Aanhangsel van de Handelingen
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 10 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 10 |
Kan de Minister bevestigen dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken, gelet op haar coördinerende verantwoordelijkheid voor EU-aangelegenheden, het aangewezen aanspreekpunt is voor vragen over het al dan niet gebruiken van omnibusprocedures door de Europese Commissie, de Raad en het Europese Parlement en het al dan niet daarbij uitvoeren van effectbeoordelingen («Impact Assessments»), zoals door de Staatssecretarissen «Digitale Economie en Soevereiniteit» en «Rechtsbescherming en Gevangeniswezen» tijdens het mondeling overleg d.d. 26 mei 2026 met de commissies Digitalisering en Economische Zaken en Groene Groei en de rapporteurs Van de Sanden en Fiers voor de Omnibussen AI en Digitaal is aangegeven?
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken vervult een coördinerende rol voor de verschillende omnibusvoorstellen, vanuit zijn brede verantwoordelijkheid voor de coördinatie van het Nederlandse standpunt ten aanzien van EU-aangelegenheden. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is verantwoordelijk voor het beleid inzake betere regelgeving en daarmee voor de vormgeving van het Nederlandse standpunt over het gebruik van omnibusprocedures als instrument, inclusief het daarbij al dan niet uitvoeren van effectbeoordelingen. Daarom wordt deze beantwoording mede namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat verzonden.
Deelt de Minister de opvatting van de rapporteurs – in lijn met de standpunten hierover van door dezen geraadpleegde deskundigen – dat een omnibusprocedure naar haar aard uitsluitend is bedoeld voor technische consolidatie en vereenvoudiging van bestaande regels – derhalve voor «vorm» en niet voor «inhoud» – en dat het gebruik van een omnibusprocedure voor (wezenlijke) materiële wijzigingen zonder voorafgaande effectbeoordeling oneigenlijk is, te minder waar daarbij grondrechten aan de orde zijn? Kan de Minister het standpunt van de regering toelichten.
Het kabinet verwelkomt de inzet van de Commissie om met omnibusvoorstellen en andere vereenvoudigingsinitiatieven onnodige regeldruk terug te dringen. Het aanpakken van onnodige regeldruk is, ook nationaal, voor het kabinet een prioriteit. Zoals benoemd in de beantwoording van de nadere vragen van de Eerste Kamer over de Omnibus Digitaal, Omnibus AI en Data Unie Strategie1 van 22 mei jl., is de Nederlandse inzet bij de Omnibusvoorstellen in brede zin om regelgeving te verduidelijken en te stroomlijnen, terwijl de doelen van de wetgeving overeind blijven.
Een omnibusvoorstel wordt in de regel gebruikt om bestaande EU-regels te vereenvoudigen, te stroomlijnen, te consolideren of technisch aan te passen. De omnibusvoorstellen die sinds februari 2025 zijn gepresenteerd in het kader van de vereenvoudigingsopgaven beperken zich echter niet per definitie tot technische wijzigingen. Het kabinet heeft daartegen geen bezwaar mits eventuele inhoudelijke wijzigingen passen binnen de doelstelling om regelgeving eenvoudiger, duidelijker en beter uitvoerbaar te maken en de onderliggende beleidsdoelen overeind blijven.
Het kabinet acht het niet wenselijk dat impactvolle voorstellen zonder effectbeoordeling worden gepresenteerd. Het kabinet zal er daarom op blijven aandringen dat de Commissie bij impactvolle voorstellen, waaronder omnibusvoorstellen met significante effecten, een effectbeoordeling opstelt of overtuigend motiveert wanneer daarvan wordt afgezien.
Bij welke omnibussen is er – behalve bij de digitale – in de afgelopen 2 jaar geen effectbeoordeling uitgevoerd?
Bij geen van de tien sinds 26 februari 2025 gepubliceerde omnibuspakketten heeft de Commissie een effectbeoordeling uitgevoerd.
Hoe heeft de regering, in de Raad of langs andere weg, het ontbreken van effectbeoordelingen bij recente digitale omnibuspakketten aan de orde gesteld? De regering heeft eerder aangegeven herhaaldelijk en tevergeefs hiervoor te hebben gepleit; graag ontvang ik van u een feitelijk overzicht van dergelijke contacten – wanneer, in welke gremia, met welke lidstaten – en het resultaat ervan, in het bijzonder voor de Omnibus AI en de Digitale Omnibus.
Sinds de eerste bespreking van de Omnibus AI en de Digitale Omnibus in de Antici Group on Simplification op 21 november jl. heeft het kabinet herhaaldelijk gepleit voor het uitvoeren van een impact assessment. Dit heeft het kabinet zowel mondeling tijdens interventies in deze Raadswerkgroep gedaan, alsook via schriftelijk commentaar. Bovendien heeft het kabinet via het non-paper over de vergaande wijzigingen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)2 dat op 8 april jl. met uw Kamer gedeeld is bepleit dat wijzigingen die verder gaan dan de vereenvoudiging van regelgeving vergezeld zouden moeten zijn van een effectbeoordeling. In dat kader heeft het kabinet ook contact gezocht met gelijkgestemde lidstaten.
Ondanks de inspanningen van de regering is er onvoldoende steun in de Raad om de Commissie ertoe te zetten alsnog een effectbeoordeling uit te voeren. Voor wat betreft het resultaat van de bredere inzet voor de digitale omnibuspakketten bent u op 8 mei jl. geïnformeerd over de uitkomsten van de onderhandelingen over de Omnibus AI.3 Het krachtenveld rondom de Omnibus Digitaal is nog in ontwikkeling. Er kan daarom nog niet worden geconcludeerd wat het resultaat is geweest van de Nederlandse inzet. Wel zijn er positieve signalen met betrekking tot het krachtenveld omtrent de belangrijkste zorgpunten van het kabinet.
Is de Minister bekend met de brief van het Committee of European Affairs van het Deense parlement («Folketing») van 8 mei 2026 aan Eurocommissaris Dombrovskis, waarin op basis van haar eigen analyse – slechts 14 van de 64 belangrijke voorstellen vergezeld gingen van een effectbeoordeling – wordt aangedrongen op het terugkeren naar effectbeoordelingen als regel? Deelt de regering deze analyse en zo nee, waarom niet?
Ja, ik ben bekend met deze brief. Zoals benoemd in eerdere beantwoording deelt het kabinet de analyse dat de Commissie bij impactvolle voorstellen, waaronder omnibusvoorstellen met significante effecten, een effectbeoordeling zou moeten opstellen of overtuigend zou moeten motiveren wanneer daarvan wordt afgezien.
Hoe weegt de regering de gezamenlijke opinie van de EDPB en de EDPS van 10 februari 2026 inzake de Digitale Omnibus, waarin beide toezichthouders betreuren dat een volledige effectbeoordeling ontbreekt en oordelen dat de mogelijke gevolgen voor de grondrechten onvoldoende zijn gewogen?
Zoals benoemd in eerdere beantwoording en onderstreept, betreurt het kabinet, net als het Europees Comité voor Gegevensbescherming (EDPB) en de Europese Toezichthouder voor Gegevensbescherming (EDPS), dat een volledige effectbeoordeling ontbreekt en dat de mogelijke gevolgen voor de grondrechten onvoldoende zijn gewogen.
Hoe verhoudt zich volgens de regering de huidige inzet van de omnibusprocedure zonder effectbeoordelingen tot de Commissiemededeling «A Simpler, Clearer and Better Enforced EU Rulebook» (COM(2026) 380), waarin de Commissie zelf opnieuw committering aan betere regelgeving uitspreekt?
In de mededeling onderschrijft de Commissie het belang van effectbeoordelingen. De Commissie bevestigt in de mededeling het uitgangspunt dat ook voorstellen die gericht zijn op vereenvoudiging van bestaande regelgeving -zoals de omnibusvoorstellen- voorzien zouden moeten zijn van een effectbeoordeling. De Commissie geeft aan ervoor te willen zorgen dat deze voortaan in meer gevallen worden uitgevoerd.
Welke juridische weging maakt de regering, in het licht van rechtspraak van het Hof van Justitie van het risico dat onderdelen van Uniewetgeving die ten onrechte met gebruikmaking van onjuiste (omnibus)procedures en/of zonder benodigde effectbeoordeling tot stand komen op proportionaliteits- of andere gronden voor vernietiging in aanmerking kunnen komen?
Bij omnibuswetgeving worden meerdere bestaande Uniewetgevingshandelingen via één pakket Uniewetgeving gewijzigd. Het toepassen van een omnibusprocedure is op zichzelf genomen niet onrechtmatig. Hierbij wordt de procedure voor totstandkoming van Uniewetgeving zoals voorgeschreven door de EU-Verdragen doorlopen.
De Europese Commissie, Raad en het Europees Parlement zijn het er over eens dat effectbeoordelingen een positieve bijdrage leveren aan de verbetering van de kwaliteit van Uniewetgeving. Zij vormen een instrument dat de Uniewetgever helpt om tot goed onderbouwde besluiten te komen. Effectbeoordelingen zijn dan ook een stap in het wetgevingsproces die in de regel moet worden gezet zodra een wetgevingsinitiatief naar verwachting significante economische, ecologische of sociale gevolgen zal hebben.
Effectbeoordelingen zijn echter niet bindend voor de Uniewetgever, en treden niet in de plaats van de politieke besluiten van het democratische besluitvormingsproces. Ook volgt uit vaste rechtspraak van het EU Hof van Justitie dat er geen verplichting is om in alle omstandigheden een effectbeoordeling te verrichten.4 Meer in het bijzonder heeft het EU Hof geoordeeld dat het achterwege laten van een effectbeoordeling niet als een schending van het evenredigheidsbeginsel kan worden aangemerkt indien de Uniewetgever zich in een bijzondere situatie bevindt waardoor hij daarvan moet afzien en hij over voldoende gegevens beschikt om te beoordelen of een vastgestelde maatregel evenredig is.5 De Uniewetgever kan voor de beoordeling van de evenredigheid van de door hem vastgestelde maatregelen met elke andere informatiebron rekening houden,6 en heeft daarbij een ruime beoordelingsbevoegdheid.7
Het kabinet heeft dan ook geen aanleiding om te veronderstellen dat het enkele feit dat een omnibusprocedure wordt gevolgd zonder effectbeoordeling door de Europese Commissie reden is voor onrechtmatigheid van een door de Raad en het Europees Parlement vastgestelde verordening of richtlijn.
Dat neemt niet weg dat het kabinet het niet wenselijk acht dat impactvolle voorstellen zonder effectbeoordeling worden gepresenteerd. Het kabinet zal er daarom op blijven aandringen dat de Commissie bij impactvolle voorstellen, waaronder omnibusvoorstellen met significante effecten, een effectbeoordeling opstelt of overtuigend motiveert wanneer daarvan wordt afgezien.
Is de regering bereid in de Raad, en waar passend jegens de Commissie, uitdrukkelijk stelling te nemen tegen het gebruik van de omnibusprocedure voor materiële wijzigingen zonder voorafgaande effectbeoordeling – niet alleen voor het lopende dossier Digitale Omnibus, maar als principieel uitgangspunt voor de overige aangekondigde omnibuspakketten voor zover dat daarin eveneens aan de orde zou kunnen zijn.
Acht de regering een adviesvraag aan de Raad van State om voorlichting te geven over de juridische houdbaarheid van Uniewetgeving die via de omnibusprocedure zonder effectbeoordeling tot stand komt zinvol? Zo nee, waarom niet?
Vragensteller ziet uw beantwoording – mede in het licht van de snelheid waarmee ernaar wordt gestreefd om de onderhandelingen over de Digitale Omnibus in de Raad ultimo juni 2026 af te ronden – graag binnen twee weken na heden met belangstelling tegemoet.
Met verwijzing naar het antwoord op vraag 8 ziet het kabinet geen meerwaarde in een adviesvraag om voorlichting van de Raad van State.
Arrest van 3 december 2019, Tsjechische Republiek/Parlement en Raad, C-482/17, EU:C:2019:1035, punt 82; arrest van 4 oktober 2024, Republiek Litouwen e.a./Parlement en Raad, gevoegde zaken C-541/20 tot en met C-555/20, ECLI:EU:C:2024:818, punt 221.
Arrest van 3 december 2019, Tsjechische Republiek/Parlement en Raad, C-482/17, EU:C:2019:1035, punten 84 en 85; arrest van 4 oktober 2024, Republiek Litouwen e.a./Parlement en Raad, gevoegde zaken C-541/20 tot en met C-555/20, ECLI:EU:C:2024:818, punt 225.
Arrest van 4 oktober 2024, Republiek Litouwen e.a./Parlement en Raad, gevoegde zaken C-541/20 tot en met C-555/20, ECLI:EU:C:2024:818, punt 220 en 600.
Arrest van 4 oktober 2024, Republiek Litouwen e.a./Parlement en Raad, gevoegde zaken C-541/20 tot en met C-555/20, ECLI:EU:C:2024:818, punt 219.
Arrest van 3 december 2019, Tsjechische Republiek/Parlement en Raad, C-482/17, EU:C:2019:1035, punt 82; arrest van 4 oktober 2024, Republiek Litouwen e.a./Parlement en Raad, gevoegde zaken C-541/20 tot en met C-555/20, ECLI:EU:C:2024:818, punt 221.
Arrest van 3 december 2019, Tsjechische Republiek/Parlement en Raad, C-482/17, EU:C:2019:1035, punten 84 en 85; arrest van 4 oktober 2024, Republiek Litouwen e.a./Parlement en Raad, gevoegde zaken C-541/20 tot en met C-555/20, ECLI:EU:C:2024:818, punt 225.
Arrest van 4 oktober 2024, Republiek Litouwen e.a./Parlement en Raad, gevoegde zaken C-541/20 tot en met C-555/20, ECLI:EU:C:2024:818, punt 220 en 600.
Arrest van 4 oktober 2024, Republiek Litouwen e.a./Parlement en Raad, gevoegde zaken C-541/20 tot en met C-555/20, ECLI:EU:C:2024:818, punt 219.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-ek-20252026-10.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.