Kamervragen (Aanhangsel)

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal1997-1998697

Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

697

Vragen van het lid Marijnissen (SP) over de benoeming van de kroonprins tot lid van het IOC. (Ingezonden 11 februari 1998)

1

Heeft kroonprins Willem-Alexander NOC/NSF-voorzitter Huibrechtsen schriftelijk toegezegd zich niet te kandideren voor het lidmaatschap van het IOC in verband met het feit dat hij reeds beschermheer van het NOC/NSF is?1 Zo ja, acht u het benoemen van de kroonprins in die functie in dat geval passend?

2

Wanneer hebt u kennisgenomen van het bestaan van deze toezegging van de kroonprins?

3

Voelt u zich door het bestaan van deze brief in verlegenheid gebracht?

4

Kan het IOC-lidmaatschap de kroonprins in situaties brengen die op gespannen voet staan met de ministeriële verantwoordelijkheid die de regering draagt voor de leden van het Koninklijk Huis, en is hij in dat geval wel als volwaardig lid van het IOC aan te merken?

5

Indien die situatie zich voordoet, hoe wenst u daar dan mee om te gaan?

6

Hebt u reeds besloten met een eventuele benoeming van de kroonprins akkoord te zullen gaan?

7

Wanneer zal een eventuele benoeming plaatshebben?

8

Ziet u in de berichten van vandaag aanleiding de benoeming geen doorgang te laten vinden?

Antwoord

Antwoord van minister-president Kok (Algemene Zaken). (Ontvangen 12 februari 1998)

1 t/m 3

Bij het aanvaarden van het beschermheerschap van het NOC/NSF is in 1994 ondermeer aan de orde gekomen een eventueel lidmaatschap van de Prins van Oranje van het IOC. Bij de Prins van Oranje bestond op dat moment daarvoor geen actieve belangstelling. Het secretariaat van de Prins van Oranje heeft bij die gelegenheid schriftelijk aangegeven dat bij de Prins van Oranje voor z'n lidmaatschap geen ambitie bestond. In 1998 is een geheel nieuwe situatie ontstaan als gevolg van het verzoek van de voorzitter van het IOC aan de Prins van Oranje om tot het IOC toe te treden. Dit verzoek is derhalve op eigen merites beoordeeld.

4 en 5

De staatssecretaris van VWS heeft schriftelijk aan de voorzitter van het IOC aangegeven onder welke voorwaarden voortvloeiend uit het staatsrecht een eventuele benoeming van de Prins van Oranje zou kunnen plaatsvinden. Met deze voorwaarden heeft het IOC zich schriftelijk akkoord verklaard.

6 t/m 8

Het besluit tot de benoeming heeft inmiddels plaatsgevonden tijdens de jaarvergadering van het IOC op 5 februari 1998. De officiële beëdiging is voorzien in juni 1999.


XNoot
1

Volkskrant, 10 februari jl.