﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE trblad PUBLIC "-//SDU//DTD tractatenblad xml 1.1//NL" "../../dtd/trblad-11.dtd"[]>
<trblad publtype="trac">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/trb-2005-266/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>TRACTATENBLAD</titel>
    <subtitel>VAN HET</subtitel>
    <subtitel>KONINKRIJK DER NEDERLANDEN</subtitel>
    <subtitel>Jaargang 2005 Nr. 266</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.3" conv="prod1.5__2.0" markup="xa"></versie>
    <ordernr>TRB3942</ordernr>
    <sysnr>
      <dosnr>77</dosnr>
      <dosjaar>2005</dosjaar>
      <nummer>1</nummer>
    </sysnr>
    <jaargang>2005</jaargang>
    <nummer>266</nummer>
  </frontm>
  <body>
    <hfdsta>
      <nr>A.</nr>
      <gtxt> TITEL</gtxt>
      <titel>Verdrag tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, de
Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van
Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake samenwerking op het gebied van
ultracentrifugetechnologie; (met Bijlagen en begeleidend schrijven) </titel>
      <gtxt>; </gtxt>
      <plaats>Cardiff</plaats>
      <gtxt>, </gtxt>
      <datum>12 juli 2005 </datum>
    </hfdsta>
    <hfdst>
      <nr>B.</nr>
      <titel>TEKST<voetref refid="f1" nr="1"></voetref></titel>
      <verdrag>
        <taal taal="nl">
          <tuskop letat="vet">Verdrag tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden,
de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, en het Verenigd Koninkrijk
van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake samenwerking op het gebied
van ultracentrifugetechnologie</tuskop>
          <al>De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, de Regering van de Bondsrepubliek
Duitsland, de Regering van de Franse Republiek, de Regering van het Verenigd
Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (hierna te noemen „de
Vier Regeringen");</al>
          <al>Gelet op de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek
Duitsland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
(hierna te noemen „de Drie Regeringen") inzake samenwerking bij
de ontwikkeling en exploitatie van het gas-ultracentrifugeprocédé
voor de productie van verrijkt uranium van 4 maart 1970 (hierna te noemen „het
Verdrag van Almelo");</al>
          <al>Gelet op het voornemen van Areva het door Urenco ontwikkelde procédé
te gebruiken voor het produceren van verrijkt uranium ten behoeve van andere
doeleinden dan de productie van voor de vervaardiging van wapens geschikt
uranium voor het vervaardigen van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen;</al>
          <al>Gelet op de joint venture die is aangegaan tussen Urenco en Areva met
het oog op onderzoek en ontwikkeling inzake ultracentrifugetechnologie, de
vervaardiging van gascentrifuges en daarmee verwante technologie en activiteiten,
Enrichment Technology Company Ltd geheten, met inbegrip van haar dochtermaatschappijen
en de mogelijke rechtsopvolgers daarvan (hierna te noemen „ETC");</al>
          <al>Overwegend dat Areva haar diffusie-installatie zo snel mogelijk wil vervangen;</al>
          <al>Gelet op artikel IX van het Verdrag van Almelo en geleid door de wens
een intergouvernementeel kader vast te stellen tussen de Drie Regeringen en
de Regering van de Franse Republiek ten behoeve van samenwerking met betrekking
tot ETC inzake alle onderzoek en ontwikkeling op het gebied van gas-ultracentrifuge,
en de vervaardiging van gascentrifuges en daarmee verwante technologieën
van Urenco en Areva;</al>
          <al>Erkennend dat de verrijking van uranium een dienst is;</al>
          <al>Gelet op het voornemen van Urenco en Areva niettegenstaande de oprichting
van ETC onafhankelijke concurrenten te blijven op het gebied van verrijkingsdiensten; </al>
          <al>Overwegend dat de Drie Regeringen internationale verplichtingen zijn aangegaan
als partijen bij het Verdrag van Almelo met betrekking tot het gebruik, de
beveiliging en behandeling van gegevens en uitrusting betreffende ultracentrifugetechnologie
alsmede grondstoffen of speciale splijtstoffen die door middel van dergelijke
technologie worden bewerkt;</al>
          <al>Overwegend dat de Vier Regeringen beleidslijnen hebben vastgesteld voor
de beveiliging van gegevens aangaande ultracentrifugetechnologie;</al>
          <al>Overwegend dat de Vier Regeringen zijn toegetreden tot het Verdrag inzake
de niet-verspreiding van kernwapens van 1 juli 1968 (hierna te noemen „het
NPV"), het Statuut van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie
(IAEA) van 26 oktober 1956, IAEA-document INFCIRC/254/Rev.6/Part1 van 16 mei
2003 en herzieningen daarvan (hierna te noemen „de Richtlijnen voor
nucleaire overdrachten"), en het Verdrag inzake de fysieke beveiliging
van kernmateriaal van 3 maart 1980;</al>
          <al>Erkennend dat alle Vier Regeringen waarborgovereenkomsten met de IAEA
zijn aangegaan;</al>
          <al>Voornemens te waarborgen dat alle activiteiten van ETC verenigbaar zijn
met de beleidslijnen van de Vier Regeringen ten aanzien van de niet-verspreiding
van kernwapens en met hun internationale verplichtingen op dat gebied;</al>
          <al>Gelet op het feit dat de Vier Regeringen verplicht zijn kernmateriaal
te beveiligen krachtens de voorwaarden van de Verklaring van een gemeenschappelijk
beleid van de Europese Gemeenschap, door de IAEA in april 1985 gepubliceerd
in INFCIRC/322;</al>
          <al>Overwegend dat de Vier Regeringen partij zijn bij het Verdrag tot oprichting
van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van 25 maart 1957 (hierna te
noemen „het Euratom-verdrag");</al>
          <al>Gezien de doelstelling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen
zoals vervat in haar Groenboek „Op weg naar een Europese strategie
voor een continue energievoorziening„ met betrekking tot samenwerking
op het gebied van nieuwe technologieën;</al>
          <witreg></witreg>
          <al>Zijn het volgende overeengekomen:</al>
          <artkop id="ART0">
            <nr>Artikel I</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </artkop>
          <al>Voor de toepassing van dit Verdrag wordt, tenzij daarin anders wordt bepaald,
verstaan onder:</al>
          <inspring nivo="0">
            <nr>a.</nr>
            <al>„Ultracentrifugetechnologie",
gas-ultracentrifugetechnologie en daarmee verwante technologie, met inbegrip
van informatie, knowhow, apparatuur en onderdelen die gebruikt kunnen worden
voor de verrijking van uranium in het gas-ultracentrifugeprocédé
en voor de bouw van fabrieken voor de vervaardiging van gascentrifuges en
voor verrijking; </al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b.</nr>
            <al>"Urenco", de krachtens het Verdrag
van Almelo opgerichte gezamenlijke industriële onderneming, met inbegrip
van haar dochterondernemingen en de mogelijke rechtsopvolgers daarvan, evenwel
met uitzondering van ETC;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>c.</nr>
            <al>„Areva", de Société
des Participations du Commissariat à l'Energie Atomique, met inbegrip
van haar dochterondernemingen en de mogelijke rechtsopvolgers daarvan, evenwel
met uitzondering van ETC;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>d.</nr>
            <al>„Trojka-VS-Overeenkomst", de
Overeenkomst tussen de Drie Regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, het
Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië
en Noord-Ierland en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika betreffende
de vestiging, bouw en exploitatie van een installatie voor de verrijking van
uranium in de Verenigde Staten van 24 juli 1992;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>e.</nr>
            <al>„Quadripartiete Commissie",
de Commissie als bedoeld in artikel III;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>f.</nr>
            <al>„Gerubriceerde gegevens", gegevens
in elke vorm die overeenkomstig artikel VII beveiligd dienen te worden. Gerubriceerde
gegevens omvatten mede documenten, tekeningen, elektronische media, gegevens
of materiaal waarin gerubriceerde gegevens zijn opgenomen en dusdanige gegevens
die verwerkt zijn in de ultracentrifuge-uitrusting en onderdelen daarvan,
ongeacht op welke wijze zij worden doorgegeven;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>g.</nr>
            <al>„Regering", een van de Vier
Regeringen;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>h.</nr>
            <al>„Nationale Instantie", de instantie
die door elke Regering overeenkomstig artikel VIII is aangewezen, die verantwoordelijk
is voor het waarborgen van de uitvoering van een gemeenschappelijk beleid
voor beveiliging en rubricering krachtens dit Verdrag;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>i.</nr>
            <al>"Akten", de rechtsbescheiden inzake
de oprichting van ETC.</al>
          </inspring>
          <artkop id="ART1">
            <nr>Artikel II</nr>
            <titel>Reikwijdte</titel>
          </artkop>
          <al>1. De Vier Regeringen houden toezicht op de samenwerking tussen Urenco
en Areva binnen ETC overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag met betrekking
tot het gebruik en de beveiliging van ultracentrifugetechnologie.</al>
          <al>2. De Vier Regeringen onthouden zich van het deelnemen aan, het bevorderen
van of het op enigerlei wijze meewerken aan een programma of project inzake
onderzoek naar of ontwikkeling van ultracentrifugetechnologie buiten ETC met
het oog op exploitatie voor commerciële doeleinden, tenzij een dergelijk
programma of project aan ETC is aangeboden voor uitvoering in het kader van
de samenwerking beschreven in het eerste lid van dit artikel en ETC dit programma
of project niet heeft aanvaard.</al>
          <al>3. De Vier Regeringen waarborgen tevens dat Urenco en Areva zich onthouden
van het deelnemen aan, het bevorderen van of het op enigerlei wijze meewerken
aan een programma of project inzake onderzoek naar of ontwikkeling van ultracentrifugetechnologie
buiten ETC met het oog op exploitatie voor commerciële doeleinden, tenzij
een dergelijk programma of project aan ETC is aangeboden voor uitvoering in
het kader van de in het eerste lid van dit artikel beschreven samenwerking
en ETC dit programma of project niet heeft aanvaard.</al>
          <al>4. Wanneer een programma of project wordt uitgevoerd, dat ingevolge het
tweede en derde lid aan ETC is aangeboden en door ETC niet is aanvaard, waarborgen
de Vier Regeringen dat de resultaten niet door de betrokken Regering, Urenco
of Areva worden gebruikt tenzij zij op redelijke en billijke voorwaarden aan
ETC zijn aangeboden voor gebruik in het kader van de in het eerste lid van
dit artikel beschreven samenwerking en ook dit aanbod niet is aanvaard binnen
een tijdvak van vier maanden.</al>
          <al>5. De Vier Regeringen nemen geëigende maatregelen ter vergemakkelijking
van:</al>
          <inspring nivo="0">
            <nr>a.</nr>
            <al>de uitvoering van dit Verdrag met betrekking
tot de activiteiten van ETC;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b.</nr>
            <al>de bouw of exploitatie van verrijkingsinstallaties
ingevolge dit Verdrag.</al>
            <al>De Vier Regeringen nemen noch ondersteunen
initiatieven die een belemmering vormen voor de voornoemde programma's
en projecten.</al>
          </inspring>
          <al>6. Niets in dit Verdrag vormt een beletsel voor het recht van Urenco en
Areva om door ETC centrifuges en verwante apparatuur geleverd te krijgen,
in de aantallen die zij verklaren nodig te hebben voor hun onderscheiden werkzaamheden
voor het verrijken van uranium.</al>
          <al>7. Met inachtneming van de andere bepalingen van dit Verdrag, waarborgen
de Vier Regeringen dat ETC bij de levering van ultracentrifugetechnologie
geen onderscheid maakt tussen klanten of fabrieken op het grondgebied van
de Vier Regeringen.</al>
          <al>8. Niets in dit Verdrag vormt een beletsel voor de uitvoering van het
Verdrag van Almelo tussen de partijen daarbij wanneer zij in het kader van
dat Verdrag handelen. De bepalingen van het Verdrag van Almelo doen evenwel
in geen enkel opzicht afbreuk aan de uitvoering van dit Verdrag wat betreft
de samenwerking tussen Urenco en Areva binnen ETC als beschreven in het eerste
lid van dit artikel.</al>
          <al>9. De Vier Regeringen nemen geen maatregelen ingevolge dit Verdrag die
de werking van de Trojka-VS-Overeenkomst zouden beletten.</al>
          <al>10. De Vier Regeringen zullen, wanneer nodig, de overdracht naar ETC vergemakkelijken
van ultracentrifugetechnologie die is voortgebracht in een faciliteit die
gebruik maakt van ultracentrifugetechnologie die eigendom is van, in het bezit
is van, afkomstig is van of voortvloeit uit activiteiten van ETC. </al>
          <al>11. De Bijlagen I en II maken een integrerend deel uit van dit Verdrag.</al>
          <artkop id="ART2">
            <nr>Artikel III</nr>
            <titel>Quadripartiete Commissie</titel>
          </artkop>
          <al>1. Teneinde te voorzien in een doeltreffend toezicht door de Vier Regeringen
op de in artikel II beschreven samenwerking tussen Urenco en Areva, wordt
een Quadripartiete Commissie ingesteld.</al>
          <al>2. De Quadripartiete Commissie bestaat uit een door iedere Regering daartoe
aangewezen vertegenwoordiger, die door adviseurs kan worden bijgestaan. De
Commissie neemt al haar beslissingen met eenparigheid van stemmen. Iedere
vertegenwoordiger heeft een stem.</al>
          <al>3. Het voorzitterschap van de Quadripartiete Commissie wordt bij toerbeurt
door de vertegenwoordiger van elke Regering voor een termijn van een jaar
uitgeoefend.</al>
          <al>4. De Quadripartiete Commissie stelt haar eigen reglement van orde vast
en beslist welke regelingen op bestuurlijk terrein voor de uitoefening van
haar taken nodig zijn. De Quadripartiete Commissie kan zo nodig subcommissies
of werkgroepen instellen. Elke Regering draagt haar eigen administratieve
kosten.</al>
          <al>5. De Quadripartiete Commissie heeft tot taak:</al>
          <inspring nivo="0">
            <nr>a.</nr>
            <al>vragen betreffende de in de artikelen V
en VI voorziene waarborgen en fysieke beveiliging te bestuderen, de Vier Regeringen
daarover te adviseren en, wanneer van toepassing, dienaangaande beslissingen
te nemen;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b.</nr>
            <al>vragen voortvloeiende uit de rubriceringsregelingen
en beveiligingsmaatregelen die overeenkomstig artikel VII, artikel VIII, tweede
en derde lid, en Bijlage II, in acht genomen moeten worden, te bestuderen
en dienaangaande beslissingen te nemen;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>c.</nr>
            <al>de Vier Regeringen van advies te dienen
betreffende de voorwaarden waarop overeenkomsten als bedoeld in artikel X
zouden kunnen worden gesloten;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>d.</nr>
            <al>voorstellen betrekking hebbend op de volgende
onderwerpen te bestuderen en dienaangaande beslissingen te nemen:</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="2">
            <nr>i.</nr>
            <al>het overbrengen naar gebieden buiten het
grondgebied van de Vier Regeringen van ultracentrifugetechnologie die eigendom
is van, in het bezit is van, afkomstig is van of voortvloeit uit activiteiten
van ETC;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="2">
            <nr>ii.</nr>
            <al>het verlenen van licenties of sublicenties
voor het gebruik buiten het grondgebied van de Vier Regeringen van in onderdeel
d (i) van dit lid bedoelde ultracentrifugetechnologie, anders dan licenties
of sublicenties die reeds verleend zijn vóór de inwerkingtreding
van dit Verdrag; </al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>e.</nr>
            <al>wijzigingen van de akten alsmede de controle
op ETC goed te keuren;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>f.</nr>
            <al>voorstellen van ETC inzake de situering
van haar productie-installaties ingevolge de in artikel II, eerste lid, beschreven
samenwerking, goed te keuren;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>g.</nr>
            <al>beslissingen te nemen omtrent het treffen
van geëigende maatregelen indien zich ontwikkelingen op technisch of
economisch gebied voordoen die de exploitatie op commerciële basis van
de ultracentrifugetechnologie door ETC in belangrijke mate kunnen beïnvloeden,
of daaromtrent de Vier Regeringen aanbevelingen te doen;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>h.</nr>
            <al>beslissingen te nemen met betrekking tot
alle vragen betreffende de uitlegging van dit Verdrag die aan haar worden
voorgelegd door ETC in verband met de uitoefening van de taken van ETC.</al>
          </inspring>
          <al>6. De Quadripartiete Commissie kan te allen tijde aan ETC richtlijnen
geven ingevolge door de Commissie krachtens het vijfde lid van dit artikel
genomen beslissingen; ETC heeft de plicht deze richtlijnen ten uitvoer te
leggen.</al>
          <artkop id="ART3">
            <nr>Artikel IV</nr>
            <titel>Vreedzaam gebruik</titel>
          </artkop>
          <al>1. De Vier Regeringen verbinden zich gezamenlijk en ieder voor zich te
waarborgen, in overeenstemming met het NPV, dat elke ultracentrifugetechnologie,
die aan hen ter beschikking zou staan ten behoeve van of als gevolg van de
in artikel II beschreven samenwerking, op geen enkele wijze zal worden gebruikt
om een niet-kernwapenstaat te helpen, aan te moedigen of ertoe te bewegen
kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen te vervaardigen of anderszins
te verkrijgen of de beschikkingsmacht over dergelijke kernwapens of nucleaire
explosiemiddelen te verkrijgen. Voor de toepassing van dit lid betekent de
uitdrukking „niet-kernwapenstaat" een Staat, daaronder begrepen
elke door dit Verdrag gebonden Staat, die vóór 1 januari 1967
geen kernwapen of ander nucleair explosiemiddel heeft vervaardigd en tot ontploffing
heeft gebracht.</al>
          <al>2. De Regering van de Franse Republiek waarborgt dat elke organisatie
die op het grondgebied van de Franse Republiek fabrieken bouwt voor de verrijking
van uranium en gebruik maakt van ultracentrifugetechnologie, of deze anderszins
exploiteert, die eigendom is van, in het bezit is van, afkomstig is van of
voortvloeit uit activiteiten van ETC, of die dergelijke fabrieken exploiteert,
geen voor de vervaardiging van wapens geschikt uranium ten behoeve van het
vervaardigen van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen produceert. </al>
          <artkop id="ART4">
            <nr>Artikel V</nr>
            <titel>Toepassing van internationale waarborgen</titel>
          </artkop>
          <al>1. Ten behoeve van de verificatie van de nakoming van de in artikel IV
neergelegde verbintenissen, worden procedures voor veiligheidscontrole toegepast
die verenigbaar zijn met de internationale verplichtingen van de Vier Regeringen.</al>
          <al>2. Elke op het grondgebied van de Franse Republiek gebouwde fabriek voor
de verrijking van uranium die gebruik maakt van ultracentrifugetechnologie,
die eigendom is van, in het bezit is van, afkomstig is van of voortvloeit
uit activiteiten van ETC, valt onder de veiligheidscontrole van de IAEA en
blijft daaronder vallen.</al>
          <al>3. De Quadripartiete Commissie treft alle voor de tenuitvoerlegging van
dit artikel noodzakelijke voorzieningen.</al>
          <artkop id="ART5">
            <nr>Artikel VI</nr>
            <titel>Fysieke beveiliging</titel>
          </artkop>
          <al>Nucleair materiaal dat gebruikt of geproduceerd wordt als gevolg van de
in artikel II beschreven samenwerking is te allen tijde onderworpen aan adequate
maatregelen voor fysieke beveiliging die ten minste aan de niveaus voldoen
zoals vervat in Bijlage C bij de Richtlijnen voor nucleaire overdrachten.</al>
          <artkop id="ART6">
            <nr>Artikel VII</nr>
            <titel>Beveiliging van gerubriceerde gegevens</titel>
          </artkop>
          <al>1. De Vier Regeringen nemen alle geëigende maatregelen in overeenstemming
met hun internationale verplichtingen en hun nationale wet- en regelgeving
ter beveiliging van alle gegevens die eigendom zijn van, in het bezit zijn
van, afkomstig zijn van of voortvloeien uit activiteiten van ETC, die vanuit
het oogpunt van niet-verspreiding gerubriceerd zijn.</al>
          <al>2. De Vier Regeringen waarborgen ieder dat de huidige of toekomstige aandeelhouders
van ETC, uit hoofde van dit aandeelhouderschap (ongeacht of dit rechtstreeks
of onrechtstreeks is), geen toegang hebben tot gerubriceerde gegevens.</al>
          <al>3. De bepalingen van Bijlage II zijn van toepassing op gerubriceerde gegevens
die beveiligd moeten worden ingevolge het gemeenschappelijke rubriceringsbeleid.</al>
          <al>4. De betrokken Nationale Instantie stelt de Quadripartiete Commissie
en de andere Nationale Instanties onverwijld in kennis van alle gevallen waarin
gerubriceerde gegevens die krachtens dit Verdrag zijn geleverd of gegenereerd,
verloren zijn gegaan of aan onbevoegden zijn onthuld, of indien er een redelijk
vermoeden bestaat dat een dergelijke onthulling heeft plaatsgevonden.</al>
          <al>5. De betrokken Nationale Instantie onderzoekt elk in het vierde lid van
dit artikel bedoeld geval en stelt de Quadripartiete Commissie en de andere
Nationale Instanties op de hoogte van de uiteindelijke resultaten van het
onderzoek en van de corrigerende maatregelen die zijn genomen om herhaling
te voorkomen.</al>
          <artkop id="ART7">
            <nr>Artikel VIII</nr>
            <titel>Nationale Instanties</titel>
          </artkop>
          <al>1. Elke Regering wijst, in overeenstemming met haar nationale wet- en
regelgeving, een Nationale Instantie aan die verantwoordelijk is voor het
waarborgen van een doeltreffende uitvoering op haar grondgebied van de in
artikel VII genoemde beveiligingsmaatregelen.</al>
          <al>2. De vier Nationale Instanties adviseren de Quadripartiete Commissie
inzake vragen omtrent de rubricerings- en beveiligingsprocedures die in overeenstemming
met artikel VII in acht genomen moeten worden en leggen dienaangaande haar
beslissingen ten uitvoer.</al>
          <al>3. De vier Nationale Instanties voeren wanneer nodig overleg over informatie
betreffende de tenuitvoerlegging en doeltreffendheid van de in artikel VII
en Bijlage II vervatte maatregelen.</al>
          <al>4. Wanneer nodig brengen de Nationale Instanties via de Quadripartiete
Commissie gezamenlijk verslag uit aan de Vier Regeringen.</al>
          <artkop id="ART8">
            <nr>Artikel IX</nr>
            <titel>Beveiliging van tot de industriële eigendom behorende gegevens</titel>
          </artkop>
          <al>1. De bepalingen van Bijlage I inzake octrooien en andere industriële
eigendomsrechten worden door iedere Regering toegepast op de in artikel II,
eerste lid, van dit Verdrag beschreven samenwerking.</al>
          <al>2. Geen van de Vier Regeringen maakt gebruik van de gegevens die ingevolge
dit Verdrag aan hen worden overgedragen, of stelt enige persoon van dergelijke
gegevens in kennis, voor enig ander doel dan de in artikel II, eerste lid,
beschreven samenwerking, tenzij anderszins wordt overeengekomen.</al>
          <artkop id="ART9">
            <nr>Artikel X</nr>
            <titel>Internationale samenwerking</titel>
          </artkop>
          <al>De Vier Regeringen kunnen gezamenlijk binnen de reikwijdte van dit Verdrag
samenwerkingsovereenkomsten sluiten met Europese of andere Staten, of met
internationale organisaties. Elk voorstel tot het sluiten van een dergelijke
overeenkomst wordt eerst bestudeerd door de Quadripartiete Commissie in overeenstemming
met artikel III, vijfde lid, onderdeel c.</al>
          <artkop id="ART10">
            <nr>Artikel XI</nr>
            <titel>Euratom-Verdrag</titel>
          </artkop>
          <al>De in dit Verdrag vervatte verplichtingen doen geen afbreuk aan de verplichtingen
van de Vier Regeringen krachtens het Euratom-Verdrag.</al>
          <artkop id="ART11">
            <nr>Artikel XII</nr>
            <titel>Beslechting van geschillen</titel>
          </artkop>
          <al>1. Ieder geschil dat mocht ontstaan tussen de Vier Regeringen betreffende
de uitlegging of toepassing van dit Verdrag of van een beslissing van de Quadripartiete
Commissie, dan wel van maatregelen of regelingen die krachtens een zodanige
beslissing ten uitvoer zijn gelegd, wordt verwezen naar de Quadripartiete
Commissie, die zal trachten tot een minnelijke schikking te komen.</al>
          <al>2. Indien het geschil niet op deze wijze wordt beslecht, wordt het, indien
mogelijk, door de Vier Regeringen door middel van rechtstreekse onderhandelingen
beslecht.</al>
          <al>3. Indien een geschil niet op deze wijze door de Vier Regeringen wordt
beslecht, wordt het op verzoek van een daarbij betrokken Regering voor arbitrage
voorgelegd aan een Scheidsrechterlijke Commissie, tenzij een andere Regering
hiertegen om redenen van beveiliging bezwaar maakt.</al>
          <al>4. Een zodanige Scheidsrechterlijke Commissie wordt als volgt ad hoc samengesteld.
Indien twee Regeringen bij het geschil betrokken zijn, benoemt iedere Regering
een lid. Indien meer dan twee Regeringen bij het geschil betrokken zijn en
een van hen tegen twee of drie anderen procedeert, dan wel twee tegen een
of twee, of drie tegen een, benoemen de Regeringen van wie de belangen samenvallen
tezamen een lid. De twee aldus benoemde leden benoemen een derde lid, dat
als voorzitter zal optreden. De leden van de Scheidsrechterlijke Commissie
worden, met uitzondering van de voorzitter, benoemd binnen twee maanden, en
deze laatste binnen drie maanden, te rekenen van de datum van het verzoek
om arbitrage.</al>
          <al>5. Indien er binnen de in het vierde lid van dit artikel gestelde termijn
benoeming niet is verricht, kan elke bij het geschil betrokken Regering de
President van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens verzoeken de benoeming
te verrichten. Indien de President een onderdaan is van een van de betrokken
Regeringen of indien hij om andere redenen verhinderd is de benoeming te verrichten,
wordt deze door de Vice-President verricht. Indien de Vice-President onderdaan
is van een van de betrokken Regeringen of indien hij eveneens verhinderd is
de benoeming te verrichten, wordt deze verricht door het in anciënniteit
volgende lid van het Hof die geen onderdaan van een van de betrokken Regeringen
is.</al>
          <al>6. De Scheidsrechterlijke Commissie neemt, op basis van dit Verdrag en
van het algemene internationale recht, haar beslissing met meerderheid van
stemmen. De Scheidsrechterlijke Commissie stelt haar eigen procedure vast.
Een niet bij het geschil betrokken Regering kan zich in het geding voegen.</al>
          <al>7. De beslissing van de Scheidsrechterlijke Commissie is bindend voor
de bij de arbitrage betrokken Regeringen.</al>
          <al>8. De beslissing van de Scheidsrechterlijke Commissie is onherroepelijk
en hiertegen staat geen rechtsmiddel open. In geval van een geschil betreffende
de strekking of reikwijdte van een dergelijke beslissing, rust op de Scheidsrechterlijke
Commissie de plicht de beslissing op verzoek van een van de Vier Regeringen
toe te lichten.</al>
          <artkop id="ART12">
            <nr>Artikel XIII</nr>
            <titel>Territoriale toepassing van het Verdrag</titel>
          </artkop>
          <al>Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag alleen van
toepassing op het deel van het Koninkrijk in Europa, wat het Verenigd Koninkrijk
van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreft alleen op Groot-Brittannië
en Noord-Ierland, en wat de Franse Republiek betreft alleen op het deel van
de Republiek in Europa.</al>
          <artkop id="ART13">
            <nr>Artikel XIV</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en duur</titel>
          </artkop>
          <al>1. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand
na de datum waarop de laatste van de Vier Regeringen haar diplomatieke nota
waarin wordt bevestigd dat aan alle wettelijke vereisten voor de inwerkingtreding
van dit Verdrag is voldaan, nederlegt bij de Regering van het Koninkrijk der
Nederlanden. De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden stelt de andere
Regeringen in kennis van de datum van inwerkingtreding. Dit Verdrag blijft
van kracht gedurende een tijdvak van dertig jaar. Dit tijdvak wordt telkens
automatisch verlengd met een tijdvak van tien jaar tenzij een van de Vier
Regeringen de andere Regeringen ten minste een jaar voor de datum waarop dit
Verdrag automatisch zou worden verlengd, ervan in kennis stelt dat zij het
voornemen heeft dit Verdrag op te zeggen. </al>
          <al>2. Dit Verdrag kan te allen tijde met unanieme goedkeuring van de Vier
Regeringen worden beëindigd. In dit geval wordt tussen hen een Protocol
gesloten voor een dienovereenkomstige regeling van de rechten en verplichtingen,
waaronder begrepen bepalingen betreffende de te volgen handelwijze met betrekking
tot activa en passiva verband houdend met de samenwerking krachtens dit Verdrag.</al>
          <al>3. In het geval van opzegging van dit Verdrag door een van de Vier Regeringen
overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid van dit artikel of in geval
van beëindiging van dit Verdrag krachtens het tweede lid van dit artikel,
worden geëigende voorzieningen getroffen voor de voortzetting, in verband
met het bepaalde in de artikelen IV en V, van verbintenissen en waarborgen
en, in verband met het bepaalde in de artikelen VII en VIII en Bijlage II,
van maatregelen voor de beveiliging van gerubriceerde gegevens, documenten
en apparatuur. Zolang deze voorzieningen nog niet zijn getroffen, blijven
de artikelen IV, V, VII, VIII en Bijlage II en alle uit hoofde daarvan tot
stand gekomen regelingen of toegepaste procedures van kracht.</al>
          <artkop id="ART14">
            <nr>Artikel XV</nr>
            <titel>Wijzigingen</titel>
          </artkop>
          <al>Iedere Regering kan te allen tijde voorstellen doen tot wijziging van
dit Verdrag. Deze voorstellen worden, indien zij door de Quadripartiete Commissie
zijn goedgekeurd, door de Commissie aan de Vier Regeringen ter aanvaarding
voorgelegd. Elke voor te leggen wijziging moet door iedere Regering schriftelijk
worden aanvaard en treedt in werking 30 dagen na ontvangst door het Koninkrijk
der Nederlanden van een schriftelijke kennisgeving van aanvaarding van alle
Vier Regeringen. De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden stelt de andere
Regeringen in kennis van de datum van inwerkingtreding van dergelijke wijzigingen.</al>
          <witreg></witreg>
          <al>TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd
door hun onderscheiden Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.</al>
          <witreg></witreg>
          <al>GEDAAN in viervoud te Cardiff op 12 juli 2005, in de Nederlandse, de Duitse,
de Franse en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.</al>
          <witreg></witreg>
          <al>
            <nadruk type="cur">Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,</nadruk>
          </al>
          <witreg></witreg>
          <al>Laurens Jan BRINKHORST</al>
          <witreg></witreg>
          <al>Minister van Economische Zaken</al>
          <witreg></witreg>
          <al>
            <nadruk type="cur">Voor de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland,</nadruk>
          </al>
          <witreg></witreg>
          <al>Georg Wilhelm ADAMOWITSCH</al>
          <witreg></witreg>
          <al>Staatssecretaris van Economische Zaken</al>
          <witreg></witreg>
          <al>
            <nadruk type="cur">Voor de Regering van de Franse Republiek,</nadruk>
          </al>
          <witreg></witreg>
          <al>Catherina COLONNA</al>
          <witreg></witreg>
          <al>Minister van Europese Zaken</al>
          <witreg></witreg>
          <al>
            <nadruk type="cur">Voor de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië
en Noord-Ierland,</nadruk>
          </al>
          <witreg></witreg>
          <al>Barry GARDINER</al>
          <witreg></witreg>
          <al>Onder-Staatssecretaris voor Industrie</al>
          <lijn></lijn>
          <tuskop letat="vet">Bijlage I</tuskop>
          <al>Octrooien en andere industriële eigendomsrechten</al>
          <witreg></witreg>
          <al>1. Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:</al>
          <inspring nivo="0">
            <nr>a.</nr>
            <al>„industriële eigendomsrechten",
alle rechten op het gebied van industriële eigendom, met name octrooien,
ingeschreven ontwerpen, gebruiksmodellen en rechten op knowhow, alsmede auteursrechten;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b.</nr>
            <al>„reeds bestaande", met betrekking
tot industriële eigendomsrechten, alle zodanige rechten die op de datum
van inwerkingtreding van dit Verdrag op het grondgebied van een van de Vier
Regeringen worden gehouden of gecontroleerd door of onder de beschikkingsmacht
staan van een van de Vier Regeringen, of entiteiten die in het bezit zijn
van of gecontroleerd of gefinancierd worden door deze Regeringen of Urenco;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>c.</nr>
            <al>„dit gebied", gas-ultracentrifugetechnologie
en daarmee verwante technologie die gebruikt kunnen worden bij de verrijking
van uranium volgens het gas-ultracentrifugeprocédé en bij de
bouw van fabrieken voor de vervaardiging van gascentrifuges en voor verrijking.</al>
          </inspring>
          <al>2. Alle industriële eigendomsrechten voortvloeiend uit onderzoeks-
en ontwikkelingsprogramma's of projecten op dit gebied die door ETC worden
uitgevoerd behoren uitsluitend toe aan, of worden, voorzover wettelijk mogelijk
is, overgedragen aan ETC. De rechten van de uitvinder worden vastgesteld door
de wetgeving van het land waarin het industriële eigendomsrecht is ontstaan.</al>
          <al>3. Alle industriële eigendomsrechten die voortvloeien uit onderzoeks-
en ontwikkelingsprogramma's of -projecten op dit gebied van een Regering
of door een Regering gefinancierd of beheerst met het oog op exploitatie voor
commerciële doeleinden moeten voorzover wettelijk mogelijk is aan ETC
worden aangeboden op billijke en redelijke voorwaarden voor niet-exclusief
gebruik.</al>
          <al>4. ETC heeft het recht</al>
          <inspring nivo="0">
            <nr>a.</nr>
            <al>licenties te verstrekken op het grondgebied
van de Vier Regeringen ten behoeve van enigerlei activiteit op dit gebied
die in het kader van de in artikel II beschreven samenwerking dient te worden
verricht;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b.</nr>
            <al>licenties op redelijke commerciële
voorwaarden te verstrekken aan ondernemingen op het grondgebied van de Vier
Regeringen voor andere doeleinden dan de verrijking van uranium volgens het
gas-ultracentrifugeprocédé.</al>
          </inspring>
          <al>5. Geen van de Vier Regeringen mag de industriële eigendomsrechten
van de andere Regeringen of van ETC op dit gebied aanvechten of betwisten
of op enigerlei wijze andere personen aanmoedigen tot of bijstaan bij het
aanvechten of betwisten van deze rechten.</al>
          <al>6. De Vier Regeringen en ETC behandelen uit commercieel oogpunt waardevolle
gegevens die voortvloeien uit dit Verdrag met geëigende voorzorgsmaatregelen
en verlangen van alle personen aan wie deze gegevens kunnen worden medegedeeld
dat zij soortgelijke voorzorgsmaatregelen in acht nemen.</al>
          <al>7. De verlening door ETC van licenties of sublicenties voor het gebruik
en de uitoefening buiten het grondgebied van de Vier Regeringen van de industriële
eigendomsrechten bedoeld in de paragrafen 2, 3, 4 en 5 van deze Bijlage of
van andere industriële eigendomsrechten op dit gebied die in bezit zijn
of onder de beschikkingsmacht staan van ETC wordt geregeld overeenkomstig
onderdeel d van het vijfde lid van artikel III.</al>
          <lijn></lijn>
          <tuskop letat="vet">Bijlage II</tuskop>
          <al>Beveiligingsmaatregelen en rubricering</al>
          <witreg></witreg>
          <al>1. a. De Vier Regeringen passen op alle gerubriceerde gegevens de voor
hun nationale gerubriceerde gegevens met een overeenkomstige rubriceringsgraad
geldende beveiligingsvoorschriften toe, doch de toegepaste voorschriften mogen
in geen geval minder streng zijn dan de onderling overeengekomen beginselen
en minimumnormen;</al>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b.</nr>
            <al>toegang tot gerubriceerde gegevens met rubriceringsgraad
CONFIDENTIAL, VS-VERTRAULICH, VERTROUWELIJK of CONFIDENTIEEL en CONFIDENTIEL
DEFENSE of hoger wordt alleen verleend indien de betrokken persoon van de
Nationale Instantie toestemming heeft gekregen voor toegang tot gerubriceerde
gegevens met ten minste een overeenkomstige rubriceringsgraad, rekening houdend
met het<nadruk type="cur">need-to-know</nadruk>-beginsel; </al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>c.</nr>
            <al>toegang tot gerubriceerde gegevens met rubriceringsgraad
CONFIDENTIAL, VS-VERTRAULICH, VERTROUWELIJK of CONFIDENTIEEL en CONFIDENTIEL
DEFENSE of hoger wordt niet toegestaan aan een persoon die geen onderdaan
is van een van de vier Staten voorzover niet anders wordt overeengekomen door
de Quadripartiete Commissie.</al>
          </inspring>
          <al>2. Indien nodig teneinde zich te overtuigen van de bevredigende en doeltreffende
tenuitvoerlegging van de artikelen VII en VIII, kan de Quadripartiete Commissie
bij de Nationale Instanties te allen tijde de verslagen opvragen die zij nodig
acht.</al>
          <al>3. a. </al>
          <inspring nivo="2">
            <nr>i.</nr>
            <al>Gerubriceerde gegevens zijn voorzien van
een van de rubriceringsgraden die voor de Staat van herkomst zijn aangegeven
in paragraaf 4 van deze Bijlage. Bij ontvangst wordt bovendien aan deze gerubriceerde
gegevens door of op gezag van de Nationale Instantie van de ontvangende Staat
de overeenkomstige nationale rubriceringsgraad toegekend. De ontvangende Staat
mag een zodanige rubriceringsgraad niet verlagen of opheffen zonder toestemming
van de Staat van herkomst;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="2">
            <nr>ii.</nr>
            <al>de Nationale Instantie van de Staat van
herkomst kan verlangen dat een specifiek document met de rubricering TOP SECRET
of ZEER GEHEIM of STRENG GEHEIM of TRES SECRET DEFENSE of SECRET of GEHEIM
of SECRET DEFENSE niet zonder voorafgaande toestemming door de ontvangende
Staat wordt weergegeven;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="2">
            <nr>iii.</nr>
            <al>documenten die zijn voorzien van een van
de in paragraaf 3.a.ii van deze Bijlage genoemde rubriceringen worden afzonderlijk
geregistreerd en behandeld en worden jaarlijks verzameld;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b.</nr>
            <al>de Quadripartiete Commissie geeft aanwijzingen
voor de juiste toepassing van de in paragraaf 4 van deze Bijlage genoemde
rubriceringsgraden, in overeenstemming met een gemeenschappelijk rubriceringsbeleid,
aan gegevens die kunnen resulteren uit de in artikel II omschreven samenwerking.</al>
          </inspring>
          <al>4. De overeenkomstige rubriceringsgraden in de zin van deze Bijlage zijn:</al>
          <inspring nivo="1">
            <al>1) In het Koninkrijk der Nederlanden</al>
            <al>ZEER GEHEIM
GEHEIM VERTROUWELIJK of CONFIDENTIEEL DIENSTGEHEIM</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="1">
            <al>2) In de Bondsrepubliek Duitsland</al>
            <al>STRENG GEHEIM
GEHEIM VS-VERTRAULICH VS-NUR FÜR DEN DIENSTGEBRAUCH</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="1">
            <al>3) In het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië
en Noord-Ierland</al>
            <al>TOP SECRET SECRET CONFIDENTIAL RESTRICTED</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="1">
            <al>4) In de Franse Republiek</al>
            <al>TRES SECRET DEFENSE
SECRET DEFENSE CONFIDENTIEL DEFENSE DIFFUSION RESTREINTE (marquage de protection)</al>
          </inspring>
          <al>5. Gerubriceerde gegevens worden van een van de Staten naar een ander
overgebracht door tussenkomst van de diplomatieke koeriersdienst of op een
andere veilige wijze die de Nationale Instanties van de betrokken Vier Regeringen
kunnen overeenkomen.</al>
          <al>6. De volgende veiligheidsvereisten zijn van toepassing op bezoeken aan
beveiligde sectoren van gebouwen op het grondgebied van de Vier Regeringen:</al>
          <inspring nivo="0">
            <nr>a.</nr>
            <al>toegang tot de beveiligde sectoren van gebouwen
op het grondgebied van de Vier Regeringen waar gerubriceerde gegevens worden
bewaard, en toegang tot gerubriceerde gegevens worden aan bezoekers alleen
verleend indien zij in hun eigen Staat toegang hebben tot gerubriceerde gegevens
van ten minste dezelfde rubriceringsgraad en zij gemachtigd zijn door de Nationale
Instantie van die Staat;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b.</nr>
            <al>de machtiging dient schriftelijk te zijn
verleend en dit document dient vooraf per post of op een andere veilige wijze
die de Nationale Instanties kunnen overeenkomen te worden toegezonden aan
de Nationale Instantie van de te bezoeken Staat. In dit stuk dienen de reikwijdte
en de duur van de machtiging te zijn aangegeven alsmede de hoogste rubriceringsgraad
waartoe toegang kan worden verleend;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>c.</nr>
            <al>de Nationale Instantie van de te bezoeken
Staat wordt vooraf van elk bezoek in kennis gesteld en draagt er zorg voor
dat de persoon of de personen die gemachtigd is respectievelijk zijn toegang
tot het betrokken gebouw te verlenen daarvan tijdig op de hoogte wordt respectievelijk
worden gebracht. In de kennisgeving worden de onderwerpen genoemd ter zake
waarvan de bezoeker toegang tot gerubriceerd materiaal kan worden verleend.</al>
          </inspring>
          <al>7. a. In gevallen waarop het vierde en het vijfde lid van artikel VII
van toepassing zijn, vallen het onderzoek of een dergelijk feit ingevolge
de van toepassing zijnde wetten en voorschriften strafbaar is, en de vervolging
in verband met een dergelijk strafbaar feit overeenkomstig zijn nationale
wetgeving en interne voorschriften volledig binnen de bevoegdheden van de
Staat op wiens grondgebied het feit plaatsvond; alle andere Staten wordt evenwel
de gelegenheid geboden de bevoegde autoriteiten van de betrokken Staat alle
gegevens te verstrekken die relevant zijn voor het instellen van een gerechtelijk
onderzoek in verband met een dergelijk feit. De Regering van de Staat van
herkomst of de Quadripartiete Commissie, al naar gelang het geval is, wordt
te zijner tijd medegedeeld of een dergelijke rechtsvervolging is ingesteld
en wat de uitkomst ervan is.</al>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b.</nr>
            <al>Op gerubriceerde gegevens die ingevolge
het bepaalde in het vierde en vijfde lid van artikel VII en in onderdeel a
van deze paragraaf worden overgedragen, is dezelfde mate van beveiliging van
toepassing als op alle andere gerubriceerde gegevens die ingevolge dit Verdrag
worden overgedragen.</al>
          </inspring>
          <lijn></lijn>
          <tuskop letat="vet">Begeleidend schrijven bij het Verdrag tussen de Regeringen
van het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse
Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
inzake samenwerking op het gebied van ultracentrifugetechnologie</tuskop>
          <artkop id="ART15">
            <nr>Specificatie betreffende artikel II</nr>
            <titel>Reikwijdte</titel>
          </artkop>
          <al>1. De Vier Regeringen bevestigen dat de in het vijfde lid van artikel
II van het Verdrag genoemde „activiteiten van ETC" mede de overeenkomsten
omvatten tussen, onder andere, Urenco en Areva, en met name de <nadruk type="cur">Agreement for the Sale and Purchase of Shares in Enrichment Technology Company
Ltd</nadruk> van 24 november 2003, de voorgestelde <nadruk type="cur">Shareholders
Agreement</nadruk>, de voorgestelde<nadruk type="cur">Technology Transfer
Agreement</nadruk> en de voorgestelde<nadruk type="cur">Cascade Supply Agreement</nadruk>, die Areva in staat zullen stellen deel te nemen in ETC en zijn
huidige uraniumverrijkingsfabriek te vervangen.</al>
          <artkop id="ART16">
            <nr>Specificatie betreffende artikel IV</nr>
            <titel>Vreedzaam gebruik</titel>
          </artkop>
          <al>2. Met betrekking tot het eerste lid van artikel IV van het Verdrag, delen
de Vier Regeringen de opvatting dat de in dit lid vervatte verplichtingen
niet verder strekken dan de reeds in het NPV overeengekomen verplichtingen
en derhalve niet constitutief maar declaratoir van aard zijn.</al>
          <al>3. Een fabriek voor de verrijking van uranium die op het grondgebied van
de Franse Republiek wordt gebouwd en gebruik maakt van ultracentrifugetechniek
die eigendom is van, in het bezit is van, afkomstig is van of voortvloeit
uit activiteiten van ETC, zal slechts laagverrijkt uranium produceren (verrijkt
uranium dat minder dan 20% van het isotoop uraan-235 bevat) ten behoeve
van andere doeleinden dan de productie van voor de vervaardiging van wapens
geschikt uranium voor het vervaardigen van kernwapens of andere nucleaire
explosiemiddelen. </al>
          <artkop id="ART17">
            <nr>Specificaties betreffende artikel V</nr>
            <titel>Toepassing van internationale waarborgen</titel>
          </artkop>
          <al>4. Een fabriek voor de verrijking van uranium voor commerciële doeleinden
die op het grondgebied van de Franse Republiek is gebouwd en gebruik maakt
van ultracentrifugetechniek die eigendom is van, in het bezit is van, afkomstig
is van of voortvloeit uit activiteiten van ETC, zal op de lijst worden geplaatst
van faciliteiten die in aanmerking komen voor de toepassing van IAEA-waarborgen,
ingevolge de in INFCIRC/290 vervatte overeenkomsten, en zal op deze lijst
blijven staan.</al>
          <al>5. De Vier Regeringen spannen zich in om te waarborgen dat op de in de
vierde paragraaf van dit begeleidend schrijven bedoelde fabrieken, IAEA-waarborgen
van toepassing zijn en blijven die gelijk zijn aan de waarborgen die van toepassing
zijn op commerciële gas-ultracentrifugeverrijkingsfabrieken die onder
de rechtsmacht van de Drie Regeringen vallen. Deze waarborgen omvatten de
waarborgen vervat in de respectieve Aanvullende Protocollen bij de waarborgovereenkomsten
met de IAEA die in de vier Staten van toepassing zijn.</al>
          <artkop id="ART18">
            <nr>Specificaties betreffende Bijlage II</nr>
            <titel>Beveiligingsmaatregelen en rubricering</titel>
          </artkop>
          <al>6. a. De in Bijlage II vervatte veiligheidsvoorschriften zullen de minimumbeveiligingsnormen
zijn die vereist zijn voor gerubriceerde gegevens.</al>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b.</nr>
            <al>De Regering van de Franse Republiek zal
op alle gerubriceerde gegevens de beveiligings- en rubriceringsbeginselen
en veiligheidsnormen toepassen die ingevolge het Verdrag van Almelo door de
Drie Regeringen zijn overeengekomen en die op de datum van ondertekening van
het Verdrag van kracht zijn in de landen van de Drie Regeringen.</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>c.</nr>
            <al>De in onderdeel 6b genoemde beveiligings-
en rubriceringsbeginselen en veiligheidsnormen kunnen worden aangevuld met
een rubriceringsbeleid of gedetailleerdere beveiligingsprocedures waartoe
de Quadripartiete Commissie kan besluiten.</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>d.</nr>
            <al>De Quadripartiete Commissie zal zo snel
mogelijk na de inwerkingtreding van het Verdrag een rubriceringsbeleid en
beveiligingsvoorschriften overeenkomen ter vervanging van de bepalingen van
onderdeel 6b en ten behoeve van de beveiliging van gerubriceerde gegevens.</al>
          </inspring>
          <artkop id="ART19">
            <nr>Uitleg</nr>
          </artkop>
          <al>7. De in dit begeleidend schrijven gebruikte begrippen dienen te worden
opgevat in de betekenis die daaraan in het Verdrag wordt gegeven. </al>
          <witreg></witreg>
          <al>ONDERTEKEND te Cardiff, op 12 juli 2005, in de Nederlandse, de Duitse,
de Franse en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.</al>
          <witreg></witreg>
          <al>
            <nadruk type="cur">Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,</nadruk>
          </al>
          <witreg></witreg>
          <al>Laurens Jan BRINKHORST</al>
          <witreg></witreg>
          <al>Minister van Economische Zaken</al>
          <witreg></witreg>
          <al>
            <nadruk type="cur">Voor de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland,</nadruk>
          </al>
          <witreg></witreg>
          <al>Georg Wilhelm ADAMOWITSCH</al>
          <witreg></witreg>
          <al>Staatssecretaris van Economische Zaken</al>
          <witreg></witreg>
          <al>
            <nadruk type="cur">Voor de Regering van de Franse Republiek,</nadruk>
          </al>
          <witreg></witreg>
          <al>Catherina COLONNA</al>
          <witreg></witreg>
          <al>Minister van Europese Zaken</al>
          <witreg></witreg>
          <al>
            <nadruk type="cur">Voor de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië
en Noord-Ierland,</nadruk>
          </al>
          <witreg></witreg>
          <al>Barry GARDINER</al>
          <witreg></witreg>
          <al>Onder-Staatssecretaris voor Industrie</al>
          <lijn></lijn>
        </taal>
        <taal taal="en">
          <tuskop letat="vet">Agreement between the Governments of the Kingdom of the
Netherlands, the Federal Republic of Germany, the French Republic and the
United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland regarding collaboration
in Centrifuge Technology</tuskop>
          <al>The Government of the Kingdom of the Netherlands, the Government of the
Federal Republic of Germany, the Government of the French Republic and the
Government of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland (hereinafter
referred to as ‘‘the Four Governments");</al>
          <al>Having regard to the Agreement between the Kingdom of the Netherlands,
the Federal Republic of Germany and the United Kingdom of Great Britain and
Northern Ireland (hereinafter referred to as ‘‘the Three Governments")
on Collaboration in the Development and Exploitation of the Gas Centrifuge
Process for Producing Enriched Uranium of 4 March 1970 (hereinafter referred
to as ‘‘the Treaty of Almelo");</al>
          <al>Noting the intention of Areva to utilize the process developed by Urenco
for producing enriched uranium for purposes other than the production of weapons
grade uranium for the manufacture of nuclear weapons or other nuclear explosive
devices;</al>
          <al>Noting the joint venture established between Urenco and Areva to carry
out Centrifuge Technology research and development, manufacturing of gas centrifuges
and related technology and activities, named Enrichment Technology Company
Ltd, including its subsidiaries and their possible legal successors (hereinafter
referred to as ‘‘ETC");</al>
          <al>Considering that Areva wishes to replace its diffusion plant as soon as
possible;</al>
          <al>Having regard to Article IX of the Treaty of Almelo and desiring to establish
an intergovernmental framework between the Three Governments and the Government
of the French Republic for collaboration with respect to ETC on all gas centrifuge
research and development, and the manufacture of gas centrifuges and related
technologies from Urenco and Areva;</al>
          <al>Recognizing that the enrichment of uranium is a service activity;</al>
          <al>Noting the intention of Urenco and Areva notwithstanding the establishment
of ETC to remain independent competitors in the field of enrichment services; </al>
          <al>Considering that the Three Governments have undertaken international obligations
as parties to the Treaty of Almelo concerning the use, protection and handling
of information and equipment relating to Centrifuge Technology as well as
source or special fissionable material processed by such technology;</al>
          <al>Considering that the Four Governments have established policies for the
protection of information on Centrifuge Technology;</al>
          <al>Considering the adherence of the Four Governments to the Treaty on the
Non-Proliferation of Nuclear Weapons of 1 July 1968 (hereinafter referred
to as ‘‘the NPT"), to the Statute of the International Atomic
Energy Agency (IAEA) of 26 October 1956, IAEA document INFCIRC/254/Rev.6/Part1
of 16 May 2003 and revisions thereto (hereinafter referred to as ‘‘the
Guidelines for Nuclear Transfers"), and to the Convention on the Physical
Protection of Nuclear Material of 3 March 1980;</al>
          <al>Recognising that each of the Four Governments has entered into safeguards
agreements with the IAEA;</al>
          <al>Intending to ensure that all activities of ETC shall be consistent with
the policies of the Four Governments in relation to the non-proliferation
of nuclear weapons and their international obligations in that field;</al>
          <al>Noting that the Four Governments are required to protect nuclear material
under the terms of the Declaration of a Common Policy by the European Community,
published by the IAEA as INFCIRC/322 in April 1985;</al>
          <al>Considering that the Four Governments are party to the Treaty establishing
the European Atomic Energy Community of 25 March 1957 (hereinafter referred
to as ‘‘the Euratom Treaty");</al>
          <al>Considering the objective of the Commission of the European Communities
as contained in its Green Paper ‘‘Towards a European strategy
for the security of energy supply" with regard to co-operation in the
field of new technologies;</al>
          <witreg></witreg>
          <al>Have agreed as follows:</al>
          <artkop id="ART0">
            <nr>Article I</nr>
            <titel>Definitions</titel>
          </artkop>
          <al>For the purpose of this Agreement, except as otherwise specified therein,</al>
          <inspring nivo="0">
            <nr>a)</nr>
            <al>‘‘Centrifuge Technology"
means gas centrifuge and associated technology including information, know-how,
equipment and components capable of use in the enrichment of uranium by the
gas centrifuge process and in the construction of gas centrifuge manufacturing
and enrichment plants; </al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b)</nr>
            <al>‘‘Urenco" means the joint
industrial enterprise established under the Treaty of Almelo, including its
subsidiaries and their possible legal successors, but excluding ETC;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>c)</nr>
            <al>‘‘Areva" means Société
des Participations du Commissariat à l'Energie Atomique, including
its subsidiaries and their possible legal successors, but excluding ETC;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>d)</nr>
            <al>‘‘Troika-US-Agreement"
means the Agreement between the Three Governments of the Federal Republic
of Germany, the Kingdom of the Netherlands and the United Kingdom of Great
Britain and Northern Ireland, and the Government of the United States of America
regarding the Establishment, Construction and Operation of a Uranium Enrichment
Installation in the United States of 24 July 1992;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>e)</nr>
            <al>‘‘Quadripartite Committee"
means the Committee referred to in Article III;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>f)</nr>
            <al>‘‘Classified Information"
means information in any form required to be protected in accordance with
Article VII. It includes documents, drawings, electronic media, information
or material containing classified information and such information incorporated
in centrifuge plant equipment and components however communicated;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>g)</nr>
            <al>‘‘Government" means one
of the Four Governments;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>h)</nr>
            <al>‘‘National Agency" means
the agency designated by each Government in accordance with Article VIII,
responsible for ensuring the implementation of a common security and classification
policy under this Agreement;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>i)</nr>
            <al>‘‘Instruments" means the
legal documents establishing ETC.</al>
          </inspring>
          <artkop id="ART1">
            <nr>Article II</nr>
            <titel>Scope</titel>
          </artkop>
          <al>1. The Four Governments shall supervise the collaboration between Urenco
and Areva in ETC in accordance with the provisions of this Agreement with
regard to the use and protection of Centrifuge Technology.</al>
          <al>2. The Four Governments shall not engage in, or promote or assist in any
way, any programme or project of research on, or development of, Centrifuge
Technology outside ETC with a view to its exploitation for commercial purposes,
unless such programme or project has been offered to ETC for execution within
the collaboration described in paragraph 1 of this Article and ETC has not
accepted the programme or project. </al>
          <al>3. The Four Governments shall furthermore ensure that neither Urenco nor
Areva shall engage in, or promote or assist in any way, any programme or project
of research on, or development of, Centrifuge Technology outside ETC with
a view to its exploitation for commercial purposes, unless such programme
or project has been offered to ETC for execution within the collaboration
described in paragraph 1 of this Article and ETC has not accepted the programme
or project.</al>
          <al>4. Where a programme or project, which has been offered to ETC under paragraphs
2 and 3 and has not been accepted by ETC, is carried out, the Four Governments
shall ensure that the results shall neither be used by the Government concerned,
nor by Urenco or Areva, unless they have been offered to ETC for use within
the collaboration described in paragraph 1 of this Article on fair and reasonable
terms and conditions and that offer has also not been accepted within a period
of four months.</al>
          <al>5. The Four Governments shall take appropriate measures to facilitate:</al>
          <inspring nivo="0">
            <nr>a)</nr>
            <al>the execution of this Agreement relating
to the activities of ETC;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b)</nr>
            <al>the building or operation of enrichment
installations pursuant to this Agreement.</al>
            <al>The Four Governments shall
not take or support any initiatives which would impede the foregoing programmes
and projects.</al>
          </inspring>
          <al>6. Nothing in this Agreement shall hinder the entitlement of Urenco and
Areva to be supplied with centrifuges and related equipment by ETC, in such
quantities as they certify is necessary for their respective uranium enrichment
operations.</al>
          <al>7. Subject to the other provisions of this Agreement, the Four Governments
shall ensure that ETC does not discriminate between customers or plants within
the territories of the Four Governments in the supply of Centrifuge Technology.</al>
          <al>8. Nothing in this Agreement shall impede the execution of the Treaty
of Almelo as between the parties thereto when operating within the framework
of that Treaty. The provisions of the Treaty of Almelo shall, however, in
no way impede the execution of this Agreement as far as the collaboration
between Urenco and Areva in ETC is concerned as described in paragraph 1 of
this Article.</al>
          <al>9. The Four Governments shall not take any action under this Agreement
which would impede the operation of the Troika-US-Agreement.</al>
          <al>10. The Four Governments shall facilitate, when necessary, the transmission
to ETC of any Centrifuge Technology generated in a facility using Centrifuge
Technology owned by, held by, or deriving or arising from the operations of,
ETC.</al>
          <al>11. Annexes I and II form an integral part of this Agreement.</al>
          <artkop id="ART2">
            <nr>Article III</nr>
            <titel>Quadripartite Committee</titel>
          </artkop>
          <al>1. In order to provide for effective supervision by the Four Governments
of the collaboration between Urenco and Areva described in Article II there
shall be established a Quadripartite Committee.</al>
          <al>2. The Quadripartite Committee shall be composed of an accredited representative
of each Government who may be accompanied by advisers. It shall take all its
decisions by unanimous vote. Each representative shall have one vote.</al>
          <al>3. The Chairmanship of the Quadripartite Committee shall be held in turn
by the representative of each Government for a period of one year.</al>
          <al>4. The Quadripartite Committee shall adopt its own rules of procedure
and decide upon the administrative arrangements necessary for the execution
of its responsibilities. It may establish sub-committees or working groups
as needed. Each Government shall bear its own administrative expenses.</al>
          <al>5. The Quadripartite Committee shall:</al>
          <inspring nivo="0">
            <nr>a)</nr>
            <al>consider questions concerning safeguards
and physical protection provided for in Articles V and VI, advise the Four
Governments thereon and, as appropriate, decide upon them;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b)</nr>
            <al>consider and decide upon questions arising
out of the classification arrangements and security procedures to be observed
in accordance with Article VII, paragraphs 2 and 3 of Article VIII, and Annex
II;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>c)</nr>
            <al>advise the Four Governments as to the conditions
upon which any agreement referred to in Article X might be concluded;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>d)</nr>
            <al>consider and decide upon any proposals for:</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="2">
            <nr>(i)</nr>
            <al>the transfer outside the territories of
the Four Governments of any Centrifuge Technology owned by, held by, or deriving
or arising from the operations of, ETC;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="2">
            <nr>(ii)</nr>
            <al>the granting of licences or sub-licences
for the use outside the territories of the Four Governments of any Centrifuge
Technology referred to in sub-paragraph d (i) of this paragraph, other than
licences or sub-licences already granted prior to the entry into force of
this Agreement; </al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>e)</nr>
            <al>approve any changes to the Instruments and
to the control of ETC;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>f)</nr>
            <al>approve proposals of ETC for the siting
of its manufacturing installations pursuant to the collaboration described
in Article II, paragraph 1;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>g)</nr>
            <al>decide upon or recommend to the Four Governments
appropriate measures to be taken if technical or economic developments occur
which are likely to affect significantly the commercial exploitation of Centrifuge
Technology by ETC;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>h)</nr>
            <al>decide any question concerning the interpretation
of this Agreement put before it by ETC in connection with the exercise of
the functions of ETC.</al>
          </inspring>
          <al>6. The Quadripartite Committee may at any time issue to ETC directives
pursuant to decisions taken by it under paragraph 5 of this Article, which
directives it shall be the duty of ETC to put into effect.</al>
          <artkop id="ART3">
            <nr>Article IV</nr>
            <titel>Peaceful Use</titel>
          </artkop>
          <al>1. The Four Governments jointly and separately undertake to ensure, in
conformity with the NPT, that any Centrifuge Technology, which may be at their
disposal for the purpose of, or as a result of, the collaboration described
in Article II shall not be used in any way to assist, encourage or induce
any non-nuclear-weapon State to manufacture or otherwise acquire nuclear weapons
or other nuclear explosive devices or control over such weapons or explosive
devices. For the purposes of this paragraph the expression ‘‘non-nuclear-weapon
State" means any State, including any State bound by this Agreement,
which has not manufactured and exploded a nuclear weapon or other nuclear
explosive device prior to 1 January 1967.</al>
          <al>2. The Government of the French Republic shall ensure that any organisation
which builds plants for the enrichment of uranium on the territory of the
French Republic using or otherwise exploiting Centrifuge Technology owned
by, held by, or deriving or arising from the operations of, ETC, or operates
such plants, shall not produce weapons grade uranium for the manufacture of
nuclear weapons or other nuclear explosive devices.</al>
          <artkop id="ART4">
            <nr>Article V</nr>
            <titel>Application of International Safeguards</titel>
          </artkop>
          <al>1. For the purpose of verification of compliance with the undertakings
set forth in Article IV, safeguards procedures consistent with the international
obligations of the Four Governments shall be applied.</al>
          <al>2. Any plant for the enrichment of uranium built on the territory of the
French Republic using Centrifuge Technology owned by, held by, or deriving
or arising from the operations of, ETC shall be placed and remain under safeguards
of the IAEA.</al>
          <al>3. The Quadripartite Committee shall make whatever arrangements are necessary
for the implementation of this Article.</al>
          <artkop id="ART5">
            <nr>Article VI</nr>
            <titel>Physical Protection</titel>
          </artkop>
          <al>Nuclear material used or produced as a result of the collaboration described
in Article II shall be subject at all times to adequate measures of physical
protection which shall satisfy, as a minimum, the levels set out in Annex
C to the Guidelines for Nuclear Transfers. </al>
          <artkop id="ART6">
            <nr>Article VII</nr>
            <titel>Protection of Classified Information</titel>
          </artkop>
          <al>1. The Four Governments shall each take all appropriate measures in accordance
with its international obligations and its national laws and regulations to
protect any information owned by, held by, or deriving or arising from the
operations of, ETC which is classified from the point of view of non-proliferation.</al>
          <al>2. The Four Governments shall each ensure that present or future shareholders
of ETC shall not, by reason of such shareholding (whether such shareholding
is direct or indirect), have access to Classified Information.</al>
          <al>3. The provisions of Annex II shall apply to Classified Information which
has to be protected under the common classification policy.</al>
          <al>4. The National Agency concerned shall promptly inform the Quadripartite
Committee and the other National Agencies of all cases where Classified Information
provided or generated pursuant to this Agreement has been lost or disclosed
to unauthorised persons, or if there is reasonable suspicion of such unauthorised
disclosure.</al>
          <al>5. The National Agency concerned shall investigate any case referred to
in paragraph 4 of this Article and inform the Quadripartite Committee and
the other National Agencies of the final results of the investigations and
of the corrective action taken to prevent recurrences.</al>
          <artkop id="ART7">
            <nr>Article VIII</nr>
            <titel>National Agencies</titel>
          </artkop>
          <al>1. Each Government shall, in accordance with its national laws and regulations,
designate a National Agency to be responsible for ensuring the effective implementation
in its territory of the measures of protection mentioned in Article VII.</al>
          <al>2. The four National Agencies shall advise the Quadripartite Committee
on questions of the classification and security procedures to be observed
in accordance with Article VII and shall execute its decisions thereon.</al>
          <al>3. The four National Agencies shall consult as necessary on any information
relating to the implementation and effectiveness of the measures in Article
VII and Annex II.</al>
          <al>4. When necessary, the National Agencies shall report jointly to the Four
Governments through the Quadripartite Committee.</al>
          <artkop id="ART8">
            <nr>Article IX</nr>
            <titel>Protection of Proprietary Information</titel>
          </artkop>
          <al>1. Each Government shall apply the provisions of Annex I concerning patents
and other industrial rights to the collaboration described in Article II,
paragraph 1, of this Agreement.</al>
          <al>2. None of the Four Governments shall, except as may otherwise be agreed,
make any use of information transferred to it pursuant to this Agreement nor
communicate such information to any person except for the purposes of the
collaboration described in Article II, paragraph 1.</al>
          <artkop id="ART9">
            <nr>Article X</nr>
            <titel>International Co-operation</titel>
          </artkop>
          <al>The Four Governments may jointly conclude agreements for collaboration
within the scope of this Agreement with European or other States, or with
international organisations. Any proposal for the conclusion of such an agreement
shall first be considered by the Quadripartite Committee in accordance with
Article III, paragraph 5 c).</al>
          <artkop id="ART10">
            <nr>Article XI</nr>
            <titel>Euratom Treaty</titel>
          </artkop>
          <al>The obligations set out in this Agreement are without prejudice to the
obligations of the Four Governments under the Euratom Treaty.</al>
          <artkop id="ART11">
            <nr>Article XII</nr>
            <titel>Settlement of Disputes</titel>
          </artkop>
          <al>1. Any dispute which may arise between the Four Governments as to the
interpretation or application of this Agreement, any decision of the Quadripartite
Committee, or any measures or arrangements put into effect as a result of
any such decision, shall be referred to the Quadripartite Committee, which
shall endeavour to reach a friendly settlement of the matter.</al>
          <al>2. If a dispute is not thus settled, it shall, if possible, be settled
by direct negotiation between the Four Governments.</al>
          <al>3. If a dispute is not thus settled by the Four Governments, it shall,
at the request of any Government involved, and unless any other Government
objects on security grounds, be submitted to arbitration by an Arbitral Commission.</al>
          <al>4. Such Arbitral Commission shall be constituted ad hoc as follows. If
there are two Governments involved, each Government shall appoint one member.
If more than two Governments are involved and one is proceeding against two
or three, or two against one or two, or three against one, the Governments
in the same interest shall appoint one member in common. The two members so
appointed shall nominate the third member who shall be chairman. The members
of the Arbitral Commission other than the chairman shall be appointed within
two months, and the chairman within three months, from the date of the request
for submission to arbitration.</al>
          <al>5. If an appointment has not been made within the period specified in
paragraph 4 of this Article, any Government involved may invite the President
of the European Court of Human Rights to make the necessary appointment. If
the President is a national of a Government involved or if he is otherwise
prevented from discharging the said function, the Vice President should make
the necessary appointment. If the Vice President is a national of any Government
involved or if he too is prevented from discharging the said function, the
Member of the Court next in seniority who is not a national of any Government
involved should make the necessary appointment.</al>
          <al>6. The Arbitral Commission shall, on the basis of this Agreement and of
general international law, reach its decision by a majority of votes. The
Arbitral Commission shall determine its own procedure. A Government not involved
may intervene in the proceedings.</al>
          <al>7. The decision of the Arbitral Commission shall be binding upon the Governments
involved in the arbitration.</al>
          <al>8. The decision of the Arbitral Commission is final and without appeal.
In case of a dispute concerning the import or scope of such decision it shall
be incumbent upon the Arbitral Commission to interpret the decision at the
request of any of the Four Governments.</al>
          <artkop id="ART12">
            <nr>Article XIII</nr>
            <titel>Territorial Application of the Agreement</titel>
          </artkop>
          <al>This Agreement shall apply, in respect of the Kingdom of the Netherlands
only to that part of the Kingdom situated in Europe, in respect of the United
Kingdom of Great Britain and Northern Ireland only to Great Britain and Northern
Ireland, and in respect of the French Republic only to that part of the Republic
situated in Europe.</al>
          <artkop id="ART13">
            <nr>Article XIV</nr>
            <titel>Entry into Force and Duration</titel>
          </artkop>
          <al>1. This Agreement shall enter into force on the first day of the first
month following the date that the last of the Four Governments deposits its
diplomatic note with the Government of the Kingdom of the Netherlands confirming
that all its legal requirements for the entry into force of the Agreement
have been fulfilled. The Government of the Kingdom of the Netherlands shall
inform the other Governments of the date of entry into force. This Agreement
shall remain in force for a period of 30 years. This term shall be extended
automatically for additional periods of ten years unless one of the Four Governments
notifies the others, not less than one year in advance of the date on which
the Agreement would otherwise be automatically extended, that it intends to
withdraw from the Agreement. </al>
          <al>2. This Agreement may at any time be terminated by the unanimous consent
of the Four Governments. In this event a Protocol shall be concluded between
them to regulate their rights and obligations consequentially, which shall
include provisions for the disposal of assets and liabilities arising from
their collaboration under this Agreement.</al>
          <al>3. In the event of the withdrawal from this Agreement by any of the Four
Governments in accordance with the provisions of paragraph 1 of this Article,
or of the termination of this Agreement under paragraph 2 of this Article,
appropriate provision shall be made for the continuation, in connection with
Articles IV and V, of undertakings and safeguards and, in connection with
Articles VII and VIII and Annex II, of measures for the protection of Classified
Information, documents and equipment. Pending the making of such provision,
the said Articles IV, V, VII, VIII and Annex II, and any arrangements made
or procedures applied in fulfilment thereof, shall continue in force.</al>
          <artkop id="ART14">
            <nr>Article XV</nr>
            <titel>Amendments</titel>
          </artkop>
          <al>Any Government may at any time propose amendments to this Agreement. Any
such proposals shall, if approved by the Quadripartite Committee, be submitted
by it to the Four Governments for acceptance. Any amendment to be submitted
shall require acceptance in writing from each Government and shall enter into
force 30 days after the receipt by the Government of the Kingdom of the Netherlands
of written notification of the acceptance from all of the Four Governments.
The Government of the Kingdom of the Netherlands shall inform the other Governments
of the date of entry into force of any such amendments.</al>
          <witreg></witreg>
          <al>IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorised by their respective
Governments, have signed this Agreement.</al>
          <witreg></witreg>
          <al>DONE in quadruplicate at Cardiff this 12<sup>th</sup> day of July 2005,
in the Dutch, German, French and English languages, each text being equally
authentic.</al>
          <witreg></witreg>
          <al>
            <nadruk type="cur">For the Government of the Kingdom of the Netherlands,</nadruk>
          </al>
          <witreg></witreg>
          <al>Laurens Jan BRINKHORST</al>
          <witreg></witreg>
          <al>Minister of Economic Affairs </al>
          <witreg></witreg>
          <al>
            <nadruk type="cur">For the Government of the Federal Republic of Germany,</nadruk>
          </al>
          <witreg></witreg>
          <al>Georg Wilhelm ADAMOWITSCH</al>
          <witreg></witreg>
          <al>Secretary of State of Economics</al>
          <witreg></witreg>
          <al>
            <nadruk type="cur">For the Government of the French Republic,</nadruk>
          </al>
          <witreg></witreg>
          <al>Catherine COLONNA</al>
          <witreg></witreg>
          <al>Minister for European Affairs</al>
          <witreg></witreg>
          <al>
            <nadruk type="cur">For the Government of the United Kingdom of Great Britain
and Northern Ireland,</nadruk>
          </al>
          <witreg></witreg>
          <al>Barry GARDINER</al>
          <witreg></witreg>
          <al>Under Parliamentary Secretary of State for Industry</al>
          <lijn></lijn>
          <tuskop letat="vet">Annex I</tuskop>
          <al>Patents and other Industrial Rights</al>
          <witreg></witreg>
          <al>1. For the purposes of this Annex:</al>
          <inspring nivo="0">
            <nr>a)</nr>
            <al>‘‘industrial rights" shall
mean all industrial property rights, in particular patents, registered designs,
petty patents and rights in know-how, as well as copyrights;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b)</nr>
            <al>‘‘pre-existing", in relation
to industrial rights, shall mean all such rights held or controlled in the
territory of any of the Four Governments at the date of entry into force of
this Agreement, by any of the Four Governments, or entities owned, controlled
or funded by them or by Urenco;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>c)</nr>
            <al>‘‘the field" shall mean
gas centrifuge and associated technology capable of use in the enrichment
of uranium by the gas centrifuge process and in the construction of gas centrifuge
manufacturing and enrichment plants.</al>
          </inspring>
          <al>2. All industrial rights arising out of research and development programmes
or projects in the field put into effect by ETC shall exclusively belong,
or to the extent legally possible, be transferred to ETC. The rights of the
inventor are determined by the law of the country in which the industrial
right originated.</al>
          <al>3. All industrial rights arising out of Governmental, Government-funded
or controlled programmes or projects of research and development in the field
with a view of exploitation for commercial purposes have to be offered to
the extent legally possible to ETC on fair and reasonable terms and conditions
for non-exclusive use.</al>
          <al>4. ETC is entitled to</al>
          <inspring nivo="0">
            <nr>a)</nr>
            <al>grant licences in the territories of the
Four Governments for the purposes of any activity in the field to be performed
within the collaboration described in Article II;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b)</nr>
            <al>grant licences on reasonable commercial
terms to enterprises in the territories of the Four Governments for purposes
other than the enrichment of uranium by the gas centrifuge process.</al>
          </inspring>
          <al>5. None of the Four Governments shall attack or contest, or in any way
encourage or assist any other person to attack or contest, the industrial
rights of the other Governments or of ETC in the field. </al>
          <al>6. The Four Governments and ETC shall handle commercially valuable information
arising under this Agreement with appropriate precautions, and shall require
all persons to whom they may communicate such information to observe similar
precautions.</al>
          <al>7. The granting of licences or sub-licences by ETC to use and exercise
outside the territories of the Four Governments the industrial rights referred
to in paragraphs 2, 3, 4 and 5 of this Annex or any other industrial rights
in the field held or controlled by ETC shall be regulated in accordance with
sub-paragraph 5 d of Article III.</al>
          <lijn></lijn>
          <tuskop letat="vet">Annex II</tuskop>
          <al>Security Procedures and Classification</al>
          <witreg></witreg>
          <al>1. a) The Four Governments shall apply to all Classified Information the
security measures applicable to their national Classified Information of a
corresponding security grading, but in no case shall the measures applied
be less stringent than the principles and minimum standards mutually agreed;</al>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b.</nr>
            <al>no access to Classified Information graded
CONFIDENTIAL, VS-VERTRAULICH, VERTROUWELIJK or CONFIDENTIEEL and CONFIDENTIEL
DEFENSE or above shall be granted unless the person concerned is authorised
by the relevant National Agency to have access to Classified Information of
at least the corresponding security grading taking into account the ‘‘need
to know" principle;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>c)</nr>
            <al>no access to Classified Information graded
CONFIDENTIAL, VS-VERTRAULICH, VERTROUWELIJK or CONFIDENTIEEL and CONFIDENTIEL
DEFENSE or above shall be granted to a non-national of one of the four States
except as may otherwise be agreed by the Quadripartite Committee.</al>
          </inspring>
          <al>2. Where necessary in order to satisfy itself as to the satisfactory and
effective implementation of Articles VII and VIII, the Quadripartite Committee
may at any time call for such reports from any of the National Agencies as
it deems necessary.</al>
          <al>3. a) </al>
          <inspring nivo="2">
            <nr>(i)</nr>
            <al>Classified Information shall bear one of
the security gradings specified in respect of the State of origin in paragraph
4 of this Annex. On receipt such Classified Information shall in addition
be marked with the corresponding national security grading by the National
Agency of the receiving State or under its authority. The receiving State
may not lower or remove such a security grading without the consent of the
State of origin;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="2">
            <nr>(ii)</nr>
            <al>the National Agency of the State of origin
may require that a specific document classified TOP SECRET or ZEER GEHEIM
or STRENG GEHEIM or TRES SECRET DEFENSE or SECRET or GEHEIM or SECRET DEFENSE
shall not be reproduced by a receiving State without prior permission;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="2">
            <nr>(iii)</nr>
            <al>documents bearing one of the classifications
referred to in paragraph 3 a) (ii) of this Annex shall be registered and handled
separately and shall be mustered annually;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b)</nr>
            <al>the Quadripartite Committee shall give directions
for the application as appropriate of the security gradings specified in paragraph
4 of this Annex, in accordance with a common classification policy, to information
which may result from the collaboration described in Article II.</al>
          </inspring>
          <al>4. The corresponding security gradings within the meaning of this Annex
are:</al>
          <inspring nivo="1">
            <al>1) In the Kingdom of the Netherlands</al>
            <al>ZEER GEHEIM
GEHEIM VERTROUWELIJK or CONFIDENTIEEL DIENSTGEHEIM</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="1">
            <al>2) In the Federal Republic of Germany</al>
            <al>STRENG
GEHEIM GEHEIM VS-VERTRAULICH VS-NUR FÜR DEN DIENSTGEBRAUCH</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="1">
            <al>3) In the United Kingdom of Great Britain and Northern
Ireland</al>
            <al>TOP SECRET SECRET CONFIDENTIAL RESTRICTED</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="1">
            <al>4) In the French Republic</al>
            <al>TRES SECRET DEFENSE
SECRET DEFENSE CONFIDENTIEL DEFENSE DIFFUSION RESTREINTE (marquage de protection)</al>
          </inspring>
          <al>5. Classified Information shall be transferred from one State to another
by Diplomatic Bag or by such other secure means as may be agreed between the
National Agencies of the Four Governments concerned.</al>
          <al>6. The following security requirements shall apply to visits to restricted
areas of premises in the territories of the Four Governments:</al>
          <inspring nivo="0">
            <nr>a)</nr>
            <al>No admission to restricted areas of premises
in the territories of the Four Governments where Classified Information is
held, nor access to Classified Information, shall be granted to visitors unless
they are authorised to have access to Classified Information of at least the
corresponding security grading in their own State, and are accredited by the
National Agency of that State;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b)</nr>
            <al>the accreditation shall be in writing and
shall be sent in advance to the National Agency of the State to be visited
by mail or by such other secure means as may be agreed between the National
Agencies. It shall specify the scope and duration of the accreditation and
the highest security grading to which access may be had;</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>c)</nr>
            <al>the National Agency of the State to be visited
shall be notified in advance of each visit, and shall be responsible for informing
in good time the person or persons authorised to grant admission to the premises
concerned. The notification shall indicate the subjects on which the visitor
may be given access to classified matter.</al>
          </inspring>
          <al>7. a) In cases falling within the terms of paragraphs 4 and 5 of Article
VII, the investigation of whether such an occurrence constitutes an offence
under the applicable laws and regulations, and the prosecution of such an
offence, shall lie entirely within the competence of the State within whose
territory the occurrence took place, in accordance with its domestic legislation
and internal regulations; nevertheless, an opportunity shall be given to any
other State to lay before the competent authorities of the State in question
any information relevant in the institution of proceedings in respect of such
an occurrence. The Government of the State of origin or the Quadripartite
Committee, whichever is appropriate, shall be informed in due course whether
such proceedings have been instituted or not and of their outcome;</al>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b)</nr>
            <al>Classified Information transferred under
the provisions of paragraphs 4 and 5 of Article VII, and of sub-paragraph
a of this paragraph, shall be entitled to the same degree of protection as
any other Classified Information transferred subject to this Agreement.</al>
          </inspring>
          <lijn></lijn>
          <tuskop letat="vet">Side Letter to the Agreement between the Governments of
the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland, the French Republic,
the Federal Republic of Germany and the Kingdom of the Netherlands regarding
collaboration in Centrifuge Technology</tuskop>
          <artkop id="ART15">
            <nr>Specification regarding Article II</nr>
            <titel>Scope</titel>
          </artkop>
          <al>1. The Four Governments confirm that in paragraph 5 of Article II of the
Agreement ‘‘the activities of ETC" include the agreements
between, inter alia, Urenco and Areva, and, in particular, the Agreement for
the Sale and Purchase of Shares in Enrichment Technology Company Ltd of 24
November 2003, the proposed Shareholders Agreement, the proposed Technology
Transfer Agreement and the proposed Cascade Supply Agreement, which will allow
Areva to participate in ETC and to replace its present uranium enrichment
plant.</al>
          <artkop id="ART16">
            <nr>Specification regarding Article IV</nr>
            <titel>Peaceful Use</titel>
          </artkop>
          <al>2. With regard to paragraph 1 of Article IV of the Agreement, the Four
Governments share the view that the obligations contained in this paragraph
do not go beyond the obligations already agreed in the NPT and thus have a
declaratory and not a constitutive character.</al>
          <al>3. Any plant for the enrichment of uranium built on the territory of the
French Republic using Centrifuge Technology owned by, held by, or deriving
or arising from the operations of, ETC will only produce low enriched uranium
(enriched uranium containing less than 20% of the isotope uranium-235)
for purposes other than the production of weapons grade uranium for the manufacture
of nuclear weapons or other nuclear explosive devices.</al>
          <artkop id="ART17">
            <nr>Specifications regarding Article V</nr>
            <titel>Application of International Safeguards</titel>
          </artkop>
          <al>4. Any plant for the enrichment of uranium for commercial purposes built
on the territory of the French Republic using Centrifuge Technology owned
by, held by, or deriving or arising from the operations of, ETC will be placed
and remain on the list of facilities eligible for the application of IAEA
safeguards, pursuant to the agreements set out in INFCIRC/290.</al>
          <al>5. The Four Governments will use their best endeavours to ensure that
any plant referred to in paragraph 4 of this Side Letter is placed and remains
under safeguards of the IAEA equivalent to those applying to the commercial
gas centrifuge enrichment facilities under the jurisdiction of the Three Governments.
These safeguards will include those of the respective Additional Protocols
to the Safeguards Agreements with the IAEA applicable in the four States.</al>
          <artkop id="ART18">
            <nr>Specifications regarding Annex II</nr>
            <titel>Security Procedures and Classification</titel>
          </artkop>
          <al>6. a) The security measures contained in Annex II will be the minimum
standards of protection required for Classified Information.</al>
          <inspring nivo="0">
            <nr>b)</nr>
            <al>The Government of the French Republic will
apply to all Classified Information the security and classification principles
and standards of protection agreed by the Three Governments pursuant to the
Treaty of Almelo and in force in the countries of the Three Governments at
the date of signing of the Agreement.</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>c)</nr>
            <al>The security and classification principles
and standards of protection referred to in subparagraph 6 b) may be supplemented
by a classification policy or more detailed security procedures decided by
the Quadripartite Committee.</al>
          </inspring>
          <inspring nivo="0">
            <nr>d)</nr>
            <al>A classification policy and security measures
to replace the provisions in subparagraph 6 b) and to cover the protection
of Classified Information will be agreed upon as soon as possible by the Quadripartite
Committee after the entry into force of the Agreement.</al>
          </inspring>
          <artkop id="ART19">
            <nr>Interpretation</nr>
          </artkop>
          <al>7. Terms used in this Side Letter have the meaning assigned to them by
the Agreement. </al>
          <witreg></witreg>
          <al>SIGNED at Cardiff, on 12 July 2005, in the Dutch, German, French and English
languages, each text being equally authentic.</al>
          <witreg></witreg>
          <al>
            <nadruk type="cur">For the Government of the Kingdom of the Netherlands,</nadruk>
          </al>
          <witreg></witreg>
          <al>Laurens Jan BRINKHORST</al>
          <witreg></witreg>
          <al>Minister of Economic Affairs</al>
          <witreg></witreg>
          <al>
            <nadruk type="cur">For the Government of the Federal Republic of Germany,</nadruk>
          </al>
          <witreg></witreg>
          <al>Georg Wilhelm ADAMOWITSCH</al>
          <witreg></witreg>
          <al>Secretary of State of Economics</al>
          <witreg></witreg>
          <al>
            <nadruk type="cur">For the Government of the French Republic,</nadruk>
          </al>
          <witreg></witreg>
          <al>Catherine COLONNA</al>
          <witreg></witreg>
          <al>Minister for European Affairs</al>
          <witreg></witreg>
          <al>
            <nadruk type="cur">For the Government of the United Kingdom of Great Britain
and Northern Ireland,</nadruk>
          </al>
          <witreg></witreg>
          <al>Barry GARDINER</al>
          <witreg></witreg>
          <al>Under Parliamentary Secretary of State for Industry</al>
          <lijn></lijn>
        </taal>
      </verdrag>
    </hfdst>
    <hfdst>
      <nr>D.</nr>
      <titel>PARLEMENT</titel>
      <al>Het Verdrag, met Bijlagen, behoeft ingevolge artikel 91 van de Grondwet
de goedkeuring van de Staten-Generaal, alvorens het Koninkrijk aan het Verdrag,
met Bijlagen, kan worden gebonden.</al>
    </hfdst>
    <hfdst>
      <nr>E.</nr>
      <titel>PARTIJGEGEVENS</titel>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="1" frame="topbot" tabstyle="sdu">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="7" tgroupstyle="sdu">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="21mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="13mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="13mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="13mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="13mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="13mm"></colspec>
          <colspec colname="c7" colnum="7" colwidth="13mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Partij</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Ondertekening</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Ratificatie</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Type<sup>1</sup>)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Inwerking</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Opzegging</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Buitenwerking</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Duitsland</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">12-07-05</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Frankrijk</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">12-07-05</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">
                <nadruk type="vet">Nederlanden,
het Koninkrijk der</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">12-07-05</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Verenigd
Koninkrijk, het</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">12-07-05</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <al>
        <sup>1</sup>) DO=Definitieve ondertekening, R=Ratificatie, aanvaarding,
goedkeuring of kennisgeving, T=Toetreding, VG=Voortgezette gebondenheid</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Verklaring</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Duitsland, 12 juli 2005</al>
      <al>Die für die Unterzeichnung des vorgenannten Übereinkommens erforderlichen
internen Mitwirkungsverfahren konnten bis zum Tage der Unterzeichnung nicht
abgeschlossen werden. Die Unterzeichnung des Übereinkommens für
die Bundesrepublik Deutschland erfolgt aus diesem Grunde ad referendum. Die
Regierung der Bundesrepublik Deutschland wird die Unterzeichnung durch eine
an die Regierung des Königreichs der Niederlande gerichtete Note bestätigen,
sobald die Voraussetzungen dafür gegeben sind.</al>
    </hfdst>
    <hfdst>
      <nr>G.</nr>
      <titel>INWERKINGTREDING</titel>
      <al>De bepalingen van het Verdrag, met Bijlagen, zullen ingevolge artikel
XIV, eerste lid, juncto artikel II, elfde lid, van het Verdrag in werking
treden op de eerste dag van de eerste maand na de datum waarop de laatste
van de vier regeringen haar diplomatieke nota waarin wordt bevestigd dat aan
alle wettelijke vereisten voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan,
nederlegt bij de regering van het Koninkrijk der Nederlanden. </al>
    </hfdst>
    <hfdst>
      <nr>J.</nr>
      <titel>VERWIJZINGEN</titel>
      <al>
        <nadruk type="vet">Verdrag</nadruk>
      </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="3" tgroupstyle="sdu">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="20mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="3mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="76mm"></colspec>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Titel</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Overeenkomst
tussen het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland en het
Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake samenwerking
bij de ontwikkeling en exploitatie van het gas-ultracentrifuge-procédé
voor de produktie van verrijkt uranium;Almelo, 4 maart 1970 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Tekst</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Trb. 1970, 41 (Nederlands, Engels en Duits) </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Laatste Trb. </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Trb. 1978, 165</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Titel</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens; Londen/Moskou/Washington,
1 juli 1968</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Tekst</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Trb. 1968, 126 (Engels, Frans en
vertaling)</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Laatste Trb. </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Trb. 1996, 145 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Titel</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Statuut van de Internationale Organisatie
voor Atoomenergie (IAEA); New York, 26 oktober 1956 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Tekst</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Trb. 1957, 50 (Engels, Frans en vertaling) </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Laatste Trb. </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Trb. 2001, 135</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Titel</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal; Wenen / New York,
3 maart 1980</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Tekst</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Trb. 1980, 166 (Engels en Frans) Trb. 1981,
7 (vertaling) </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Laatste Trb. </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Trb. 1997, 31</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Titel</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschap voor Atoomenergie; Rome, 25 maart 1957</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Tekst</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Trb. 1957, 75 (Frans) Trb. 1957, 92 (vertaling)</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Laatste Trb. </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Trb. 2004, 121</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Titel</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="justify" morerows="0" rotate="0" valign="top">Overeenkomst tussen de drie Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden,
de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië
en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika betreffende de vestiging,
bouw en</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">exploitatie van een installatie voor de verrijking
van uranium in de Verenigde Staten; </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Washington, 24
juli 1992 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Tekst</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Trb. 1992, 174 (Nederlands,
Engels en Duits)</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Laatste Trb. </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Trb. 1995, 49</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <al>
        <nadruk type="vet">Begeleidend schrijven</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al></al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="3" tgroupstyle="sdu">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="20mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="3mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="76mm"></colspec>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Titel</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Interim-Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der
Nederlanden, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake
beveiligingsmaatregelen en rubricering in verband met de beoogde samenwerking
op het gebied van isotopenscheiding met behulp van het gas-ultracentrifuge-procédé;Almelo,
4 maart 1970</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Tekst</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Trb. 1970, 42 (Nederlands, Engels
en Duits)</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Laatste Trb. </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">:</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Trb. 1971, 45</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
    </hfdst>
  </body>
  <backm>
    <ondertek>
      <onddat>
        <dag>twaalfde</dag>
        <maand>september</maand>
        <jaar>2005</jaar>
      </onddat>.<min><minvan>De Minister van Buitenlandse Zaken,</minvan><naam>B. R. BOT </naam></min></ondertek>
    <voetnoot id="f1" nr="1" haak="1">
      <al>De Duitse en Franse tekst zijn niet afgedrukt.</al>
    </voetnoot>
  </backm>
</trblad>