Vragen van het lid Kluit (GroenLinks-PvdA) op 17 oktober 2024 medegedeeld aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over mest en mestverwerking.

Antwoorden van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur ontvangen op 8 november 2024.

Vraag 1

Kunt u aangeven welke additieven toegestaan zijn om bij te mengen aan mest die wordt uitgereden op het land?

Antwoord 1

Op basis van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet (Ubm) en de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (Urm) mogen meststoffen alleen gemengd worden met rest- of afvalstoffen die zijn opgenomen in bijlage Aa, onderdeel III van de Urm (Stoffen die bij de productie van meststoffen kunnen worden gebruikt).

Daarnaast kunnen aan meststoffen ook producten worden toegevoegd die geen rest- of afvalstoffen zijn, maar juist speciaal zijn ontwikkeld om aan de meststof te worden toegevoegd. Dit zijn bijvoorbeeld producten die de emissie van stikstof uit meststoffen beperken. Het stelsel van de Meststoffenwet bevat geen specifieke bepaling die de toevoeging van dit soort producten reguleert. Voor bepaalde producten (nitrificatie-, denitrificatie of ureaseremmers) zijn wel regels opgenomen in de Europese Meststoffenverordening. Remmers die aan de regels van de Europese Meststoffenverordening voldoen zijn EU-bemestingsproducten en EU-bemestingsproducten mogen in Nederland worden gebruikt.

EU-bemestingsproducten zijn namelijk op grond van artikel 3 van de Tijdelijke regeling EU-bemestingsproducten vrijgesteld van de regels in zake de verhandeling van meststoffen in de Meststoffenwet, het Ubm en het Urm.

Voor nationale meststoffen geldt in het algemeen dat het stelsel van de Meststoffenwet geen verbod bevat om additieven, niet zijnde rest- of afvalstoffen, toe te voegen aan meststoffen mits de meststoffen waaraan het additief is toegevoegd, voldoen aan de eisen, bedoeld in het tweede lid van artikel 4 Ubm. Belangrijke eis is daarbij dat de meststof onder normale gebruiksomstandigheden geen schadelijke gevolgen voor de gezondheid van mens, dier of plant of voor het milieu heeft (artikel 6, derde lid, Ubm).

Vraag 2

Kunt u aangeven of, en zo ja, welke eisen en regels er worden gesteld ten aanzien van de additieven die aan mest kunnen worden toegevoegd? Het gaat hierbij met name om keuringvereisten, de protocollen die worden toegepast en de wijze waarop deze worden nageleefd.

Antwoord 2

Zoals in de beantwoording op vraag 1 is aangegeven, geldt voor het mogen toevoegen van rest-of afvalstoffen aan meststoffen dat meststoffen alleen gemengd mogen worden met rest- of afvalstoffen die zijn opgenomen in bijlage Aa, onderdeel III, van de Urm. Een afval- of reststof wordt uitsluitend opgenomen in bijlage Aa, nadat deze door de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM) is beoordeeld op een aantal criteria waaronder de productiewijze en werkzaamheid als meststof en risico’s voor de gezondheid van mens, dier en milieu. Het volledige beoordelingsprotocol is hier te vinden.1 Op basis van deze beoordeling adviseert de CDM mij om de stof al dan niet op te nemen in bijlage Aa. Als ik vervolgens besluit om de stof op te nemen in bijlage Aa mag de stof als meststof worden gebruik of worden gebruikt bij de productie van een meststof. Wel dient, alvorens de stof kan worden opgenomen in bijlage Aa, het voornemen daartoe als technische voorschrift te worden genotificeerd bij de Europese Commissie.

Voor wat betreft de producten die speciaal zijn ontwikkeld om te worden toegevoegd aan meststoffen stelt de Meststoffenwet geen regels anders dan dat de meststof waaraan het product is toegevoegd moet voldoen aan het bepaalde in artikel 4, tweede lid, van het Ubm.

Voor wat betreft EU-bemestingsproducten geldt dat die, middels certificatie zoals geregeld in de Tijdelijke regeling EU-bemestingsproducten, aantoonbaar moeten voldoen aan de regels uit de Meststoffenverordening.

Vraag 3

Kunt u aangeven of en zo ja, op welke wijze, hierbij wordt getoetst of toegestane additieven onwenselijke effecten hebben op het milieu, water en de voedselveiligheid?

Antwoord 3

Zie antwoord op vraag 1 en 2.

Vraag 4

Op welke wijze worden daarbij stoffen als PFOS, PFAS etc. geweerd?

Antwoord 4

In het beoordelingsprotocol is geen specifiek beoordelingscriterium voor PFOS, PFAS etc. opgenomen. Wel beoordeelt de CDM de rest- en afvalstoffen op aanwezigheid van stoffen die daarin redelijkerwijs aanwezig kunnen zijn vanuit de grondstof of productieproces. Ten algemene is het beleid van de Nederlands overheid er op gericht PFAS en soortgelijke stoffen bij de bron (productie) aan te pakken en te voorkomen dat het in het milieu terechtkomt.

En ook hier geldt in het algemeen (dus ook voor de toevoeging van andere stoffen dan rest- of afvalstoffen) dat het gebruik van meststoffen waaraan producten zijn toegevoegd uitsluitend is toegestaan indien dat onder normale gebruiksomstandigheden geen schadelijke gevolgen heeft voor de gezondheid van mens, dier of plant of voor het milieu (zie ook antwoord op vraag 1).

Vraag 5

Op welke wijze worden de normen voor voedselveiligheid en waterkwaliteit gegarandeerd in het proces van mestverwerking op het land?

Antwoord 5

De normen voor voedselveiligheid worden geborgd doordat uitsluitend rest- en afvalstoffen gemengd mogen worden met meststoffen of bij de productie van meststoffen gebruikt mogen worden die vermeld staan in bijlage Aa van de Urm. Voor het gebruik van dierlijke bijproducten als meststof zijn in sommige gevallen aanvullende voorschriften vanuit de Verordening dierlijke bijproducten van toepassing. Bij het proces voorafgaand aan de opname in bijlage Aa, zoals dat beschreven is in het antwoord op vraag 2, worden de rest- en afvalstoffen onder meer beoordeeld op de aanwezigheid van contaminanten en pathogenen. Daarnaast wordt beoordeeld of de rest- en afvalstoffen schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid van mens, dier of plant. Maar ook de milieueffecten, zoals het effect op de waterkwaliteit, worden betrokken bij de beoordeling van rest- en afvalstoffen. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ziet toe op naleving van deze toegelaten meststoffen en toepassing daarvan op het land.

Vraag 6

Kunt u aangeven hoe er gehandhaafd kan worden zodat voorkomen wordt dat onwenselijke stoffen op landbouwgrond terecht komen? Met andere woorden welke verboden zijn in werking en hoe kan daarop gehandhaafd worden?

Antwoord 6

De verhandeling van meststoffen is gereguleerd via de Meststoffenwet en de aanwending van meststoffen is gereguleerd via het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Alleen meststoffen die voldoen aan de verhandelingseisen uit de Meststoffenwet mogen op grond van artikel 4.1183 Bal worden aangewend. Rest- en afvalstoffen die niet zijn opgenomen in bijlage Aa of meststoffen die zijn vermengd met rest- of afvalstoffen die niet zijn opgenomen in bijlage Aa mogen niet als meststof worden verhandeld en daarom ook niet worden aangewend. Dit wordt strafrechtelijk gehandhaafd. De NVWA voert de controles uit en stelt indien zij een overtreding constateert proces-verbaal op. Het is vervolgens aan het Openbaar Ministerie of tot vervolging wordt overgegaan.

Vraag 7

Kunt u aangeven hoeveel FTE de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) inzet op mesttransporten, en de controle van bufferstroken en vanggewassen?

Antwoord 7

Voor regulier toezicht op het mestbeleid heeft de NVWA een formatie beschikbaar van ca. 90 gespecialiseerde inspecteurs (in opdracht van het Ministerie van LVVN). De werkzaamheden worden grotendeels risicogericht ingebed (Versterkte Handhavingsstrategie Mest). Hierbij wordt onder meer ingezet op inspectiewerkzaamheden rondom mesttransporten, vanggewas en bufferstroken. Waar en hoe de werkzaamheden worden uitgevoerd, kan jaarlijks verschillen, afhankelijk van de accenten die de NVWA legt wat betreft doelgroep of specifieke thema's.

Naar boven