Vragen van het lid Heutink (Groep Markuszower) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het artikel waaruit blijkt dat de Raad voor de Rechtspraak adviseert om de bestuurlijke dwangsom bij het UWV niet af te schaffen (ingezonden 28 augustus 2026).

Mededeling van Minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 21 september 2026).

Vraag 1

Bent u op de hoogte van de inhoud van het advies van de Raad voor de Rechtspraak?1

Vraag 2

Hoe beoordeelt u het oordeel van de Raad voor de Rechtspraak dat met het afschaffen van de bestuurlijke dwangsom een laagdrempelig rechtsmiddel en een belangrijke stok achter de deur voor burgers verdwijnen en dat daarmee hun rechtsbescherming wordt verminderd?

Vraag 3

Deelt u de mening dat het wegnemen van een bestuurlijke dwangsom het gevolg zal hebben dat de chaos bij het UWV voorlopig niet zal worden opgelost, aangezien er minder financiële prikkels voor de instantie zijn? Zo nee, waarom niet?

Vraag 4

Welke laagdrempelige rechtsmiddelen, anders dan een proces bij de bestuursrechter, blijven er voor een persoon over, wanneer hij of zij al maanden op een WIA-beslissing wacht?

Vraag 5

Acht u het redelijk dat langdurige zieken, die vanwege hun zieke aard elke dag in onzekerheid leven en al hun energie nodig hebben voor de dagelijkse beslommeringen, te dwingen een ingewikkelde rechtsgang naar de bestuursrechter te bewandelen als het UWV de termijnen niet nakomt? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

Vraag 6

Mocht het tot het schrappen van de bestuurlijke dwangsom komen: welke concrete en meetbare criteria bent u voornemens te hanteren om te bepalen wanneer de dwangsom wéér zal worden ingevoerd?

Vraag 7

De prognose is dat de achterstanden bij WIA-aanvragen in 2030 oplopen tot 100.000 à 150.000, deelt u de conclusie dat daarmee allerminst zeker is dat de bestuurlijke dwangsom op afzienbare termijn opnieuw wordt ingevoerd?

Vraag 8

Hoe rechtvaardigt u dat juist in een situatie waarin burgers naar verwachting steeds langer op een besluit moeten wachten, hun rechtsbescherming wordt verminderd?

Mededeling

Hierbij deel ik u mede dat de beantwoording van de Kamervragen van het lid Heutink (Groep Markuszower) over «het afschaffen van de bestuurlijke dwangsom bij het UWV» niet binnen de gestelde termijn van drie weken mogelijk is omdat de afstemming ten behoeve van de beantwoording meer tijd vergt.


X Noot
1

Trouw, 25 augustus 2026, «Rechtspraak: schaf bestuurlijke dwangsom bij het UWV niet af» (www.trouw.nl/binnenland/rechtspraak-schaf-bestuurlijke-dwangsom-bij-het-uwv-niet-af~ba56333c6/).

Naar boven