﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-4100/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 5 februari 2026, kenmerk ACM/UIT/666229 op grond van artikel 3.121 van de Energiewet, en artikel 12f van de Gaswet juncto artikel 7.42, tweede lid, van de Energiewet over aansluitpunten van de TSB gas (Aansluitcode gas TSB Aansluitpunt)</intitule>
    <circulaire>
      <circulaire.aanhef>
        <context>
          <context.al type="kenmerk">Zaaknummer: ACM/25/197796</context.al>
        </context>
      </circulaire.aanhef>
      <circulaire-tekst>
        <tekst status="goed">
          <al>De Autoriteit Consument en Markt,</al>
          <al>Gelet op artikel 12f, eerste lid van de Gaswet en artikel 3.121 van de Energiewet;</al>
          <al>Besluit:</al>
        </tekst>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>1.1</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="vetcur">Werkingssfeer en definities</nadruk>
                </al>
                <lijst type="expliciet" nummerbreedte="3-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>1.1.0</li.nr>
                    <al>Deze Aansluitcode gas TSB Aansluitpunt heeft betrekking op direct aangeslotenen met een aansluiting op het transmissiesysteem die gas afnemen, waarbij uitsluitend het aansluitpunt in beheer is bij de transmissiesysteembeheerder.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>1.1.1</li.nr>
                    <al>Deze Aansluitcode gas TSB Aansluitpunt bevat de voorwaarden met betrekking tot wijze waarop de transmissiesysteembeheerder en aangeslotene de aansluiting en het transmissiesysteem technisch en operationeel compatibel laten zijn en blijven, zodanig dat de gasinstallatie van de direct aangeslotene veilig aan het transmissiesysteem verbonden is en blijft, en het gas overeenkomstig de Meetcode Gas LNB meting door aangeslotene kan worden gemeten en op gecontroleerde wijze aan het transmissiesysteem kan worden onttrokken. Deze Aansluitcode gas TSB Aansluitpunt beoogt de veiligheid, doelmatigheid en betrouwbaarheid van de aansluiting te waarborgen en het milieu te ontzien.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>1.1.2</li.nr>
                    <al>Begrippen, die in de Energiewet, of de Begrippencode gas TSB en DSB zijn gedefinieerd, hebben de in de Energiewet of Begrippencode gas TSB en DSB gedefinieerde betekenis.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>1.1.3</li.nr>
                    <al>In deze code wordt verstaan onder:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>distributiesysteem: distributiesysteem voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>distributiesysteembeheerder: distributiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>c.</li.nr>
                        <al>transmissiesysteem: transmissiesysteem voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>d.</li.nr>
                        <al>transmissiesysteembeheerder: transmissiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>e.</li.nr>
                        <al>balanceringsverantwoordelijke: balanceringsverantwoordelijke voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>1.2</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="vetcur">Leverings-, aansluit- en transportovereenkomst</nadruk>
                </al>
                <lijst type="expliciet" nummerbreedte="3-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>1.2.1</li.nr>
                    <al>De transmissiesysteembeheerder stelt alleen gas op het aansluitpunt beschikbaar indien aan de beschikbaarstelling een leverings-, aansluit- en een transportovereenkomst ten grondslag liggen en een balanceringsverantwoordelijke de balanceringsverantwoordelijkheid draagt.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>1.2.2</li.nr>
                    <al>Indien één of meer van de in artikel 1.2.1 bedoelde overeenkomsten op enig moment is dan wel zijn beëindigd of opgeschort, zonder dat er aansluitend een nieuwe leverings-, aansluit- of transportovereenkomst is afgesloten, is aangeslotene verplicht de transmissiesysteembeheerder hierover onmiddellijk te informeren.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>1.2.3</li.nr>
                    <al>Indien een leverancier surseance van betaling is verleend respectievelijk failliet is verklaard en de balanceringsverantwoordelijke zijn balanceringsverantwoordelijkheid tijdelijk continueert overeenkomstig artikel 3.3.6 van de Transportcode gas TSB, is aangeslotene gehouden tot het vergoeden van de extra kosten die de balanceringsverantwoordelijke in dit kader maakt.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">2</nr>
            <titel>Gasinstallatie</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <lijst type="expliciet" nummerbreedte="4-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>2.1.1</li.nr>
                <al>Aangeslotene dient er voor te zorgen dat de gasinstallatie (blijft) voldoe(n)t aan de bij of krachtens de wet gestelde voorwaarden op het gebied van veiligheid, opdat de gasinstallatie geen gevaar zal opleveren voor het ongestoord functioneren van het transmissiesysteem noch voor personeel van de transmissiesysteembeheerder of voor door de transmissiesysteembeheerder ingeschakelde derden.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.1.1.a</li.nr>
                <al>Aangeslotene dient er voor te zorgen dat de gasinstallatie (blijft) voldoe(n)t aan de bij of krachtens de wet gestelde voorwaarden op het gebied van meting en telemetrie, opdat de gasinstallatie geen afbreuk zal doen aan het ongestoord functioneren van het transmissiesysteem.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.1.1.b</li.nr>
                <al>Aangeslotene dient er voor te zorgen dat het resterende deel van de aansluiting door middel van een inschrijving in de openbare registers op grond van artikel 3:17 BW is afgegrensd van het transmissiesysteem.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.1.2</li.nr>
                <al>Alvorens de transmissiesysteembeheerder het aansluitpunt in gebruik zal stellen, zal aangeslotene naar genoegen van de transmissiesysteembeheerder dienen aan te tonen dat het resterende deel van de aansluiting en de gasinstallatie voldoen aan het bepaalde in artikel 2.1.1 en 2.1.1a, dat het resterende deel van de aansluiting en de gasinstallatie is afgegrensd van het transmissiesysteem en dat de meting voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de Meetcode Gas LNB Meting door aangesloten. Indien aangeslotene naar genoegen van de transmissiesysteembeheerder heeft aangetoond dat het resterende deel van de aansluiting en de gasinstallatie voldoet aan het bepaalde in artikel 2.1.1 en 2.1.1a, dat het resterende deel van de aansluiting en de gasinstallatie is afgegrensd van het transmissiesysteem en dat de meting voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de Meetcode Gas LNB Meting door aangeslotene, zal de transmissiesysteembeheerder het aansluitpunt in gebruik stellen.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.1.3</li.nr>
                <al>Aangeslotene is voorts verplicht om aanpassingen aan de gasinstallatie, van zodanige aard dat deze van betekenis kunnen zijn voor de veiligheid of het ongestoord functioneren van het transmissiesysteem, tijdig voorafgaand aan het uitvoeren hiervan aan de transmissiesysteembeheerder te melden.</al>
                <al>Alvorens een aansluitpunt door de transmissiesysteembeheerder opnieuw in gebruik wordt gesteld, zal aangeslotene naar genoegen van de transmissiesysteembeheerder dienen aan te tonen dat de gasinstallatie voldoet aan het bepaalde in artikel 2.1.1 en 2.1.1a en dat de meting voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de Meetcode Gas LNB Meting door aangeslotene lndien aangeslotene naar genoegen van de transmissiesysteembeheerder heeft aangetoond dat de gasinstallatie voldoet aan het bepaalde in artikel 2.1.1 en 2.1.1a en dat de meting voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de Meetcode Gas LNB Meting door aangeslotene, al het aansluitpunt door de transmissiesysteembeheerder opnieuw in gebruik worden gesteld.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.1.4</li.nr>
                <al>Aangeslotene is verplicht de documentatie betreffende de bouw, modificatie en het onderhoud van de gasinstallatie zodanig actueel te houden dat een aangeslotene bij gerede twijfel op ieder moment op verzoek en naar genoegen van de transmissiesysteembeheerder kan aantonen dat zijn gasinstallatie voldoet aan de bij of krachtens artikel 2.1.1 en 2.1.1a gestelde voorwaarden, zo nodig onder verstrekking aan de transmissiesysteembeheerder van deze documentatie.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.1.5</li.nr>
                <al>Wanneer aangeslotene niet voldoet aan het bepaalde in artikel 2.1.1 tot en met 2.1.4, is de transmissiesysteembeheerder bevoegd de gasinstallatie voor rekening van aangeslotene te (laten) onderzoeken. Indien de gasinstallatie blijkens dit onderzoek naar het oordeel van de transmissiesysteembeheerder niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 2.1.1 en 2.1.1a gestelde voorwaarden, is aangeslotene verplicht de gebreken voor zijn rekening binnen de door de transmissiesysteembeheerder opgegeven termijn te herstellen. Daarenboven heeft de transmissiesysteembeheerder de bevoegdheid om het aansluitpunt af te sluiten indien de gasinstallatie gevaar oplevert voort het ongestoord functioneren van het transmissiesysteem of voor personeel van de transmissiesysteembeheerder of van door de transmissiesysteembeheerder ingeschakelde derden. De transmissiesysteembeheerder kan aan het ongedaan maken van deze maatregel nadere financiële en operationele voorwaarden verbinden, die gerelateerd zijn aan de inspanningen die de transmissiesysteembeheerder heeft moeten verrichten en de kosten die hij heeft moeten maken in verband met het afsluiten van het aansluitpunt en het ongedaan maken hiervan. Deze maatregel zal ongedaan worden gemaakt nadat de reden voor het treffen van deze maatregel is weggenomen en de kosten van de maatregel en van het ongedaan maken daarvan door aangeslotene aan de transmissiesysteembeheerder zijn vergoed. De transmissiesysteembeheerder is overigens niet verplicht uit eigen beweging na te gaan of is voldaan aan het bepaalde in artikel 2.1.1 tot en met 2.1.5.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.2</li.nr>
                <al>Aangeslotene staat er voor in dat de afname van gas niet zodanig is dat de veiligheid en/of doelmatige en betrouwbare werking van het transmissiesysteem in gevaar wordt dan wel kan worden gebracht. Aangeslotene is verplicht om, indien een dergelijke situatie zich toch voordoet of dreigt voor te doen, de transmissiesysteembeheerder zo mogelijk, tijdig voorafgaand aan die situatie te informeren en de door de transmissiesysteembeheerder ter zake gegeven aanwijzingen op te volgen.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">3</nr>
            <titel>Aansluitpunt:</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>3.1</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="vetcur">Aanvraag van het aansluitpunt</nadruk>
                </al>
                <lijst type="expliciet" nummerbreedte="3-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>3.1.0</li.nr>
                    <al>Artikelen 3.1.1 tot en met 3.1.4 zijn niet van toepassing op aanvragen voor nieuwe aansluitpunten, maar alleen nog van toepassing op aanvragen voor wijzigingen van bestaande aansluitpunten volgens het bepaalde van paragraaf 3.4.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>3.1.1</li.nr>
                    <al>Een aangeslotene die een aansluitpunt wenst op het transmissiesysteem dient daartoe een aanvraag in bij de transmissiesysteembeheerder met behulp van een formulier dat te vinden is op de website van de transmissiesysteembeheerder. Het verzoek dient ten minste de volgende gegevens te bevatten:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>•</li.nr>
                        <al>de gewenste maximale capaciteit van de aansluiting in kWh/h;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>•</li.nr>
                        <al>de gewenste leveringsdruk in bar(o);</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>•</li.nr>
                        <al>de (beoogde) locatie van de gasverbruikinstallatie op een kadastrale kaart;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>•</li.nr>
                        <al>de gewenste datum van inbedrijfname van het aansluitpunt.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                    <al>De transmissiesysteembeheerder neemt per gasverbruikinstallatie één aanvraag tegelijkertijd in behandeling.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>3.1.2</li.nr>
                    <al>Binnen twee maanden na ontvangst van de in artikel 3.1.1 bedoelde aanvraag meldt de transmissiesysteembeheerder wat met inachtneming van de in artikel 3.1.1 bedoelde aanvraag het dichtstbijzijnde punt in het transmissiesysteem is met een voor die aansluiting geschikte druk en voldoende capaciteit waarop het aansluitpunt te realiseren is. Hiertoe zal de transmissiesysteembeheerder een aansluitovereenkomst opstellen.</al>
                    <al>Indien de transmissiesysteembeheerder niet in staat is binnen twee maanden na ontvangst van de in 3.1.1 bedoelde aanvraag te melden wat het dichtstbijzijnde punt in het transmissiesysteem met een voor die aansluiting geschikte druk en voldoende capaciteit is, dient zij aangeslotene uiterlijk zes weken na het indienen van de aanvraag hierover te informeren. De transmissiesysteembeheerder kan eenmalig de termijn verlengen met maximaal twee maanden.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>3.1.3</li.nr>
                    <al>Voordat het aansluitpunt conform de in artikel 3.1.1 bedoelde aanvraag zal worden gerealiseerd, dient aangeslotene de aansluitovereenkomst te ondertekenen. De aansluitovereenkomst bevat specifieke kenmerken van het aansluitpunt, zoals, maar niet noodzakelijk beperkt tot, de locatie en de fysieke eigenschappen van het aansluitpunt en civielrechtelijke bepalingen. De transmissiesysteembeheerder zal het aansluitpunt zo snel mogelijk maar uiterlijk binnen twee jaar na ondertekening van de aansluitovereenkomst door aangeslotene realiseren, tenzij dit niet redelijkerwijs van de transmissiesysteembeheerder kan worden gevergd.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>3.1.4</li.nr>
                    <al>Een aangeslotene mag verzoeken dat het aansluitpunt op een andere locatie wordt gerealiseerd dan de locatie die de transmissiesysteembeheerder op grond van artikel 3.1.2 meldt. Indien de transmissiesysteembeheerder moet investeren in uitbreiding van het transmissiesysteem om aan dat verzoek te voldoen, wordt in de aansluitovereenkomst opgenomen dat aangeslotene een garantie afgeeft dat de capaciteit zoals opgenomen in de in artikel 3.1.1 bedoelde aanvraag op het beoogde aansluitpunt gecontracteerd wordt gedurende tien jaar.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.2</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="vetcur">Druk</nadruk>
                </al>
                <lijst type="expliciet" nummerbreedte="3-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>3.2.1</li.nr>
                    <al>De druk op het overdrachtspunt is gelijk aan de heersende leidingdruk ter plaatse van het aansluitpunt.</al>
                    <al>De maximale operationele druk, de maximale incidentele druk en de minimale leidingdruk worden vastgelegd in de aansluitovereenkomst. De transmissiesysteembeheerder zal hier niet van afwijken, behoudens het bepaalde in artikel 3.4.3 en 6.1.4. Indien door de transmissiesysteembeheerder of aangeslotene wordt vastgesteld dat hiervan toch is afgeweken, zullen de transmissiesysteembeheerder en aangeslotene elkaar daarover zo spoedig mogelijk informeren.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.3</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="vetcur">Gaskwaliteit</nadruk>
                </al>
                <lijst type="expliciet" nummerbreedte="3-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>3.3.1</li.nr>
                    <al>[vervallen]</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>3.3.2</li.nr>
                    <al>[vervallen]</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>3.3.3</li.nr>
                    <al>Indien aangeslotene een aansluitpunt heeft op een gedeelte van het transmissiesysteem dat H-gas transporteert, kunnen de transmissiesysteembeheerder en aangeslotene, indien en voor zover uit het door de transmissiesysteembeheerder uitgevoerde onderzoek blijkt dat dit mogelijk is, nadere afspraken maken over de Wobbe index en de overige kwaliteitsparameters binnen de in onderdeel C van Bijlage 1 van de Energieregeling weergegeven bandbreedtes. De transmissiesysteembeheerder kan met de aangeslotene nadere financiële en operationele voorwaarden overeenkomen die verband houden met de nadere afspraken over de Wobbe index en de overige kwaliteitsparameters.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>3.3.4</li.nr>
                    <al>Het gas wordt niet geodoriseerd beschikbaar gesteld tenzij anders wordt overeengekomen in de aansluitovereenkomst. Het is niet uitgesloten dat het ter beschikking gestelde gas, vloeibare substantie en/of stof bevat, aangeslotene dient hiervoor in de gasinstallatie voorzieningen te treffen. Het gas wordt beschikbaar gesteld met een temperatuur die gelijk is aan de temperatuur in de leiding ter plaatse van het aansluitpunt.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>3.3.5</li.nr>
                    <al>Indien door de transmissiesysteembeheerder of aangeslotene wordt vastgesteld dat het gas op het overdrachtspunt niet voldoet aan de eisen ten aanzien van gaskwaliteit, zullen de transmissiesysteembeheerder en aangeslotene elkaar daarover zo spoedig mogelijk informeren.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.4</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="vetcur">Capaciteit</nadruk>
                </al>
                <lijst type="expliciet" nummerbreedte="3-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>3.4.1</li.nr>
                    <al>De contractuele capaciteit van het aansluitpunt, zijnde de hoeveelheid gas die maximaal per uur beschikbaar wordt gesteld, wordt op basis van de door aangeslotene verstrekte gegevens op basis van artikel 3.1.1 door de transmissiesysteembeheerder en aangeslotene in onderling overleg vastgesteld en vastgelegd in de aansluitovereenkomst.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>3.4.2</li.nr>
                    <al>Indien aangeslotene de vastgestelde capaciteit wenst te verhogen, dient aangeslotene daartoe een aanvraag in bij de transmissiesysteembeheerder met behulp van een formulier dat te vinden is op de website van de transmissiesysteembeheerder. De artikelen 3.1.2, 3.1.3 en 3.1.4 zijn van overeenkomstige toepassing op het verzoek tot verhogen van de vastgestelde capaciteit.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>3.4.3</li.nr>
                    <al>Aangeslotene zal de vastgelegde capaciteit niet overschrijden, tenzij de overschrijding het rechtstreeks gevolg is van werkzaamheden als omschreven in artikel 6.1.2 en 6.1.4. Ingeval aangeslotene de vastgelegde capaciteit overschrijdt, kan dit er toe leiden dat wordt afgeweken van de minimale leidingdruk zoals vastgelegd in de aansluitovereenkomst. Bovendien wordt elke overschrijding van die capaciteit beschouwd als een situatie als bedoeld in artikel 2.2 en is de aangeslotene verplicht de transmissiesysteembeheerder voor zover redelijkerwijs mogelijk tijdig voorafgaand aan die situatie te informeren en de door de transmissiesysteembeheerder ter zake gegeven aanwijzingen op te volgen. De transmissiesysteembeheerder kan in een dergelijke situatie verlangen dat de vastgelegde capaciteit (aan de realiteit) wordt aangepast en kan met de aangeslotene financiële en operationele voorwaarden overeenkomen die verband houden met die gewijzigde capaciteit.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.5</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="vetcur">Beheer</nadruk>
                </al>
                <lijst type="expliciet" nummerbreedte="3-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>3.5.1</li.nr>
                    <al>Het aansluitpunt wordt door of in opdracht van de transmissiesysteembeheerder bedreven, onderhouden, verplaatst, aangepast en verwijderd. Onder onderhouden wordt onder meer verstaan het inspecteren, herstellen, keuren en vervangen van het aansluitpunt. Het is aangeslotene niet toegestaan handelingen te (laten) verrichten aan het aansluitpunt zonder uitdrukkelijke toestemming van de transmissiesysteembeheerder.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>3.5.2</li.nr>
                    <al>Bij (dreigende) calamiteiten dient aangeslotene onmiddellijk contact op te nemen met de transmissiesysteembeheerder en de instructies van de transmissiesysteembeheerder met betrekking tot het gebruik maken van de aansluiting op te volgen.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.6</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="vetcur">Overdrachtspunt</nadruk>
                </al>
                <lijst type="expliciet" nummerbreedte="3-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>3.6.1</li.nr>
                    <al>[vervallen]</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.7</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="vetcur">Samenstelling en locatie van het aansluitpunt</nadruk>
                </al>
                <lijst type="expliciet" nummerbreedte="3-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>3.7.1</li.nr>
                    <al>Het aansluitpunt omvat</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>•</li.nr>
                        <al>het afsluiterschema,bestaande uit voorzieningen ten behoeve van beheer en onderhoud aan en besturing van het transmissiesysteem en om calamiteiten te beheersen</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>•</li.nr>
                        <al>voorzieningen die nodig zijn om het aansluitpunt met zwaar transport te bereiken</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>•</li.nr>
                        <al>noodzakelijke voorzieningen ter beveiliging van het perceel waar het aansluitpunt is gelegen</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>•</li.nr>
                        <al>indien van toepassing, de noodzakelijke voorzieningen waaronder elektriciteit en telemetrie.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>3.7.2</li.nr>
                    <al>Het aansluitpunt bevindt zich op een locatie</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>•</li.nr>
                        <al>die toegankelijk is te maken voor zwaar transport</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>•</li.nr>
                        <al>waar fysiek ruimte is voor het gehele voor het aansluitpunt benodigde afsluiterschema</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>•</li.nr>
                        <al>waar benodigde vergunningen reeds verkregen zijn of verkregen kunnen worden</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">4</nr>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <al>
              <nadruk type="vet">[Vervallen]</nadruk>
            </al>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">5</nr>
            <titel>Meten</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <lijst type="expliciet" nummerbreedte="3-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>5.1</li.nr>
                <al>Al het gas dat stroomt over het overdrachtspunt dient gemeten te worden. De meting geschiedt door aangeslotene conform de Meetcode Gas LNB – Meting door aangeslotene. Aangeslotene zal er voor zorg dragen dat er geen gas wordt onttrokken tussen het overdrachtspunt en de meetinrichting.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.2</li.nr>
                <al>De meetinrichting wordt ontworpen, aangelegd, beheerd en onderhouden door aangeslotene en voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de Meetcode Gas LNB – Meting door aangeslotene Alvorens de meetinrichting wordt aangelegd of gemodificeerd, dient het ontwerp ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de transmissiesysteembeheerder en dient goedkeuring voor het ontwerp verkregen te worden van de transmissiesysteembeheerder.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.3</li.nr>
                <al>De meetinrichting dient voorzien te zijn van een ruimte waarin het door de transmissiesysteembeheerder beschikbaar gestelde lokaal data acquisitie-systeem zo bedoeld in 1.2.5 van de Meetcode gas LNB – Meting door aangeslotene door of in opdracht van aangeslotene wordt geplaatst. Dit lokale data acquisitiesysteem dient conform de specificatie van de transmissiesysteembeheerder met de meetinrichting te worden verbonden. Aangeslotene draagt zorg voor de aanleg van de spannings- en telemetrievoorziening in deze ruimte conform de specificatie van de transmissiesysteembeheerder. De in dit artikel genoemde specificaties zijn te vinden op de website van de transmissiesysteembeheerder onder de naam “Specificatie_GTS_bij_meting_<?xpp afbreek?>door_aangeslotene.”.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.4</li.nr>
                <al>De meetinrichting dient voorzien te zijn van de mogelijkheid tot aanleg van een monsternamepunt om, indien noodzakelijk, een sonde aan te sluiten ten behoeve van een gaskwaliteitmeting ten behoeve van de bepaling van de gaskwaliteit bij aangeslotene. Het monsternamepunt dient zodanig gesitueerd te zijn dat onder alle omstandigheden een representatief monster van het gas verkregen wordt en dat in de nabijheid van het monsternamepunt een gaskwaliteitmeting geplaatst kan worden. Bij de meetinrichting dient voldoende ruimte te zijn om een gaskwaliteitmeting te plaatsen door of in opdracht van de transmissiesysteembeheerder. Aangeslotene draagt zorg voor de aanleg van de spannings- en telemetrievoorziening ten behoeve van de gaskwaliteitmeting conform de specificatie van de transmissiesysteembeheerder, welke te vinden is op de website van de transmissiesysteembeheerder onder de naam “Specificatie_<?xpp afbreek?>GTS_bij_meting_door_aangeslotene.”.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.5</li.nr>
                <al>De functionele eisen met betrekking tot de meting zoals opgenomen in de Meetcode gas LNB-Meting door aangeslotene dienen door aangeslotene nader te worden ingevuld/uitgewerkt in een meethandboek. Dit meethandboek bevat in ieder geval:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>een omschrijving van de opgestelde apparatuur,</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>de berekeningsmethodes,</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>de wijze van onzekerheidsberekening van de meetinrichting,</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>de afhandeling van geconstateerde meetfouten,</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>een opsomming van de contactpersonen en hun bereikbaarheidgegevens</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>de aan de apparatuur te stellen nauwkeurigheidseisen</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>de methodes en criteria om de kwaliteit van de metingen te waarborgen, evenals de voor het veilig, doelmatig en betrouwbaar functioneren van het transmissiesysteem benodigde informatievoorziening.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>de procedure voor registratie en verrekening met de transmissiesysteembeheerder van het gasverbruik dat niet door de meetinrichting wordt geregistreerd en het gasverbruik ten behoeve van het bedrijven van de meet- en regelinrichting inclusief verwarming.</al>
                  </li>
                </lijst>
                <al>De gebruikte methodes en procedures zullen in overeenstemming zijn met de actuele versies van de relevante (internationale) standaarden. Het meethandboek dient door de transmissiesysteembeheerder goedgekeurd te worden. Indien er geen goedgekeurd meethandboek is, wordt de meting geacht niet te voldoen aan eisen zoals opgenomen in de Meetcode gas LNB – Meting door aangeslotene.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.6</li.nr>
                <al>Aangeslotene is verplicht om aanpassingen aan de meetinrichting, van zodanige aard dat deze van betekenis kunnen zijn voor het correct functioneren van de fysieke en administratieve processen rond het transmissiesysteem, tijdig voorafgaand aan het uitvoeren hiervan aan de transmissiesysteembeheerder te melden.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.7</li.nr>
                <al>Aangeslotene is verplicht de documentatie betreffende de bouw en het onderhoud van de meetinrichting zodanig actueel te houden zodat aangeslotene bij gerede twijfel op ieder moment op verzoek en naar genoegen van de transmissiesysteembeheerder kan aantonen dat zijn meetinrichting voldoet aan de Meetcode gas LNB – Meting door aangeslotene, zo nodig onder verstrekking aan de transmissiesysteembeheerder van de documentatie waarin dit wordt onderbouwd.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.8</li.nr>
                <al>Indien de transmissiesysteembeheerder gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de meetinrichting niet correct functioneert of een afwijking vertoont, zal aangeslotene deze controleren en zo nodig handelend optreden (justeren). De kosten hiervan komen voor rekening van aangeslotene, tenzij een eventueel geconstateerde onnauwkeurigheid de toegestane afwijkingen, zoals gedefinieerd in het meethandboek, niet overschrijdt, in welk geval de kosten voor de controle voor rekening van de transmissiesysteembeheerder komen.</al>
                <al>De transmissiesysteembeheerder is bevoegd de meetinrichting te (laten) onderzoeken om te beoordelen of door aangeslotene aan de Meetcode Gas LNB – Meting door aangeslotene wordt voldaan. Indien de meetinrichting blijkens dit onderzoek niet voldoet aan hetgeen bepaald is in de Meetcode Gas LNB – Meting door aangeslotene, is aangeslotene verplicht de gebreken voor zijn rekening te herstellen binnen de door de transmissiesysteembeheerder opgegeven termijn en conform de eisen zoals vastgelegd in deze Aansluitcode gas TSB Aansluitpunt.</al>
                <al>Indien en voor de periode dat de meetinrichting niet voldoet aan hetgeen bepaald is in de Meetcode Gas LNB – Meting door aangeslotene, is de transmissiesysteembeheerder na overleg met betrokkenen waaronder in elk geval worden begrepen de desbetreffende aangeslotene en de betrokken balanceringsverantwoordelijke(n) – gerechtigd tot het vaststellen van de meetwaarden.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.9</li.nr>
                <al>Indien wordt vastgesteld dat de meetinrichting niet correct functioneert, maar het tijdstip waarop dit niet-correct functioneren is begonnen niet kan worden bepaald, wordt het niet-correct functioneren geacht te zijn begonnen halverwege de datum waarop het niet-correct functioneren is vastgesteld en de datum van de laatste onbetwiste controle van de meetinrichting. De datum waarop het niet-correct functioneren is vastgesteld, wordt geacht te zijn de datum waarop de controle is uitgevoerd die het niet-correct functioneren aantoonde. De door de meetinrichting gemaakte fout gedurende de periode tussen de datum waarop het niet-correct functioneren is begonnen, dan wel wordt geacht te zijn begonnen, en de datum waarop de meter weer naar behoren functioneert, zal in overleg met de transmissiesysteembeheerder door aangeslotene worden geschat. De fout zal niet worden uitgedrukt in uurcorrecties maar in één totale volumecorrectie. Correctie vindt evenwel slechts plaats binnen de termijnen zoals genoemd in de artikelen 2.4.1 en 2.5.1 van de Allocatiecode Systeembeheerders Gas.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.10</li.nr>
                <al>De transmissiesysteembeheerder is gerechtigd tot het gebruik van de voor haar (voor de uitvoering van haar taken als transmissiesysteembeheerder) benodigde telecommunicatie-infrastructuur en/of datalijnen, verbonden aan de meet- en regelinrichting en, indien aanwezig, de gaskwaliteitmeting conform artikel 5.4 bij aangeslotene. Hierbij zal de transmissiesysteembeheerder het veiligheidsbeleid van aangeslotene in acht nemen.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.11</li.nr>
                <al>De transmissiesysteembeheerder heeft toegang tot alle aan de meting gerelateerde informatie. Aangeslotene zal de transmissiesysteembeheerder of een derde die door de transmissiesysteembeheerder gemachtigd is in de gelegenheid stellen de uit te voeren test- en kalibratiewerkzaamheden bij te wonen en zal de resultaten hiervan overleggen.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.12</li.nr>
                <al>Een minimum meetcapaciteit, dit is de capaciteit waarbij de ondergrens van het meetbereik van de meet- en regelinrichting wordt bereikt, wordt vastgelegd op basis van de door aangeslotene aan de transmissiesysteembeheerder verstrekte gegevens. Aangeslotene zal er voor zorgen dat de hoeveelheid af te nemen gas structureel en/of planmatig ligt in het capaciteitsgebied tussen de minimum meetcapaciteit en de maximum meetcapaciteit. Aangeslotene zal zodanig gas afnemen dat een correcte inzet van de meetinrichting wordt gewaarborgd; indien aangeslotene hieraan niet voldoet dan wel zal kunnen voldoen, is aangeslotene verplicht om de transmissiesysteembeheerder, te informeren en de door de transmissiesysteembeheerder ter zake gegeven aanwijzingen op te volgen. Voorts is aangeslotene verplicht, indien en voor zover hij structureel en/of planmatig de vastgelegde minimum meetcapaciteit onderschrijdt dan wel de maximale meetcapaciteit overschrijdt, de meetcapaciteit van de meetinrichting aan te passen en hierover met de transmissiesysteembeheerder in overleg te treden. Een gewijzigde minimum meetcapaciteit wordt door transmissiesysteembeheerder en aangeslotene vastgelegd in de aansluitovereenkomst.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">6</nr>
            <titel>Samenwerking</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>6.1</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="vetcur">Werkzaamheden</nadruk>
                </al>
                <lijst type="expliciet" nummerbreedte="4-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>6.1.1</li.nr>
                    <al>De transmissiesysteembeheerder en aangeslotene zullen te allen tijde voldoende informatie uitwisselen en maatregelen nemen, opdat de werkzaamheden aan en de in- en uitbedrijfname van (onderdelen van) het aansluitpunt, de gasinstallatie en/of het transmissiesysteem en/of de daarmee verband houdende telecommunicatievoorzieningen zodanig worden gecoördineerd dat eventuele verstoring van de reguliere beschikbaarstelling van gas tot een minimum wordt beperkt.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>6.1.1a</li.nr>
                    <al>Indien werkzaamheden aan de gasinstallatie het noodzakelijk maken om deze vrij van gas te maken, inclusief het gedeelte tussen het aansluitpunt en de meetinrichting, zal aangeslotene de hoeveelheid ongemeten gas vergoeden aan de transmissiesysteembeheerder tegen de neutrale gasprijs conform artikel 4.1.6.4 van de Transportcode gas TSB</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>6.1.2</li.nr>
                    <al>Waar redelijkerwijs noodzakelijk in verband met de veiligheid, doelmatigheid en betrouwbaarheid van het transmissiesysteem, zullen de transmissiesysteembeheerder en aangeslotene voor werkzaamheden aan het aansluitpunt, de gasinstallatie of het transmissiesysteem, die gedurende een bepaalde periode een zekere gasafname of gasafnamepatroon op het aansluitpunt vereisen, met elkaar en met andere systeemgebruikers samenwerken teneinde gedurende deze periode een dergelijke gasafname of gasafnamepatroon te realiseren.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>6.1.3</li.nr>
                    <al>Door de transmissiesysteembeheerder te verrichten werkzaamheden aan en inspecties van het aansluitpunt, het lokale data-acquisitiesysteem conform artikel 5.3 en de gaskwaliteitsmeting conform artikel 5.4 zullen, zoveel als redelijkerwijs mogelijk, tijdens kantooruren, in overleg met en met inachtneming van het veiligheidsbeleid van aangeslotene worden verricht. Aangeslotene staat er voor in dat de door de transmissiesysteembeheerder aan te wijzen personen te allen tijde toegang hebben tot het gebouw en de aansluiting voor het uitvoeren van werkzaamheden en het verrichten van inspecties, alsmede dat het gebouw en de aansluiting steeds goed bereikbaar zijn.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>6.1.4</li.nr>
                    <al>Indien de transmissiesysteembeheerder voornemens is om, buiten het geval van storing of calamiteiten, werkzaamheden te verrichten aan het aansluitpunt die kunnen leiden tot onderbreking, vermeerdering of vermindering van de beschikbaarstelling van gas dan wel tot verandering van de condities waaronder het gas beschikbaar wordt gesteld, zullen deze werkzaamheden niet eerder worden uitgevoerd dan nadat over het tijdstip en de tijdsduur van de onderbreking respectievelijk de vermeerdering of vermindering van de beschikbaarstelling van gas dan wel de verandering van de condities waaronder het gas beschikbaar wordt gesteld, overleg met aangeslotene heeft plaatsgevonden. De transmissiesysteembeheerder zal bij planning en uitvoering van deze werkzaamheden zoveel als redelijkerwijs mogelijk met de belangen van aangeslotene rekening houden.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>6.1.5</li.nr>
                    <al>Indien een calamiteit of storing het aansluitpunt, de gasinstallatie en/of het ongestoorde functioneren van het transmissiesysteem bedreigt, kan de transmissiesysteembeheerder de noodzakelijke werkzaamheden onverwijld en zonder voorafgaand overleg met aangeslotene uitvoeren. De transmissiesysteembeheerder en aangeslotene zullen in dat geval zoveel als redelijkerwijs mogelijk contact met elkaar onderhouden en samenwerken om de calamiteit of storing dan wel de gevolgen daarvan op te heffen.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>6.1.6</li.nr>
                    <al>De transmissiesysteembeheerder is bevoegd om zonder voorafgaande mededeling aan aangeslotene en andere betrokkenen het aansluitpunt af te sluiten indien dit vereist is wegens direct gevaar voor personen.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>6.1.7</li.nr>
                    <al>Aangeslotene respectievelijk de transmissiesysteembeheerder zal noch door middel van de gasinstallatie respectievelijk het aansluitpunt, en/of het transmissiesysteem noch anderszins hinder of schade veroorzaken aan het aansluitpunt en/of het transmissiesysteem respectievelijk de gasinstallatie. Aangeslotene zal het aansluitpunt niet gebruiken voor aarding van elektrische installaties, toestellen, bliksemafleiders en dergelijke, dan wel voor enig ander doel dan onder deze Aansluitcode gas TSB Aansluitpunt uitdrukkelijk is toegestaan. Aangeslotene zal de door of vanwege de transmissiesysteembeheerder op de aansluiting aangebrachte verzegelingen niet verbreken of laten verbreken.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>6.2</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="vetcur">Communicatie</nadruk>
                </al>
                <lijst type="expliciet" nummerbreedte="3-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>6.2.1</li.nr>
                    <al>Met betrekking tot het bedrijven van het aansluitpunt zullen de transmissiesysteembeheerder en aangeslotene prioriteit geven aan de veiligheid, doelmatigheid en betrouwbaarheid van het transmissiesysteem. De transmissiesysteembeheerder en aangeslotene zullen elkaar de nodige medewerking te verlenen bij de toepassing en de uitvoering van het bepaalde in deze Aansluitcode gas TSB Aansluitpunt en de controle op de naleving daarvan. De transmissiesysteembeheerder en aangeslotene zijn in het bijzonder verplicht elkaar zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen van alle gegevens, voorvallen en wijzigingen in omstandigheden of in de feitelijke situatie die voor de uitvoering van deze Aansluitcode gas TSB Aansluitpunt van belang (kunnen) zijn, waaronder waargenomen of vermoede (dreiging van) schade, gebreken of onregelmatigheden aan het aansluitpunt en/of de gasinstallatie.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>6.2.2</li.nr>
                    <al>De transmissiesysteembeheerder en aangeslotene zijn, onder meer om hetgeen omschreven in artikel 6.2.1 na te kunnen komen, vierentwintig uur per dag en elke dag van het jaar telefonisch dan wel via enig ander overeengekomen communicatiesysteem bereikbaar. Alle relevante adres- en communicatiegegevens worden vastgelegd. Indien deze gegevens wijzigen, dienen de transmissiesysteembeheerder en aangeslotene elkaar hierover uiterlijk tien werkdagen voorafgaand aan wijziging van de gegevens schriftelijk te informeren op het vastgelegde adres.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>6.2.3</li.nr>
                    <al>De transmissiesysteembeheerder en aangeslotene zullen zich voldoende inspannen te (blijven) beschikken over de benodigde vergunningen en elkaar over de inhoud van die vergunningen en de voorwaarden waaronder zij zijn afgegeven, te (blijven) informeren.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>6.3</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="vetcur">Continuïteit</nadruk>
                </al>
                <lijst type="expliciet" nummerbreedte="3-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>6.3.1</li.nr>
                    <al>Aangeslotene verstrekt jaarlijks op verzoek van de transmissiesysteembeheerder voor elke aansluitpunt informatie over de verwachte capaciteitsbehoefte in de komende vier jaren. Aangeslotene zal aan de transmissiesysteembeheerder, indien de transmissiesysteembeheerder hierom verzoekt, nadere (achtergrond)informatie verstrekken over de door hem verstrekte gegevens. Aangeslotene staat er voor in dat de door hem verstrekte opgaven op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en een zo goed mogelijke schatting geven van de toekomstige capaciteitsbehoefte.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">7</nr>
            <titel>Bijzondere bepalingen</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>7.1</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="vetcur">[vervallen]</nadruk>
                </al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>7.2</li.nr>
                <al>
                  <nadruk type="vetcur">Compensatie bij ernstige storingen</nadruk>
                </al>
                <lijst type="expliciet" nummerbreedte="3-cijferig" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>7.2.1</li.nr>
                    <al>Aangeslotene heeft recht op een financiële compensatie bij storingen die voor een periode langer dan 4 uren tot een onderbreking van het transport van gas leiden, met uitzondering van voorziene onderbrekingen.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>7.2.2</li.nr>
                    <al>De in artikel 7.2.1 genoemde termijn van 4 uren vangt voor alle door de onderbreking getroffen aangeslotenen aan op het moment dat de transmissiesysteembeheerder de eerste melding van een onderbreking van een aangeslotene ontvangt of, indien dat eerder is, op het moment van vaststelling van de onderbreking door de transmissiesysteembeheerder voor gas.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>7.2.3</li.nr>
                    <al>De in artikel 7.2.1 genoemde financiële compensatie bedraagt voor de aangeslotene € 910,– bij een onderbreking van 4 uur tot 8 uur, vermeerderd met € 500,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur. De uitbetaling dient binnen drie maanden te geschieden.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>7.2.4</li.nr>
                    <al>De duur van onderbreking wordt voor alle door de onderbreking van het transport van gas getroffen aangeslotenen bepaald als de tijdsduur tussen de in artikel 7.2.2 gedefinieerde aanvang van de onderbreking en het moment dat het transport voor alle door de onderbreking van het transport van gas getroffen aangeslotenen is hersteld.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">8</nr>
            <titel>Slotbepaling</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>8.1</li.nr>
                <al>De Aansluitcode gas LNB Aansluitpunt wordt ingetrokken.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>8.2</li.nr>
                <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>8.3</li.nr>
                <al>Dit besluit wordt aangehaald als: Aansluitcode gas TSB Aansluitpunt.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
      </circulaire-tekst>
      <circulaire-sluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.</al>
        </slotformulering>
        <gegeven>
          <dagtekening>
            <plaats>’s-Gravenhage,</plaats>
            <datum isodatum="2026-02-05">5 februari 2026</datum>
          </dagtekening>
        </gegeven>
        <ondertekening>
          <functie>Autoriteit Consument en Markt,</functie>
          <deze>namens deze:</deze>
          <naam>
            <voornaam>M.R.</voornaam>
            <achternaam>Leijten</achternaam>
          </naam>
          <functie>bestuurslid</functie>
        </ondertekening>
      </circulaire-sluiting>
      <bezwaarschrift locatie="na-sluiting">
        <al>
          <nadruk type="cur">Als u belanghebbende bent, kunt u bezwaar maken tegen dit besluit. Stuur uw gemotiveerde bezwaarschrift naar de Autoriteit Consument en Markt, Juridische Zaken, postbus 16326, 2500 BH Den Haag of naar acm-post@acm.nl. Dit moet u doen binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt. In uw bezwaarschrift kunt u de Autoriteit Consument en Markt verzoeken in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter.</nadruk>
        </al>
      </bezwaarschrift>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">1</nr>
            <titel>Samenvatting</titel>
          </kop>
          <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
            <li>
              <li.nr>1.</li.nr>
              <al>Vanwege de inwerkingtreding van de Energiewet per 1 januari 2026 moeten de codes worden aangepast. De scope van de codes, begrippen en verwijzingen zijn veranderd. De gezamenlijke systeembeheerders hebben hiertoe een voorstel ingediend. Hierbij zijn geen beleidsmatige wijzigingen van de codes beoogd. In dit besluit keurt de ACM de Aansluitcode gas TSB Aansluitpunt goed en stelt deze vast. Deze code vervangt de Aansluitcode gas Aansluitpunt, die met dit besluit wordt ingetrokken.</al>
            </li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">2</nr>
            <titel>Aanleiding en gevolgde procedure</titel>
          </kop>
          <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
            <li>
              <li.nr>2.</li.nr>
              <al>De ACM keurt op grond van artikel 12f van de Gaswet jo. 7.42 van de Energiewet en artikel 3.121 van de Energiewet methoden of voorwaarden voor de energiemarkt goed, of stelt deze vast. Dit besluit is tot stand gekomen op basis van een voorstel van de gezamenlijke systeembeheerders dat de ACM op 22 december 2025 heeft ontvangen.</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>3.</li.nr>
              <al>De ACM is van mening dat het voorstel geen technische voorschriften bevat bedoeld in Richtlijn 2015/1535. Om die reden zijn de voorwaarden in dit besluit niet in ontwerp ter notificatie aangeboden.</al>
            </li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">3</nr>
            <titel>Beoordeling</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">3.1</nr>
              <titel>Procedureel</titel>
            </kop>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>4.</li.nr>
                <al>De ACM constateert dat het voorstel op 4 december 2025 in een overleg met representatieve organisaties is besproken. In het voorstel is een verslag opgenomen van dit overleg en de indieners hebben in het voorstel aangegeven welke gevolgtrekkingen zij hebben verbonden aan de zienswijzen die organisaties naar voren hebben gebracht. Naar het oordeel van de ACM voldoet het voorstel daarmee aan de vereisten bedoeld in artikel 12d van de Gaswet en artikel 3.120, tweede lid, van de Energiewet.</al>
              </li>
            </lijst>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">3.2</nr>
              <titel>Inhoudelijk</titel>
            </kop>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>5.</li.nr>
                <al>Op 1 januari 2026 is de Energiewet in werking getreden. De Energiewet vervangt de Elektriciteitswet 1998 (hierna: E-wet) en Gaswet. De ACM stelde onder de E-wet en Gaswet tariefstructuren en voorwaarden vast, ook codes genoemd. Deze codes zijn onder te verdelen naar codes over tarieven en tariefstructuren, technische codes, codes over meten, codes over informatie-uitwisseling, en codes over de gebiedsindeling.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>6.</li.nr>
                <al>De ACM blijft bevoegd om de codes over tarieven en tariefstructuren, en de technische codes op grond van artikel 3.121 van de Energiewet goed te keuren en vast te stellen. De codes die vastgesteld zijn onder de E-wet en Gaswet kunnen niet in de huidige vorm blijven bestaan, omdat de Energiewet begrippen dusdanig wijzigt dat een volledige herziening van de tekst en de titel van de codes noodzakelijk is.</al>
              </li>
            </lijst>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">3.3</nr>
              <titel>Aansluitcode gas TSB Aansluitpunt</titel>
            </kop>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>7.</li.nr>
                <al>Met dit besluit keurt de ACM het voorstel van de gezamenlijke systeembeheerders voor de Aansluitcodecode gas TSB aansluitpunt goed en stelt deze vast. Deze code bevat regels voor direct aangeslotenen met een aansluiting op het transmissiesysteem die gas afnemen, waarbij uitsluitend het aansluitpunt in beheer is bij de transmissiesysteembeheerder.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>8.</li.nr>
                <al>De ACM beoogt met deze nieuwe code alleen beleidsneutrale wijzigingen ten opzichte van de oude Aansluitcode gas Aansluitpunt. De inwerkingtreding van de Energiewet vereist ook codewijzingen die beleidskeuzes behoeven. Deze zullen later via een ander codevoorstel door de gezamenlijke systeembeheerders worden ingediend en door de ACM worden beoordeeld.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>9.</li.nr>
                <al>Zoals het voorstel aangeeft, zien de wijzigingen ten opzichte van de oude codetekst op de volgende onderdelen:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>de code is aangepast op het nieuwe begrippenkader in de Energiewet;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>wettelijke taken en verplichtingen die niet in de Energiewet terugkomen zijn uit de code verwijderd;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>inconsistenties tussen in de Energiewet en Europese verordeningen gedefinieerde begrippen zijn aangepast;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>opzet van de code is meer conform de Aanwijzingen voor de Regelgeving gemaakt;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>hoofdstukken, artikelen en bijlagen zijn vernummerd om deze in een logische volgorde te zetten; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>kennelijke verschrijvingen en inconsistenties in de tekst zijn hersteld.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>10.</li.nr>
                <al>De meest in het oog springende begrippen die in de Energiewet zijn veranderd ten opzichte van de Gaswet, zijn:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>een net wordt een systeem;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>de aansluiting van een systeem op een ander systeem wordt een systeemkoppeling, behalve in geval van een aansluiting van een gesloten systeem op een ander systeem;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>netbeheerder van het landelijk gastransportnet wordt transmissiesysteembeheerder voor gas; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>de regionale netbeheerder wordt distributiesysteembeheerder.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>11.</li.nr>
                <al>De ACM verwijst voor een gedetailleerd overzicht van de wijzigingen naar het codevoorstel gepubliceerd op <extref soort="URL" doc="http://www.acm.nl" status="actief">www.acm.nl</extref>.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>12.</li.nr>
                <al>Met dit besluit wordt de Aansluitcode gas aansluitpunt ingetrokken. Dit heeft de ACM in artikel 8.1 opgenomen. Ook heeft de ACM in artikel 8.2 de datum van inwerkingtreding en in artikel 8.3 de citeertitel toegevoegd.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>13.</li.nr>
                <al>De ACM heeft grammatica, spelling en interpunctie in het codevoorstel waar nodig gecorrigeerd. Daarnaast heeft de ACM enkele tekstuele aanpassingen gedaan om de codebepalingen te verduidelijken.</al>
              </li>
            </lijst>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">3.4</nr>
              <titel>Conclusie</titel>
            </kop>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>14.</li.nr>
                <al>De ACM komt tot het oordeel dat de wijzigingen die de gezamenlijke systeembeheerders voorstellen niet in strijd zijn met de belangen, regels en eisen bedoeld in artikel 12f, eerste en tweede lid van de Gaswet noch artikel 3.121 van de Energiewet en keurt deze derhalve goed.</al>
              </li>
            </lijst>
          </divisie>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </circulaire>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>