Vragen van het lid Kemperman (FVD) op 4 december 2025 medegedeeld aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over mogelijke belangenverstrengeling bij de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.

Antwoorden van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening ontvangen op 28 januari 2026.

De Kamervragen zijn gebaseerd op een signaal van een betrokkene in het Wkb-stelsel. Het is van belang om allereerst kort in te gaan op de rolverdeling van partijen in het stelsel.

Bij de inrichting van het stelsel is aangesloten bij het kabinetsstandpunt certificatie en accreditatie in het kader van overheidsbeleid. In overeenstemming met het kabinetsstandpunt is bij de uitwerking van het stelsel gekozen voor een wettelijk verankerde conformiteitsbeoordeling van bouwwerken door een onafhankelijke en deskundige instantie. In het stelsel van kwaliteitsborging wordt deze rol uitgevoerd door de instrumentaanbieders. Zij ontwikkelen een toetsingsmethodiek – een instrument voor kwaliteitsborging – waarmee kan worden aangetoond dat bouwwerken in gevolgklasse 1 voldoen aan de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Zij doen dit binnen de in het Besluit kwaliteit leefomgeving vastgelegde regels. Alvorens een instrument voor kwaliteitsborging mag worden toegepast beoordeelt de TloKB of aan alle wettelijke vereisten is voldaan. Hierbij wordt ook beoordeeld op welke wijze de instrumentaanbieder toeziet op de naleving van het instrument door de kwaliteitsborger. De TloKB is ook de toezichthouder op het stelsel en is verantwoordelijk voor toezicht en handhavinDoor het stelsel getrapt in te richten met de TloKB als publiekrechtelijk ‘slot op de deur’ wordt dubbel werk voorkomen en is sprake van een heldere taakverdeling. De wijze van inrichting van het Wkb-stelsel is daarmee qua toezichtstructuur vergelijkbaar met bijvoorbeeld met de Algemene Periodieke Keuring voor motorvoertuigen, waar de RDW keurmeesters aanwijst en daar op zelf toezicht op houdt.g, eventuele bestuursrechtelijke interventies, en daarmee het bewaken van publieke belangen.

Door het stelsel getrapt in te richten met de TloKB als publiekrechtelijk ‘slot op de deur’ wordt dubbel werk voorkomen en is sprake van een heldere taakverdeling. De wijze van inrichting van het Wkb-stelsel is daarmee qua toezichtstructuur vergelijkbaar met bijvoorbeeld met de Algemene Periodieke Keuring voor motorvoertuigen, waar de RDW keurmeesters aanwijst en daar op zelf toezicht op houdt.

Inleiding

Op 17 november 2025 ontving de Eerste Kamer een brief1 waarin een ter zake deskundig expert – opnieuw en onderbouwd – zorgen uit over de (schijn van) belangenverstrengeling bij enkele ambtenaren die betrokken zijn bij de (totstandkoming en monitoring van) de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Eerder ontving de vragensteller vanuit zijn netwerk en uit de praktijk gelijksoortige signalen. Daarom de volgende vragen:

Vraag 1

Bent u bekend met deze brief, waarin de schrijver zorgen uit over de (mogelijke) schijn van belangenverstrengeling inzake de Wkb?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Bent u voornemens hier serieus aandacht aan te schenken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke acties onderneemt u naar aanleiding van deze brief?

Antwoord 2

Ik herken niet het beeld, dat er sprake is van (schijn van) belangverstrengeling bij enkele ambtenaren, die betrokken zijn bij (de totstandkoming en monitoring) van de Wkb.

Uiteraard schenk ik serieus aandacht aan alle onderbouwde signalen over de Wkb die ik van partijen en deelnemers ontvang. Vanuit het Wkb-overleg, het maandelijkse overleg op landelijk niveau tussen de bouwsector, kwaliteitsborgers, het bevoegd gezag, de TloKB en mijn ministerie, wordt ook nadrukkelijk opgeroepen om specifieke signalen door te geven ter nadere beschouwing. Partijen weten elkaar daar te vinden. Daarbij is het wel steeds van belang vast te stellen, dat het gaat om concreet onderbouwde signalen en casussen, zodat deze adequaat te onderzoeken en te verifiëren zijn. Meningen of standpunten zonder onderbouwing over het wettelijke stelsel moeten hiermee niet worden vermengd.

Het stelsel is, zoals hiervoor toegelicht, getrapt ingericht: het publieke toezicht op de kwaliteitsborging vindt plaats door de TloKB op de instrumentaanbieder en vervolgens door de instrumentaanbieder op de kwaliteitsborger. In aanvulling hierop ziet de TloKB toe op de werking van het stelsel in brede zin door bij 5% van de projecten op de bouwplaats de kwaliteit te verifiëren.

Vraag 3 t/m 5

Op welke termijn onderneemt u deze acties?

Kunt u de Kamer van uw acties op de hoogte stellen en haar informeren over uw bevindingen?

Wanneer uw bevindingen, naar aanleiding van een onderzoek naar de (schijn van) belangenverstrengeling, aanleiding geven tot zorgen of twijfel over eerdere berichtgeving over de werking van de Wkb door deze ambtenaar of ambtenaren, kunt u dan aangeven wat uw verdere acties zijn ten aanzien van de werking van deze wet?

Antwoorden 3 t/m 5

Zoals aangegeven in mijn antwoord op uw tweede vraag herken ik de (schijn van) belangenverstrengeling niet. Daarom zie ik dit moment geen redenen om hiernaar nader of extra onderzoek te doen. Ik vertrouw op de professionaliteit, deskundigheid en integriteit van TloKB. Daarnaast begrijp ik uit contact met de TloKB dat instrumentaanbieders ook nadrukkelijk op hun taak en rol worden aangesproken. Het stelsel krijgt daarmee, ook wat betreft toezicht en handhaving, de robuuste vorm die beoogd is.

Tot slot is het toezicht een nadrukkelijk onderdeel van de monitoring en evaluatie van het stelsel. In het eerste kwartaal van dit jaar zal de TloKB haar jaarverslag zal publiceren, met daarin het jaaroverzicht de werking van het stelsel. Mochten hieruit of uit de bredere monitoring en (tussen)evaluatie door Arcadis lacunes in het stelsel aan het licht komen dan zal ik deze samen met de andere partijen in het stelsel adresseren en zo nodig voorbereidingen treffen om de regelgeving hierop aan te passen.

Vraag 6

Kunt u, vanwege het belang van het onderwerp, deze vragen met voorrang beantwoorden?

Antwoord 6

Ja.

Naar boven