Aanhangsel van de Handelingen
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2998 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2998 |
Op welke wijze is binnen het ministerie geborgd dat de wettelijke en procedurele informatieplicht richting de parlementaire enquêtecommissie volledig, tijdig en controleerbaar is nageleefd bij de omgang met de desbetreffende datakluis? Classificeert u deze borging met het huidige inzicht als afdoende en doeltreffend? Zo ja, waarom wel? Zo nee, waarom niet?1
Hoe is vastgesteld dat de betrokken medewerker, die reeds in 2022 kennis had van de datakluis, heeft gehandeld in overeenstemming met de interne zorgvuldigheids-, informatie- en archiveringsnormen die gelden bij parlementaire informatieverstrekking?
Kan worden uitgesloten dat sprake is geweest van actieve selectie, filtering of afbakening van informatie, die aan de parlementaire enquêtecommissie is verstrekt? Zo ja, op basis van welke toetsing is die conclusie getrokken?
Op welke wijze is de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het handelen of nalaten van de betrokken medewerker in dit proces vastgesteld, beoordeeld en intern gedocumenteerd? Classificeert u deze procedure met het huidige inzicht als afdoende en doeltreffend? Zo ja, waarom wel? Zo nee, waarom niet?
Het Ministerie van Financiën heeft de informatieplicht richting de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening (PEFD) met verschillende waarborgen omkleed. Het uitgangspunt is altijd volledige medewerking in het belang van het onderzoek geweest. De informatiefase en het leveren van documenten zijn met zorgvuldigheid uitgevoerd. Onderzoekskeuzes en zoekmethoden zijn vastgelegd en transparant met de enquêtecommissie gedeeld. Daarnaast heeft het Ministerie van Financiën de Auditdienst Rijk (ADR) als onafhankelijke derde gevraagd de inrichting en uitvoering van het gehanteerde werkproces bij de levering van stukken aan de parlementaire PEFD te onderzoeken. Het doel van het onderzoek was om inzicht te geven in het doorlopen proces om zo witte vlekken in kaart te brengen en verbeteringen in de werkwijze door te voeren voor de volgende parlementaire enquête.
Ten aanzien van de datakluis zijn, zoals ook blijkt uit het BDO-rapport: «in de periode na 2019 verschillende activiteiten ondernomen, waaronder: het formuleren van KPI's voor opschoning en vernietiging; het opstellen van plannen van aanpak per directie; het uitvoeren van inventarisaties van de inhoud van de datakluis; het ontwikkelen van pilots en voorstellen voor (gedeeltelijke) ontsluiting. Uit interviews en verslaglegging volgt dat de uitvoering van deze activiteiten per directie en periode varieerde en dat de voortgang afhankelijk was van beschikbare capaciteit, prioritering en inzicht in de data.» De kennis over de datakluis was dus aanwezig in de organisatie. De in het rapport benoemde medewerker heeft in elk geval zorgvuldig gehandeld door de datakluis onder de aandacht te brengen.
Dat de datakluis desondanks niet is meegenomen in de zoekslag voor de PEFD had nooit mogen gebeuren. In onze brief van 10 juli 2026 hebben wij opgenomen dat wij de aanbeveling van BDO onverkort overnemen. Dit betekent dat wij de door BDO aanbevolen vervolgonderzoeken zullen doen, waaronder een onderzoek naar signalen in het proces van informatievoorziening. Hierin zal aandacht worden besteed aan mogelijke andere signalen over de datakluis, ook bij andere zoekslagen, en aan het oppakken van deze signalen.
Hoe verhoudt de stelling dat het niet verstrekken van de documenten uit de datakluis «geen impact heeft gehad op de conclusies van de parlementaire enquêtecommissie» zich tot het feit dat deze commissie de desbetreffende informatie zelf niet heeft kunnen beoordelen? Op welke objectieve en verifieerbare onderbouwing is deze conclusie gebaseerd en op welke grond meent het kabinet zich daarover uit te kunnen laten?
De bevindingen van de PEFD zijn zeer stevig. Het gaat hierbij om onder meer:
– De menselijke maat was geheel zoek bij het fraudebeleid van de overheid;
– Staatsmachten zijn ernstig en langdurig tekortgeschoten in het bieden van rechtsbescherming;
– De politiek faalde in haar controlerende- en wetgevende taken; en
– Onschuldige mensen werden ten onrechte als fraudeurs aangemerkt.
Het kabinet heeft deze conclusies volledig omarmd en maakt hier werk van. De Staatssecretaris Herstel Toeslagen zal uw Kamer in het najaar berichten over de voortgang van de aanbevelingen die de PEFD heeft gedaan. Op dit moment is er geen zicht op de gehele inhoud van de bestanden die in de datakluis zitten. Wel is, zoals aangegeven in de Kamerbrief van 15 april, uit steekproeven gebleken dat in de datakluis documenten zitten die geleverd hadden moeten worden aan de PEFD. Het heeft onze prioriteit om op kortst mogelijk termijn op zorgvuldige wijze inzicht te geven in de exacte inhoud van de datakluis.
Graag willen we net als in de brief van 15 april 2026 benadrukken dat het aantreffen van deze gegevens geen invloed heeft op eerder genomen besluiten waarin ouders als gedupeerde zijn aangemerkt in het herstelproces. Ook verandert het niets aan de uitgangspunten van de hersteloperatie dat het verhaal van de ouder altijd leidend is en dat zij ruimhartig worden gecompenseerd voor geleden schade.
Classificeert u het feit dat zeven ambtsvoorgangers reeds van het bestaan van de datakluis afwisten en desondanks deze bewust of onbewust hebben achtergehouden als dermate problematisch dat daaraan straf- of bestuursrechtelijke consequenties verbonden moeten worden? Zo nee, waarom niet?
Kunt u aangeven waarom u niet actief wil kijken naar strafrechtelijke vervolging nu blijkt dat het complete stelsel, van ambtenaren tot bewindspersonen, jarenlang en stelselmatig zowel de Kamer als gedupeerden heeft voorgelogen, mede terwijl zij onder ede verklaarden? Zo nee, wat is er volgens u nog meer nodig om hiervoor wel in aanmerking te komen?
Op basis van de feiten die blijken uit het BDO-rapport herken ik de in de vraag 6 en 7 geschetste situatie niet.
De datakluis is in 2019 ingericht omdat de Belastingdienst achterliep met het opschonen en vernietigen van gegevens van de Q-schijf in het kader van de AVG en de archiefwet. Hierover is de Kamer destijds geïnformeerd.2 De datakluis komt ook terug in het rapport van de ADR uit datzelfde jaar.
Dat als gevolg van de datakluis bepaalde, zwaarwegende, vorderingen niet zijn nagekomen en mogelijk regels zijn overtreden is zeer ernstig. Er zijn in het onderzoek van BDO geen aanwijzingen dat dit opzettelijk is gebeurd met als doel voordeel te behalen.
Nu.nl, 18 augustus 2026, https://www.nu.nl/politiek/6406749/kabinet-heeft-spijt-dat-datakluis-met-stukken-toeslagenschandaal-verborgen-bleef.html
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2998.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.