Besluit 13 juli 2002 tot uitvoering van artikel 10f van de Sanctiewet 1977 (Overdrachtsbesluit Sanctiewet 1977)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 18 juni 2002, Centrale Directie Wetgeving, Juridische en Bestuurlijke Zaken, nr. WJB 2002-0698M;

Gelet op artikel 10f van de Sanctiewet 1977;

De Raad van State gehoord (advies van 27 juni 2002, no. W06.02.0257/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 4 juli 2002, nr. WJB 2002-0765M;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. de wet: Sanctiewet 1977;

b. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;

c. de rechtspersonen: de door Onze Minister op grond van artikel 10, tweede lid, van de wet aangewezen rechtspersonen.

Artikel 2

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 10f, eerste lid, van de wet worden de bevoegdheden die Onze Minister heeft op grond van de artikelen 10b, 10c, eerste lid, 10d, eerste lid, en 10e, derde lid, van de wet, alsmede de bevoegdheid die Onze Minister heeft op grond van artikel 10h van de wet, voor zover de in het laatstgenoemde artikel bedoelde gegevens en inlichtingen door de in dat artikel bedoelde instellingen rechtstreeks bij de rechtspersonen worden opgevraagd, overgedragen aan de rechtspersonen, voor zover deze ingevolge artikel 10, tweede lid, van de wet met toezicht zijn belast.

Artikel 3

Aan de overdracht van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 2, worden de volgende beperkingen gesteld en voorschriften verbonden:

a. de rechtspersonen verstrekken onverwijld aan Onze Minister op zijn verzoek alle inlichtingen die van belang kunnen zijn voor:

1°. de nakoming van internationale afspraken en verplichtingen;

2°. de beoordeling van de resultaten van het bij of krachtens de wet gehouden toezicht;

b. de rechtspersonen dragen bij aan de totstandkoming van procedurele afspraken tussen de rechtspersonen, de betrokken ministeries en overheidsinstellingen en de in gevolge artikel 10, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaren of andere personen ten behoeve van de uitvoering van het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de wet bepaalde;

c. de rechtspersonen maken schriftelijke afspraken over de onderlinge samenwerking en informatie-uitwisseling ten behoeve van de in dit besluit overgedragen taken en bevoegdheden;

d. de bevoegdheid, bedoeld in artikel 10b, eerste en tweede lid, van de wet om regels te stellen, wordt slechts uitgeoefend na overleg met Onze Minister;

e. de rechtspersonen doen van elke gebruikmaking van de in artikel 10h van de wet bedoelde bevoegdheid om informatie te verstrekken aan buitenlandse instanties onverwijld melding aan Onze Minister.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 5

Dit besluit wordt aangehaald als: Overdrachtsbesluit Sanctiewet 1977.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. .

histnoot

's-Gravenhage, 13 juli 2002

Beatrix

De Minister van Financiën,

G. Zalm

Uitgegeven de vijfentwintigste juli 2002

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

De verbetering en uitbreiding van het toezicht op de naleving van internationale financiële sanctiemaatregelen, zoals geregeld bij wijziging van de Sanctiewet 19771, vinden plaats in de context van het gedurende de afgelopen jaren toegenomen gebruik van specifiek gerichte sancties («smart sanctions»). De inzet van dergelijke «smart sanctions» waarbij gewerkt wordt met zogenaamde «zwarte lijsten» – stelt hoge eisen aan de administratieve organisatie en de interne controle van financiële instellingen. De Sanctiewet 1977 kent thans een rechtsgrondslag voor bestuurlijk toezicht op de naleving van financiële sanctieregimes. De wet geeft in afdeling 5 de Minister van Financiën specifieke bevoegdheden om regels te stellen voor de wijze waarop financiële instellingen gerichte financiële sancties uitvoeren. Hierbij gaat het om regels ten aanzien van de bedrijfsvoering van instellingen en om regels omtrent de gegevensverstrekking door instellingen. Daarnaast kan de Minister van Financiën een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom aan instellingen opleggen.

Onderhavig besluit draagt de bevoegdheden die de Sanctiewet aan de Minister van Financiën geeft over aan de financiële toezichthouders: De Nederlandsche Bank NV, de Pensioen & Verzekeringkamer en de Autoriteit Financiële Markten. De toezichthouders zullen op grond van de Sanctiewet 1977 toezicht houden op instellingen die ook al op grond van de financiële toezichtwetten onder hun toezicht staan. De financiële toezichthouders zullen erop toezien dat financiële instellingen in staat zijn sanctieregels uit te voeren en dit ook daadwerkelijk doen.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2

Dit artikel draagt de bevoegdheden met betrekking tot het bestuursrechtelijke toezicht op de naleving van de Sanctiewet 1977 over aan de drie toezichthouders op de financiële instellingen, te weten De Nederlandsche Bank NV, de Pensioen & Verzekeringkamer en de Autoriteit Financiële Markten. Dit zijn de door de Minister van Financiën op grond van artikel 10, tweede lid, van de Sanctiewet 1977 aangewezen toezichtinstellingen2. De overdracht betreft de bevoegdheid regels te stellen met betrekking tot de administratieve organisatie, interne controle van, en de gegevensverstrekking door, de financiële instellingen alsmede het verlenen van ontheffing of vrijstelling van deze regels. De naleving van deze regels door de financiële instellingen kan door de toezichthouders worden gehandhaafd met behulp van een stelsel van administratieve boetes en dwangsommen. De bevoegdheid om regels te stellen inzake het opleggen van een last onder dwangsom is, vanwege de aard van deze bevoegdheid, bij de minister van Financiën gelaten. De bevoegdheid om gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de bij de Sanctiewet 1977 opgedragen taak te verstrekken aan Nederlandse en buitenlandse overheidsinstanties of door deze overheidsinstanties aangewezen instanties, wordt aan de toezichthouders overgedragen voorzover het rechtstreeks opgevraagde informatie betreft. Op deze manier houdt de Minister van Financiën de bevoegdheid zelf informatie te verstrekken onder andere in het kader van internationaal overleg.

Artikel 3

In dit artikel worden beperkingen gesteld en voorwaarden verbonden aan de uitoefening door de toezichthouders van de overgedragen bevoegdheden.

In onderdeel a wordt gewaarborgd dat de Minister van Financiën van voldoende informatie wordt voorzien, deels met het oog op de nakoming van internationale afspraken en verplichtingen en deels ten behoeve van de beoordeling van de bereikte resultaten op het gebied van bestuursrechtelijk toezicht op de naleving van de Sanctiewet 1977. Bij internationale afspraken en verplichtingen kan hier onder andere worden gedacht aan sanctiemaatregelen die zijn vastgesteld door de VN-veiligheidsraad en de Europese Unie, maar ook aan afspraken tussen Nederland en andere landen over samenwerking en informatieverstrekking ten behoeve van de uitvoering van internationale sanctiemaatregelen. Een voorbeeld van de bedoelde informatieverstrekking betreft de rapportage door instellingen over omvang en aard van de bevroren tegoeden in het kader van de uitvoering van «smart sanctions».

Vanwege de veelheid aan instanties die zijn betrokken bij de uitvoering van financiële sanctiemaatregelen (naast de ministeries van Financiën, Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Justitie bijvoorbeeld ook het Openbaar Ministerie en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) is het van groot belang dat tussen deze instanties en de toezichthouders doeltreffende afspraken worden gemaakt over bijvoorbeeld meldingsprocedures met betrekking tot eventueel aangetroffen verdachte tegoeden en dergelijke. Op deze manier kan zo snel en efficiënt mogelijk opvolging worden gegeven aan de vaak spoedeisende sanctiemaatregelen. Onderdeel b voorziet in een grondslag voor dergelijke afspraken.

Onderdeel c beoogt beleidscoherentie bij de uitoefening van het toezicht te waarborgen, deels met betrekking tot de manier waarop de toezichthouders de onder hun toezicht vallende instellingen benaderen en deels met betrekking tot de door de toezichthouders te stellen regels.

Onderdeel d regelt dat de door de toezichthouders te stellen regels met betrekking tot de administratieve organisatie en de interne controle van de instellingen, alsmede met betrekking tot de informatieverstrekking door de instellingen aan de toezichthouders, na overleg met het Ministerie van Financiën worden opgesteld.

Onderdeel e waarborgt dat het Ministerie van Financiën op de hoogte wordt gehouden van welke gegevens door de toezichthouders aan welke buitenlandse instanties worden verstrekt en welke afspraken met die instanties worden gemaakt omtrent toekomstige informatieverstrekking en informatie-uitwisseling.

De Minister van Financiën,

G. Zalm


XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.

XNoot
1

Wet van 16 mei 2002 tot wijziging van de Sanctiewet 1977 met het oog op de implementatie van internationale verplichtingen gericht op de bestrijding van terrorisme en uitbreiding van het toezicht op de naleving van financiële sanctiemaatregelen (Stb. 270).

XNoot
2

Staatscourant 7 juni 2002, nr. 106.

Naar boven