<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2026-10154/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>WATERSCHAPSBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van het dagelijks bestuur van het Waterschap Aa en Maas</subtitel></kop><waterschapsblad><kop><titel>Eerste wijziging van de beleidsregels voor waterkering, waterkwantiteit en grondwater behorende bij de Waterschapsverordening waterschap Aa en Maas 2026</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>Het dagelijks bestuur van waterschap Aa en Maas;</al><al /><al>Overwegende: </al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>dat het uit een oogpunt van doelmatig bestuur en een efficiënte besluitvorming gewenst is om bevoegdheden tot het nemen van besluiten te mandateren, volmacht te verlenen en machtiging te verlenen; </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Eén van de uitgangspunten in de organisatie is zodanig beleggen van de bevoegdheden in de organisatie dat het doelmatig en slagvaardig functioneren van het waterschap wordt bevorderd. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>dat wijziging van het Mandaatregeling waterschap Aa en Maas 2023 gewenst is; </al></li></lijst><al>Gelet op:</al><al /><al>de Waterschapswet, de omgevingswet, Algemene wet bestuursrecht, en Waterschapsverordening waterschap Aa en Maas 2026</al><al /><al>B E S L U I T:</al><al /><al>Vast te stellen de eerste wijziging van de beleidsregels voor waterkering, waterkwantiteit en grondwater behorende bij de Waterschapsverordening waterschap Aa en Maas 2026 luidende als volgt:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel /></kop><al>In paragraaf 6.3.1 wordt het woord ‘water-aanvoer’ gewijzigd en komt te luiden:</al><al><nadruk type="vet">6.3.1 Algemeen </nadruk></al><al>Met een demping of vergroting van oppervlaktewaterlichamen wordt de bestaande afwatering en <nadruk type="ondlijn">wateraanvoer</nadruk> veranderd. Een demping mag niet leiden tot een afname van de benodigde bergingscapaciteit van het watersysteem, tenzij deze maatregel is gericht op verbetering van het watersysteem. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel /></kop><al>In paragraaf 8.1.3 wordt het woord ‘oever-beschermende’ gewijzigd en komt te luiden:</al><al><nadruk type="vet">8.1.3 Toepassingsgebied </nadruk></al><al>Deze beleidsregel is van toepassing op het plaatsen, behouden, wijzigen en verwijderen van oeverbeschermende voorzieningen in a-wateren, en in b-wateren indien de bergings- en de doorstroomcapaciteit van dat b-water verandert. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel /></kop><al>In paragraaf 8.1 onder ‘Veilige keringen’ wordt het woord ‘e’ gewijzigd en komt te luiden:</al><al>Hierbij wordt gebruik gemaakt van het beoordelings- en ontwerpinstrumentarium (BOI) van het informatiepunt leefomgeving (<extref doc="http://www.iplo.nl/"><nadruk type="ondlijn">www.iplo.nl</nadruk></extref>) en de vigerende (technische) leidraden van het Expertisenetwerk Waterkeringen (ENW, <extref doc="http://www.enwinfo.nl/"><nadruk type="ondlijn">www.enwinfo.nl</nadruk></extref>) en de Stichting Toegepast Onderzoek Water (STOWA, <extref doc="http://www.stowa.nl/"><nadruk type="ondlijn">www.stowa.nl</nadruk></extref>) voor primaire respectievelijk regionale waterkeringen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel /></kop><al>In paragraaf 18.2.5 worden de woorden ‘Beschermingszones A en B’ gewijzigd en komt te luiden:</al><al><nadruk type="vet">Permanente ophogingen op de waterkering en in </nadruk><nadruk type="vet"><nadruk type="ondlijn">beschermingszone A</nadruk></nadruk></al><al>Permanente ophogingen op de waterkering en in <nadruk type="ondlijn">beschermingszone A</nadruk> zijn toegestaan mits:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>de ophoging geen belemmering vormt voor een toekomstige dijkversterking, en; </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>de ophoging geen negatief effect heeft op de waterkerende functie, en;</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>de bereikbaarheid van de waterkering voor onderhoud en inspectie niet wordt belemmerd en</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>doelmatig beheer en onderhoud van de waterkering mogelijk blijft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel /></kop><al>Paragraaf 19.4.1 wordt opnieuw genummerd en komt te luiden:</al><al><nadruk type="vet">19.4.1 Algemene toetsingscriteria bij aanleg en beheer kabels en leidingen.</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Nieuwe en te vervangen kabels en leidingen moeten zoveel mogelijk buiten de waterkering en beschermingszone A worden gelegd. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Bestaande tracés binnen de waterkering en beschermingszone A kunnen benut blijven en eventueel uitgebreid wanneer: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Er redelijkerwijs geen mogelijkheden zijn de bestaande tracés te wijzigen, waarbij rekening wordt gehouden met een mogelijke dijkversterking, en; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>De veiligheid van de waterkering door de aanleg voldoende gewaarborgd blijft, en; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>Wijziging van het bestaande tracé geen effect heeft op de stabiliteit/veiligheid van de waterkering. </al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De stabiliteit en het waterkerende vermogen van de waterkering moeten zowel tijdens de uitvoering van de kabel- en leidingwerkzaamheden als in de beheerfase worden gegarandeerd. </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Kabels, leidingen en toebehoren, die buiten gebruik worden gesteld, dienen te worden verwijderd uit de waterkering en (voor leidingen) de bijbehorende veiligheidszone, tenzij: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Dit een groot risico oplevert voor de stabiliteit van de waterkering, of;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>Dit technisch niet mogelijk is (bijvoorbeeld dicht tegen woningen met risico voor de fundering daarvan), of;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>Dit ten koste gaat van ecologische, cultuurhistorische of landschappelijke waarden, of; </al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>Dit leidt tot onevenredig hoge kosten. </al></li></lijst></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Na het verwijderen van de kabels en leidingen worden de opbouw en bekleding van de waterkering hersteld conform het ter plaatse aanwezige dijkprofiel. </al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>Kabels en leidingen in een waterkering en bijbehorende veiligheidszone dienen een minimale gronddekking te hebben van: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>leidingen: conform NEN3651 </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>kabels: bij voorkeur 0,8 meter, minimaal 0,6 meter.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel /></kop><al>In paragraaf 20.4.5 wordt de verwijzing in lid 2 gewijzigd en komt te luiden:</al><al><nadruk type="vet">20.4.5 Eenvoudig verplaatsbare bouwwerken</nadruk></al><lijst><li><li.nr>2.</li.nr><al>In afwijking van de artikelen <nadruk type="ondlijn">20.4.2 tot en met 20.4.4</nadruk> zijn nieuwbouw, herbouw en uitbreiding van eenvoudig verplaatsbare bouwwerken op een waterkering of in de buitendijkse beschermingszone A toegestaan, mits:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het bouwwerk het beheer en onderhoud niet belemmert en</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het bouwwerk boven het bestaande maaiveld staat en</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de fundering, inclusief mogelijke erosiekuil aan de buitendijkse zijde, het leggerprofiel niet doorkruist, of het een paalvormig object betreft dat grondverdringend wordt aangebracht tot maximaal 1 meter diepte.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel /></kop><al>In paragraaf 20.4.10 wordt de verwijzing gewijzigd en komt te luiden: </al><al><nadruk type="vet">20.4.10 Aanpassing bestaand bouwwerk</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>In afwijking van de <nadruk type="ondlijn">artikelen 20.4.2 lid 1 en lid 2 is</nadruk> aanpassing van een bestaand bouwwerk op de waterkering of buitendijkse beschermingszone A toegestaan mits: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>sprake is van groot onderhoud, renovatie, verduurzaming of (bij woningen) het levensloopbestendig maken van het bouwwerk en</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het bebouwde oppervlak niet wordt uitgebreid met meer dan 10% en;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de bouwwerkzaamheden niet dichter naar de waterkering toe plaatsvinden en;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de aanpassing niet leidt tot een verslechtering van het waterkerende vermogen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel /></kop><al>In de gehele tekst worden redactionele wijzigingen doorgevoerd, zijnde hoofdletters, algemene opmaak, interpunctie en nummering. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel /></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit besluit kan worden aangehaald als: 1e wijziging van de beleidsregels voor waterkering, waterkwantiteit en grondwater behorende bij de Waterschapsverordening waterschap Aa en Maas 2026</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Aldus vastgesteld door het dagelijks bestuur op 7 april 2026,</functie><functie /></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>de secretaris, </functie><functie>Peter Verlaan </functie><functie /></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>de dijkgraaf,</functie><functie>Mario Jacobs </functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></waterschapsblad></officiele-publicatie>