Vragen van het lid Coenradie (JA21) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de strafrechtelijke aanpak van zogenoemde 764-netwerken en de mogelijke aansluiting bij het wetsvoorstel strafbaarstelling psychisch geweld (ingezonden 21 juli 2026).

Mededeling van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 11 augustus 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met de werkwijze van zogenoemde 764-netwerken, waarbij – veelal minderjarige – slachtoffers via langdurige online psychische manipulatie onder druk worden gezet om zichzelf ernstig te verwonden, seksueel beeldmateriaal te vervaardigen of zichzelf van het leven te beroven?

Vraag 2

Bent u bekend met signalen van het Openbaar Ministerie (OM) dat de huidige strafwet niet in alle gevallen voldoende aanknopingspunten biedt om tegen dergelijke gedragingen op te treden?

Vraag 3

Hoe beoordeelt u de huidige mogelijkheden om deze gedragingen te vervolgen op grond van bestaande strafbepalingen, zoals dwang, belaging, seksuele delicten, opruiing, uitlokking en hulp bij zelfdoding?

Vraag 4

Deelt u de opvatting dat de kern van de problematiek bij 764-netwerken niet bestaat uit één enkele online uitlating, maar uit een patroon van stelselmatige psychische manipulatie dat kan leiden tot ernstige zelfbeschadiging of zelfdoding?

Vraag 5

Heeft u onderzocht of sprake is van een strafbaarheidslacune bij gevallen waarin langdurige online psychische manipulatie niet of slechts beperkt onder de huidige strafbepalingen kan worden vervolgd? Zo nee, bent u bereid dit alsnog te laten onderzoeken?

Vraag 6

Is bij het OM en de politie bekend hoe vaak zaken waarin sprake is van stelselmatige online manipulatie richting ernstige zelfbeschadiging of zelfdoding niet of slechts gedeeltelijk kunnen worden vervolgd vanwege de beperkingen van de huidige strafwet? Zo nee, bent u bereid dit in kaart te laten brengen?

Vraag 7

Heeft u over deze problematiek overleg gevoerd met het OM en de politie? Zo ja, hoe beoordelen zij de huidige strafrechtelijke mogelijkheden om tegen dergelijke netwerken op te treden?

Vraag 8

Bent u bekend met de zelfstandige strafbaarstellingen in onder meer het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk ten aanzien van het aanzetten tot of manipuleren richting ernstige zelfbeschadiging of zelfdoding? Welke lessen kunnen volgens u uit deze buitenlandse wetgeving worden getrokken?

Vraag 9

Ziet u raakvlakken tussen de werkwijze van 764-netwerken en het wetsvoorstel strafbaarstelling psychisch geweld, waarin eveneens patroonmatig psychisch gedrag centraal staat?

Vraag 10

Welke kenmerken van het wetsvoorstel strafbaarstelling psychisch geweld maken volgens u dat stelselmatige online manipulatie gericht op ernstige zelfbeschadiging of zelfdoding daar wel of juist niet onder zou kunnen worden gebracht?

Vraag 11

Bent u bereid te onderzoeken of stelselmatige online psychische manipulatie gericht op ernstige zelfbeschadiging of zelfdoding kan worden betrokken bij het wetsvoorstel strafbaarstelling psychisch geweld, bijvoorbeeld door de reikwijdte van het wetsvoorstel uit te breiden?

Vraag 12

Als u van oordeel bent dat een dergelijke uitbreiding niet wenselijk is, welke juridische, wetstechnische of beleidsmatige bezwaren liggen daaraan ten grondslag? En welke route ziet u dan wel als kansrijk?

Vraag 13

Bent u bereid de Kamer vóór de behandeling van het wetsvoorstel strafbaarstelling psychisch geweld te informeren over de vraag of de huidige strafwet toereikend is om op te treden tegen stelselmatige online psychische manipulatie gericht op ernstige zelfbeschadiging of zelfdoding en, indien nodig, de mogelijkheden voor aanpassing van de wet in kaart te brengen?

Mededeling

Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Coenradie (JA21), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de strafrechtelijke aanpak van zogenoemde 764-netwerken en de mogelijke aansluiting bij het wetsvoorstel strafbaarstelling psychisch geweld (ingezonden 21 juli 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen.

Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.

Naar boven