Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatsblad 2001, 665Wet

Wet van 13 december 2001, houdende wijziging van de Wet melding ongebruikelijke transacties en de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993 met het oog op het verplichtstellen van de identificatieplicht en van de meldingsplicht van ongebruikelijke transacties door handelaren in zaken van grote waarde

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het, gelet op de toegenomen signalen dat de handel in zaken van grote waarde wordt misbruikt voor het witwassen van geld, waardoor de integriteit van het financiële stelsel wordt geschaad, wenselijk is om de handelaren in zaken van grote waarde onder de werking van de Wet melding ongebruikelijke transacties en de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993 te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet melding ongebruikelijke transacties1 wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 1, onder a en b, 9 en 10 wordt telkens «financiële dienst», vervangen door: «dienst», en in artikel 1, onder c, wordt «financiële diensten» vervangen door: «diensten».

B

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst van artikel 1 wordt het cijfer «1.» geplaatst.

2. In het eerste lid, onder a wordt, onder vernummering van subonderdeel 9° tot subonderdeel 10°, een subonderdeel ingevoegd, dat luidt:

9°. verkopen, alsmede het verlenen van bemiddeling bij verkoop, van voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden, juwelen dan wel andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen zaken van grote waarde.

3. In het eerste lid, onder c wordt na «afnemen» ingevoegd: of het verlenen.

4. In het eerste lid, onder b, wordt «als bedoeld onder a» vervangen door: als bedoeld in het eerste lid, onder a.

5. Toegevoegd wordt een lid, dat luidt:

  • 2. De krachtens het eerste lid, onderdeel 10°, aan te wijzen diensten hebben geen betrekking op werkzaamheden van een advocaat of een notaris betreffende de bepaling van de rechtspositie van een cliënt, diens vertegenwoordiging en verdediging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding, of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding.

6. Toegevoegd wordt een lid dat luidt:

  • 3. De voordracht voor een krachtens het eerste lid, onderdeel 9° of 10°, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overlegd.

C

In artikel 3, onderdeel f, onder 1°, wordt «bedrijfstakken» vervangen door: bedrijfstakken en beroepsgroepen.

D

Artikel 9 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het tweede lid, onderdeel d, wordt «artikel 1, onder a,» vervangen door: artikel 1, eerste lid, onder a,.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van het tweede lid, onderdeel e, door een puntkomma, worden twee onderdelen toegevoegd, die luiden:

f. bij een dienst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, sub 9°: een omschrijving van de desbetreffende zaken van grote waarde;

g. aanvullende, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, gegevens.

3. Na het tweede lid wordt een lid toegevoegd, dat luidt:

  • 3. Degene die een dienst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, verleent is verplicht de gegevens, bedoeld in het tweede lid, op toegankelijke wijze te bewaren gedurende vijf jaar na het tijdstip van het doen van de melding.

E

In artikel 10, eerste lid, wordt «artikel 1, onder a,» vervangen door: artikel 1, eerste lid, onder a,.

F

In artikel 16, eerste lid, komt onderdeel c te luiden:

c. de bedrijfstakken en beroepsgroepen die onder de werking van deze wet vallen;.

G

Hoofdstuk V wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift wordt gewijzigd in: «Het toezicht».

2. Na artikel 17a wordt een nieuw artikel ingevoegd, dat luidt:

Artikel 17b

  • 1. Met het toezicht op de naleving van artikel 9 kunnen worden belast de bij besluit van onze Minister van Financiën, in overeenstemming met onze Minister van Justitie, aangewezen personen.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

ARTIKEL II

De Wet identificatie bij financiële dienstverlening 19932 wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 1 tot en met 8 wordt telkens «financiële instelling» vervangen door: «instelling», en wordt telkens «financiële dienst» vervangen door: «dienst».

B

1. In artikel 1, eerste lid, onderdeel a, wordt na subonderdeel 5°, onder vernummering van subonderdeel 6° tot subonderdeel 7°, een subonderdeel ingevoegd, dat luidt:

6°. De beroeps- of bedrijfsmatig handelende verkoper, alsmede degene die beroeps- of bedrijfsmatig bemiddeling verleent bij verkoop, van voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden, juwelen, dan wel andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen zaken van grote waarde, voor zover betaling van deze zaken in contanten plaatsvindt.

2. In artikel 1, eerste lid, onderdeel b, wordt na subonderdeel 7°, onder vernummering van subonderdeel 8° tot subonderdeel 9°, een subonderdeel ingevoegd, dat luidt:

8°. Verkopen, alsmede het verlenen van bemiddeling bij verkoop, van voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden, juwelen dan wel andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen zaken van grote waarde tegen geheel of gedeeltelijke contante betaling waarbij het contant te betalen gedeelte gelijk is aan dan wel meer bedraagt dan een door Onze Minister te bepalen bedrag, dat voor onderscheiden soorten van zaken verschillend kan zijn.

C

Artikel 2, tweede lid, onderdelen b en c, komen als volgt te luiden:

b. De premie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 5°, de uitkering, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 6°, het bedrag van de transactie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 7°, of het contante gedeelte van de betaling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 8°, kleiner is dan het ingevolge die bepalingen vastgestelde bedrag, maar de dienst betrekking heeft op een transactie die aan de hand van de ingevolge artikel 8 van de Wet melding ongebruikelijke transacties vastgestelde indicatoren als een ongebruikelijke transactie als bedoeld in die wet dient te worden aangemerkt; of

c. De premie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 5°, de uitkering, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 6°, het bedrag van de transactie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 7°, of het contante gedeelte van de betaling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 8°, kleiner is dan het ingevolge die bepalingen vastgestelde bedrag, maar de instelling weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de transactie waarop de dienst betrekking heeft deel uitmaakt van een geheel van met elkaar samenhangende transacties, waarbij verschillende instellingen zijn betrokken.

D

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel d wordt na subonderdeel 7°, onder vernummering van subonderdeel 8° tot subonderdeel 9°, een subonderdeel ingevoegd, dat luidt:

8°. In het geval van een dienst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 8°: een omschrijving van de desbetreffende zaken van grote waarde en de hoogte van het contante gedeelte van de betaling.

2. In onderdeel d, onder 9° (nieuw), wordt «artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 8°», vervangen door: artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 9°.

E

Artikel 7 komt als volgt te luiden:

Artikel 7

De instelling bewaart de in artikel 6 bedoelde gegevens op toegankelijke wijze tot vijf jaar na het beëindigen van de overeenkomst op grond waarvan de dienst is verleend of tot vijf jaar na het uitvoeren van een dienst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 4°, 7° of 8°.

F

Na artikel 8 wordt een nieuw artikel ingevoegd, dat luidt:

Artikel 8a

  • 1. Met het toezicht op de naleving van de artikelen 7 en 8 kunnen worden belast de bij besluit van Onze Minister van Financiën aangewezen personen.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

G

Artikel 12 komt te luiden:

Artikel 12

Deze wet wordt aangehaald als: Wet identificatie bij dienstverlening.

ARTIKEL III

Onze Minister van Financiën zendt, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

ARTIKEL IV

Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet worden, in afwijking van het bepaalde in artikel 8, eerste lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties, door Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie gezamenlijk, zo nodig per daarbij te onderscheiden categorieën transacties, voor een termijn van ten hoogste zes maanden, de indicatoren vastgesteld aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een transactie in zaken van grote waarde moet worden aangemerkt als ongebruikelijk.

ARTIKEL V

  • 1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Indien het bij koninklijke boodschap van 2 maart 2000 ingediende voorstel van wet, houdende tijdelijke regels inzake het raadgevend correctief referendum (Tijdelijke referendumwet) (Kamerstukken II, 2000–2001, 27 034) tot wet is verheven en deze wet is bekrachtigd op of na de datum waarop de Tijdelijke referendumwet in werking is getreden, treedt deze wet onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 13 december 2001

Beatrix

De Minister van Financiën,

G. Zalm

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Uitgegeven de zevenentwintigste december 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XNoot
1

Stb. 1993, 705, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 december 2001, Stb. 606.

XNoot
2

Stb. 1993, 704, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 september 2001, Stb. 481.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 2001/2002, 28 018.

Handelingen II 2001/2002, blz. 1589–1597; 1734.

Kamerstukken I 2001/2002, 28 018 (116, 116a, 116b).

Handelingen I 2001/2002, zie vergadering d.d. 11 december 2001.