Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

1768

Vragen van het lid Stellingwerf (RPF) over ondergrondse gasopslagen. (Ingezonden 17 juli 1997)

1

Heeft de Gasunie vergevorderde plannen om het aantal ondergrondse gasopslagen1 uit te breiden en is er zelfs al een lijst van potentieel geschikte plaatsen opgesteld?2

2

In hoeverre hangen deze plannen samen met de recent afgesloten mega-gascontracten met Rusland en Italië?3

3

Zou, gelet op de grootschalige landschappelijke effecten, ondergrondse gasopslag in Nederland niet beperkt moeten worden tot zomeropslag voor het huidige en toekomstige nationale gebruik?

4

In hoeverre wordt vanwege het recent afsluiten van mega-contracten met andere landen het Nederlandse ruimtelijke beleid ten aanzien van de ondergrondse gasopslag feitelijk voor voldongen feiten geplaatst?

5

Zouden, wanneer in Nederland geen geschikte locaties meer worden gevonden voor ondergrondse gasopslag, de afgesloten contracten met b.v. Rusland en Italië nog wel gestand kunnen worden gedaan?

6

Behoort ondergrondse gasopslag in de landen die in Nederland geproduceerd of door Nederland verhandeld gas afnemen tot de mogelijkheden?

7

Bent u bereid de gasimport, welke plaats vindt ten behoeve van de buitenlandse piekvraag in de winterperiode, te beperken tot de huidige/toekomstige 40% overcapaciteit van de ondergrondse gasopslagen in Alkmaar, Grijpskerk en Langelo?4

8

Hoe moeten we in het licht van de voorgaande vragen het volgende citaat zien: «Indien in de toekomst grootschalige projecten nodig zijn in verband met de internationale gashandel, zal de afweging een andere zijn dan het geval was bij Langelo.»5?

Antwoord

Antwoord van minister Wijers (Economische Zaken), mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. (Ontvangen 2 september 1997)

1

Gasunie heeft geen vergevorderde plannen om het aantal ondergrondse gasopslagen uit te breiden. Met de huidige capaciteitsmaatregelen van ondergrondse berging en putmondcompressie kan onder de huidige inzichten tot ver na 2000 aan de gasvraag voldaan worden.

Wel wordt geïnventariseerd welke plaatsen geschikt zouden zijn voor gasopslag in de toekomst. Enkele producenten hebben gasreservoirs aan Gasunie aangeboden voor ondergrondse berging. Of deze reservoirs voor dit doel geschikt zijn, vergt een nadere studie. Mocht te zijner tijd de wens bestaan additionele ondergrondse berging te creëren, dan zal de geschiktheid nader bekeken worden. Daarna zullen de noodzakelijke procedures gevolgd worden.

2 en 4

Met het Russische Gazprom heeft Gasunie een «Heads of Agreement» afgesloten voor import van aardgas. Import is een middel om de voorziening op lange termijn te waarborgen. Voor de Russische leveringen is in principe geen extra opslag noodzakelijk.

Het onlangs afgesloten contract met SNAM (Italië) kan geleverd worden uit de huidige productiecapaciteit. Noodzaak voor verdere capaciteitsmaatregelen uit hoofde van deze leveringen is naar huidige inzichten niet aanwezig.

3

Een beperking tot gasopslag alleen voor nationaal gebruik acht ik niet gewenst. In de Derde Energienota heb ik al aangegeven dat indien in de toekomst grootschalige projecten nodig zijn in verband met de internationale gashandel, de afweging een andere zal zijn dan in het geval Langelo. Capaciteitstekorten op korte termijn waren aanleiding om Langelo op korte termijn aan te wijzen voor ondergrondse opslag. Met de huidige drie ondergrondse bergingen is de capaciteitsproblematiek voorlopig opgelost. Dat wil echter niet zeggen dat dit ook voor de lange termijn zal gelden. Eveneens kan uit de handelaarsfunctie van Gasunie uitbreiding van ondergrondse berging wenselijk blijken. Deze handelaarsfunctie van Gasunie is in de Derde Energienota reeds aangegeven. Het is ook bekend dat andere bedrijven kijken naar de mogelijkheid van ondergrondse opslag, zonder dat dit nog tot concrete projecten heeft geleid. Als bedrijven plannen voor ondergrondse berging willen realiseren dan zullen ze de daarvoor geldende procedures moeten volgen. Concrete projecten zullen moeten worden getoetst aan het vigerend ruimtelijk beleid. Daarbij hoeven er niet altijd ruimtelijke problemen te ontstaan. Zo is de piekgasinstallatie in Alkmaar gelokaliseerd op een industrieterrein. Ik vertrouw erop dat initiatiefnemers voor gasopslag hun plannen tijdig kenbaar zullen maken, zodat een zorgvuldige afweging mogelijk is.

5

Ja, zie het antwoord op vraag 2.

6

Ondergrondse gasopslag in het buitenland behoort vanwege geologische restricties slechts in relatief beperkte mate tot de mogelijkheden.

7

Neen, zie ook het antwoord op vraag 3.

8

Bij het antwoord op vraag 3 ben ik hierop reeds ingegaan. Ik wil hieraan nog toevoegen dat een tijdig starten van het zoeken naar geschikte plaatsen voor ondergrondse berging van het grootste belang is voor een zorgvuldige behandeling en het maken van een afweging welke plaatsen het meest geschikt zijn, mocht uitbreiding van ondergrondse berging wenselijk zijn.

In de brief d.d. 6 december 1994 van de Minister van VROM (TK, vergaderjaar 1994–1995, 23 819, nr. 5) aan de Tweede Kamer is het belang van een zorgvuldige procedure duidelijk neergelegd.


XNoot
1

Op dit moment zijn slechts ondergrondse gasopslagen aanwezig dan wel voorzien in Alkmaar, Grijpskerk en Langelo.

XNoot
2

Nederlands Dagblad 28 juni 1997.

XNoot
3

NRC 11 juli 1997.

XNoot
4

De financiële Telegraaf 14 juni 1997.

XNoot
5

Blz. 143 van de Derde Energienota.

Naar boven