percentage van de handelsinformatiebureaus is aangesloten bij een branche-organisatie en dus de voorgeschreven gedragscode niet onderschrijft in het kader van de belangrijke rol die in de Wet Bescherming Persoonsgegevens wordt toegekend aan gedragscodes per branche en zelfregulering in het algemeen?

6

Biedt de Wet Bescherming Persoonsgegevens afdoende waarborgen voor het naleven van gedragscodes door bedrijven die wel bij een branche-organisatie zijn aangesloten? Zo ja, welke waarborg is er dat telemarketingbedrijven zich in de toekomst wel aan de afgesproken gedragscode zullen houden?

Toelichting:

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen ter zake van het lid De Wit, ingezonden 12 mei 1999.

Antwoord

Antwoord van minister Korthals (Justitie). (Ontvangen 17 juni 1999)

1

Ja.

2 en 3

Het bij de Tweede Kamer in behandeling zijnde voorstel voor een Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: WBP) versterkt de toezichthoudende functie van de Registratiekamer (na inwerkingtreding van het wetsvoorstel: het College bescherming persoonsgegevens). Ingeval de kamer onrechtmatige gegevensverwerkingen constateert is zij bevoegd rechtstreeks in dat proces van gegevensverwerking in te grijpen (artikel 61, vierde lid, van het wetsvoorstel). Ze heeft de bevoegdheid bestuursdwang uit te oefenen dan wel in plaats daarvan een last onder dwangsom op te leggen. Eveneens voorziet dit wetsvoorstel in de wettelijke basis voor het instellen van een privacyfunctionaris door de branche of organisatie (artikel 62 van het wetsvoorstel). Deze functionaris is belast met het toezicht op de naleving van de privacyvoorschriften binnen die branche of organisatie en heeft daartoe vergelijkbare bevoegdheden als het College bescherming persoonsgegevens.

4

De Registratiekamer is een onderzoek aangevangen naar het handelen van het in opspraak geraakte handelsinformatiebureau. Ik heb de Registratiekamer verzocht mij te informeren indien uit dit onderzoek concrete aanwijzingen naar voren zijn gekomen dat er strafbare feiten zijn gepleegd opdat hiervan het Openbaar Ministerie op de hoogte kan worden gesteld.

5

De door de Nederlandse Vereniging van Handelsinformatiebureaus (NVH) als branche-vereniging voor het handelsinformatiebedrijf opgestelde gedragscode is bindend voor de leden van de NVH krachtens statutair besluit van de algemene vergadering. De gedragscode is echter mede opgesteld met de bedoeling om op grond van artikel 6:162 BW reflexwerking te hebben binnen de gehele handelsinformatiebranche, dus als normatieve maatstaf te gelden voor het gehele handelsinformatiebedrijf. Om die redenen heeft de NVH aan de door de Registratiekamer goedgekeurde gedragscode een ruime bekendheid gegeven onder de branche-genoten. Indien een handelsinformatiebureau niet is aangesloten bij de NVH wil dat derhalve niet zeggen dat de door de NVH opgestelde gedragscode voor dit bureau geen normatieve werking heeft.

6

Wat betreft de naleving van de gedragscode door de bedrijven die wel bij de NVH zijn aangesloten is hierboven al ingegaan op de door de WBP voorgestelde aanscherping van de toezichthoudende bevoegdheden van de Registratiekamer.

Daarnaast zal de instelling van een privacyfunctionaris een positieve invloed hebben op de naleving van de privacyvoorschriften binnen de branche.


XNoot
1

Radar d.d. 10 mei jl.