Vragen van het lid Van Rooijen (50PLUS) op 19 augustus 2024 medegedeeld aan de Minister-President over zijn beantwoording van eerdere vragen over de staatsrechtelijke aspecten van het volgen van de zogenaamde SGH-route bij de afwikkeling van de toeslagenaffaire

Antwoorden van de Minister-President en de Staatssecretaris van Financiën ontvangen op 19 december 2024.

Vraag 1

Waarom laat de Minister-President de beantwoording van mijn vragen1 over de staatsrechtelijke aspecten van het volgen van de zogenaamde SGH-route bij de afwikkeling van de toeslagenaffaire, over aan een Staatssecretaris?2 Heeft het kabinet besloten dat van een dossier, de staatsrechtelijke aspecten die het koningshuis aangaan, voortaan tot de portefeuille van de bewindspersoon van dienst behoren in plaats van tot die van de Minister-President? Welk argument ligt hieraan ten grondslag? Heeft ter zake afstemming plaatsgevonden met de Koning als hoofd van het Koninklijk Huis? Wanneer is dit besluit genomen en waarom is dit niet kenbaar gemaakt aan de Staten-Generaal?

Antwoord 1

De antwoorden op uw gestelde vragen zijn op 6 december aan u toegezonden.

Vraag 2

Is de Minister-President alsnog bereid de betreffende vragen zelf te beantwoorden, ten minste de vragen 1, 2, 3, 7, 8 en 10 t/m 17?

Antwoord 2

De antwoorden op uw gestelde vragen zijn op 6 december aan u toegezonden.

Vraag 3

Is de Minister-President bekend met het artikel van prof. mr. P.P.T. Bovend’Eert in de NRC van 12 augustus 2024 onder de kop «Laurentien moet zich terugtrekken»?3

Antwoord 3

Ja.

Vraag 4

Deelt de Minister-President de conclusie van de auteur dat het kabinet-Rutte IV zijn plicht heeft verzaakt door een lid van het Koninklijk Huis een functie te laten vervullen op een beleidsterrein dat politiek uiterst gevoelig is, namelijk de afwikkeling van de toeslagenaffaire? Zo ja, tot welk(e) besluit(en) gaat dit leiden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

Nee. De betrokkenheid van Prinses Laurentien bij de opstart van de pilotfase met SGH is getoetst door de Staatssecretaris van Financiën, en er is geconcludeerd dat de ministeriële verantwoordelijkheid zich niet verzet tegen deze betrokkenheid. De Minister-President heeft deze conclusie onderschreven. Zie voorts het antwoord op vraag 5.

Vraag 5

Overweegt de Minister-President thans de prinses te verzoeken zichzelf op afstand te plaatsen van het onderhavige dossier, nu ook in het openbaar van meerdere kanten is gewezen op de mogelijke risico’s die zijn verbonden aan dit dossier ten aanzien van de mogelijk rechtstreekse betrokkenheid van prinses Laurentien? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5

Op 28 augustus jl. heeft prinses Laurentien haar besluit kenbaar gemaakt om te stoppen als voorzitter van SGH. Het kabinet respecteert deze keuze, en is de prinses dankbaar voor haar grote inzet voor gedupeerde ouders. Het kabinet wil daarbij benadrukken dat het vertrek van de prinses geen gevolgen heeft voor het vervolg van de afhandeling van aanvragen voor aanvullende compensatie van werkelijke schade via SGH.

Vraag 6

Wil de Minister-President toezeggen, rebus sic stantibus, de voortgang van dit dossier persoonlijk nauwlettend te volgen en hierop te allen tijde aanspreekbaar te zijn?

Antwoord 6

De verantwoordelijkheid voor het beleid en de uitvoering van de hersteloperatie en liggen bij de Staatssecretaris van Financiën – Herstel en Toeslagen, zij is hierop vanzelfsprekend aanspreekbaar.

Vraag 7

Is de Minister-President bereid om deze vragen alsmede de in vraag 2 hierboven aangeduide vragen op korte termijn te beantwoorden?

Antwoord 7

Per abuis zijn de antwoorden op deze set aanvullende vragen niet meegezonden met de brief van 6 december.


X Noot
1

Aanhangsel Handelingen I 2023/24, nr. 232412

X Noot
2

Zie de brief d.d. 12 juli 2024 van de Minister-President betreffende de overdracht van de beantwoording van vragen van het lid Van Rooijen over de afwikkeling van de toeslagenaffaire, met kenmerk 4409671.

X Noot
3

Opinie | Laurentien moet zich terugtrekken – NRC

Naar boven