Aanhangsel van de Handelingen
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2838 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2838 |
Deelt u de mening dat de uurlonen van een Indonesische zeevaarder en een Europese zeevaarder van respectievelijk 3,25 euro per uur en bijna 15 euro per uur onwenselijk ver uit elkaar liggen als zij hetzelfde werk doen? Herkent u het feit dat de Indonesische zeevaarder meer dan vier keer zoveel uur moet werken voor dezelfde uitgaven tijdens een avond walverlof te bekostigen als zijn Europese collega? Erkent u dat dit wrang en oneerlijk aanvoelt voor de Indonesische zeevaarder?
Acht u het wenselijk dat zeevaarders op Nederlandse schepen, ondanks het verrichten van hetzelfde werk, verschillend worden beloond vanwege hun nationaliteit? Zo ja, waarom?
Kunt u aangeven waarom de Kamerbrief alleen ingaat op de economische effecten van het loslaten van het woonlandbeginsel en niet op de de gevolgen van de huidige beloningsverschillen voor het welzijn en de rechtspositie van zeevarenden uit onder meer Indonesië, de Filipijnen en Oekraïne?
Erkent u dat juridisch gezien economische argumenten niet zonder meer een structureel onderscheid naar nationaliteit kunnen legitimeren?
Bent u bekend met het rapport «Second opinion HCSS/Deloitte over het vlagregister en woonlandbeginsel» van Stichting Economisch Onderzoek (SEO), waarin SEO laat zien dat de schatting door HCSS/Deloitte onhoudbaar is en dat het aantal schepen dat omvlagt hooguit 20 procent bedraagt?1
Hoe kijkt u aan tegen de methodologische kritiek van het rapport over de aannames van HCSS/Deloitte wat betreft bemanningssamenstelling, scheepstypen, het gewicht van loonkosten in de vlagbeslissing en het absorptievermogen van stijgende loonkosten?
Hoe kijkt u aan tegen de bevinding van SEO dat de geraamde werkgelegenheidsverliezen niet of nauwelijks opgaan?
Bent u het eens met de observatie van SEO dat clustervoordelen samenhangen met de plaats waar economische activiteit aan wal plaatsvindt en niet met de vlag die een schip voert?
Deelt u de mening dat op basis van het Deloitte-rapport geen conclusies kunnen worden getrokken over het potentiële vertrek van een deel van de Nederlandse reders als pagina 43 van het rapport expliciet aangeeft dat hiernaar geen onderzoek is gedaan? Zo ja, waarom noemt de Kamerbrief het vertrek van Nederlandse reders als één van de potentiële risico's van omvlaggen?
Herkent u dat het niet toepassen van het woonlandbeginsel door andere Europese vlagstaten laten zien dat een hogere mate van loonharmonisatie niet noodzakelijkerwijs onverenigbaar is met operationele levensvatbaarheid?
Bent u bereid om de woorden uit de Kamerbrief over het belang van het woonlandbeginsel te nuanceren gezien enerzijds het belang van welzijn en de rechtspositie van zeevarenden en anderzijds de overschatte gevolgen van het loslaten van het woonlandbeginsel?
Kunt u net als bij het Deloitte-rapport ook per brief schriftelijk reageren op de Second Opinion van SEO? Kunt u deze reactie voorgaand aan het commissiedebat Maritiem d.d. woensdag 30 september 2026 naar de Kamer sturen?
Bent u bereid om in het kader naar het onderzoek naar het behoud van Nederlandse gevlagde zeeschepen en de maritieme sector in Nederland ook maatregelen te onderzoeken hoe de concurrentiepositie van het Nederlandse vlaggenregister kan worden versterkt zonder gebruik te maken van verschillende loonstandaarden voor hetzelfde werk?
Kunt u zich in dit kader inzetten voor een afschaffing van het woonlandbeginsel op Europees, International Labour Organization (ILO) of anderszins internationaal niveau opdat zeevaarders gelijk worden beloond zonder dat dit ten koste gaat van de Nederlandse concurrentiepositie?
Deelt u de mening dat een neerwaartse concurrentie op arbeidsvoorwaarden in de maritieme sector onwenselijk is en dat een internationale inzet dit kan tegengaan?
Deelt u de zorg dat langdurige toepassing van het woonlandbeginsel kan bijdragen aan verdringing van Nederlandse zeevarenden en een afname van instroom in Nederlandse maritieme opleidingen?
Gelet op het feit dat het Deloitte-rapport vermeldt dat de Nederlandse vlag van groot strategisch belang is voor de nationale veiligheid maar geen onderscheid maakt tussen typen schepen, kunt u aangeven welke vormen van zeevaart volgens u met name van belang zijn (containervervoer, bulkvervoer, cruiseschepen, bijzondere scheepvaart – zeesleepvaart, bagger, oliewinning)? Maakt het voor de nationale veiligheid uit of al dan niet uitgevlagd wordt naar andere NAVO- of EU-landen?
Kunt u uiteenzetten welke juridische risico’s u ziet indien het huidige woonlandbeginsel in stand blijft, mede in het licht van de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens?
De vragen van de leden Vellinga-Beemsterboer en Neijenhuis (beiden D66) over de Kamerbrief «Schriftelijke reactie rapport «Het vlagregister en het woonlandbeginsel, economische en strategische waarde»» (vraagnummer 2026Z16887) kunnen niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. De reden is dat de zorgvuldige afstemming van de vragen meer tijd vergt. De beantwoording zal op zo kort mogelijke termijn aan de Kamer worden toegezonden. Hierbij zal worden voldaan aan het verzoek van de leden Vellinga-Beemsterboer en Neijenhuis om de beantwoording voor het commissiedebat Maritiem af te ronden.
Second opinion HCSS/Deloitte over het vlagregister en woonlandbeginsel – SEO Economisch Onderzoek
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2838.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.