Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

1309

Vragen van het lid Dankers (CDA) over mogelijk misbruik van Europese subsidies voor gehandicapten-werkprojecten. (Ingezonden 24 april 1998)

1

Hebt u kennis genomen van het mogelijke misbruik van Europese subsidies die bestemd zijn om gehandicapten aan een baan te helpen?1

2

Bent u bereid na te gaan of de in de uitzending gepresenteerde gegevens correct zijn en de Kamer hierover te informeren?

3

Wat is bij het verstrekken van subsidies voor het scheppen van werkgelegenheid een normale maatstaf voor de verhouding tussen overheadkosten en directe kosten besteed aan het creëren van werk voor specifieke werkzoekenden?

4

Is deze verhouding in het geval dat in de NOVA uitzending aan de orde kwam in overeenstemming met wat normalerwijze verwacht mag worden.

5

Hebt u mogelijkheden in te grijpen indien de gang van zaken in bovengenoemd geval niet correct blijkt te zijn en er sprake is van een wanverhouding tussen de overhead- en andere kosten?

6

Zo ja, welke zijn dat en bent u bereid deze daadwerkelijk in te zetten?

7

Bent u nog steeds voorstander van marktwerking bij het opzetten van dergelijke projecten?

Antwoord

Antwoord van minister Melkert (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). (Ontvangen 4 juni 1998)

1

Ik heb kennisgenomen van een televisie-uitzending van de rubriek NOVA waarin werd gemeld dat van een toegekend subsidiebedrag een percentage van 30 rechtstreeks ten goede zou komen aan instellingen die gehandicapten naar de arbeidsmarkt geleiden en dat er 70% aan «overhead»-kosten zou worden besteed.

2

Ja. De accountantsdienst van mijn ministerie voert een onderzoek uit. Over de uitkomst daarvan zal ik u informeren.

3

«Overhead» is een begrip waaronder uiteenlopende werkzaamheden kunnen worden gebracht. Het aandeel van de «overhead» kan dus van project tot project verschillen en een vast percentage is derhalve niet te geven.

4

Op grond van de subsidie-aanvraag was bekend dat een deel van het subsidiebedrag zich niet in betalingen aan de uitvoerende instellingen zou vertalen. Dat was in de context van de overige activiteiten aanvaardbaar, omdat de uitvoerende instellingen ook nog baat zouden hebben van de activiteiten die verricht zouden worden uit het overige subsidiedeel. Een oordeel kan pas bij de einddeclaratie worden gegeven.

5

Ja.

6

Het definitieve subsidiebedrag wordt vastgesteld aan de hand van een einddeclaratie over de werkelijk gemaakte kosten. Deze dient vergezeld te zijn van een accountantsverklaring en mijn ministerie beoordeelt aan de hand van de einddeclaratie of voldaan is aan de voorwaarden voor subsidie. Deze mogelijkheid wordt in alle gevallen benut, ook in dit geval. Het niet-voldoen aan de subsidievoorwaarden kan aanleiding zijn tot (gedeeltelijke) weigering van subsidiegeld en (gedeeltelijke) terugvordering.

7

Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat de opzet van dit soort projecten in het geding is. Als uit het onderzoek van de departementale accountantsdienst het tegendeel zou blijken en die uitkomst ook van belang is voor andere dan alleen dit project is het tijd om de opzet te bezien. Inzoverre daarbij marktwerking van belang is, komt dat aan de orde.


XNoot
1

NOVA, 22 april jl.

Naar boven