Vragen van de leden Westerveld en Piri (beiden PRO) aan de Ministers van Asiel en Migratie en van Buitenlandse Zaken over de situatie van Afghaanse evacués wat betreft het besluit over verblijfsvergunningen (ingezonden 3 juli 2026).

Mededeling van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie), mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken (ontvangen 24 juli 2026).

Vraag 1

Bent u op de hoogte van de situatie van Afghaanse evacués die voor Nederland hebben gewerkt in Afghanistan die geen permanente verblijfsvergunning krijgen, zoals bijvoorbeeld beschreven in het NOS-artikel «Afghaanse tolken vragen uitzonderingspositie na besluit over verblijfsvergunning»?1

Vraag 2

Vindt u het terecht dat deze mensen, zonder wie Nederlanders in Afghanistan hun werk niet hadden kunnen doen en zelfs niet veilig waren geweest, nu geen permanente verblijfsvergunning krijgen terwijl zij veelal bijna vijf jaar hier zijn, aan de eisen voldoen maar nét buiten de boot vallen?

Vraag 3

Bent u het eens met de stelling dat het schandalig is dat het deze mensen, zonder wie het Nederlandse militaire- en diplomatieke werk en politiewerk in Afghanistan onmogelijk was, zo moeilijk wordt gemaakt een nieuw leven op te bouwen in Nederland?

Vraag 4

Bent u het eens met de stelling dat er bij deze groep geen sprake was van vluchten, maar dat deze mensen zijn geëvacueerd door Nederland zelf waardoor voor hen andere omstandigheden gelden?

Vraag 5

Wat vindt u van het feit dat zij in de asielprocedure zijn geplaatst terwijl zij niet gevlucht zijn, maar door Nederland zijn geëvacueerd als lokaal personeel?

Vraag 6

Erkent u dat de Nederlandse overheid een verplichting heeft tegenover deze Afghanen en zij nadrukkelijk de verwachting heeft gewekt dat er na vijf jaar recht zou zijn op een permanente vergunning?

Vraag 7

Kunt u zich voorstellen dat deze groep Afghanen zich onveilig voelt door het feit dat Nederland gesprekken voert met de Taliban – een regime dat mensenrechten met voeten treedt en Afghanen die voor NAVO-landen werkten hebben opgepakt, mishandeld en zelfs vermoord?

Vraag 8

Kunt u uitsluiten dat vertegenwoordigers van de Taliban officieel geaccrediteerd worden in Nederland. Zo nee, hoe weegt u het risico van repressie van en wraak op Afghaanse diaspora en vluchtelingen in ons land?

Vraag 9

Realiseert u zich dat door een opeenstapeling van vergunningen voor bepaalde tijd in plaats van een permanente verblijfsvergunning de arbeidsmarktpositie van de Afghanen onzekerder wordt en het risico op vaste contracten en daarmee inkomenszekerheid uit zicht raakt? Beseft u zich dat hierdoor het voldoen aan de inkomenseis voor de EU-vergunning langdurig ingezetene wordt bemoeilijkt?

Vraag 10

Bent u bereid voor deze specifieke groep een oplossing te vinden?

Vraag 11

Bent u bereid in het wetvoorstel over hoe het verkrijgen van een Nederlandse nationaliteit in de toekomst vorm wordt gegeven rekening te houden met de specifieke belangen van deze groep waaraan Nederland een ereschuld heeft? Wanneer kan de Kamer dit wetsvoorstel verwachten?

Mededeling

Hierbij deel ik u, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, mede dat de schriftelijke vragen van de leden Westerveld en Piri (beiden PRO), van uw Kamer aan de Minister van Asiel en Migratie over de situatie van Afghaanse evacués wat betreft het besluit over verblijfsvergunningen (ingezonden 3 juli 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen.

Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


X Noot
1

NOS, 19 juni 2026, «Afghaanse tolken vragen uitzonderingspositie na besluit over verblijfsvergunning», https://nos.nl/artikel/2619313-afghaanse-tolken-vragen-uitzonderingspositie-na-besluit-over-verblijfsvergunning

Naar boven