Vragen van de leden Nicolaï, Koffeman en Visseren-Hamakers (allen PvdD) op 17 juli
2023 medegedeeld aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de levering van clusterbommen
door de Verenigde Staten aan Oekraïne.
Mededeling van de Minister van Buitenlandse Zaken (ontvangen 4 september 2023).
Vraag 1
Is de Nederlandse regering op de hoogte gesteld van het besluit van de Verenigde Staten
om clusterbommen aan Oekraïne beschikbaar te stellen en toe te staan dat deze worden
gebruikt? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet?
Vraag 2
Zijn de landen die deel uitmaken van de NAVO hierover geconsulteerd? Zo ja, wanneer
en op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Heeft de Nederlandse regering in NAVO-verband een oordeel gegeven over het besluit
van de Verenigde Staten? Zo ja, wanneer, op welke wijze en wat hield dat oordeel in?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
In een editorial in The Guardian van 10 juli 2023 wordt het volgende gesteld:
«Twenty-thousand Laotians, almost half of them children, have been killed or injured
by unexploded ordnance since the Vietnam war ended. It is half a century since de
US stopped bombing Laos, having dropped more than 2 m tons of cluster munitions; decades
on, people then unborn are still paying the price. On our estimate, it will take another
100 years to fully clear the country. This is the true cost of cluster munitions.»
Klopt deze informatie? Zo nee, in welk opzicht klopt deze informatie niet? Zo ja,
heeft u bezwaren tegen de levering van clusterbommen aan Oekraïne?
Vraag 5
Nederland heeft de «Convention on Cluster Munitions» (hierna: de Conventie) ondertekend.
Hoeveel landen van de NAVO hebben zich ook aan deze Conventie gebonden? Heeft de Nederlandse
regering met die landen overlegd over hoe op het besluit van de Verenigde Staten dient
te worden gereageerd? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
In artikel 21, tweede lid, van de Conventie is bepaald:
«Each State Party shall notify the governments of all States not party to this Convention,
referred to in paragraph 3 of this Article, of its obligations under this Convention,
shall promote the norms it establishes and shall make it best efforts to discourage
States not party to this Convention from using cluster munitions.»
Deelt de regering het oordeel van de vragenstellers dat hier een rechtsplicht wordt
opgelegd aan Nederland om van Oekraïne te eisen dat het land afziet van het gebruik
van clusterbommen en om van de Verenigde Staten te verlangen dat zij terugkomen op
het besluit om clusterbommen ter beschikking te stellen? Zo nee, op welke gronden
komt u tot dat standpunt?
Vraag 7
Heeft de Nederlandse regering richting Oekraïne en de Verenigde Staten stappen ondernomen
tot naleving van het bepaalde het artikel 21, tweede lid, van de Conventie? Zo ja,
welke? Zo nee, is de regering bereid alsnog die stappen te ondernemen? En als die
bereidheid er niet is, hoe verdraagt zich dat met de duidelijke tekst van artikel
21, tweede lid?
Vraag 8
Welke sancties kan Nederland toepassen richting Oekraïne indien van de regering van
dat land in het kader van artikel 21, tweede lid, van de Conventie is verlangd om
af te zien van gebruik van clusterbommen, maar die regering daartoe niet bereid is?
Is de Nederlandse regering bereid tot het treffen van sancties? Zo ja, welke? Zo nee,
hoe valt te verantwoorden dat Nederland in dat geval toelaat dat een land dat zij
financieel en militair steunt, gebruikmaakt van clusterbommen in strijd met een Conventie
die Nederland heeft ondertekend samen met andere landen «basing themselves on the
principles and rules of international humanitarian law» (slotoverweging in de considerans)?
Vraag 9
Bent u bereid alles te doen wat in uw vermogen ligt om de levering van clusterbommen
te voorkomen? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Maakt het Russische leger gebruik van clusterbommen tijdens de oorlog in Oekraïne?
Zo ja, welke stappen heeft u gezet om Rusland daarop aan te spreken? Zo nee, wat rechtvaardigt
dan volgens de Verenigde Staten de levering van clusterbommen aan Oekraïne?
Mededeling
Naar aanleiding van de schriftelijke vragen van de leden Nicolaï, Koffeman en Visseren-Hamakers
(allen PvdD) over de levering van clusterbommen door de Verenigde Staten aan Oekraïne
(ingezonden op 17 juli 2023, met kenmerk 173615.01u / 173615.02u), deel ik u mede
dat het niet mogelijk is gebleken om de beantwoording binnen de gestelde termijn,
noch voor het einde van het zomerreces, aan uw Kamer te doen toekomen. Nadere afstemming
tussen de betrokken ministeries is nodig om de vragen zorgvuldig en volledig te beantwoorden.
Het streven is de antwoorden zo spoedig mogelijk aan uw Kamer te sturen.