Aanhangsel van de Handelingen
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2669 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2669 |
Klopt het dat de secretarissen-generaal (SG) van de ministeries op structurele basis bijeenkomen in het SG-beraad en dat daar interdepartementale afstemming plaatsvindt over lopende beleidsdossiers? Zo nee, hoe kwalificeert u de feitelijke werkzaamheden van dit overleg?
Hoe vaak vindt het SG-beraad gemiddeld plaats, hoeveel bijeenkomsten waren er het afgelopen jaar?
Welke functionaris is eindverantwoordelijk voor het bijeenroepen en structureren van het SG-beraad en wie stelt de agenda vast?
Op basis van welke concrete criteria worden onderwerpen wel of niet geagendeerd voor het SG-beraad en wie kan besluiten een onderwerp eventueel niet te behandelen?
Kunt u de gebruikelijke volgorde schetsen waarin beleidsdossiers ambtelijk worden afgestemd – inclusief gremia zoals het SG-beraad – voordat deze aan bewindspersonen of de ministerraad ter besluitvorming worden voorgelegd?
Welke rol speelt ambtelijke afstemming, inclusief het SG-beraad, bij het bepalen welke beleidsopties of varianten uiteindelijk aan bewindspersonen worden voorgelegd?
In welke vorm worden uitkomsten van het SG-beraad verwerkt in stukken richting bewindspersonen (bijvoorbeeld via beslisnota’s, annotaties of afgestemde varianten)?
Kan het SG-beraad, naast een coördinerende en informerende rol, soms ook een besluitvormende invloed uitoefenen op beleidsdossiers? Zo ja, hoe is deze rol staatsrechtelijk en bestuursrechtelijk verankerd, mede gelet op de ministeriële verantwoordelijkheid en het uitgangspunt dat politieke besluitvorming plaatsvindt door bewindspersonen en de ministerraad?
Kunt u, bij benadering, aangeven of het aantal dossiers dat jaarlijks via ambtelijke gremia zoals het SG-beraad wordt afgestemd, enkele tientallen, honderden of het merendeel van de beleidsdossiers betreft?
Klopt het dat in het ambtelijke voortraject keuzes worden gemaakt welke beleidsopties wel en niet worden uitgewerkt of aan bewindspersonen worden voorgelegd? Zo ja, op basis van welke overwegingen vindt deze selectie plaats? Speelt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) hierbij nog een rol?
Binnen ons staatsrechtelijk bestel functioneren ambtenaren van de Rijksoverheid altijd onder de ministeriële verantwoordelijkheid van een of meer bewindspersonen. Dit geldt zowel voor ambtelijke werkzaamheden bij de uitvoering van beleid als voor ambtelijke werkzaamheden in het kader van het voorbereiden van besluitvorming over toekomstig beleid, inclusief de keuze voor de wijze waarop de interdepartementale afstemming plaatsvindt.
Bij de wording van dit principe in de tweede helft van de negentiende eeuw was er in eerste instantie voornamelijk sprake van individuele verantwoordelijkheid van elke Minister afzonderlijk. Met het groeien van de taken van de staat, de bijbehorende noodzaak tot afstemming en de vorming van het parlementaire bestel na de invoering van het evenredig kiesstelsel, inclusief de voor Nederland zo kenmerkende coalitievorming die steunde op meerdere politieke fracties in het parlement, kreeg daarnaast ook de collectieve ministeriële verantwoordelijkheid een steeds belangrijker plaats. Zie voor een uitgebreidere beschouwing hierover bijvoorbeeld het ongevraagd advies van de Raad van State over de ministeriële verantwoordelijkheid uit 2020.1
De ministerraad vervult voor de collectieve ministeriële verantwoordelijkheid een belangrijke rol, omdat daar, in lijn met artikel 45 van de Grondwet en het reglement van orde voor de ministerraad, beraadslaagd en besloten wordt over het algemeen regeringsbeleid en de eenheid van beleid wordt bevorderd. De besluitvorming in de ministerraad wordt zorgvuldig voorbereid. Als er aanleiding toe is, kunnen voorgestelde besluiten worden geagendeerd in een onderraad of ministeriële commissies voordat ze in de ministerraad worden geagendeerd. In veel gevallen gaat er ook een zorgvuldige interdepartementale ambtelijke voorbereiding aan de besluitvorming vooraf in zogenoemde ambtelijke voorportalen. Daarbij geldt het uitgangspunt dat een bewindspersoon met een door diens ambtenaren voorbereid stuk moet instemmen met een stuk voordat het in een ambtelijk voorportaal wordt geagendeerd.
Op grond van het Besluit regeling functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal is op elk van de ministeries een secretaris-generaal (SG) belast met de ambtelijke leiding van al hetgeen het desbetreffende ministerie betreft. De secretarissen-generaal van de ministeries komen in beginsel wekelijks informeel bij elkaar in het zogenaamde secretarissen-generaal overleg (SGO, of SG-beraad). Het SGO wordt voorgezeten door de SG van Algemene Zaken, en het Ministerie van Algemene Zaken voorziet ook in een secretaris. De bijeenkomsten zijn informeel en niet besluitvormend, maar besprekingen kunnen wel relevant zijn voor besluitvorming. Er wordt wekelijks een agenda voorbereid door de secretaris, in overleg met de voorzitter en mede op basis van door andere leden aangeleverde informatie.
Het SGO is voor onderwerpen die de rijksdienst in het bijzonder aangaan een van de ambtelijke voorportalen voorafgaand aan besluitvorming in een onderraad of de ministerraad. Daarenboven is het SGO om meerdere redenen een belangrijk gremium binnen de ambtelijke dienst. Zaken die primair betrekking hebben op de ambtelijke leiding van de ministeries kunnen binnen het SGO worden gecoördineerd. Daarnaast kunnen in de bijeenkomsten ook actualiteiten aan de orde komen, waaronder zaken die betrekking hebben op besluitvorming binnen een kabinet. Zoals ook in de actieagenda slagvaardige overheid, die op 26 juni jl. aan de Tweede Kamer is gestuurd door de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid, is opgenomen, nemen de secretarissen-generaal steeds vaker gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de manier waarop de rijksdienst werkt en leggen zij interdepartementale verbindingen bij vraagstukken die meerdere departementen raken. Zo kunnen zij meer samenhang aanbrengen in de manier waarop het Rijk maatschappelijke vraagstukken oppakt, kennis en capaciteit organiseert en samenwerkt. En ook op het gebied van bedrijfsvoering, ICT, informatiehuishouding en de professionele ontwikkeling van ambtenaren verbinden de secretarissen-generaal zich aan de gezamenlijke veranderagenda’s die hiervoor worden ontwikkeld.
Naast het SGO bestaat er een veelheid aan interdepartementale overleggremia, waarvan doel, aard, samenstelling en frequentie van samenkomst afhangen van de specifieke omstandigheden van het geval. Elke opsomming hiervan zou naar zijn aard hiermee noodzakelijkerwijs een onvolledig en enigszins toevallig karakter hebben.
Teneinde toch een indruk te geven van de meer structurele interdepartementale overleggen noem ik in dit verband de Interdepartementale commissie bedrijfsvoering rijk (ICBR), het Interdepartementaal Overleg voor Wetgeving en Juridische Zaken (IOWJZ), het Interdepartementaal Overleg Financieel-Economische Zaken (IOFEZ), de Voorlichtingsraad (VoRa), en de Coördinatiecommissie voor Internationale Aangelegenheden (CoRIA). Binnen deze overleggen worden vaak weer andere overleggen gevormd. Zo kent het IOWJZ drie vaste subcommissies: het Interdepartementaal wetgevingsberaad (IWB), de Interdepartementale Commissie Bedrijfsjuridisch Advies (CBA) en het Interdepartementaal Hoofdenoverleg Juridische Zaken (IHJZ). Het IOFEZ kan werkgroepen instellen en de samenstelling daarvan bepalen. En ook onder deze overleggen kunnen mede op basis van specifieke deskundigheid en expertise weer interdepartementale ambtelijke werkgroepen worden gevormd, bijvoorbeeld op specifieke thema’s binnen het werkveld van dergelijke overleggen, al dan niet naar aanleiding van een specifiek geval.
Naast bovengenoemde overleggen met een meer structureel karakter, zijn er vele overleggen die verbonden zijn aan al dan niet tijdelijke maatschappelijke opgaven. Soms ontstaan interdepartementale overleggen bovendien min of meer ad hoc, bijvoorbeeld in reactie op een gebeurtenis of ten behoeve van een evenement. Als hier aanleiding toe bestaat, zal ook de NCTV deelnemen aan interdepartementale overleggen. De wettelijke taak van de NCTV is vastgelegd in de Wet coördinatie terrorismebestrijding en nationale veiligheid (Wcotnv).
Reeds vanwege het aantal en de veelsoortigheid van ambtelijke overleggen en de wisselingen in hun onderlinge verhoudingen is het niet mogelijk om een benadering te geven van het aantal dossiers dat interdepartementaal wordt afgestemd in het SGO of soortgelijke gremia. Mede om die reden is de precieze invloed van de hiervoor genoemde interdepartementale afstemming op de uiteindelijke besluitvorming ook niet in abstracto te bepalen. Of en in welke mate interdepartementale afstemming ook een plaats krijgt in annotaties, beslisnota’s of andere stukken, is in zijn algemeenheid evenmin te bepalen.
De hiervoor beschreven praktijk is passend bij de ministeriële verantwoordelijkheid: de ministeriële verantwoordelijkheid krijgt vorm wanneer de ambtelijke dienst actief aan de slag gaat met de wensen van een bewindspersoon en opties uitwerkt om deze wensen te realiseren. Oog voor de interdepartementale context is hierbij van belang, enerzijds omdat maatschappelijke opgaven zich niet laten begrenzen door de organisatorische grenzen van ministeries, anderzijds om al in een vroeg stadium de eenheid van kabinetsbeleid te bevorderen. De ambtelijke dienst legt hierover continu en op verschillende wijzen verantwoording af, ook aan de Minister die het betreft. De Minister kan over het uiteindelijke besluit en de voorbereiding hiervan vervolgens, eventueel na besluitvorming in de ministerraad, in het openbaar en in het parlement verantwoording afleggen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2669.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.