Besluit van 29 augustus 2007 tot wijziging van het Besluit zorgverzekering in
verband met wijziging van de prestatie mondzorg op grond van de
Zorgverzekeringswet
Wij Beatrix, bij
de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de voordracht van
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 20 juli 2007,
Z/VU-2786217;
Gelet
op artikel 11, derde lid, van de
Zorgverzekeringswet;
De Raad van State gehoord (advies van
30 juli 2007, no. W13.07.0265/I);
Gezien het nader rapport van Onze
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 augustus 2007,
Z/VU-2789357;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
In artikel 2.7, vierde en vijfde lid, van het
Besluit zorgverzekering wordt
«achttien jaar» steeds vervangen door:
tweeëntwintig jaar.
ARTIKEL II
Dit besluit treedt in
werking met ingang van 1 januari
2008.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnoot’s-Gravenhage, 29
augustus
2007
Beatrix
De
Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en
Sport,
A. Klink
Uitgegeven de achttiende september 2007
De Minister van
Justitie,
E.
M. H. Hirsch
Ballin
NOTA VAN TOELICHTING
In
het Coalitieakkoord is afgesproken om de jaarlijkse periodieke
tandheelkundige controle voor volwassenen in het basispakket op te
nemen1. Ter uitvoering
daarvan is een ontwerpbesluit opgesteld dat op 5 juni 2007 op
grond van artikel 124 van de Zorgverzekeringswet (Zvw) aan beide Kamers
der Staten-Generaal is
overgelegd2.
Op 4
juli 2007 is met de Tweede Kamer over dit ontwerpbesluit overlegd. In
dat Algemene Overleg is met de Kamer van gedachte gewisseld over een
alternatief van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der
Tandheelkunde (NMT) dat meer is gericht op de jeugd. Het alternatief
houdt in dat in plaats van uitbreiding van de Zvw-prestaties met de
jaarlijkse periodieke tandheelkundige controle voor volwassenen, de
leeftijdsgrens voor het jeugdpakket mondzorg wordt verhoogd tot de
leeftijd van tweeëntwintig jaar. Verzekerden hebben dan tot en
met de leeftijd van eenentwintig jaar recht op dit uitgebreide pakket
aan mondzorg.
In het Voortgezette Algemene Overleg van 5 juli
2007 is door het Tweede Kamerlid Van der Veen een motie ingediend
waarin de regering wordt verzocht conform het voorstel van de NMT de
leeftijdsgrens voor de tandheelkundige zorg voor jeugdigen van achttien
jaar tot en met eenentwintig jaar te verruimen, waarbij deze zorg dient
te worden uitgesloten van het eigen risico op voorwaarde dat een en
ander te realiseren is binnen de daarvoor bestemde financiële
ruimte3. Deze motie is
door de Tweede Kamer aanvaard. Het kabinet heeft zich over deze motie
beraden en het volgende afgewogen.
De
doelstelling van de oorspronkelijke maatregel in het Coalitieakkoord
was het belang dat elke verzekerde drempelloos voor advies en controle
naar tandarts of mondhygiënist moet kunnen gaan. Dat zou met de
beoogde maatregel niet meer abrupt stoppen als een verzekerde achttien
jaar wordt.
Dat de oorspronkelijk beoogde maatregel op zich
een goede gedachte was, is te illustreren met het aanhalen van de
reactie van de NMT toen mijn voorganger in 2003 besloot om de
jaarlijkse controle voor volwassenen uit het pakket te halen. De
essentie van de NMT-reactie toen was dat de tandheelkundige zorg te
grabbel zou worden gegooid.
Niettemin vindt het kabinet
– samen met de meerderheid in deze Kamer – dat het
alternatief van de NMT voor de voorgenomen maatregel inhoudelijk gezien
ook een goed plan is. Het gaat er immers om wat nu tot de beste
mondzorg voor alle verzekerden leidt. Het blijkt dat het ten minste
jaarlijks bezoeken van de tandarts relatief ongevoelig is voor het al
dan niet opnemen van deze periodieke controle in de Zvw-prestaties.
Cijfers illustreren dit. Uit gegevens van het Centraal Bureau voor de
Statistiek blijkt dat in 2005 van de mensen met een eigen gebit circa
85% jaarlijks de tandarts bezocht. Ten opzichte van 2001, toen de
jaarlijkse controle voor ziekenfondsverzekerden van achttien jaar en
ouder nog in het pakket zat, is de daling marginaal (1
à 2%).
Er is altijd een groep die niet gaat.
Daarbij gaat het ook om mensen die gewoon bang zijn voor de tandarts en
niet gaan.
Blijkens het voorstel van de NMT is een risicogroep
de jonge mensen tussen zeventien en tweeëntwintig jaar. Zeker
als zij zelfstandig gaan wonen, gaan zij tijdelijk ongezonder eten,
nonchalanter om met hun mondhygiëne en, al dan niet om
financiële redenen, niet meer preventief naar de tandarts. Op
deze leeftijd is het glazuur van het gebit echter nog niet volledig
uitgehard: het is dan ook juist in deze leeftijdscategrorie dat
tandartsen veel schade zien ontstaan. Vanuit preventief perspectief is
het dan ook verstandig de leeftijdsgrens voor het jeugdpakket aan
mondzorg op te trekken naar tweeëntwintig
jaar.
Gelet op deze argumenten heeft het
kabinet gemeend dat onder de Zvw-prestaties brengen van mondzorg voor
deze groep effectief kan zijn en de barriëre opruimt die bij het
achttiende levensjaar anders ontstaat. In dat verband heeft het kabinet
ook gemeend dat vervolgens het verplichte eigen risico geen nieuwe
barriëre mag betekenen voor de mondzorg waarmee de
Zvw-prestaties voor deze leeftijdsgroep zou worden uitgebreid. Deze
mondzorg voor de verzekerde van achttien tot tweeëntwintig jaar
wordt daarom uitgezonderd van het verplichte eigen risico dat per 1
januari 2008 wordt ingevoerd.
Het kabinet
heeft vervolgens bezien of uitvoeren van de motie is te realiseren
binnen de voor de Coalitiemaatregel bestemde financiële
ruimte.
In budgettaire zin is de andere
vormgeving van de pakketmaatregel (nagenoeg) neutraal. De voor het
Budgettair Kader Zorg (BKZ)-relevante uitgaven dalen door het niet
opnemen van de jaarlijkse periodieke tandheelkundige controle voor
volwassen met circa € 0,1 miljard op jaarbasis; dit
betreft het saldo van lagere uitgaven en lagere eigen betalingen. De
BKZ-relevante uitgaven stijgen door het verhogen van de leeftijdgrens
voor de jeugdtandzorg tot tweeëntwintig jaar met circa
€ 0,1 miljard op jaarbasis.
Het kabinet heeft geconcludeerd dat de door de Tweede Kamer
aangenomen motie Van der Veen c.s. kan worden uitgevoerd. Het
onderhavige besluit strekt daartoe. Het uitsluiten van deze uibreiding
van de mondzorg van het verplichte eigen risico wordt bij aparte
wijziging van het Besluit zorgverzekering geregeld. Deze aparte
wijziging dient onder meer ter uitvoering van het bij koninklijke
boodschap van 3 juli 2007 ingediende wetsvoorstel tot wijziging van de
Zorgverzekeringswet en de Wet op de zorgtoeslag houdende vervanging van
de no-claimteruggave door een verplicht eigen
risico4.
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en
Sport,
A. Klink
XHistnoot
Het advies van de
Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a,
vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van
State, omdat het zonder meer instemmend
luidt.
XNoot
1Kamerstukken
II 2006/07, 30 891, nr. 4.
XNoot
2Kamerstukken
II 2006/07, 29 689, nr. 134.
XNoot
3Kamerstukken
II 2006/07, 26 689, nr. 141.
XNoot
4Kamerstukken
II 2006/07, 31 094, nrs. 1–5.