Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de uitzending «Kind zwaar mishandeld, aangifte blijft liggen» van Pointer (ingezonden 1 september 2026).

Mededeling van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 22 september 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met de uitzending «Kind zwaar mishandeld, aangifte blijft liggen» van Pointer (KRO-NCRV) van 27 augustus 2026 en met het bijbehorende fragment over Dominique dat Pointer via sociale media heeft verspreid?

Vraag 2

Wat vindt u ervan dat Dominique, anderhalf jaar nadat zij tijdens haar werk door een patiënt werd aangevallen en aangifte deed, nog altijd nauwelijks iets van de politie of het Openbaar Ministerie (OM) heeft gehoord?

Vraag 3

Hoe verhoudt de gang van zaken in de zaak van Dominique zich tot uw antwoord op de eerdere schriftelijke vragen van het lid Van der Plas (2026Z06060) dat geweld tegen hulpverleners altijd opvolging dient te krijgen en slachtoffers optimaal moeten worden geïnformeerd?

Vraag 4

Welke concrete stappen bent u bereid te zetten om ervoor te zorgen dat Dominique alsnog duidelijkheid krijgt over de status en afhandeling van haar aangifte?

Vraag 5

Wanneer ontvangt de Kamer de herziene Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA), die u in de zomer van 2026 openbaar wilde maken?

Vraag 6

Welke concrete consequenties volgen er voor politie of OM wanneer zij de ELA niet naleven, bijvoorbeeld wanneer een aangifte niet wordt opgevolgd of een slachtoffer niet wordt geïnformeerd?

Vraag 7

Hoe kunt u stellen dat de ELA niet vrijblijvend zijn wanneer aan het niet naleven daarvan geen duidelijke consequenties verbonden lijken te zijn?

Vraag 8

Waarom waren knelpunten uit de evaluatie van 2020 bij de evaluatie van 2025 nog altijd niet adequaat opgelost en wie was verantwoordelijk voor het oplossen daarvan?

Vraag 9

Kunt u per knelpunt uit de evaluatie van 2025 aangeven welke maatregel in de herziene ELA wordt opgenomen, wie verantwoordelijk wordt voor de uitvoering en binnen welke termijn verbetering moet zijn bereikt?

Vraag 10

Bent u bereid de naleving van de herziene ELA periodiek en onafhankelijk te laten monitoren en de Kamer jaarlijks over de uitkomsten te informeren?

Vraag 11

Waarom wordt niet geregistreerd of slachtoffers na hun aangifte daadwerkelijk tijdig en volledig door politie en OM worden geïnformeerd?

Vraag 12

Bent u bereid in de herziene ELA maximale termijnen vast te leggen voor de eerste terugkoppeling aan slachtoffers en de daaropvolgende informatie over de voortgang?

Vraag 13

Bent u bereid in de herziene ELA vast te leggen dat een slachtoffer gedurende de strafrechtelijke afhandeling één duidelijk aanspreekpunt krijgt?

Vraag 14

Wie controleert of de informatie op MijnSlachtofferzaak.nl actueel, volledig en begrijpelijk is en hoe vaak gebeurt dat?

Vraag 15

Welke concrete route kan een zorgmedewerker volgen wanneer na een aangifte gedurende langere tijd geen informatie van politie of OM wordt ontvangen?

Vraag 16

Hoe zorgt u ervoor dat iedere zorgmedewerker weet waar hij of zij terechtkan wanneer een aangifte niet wordt opgenomen, niet wordt opgevolgd of de communicatie vastloopt?

Vraag 17

Welke instantie is verantwoordelijk voor het signaleren en herstellen van individuele zaken waarin de ELA niet goed worden uitgevoerd en hoe voorkomt u dat structurele problemen als incidenten worden afgedaan?

Vraag 18

Bent u bereid in de herziene ELA vast te leggen dat slachtoffers bij een sepot altijd actief, tijdig en gemotiveerd worden geïnformeerd over de reden daarvan?

Vraag 19

Hoeveel van de VPT-aangiften waarbij in 2025 sprake was van een «strafvorderlijke reactie» hebben geleid tot dagvaarding, een strafbeschikking, een transactie, een voorwaardelijk sepot of een onvoorwaardelijk sepot?

Vraag 20

Vindt u het zuiver om het begrip «strafvorderlijke reactie», waaronder ook een sepot valt, te presenteren als aanwijzing dat geweld tegen functionarissen met een publieke taak daadwerkelijk wordt aangepakt?

Vraag 21

Bent u bereid in toekomstige rapportages steeds afzonderlijk te vermelden hoeveel zaken leiden tot vervolging, buitengerechtelijke afdoening, sepot en veroordeling?

Vraag 22

Sinds wanneer ontvangt het Ministerie van VWS signalen dat de politie terughoudend is met het opnemen of doorzetten van aangiften wanneer de verdachte een ggz-patiënt is, hoeveel signalen zijn ontvangen en tot welke concrete acties of beleidswijzigingen hebben deze signalen geleid?

Vraag 23

Hoe kunt u beoordelen of de mogelijkheden tot afgeschermd aangifte doen voldoende bekend en toegankelijk zijn wanneer niet wordt bijgehouden hoe vaak zorgmedewerkers daarvan gebruikmaken?

Vraag 24

Bent u bereid te onderzoeken hoeveel zorgmedewerkers afzien van aangifte uit angst voor herkenbaarheid, represailles of gevolgen voor hun werkrelatie met de verdachte?

Vraag 25

Bent u bereid te onderzoeken welke aanvullende vormen van identiteitsbescherming mogelijk zijn voor medewerkers met een publieke taak, zonder de bewijsvoering en de rechten van verdachten onevenredig te beperken?

Vraag 26

Is in het door u aangehaalde uitstroomonderzoek ook onderzocht hoeveel medewerkers vanwege agressie van werkgever, functie, afdeling of patiëntengroep wisselen zonder de zorgsector volledig te verlaten?

Vraag 27

Bent u bereid specifiek te onderzoeken in welke mate geweld en agressie tegen zorgmedewerkers leiden tot ziekteverzuim, functiewijziging, uitstroom uit afzonderlijke zorgsectoren en vermindering van het aantal gewerkte uren?

Vraag 28

Kunt u deze vragen voor het commissiedebat over politie van 09 september 2026 beantwoorden?

Mededeling

Hierbij deel ik u, mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede dat de schriftelijke vragen van het lid Van der Plas (BBB), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de uitzending «Kind zwaar mishandeld, aangifte blijft liggen» van Pointer (ingezonden 1 september 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen.

Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.

Naar boven