<officiele-publicatie xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2020-548/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>WATERSCHAPSBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van het dagelijks bestuur van het Waterschap Brabantse Delta</subtitel></kop><waterschapsblad><kop><titel>Handhavingsuitvoeringsprogramma 2020</titel></kop><regeling><aanhef /><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label /><nr>1.</nr><titel>Inleiding </titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al>Voor u ligt het handhavingsuitvoeringsprogramma 2020, afgekort: HUP 2020. Dit HUP is het eerste jaarprogramma dat gebaseerd is op het VTH Beleidsplan 2020-2024.</al><al>Het dagelijks bestuur heeft op 10 december 2019 in dat VTH Beleidsplan de kaders en randvoorwaarden vastgesteld en daarmee beschreven hoe het waterschap het middel toezicht en handhaving inzet om de naleving van wet- en regelgeving maximaal positief te beïnvloeden. Daarmee kan iedereen kennis nemen van de wijze waarop het waterschap uitvoering geeft aan zijn handhavingstaak.</al><al /><al>Onderdeel van het beleidsplan is een risicoanalyse. Voor de zes beleidsthema’s waterkwaliteit, waterkwantiteit, waterveiligheid, vaarwegbeheer/nautisch beheer, grondwaterbeheer en waterschapsheffingen zijn risico’s bepaald en is er bekeken bij welke doelgroepen deze risico’s voor het water- of waterzuiveringssysteem kunnen optreden. Deze analyse helpt het waterschap te bepalen hoe toezicht en handhaving zo effectief mogelijk ingezet kan worden om naleving van de wet- en regelgeving het best te beïnvloeden. </al><al /><al>De uitvoering van het beleidsplan is gebaseerd op een cyclisch proces waarbij periodiek de toezichts- en handhavingsinspanningen worden verzameld en beoordeeld.</al><al>Onderdeel van dit proces van continue kwaliteitsverbetering is het evalueren van de uitgevoerde taken en het zo nodig bijstellen van plannen, de PDCA-cyclus. In het kader van dit proces is dit HUP 2020 opgesteld. Daarbij zijn de ervaringen en resultaten van de tussentijdse evaluatie HUP 2019 betrokken, zoals uitgewerkt. </al><al /><al>Bij de voorbereiding van dit uitvoeringsprogramma is o.a. afstemming gezocht de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. Daarnaast zijn relevante speerpunten of afspraken vanuit provinciale overleggen en Brabant brede afspraken in dit plan verwerkt, zowel bestuursrechtelijke als de strafrechtelijke. Zo vindt er periodiek afstemming plaats met de verantwoordelijke Officier van Justitie, het SSiB (Samen Sterk in Brabant) en politie. Met dit uitvoeringsprogramma versterkt het waterschap ook in 2020 de integrale handhaving en samenwerking met de partners in Midden- en West-Brabant.</al><al /><al>De samenwerking in de fysieke leefomgeving is gebaat bij een eenduidige benadering en een zelfde begrippenkader. Om snel informatie te delen en trends te onderkennen zoekt het waterschap aansluiting bij de toegepaste risicoanalyse en de branchelijst van de OMWB. In dit HUP wordt, binnen de kaders van het Beleidsplan Toezicht en Handhaving, een stap gezet naar een meer branchegerichte benadering. Daarmee wordt de opzet van dit HUP iets gewijzigd, wordt er een stap gezet in het beschouwen van een doelgroep als geheel om een meer integraal beeld rond naleefgedrag te krijgen.</al><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="wsb-2020-548-1.png" type="foto" breedte="5cm" id="i52f24220-58a5-4252-b357-245dba152467" hoogte="7.02cm" /></plaatje></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr>2.</nr><titel>Algemeen </titel></kop><paragraaf><kop><label /><nr>2.1</nr><titel>Uitvoeren van wettelijke taken</titel></kop><structuurtekst><al>Het Waterschap Brabantse Delta heeft (handhavings)taken op grond van de water-, scheepvaart- en milieuwetgeving. Heel concreet betreft het hier regelgeving vanuit de Waterwet, Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht, de Waterschapswet en de Scheepvaartverkeerswet. Deze worden binnen het waterschap uitgeoefend door het proces toezicht houden en handhaven (verder genoemd Handhaving).</al><al>In het Besluit Omgevingsrecht (Bor) zijn eisen opgenomen waaraan een handhavingsinstantie moet voldoen. Het opstellen van een HUP (artikel 7.3) en de jaarlijkse evaluatie daarvan (artikel 7.7) zijn wettelijke verplichtingen. Met het onderliggende HUP 2020 wordt invulling gegeven aan deze verplichtingen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>2.2</nr><titel>Randvoorwaarden en kaders </titel></kop><structuurtekst><al>Het waterschap heeft in het beleidsplan beschreven hoe er in de planperiode 2020-2024 uitvoering wordt gegeven aan het toezicht en de handhaving. Dit is gedaan door het formuleren van de uitgangspunten voor het handhaven, de ambitie die het waterschap heeft en het opstellen van concrete handhavingsdoelen. Deze randvoorwaarden en kaders zijn leidend bij het opstellen en uitvoeren van het HUP 2020. </al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Welke uitgangspunten passen we toe?</nadruk></nadruk></al><al>Het waterschap hanteert de volgende uitgangspunten bij het invullen van de toezichts- en handhavingstaak:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Loslaten waar het kan, streng waar moet;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Capaciteitssturing vindt plaats op basis van risico’s;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Toezicht en handhaving ook bij het eigen waterschap en andere overheden;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Handhaven volgens strategieën;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Houding van de overtreder bepaalt reactie van het waterschap;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Samen werken en samenwerken is vanzelfsprekend;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Het waterschap is transparant en communiceert over toezichts- en handhavingsdoelen, de aanpak en de resultaten.</al></li></lijst><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Wat is onze ambitie?</nadruk></nadruk></al><al>Het gedrag van naleven van regels te vergroten of het gewenste niveau te behouden. Daarbij gaat het waterschap er vanuit dat een goed naleefgedrag leidt tot veiligheid tegen water, behoud van schoon water, veilig scheepvaartverkeer, de juiste heffingsinkomsten en een doelmatige verwerking van rioolwater.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Wat zijn de beleidsdoelen in de planperiode 2020-2024?</nadruk></nadruk></al><al>Het waterschap heeft voor deze planperiode een aantal algemene handhavingsdoelen geformuleerd. Onder ander de volgende handhavingsdoelen worden nagestreefd:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Bij tenminste 90% van de 1e controlebezoeken wordt voldaan aan de gestelde regels (percentage naleefgedrag);</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Na het inzetten van bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke interventies wordt in 100% voldaan aan de gestelde regels;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Toezicht en handhaving vinden op een eenduidige manier plaats. Vergelijkbare gevallen worden gelijk behandeld (level playing field);</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Toepassen van het instrument ‘de vervuiler betaalt’.</al></li></lijst><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Hoe doen we dat?</nadruk></nadruk></al><al>Er is veel wet- en regelgeving die kan worden overtreden. Het is niet realistisch dat het waterschap op al die mogelijke overtredingen van (wettelijke) voorschriften continu toezicht houdt. Zodoende wordt er geprioriteerd op basis van risico’s. Waterveiligheid (dijken en keringen) en waterkwaliteit kennen daarbij de hoogste risico’s (kans van optreden en het effect daarvan) voor de watertaak.</al><al>Naast de prioritring op basis van de risicoanalyse zijn er in het VTH beleidsplan ook ontwikkelingen genoemd waar het bestuur een prioriteit aan heeft gegeven voor toezicht en handhaving.</al><al>Het waterschap richt zich met het handhavingsproces specifiek op achterblijvers en op het controleren op de naleving van regels. Concreet betekent dat het voorkomen van (schade door) ongewenste lozingen met schadelijke en waterbezwaarlijke stoffen, het bijdragen aan goed waterbeheer in de fysieke leefomgeving en zorgdragen voor een vlot en veilig verkeersgedrag.</al><al>Er wordt gestreefd naar verbetering van het naleefgedrag van geldende wet- en regelgeving en het verhogen van de bewustwording hiervan.</al><al /><al>Dit wil het waterschap bereiken door het uitvoeren van verschillende toezichtsvormen, zoals b.v. preventief uitgebreid controleren, uitvoeren van systeemgericht toezicht, aspectcontroles en het nemen van (afval)watermonsters. Dit routinematig toezicht wordt niet aangekondigd. Zo nodig zal bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk gehandhaafd worden.</al><al /><al>Routinematig toezicht wordt toegepast op alle door het waterschap afgegeven vergunningen, op meldingen, toestemmingen, werken en daarnaast op directe lozingen (rechtstreeks op een zuivering of oppervlaktewater) en specifieke indirecte lozingen (lozing via het gemeentelijk rioolstelsel). Door het routinematig toezicht programmatisch te plannen wordt recht gedaan aan het effectief inzetten van de beschikbare capaciteit.</al><al>Daarnaast is er ook incidenteel toezicht nodig om meldingen, ongewone voorvallen en incidenten de juiste aandacht te geven. Het waterschap kan incidenteel toezicht en handhaving toepassen op alle gedragingen, geprioriteerd van ernstig risicogedragingen naar verwaarloosbaar risico. Incidenteel toezicht kan dan ook plaatsvinden naast, of in plaats van routinematig toezicht.</al><al /><al>Om wendbaar te kunnen reageren op ontwikkelingen is er ruimte begroot voor het incidenteel toezicht. Mocht dit ontoereikend zijn dan zal de betreffende problematiek onderwerp worden van bestuurlijke behandeling en bijstelling van dit HUP (herprioriteren). Op deze wijze borgt het waterschap dat de uitvoering voldoende flexibel kan bijdragen aan de beleidsdoelen. </al><al /><al>Dit HUP beschrijft de voor 2020 bekende toezichtsgebieden waar routinematig toezicht wordt gehouden. Op basis van ervaringsgegevens, afstemmingen met partners en analyses bepaalt het waterschap de routinematige controles bij bepaalde doelgroepen en dit jaar ook op branches of aandachtsgebieden.</al><al>Schematisch ziet dit er als volgt uit:</al><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="wsb-2020-548-2.png" type="foto" breedte="15cm" id="iba5ff214-b6bf-4d0d-ada2-6868dcfb000c" hoogte="8.25cm" /></plaatje></al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr>3.</nr><titel>De ervaringen over 2019 en vooruitkijken naar 2020 </titel></kop><paragraaf><kop><label /><nr>3.1</nr><titel>Algemeen beeld over 2019</titel></kop><structuurtekst><al>Het jaar 2019 is een jaar van een langdurige en extreme droogte, enkele calamiteiten, en een verandering in toezicht en handhaving middels ‘Toekomstbestendig handhaven’. De droogte heeft tijdelijk tot een verschuiving van werkzaamheden geleid, maakte dat er minder tijd aan regulier toezicht op bepaalde thema’s kon worden besteed. Operationeel heeft dit tot incidenteel lagere toezichtsdruk geleid of tot het verschuiven van werkzaamheden in de tijd, met een uiteindelijk effect op interne servicenormen. </al><al /><al>In de samenwerking met de partners in toezicht en handhaving zijn stappen gezet op het vlak van informatie-uitwisseling, procesoptimalisatie en afstemming. Met name de OMWB, provincie Noord-Brabant, Handhavingsteam Moerdijk, politie / openbaar ministerie, Rijkswaterstaat en SSiB zijn partners, waarmee het waterschap in 2019 de operationele samenwerking heeft versterkt. Zo zijn er toezichthouders van SSiB aangewezen om als toezichthouder op het waterdomein te kunnen opereren. Dit is een versterking van de toezichtsdruk in het buitengebied.</al><al /><al>Een resultaat van ‘Toekomstbestendig handhaven’ is in 2019 een versterking van de piket. Meer medewerkers zijn opgeleid en inzetbaar als piketmedewerker en zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk voeren piket uit.</al><al /><al>Omdat het programmajaar 2019 ten tijde van de besluitvorming over dit HUP 2020 nog niet is afgesloten, wordt volstaan met een grove evaluatie. De cijfermatige evaluatie van het HUP 2019 vindt plaats in het eerste kwartaal 2020 en wordt dan ter kennis gebracht aan het dagelijks bestuur. Indien nodig vindt dan ook bijstelling van dit HUP 2020 plaats.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Realiseren van de handhavingsdoelen</nadruk></nadruk></al><al>Ook in 2019 lijkt het uitvoeringsprogramma te worden gerealiseerd en is er geen bijstelling of beleidswijziging nodig geweest om de doelen te behalen. In 2019 is de capaciteit tijdelijk uitgebreid om extra te investeren op agrarisch toezicht. </al><al /><al>Het naleefgedrag bij 1e controles lijkt niet overall in lijn te zijn met de verwachtingen. De norm voor een naleefgedrag van 90% lijkt bij enkele domeinen niet te worden gehaald. De achterblijvers zijn met name de </al><al>(Proces-)Industrie, Afval(water)beheer, Glastuinbouw en Veehouderij.</al><al>Inzet van capaciteit op hoog risico bedrijven en achterblijvers, resulteert in minder zicht op de actuele situatie van de overige bedrijven. Dit in combinatie met nieuwe, strengere regelgeving is geen wenselijke situatie. In 2020 vraagt dit aandacht. </al><al /><al>Lopende handhavingszaken krijgen specifiek aandacht om ten spoedigste tot een beëindiging van de ongewenste situatie te komen. Er zijn hercontroles uitgevoerd, dwangsommen verbeurd en ingevorderd, en er is strafrechtelijk aandacht aan bepaalde dossiers gegeven. Daarmee lijkt ook in 2019 dit doel behaald te worden. </al><al /><al>Repressief handhaven wordt uitgevoerd op basis van de Landelijke Handhavingsstrategie, de LHS. Deze LHS streeft naar een ‘Level Playing Field´ en is richtinggevend in alle handhavingsdossiers van het waterschap en sluit aan op het optreden van de partners in straf- en bestuursrecht. Waar nodig is met partners bepaald hoe de LHS wordt toegepast. Tactisch / strategisch vindt er afstemming plaats met de officier van justitie om handhavingsacties en ontwikkelingen te bespreken.</al><al /><al>Daarbij is het waterschap in staat geweest om het principe ‘de vervuiler betaalt’ bij ongewone voorvallen toe te passen. Daar waar een veroorzaker bekend was, is deze in de gelegenheid gesteld zelf de schade te beperken en te herstellen. Het waterschap behoudt daarbij de mogelijkheid om direct in te grijpen als dat nodig is en om later in de tijd alsnog aanvullende maatregelen te laten uitvoeren door de veroorzaker of op diens kosten.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>3.2</nr><titel>Branches, aandachtsgebieden en doelgroepen specifiek belicht</titel></kop><structuurtekst><al>Het waterschap geeft ook in 2020 hoge prioriteit aan de branches, aandachtsgebieden en doelgroepen: (Proces-)Industrie, Brzo, Afval(water)beheer, de agrarische sector, overheden en ‘wonen en werken aan/op een kering’.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">(Proces-) Industrie</nadruk></nadruk></al><al>Binnen het aandachtsgebied (Proces-)Industrie heeft het waterschap 12 doelgroepen benoemd met daarin circa 170 inrichtingen.</al><al>Binnen dit aandachtsgebied zijn de volgende grootheden te onderscheiden: (Proces-)Industrie, Brzo-bedrijven en Chemische industrie.</al><al>In 2019 is vooral routinematig toezicht uitgevoerd en vroeg de opkomst van nieuwe stoffen extra inzet. Monitoring op de aanwezigheid van GenX in het effluent van rioolwaterzuivering Bath is gecontinueerd. Daarnaast werkt het waterschap samen met partners aan toezicht op GenX, MTBE en PFAS (fluor houdende stoffen). De extra inzet is opgevangen vanuit incidenteel toezicht en vraagt ook in 2020 de gepaste aandacht. </al><al /><al><nadruk type="cur">Samenwerking op het vlak van </nadruk><nadruk type="cur">Brzo</nadruk><nadruk type="cur"> (Besluit risico’s zware ongevallen)</nadruk></al><al>Sinds 2014 is het waterschap, in samenwerking met Rijkswaterstaat, één van de 6 regisserende Brzo- waterschappen in het land. Dat betekent, dat het waterschap, namens de waterschappen Scheldestromen, Aa en Maas en De Dommel, samen met de Brzo-inspectiepartners, toezicht houdt bij Brabantse en Zeeuwse Brzo-bedrijven. </al><al /><al>Binnen het beheersgebied van het waterschap zijn er ongeveer 40 inrichtingen die onder het regiem van het Besluit risico zware ongevallen (Brzo) vallen. Deze inrichtingen zijn onder te verdelen in de volgende doelgroepen:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Op- en overslag van chemische producten;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Vervaardigen van chemische producten en/of aardolieproducten;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Vatenwasserijen en tank(auto-)cleaningbedrijven;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Afvalverwerkingsbedrijven.</al></li></lijst><al /><al>Gelet op de aard, het effect en de omvang van de lozingen bij ongewone voorvallen heeft het uitvoeren van toezicht bij deze inrichtingen een hoge prioriteit. </al><al /><al><nadruk type="cur">Provinciaal project ‘Risicorelevante bedrijven’</nadruk></al><al>Risicorelevante bedrijven zijn bedrijven die net niet onder de werkingssfeer van het Brzo vallen, maar wel als risicorelevant worden aangemerkt. De Brabantse omgevingsdiensten voeren gezamenlijk het project ‘Risicorelevante Bedrijven´ uit. De Brabantse waterschappen zijn sinds 2017 bij dit project aangesloten. </al><al /><al>Binnen de branche (Proces-)Industrie vertoont ongeveer de helft van de doelgroepen gedragingen die bij niet-naleving van de voorschriften leiden tot een groot of ernstig risico. Gelet hierop en de ervaringen van de afgelopen jaren wordt in 2020 (wederom) prioriteit gegeven aan de volgende doelgroepen:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Vervaardiging van chemische producten en/of aardolieproducten; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Algemene, academische en categoriale ziekenhuizen (meer prioriteit dan vorig jaar);</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Vatenwasserijen en tank(auto)cleaningbedrijven;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Behandeling van oppervlakken van materialen;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Vervaardiging van leer;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Papier- en kartonindustrie.</al></li></lijst><al /><al>De overige doelgroepen binnen de branche (Proces-)Industrie vertonen gedragingen die bij niet-naleving van de regels leiden tot een gemiddeld risico. Gelet hierop en de ervaringen van de afgelopen jaren wordt in 2020 minder prioriteit gegeven aan de doelgroepen:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Het conserveren van auto’s en motorrevisie;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Fotografische bedrijven met laboratoria;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Zeefdrukkerijen;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Analytische laboratoria en geïntegreerde laboratoria (&gt; 10.000 m3/jaar);</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Op- en overslag van chemische producten (minder prioriteit dan vorig jaar).</al></li></lijst><al /><al><nadruk type="cur">Klachten en Meldingen</nadruk></al><al>Binnen de branche (Proces-)Industrie ligt het zwaartepunt vooral op het routinematig toezicht. De ervaring leert dat er ongeveer 30 klachten en meldingen per jaar zijn. </al><al /><al>Concreet betekent dit, dat alle inrichtingen met een gemiddeld of hoger risico en gemiddeld of slechter naleefgedrag tenminste 1 maal per jaar worden bezocht. In verband met deze prioriteitstelling wordt er geen actief toezicht uitgevoerd bij doelgroepen met een gemiddelde tot lage prioriteit. Wel wordt er gereageerd op klachten &amp; meldingen.</al><al>Het toezicht op de Brzo-bedrijven wordt in 2020 voortgezet, waarbij er een achtiental Brzo-controles namens de Zeeuwse of Brabantse waterschappen worden uitgevoerd. Daarnaast wordt het project Risicorelevante bedrijven voortgezet in 2020 en geeft het waterschap aandacht aan opkomende en zorgwekkende stoffen.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Afval(water)beheer</nadruk></nadruk></al><al>Binnen de branche afval(water)beheer heeft het waterschap 7 doelgroepen benoemd met daarin circa 170 inrichtingen. Deze branche kent ook BRZObedrijven. De doelgroep mestverwerking is vanwege de verwevenheid met agrarische bedrijven verplaatst naar de branche Agrarisch. </al><al>In 2019 is vooral routinematig toezicht uitgevoerd en vraagt de opkomst van nieuwe stoffen ook bij de afvalsector extra inzet vanuit handhaving. Net als bij (proces)industrie is er ook op deze branche samen met partners toezicht gehouden op GenX, Mtbe en PFAS. Deze extra inzet is ook hier opgevangen vanuit incidenteel toezicht en vraagt ook in 2020 de gepaste aandacht.</al><al /><al>Binnen de branche Afval vertoont ongeveer de helft van de doelgroepen gedragingen die bij niet-naleving van de voorschriften leiden tot een groot of ernstig risico. Gelet hierop en de ervaringen van de afgelopen jaren geeft het waterschap daarom in 2020 prioriteit aan de volgende doelgroepen:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Afvalverwerkingsbedrijven (incl. verbrandingsinrichtingen);</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Afvalstoffen op- en overslag en bewerken;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Vergistingsinstallaties;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Stortplaatsen (meer prioriteit dan vorig jaar).</al></li></lijst><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="wsb-2020-548-3.png" type="foto" breedte="10cm" id="if052124a-4443-425b-9354-853eef089533" hoogte="3.75cm" /></plaatje></al><al>De overige doelgroepen binnen de branche Afval vertonen gedragingen die bij niet-naleving leiden tot een gemiddeld risico. Gelet hierop en de ervaringen van de afgelopen jaren wordt in 2020 minder prioriteit gegeven aan de doelgroepen:</al><al>• Composteerinrichtingen;</al><al>• Milieustraten/gemeentewerven (afval inzameldepots);</al><al>• Autodemontage (minder prioriteit dan vorig jaar).</al><al /><al><nadruk type="cur">Klachten en Meldingen</nadruk></al><al>Binnen de branche Afval ligt het zwaartepunt vooral op het routinematig toezicht. De ervaring leert dat er ongeveer 30 klachten en meldingen per jaar zijn.</al><al /><al>Concreet betekent dit dat alle inrichtingen met een gemiddeld of hoger risico en een gemiddeld of slechter naleefgedrag tenminste 1 maal per jaar worden bezocht en dat het Brzo-toezicht wordt voortgezet. In verband met prioriteitstelling wordt er geen toezicht uitgevoerd bij doelgroepen met een gemiddelde tot lage prioriteit. Wel wordt er gereageerd op klachten &amp; meldingen.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">De agrarische sector</nadruk></nadruk></al><al>In het beheersgebied van het waterschap zijn ca. 4.100 agrarische bedrijven gevestigd. Deze sector omvat o.a. de glastuinbouw, veehouderij, akker- en tuinbouw. Binnen de agrarisch sector blijft het zwaartepunt voornamelijk liggen op het routinematig toezicht op de hoog-risico-gedragingen. Bij de selectie van bedrijven wordt in 2020 tevens rekening gehouden met gebieden waar de waterkwaliteit een knelpunt oplevert vanuit de knelpuntenanalyse. Er wordt geen routinematig toezicht uitgevoerd bij doelgroepen met een gemiddeld tot laag risico voor de waterkwaliteit. Doorgaans worden er jaarlijks ca. 25 klachten &amp; meldingen in behandeling genomen.</al><al /><al>Uit diverse landelijke onderzoeken blijkt dat het behalen van de waterkwaliteitsdoelstellingen in belangrijke mate afhankelijk is van de agrarische sector. Het gaat hierbij voornamelijk om de emissie van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen. Gewasbeschermingsmiddelen en biociden worden door verschillende doelgroepen binnen de agrarische sector toegepast. Het gebruik van deze middelen levert nog altijd een aanzienlijk risico op voor de waterkwaliteit. Het waterschap ziet er op toe of middelen op een juiste wijze worden gebruikt en toegepast en of bijvoorbeeld de juiste zuiveringstechnische voorzieningen worden ingezet. De controles dragen enerzijds bij aan de bewustwording van de risico’s voor de waterkwaliteit. Anderzijds wordt met deze controles een verdergaande reductie van nutriënten en bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater beoogd.</al><al>Deze aanpak doet recht aan het nieuwe nationaal beleid, het Hoofdlijnenakkoord waterzuivering in de glastuinbouw, de 2e nota Duurzame gewasbescherming, het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) en het streven naar de 2027-doelen van de Kaderrichtlijn Water.</al><al>Op basis van de risicoprioritering houdt het waterschap in 2020 toezicht op de volgende doelgroepen: </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Glastuinbouw;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>(intensieve) Veehouderij;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Akkerbouw;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Pot-, container- en trayteelt; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Boomteelt.</al></li></lijst><al /><al><nadruk type="vet">Glastuinbouw</nadruk></al><al>Voor de glastuinbouwbedrijven geldt sinds 2018 een zuiveringsplicht. Dit betekent dat de meest belangrijke waterstromen met nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen gezuiverd moeten worden alvorens het water mag worden geloosd op de riolering of het oppervlaktewater. In 2019 zijn er 170 bedrijven gecontroleerd van de in totaal ruim 400 zuiveringsplichtige glasbedrijven. Het overgrote deel van de controles is samen met de Omgevingsdienst uitgevoerd. Dit betekent dat er voor 2020 nog 100 bedrijven in aanmerking komen voor een controle op de zuiveringsplicht. De zuiveringsplicht is voor deze sector een grote opgave. Dit uit zich in een achterblijvend naleefgedrag. Verwacht wordt dat het naleefgedrag in 2020 hoger zal liggen omdat steeds meer bedrijven zullen beschikken over een zuivering of het water volledig zullen hergebruiken. Jaarlijks zijn glastuinbouwbedrijven verplicht om gegevens te rapporteren die betrekking hebben op het toepassen en lozen van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen. Deze rapportages worden beoordeeld om zicht te krijgen op het behalen van de doelstelling om te komen tot een ‘emissieloze kas’ in 2027. Jaarlijks ziet het waterschap toe op het aanleveren van rapporten. In 2019 voldeed 90% van de ondernemers aan de rapportageverplichting na een eerste aanschrijving.</al><al /><al><nadruk type="cur">Gebiedsgerichte monitoring glastuinbouw</nadruk></al><al>In 2019 is de gebiedsgerichte monitoring in het kassengebied van Steenbergen gecontinueerd. De monitoring is vanaf het 2e kwartaal 2019 uitgebreid met het kassengebied in Made. Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met de ZLTO. Tijdens het project vinden er diverse bijeenkomsten met ondernemers plaats om de tussentijdse resultaten te delen en investeren in de bewustwording van de emissie van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen. In beide gebieden worden eens per 2 weken metingen uitgevoerd op vaste meetpunten. De kwaliteit wordt beoordeeld op de aanwezigheid van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen. In meer dan de helft van de controlemomenten worden er matig tot sterk verhoogde concentraties in het oppervlaktewater aangetroffen. Het betreft lekkages en lozingen van geringe tot grote omvang. In de meeste gevallen kan de lozing worden opgespoord en wordt er een interventie uitgevoerd rekening houdend met de ernst en het gedrag van de ondernemer. De monitoring wordt in 2020 gecontinueerd en uitgebreid met extra meetapparatuur. </al><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="wsb-2020-548-4.png" type="foto" breedte="5cm" id="ia8514b19-f03a-4d0d-9c60-40a7768e03ad" hoogte="6.57cm" /></plaatje></al><al /><al><nadruk type="vet">Veehouderij</nadruk></al><al>Bij veehouderijen voert het waterschap controles uit die onder andere zijn gericht op de emissie vanaf het erf. In 2019 is samen met de ZLTO het project “Vermindering erfemissie” opgestart. Ondernemers wordt binnen dit project de gelegenheid geboden om een erfscan uit te laten voeren gericht op een toekomstbestendige erfsituatie. In de praktijk blijkt dat weinig ondernemers zich aanmelden om een erfscan uit te laten voeren. De oorzaak kan naar alle waarschijnlijkheid worden herleid naar de grote opgave voor de veehouderij en de actuele stikstofdiscussie naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State medio 2019. Omdat de emissie vanaf een erf een belangrijke invloed heeft op de kwaliteit van het oppervlaktewater wordt er in 2020 toezicht gehouden op veehouderij. Er worden ten minste 100 controles uitgevoerd waarbij de erfsituatie wordt beoordeeld op emissie naar het oppervlaktewater. Hierbij wordt rekening gehouden met gebieden waar de waterkwaliteit achter blijft of waar er een noodzaak is vanuit een specifiek beschermingsgebied. In 2019 zijn er 130 controles uitgevoerd binnen de melk-, varkens-, en rundveehouderij. Meer dan de helft van de controles is uitgevoerd binnen de gemeenten Alphen-Chaam en Baarle-Nassau. De reden hiervoor had zowel betrekking op de knelpunten in de plaatselijke waterkwaliteit als op de werking van de rioolwaterzuivering in Baarle-Nassau. Het naleefgedrag vastgesteld bij de controles betreft haalt net de gestelde norm van 90% niet. In hoeverre dit resultaat, in combinatie met de toezichtsdruk, de kwaliteit van het oppervlaktewater en de werking van de zuivering verbetert, kan pas over langere termijn worden beoordeeld. </al><al /><al><nadruk type="vet">Akker- en tuinbouw</nadruk></al><al>Binnen de akker- en tuinbouw controleert het waterschap met name op de recirculatieplicht in de pot-, container- en trayteelt en de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen langs de watergang. In verband met de extra toezichtsdruk binnen de glastuinbouw zijn er in 2019 een beperkt aantal tuinbouwbedrijven bezocht en zijn er geen controles uitgevoerd op het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen in de akkerbouw. </al><al>Het jaar 2019 was overigens een overgangsjaar in verband met de invoering van het zgn. drukregistratiesysteem voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. In 2020 wordt het toezicht op het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen en de recirculatieplicht binnen de tuinbouw weer geïntensiveerd. Het streven is om tenminste 100 tuinbouwbedrijven te bezoeken en 30 toepassingscontroles uit te voeren.</al><al /><al><nadruk type="cur">Droogte in de open teelt</nadruk></al><al>De lange periode van droogte heeft gemaakt dat de omvang aan toezicht ter voorkoming van illegaal onttrekken van oppervlaktewater incidenteel groter is geweest dan begroot. Deze controles waren deels voorzien vanuit routinematig toezicht, de uitzonderlijke omvang van de droogte heeft wel een significant grotere omvang aan incidenteel toezicht gevraagd.</al><al>Het toezicht is overwegend met surveillance uitgevoerd, tijdens en met name buiten kantoortijden. Opvallend daarbij was het grote bewustzijn van agrariërs en ingelanden van het waterschap met de achterliggende klimaatveranderingen. Omdat nog onduidelijk is of dat deze droogteperiode regel of uitzondering is, vindt er voor 2020 geen bijstelling van prioriteit of aandacht plaats en wordt er wederom zo nodig vanuit incidenteel toezicht opgeschaald.</al><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="wsb-2020-548-5.png" type="foto" breedte="5cm" id="i6287d699-2382-4117-afae-3b362789a1e8" hoogte="5.19cm" /></plaatje></al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Grondwateronttrekkingen</nadruk></nadruk></al><al>Dit thema omvat de bouwputbemalingen, de beregeningen uit grondwater en de opgaven van het grondwaterverbruik. Het thema grondwater is geprioriteerd met een gemiddeld tot laag risico.</al><al>In 2019 is in het kader van grondwaterbeheer routinematig toezicht uitgevoerd op de juiste uitvoering van vergunningsvoorschriften bij bronneringen (bouwputbemalingen) en bij het projectmatig opvragen van de ‘grondwateropgave bij beregeningen’.</al><al /><al>Voor bouwputbemalingen zijn in 2019 aanzienlijk minder vergunningen verleend. Een directe oorzaak is hiervoor niet te achterhalen. Naast vergunningaanvragen ontvangt het waterschap zo’n 400 meldingen onder algemene regel. Door langdurige afwezigheid van een collega zijn niet alle begrote controles uit de programmering uitgevoerd. De risicovolle zaken zijn gecontroleerd. Uit de uitgevoerde controles blijkt dat het naleefgedrag bij grote bronneringen voldoende is. De ambities voor komend jaar zijn het bedrijfszekerder inzetten van toezichtcapaciteit op dit domein om het uitvoeringsprogramma uit te kunnen voeren. Hiervoor zullen diverse collega’s aanvullend opgeleid moeten worden. </al><al /><al>Voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van agrarische beregening dient jaarlijks achteraf bij het waterschap een opgave te worden gedaan. Met deze opgegeven hoeveelheden onttrokken grondwater wordt de totale onttrekkingshoeveelheid in Noord-Brabant berekend. Het waterschap ziet ook in 2020 toe op een juiste en tijdige opgave binnen haar beheersgebied.</al><al /><al>De controles op het illegaal beregenen uit grondwater zijn gecombineerd met het toezicht op het onttrekkingsverbod oppervlaktewater. In 2019 zijn er langere tijd onttrekkingsverboden oppervlaktewater van kracht geweest. Het gecombineerde toezicht hierop heeft geleid tot het constateren van enkele overtredingen. Overtredingen worden gehandhaafd waar nodig. Het nalevingsgedrag bij grondwateronttrekkingen in beschermde en niet-beschermde gebieden voldoet aan de norm. Er is dan ook geen bijstelling van prioriteit of aandacht nodig.</al><al /><al>Concreet betekent dit alles dat in 2020 alle te verlenen vergunningen voor bouwputbemalingen worden gecontroleerd. Daarnaast controleert het waterschap circa 50 meldingen op basis van de risico’s. Hierbij wordt eveneens getoetst of de juiste waterschapsbelasting (heffing) wordt voldaan.</al><al>Daarnaast wordt er toegezien op het aanleveren van de gegevens betreffende de hoeveelheden onttrokken grondwater en wordt het toezicht op het illegaal beregenen voortgezet in combinatie met onttrekkingsverboden oppervlaktewater.</al><al>Overige gedragingen worden op basis van klachten en meldingen opgepakt.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Overheden</nadruk></nadruk></al><al>Deze branche onderscheidt ‘eigen organisatie en ‘andere overheden’. Binnen de branche heeft het waterschap 3 doelgroepen benoemd met daarin circa 710 inrichtingen. Binnen de branche ‘eigen organisatie en andere overheden’ is er in 2019 vooral routinematig toezicht uitgevoerd op lozingen uit gemeentelijke rioolstelsels en lozingen vanuit het waterzuiveringssysteem op oppervlaktewater.</al><al /><al>Binnen de branche vertonen alle drie de doelgroepen gedragingen die bij niet-naleving leiden tot een groot of ernstig risico voor de waterkwaliteit. Gelet hierop, de bestuurlijke gevoeligheid en de ervaringen van de afgelopen jaren geeft het waterschap daarom ook in 2020 prioriteit aan de doelgroep Rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) in deze branche.</al><al /><al>Toezicht op de overige doelgroepen in deze branche vindt voornamelijk plaats bij ongewone voorvallen:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Lozingen vanuit overstorten en nooduitlaten (gemengde stelsels gemeenten en overstorten uit eigen gemalen van het waterschap);</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Lozingen vanuit hemelwateruitlaten (gescheiden gemeentelijke stelsels).</al></li></lijst><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="wsb-2020-548-6.png" type="foto" breedte="5cm" id="i11dbea83-62ae-4c10-a215-ab3937497427" hoogte="3.37cm" /></plaatje></al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Wonen en werken aan het water</nadruk></nadruk></al><al>Het toezicht richt zich binnen dit thema op het facet waterkwantiteit. Dit aandachtsgebied heeft de volgende kenmerken:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>A-oppervlaktewaterlichamen (3900 km)</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>B-oppervlaktewaterlichamen (7400 km)</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>C-oppervlaktewaterlichamen</al></li></lijst><al /><al>Het accent heeft in 2019 voornamelijk gelegen op het in behandeling nemen van klachten en meldingen. Het aantal klachten is gelijk gebleven aan voorgaande jaren maar toch behoorlijk hoog. De klachtmeldingen komen veelal voort uit de inspecties die gehouden worden vanuit het proces Onderhouden en gaan over het belemmeren van de mogelijkheid om onderhoud uit te voeren. </al><al>Door de grote hoeveelheid klachtmeldingen was het waterschap in 2019 niet in staat om alle vergunningen met een hoog risico te controleren. De complicatie hierbij is dat men de start van werkzaamheden niet goed meldt, wat de trigger is voor het uitvoeren van controles. Daar hebben we grip op gekregen door onder andere het inzetten van technische middelen; luchtfoto’s uit meerdere jaren vergelijken en een actieve benadering van vergunninghouders (hoog risico vergunningen). Het niet controleren van de vergunningen met een laag en middel risico geeft een risico’s voor het watersysteem en heeft ook zijn weerslag op het leggerproces omdat bijvoorbeeld ‘as-built’-tekeningen niet of niet tijdig binnenkomen.</al><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="wsb-2020-548-7.png" type="foto" breedte="5cm" id="i43d6e38d-f0dc-4cd4-91d5-1a112a48ed3e" hoogte="2.04cm" /></plaatje></al><al /><al>Om de risico’s te reduceren en beter aan te sluiten bij het leggerproces zal het waterschap komend jaar meer capaciteit aanwenden om de vergunningen met hoog risico en die met gevolgen voor de legger te controleren. De vergunningen met een middelhoog tot lager risico worden niet structureel gecontroleerd. </al><al /><al>De houding van de overtreders kan in zijn algemeenheid worden gekwalificeerd als “goedwillend” tot “moet kunnen” en de gevolgen variëren van “vrijwel nihil tot “beperkt”. </al><al>Het handhavend optreden, voornamelijk voortkomend uit klachtmeldingen, richt zich hierdoor met name op het afdwingen van herstel en behoeft eigenlijk geen bestraffend karakter te hebben.</al><al /><al>Het toezicht op de categorie B-oppervlaktewaterlichamen richt zicht met name op controles rondom de onderhoudsverplichtingen. Deze controles dragen bij aan het waarborgen van een goede aan- en afvoerfunctie van het watersysteem. Projectmatig wordt jaarlijks een groot deel in het beheersgebied gecontroleerd. Door de open norm (doelvoorschriften) ziet het waterschap dat het voor sommige klanten moeilijk is om hier invulling aan te geven. Hierdoor blijft het naleefgedrag achter. Ondanks dit achterblijvend naleefgedrag en enkele klachtenmeldingen treedt er door dit gedrag geen wateroverlast op en is het risico laag. Dit maakt dat dit toezicht ook in 2020 dezelfde aandacht krijgt. Mogelijk dat nieuwe vormen van digitaal geautomatiseerd toezicht zijn intrede kunnen doen. Hier wordt actief onderzoek naar gedaan, met ondersteuning van andere processen.</al><al /><al>De overige laaggeprioriteerde handelingen behandelt het waterschap aan de hand van klachten en meldingen.</al><al /><al>Bij een eventueel uitgevaardigd onttrekkingsverbod zal aan dat toezicht een hoge prioriteit worden gegeven. Controles op een onttrekkingsverbod worden tegelijkertijd uitgevoerd met controles op het beregenen uit grondwater. </al><al /><al><nadruk type="cur">Project </nadruk><nadruk type="cur">Sodo</nadruk><nadruk type="cur">:</nadruk></al><al>In februari 2016 is het waterschap gestart met de uitvoering van het project ‘Sloten, oevers en dijken op orde’, afgekort Sodo. Het waterschap wenst de betrokkenheid en bewustwording van inwoners en werkenden in het beheersgebied te vergroten en ongewenste situaties, met oog voor wederzijdse belangen, op te lossen. Daarbij wordt in ieder geval bijgedragen aan het vergroten van de bekendheid met de Keur, de gewenste gedragsverandering en vooruitgekeken naar ‘data op orde’ t.b.v. de Omgevingswet.</al><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="wsb-2020-548-8.png" type="foto" breedte="5cm" id="ib6f7daa3-cddb-4efa-9ed8-217164d9e3cc" hoogte="3.85cm" /></plaatje></al><al>Dit project bekijkt, in overleg met bewoners, hoe de ongewenste situaties tot stand zijn gekomen en welke oplossingen passend zijn. Daartoe voert het waterschap diverse controles uit, houdt het bewonersbezoeken (keukentafelgesprekken) en zijn er informatieavonden georganiseerd. Daarbij zijn er specifieke, niet te vergunnen overtredingen bepaald die aandacht krijgen en worden opgelost. Dit project wordt in 2020 voortgezet.</al><al /><al>Om na de uitvoering van Sodo nieuwe achterstanden zoveel mogelijk te beperken, is surveillance op de risicovolle handelingen bij categorie A- en B-oppervlaktewaterlichamen uitgevoerd. Gelet op de omvang blijft dit aandachtsgebied aandacht vragen in 2020, in dit HUP en in de samenwerking met andere processen.</al><al /><al>Concreet betekent dat het waterschap in 2020 toezicht houdt op verleende vergunningen met een ernstig- of hoogrisicogedraging en daarbij de actualiteit en juistheid van deze gegevens in de legger borgt.</al><al>Bij de categorie B-oppervlaktewaterlichamen beperkt het toezicht zich tot surveillance in het beheersgebied en jaarlijks toezicht op de uitvoering van de onderhoudsplicht door perceel eigenaren. </al><al /><al>De overige laaggeprioriteerde handelingen behandelt het waterschap aan de hand van klachten en meldingen.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Wonen en werken op of aan een kering</nadruk></nadruk></al><al>Het toezicht bij ´Wonen en werken aan of op een kering’ richt zich op waterveiligheid en heeft de volgende kenmerken:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>lengte primaire keringen (143 km);</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>lengte regionale keringen en overige keringen en kades (425 km).</al></li></lijst><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="wsb-2020-548-9.png" type="foto" breedte="10cm" id="i0f16590f-2e6f-4df7-b7fe-9a2d8c0258d5" hoogte="4.73cm" /></plaatje></al><al /><al>Het toezicht richt zich specifiek op de waterveiligheid. Binnen de doelgroep ‘primaire keringen’ zijn in 2019 alle afgegeven vergunningen gecontroleerd. Per jaar worden er circa 75 vergunningen verleend op primaire keringen. Voor de doelgroep regionale keringen geldt dat hier circa 65 vergunningen worden verleend. Alle hoog-risico-gedragingen worden gecontroleerd. Het naleefgedrag is hoog, maar de startmelding van de werkzaamheden blijft aandacht vragen. Het aantal klachtmeldingen blijft gelijk en betreffen over het algemeen zaken m.b.t. de onderhoudstoestand van de grasmat. Hier wordt de onderhoudsplichtige op aangesproken. Daarnaast geldt voor overige klachtmeldingen, dat deze situaties na een legalisatietraject kunnen worden vergund. </al><al>De houding van de overtreders kan in zijn algemeenheid worden gekwalificeerd als “goedwillend” tot “moet kunnen” en de gevolgen zijn “vrijwel nihil”. Het handhavend optreden, voornamelijk voortkomend uit klachtmeldingen, richt zich hierdoor met name op het afdwingen van herstel en behoeft eigenlijk geen bestraffend karakter te hebben.</al><al /><al>De controles op de afgegeven vergunningen en het oppakken van klachtmeldingen worden in 2020 wederom op de zelfde wijze uitgevoerd.</al><al /><al>Bij de doelgroep regionale keringen zien we een toenemend belang van deze keringen. Op diverse trajecten wordt de komende tijd actief gewerkt aan dijkverbetering. Door de “2e ronde toetsing” komt het waterschap er achter dat er diverse gedragingen zijn die leiden tot afkeuring. Beschadigingen van de grasmat (veelal door illegale begrazing) en aanwezige bomen (die een risico vormen bij storm en hoogwater), zorgen er voor dat op deze doelgroep flink geïnvesteerd moet worden. </al><al>Het waterschap zal projectmatig handhavend optreden tegen illegale begrazing en de eigenaren van bomen aanspreken die een probleem geven. Hierbij zal aanvankelijk geïnvesteerd worden in een communicatietraject gevolgd door een handhavingstraject. </al><al>Aanvullend wordt een maandelijkse surveillance opgezet naar hoog-risico-gedragingen op de regionale kering en vindt er een jaarlijks in het najaar een schouw plaats naar de onderhoudsverplichtingen. Middels het inzetten van technische middelen zal jaarlijks gekeken worden naar hoog-risico-gedragingen op compartimenteringskeringen en overige keringen. Hierbij betreft dan instandhouding van het profiel en tegengaan van illegale bebouwing. </al><al /><al>Op dit thema vindt afstemming plaats met de projecten Sodo, Verbetering regionale keringen en het VTH- proces. Qua toepasbaarheid van regelgeving bleek er onduidelijkheid te bestaan rondom het begrip ‘goede’ dijkbekleding. Dit heeft binnen het waterschap de aandacht.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Recreatievaart en beroepsvaart</nadruk></nadruk></al><al>Binnen het beheersgebied van het waterschap worden vaarwegen gebruikt voor recreatieve en bedrijfsmatige doeleinden. Het waterschap ziet toe op een veilig en vlot scheepvaartverkeer en het beschermen van oevers en bodem. De branche is onderverdeeld in twee doelgroepen, te weten beroeps- en recreatievaart.</al><al>Binnen dit nautisch beheer reageert het waterschap met name op klachten en meldingen en is toezicht uitgevoerd op het illegaal afmeren of ligplaats nemen. Er zijn geen activiteiten geconstateerd die een groot risico met zich meebrengen. Door de toenemende beroepsvaart, het toenemend aantal evenementen en het toegenomen recreatieve vaarverkeer lijkt de huidige ambitie op nautisch beheer te laag. Het waterschap heeft in 2019 een nota opgesteld waarin hierop is ingegaan. Een verdere uitwerking van de ambitie volgt in de komende beleidsperiode. </al><al>De uitkomsten van dit toezicht dragen bij aan het herijken van de uitvoering van deze kerntaak, de risicoprioritering op dit aandachtsgebied.</al><al /><al>Binnen nautisch beheer vertonen de doelgroepen gedragingen die bij niet-naleving van de regels leiden tot een gemiddeld tot laag risico. </al><al /><al>Concreet betekent dat: toezicht met name incidenteel (naar aanleiding van meldingen) wordt uitgeoefend op de naleving van de regelgeving rondom veiligheid, evenementen en evt. bijzondere transporten over water. Daarbij wordt de verbinding met grote gemeenten gemaakt, zoals Breda, om toezicht op het water te versterken en naleefgedrag te verbeteren. </al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Belastingplichtigen</nadruk></nadruk></al><al>Alle bedrijven die afvalwater lozen, op oppervlaktewater of via het riool op de rioolwaterzuiveringsinstallatie, betalen een heffing (belasting). Deze bedrijven worden aangeslagen op grond van de hoeveelheid en de vervuilingswaarde van het geloosde afvalwater.</al><al /><al>In 2019 is er binnen de branche heffingen vooral routinematig toezicht uitgevoerd. Uit de controles blijkt dat het naleefgedrag precies aan de doelstelling voor 2019 voldoet. Dit beeld geldt voor alle soorten controles.</al><al /><al>Binnen aandachtsgebied Heffingen heeft het waterschap 4 doelgroepen benoemd:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>meetbedrijven</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>tabelbedrijven (zowel industrieel als agrarisch);</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>forfaitaire bedrijven;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>overig (bijv. evenementen en aanvoer per as).</al></li></lijst><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="wsb-2020-548-10.png" type="foto" breedte="15cm" id="i9216a34e-e77c-426d-a550-4d1a26b906f0" hoogte="10.05cm" /></plaatje></al><al /><al>De doelgroep meetbedrijven vertoont gedragingen die bij niet-naleving leiden tot een groot of ernstig risico voor de heffingsinkomsten van het waterschap. Gelet hierop en de ervaringen van de afgelopen jaren geeft het waterschap in 2020 wederom prioriteit aan de doelgroep meetbedrijven. </al><al /><al>Deze doelgroep van bedrijven, die dient te meten om de jaarlijkse vuillast te bepalen, omvat circa 110 inrichtingen. Dit betreffen zowel grote als kleine (industriële) inrichtingen, die diverse afvalwaterstromen lozen. </al><al /><al>Het waterschap houdt toezicht op naleving van de voorwaarden uit de meetbeschikking (inclusief de tijdige kalibratie van meetapparatuur), voert contra-onderzoek uit en verricht extra afvalwateronderzoek in eigen beheer. </al><al>Deze werkzaamheden hebben tot doel om de juistheid van de aangifte te controleren en advies te geven aan de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB), dit over het opleggen van de juiste aanslagen. Een deel van de activiteiten geschiedt uit efficiencyoverwegingen gezamenlijk met de controles op de overige wet- en regelgeving. Daarom is een deel van de toezichtsuren opgenomen in de andere doelgroepen of aandachtsgebieden.</al><al /><al>Discrepantie is het verschil tussen de totale gemeten vuillast in het influent van een rwzi versus de vuillast op basis van de opgelegde zuiveringsheffing. Aan onderzoek om discrepantie te verminderen, zal in 2020 ook weer extra aandacht worden besteed.</al><al /><al><nadruk type="cur">Ontwikkeling agrarische sector</nadruk></al><al>In de afgelopen jaren ziet het waterschap dat steeds meer agrarische bedrijven nevenactiviteiten ontplooien zoals het exploiteren van minicampings, kaas- en ijsmakerijen, eventueel in combinatie met kleinschalige horecagelegenheid. Daarnaast wordt gesignaleerd dat er steeds meer sprake is van uitbreiding van woongelegenheid voor arbeidsmigranten voor seizoensgebonden arbeid. Deze ontwikkeling heeft gevolgen voor de vuillast op de rioolwaterzuiveringen en de waterschapsheffing. Om beter inzicht te krijgen in de omvang van de vuillast in combinatie met de discrepantie tot heffingsinkomsten, zal er in 2020 een steekproef plaatsvinden om beter inzicht te krijgen in de aard en omvang van nevenactiviteiten binnen de agrarische sector.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Overige aandachtsgebieden</nadruk></nadruk></al><al>Binnen de overige aandachtsgebieden heeft het waterschap 6 doelgroepen benoemd met daarin circa 40 inrichtingen. Het betreft vooral inrichtingen die rechtstreeks lozen op oppervlaktewater en een risico kunnen opleveren voor de waterkwaliteit. Er zijn in 2019 geen achterblijvers geconstateerd. </al><al /><al>Circa 14% van deze doelgroepen vertoont gedragingen, die bij niet-naleving leiden tot een groot of ernstig risico voor de waterkwaliteit. </al><al>De overige doelgroepen vertonen gedragingen die bij niet-naleving leiden tot een gemiddeld tot laag risico. Gelet hierop en de ervaringen van de afgelopen jaren wordt in 2020 minder prioriteit gegeven aan de doelgroepen:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Betonmortelbedrijven;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Scheepswerven en watersportinrichtingen;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Drinkwaterproductiebedrijven;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Lozers vanaf laad- en loskade.</al></li></lijst><al>Binnen de risicoprioritering is het risico ‘gemiddeld’ voor het watersysteem.</al><al /><al>Gelet hierop en de ervaringen van de afgelopen jaren geeft het waterschap daarom in 2020 prioriteit aan de doelgroepen ‘Kleine oppervlaktewaterlozers’ en ‘Koelwaterlozers’. De ervaring leert dat het waterschap een beperkt aantal klachten en meldingen ontvangt.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Buiten inrichtingen</nadruk></nadruk></al><al>Het domein `Buiten inrichtingen` richt zich op lozingen, gedragingen en toepassingen die invloed hebben op de waterkwaliteit. Bijna alle handelingen binnen dit domein kennen een sterke samenhang met de afgegeven watervergunningen onder de Keur. </al><al /><al>Dit aandachtsgebied kent 5 doelgroepen:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>toepassen onder het Besluit Bodemkwaliteit(Bbk) van grond, baggerspecie en bouwstoffen in een oppervlaktewaterlichaam (o.a. Grootschalige bodemtoepassingen(GBT’s);</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>lozen van huishoudelijk afvalwater;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>baggerspeciedepots en baggerwerkzaamheden;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>lozen ten gevolge van werkzaamheden aan vaste objecten;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Maatregelen door derden mbt bestrijding blauwalg.</al></li></lijst><al /><al>Het toezicht binnen dit domein richt zicht op de toepassingen onder het Bbk. De overige doelgroepen worden alleen opgepakt op basis van klachtmeldingen en bij samenloop van werkzaamheden onder een keurvergunning. </al><al>Toezichtcontroles op basis van het Bbk hebben zich in 2020 gefocust op het verondiepen van de Dassenplas. Het verondiepen van deze plas wordt ook wel een grootschalige bodemtoepassing (GBT) genoemd. Het naleefgedrag is hoog. Naast de Dassenplas is er in het beheersgebied nog een concreee plan voor een gelijksoortige initiatief. De verwachting was dat dit initiatief dit jaar al zou leiden tot het uitvoeren van aanvullend toezicht. </al><al /><al>Rondom het werken met grond en baggerspecie, loopt een landelijke discussie over de aanwezigheid van PFAS en PFOA in de grond en baggerspecie. Deze zeer zorgwekkende stoffen hebben gezorgd voor nagenoeg een volledige stagnatie van de landelijke markt. Met een Ministerieel “tijdelijk handelingskader” zijn beperkt werkzaamheden weer mogelijk.</al><al /><al>De toepassingen (verondiepingen) kennen hoogrisicogedragingen, het risico op het veroorzaken van schade aan het milieu, de verslechtering van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en daarmee ook een risico voor imagoschade voor het waterschap.</al><al /><al>In 2020 focust het toezicht zicht nog steeds op de GBT’s en zal er aandacht zijn voor lozingen uit baggerspeciedepots in relatie tot de PFAS en PFOA problematiek.</al><al /><al><nadruk type="cur">‘Samen tegen dumpingen’</nadruk></al><al>Door dumpingen van afval dat vrijkomt bij de productie van synthetische drugs loopt de leefomgeving risico. Ook in 2019 heeft het waterschap samengewerkt met de verschillende partners in Noord-Brabant die betrokken zijn bij het project ‘Samen tegen dumpingen’. Vanuit dit provinciale project lopen er diverse initiatieven waaraan het waterschap vanuit de watertaak bijdraagt. </al><al /><al>Ook in 2020 neemt het waterschap deel aan het project ‘samen tegen dumpen’.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>3.3</nr><titel>Samenwerkingen in toezicht en handhaving</titel></kop><structuurtekst><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Versterken samenwerking met de omgevingsdienst</nadruk></nadruk></al><al>Het waterschap heeft een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met de OMWB voor het houden van toezicht op indirecte lozingen (lozingen van bedrijven en huishoudens op het riool). Het betreft bedrijven die met hun afvalwater een groot risico opleveren voor de kwaliteit van het oppervlaktewater en de doelmatige werking van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Daarnaast is er een samenwerking aangaande het jaarlijkse werkprogramma (gezamenlijke uitvoeren controles waar mogelijk), verder zal de samenwerking in 2020 versterkt worden door afstemming op beleidsniveau en projecten (gezamenlijke risicobepaling, gezamenlijke projecten en het delen van data).</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Samenwerken met de politie</nadruk></nadruk></al><al>In voorkomende gevallen werkt het waterschap samen met de politie. Voor grootschalige strafrechtelijke onderzoeken/overtredingen werkt het waterschap samen met het Regionale milieuteam van de Politie (RMT) en diverse werkgroepen, zoals taskforce drugsdumpingen en ondermijning. Ook deze samenwerkingen worden voortgezet. </al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Samenwerken in de haven, samen met de OMWB, Veiligheidsregio MWB en gemeente Moerdijk.</nadruk></nadruk></al><al>De calamiteit bij het bedrijf Chemie-Pack in 2011 is aanleiding geweest om speciale aandacht te geven aan de VTH-taken op het Haven- en Industrieterrein Moerdijk(HiM). Hiervoor is het VTH-team Moerdijk gestart in projectvorm en bestond uit een samenwerkingsverband tussen de gemeente Moerdijk en de Provincie Noord-Brabant. Met de komst van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant zijn de milieutaken daar ondergebracht en werd de OMWB een belangrijke (uitvoerende) speler in het VTH-team Moerdijk. De achterliggende gedachte was om met een integrale blik naar het HiM te kijken. Het gaat om de kwaliteit en de veiligheid van het HiM en het bedrijfsoverstijgend kijken naar (milieu) risico’s, binnen en buiten de grenzen van het HiM. Het VTH –team bestaat inmiddels al een aantal jaren en er heeft een doorontwikkeling plaatsgevonden. Met ingang van 1 januari 2019 zijn de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en het Waterschap Brabantse Delta bij het samenwerkingsverband aangesloten. Het waterschap zet deze samenwerking in 2020 voort. </al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Samenwerken als waterkwaliteitsbeheerders, Rijkswaterstaat</nadruk></nadruk></al><al>Rijkswaterstaat is voor de waterschappen een natuurlijke samenwerkingspartner. Als (collega-) waterbeheerder en (collega-)nautisch beheerder heeft het waterschap diverse verbindingen. Vanuit Brzo en gezamenlijke (ICT-)programmatuur vindt er actieve samenwerking plaats en is het versterken van de samenwerking en verbinden met Rijkswaterstaat een voortdurend proces. Voor 2020 wordt deze samenwerking voortgezet en waar mogelijk verdiept.</al><al /><al>Concreet werkt het waterschap met Rijkswaterstaat en andere waterschappen samen aan het technisch realiseren van informatie-uitwisseling met partners via Inspectieview.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Verbonden met de Veiligheidsregio</nadruk></nadruk></al><al>De veiligheidsregio is een partner in het toezicht, zeker i.r.t. gezondheid rondom diverse (zorgwekkende) stoffen of handelingen binnen bedrijven. Het waterschap onderhoudt in 2020 de samenwerking om als gezamenlijke overheden de informatie over het milieudomein nog beter te verbinden en uitvoering te geven aan de Brzo-taak.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Samenwerken in Noord-Brabant</nadruk></nadruk></al><al>Het waterschap is één van de partners in de afstemming rondom provinciale speerpunten. Daartoe wordt de samenwerking verder uitgewerkt met afspraken en afstemmomenten, draagt het waterschap bij aan de integrale benadering van gedragingen vanuit de één overheidsgedachte en draagt het waterschap bij aan één risicoprioritering uitgaande van de totale fysieke leefomgeving.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr>4.</nr><titel>Inzet van mensen en middelen </titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al>De inzet van mensen en middelen is een belangrijk onderdeel van de kwaliteitseisen in het Besluit omgevingsrecht (artikel 7.5 Bor). In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de beschikbare menskracht en middelen.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Persoonlijke ontwikkeling</nadruk></nadruk></al><al>Voor 2020 zijn in ieder geval de volgende opleidingen/cursussen voorzien: </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Verdieping over en transitie naar de Omgevingswet;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Permanente her- en bijscholing BOA (4 BOA’s) en piketmedewerkers;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Verdieping ondermijning;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Vakgerichte opleidingen en trainingen.</al></li></lijst><al>De ontwikkelingen, zoals de Omgevingswet, vragen om voldoende kennis van het omgevingsrecht als geheel, hoe het waterschap daarin past. Het waterschap investeert in 2020 in bredere kennis hiervan. Daarnaast investeert het waterschap in de competenties: ‘omgevingsbewustzijn’, ‘flexibiliteit’, ‘sensitiviteit’ en ‘onderhandelen’. Medewerkers dienen voldoende over deze competenties te beschikken en waar nodig deze te verdiepen. </al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Formatie &amp; Bezetting</nadruk></nadruk></al><al>De huidige capaciteit staat in onderstaande tabel. Gelet op de toegenomen opdracht voor toezicht en handhaving is structurele en incidentele uitbreiding van uren noodzakelijk. De gewenste extra capaciteit voor 2020 is ook aangegeven in onderstaande tabel. Ten tijde van het opstellen van dit HUP is de gewenste extra capaciteit voor 2020 nog niet beschikbaar. Daarom is besloten het HUP te baseren op de huidige capaciteit. Het streven is de gewenste capaciteit te realiseren in het HUP 2021-2024. </al><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="wsb-2020-548-11.png" type="foto" breedte="15cm" id="i6f65eacf-31ca-4bfe-9daf-cd3fee146945" hoogte="11.61cm" /></plaatje></al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Inzet toezicht en handhaving </nadruk></nadruk></al><al>Niet alle beschikbare fte’s zijn inzetbaar voor directe toezicht- en handhavingstaken. Het betreft m.n. ondersteunende taken voor het proces. Uit de analyse van het tijdschrijven uit het verleden blijkt dat circa 31 fte beschikbaar is om de toezicht- en handhavingstaak op uitvoeringsniveau uit te voeren. </al><al /><al>Met een rekeneenheid van 1.437 productieve uren per fte is het totaal aantal beschikbare productieve uren voor het proces handhaving afgerond 50.000 uur. De verdeling van de uren wordt uitgewerkt naar thema:</al><al>Waterkwaliteit, Waterveiligheid, Waterkwantiteit, Vaarwegbeheer, Waterschapsheffingen en Grondwater.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Gewenste versus beschikbare personele capaciteit</nadruk></nadruk></al><al>In dit HUP geven we bij uitgangspunten aan; “Loslaten waar het kan, streng waar moet”. Voor wat betreft een aantal doelgroepen acht het waterschap geen of beperkte controles acceptabel. Indien zich binnen deze doelgroepen klachten of andere bijzondere omstandigheden voordoen, dan wordt daar op gereageerd. Met deze wijze van reactief toezicht blijft het waterschap toch ‘in control’ voor wat betreft deze doelgroepen.</al><al /><al>Voor de meeste doelgroepen echter is structureel toezicht benodigd. Diverse recente ontwikkelingen (nieuwe wetgeving, nieuwe normen, verbetert zicht op risico’s (risicovolle bedrijven, ZZS, PFAS), meer samen werken met partners) raken de primaire taak van het waterschap. Om op een verantwoorde wijze toezicht uit te voeren is het noodzakelijk dat we op deze ontwikkelingen voldoende inzetten. Op basis van de resultaten van de risicoanalyse en wat de ontwikkelingen van het waterschap vragen is de conclusie dat de huidige formatie niet toereikend is om aan de veranderende opgave te kunnen voldoen. Er is meer capaciteit nodig om in control te zijn en blijven aangaande de risico’s en te voldoen aan de bestuurlijke prioriteit. </al><al /><al>Uiteraard is gekeken of we efficiënter kunnen werken en of technologische ontwikkelingen ons daarbij kunnen ondersteunen. Efficiënter werken is op dit moment nog niet mogelijk, we hebben op basis van de risicoanalyse de capaciteit verdeeld en de technologische ontwikkelingen zijn helaas nog niet zover dat we in de komende jaren hier tijdswinst uit kunnen halen. </al><al /><al>Met het voorliggende uitvoeringsprogramma verwacht het waterschap recht te doen aan de prioriteiten die zijn gesteld in het VTH Beleidsplan 2020 – 2024 en de ervaringen van het afgelopen jaar (tussentijds evaluatie HUP 2019). </al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Financiële onderbouwing </nadruk></nadruk></al><al>In de begroting 2020 van het waterschap is een bedrag van € 3.268.000,- (dit is exclusief overige doorberekeningen) gereserveerd voor het deelproces Toezicht en Handhaving en de uit te voeren taken. De extra benodigde capaciteit is nog niet in de begroting van 2020 meegenomen.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Aldus vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van 10 december 2019,</functie><functie>De dijkgraaf</functie><functie>Drs. C.J.G.M. de Vet</functie><functie>De secretaris-directeur</functie><functie>dr. A.F.M. Meuleman</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></waterschapsblad></officiele-publicatie>