Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

487

Vragen van het lid Sipkes (GroenLinks) over subsidies voor vertalingen. (Ingezonden 8 december 1997)

1

Bent u op de hoogte van het feit dat het Fonds voor de Letteren bij het toekennen van subsidies voor vertalingen als voorwaarde het literaire karakter van de brontekst hanteert?

2

Is u bekend dat daardoor vertaalprojecten vanuit cultureel, historisch en wetenschappelijk oogpunt belangrijke werken, zoals bijvoorbeeld de werken van wereldreizigers als Wallace, Bates en Darwin, niet voor financiële ondersteuning in aanmerking komen?

3

Bent u van mening dat de criteria die het Fonds hanteert verruimd zouden moeten worden, zodat dergelijke vertalingen ook voor subsidiëring in aanmerking kunnen worden gebracht?

4

Zo neen, zijn er andere fondsen of mogelijkheden waarmee vertalingen van teksten kunnen worden gesteund en gestimuleerd die niet primair uit literair oogpunt, maar wel uit cultureel, historisch en wetenschappelijk oogpunt van belang zijn of bent u bereid dergelijke mogelijkheden te bevorderen?

Antwoord

Antwoord van staatssecretaris Nuis (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen). (Ontvangen 24 december 1997)

1

Ja.

2

Ja.

3 en 4

Op 11 juli 1997 heb ik de Raad voor Cultuur naar zijn oordeel gevraagd over de mogelijkheid de totstandkoming van vertalingen van cultureel belangrijke vreemdtalige non-fictie voor subsidie in aanmerking te laten komen. Ik heb de Raad daarbij verzocht aan te geven welke criteria hiervoor zouden moeten gelden en welk fonds deze regeling het best zou kunnen uitvoeren.

De Raad voor Cultuur heeft mij inmiddels laten weten dat zijn advies terzake nog dit jaar (1997) uitgebracht zal worden.

Ik zal de Kamer, na ontvangst van dit advies, nader informeren over mijn standpunt terzake.

Naar boven