﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-26890/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Advies Raad van State inzake het voorstel van Wijziging van de Wet milieubeheer in
      verband met de invoering van de verplichting tot het stellen van milieuprestatie-eisen in
      aanbestedingen voor grond-, weg- en waterbouwwerken</intitule>
    <adviesRvS>
      <nader-rapport>
        <kop>
          <titel>Nader Rapport</titel>
        </kop>
        <context>
          <context.al type="datum">7 juli 2026</context.al>
          <context.al type="kenmerk">IENW/BSK-2026/108156</context.al>
          <context.al type="origine">Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat</context.al>
          <context.al type="origine">Hoofddirectie Wetgeving en Juridische Zaken</context.al>
        </context>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Koning</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nader rapport inzake het voorstel van Wijziging van de Wet
                  milieubeheer in verband met de invoering van de verplichting tot het stellen van
                  milieuprestatie-eisen in aanbestedingen voor grond-, weg- en
                  waterbouwwerken</nadruk>
            </al>
            <al>Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 27 februari 2026,
               nr. 2026000510, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State
               haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen
               toekomen. Dit advies, gedateerd 1 april 2026, nr. No. W17.25.00352/IV, bied ik U
               hierbij aan.</al>
            <al>De tekst van het advies treft u hieronder cursief aan met daaronder mijn
               reactie.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Bij Kabinetsmissive van 2 december 2025, no.2025002780, heeft Uwe
                  Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de
                  Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het
                  voorstel van wet houdende wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de
                  invoering van de verplichting tot het stellen van milieuprestatie-eisen in
                  aanbestedingen voor grond-, weg- en waterbouwwerken, met memorie van
                  toelichting.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Het wetsvoorstel strekt tot wijziging van de Wet milieubeheer en
                  sterkt ertoe dat aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven als
                  opdrachtgevers van werken in de Grond-, Weg en Waterbouw (hierna: GWW-werken) op
                  consistente en uniforme wijze milieuprestatie-eisen stellen bij hun
                  inkoopprocedures om de milieubelasting van GWW-werken te beperken. Tevens strekt
                  het voorstel ertoe om de milieu-impact van GWW-werken te verlagen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Het wetsvoorstel verplicht aanbestedende diensten en
                  speciale-sectorbedrijven om bij de aanbesteding van GWW-werken als technische
                  specificatie milieuprestatie-eisen te stellen voor de nader aan te wijzen meest
                  milieubelastende materialen en producten, voor zover deze binnen het betreffende
                  GWW-werk worden toegepast. Tevens verplicht het voorstel aanbestedende diensten en
                  speciale-sectorbedrijven om de milieuprestatie als nader criterium mee te nemen
                  bij de aanbesteding van GWW-werken die een bij algemene maatregel van bestuur vast
                  te stellen minimum geraamde opdrachtwaarde overschrijden.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De Afdeling advisering van de Raad van State maakt twee
                  opmerkingen van Unierechtelijke aard over de ruimte die de desbetreffende
                  EU-aanbestedingsrichtlijn biedt voor de maatregelen die het voorstel introduceert
                  en over de rechtvaardiging van de beperkingen die het met zich brengt voor het
                  vrij verkeer van diensten. Ook maakt de Afdeling een opmerking over de verhouding
                  van het voorstel tot het Nederlandse aanbestedingsrecht.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">In verband met deze opmerkingen is aanpassing wenselijk van de
                  toelichting.</nadruk>
            </al>
          </tekst>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <titel>Unierechtelijke opmerkingen</titel>
            </kop>
            <al>
              <nadruk type="cur">Het Unierecht harmoniseert het aanbestedingsrecht voor werken in
                  verregaande mate om te waarborgen dat de beginselen van het vrije verkeer van
                  goederen, de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverlening in de
                  praktijk worden geëerbiedigd. De toelichting besteedt geen aandacht aan de vraag
                  of het Unierecht ter zake, vooral Richtlijn (EU) 2014/24,<noot id="n66" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van
                        26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot
                        intrekking van Richtlijn 2004/18/EG Voor de EER relevante tekst (PbEU 2014,
                        L94/65).</noot.al></noot> ruimte laat voor de aanvullende maatregelen die het voorstel introduceert:
                  de verplichting om bij de aanbesteding van GWW-werken milieuprestatie-eisen te
                  stellen en om de milieuprestatie als nader criterium bij de aanbesteding van
                  GWW-werken mee te nemen.</nadruk>
            </al>
            <al>De maatregelen die in dit wetsvoorstel zijn opgenomen, zijn in overeenstemming zijn
               met het Europees aanbestedingsrecht. Meer specifiek zijn de maatregelen getoetst aan
               Richtlijn (EU) 2014/24 (de Aanbestedingsrichtlijn) en Richtlijn (EU) 2014/25 (de
               Speciale-sectoren Richtlijn). De Europese Commissie heeft in de preambule van beide
               richtlijnen opgenomen dat geen enkele bepaling in deze richtlijnen mag beletten dat
               maatregelen worden voorgeschreven of toegepast ter bescherming van (onder meer) de
               gezondheid van mensen, dieren of planten of andere milieumaatregelen – in het
               bijzonder met het oog op duurzame ontwikkeling – op voorwaarde dat deze maatregelen
               in overeenstemming zijn met het VWEU.<noot id="n67" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Zie overweging 41 van Richtlijn (EU) 2014/25 en overweging 56 van
                     Richtlijn (EU) 2014/25.</noot.al></noot> In dit wetsvoorstel worden maatregelen voorgeschreven ter bescherming van het
               milieu en met het oog op een duurzame ontwikkeling. Zoals is toegelicht in paragraaf
               4.2 van het algemeen deel van de memorie van toelichting zijn de voorgestelde
               maatregelen in overeenstemming met het VWEU. Het unierechtelijke aanbestedingsrecht
               staat deze maatregelen toe. Gelet op deze opmerking van de Afdeling is in de memorie
               van toelichting de paragraaf over de verhouding tot het hoger recht (paragraaf 4.1)
               aangevuld.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">In de toelichting bij het wetsvoorstel wordt terecht aandacht
                  besteed aan de gevolgen van de voorgestelde introductie van milieuprestatie-eisen
                  voor de Unierechtelijke vrij-verkeersregels. De introductie van de
                  milieuprestatie-eisen wordt gerechtvaardigd in het licht van het vrij verkeer van
                  goederen omdat daarmee (indirect) eisen worden gesteld aan de kwaliteit van
                  materialen die bij GWW-werken worden gebruikt.<noot id="n68" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Het voorstel is met deze toelichting genotificeerd (onder nummer
                        2025/0738/NL) bij de Europese Commissie op grond van Richtlijn (EU)
                        2015/1535 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische
                        voorschriften en regels betreffende de diensten van de
                        informatiemaatschappij (PbEU 2015, L 241/1). De uitkomsten van deze
                        notificatie zullen nog in de toelichting moeten worden verwerkt.</noot.al></noot> Eisen die in aanbestedingsrechtelijke context worden gesteld aan opdrachten
                  of opdrachtnemers worden in de regel evenwel primair geduid als beperkingen van
                  het vrij verkeer van diensten (c.q. de Dienstenrichtlijn<noot id="n69" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van
                        12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt, (PbEU 2006,
                        L 376/36).</noot.al></noot>) en de vrijheid van vestiging.<noot id="n70" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>HvJ EG 21 juli 2005, zaak C-231/03, ECLI:EU:C:2005:487 (Coname) en HvJ
                        EG 13 oktober 2005, zaak C-458/03, ECLI:EU:C:2005:605 (Parking
                        Brixen).</noot.al></noot> De toelichting zal daarom ook op eventuele belemmeringen van het
                  dienstenverkeer moeten ingaan.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De Afdeling adviseert om de toelichting op deze punten aan te
                  vullen.</nadruk>
            </al>
            <al>In dit wetsvoorstel staan maatregelen die van toepassing zijn op de aanbesteding van
               werken, meer specifiek van GWW-werken. Deze maatregelen zijn niet van toepassing op
               de aanbesteding van diensten. Toch worden na de gunning van een GWW-werk diensten
               verricht, zoals het realiseren van het GWW-werk</al>
            <al>De voorgestelde maatregelen zijn niet in strijd met het vrij verkeer van diensten en
               de vrijheid van vestiging. Het vrij verkeer van diensten waarborgt het recht van
               dienstverleners om tijdelijk in een andere lidstaat tegen vergoeding diensten te
               verrichten en de vrijheid van vestiging waarborgt dat dienstverleners zich voor
               onbepaalde tijd in een andere lidstaat kunnen vestigen. Deze beginselen zijn
               opgenomen in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).</al>
            <al>Dit wetsvoorstel vormt geen belemmering voor dienstverleners uit andere lidstaten om
               in Nederland diensten te verrichten of om zich hier te vestigen. Bovendien is in de
               Aanbestedingswet 2012 het gelijkheidsbeginsel gewaarborgd. Deze wet is onverkort van
               toepassing is op de aanbesteding van GWW-werken. Daarnaast wordt geborgd dat de
               milieuprestatie-eisen die met dit wetsvoorstel en in lagere regelgeving worden
               geïntroduceerd in aanbestedingen van GWW-werken, goed kenbaar zijn voor
               dienstverleners uit andere lidstaten die op de aanbesteding willen inschrijven. De
               milieuprestatie-eisen en het MKI-criterium moeten door de aanbestedende diensten of
               speciale-sectorbedrijven (hierna: SSB’s) als technische specificatie en / of nader
               criterium worden opgenomen in de aanbestedingstukken waarmee een aanbesteding wordt
               uitgezet. In deze aanbestedingstukken beschrijft de aanbestedende dienst of SSB wat
               de nadere criteria zijn en aan welke technische specificaties de inschrijving moet
               voldoen. De aanbestedingstukken bevatten dus een uitleg over de manier waarop
               inschrijvers de milieuprestatienormen moeten meenemen in hun inschrijving.</al>
            <al>Bij Europese aanbestedingen worden de aanbestedingstukken gepubliceerd in het
               Publicatieblad van de Europese Unie (Tenders Electronic Daily) in alle 24 officiële
               talen van de Europese Unie. Op deze manier is voor alle potentiële inschrijvers
               (binnenlands en buitenlands) duidelijk welke milieuprestatienormen in de aanbesteding
               worden gehanteerd. In de praktijk nemen ook nu al (grote) opdrachtgevers in de
               GWW-sector – zoals ProRail en Rijkswaterstaat – in hun aanbestedingen vergelijkbare
               milieuprestatie-eisen op voor materialen als asfalt en beton. Dat gebeurt ook voor
               projecten boven de Europese aanbestedingsgrens, waarop buitenlandse aannemers en
               leveranciers inschrijven en aanbestedingen winnen. In de praktijk wordt gezien dat
               dit goed wordt toegepast en dat buitenlandse inschrijvers hiervan geen belemmering
               ondervinden.</al>
            <al>Het vrij verkeer van diensten is nader uitgewerkt in de Dienstenrichtlijn. De
               voorgestelde maatregelen in dit wetsvoorstel vallen niet onder de reikwijdte van de
               Dienstenrichtlijn omdat dit wetsvoorstel geen eisen stelt aan de toegang tot of de
               uitoefening van die diensten. Alleen aan de materialen asfalt en beton die worden
               toegepast in een GWW-werk. De Dienstenrichtlijn is niet van toepassing op
               (bouw)voorschriften die dienstverleners bij de uitvoering van hun economische
               activiteit op gelijke wijze in acht moeten nemen.</al>
            <al>Gelet op deze opmerking van de Afdeling is in de memorie van toelichting de
               paragraaf over de waarborging van het vrij verkeer van goederen en diensten
               (paragraaf 4.2) aangevuld.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <titel>Verhouding tot het Nederlandse aanbestedingsrecht</titel>
            </kop>
            <al>
              <nadruk type="cur">In het wetsvoorstel is de keuze gemaakt om eisen van
                  aanbestedingsrechtelijke aard op te nemen in de Wet Milieubeheer.<noot id="n71" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>Memorie van toelichting, paragraaf 3 Motivering
                        instrumentkeuze.</noot.al></noot> Hoewel met het voorstel deels wordt aangesloten bij de Aanbestedingswet
                     2012,<noot id="n72" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Memorie van toelichting, paragraaf 2.3 Probleemaanpak.</noot.al></noot> bevat de toelichting geen motivering waarom de voorgestelde regeling niet
                  in deze wet wordt opgenomen. Zoals de regering zelf aangeeft is het wenselijk om
                  de overzichtelijkheid van regelgeving die invloed heeft op aanbestedingsplichtige
                  opdrachten te bevorderen.<noot id="n73" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2024–2025, <extref doc="kst-36810-3" soort="document" status="actief">36 810, nr. 3</extref>, Paragraaf 4 ‘Verhouding tot andere
                        wetgeving’.</noot.al></noot></nadruk>
            </al>
            <al>De voorgestelde milieuprestatie-eisen zijn niet opgenomen in Aanbestedingswet 2012
               om de volgende redenen. De Aanbestedingswet 2012 bevat geen materiële verplichtingen
               voor aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven en bevat procedurele
               verplichtingen. Bijvoorbeeld regels over hoe de aanbesteding moet worden vormgegeven
               en welke procedure gevolgd moet worden. Daarnaast zijn de maatregelen die in dit
               wetsvoorstel zijn opgenomen van toepassing op één specifieke sector (de grond-, weg-
               en waterbouwsector) en in de Aanbestedingswet 2012 zijn geen sectorspecifieke regels
               opgenomen. De materiële en sectorspecifieke verplichtingen die in dit wetsvoorstel
               zijn uitgewerkt, sluiten dus niet goed aan bij het stelsel van de Aanbestedingswet
               2012. In plaats daarvan zijn deze maatregelen opgenomen in de Wet milieubeheer omdat
               deze wet verplichtingen ter bescherming van het milieu bevat. Daarnaast is in titel
               9.6 van Wet milieubeheer al de verplichting opgenomen voor aanbestedende diensten om
               schone voertuigen in te kopen. De maatregelen die in dit wetsvoorstel zijn opgenomen,
               sluiten om die reden goed aan bij titel 9.6 van de Wet milieubeheer. De memorie van
               toelichting is op dit punt aangevuld in paragraaf 5 over de verhouding tot nationale
               wetgeving.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De Afdeling adviseert om in de toelichting in te gaan op de wijze
                  waarop die overzichtelijkheid wordt bevorderd ten behoeve van de goede uitvoering
                  van het voorstel door aanbestedende diensten en andere betrokken partijen uit de
                     rechtspraktijk.<noot id="n74" type="voet"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al>Zie ook het advies van 16 oktober 2025 van de Afdeling advisering van
                        de Raad van State over het voorstel tot wijziging van de Wet uitvoering
                        EU-handelingen energie-efficiëntie, de Energiewet en de Warmtewet in verband
                        met de implementatie van richtlijn nr. (EU) 2023/1791 van het Europees
                        Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende energie-efficiëntie
                        (W19.25.00135/IV), paragraaf 3.a.</noot.al></noot></nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <al>De overzichtelijkheid en goede uitvoering van dit wetsvoorstel wordt geborgd
                  doordat de maatregelen in dit wetsvoorstel aansluiten bij de praktijk en bij de
                  Aanbestedingswet 2012 waar de aanbestedende diensten al mee bekend zijn. Een
                  aantal voorbeelden:</al>
              <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>Het wetsvoorstel sluit aan bij de begrippen die in de Aanbestedingswet 2012
                        zijn gedefinieerd of worden toegepast.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>In het wetsvoorstel wordt aangesloten bij artikel 2.115 van de
                        Aanbestedingswet 2012 voor het vaststellen van de milieuprestatie-eis als
                        nader criterium, het proportionaliteitsbeginsel dat een belangrijke rol
                        heeft in het aanbestedingsrecht en het vereiste om een afwijking te
                        motiveren in aanbestedingstukken (zoals ook is geregeld in o.a. artikel
                        2.114, vierde lid, van de Aanbestedingswet 2012).</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>Om het wetsvoorstel in lijn te brengen met de huidige aanbestedingspraktijk, heeft
               tevens uitvoerig overleg plaatsgevonden met aanbestedende diensten en
               speciale-sectorbedrijven. Zij hebben onder andere tijdens stakeholderconsultaties
               input op het wetsvoorstel geleverd. Ook is gedurende de ontwikkeling van dit
               wetsvoorstel in het kader van de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO)
               meermaals input opgehaald met koepelorganisaties VNG, IPO en UvW. Rijkswaterstaat en
               ProRail hebben daarnaast een uitvoerbaarheidstoets uitgevoerd. De memorie van
               toelichting is op dit punt aangevuld in paragraaf 5.</al>
            <al>Tot slot wordt de goede uitvoering van dit wetsvoorstel geborgd door de oprichting
               van het MKI ondersteuningspunt dat wordt gefaciliteerd door PIANOo. PIANOo is het
               Expertisecentrum Aanbesteden van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en
               biedt informatie, advies, instrumenten en praktische tips aan iedereen die zich in de
               publieke sector bezighoudt met het inkopen en aanbesteden van werken, leveringen en
               diensten. Door PIANOo wordt op het MKI ondersteuningspunt ondersteuning geboden aan
               aanbestedende diensten en andere betrokken bij de toepassing van de in dit
               wetsvoorstel voorgestelde maatregelen. Deze ondersteuning wordt op verschillende
               manieren vormgegeven: vragen van opdrachtgevers worden beantwoord via een infoloket,
               er worden voorlichtingen gegeven en handreikingen en protocollen worden gepubliceerd
               op de website van PIANOo. De memorie van toelichting is op dit punt aangevuld in
               paragraaf 2.3 in het onderdeel over het flankerend beleid.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal
                  opmerkingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het
                  voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De vice-president van de Raad van State,</nadruk>
            </al>
            <al>Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om een redactionele wijziging door te voeren
               in het voorgestelde artikel 9.6.3, eerste lid, onderdeel a. Daarin is het woord ‘of’
               vervangen door ‘en’ om te verduidelijken dat de verplichtingen die zijn opgenomen in
               de onderdelen a en b van artikel 9.6.3 cumulatief zijn, met dien verstande dat de
               verplichting in onderdeel b alleen van toepassing is bij aanbestedingen van
               GWW-werken met een opdrachtwaarde boven een in lagere regelgeving vastgestelde
               minimum. Dit is in lijn met het voorstel en de memorie van toelichting.</al>
          </divisie>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <slotformulering>
            <al>Ik verzoek U het hierbij gevoegde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van
               toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.</al>
          </slotformulering>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Klimaat en
               Groene Groei,</functie>
            <naam>
              <voornaam>S. van</voornaam>
              <achternaam>Veldhoven-van der Meer.</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </nader-rapport>
      <advies>
        <kop>
          <titel>Advies Raad van State</titel>
        </kop>
        <context>
          <context.al type="kenmerk">No. W17.25.00352/IV</context.al>
          <context.al type="datum">’s-Gravenhage, 1 april 2026</context.al>
        </context>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Koning</al>
            <al>Bij Kabinetsmissive van 2 december 2025, no.2025002780, heeft Uwe Majesteit, op
               voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling
               advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van
               wet houdende wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de invoering van de
               verplichting tot het stellen van milieuprestatie-eisen in aanbestedingen voor grond-,
               weg- en waterbouwwerken, met memorie van toelichting.</al>
            <al>Het wetsvoorstel strekt tot wijziging van de Wet milieubeheer en sterkt ertoe dat
               aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven als opdrachtgevers van werken in
               de Grond-, Weg en Waterbouw (hierna: GWW-werken) op consistente en uniforme wijze
               milieuprestatie-eisen stellen bij hun inkoopprocedures om de milieubelasting van
               GWW-werken te beperken. Tevens strekt het voorstel ertoe om de milieu-impact van
               GWW-werken te verlagen.</al>
            <al>Het wetsvoorstel verplicht aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven om bij
               de aanbesteding van GWW-werken als technische specificatie milieuprestatie-eisen te
               stellen voor de nader aan te wijzen meest milieubelastende materialen en producten,
               voor zover deze binnen het betreffende GWW-werk worden toegepast. Tevens verplicht
               het voorstel aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven om de milieuprestatie
               als nader criterium mee te nemen bij de aanbesteding van GWW-werken die een bij
               algemene maatregel van bestuur vast te stellen minimum geraamde opdrachtwaarde
               overschrijden.</al>
            <al>De Afdeling advisering van de Raad van State maakt twee opmerkingen van
               Unierechtelijke aard over de ruimte die de desbetreffende EU-aanbestedingsrichtlijn
               biedt voor de maatregelen die het voorstel introduceert en over de rechtvaardiging
               van de beperkingen die het met zich brengt voor het vrij verkeer van diensten. Ook
               maakt de Afdeling een opmerking over de verhouding van het voorstel tot het
               Nederlandse aanbestedingsrecht.</al>
            <al>In verband met deze opmerkingen is aanpassing wenselijk van de toelichting.</al>
          </tekst>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <titel>Unierechtelijke opmerkingen</titel>
            </kop>
            <al>Het Unierecht harmoniseert het aanbestedingsrecht voor werken in verregaande mate om
               te waarborgen dat de beginselen van het vrije verkeer van goederen, de vrijheid van
               vestiging en de vrijheid van dienstverlening in de praktijk worden geëerbiedigd. De
               toelichting besteedt geen aandacht aan de vraag of het Unierecht ter zake, vooral
               Richtlijn (EU) 2014/24,<noot id="n58" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van
                     26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot
                     intrekking van Richtlijn 2004/18/EG Voor de EER relevante tekst (PbEU 2014,
                     L94/65).</noot.al></noot> ruimte laat voor de aanvullende maatregelen die het voorstel introduceert: de
               verplichting om bij de aanbesteding van GWW-werken milieuprestatie-eisen te stellen
               en om de milieuprestatie als nader criterium bij de aanbesteding van GWW-werken mee
               te nemen.</al>
            <al>In de toelichting bij het wetsvoorstel wordt terecht aandacht besteed aan de
               gevolgen van de voorgestelde introductie van milieuprestatie-eisen voor de
               Unierechtelijke vrij-verkeersregels. De introductie van de milieuprestatie-eisen
               wordt gerechtvaardigd in het licht van het vrij verkeer van goederen omdat daarmee
               (indirect) eisen worden gesteld aan de kwaliteit van materialen die bij GWW-werken
               worden gebruikt.<noot id="n59" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Het voorstel is met deze toelichting genotificeerd (onder nummer
                     2025/0738/NL) bij de Europese Commissie op grond van Richtlijn (EU) 2015/1535
                     betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften
                     en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015,
                     L 241/1). De uitkomsten van deze notificatie zullen nog in de toelichting
                     moeten worden verwerkt.</noot.al></noot> Eisen die in aanbestedingsrechtelijke context worden gesteld aan opdrachten
               of opdrachtnemers worden in de regel evenwel primair geduid als beperkingen van het
               vrij verkeer van diensten (c.q. de Dienstenrichtlijn<noot id="n60" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van
                     12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt, (PbEU 2006,
                     L 376/36).</noot.al></noot>) en de vrijheid van vestiging.<noot id="n61" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>HvJ EG 21 juli 2005, zaak C-231/03, ECLI:EU:C:2005:487 (Coname) en HvJ EG
                     13 oktober 2005, zaak C-458/03, ECLI:EU:C:2005:605 (Parking Brixen).</noot.al></noot> De toelichting zal daarom ook op eventuele belemmeringen van het
               dienstenverkeer moeten ingaan.</al>
            <al>De Afdeling adviseert om de toelichting op deze punten aan te vullen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <titel>Verhouding tot het Nederlandse aanbestedingsrecht</titel>
            </kop>
            <al>In het wetsvoorstel is de keuze gemaakt om eisen van aanbestedingsrechtelijke aard
               op te nemen in de Wet Milieubeheer.<noot id="n62" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Memorie van toelichting, paragraaf 3 Motivering
                     instrumentkeuze.</noot.al></noot> Hoewel met het voorstel deels wordt aangesloten bij de Aanbestedingswet
                  2012,<noot id="n63" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>Memorie van toelichting, paragraaf 2.3 Probleemaanpak.</noot.al></noot> bevat de toelichting geen motivering waarom de voorgestelde regeling niet in
               deze wet wordt opgenomen. Zoals de regering zelf aangeeft is het wenselijk om de
               overzichtelijkheid van regelgeving die invloed heeft op aanbestedingsplichtige
               opdrachten te bevorderen.<noot id="n64" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2024–2025, <extref doc="kst-36810-3" soort="document" status="actief">36 810, nr. 3</extref>, Paragraaf 4 ‘Verhouding tot andere
                     wetgeving’.</noot.al></noot></al>
            <al>De Afdeling adviseert om in de toelichting in te gaan op de wijze waarop die
               overzichtelijkheid wordt bevorderd ten behoeve van de goede uitvoering van het
               voorstel door aanbestedende diensten en andere betrokken partijen uit de
                  rechtspraktijk.<noot id="n65" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>Zie ook het advies van 16 oktober 2025 van de Afdeling advisering van de
                     Raad van State over het voorstel tot wijziging van de Wet uitvoering
                     EU-handelingen energie-efficiëntie, de Energiewet en de Warmtewet in verband
                     met de implementatie van richtlijn nr. (EU) 2023/1791 van het Europees
                     Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende energie-efficiëntie
                     (W19.25.00135/IV), paragraaf 3.a.</noot.al></noot></al>
          </divisie>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <slotformulering>
            <al>De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het
               voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede
               Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.</al>
          </slotformulering>
          <ondertekening>
            <functie>De vice-president van de Raad van State,</functie>
            <naam>
              <voornaam>Th.C. de</voornaam>
              <achternaam>Graaf.</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </advies>
      <object_van_advies>
        <kop>
          <titel>Tekst zoals aangeboden aan de Raad van State: Wijziging van de Wet milieubeheer in
            verband met de invoering van de verplichting tot het stellen van milieuprestatie-eisen
            in aanbestedingen voor grond-, weg- en waterbouwwerken [KetenID WGK27460]</titel>
        </kop>
        <wet-besluit>
          <aanhef>
            <wij>Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van
               Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wij>
            <considerans>
              <considerans.al>Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te
                  weten:</considerans.al>
              <considerans.al>Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is eenduidige
                  milieuprestatie-eisen ten behoeve van het toepassen van minder vervuilende
                  materialen en producten bij aanbestedingen van GWW-werken verplicht te
                  stellen;</considerans.al>
            </considerans>
            <afkondiging>
              <al>Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met
                  gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
                  goedvinden en verstaan bij deze:</al>
            </afkondiging>
          </aanhef>
          <wettekst>
            <wijzig-artikel status="goed">
              <kop>
                <label>ARTIKEL</label>
                <nr status="officieel">I</nr>
              </kop>
              <wat type="wijziging">De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:</wat>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">A</lidnr>
                <wat>In artikel 1.1 worden in alfabetische volgorde de volgende begripsbepalingen
                     ingevoegd:</wat>
                <wijziging>
                  <artikeltekst>
                    <definitielijst nr-sluiting="." plaatsing="inline" type="ongemarkeerd">
                      <definitie-item>
                        <term>aanbestedende dienst:</term>
                        <definitie>
                          <al>een aanbestedende dienst als bedoeld in artikel 1.1 van
                                    Aanbestedingswet 2012;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>concessieopdracht voor werken:</term>
                        <definitie>
                          <al>een concessieopdracht voor werken als bedoeld in artikel 1.1
                                    van Aanbestedingswet 2012;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>overheidsopdracht voor werken:</term>
                        <definitie>
                          <al>een overheidsopdracht voor werken als bedoeld in artikel 1.1
                                    van Aanbestedingswet 2012;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>speciale-sectorbedrijf:</term>
                        <definitie>
                          <al>een speciale-sectorbedrijf als bedoeld in artikel 1.1 van
                                    Aanbestedingswet 2012;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>speciale-sectoropdracht voor werken:</term>
                        <definitie>
                          <al>een speciale-sectoropdracht voor werken als bedoeld in artikel
                                    1.1 van Aanbestedingswet 2012;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                    </definitielijst>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">B</lidnr>
                <wat>In het opschrift van titel 9.6 wordt ‘de vervoerssector’ vervangen door
                     ‘aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven in de vervoerssector en
                     grond-, weg- en waterbouw’.</wat>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">C</lidnr>
                <wat>In titel 9.6 worden twee artikelen toegevoegd, luidende:</wat>
                <wijziging>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">9.6.2</nr>
                    </kop>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                      <al>Voor de aanbesteding van een overheidsopdracht,
                              speciale-sectoropdracht of concessieopdracht voor werken in de grond-
                              weg- of waterbouw kunnen ter bescherming van het milieu en de
                              menselijke gezondheid bij of krachtens algemene maatregel van
                              bestuur:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>milieuprestatie-eisen worden vastgesteld voor bij die maatregel
                                    aan te wijzen materialen en producten die in deze werken worden
                                    toegepast;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>voor de toepassing van artikel 2.115 van de Aanbestedingswet
                                    2012 nadere criteria worden beschreven;</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid,
                              worden voor de toepassing van het eerste lid, onder b, regels gesteld,
                              waarbij in elk geval een minimum geraamde opdrachtwaarde wordt
                              gesteld.</al>
                    </lid>
                  </artikel>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">9.6.3</nr>
                    </kop>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                      <al>Een aanbestedende dienst formuleert of stelt bij de voorbereiding en
                              het tot stand brengen van een overheidsopdracht of concessieopdracht
                              voor een werk in de grond- weg- of waterbouw in elk geval:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>als technische specificatie, de milieuprestatie-eisen die op
                                    grond van artikel 9.6.2, eerste lid, onder a, voor een betrokken
                                    materiaal of product zijn vastgesteld; of</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>indien van toepassing op de betreffende overheidsopdracht of
                                    concessieopdracht: de nadere criteria die op grond van artikel
                                    9.6.2, eerste lid, onder b, zijn beschreven.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op
                              speciale-sectorbedrijven die een speciale-sectoropdracht of
                              concessieopdracht voor een werk voorbereiden en tot stand brengen voor
                              activiteiten in de grond- weg- of waterbouw die zijn genoemd in de
                              artikelen 3.1 tot en met 3.6 van de Aanbestedingswet 2012 en voor
                              zover die zijn aangewezen bij algemene maatregel van bestuur.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                      <al>Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf kan afwijken van
                              het eerste lid als de technische specificatie of de nadere criteria,
                              bedoeld in artikel 9.6.2:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>overeenkomstig de artikelen 1.10, eerste lid, 1.13, eerste lid,
                                    en 1.16, eerste lid, van de Aanbestedingswet 2012 niet in een
                                    redelijke verhouding staan tot het voorwerp van een opdracht,
                                    en</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>de gronden voor de afwijking deugdelijk worden gemotiveerd in
                                    de aanbestedingsstukken.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                      <al>Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over
                              het uitzonderen van overheidsopdrachten, speciale-sectoropdrachten of
                              concessieopdrachten voor werken van de toepassing van het eerste of
                              het tweede lid.</al>
                    </lid>
                  </artikel>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
            </wijzig-artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>ARTIKEL</label>
                <nr status="officieel">II</nr>
              </kop>
              <al>Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
                  tijdstip.</al>
            </artikel>
          </wettekst>
          <wetsluiting status="goed">
            <slotformulering>
              <al>Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle
                  ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de
                  nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.</al>
            </slotformulering>
            <ondertekening>
              <functie>De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu,</functie>
            </ondertekening>
          </wetsluiting>
          <nota-toelichting>
            <kop>
              <titel>MEMORIE VAN TOELICHTING</titel>
            </kop>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">I.</nr>
                <titel>Algemeen</titel>
              </kop>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">1.</nr>
                  <titel>Inleiding</titel>
                </kop>
                <al-groep>
                  <al>Het voorliggende wetsvoorstel strekt tot wijziging van de Wet milieubeheer
                        en beoogt ervoor te zorgen dat aanbestedende diensten en
                        speciale-sectorbedrijven als opdrachtgevers van werken in de Grond-, Weg en
                        Waterbouw (hierna: GWW-werken):</al>
                  <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                    <li>
                      <li.nr>–</li.nr>
                      <al>Op consistente en uniforme wijze eisen stellen bij hun
                              inkoopprocedures om de milieubelasting van werken in de GWW te
                              beperken. Op dit moment worden milieuprestatie-eisen in aanbestedingen
                              van GWW-werken door publieke opdrachtgevers op verschillende manieren
                              gesteld. Dat maakt dat de opdrachtnemers steeds weer aan andere eisen
                              moeten voldoen. Het wetsvoorstel biedt de mogelijkheid tot een
                              eenduidige norm waarmee het bedrijfsleven en overheden aan de slag
                              kan.</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>–</li.nr>
                      <al>De milieu-impact van het GWW-werk verlagen. De bouwsector is één van
                              de meest impactvolle sectoren als het gaat om grondstoffenverbruik en
                              milieu-impact. Dit wetsvoorstel geeft aanbestedende diensten en
                              speciale-sectorbedrijven meer zekerheid, om te bereiken dat zij minder
                              vervuilende producten inkopen. Het stellen van eenduidige, haalbare
                              eisen biedt het bedrijfsleven zekerheid om te investeren in
                              maatregelen die bijdragen aan minder grondstoffenverbruik en schonere
                              productiemethodes. Het maakt Nederland daarmee minder afhankelijk van
                              grondstoffen uit het buitenland.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </al-groep>
                <al>De voorgestelde wijzigingen geven invulling aan een specifieke wens van het
                     bedrijfsleven, opdrachtnemers én opdrachtgevers en zijn het resultaat van
                     uitgebreid onderzoek en validatie daarvan bij de sector.</al>
                <al-groep>
                  <al>Dit wetsvoorstel bevat wijzigingen van titel 9.6 van de Wet milieubeheer om
                        het voorgaande mogelijk te maken. Het wetsvoorstel regelt de volgende
                        onderwerpen, die in hoofdstuk 2 van deze toelichting nader worden
                        toegelicht:</al>
                  <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                    <li>
                      <li.nr>1.</li.nr>
                      <al>Het verplichten van aanbestedende diensten en
                              speciale-sectorbedrijven om bij de aanbesteding van een GWW-werk als
                              technische specificaties milieuprestatie-eisen te stellen (hierna:
                              milieuprestatie-eisen). Deze eisen gelden voor de bij algemene
                              maatregel van bestuur (hierna: amvb) aangewezen meest milieubelastende
                              producten in de GWW, voor zover deze binnen het betreffende werk
                              worden toegepast.</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>2.</li.nr>
                      <al>Het verplichten van aanbestedende diensten en
                              speciale-sectorbedrijven om de milieuprestatie mee te nemen bij de
                              aanbesteding van GWW-werken die de bij amvb vastgestelde minimum
                              geraamde opdrachtwaarde overschrijden, in de vorm van een nader
                              criterium bij een aanbesteding op basis van de beste
                              prijs-kwaliteitsverhouding (BPKV) (hierna: milieuprestatie als nader
                              criterium).</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </al-groep>
                <al>Het nader criterium zorgt ervoor dat ook bij materialen waar met de eerste
                     verplichting niet op wordt gestuurd duurzamere keuzes worden gemaakt. Naarmate
                     een groter aandeel van het toegepaste materiaal in het GWW-werk circulaire- en
                     duurzame materialen betreft met een lage milieu-impact, wordt de inschrijving
                     hoger gewaardeerd. Door een aanbieding te maken met een lagere milieu-impact
                     maken aannemers dus een grotere kans om een opdracht voor een werk te winnen of
                     om met een hogere prijs in te schrijven. Hiermee krijgen vooruitstrevende
                     partijen de kans om (extra) investeringen ten behoeve van verduurzaming terug
                     te verdienen.</al>
                <al>In hoofdstuk 3 is meer informatie te vinden over de instrumentkeuze, waarbij
                     een verkenning is uitgevoerd naar de mogelijkheden en varianten om effectief te
                     sturen op het beperken van de milieubelasting van GWW-werken. Verder worden in
                     het algemene deel van deze toelichting de verplichtingen en de gevolgen daarvan
                     nader toegelicht.</al>
                <al>De beweging naar meer eenduidigheid in inkoop en het bieden van perspectief
                     aan bedrijven om te investeren in de productie en aankoop van schonere of
                     circulaire materialen voor de GWW zal niet alleen op grond van wetgeving
                     gestalte krijgen. Om ervoor te zorgen dat partijen zo goed mogelijk kunnen
                     werken met eisen die de milieubelasting van GWW-werken beperken en om het
                     gebruik van de bestaande ruimte in de regels te stimuleren wordt er samen met
                     het bedrijfsleven, aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven gewerkt
                     aan betere en meer gerichte informatievoorziening, communicatie en
                     praktijkontwikkeling. Met input van partijen uit de sector richt het ministerie
                     van Infrastructuur en Waterstaat daarom een ondersteuningspunt op om
                     aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven te ondersteunen om eisen die
                     de milieubelasting van GWW-werken beperken op de juiste manier mee te laten
                     wegen in hun aanbestedingen.</al>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">1.1.</nr>
                    <titel>Afbakening wetsvoorstel</titel>
                  </kop>
                  <al>Dit wetsvoorstel regelt dat aanbestedende diensten en
                        speciale-sectorbedrijven verplicht worden om milieuprestatie-eisen te
                        stellen aan de meest milieubelastende materialen of producten in GWW-werken.
                        Het gaat daarbij bijvoorbeeld om eisen die betrekking hebben op de
                        milieubelasting gedurende de levenscyclus van een GWW-werk of een materiaal
                        of product in een GWW-werk. Daarnaast regelt het wetsvoorstel dat
                        milieuprestatie als nader criterium wordt betrokken bij het aanbesteden van
                        GWW-werken. Dat betekent dat aanbestedende diensten en
                        speciale-sectorbedrijven milieuprestatie moeten meenemen in het beoordelen
                        van biedingen van bedrijven in aanbestedingen en een bod om die reden kunnen
                        aannemen of juist afwijzen.</al>
                  <al-groep>
                    <al>Voor de bepaling van deze verplichtingen die de milieubelasting van
                           GWW-werken beperken wordt aangesloten bij algemeen aanvaarde methoden,
                           zoals de Milieukostenindicator (MKI). Dit wetsvoorstel voorziet in een
                           wettelijke grondslag om bij amvb nadere regels te stellen over de
                           methoden en reikwijdte van deze verplichtingen, en bij ministeriële
                           regeling concrete normen vast te stellen voor de meest milieubelastende
                           producten in de GWW. Het voorziet tevens in een wettelijke grondslag om
                           deze regels bij amvb verplicht te stellen voor speciale-sectorbedrijven
                           die bepaalde activiteiten uitvoeren, zoals genoemd in artikel 3.1 t/m 3.6
                           van de Aanbestedingswet 2012. Door deze structuur wordt flexibiliteit
                           geboden om de eisen die de milieubelasting van GWW-werken beperken aan te
                           passen aan technologische ontwikkelingen en beleidsinzichten, zonder dat
                           telkens een wetswijziging nodig is. Doordat aanpassingen in materiële
                           regelgeving plaatsvinden met de daaraan verbonden procedurele waarborgen,
                           blijft de zorgvuldigheid geborgd.</al>
                    <al>De in deze wet opgenomen verplichtingen ten aanzien van het beperken van
                           de milieubelasting van GWW-werken zijn van toepassing op aanbestedingen
                           van een ‘werk’ in de zin van de Aanbestedingswet 2012. Onder een werk
                           wordt verstaan: het product van een geheel van bouwkundige of
                           civieltechnische werkzaamheden dat een economische of technische functie
                           kan vervullen. Deze wettelijke definitie omvat zowel gebouwen als
                           infrastructurele projecten. In het kader van deze wetgeving ligt de focus
                           op werken in de GWW-sector, waaronder onder meer de aanleg en het
                           onderhoud van wegen, bruggen, viaducten, kades, sluizen en
                           rioleringssystemen vallen. Hoewel de term GWW geen formele juridische
                           status heeft, wordt deze in de praktijk breed gebruikt als aanduiding
                           voor civieltechnische werken in de buitenruimte. Alle GWW-werken vallen
                           onder de bredere categorie ‘werk’ zoals bedoeld in de Aanbestedingswet
                           2012, en vormen daarmee een belangrijk toepassingsgebied voor de
                           voorgeschreven eisen.</al>
                  </al-groep>
                  <al>Het voornemen is om bij amvb zowel de milieuprestatie-eisen die worden
                        verplicht voor de meest milieubelastende materialen, als het nader criterium
                        te bepalen aan de hand van een levenscyclusbenadering. Daarbij worden onder
                        meer materiaalproductie, transport en uitvoering meegenomen in de
                        milieuscore. Hoewel het gebruik van emissiearm of emissieloos materieel de
                        milieuscore positief beïnvloedt, wordt daarop met dit wetsvoorstel niet
                        direct gestuurd. Opdrachtnemers behouden de vrijheid om zelf te bepalen hoe
                        zij de milieu-impact beperken, binnen de gestelde eisen. De inzet op schoon
                        materieel wordt reeds actief bevorderd via het programma <nadruk type="cur">Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB)</nadruk>, waarin een routekaart en
                        convenant zijn opgesteld en subsidieregelingen beschikbaar zijn.</al>
                  <al>Wanneer in deze toelichting wordt gesproken van opdrachtnemers, worden alle
                        partijen bedoeld die opdrachten van aanbestedende diensten of
                        speciale-sectorbedrijven aannemen voor de realisatie van GWW-werken. In de
                        GWW-sector is het merendeel van de aanbestedende diensten en
                        speciale-sectorbedrijven publiek, semi-publiek of belast met een publieke
                        taak. Het wetsvoorstel geldt daarom voor aanbestedende diensten en
                        speciale-sectorbedrijven in de GWW die aanbestedingsplichtig zijn volgens de
                        aanbestedingsrichtlijnen. Voor speciale-sectorbedrijven gaat het dan alleen
                        om speciale-sectoropdrachten of concessieopdrachten voor activiteiten die in
                        de artikelen 3.1 tot en met 3.6 van de Aanbestedingswet 2012 zijn genoemd én
                        bij amvb zijn aangewezen. Openbaarvervoerbedrijven, drinkwaterbedrijven,
                        energiebedrijven en havenbedrijven zijn zogenoemde speciale-sectorbedrijven.
                        Deze bedrijven zijn werkzaam in de sectoren water- en energievoorziening,
                        vervoer en postdiensten: de speciale sectoren. Indien het bij amvb nodig
                        wordt geacht, vallen daaronder bijvoorbeeld waterschappen en ProRail.</al>
                </divisie>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">2.</nr>
                  <titel>Hoofdlijnen van het voorstel</titel>
                </kop>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">2.1.</nr>
                    <titel>Aanleiding en bredere beleidscontext</titel>
                  </kop>
                  <al>Voor het toekomstbestendig maken van onze samenleving is een circulaire
                        economie van belang. Door het minimaliseren van het gebruik van eindige
                        grondstoffen en het verlagen van de milieubelasting van productieketens
                        draagt een circulaire economie bij aan het behoud van natuurlijke
                        hulpbronnen, het voorkomen van afval en het beperken van schadelijke
                        emissies. Daarmee versterkt een circulaire economie niet alleen de
                        economische weerbaarheid van Nederland, maar ook de gezondheid van de
                        leefomgeving en de veerkracht van ecosystemen – nu én voor toekomstige
                        generaties.</al>
                  <al>De urgentie van de transitie naar een circulaire economie is stevig
                        verankerd in internationale en Europese afspraken. Eind 2015 is de
                        Overeenkomst van Parijs tot stand gekomen (<extref doc="trb-2016-162" soort="document" status="actief">Trb. 2016, 162</extref>). Het doel van
                        deze overeenkomst is de stijging van de wereldwijde gemiddelde temperatuur
                        ruim onder 2°C te houden ten opzichte van het pre-industriële niveau, en te
                        streven naar een beperking tot 1,5°C (art. 2, lid 1). De Europese Unie en
                        haar lidstaten, waaronder Nederland, hebben ervoor gekozen hun
                        internationale verplichtingen gezamenlijk na te komen. In dit kader heeft de
                        Unie haar klimaatbeleid verankerd in een wetgevingskader. Centraal daarin
                        staan de Uniebrede doelstellingen van klimaatneutraliteit in 2050 en een
                        broeikasgasemissiereductie van ten minste 55% in 2030 ten opzichte van 1990.
                        Deze doelstellingen zijn vastgelegd in de Europese klimaatwet (art. 2, lid 1
                        en art. 4, lid 1). Ter ondersteuning van deze doelen heeft de Europese
                        Commissie het <nadruk type="cur">EU Circular Economy Action Plan</nadruk>
                        vastgesteld: een pakket aan wetgevende en stimulerende maatregelen om afval
                        om te zetten in grondstof en grondstoffengebruik te reduceren.<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Europese Commissie. (2015). Closing the loop – An EU action plan
                              for the Circular Economy. Brussel: Europese Commissie. Beschikbaar
                              via: <extref doc="http://www.ec.europa.eu/environment/circular-economy" soort="URL" status="actief">www.ec.europa.eu/environment/circular-economy</extref></noot.al></noot> <noot id="n2" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Raad van de Europese Unie. (2016, 20 juni). Council conclusions
                              on the EU action plan for the circular economy. Brussel: Raad van de
                              EU. Beschikbaar via: <extref doc="http://www.consilium.europa.eu/media/23261/st09717en16f.pdf" soort="URL" status="actief">www.consilium.europa.eu/media/23261/st09717en16f.pdf</extref></noot.al></noot> Nederland speelde als voorzitter van de Milieuraad in 2016 een
                        belangrijke rol bij de vaststelling van dit actieplan.</al>
                  <al>Op nationaal niveau geeft Nederland invulling aan deze ambities via het
                        Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE), dat op 3 februari 2023 is
                           vastgesteld.<noot id="n3" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. (2023, februari).
                              Nationaal Programma Circulaire Economie 2023–2030. Den Haag:
                              Rijksoverheid. Beschikbaar via: <extref doc="http://www.rijksoverheid.nl/npce-2023-2030" soort="URL" status="actief">www.rijksoverheid.nl/npce-2023–2030</extref></noot.al></noot> Dit programma bevat de kabinetsvisie op de circulaire economie en
                        benoemt concrete beleidsrichtingen en maatregelen. Een van de belangrijkste
                        constateringen uit de tweejaarlijkse <nadruk type="cur">Integrale Circulaire
                           Economie Rapportage (ICER)</nadruk> van het Planbureau voor de
                        Leefomgeving (PBL) is echter dat het grondstoffenverbruik in Nederland sinds
                        2010 nauwelijks is afgenomen.<noot id="n4" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Hanemaaijer, A., Kishna, M. (projectleiding), Koch, J., Lucas,
                              P., Rood, T., Schotten, K., &amp; Van Sluisveld, M. (2023). Integrale
                              Circulaire Economie Rapportage 2023 (PBL-publicatienummer 4882). Den
                              Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. Beschikbaar via: <extref doc="http://www.pbl.nl/publicaties/integrale-circulaire-economie-rapportage-2023" soort="URL" status="actief">www.pbl.nl/publicaties/integrale-circulaire-economie-rapportage-2023</extref></noot.al></noot> De ICER 2021, 2023 en 2025 bevestigen dat aanvullende inzet
                        noodzakelijk is om de gestelde circulaire doelen te halen.</al>
                  <al>De bouwsector speelt hierin een grote rol. Deze sector is verantwoordelijk
                        voor een aanzienlijk deel van het nationale grondstoffengebruik, de
                        milieu-impact en de CO₂-uitstoot en de productie van afval. Binnen het NPCE
                        is daarom specifiek aandacht voor deze productketen. Voor GWW-werken zijn
                        overheden en speciale-sectorbedrijven veelal de opdrachtgever. Daarmee ligt
                        er een belangrijke hefboom in de inkooppraktijk: via aanbestedingen kan de
                        milieu-impact van projecten aanzienlijk worden verlaagd en circulariteit
                        worden bevorderd.<noot id="n5" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). (2021). De
                              milieu-impact van de jaarlijkse 85 miljard euro aan inkoop door alle
                              Nederlandse overheden: Een studie die helpt bij prioriteren voor
                              maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) (RIVM-rapport 2021-0219).
                              Bilthoven: RIVM. Beschikbaar via: <extref doc="https://doi.org/10.21945/RIVM-2021-0219" soort="URL" status="actief">https://doi.org/10.21945/RIVM-2021-0219</extref>.</noot.al></noot> Het PBL stelt dat een bindende, landelijke maatregel noodzakelijk is
                        om deze hefboom effectief in te zetten. Alleen dan komt er een gezamenlijke
                        transitie tot stand binnen de sector, in plaats van versnipperde,
                        vrijwillige eisen en normen per organisatie. Waar in de burgerlijke en
                        utiliteitsbouw (B&amp;U) al wordt gestuurd via de wettelijk vastgelegde
                        milieuprestatie-eis gebouwen (MPG), is het nu nodig om ook voor de
                        GWW-sector wettelijk te sturen op het verlagen van de milieu-impact.</al>
                  <al>In het NPCE is dan ook aangekondigd dat circulair inkopen en aanbesteden in
                        de GWW-sector wettelijk verplicht wordt gesteld. Dit volgt op onderzoeken
                        van onder andere Copernicus Institute of Sustainable Development en de
                        Universiteit Utrecht, dat concludeert dat het binnen
                        GWW-aanbestedings<?xpp afbm?>procedures ontbreekt aan concrete sturing op
                        oplossingsrichtingen en dat gebrek aan een langetermijnvisie en continuïteit
                        vanuit overheden maakt het voor marktpartijen moeilijk om te weten op welke
                        technologie ze in moeten zetten, deze verder te ontwikkelen en op te
                           schalen.<noot id="n6" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>S.A.M.J.V., Swartjes, J. &amp; Hekkert, M.P. (2022). Transitie
                              naar een circulaire grond-, weg- en waterbouw in Nederland. Een
                              missie-gedreven innovatie systeem analyse. Copernicus Institute of
                              Sustainable Development, Utrecht University. Beschikbaar via: <extref doc="https://zenodo.org/records/7273685#.Y5sdQcuZNhE" soort="URL" status="actief">https://zenodo.org/records/7273685#.Y5sdQcuZNhE</extref></noot.al></noot> Onderzoek van het PBL wijst uit dat wettelijke sturing op
                        aanbesteding van GWW-werken een van de meest effectieve maatregelen binnen
                        het NPCE is om daadwerkelijke impact te realiseren.<noot id="n7" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Hanemaaijer, A., Kishna, M. (projectleiding), Koch, J., Lucas,
                              P., Rood, T., Schotten, K., &amp; Van Sluisveld, M. (2023). Integrale
                              Circulaire Economie Rapportage 2023 (PBL-publicatienummer 4882). Den
                              Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. Beschikbaar via: <extref doc="http://www.pbl.nl/publicaties/integrale-circulaire-economie-rapportage-2023" soort="URL" status="actief">www.pbl.nl/publicaties/integrale-circulaire-economie-rapportage-2023</extref></noot.al></noot> Dit wetsvoorstel geeft hier invulling aan door te zorgen voor
                        eenduidige en afdwingbare eisen bij de inkoop van GWW-werken die de
                        milieubelasting hiervan beperken. Daarmee wordt niet alleen de milieu-impact
                        van de sector structureel verminderd, maar wordt ook voorkomen dat partijen
                        steeds met verschillende eisen en regels te maken krijgen bij aanbestedingen
                        van GWW-werken.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">2.2.</nr>
                    <titel>Probleembeschrijving</titel>
                  </kop>
                  <al-groep>
                    <al>Met dit wetsvoorstel wordt een oplossing geboden voor twee verschillende
                           problemen, die in deze paragraaf nader worden toegelicht:</al>
                    <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                      <li>
                        <li.nr>1.</li.nr>
                        <al>De impact van GWW-werken op het milieu is relatief groot.</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>2.</li.nr>
                        <al>Er is een gebrek aan eenduidigheid bij aanbestedingen van
                                 GWW-werken, waardoor onduidelijkheid bij de sector ontstaat met
                                 betrekking tot het toepassen van duurzame materialen in
                                 GWW-werken.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </al-groep>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>De impact van GWW-werken op het milieu is relatief groot</titel>
                    </kop>
                    <al>Om de belasting van het milieu en de afhankelijkheid van fossiele
                           energie en schaarse grondstoffen te verminderen zijn in verschillende
                           gremia, zowel Europees als nationaal, doelen vastgesteld voor de
                           circulaire transitie en verduurzaming. Nederland heeft zich ten doel
                           gesteld om in 2050 volledig circulair en klimaatneutraal te zijn. Deze
                           doelen gelden ook voor de bouwsector, waaronder de GWW. De impact van de
                           projecten in de GWW op het milieu in termen van grondstofverbruik zijn
                           relatief groot. Onze infrastructuur – zoals wegen, bruggen, dijken en
                           riolering- bestaan uit grote hoeveelheden, vaak zware materialen, zoals
                           steen, beton en staal. De winning, bewerking en het transport leiden tot
                           een te hoge belasting van de aarde. Uit onderzoek van EIB en Metabolic
                           blijkt dat de GWW-sector verantwoordelijk is voor een aanzienlijk aandeel
                           van de milieu-impact in de bouw, evenals voor het gebruik van
                           grondstoffen. Daarnaast is de materiaalvraag in de GWW groter dan
                           vrijkomende materialen kunnen dekken.<noot id="n8" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). (2022).
                                 Materiaalstromen in de bouw en infra. Amsterdam: EIB. Beschikbaar
                                 via: <extref doc="http://www.eib.nl/publicaties/materiaalstromen-in-de-bouw-en-infra" soort="URL" status="actief">www.eib.nl/publicaties/materiaalstromen-in-de-bouw-en-infra</extref></noot.al></noot> Ook blijkt dat er alleen al in 2019 51 miljoen euro nodig is om
                           de negatieve milieu-impact die in 2019 is veroorzaakt in de GWW te
                              compenseren.<noot id="n9" type="voet"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al>EIB stelt dat de totale MKI (milieukosten) van de bouw bijna
                                 € 1,7 miljard bedroeg(en) in 2019, waarvan ongeveer 30% voor
                                 rekening komt van de GWW en 70% van de B&amp;U.</noot.al></noot> Dat is problematisch, kijkend naar de (toekomstige) behoefte van
                           een goed bereikbaar Nederland en onze economische positie die daarmee
                           gemoeid gaat. Het betekent dat we nog een grote circulaire opgave hebben
                           om de bouwopgave in de toekomst te realiseren.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Gebrek aan eenduidig aanbesteden van GWW-werken met
                              milieuprestatie-eisen</titel>
                    </kop>
                    <al>Verschillende partijen, waaronder experts uit het Transitieteam
                           Circulaire Bouweconomie, het Betonakkoord, het Bouwakkoord staal,
                           adviesbureaus en het Planbureau voor de Leefomgeving hebben het kabinet
                           geadviseerd om eenduidiger te sturen met eisen die de milieubelasting van
                           GWW-werken beperken via aanbestedingen in de GWW. In de huidige situatie
                           stellen aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven in de GWW op
                           uiteenlopende manieren milieuprestatie-eisen aan producten en werken, met
                           variërende ambitieniveaus. Iedere aanbestedende dienst heeft hierin een
                           grote mate van beleidsvrijheid. Tegelijkertijd leidt dit in de praktijk
                           tot een versnipperd landschap waarin verschillende methoden, normen en
                           eisen worden gehanteerd. Ook zijn er aanbestedende diensten en
                           speciale-sectorbedrijven die geen milieuprestatie-eisen stellen.
                           Ondernemers ervaren hierdoor een ongelijk speelveld, wat onwenselijk is.
                           Het maakt dat de opdrachtnemers steeds weer aan andere eisen moeten
                           voldoen. Daarom willen partijen graag eenduidige verplichtingen die
                           haalbaar zijn. Voor hen is het belangrijk dat ze bij vergelijkbare
                           aanbestedingsopdrachten dezelfde eisen tegenkomen en de zekerheid hebben
                           dat deze eisen in de toekomst blijven gelden en verder worden
                           aangescherpt. Dit creëert de nodige zekerheid voor het terugverdienen van
                           investeringen in duurzamere productiemethoden en dient daarmee ook het
                           algemene belang van verduurzaming van de GWW. Ook voor aanbestedende
                           diensten en speciale-sectorbedrijven is het wenselijk dat de eisen gelijk
                           zijn. Zo weten zij hoe ze kunnen bijdragen aan verduurzaming en krijgen
                           zij de zekerheid dat ze minder vervuilende producten inkopen.</al>
                  </divisie>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">2.3.</nr>
                    <titel>Probleemaanpak</titel>
                  </kop>
                  <al>De rapporten die genoemd zijn in paragraaf 2.1 geven een duidelijk advies
                        aan de Rijksoverheid. Om de doelstellingen voor verduurzaming (in de GWW) te
                        behalen moet meer beleid gevoerd worden gericht op regie vanuit de
                        Rijksoverheid op aanbestedingen. Momenteel ontbreekt deze regie nog.
                        Aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven kunnen een grote invloed
                        hebben op de ontwikkeling van GWW, die vrijwel volledig afhankelijk is van
                        overheidsinkoop. Er zijn inmiddels verschillende onderzoeken uitgevoerd naar
                        de wijze waarop de milieu-impact in de bouwsector kan worden verlaagd.
                        Steeds weer wordt gewezen op sturing via circulair inkopen. Dat is een
                        krachtig instrument: van de 85 miljard euro die overheden in 2019 inkochten
                        voor goederen en diensten, was 25 miljard bestemd voor de bouwsector.<noot id="n10" type="voet"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al>Steenmeijer et al (2021). De milieu-impact van de jaarlijkse
                              85 miljard euro aan inkoop door alle Nederlandse overheden Een studie
                              die helpt bij prioriteren voor maatschappelijke verantwoord inkopen
                              (MVI). RIVM. Beschikbaar via: <extref doc="https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2021-0219.pdf" soort="URL" status="actief">https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2021-0219.pdf</extref></noot.al></noot> Om de vraag naar circulaire producten en diensten te vergroten
                        kunnen overheden met hun substantiële inkoopkracht een markt creëren voor
                        innovatieve circulaire producten en diensten, waardoor ze onzekerheid bij
                        bedrijven die willen opschalen weg kunnen nemen.</al>
                  <al>In het NPCE is – de signalen uit de sector gehoord hebbende – de maatregel
                        opgenomen om wettelijk te sturen op het verlagen van de milieu-impact in de
                        GWW-sector. Daarbij is aangegeven verder te onderzoeken op welke wijze deze
                        sturing plaats kan vinden, en daarbij medeoverheden en de sector te
                        betrekken. De GWW kenmerkt zich door het feit dat een (relatief beperkte)
                        groep publieke opdrachtgevers bijna alle infrastructuur in beheer heeft en
                        de overheid als opdrachtgever dus veel invloed op de markt kan uitoefenen.
                        Dit betreft zowel de Rijksoverheid als de medeoverheden (waterschappen,
                        provincies, gemeenten) als speciale-sectorbedrijven. De in het NPCE
                        aangekondigde onderzoeken zijn afgerond, waarna op 31 mei 2024 het kabinet
                        heeft besloten om wettelijk te sturen op milieu-impact in de GWW.<noot id="n11" type="voet"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al>Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. (2024, 31 mei).
                              Toelichting circulair klimaatbeleid [Kamerstuk]. Den Haag:
                              Rijksoverheid. Beschikbaar via: <extref doc="http://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/05/31/toelichting-circulair-klimaatbeleid" soort="URL" status="actief">www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/05/31/toelichting-circulair-klimaatbeleid</extref></noot.al></noot> Het is voor aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven
                        belangrijk om te weten naar welke lat men moet toewerken, en welke standaard
                        opgelegd kan worden in inkoopprocedures. Daarom wil de regering meer
                        uniformiteit en voorspelbaarheid creëren voor het stellen van eisen voor
                        milieuprestatie bij aanbestedingen. Hiermee kunnen marktpartijen gericht
                        investeren in de milieuprestatie van hun producten en duurzame innovaties
                        die het milieu ten goede komen. Daarbij is een gefaseerde invoering met
                        flankerend beleid de meest effectieve oplossing. De maatregel is aanvullend
                        en ondersteunend op de Strategie Klimaatneutrale en Circulaire
                        Infrastructuur (KCI).<noot id="n12" type="voet"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al>Klimaatneutrale en circulaire infrastructuurprojecten: het
                              ministerie van IenW werkt sinds 2019 met de strategie Klimaatneutrale
                              en Circulaire Infrastructuur (KCI) naar klimaatneutrale en circulaire
                              Rijksinfraprojecten, vanuit de ambitie om uiterlijk in 2030 volledig
                              klimaatneutraal te zijn en circulair te werken. De focus van de aanpak
                              ligt bij de werkterreinen met de meeste klimaat- en
                              grondstoffenimpact. Dit zijn: wegverharding, kunstwerken, kustlijnzorg
                              &amp; vaargeulonderhoud, weg- dijk- spoormaterieel en spoor. Samen met
                              belanghebbenden uit de markt, andere publieke opdrachtgevers en
                              kennisinstellingen ontwikkel het ministerie voor elk van deze
                              werkterreinen een transitiepad waarin de meest realistische route naar
                              2030 worden bepaald.</noot.al></noot></al>
                  <al>Voor het in kaart brengen van de beleidsopties hebben verschillende bureaus
                        onderzoek uitgevoerd naar de wijze van sturing op het verlagen van de
                        milieu-impact in de GWW-sector. Zo zijn het toepassingsgebied,<noot id="n13" type="voet"><noot.nr>13</noot.nr><noot.al>Hendriks, R. H., &amp; Grul, W. S. (2024). <nadruk type="cur">Toepassingsgebied dwingende MKI in de GWW</nadruk>. Witteveen+Bos.
                              Beschikbaar via: <?xpp afbreek?><extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/02/13/bijlage-4-rapport-toepassingsgebied-dwingende-mki-in-de-gww" soort="URL" status="actief">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/02/13/bijlage-4-rapport-toepassingsgebied-dwingende-mki-in-de-gww</extref></noot.al></noot> de varianten en effecten<noot id="n14" type="voet"><noot.nr>14</noot.nr><noot.al>Hendriks, R. H., &amp; Grul, W. S. (2024). <nadruk type="cur">Toepassingsgebied dwingende MKI in de GWW</nadruk>. Witteveen+Bos.
                              Beschikbaar via: <?xpp afbreek?><extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/02/13/bijlage-4-rapport-toepassingsgebied-dwingende-mki-in-de-gww" soort="URL" status="actief">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/02/13/bijlage-4-rapport-toepassingsgebied-dwingende-mki-in-de-gww</extref></noot.al></noot> en de juridische haalbaarheid onderzocht. Deze varianten – waaronder
                        een rekenverplichting voor alle GWW-werken, een rekenverplichting op
                        productniveau, een grenswaarde op bouwwerkniveau, en een verplichting voor
                        het meenemen van milieuprestatie in de gunningsbeslissing voor alle
                        aanbestedingen – worden in hoofdstuk 3 nader toegelicht. In een
                        beleidsadvies aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn deze
                        onderzoeksresultaten samengevat, verder uitgediept en gevalideerd bij de
                        sector (bedrijfsleven, aanbestedende diensten, speciale-sectorbedrijven en
                           brancheorganisaties).<noot id="n15" type="voet"><noot.nr>15</noot.nr><noot.al>Bosch, S., Peeters, T., Dijcker, R., Hendriks, R., Hoppe, F.,
                              &amp; Bakker, E. (2024). <nadruk type="cur">Beleidsadvies sturende
                                 MKI</nadruk>. Copper8, Witteveen+Bos &amp; Flux Partners.
                              Beschikbaar via: <extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/05/31/bijlage-3-beleidsadvies-sturende-mki" soort="URL" status="actief">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/05/31/bijlage-3-beleidsadvies-sturende-mki</extref></noot.al></noot> Er is een evaluatie uitgevoerd naar het sturen op
                        milieuprestatie-eisen in de GWW, dat bevestigt dat het bijdraagt aan het
                        verlagen van de milieu-impact.<noot id="n16" type="voet"><noot.nr>16</noot.nr><noot.al>Bosch, S., Peeters, T., Hendriks, R., Preso, S., Hoog Antink,
                              E., &amp; Schweitzer, G. (2023). <nadruk type="cur">Inkopen met MKI in
                                 de GWW: Evaluatie van de Actie-agenda</nadruk>. Copper8,
                              Witteveen+Bos &amp; Rijkswaterstaat. Beschikbaar via: <extref doc="https://open.rijkswaterstaat.nl/open-overheid/@269293/inkopen-mki-gww-evaluatie-actie-agenda/" soort="URL" status="actief">https://open.rijkswaterstaat.nl/open-overheid/@269293/inkopen-mki-gww-evaluatie-actie-agenda/</extref></noot.al></noot></al>
                  <al>Zoals omschreven kenmerkt de GWW-sector zich door een bepalende rol van
                        aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven aan de opdrachtgevende
                        kant. Dit maakt het zeer effectief om dwingende eisen op te leggen aan deze
                        groep opdrachtgevers. Als voorkeursoptie voor het realiseren van het doel om
                        meer uniformiteit en voorspelbaarheid te creëren worden aanbestedende
                        diensten en speciale-sectorbedrijven verplicht om eisen te stellen die de
                        milieubelasting van GWW-werken beperken. Deze verplichting is opgenomen in
                        dit wetsvoorstel. De keuze voor deze voorkeursoptie is gemaakt op basis van
                        de hiervoor genoemde onderzoeken tussen de effectiviteit van de maatregelen
                        en de uitvoerbaarheid. Daarbij is gekozen voor de maatregelen die de minste
                        capaciteit, expertise en middelen vergen voor opdrachtgevers en
                        opdrachtnemers. De verplichting vormt een basisniveau voor de sector om mee
                        aan de slag te gaan.</al>
                  <al>Er is ook een aantal maatregelen dat het kabinet neemt als flankerend
                        beleid. Het flankerend beleid is bedoeld voor een eenduidige toepassing van
                        de verplichting die wordt voorgesteld en draagt bij aan het creëren van een
                        gelijk speelveld voor de hele markt. Het ondersteunt partijen om de
                        maatregelen uit het wetsvoorstel te implementeren en draagt zo ook bij aan
                        de opbouw van kennis en daarmee capaciteit om de verplichtingen uit te
                        kunnen voeren. Het flankerend beleid is ook van belang voor het gedeelte van
                        de markt dat niet wordt geraakt met de verplichting, zoals partijen die zich
                        inzetten voor de verduurzaming van GWW-werken die de bij amvb vastgestelde
                        minimum geraamde opdrachtwaarde niet overschrijden.</al>
                  <al>Bij de vormgeving van de maatregelen in dit wetsvoorstel, evenals bij de
                        hiervoor genoemde onderzoeken, is de sector intensief betrokken. Zo zijn
                        overleggen gevoerd met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het
                        Interprovinciaal overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW). Ook zijn
                        gesprekken gevoerd, onder andere tijdens
                        stakeholderconsultatiebijeenkomsten, met medewerkers van aanbestedende
                        diensten en speciale-sectorbedrijven van verschillende omvang en vanuit
                        verschillende gebieden en regio's, en marktpartijen – waaronder aannemers,
                        producenten en ingenieursbureaus. Daarnaast is gesproken met
                        brancheorganisaties die de toeleverende bouwmaterialenindustrie
                        vertegenwoordigen en zijn MKB infra, Bouwend Nederland, CROW (kennis- en
                        normen instituut voor infrastructuur) en PIANOo (Expertisecentrum
                        Aanbesteden) betrokken. Verder is contact geweest met organisaties als
                        Natuur &amp; Milieu en het Klimaatverbond. Hiermee is beoogd om binnen de
                        aangekondigde beleidsvoornemens te komen tot een voorstel dat in de praktijk
                        goed werkbaar is. Bij de uitwerking van de amvb blijft de sector betrokken
                        om de maatregel zo effectief mogelijk en met breed draagvlak in te kunnen
                        richten.</al>
                  <al>Hierna worden zowel de verplichting, die wordt opgenomen in de wet, en het
                        flankerend beleid, nader toegelicht.</al>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Het opnemen en uitwerken van een verplichting in
                              wetgeving:</titel>
                    </kop>
                    <al>Met dit wetsvoorstel wordt voorzien in een verplichting voor
                           aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven om bij het aanbesteden
                           van GWW-werken eisen te betrekken die de milieubelasting hiervan
                           beperken. Aangezien de ontwikkelingen in de techniek en in de markt snel
                           kunnen gaan en het wenselijk is om exacte eisen aan te kunnen passen aan
                           de marktomstandigheden en innovatie, worden nadere regels bij of
                           krachtens amvb gesteld.</al>
                    <al-groep>
                      <al>In dit wetsvoorstel worden de volgende onderwerpen geregeld voor de
                              aanbesteding van GWW-werken:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>•</li.nr>
                          <al>Het vastleggen dat in een amvb milieuprestatie-eisen kunnen
                                    worden verplicht voor materialen en producten die in werken
                                    worden toegepast. Een aanbestedende dienst of een
                                    speciale-sectorbedrijf dient deze milieuprestatie-eisen als
                                    technische specificatie te stellen bij de voorbereiding en het
                                    tot stand brengen van de opdracht van het GWW-werk.</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>•</li.nr>
                          <al>Het vastleggen van nadere criteria met betrekking tot de
                                    milieuprestatie van GWW-werken die worden meegenomen bij een
                                    aanbesteding op basis van de beste
                                    prijs-kwaliteitsverhouding.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </al-groep>
                    <al-groep>
                      <al>In de wet worden grondslagen opgenomen om bij amvb:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>–</li.nr>
                          <al>Vast te leggen voor welke materialen en producten de
                                    verplichting geldt om in technische specificaties
                                    milieuprestatie-eisen te stellen. Hierbij wordt in het kader van
                                    proportionaliteit gekeken naar de meest impactvolle
                                    materialen.</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>–</li.nr>
                          <al>Het nader criterium vast te stellen dat ter bescherming van het
                                    milieu en de menselijke en gezondheid door aanbestedende
                                    diensten wordt meegenomen bij een gunning op basis van beste
                                    prijs-kwaliteitverhouding.</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>–</li.nr>
                          <al>Regels te stellen om de milieuprestatie-eisen voor materialen
                                    en het nader criterium inzichtelijk te maken. Hier gaat het
                                    bijvoorbeeld om de methode die verplicht wordt om de
                                    milieuprestatie-eis vast te stellen voor zowel materialen als
                                    het nader criterium. Hierbij wordt aangesloten bij in de sector
                                    algemeen aanvaarde methoden, zoals de Milieukostenindicator
                                    (MKI), waarmee de milieubelasting gedurende de levenscyclus van
                                    het GWW-werk beperkt wordt.</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>–</li.nr>
                          <al>Ook wordt geregeld dat een minimum geraamde opdrachtwaarde kan
                                    worden vastgesteld waarboven de verplichting geldt om het nader
                                    criterium te passen in aanbestedingen.</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>–</li.nr>
                          <al>Voor welke GWW-activiteiten van speciale sectorbedrijven die
                                    een speciale-sectoropdracht of concessieopdracht voor een werk
                                    voorbereiden en tot stand brengen de milieuprestatie-eisen en
                                    het nader criterium gaan gelden.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </al-groep>
                    <al-groep>
                      <al>In de wet worden ook grondslagen opgenomen om bij amvb uitzonderingen
                              te maken:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>•</li.nr>
                          <al>Voor het vastleggen van nadere criteria voor de gunning van
                                    GWW-werken onder een bepaalde aanbestedingswaarde (financiële
                                    ondergrens, daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de
                                    Europese aanbestedingsgrens<noot id="n17" type="voet"><noot.nr>17</noot.nr><noot.al>De Europese Aanbestedingsgrens is een drempelwaarde
                                          die elke twee jaar door de Europese Commissie wordt
                                          vastgesteld. Wanneer de waarde van een werk boven die
                                          drempelwaarde uitkomt, is de aanbestedende dienst
                                          verplicht om Europees aan te besteden. Voor 2024 en 2025
                                          is deze waarde vastgesteld op € 5.538.00 exclusief
                                          BTW.</noot.al></noot>). Ook bepaalde contracten kunnen worden uitgezonderd,
                                    indien met deze contracten niet voldoende gestuurd kan worden
                                    met een nader criteria dat ziet op de milieuprestatie in de
                                    gunning.</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>•</li.nr>
                          <al>Voor de categorieën opdrachten van aanbestedende diensten en
                                    activiteiten van speciale-sectorbedrijven waarvoor de
                                    verplichting geldt. Dit heeft betrekking op de aanbestedende
                                    diensten en speciale-sectorbedrijven die verplicht zijn om de
                                    verplichtingen in acht te nemen bij hun aanbestedingen. Voor het
                                    nader criterium met betrekking tot de milieuprestatie van
                                    GWW-werken kan bijvoorbeeld een drempelwaarde voor het aantal
                                    medewerkers worden vastgelegd, of voor het inkoopvolume,
                                    waarboven een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf
                                    verplicht is om het gunningscriterium toe te passen. Voor de
                                    milieuprestatie-eisen voor materialen of producten kunnen
                                    bijvoorbeeld uitzonderingen gemaakt worden in nood- en
                                    spoedsituaties of dat er maar één partij overblijft om de
                                    opdracht te volbrengen. Een uitzondering kan ook gelden voor
                                    enkel een van de in de Aanbestedingswet 2012 gedefinieerde
                                    activiteiten van een speciale-sectorbedrijven als bedoeld in de
                                    artikelen 3.1. tot en met 3.6.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </al-groep>
                    <al>In een ministeriële regeling worden enkele onderdelen van de amvb
                           uitgewerkt. In geval van sturing met de Milieukostenindicator kan in de
                           ministeriële regeling bijvoorbeeld een (versie van de) bepalingsmethode
                           aangewezen, evenals de maximale MKI prestatie-eisen voor de in de amvb
                           aangewezen materialen. Met de voorgestelde indeling van de wet, de amvb
                           en de ministeriële regeling wordt beoogd voldoende flexibiliteit te
                           waarborgen om tijdig in te spelen op technische ontwikkelingen en
                           innovaties en de voortschrijdende inzichten op het gebied van duurzaam
                           bouwen.</al>
                    <al>De verplichtingen in het wetsvoorstel zijn zodanig vormgegeven dat
                           landelijke uniformiteit wordt geborgd, terwijl ruimte voor maatwerk
                           behouden blijft. De basisnormen die het kabinet minimaal noodzakelijk
                           acht op het gebied van milieu en de methodiek worden eenduidig vastgelegd
                           in amvb en ministeriële regeling, zodat opdrachtnemers niet steeds met
                           verschillende uitgangspunten geconfronteerd worden. Tegelijkertijd
                           behouden opdrachtgevers vrijheid om hogere ambities na te streven. Dat
                           kan gaan om strengere milieuprestatie-eisen of om aanvullende eisen,
                           bijvoorbeeld als het gaat om percentages recyclaat of biobased.</al>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <titel>Milieuprestatie-eisen voor de meest impactvolle materialen in
                                 de GWW</titel>
                      </kop>
                      <al>Het introduceren van een milieuprestatie-eis op productniveau via
                              aanbestedingen van GWW-werken betekent dat alle materialen en
                              producten die onder dit wetsvoorstel vallen aan deze eisen moeten
                              voldoen indien deze binnen het betreffende GWW-werk worden toegepast.
                              Het stellen van deze eisen heeft twee doelen: allereerst om de minst
                              goed presterende materialen van de markt te weren, en daarnaast om
                              producenten zekerheid te geven voor investeringsbeslissingen ten
                              behoeve van verduurzaming.</al>
                      <al>De keuze voor de producten die worden vastgesteld bij amvb komen
                              voort uit de grote milieu-impact die zij hebben binnen de GWW. Uit
                              onderzoek blijkt dat de dominante productstromen in de GWW asfalt,
                              staal en beton zijn.<noot id="n18" type="voet"><noot.nr>18</noot.nr><noot.al>Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). (2022).
                                    Materiaalstromen in de bouw en infra. Amsterdam: EIB.
                                    Beschikbaar via: <extref doc="http://www.eib.nl/publicaties/materiaalstromen-in-de-bouw-en-infra" soort="URL" status="actief">www.eib.nl/publicaties/materiaalstromen-in-de-bouw-en-infra</extref></noot.al></noot> Op basis van een extrapolatie is de inschatting dat beton,
                              staal en asfalt samen zo’n 69 procent van de milieu-impact in de
                              GWW-sector omvatten.<noot id="n19" type="voet"><noot.nr>19</noot.nr><noot.al>Hendriks, R. H., &amp; Grul, W. S. (2024). <nadruk type="cur">Toepassingsgebied dwingende MKI in de
                                    GWW</nadruk>. Witteveen+Bos. Beschikbaar via: <?xpp afbreek?><extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/02/13/bijlage-4-rapport-toepassingsgebied-dwingende-mki-in-de-gww" soort="URL" status="actief">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/02/13/bijlage-4-rapport-toepassingsgebied-dwingende-mki-in-de-gww</extref>.
                                    De materialen beton, staal en asfalt veroorzaken samen minimaal
                                    43 procent van de totale milieu-impact van de GWW, ten opzichte
                                    van 12 procent voor andere materialen. De overige 45 procent van
                                    de impact is onbekend, vanwege ontbrekende data. Omdat deze
                                    ontbrekende data betrekking heeft op grondwerk, waterbouw en
                                    ondergrondse infra zijn ook hier beton en staal verantwoordelijk
                                    voor een deel van de impact. Door de onderzoekers wordt op basis
                                    van een extrapolatie ingeschat dat het totale aandeel van deze
                                    materialen op de milieu-impact in de GWW 69 procent
                                    is.</noot.al></noot> Hiermee is het effectief om in ieder geval op de milieu-impact
                              van deze productstromen te gaan sturen. Een aanvullend argument om te
                              kiezen voor de meest impactvolle producten is dat hier al initiatieven
                              op lopen. Voor sommige producten zijn reeds gewenste
                              milieuprestatie-eisen op vrijwillige basis vastgelegd door een deel
                              van de sector. Omdat het mogelijk is dat er in de toekomst op andere
                              producten (bijvoorbeeld gebakken klinkers) dominanter worden, is
                              gekozen om de productstromen op het niveau van een amvb vast te
                              leggen.</al>
                      <al>De milieuprestatie-eisen voor materialen of producten worden
                              vastgesteld door de minister. Hij wordt hierover geadviseerd door
                              onafhankelijke commissies op basis van haalbare prestaties met
                              kwalitatief goede producten in de huidige praktijk. In de bepaling van
                              de hoogte van de eis wordt nadrukkelijk de proportionaliteit en
                              betaalbaarheid hiervan meegenomen; een eis op productniveau is beoogd
                              als ‘peloton-eis’. Hiermee wordt bedoeld dat de bovengrens van de
                              milieuprestatie van dat specifieke product wordt vastgesteld. Dit is
                              een zogeheten basisniveau waar een product aan moet voldoen dat over
                              de tijd kan worden verlaagd om daarmee het achterblijvende deel van de
                              markt te dwingen om te verduurzamen. Om ontwikkeling in de markt bij
                              te houden worden de eisen, op advies van de onafhankelijke commissies,
                              elke twee jaar aangepast.</al>
                      <al>Met het wetsvoorstel worden aanbestedende diensten en
                              speciale-sectorbedrijven verplicht om in de aanbesteding voor
                              GWW-werken milieuprestatie-eisen voor producten op te nemen. Doordat
                              de milieuprestatie-eisen ook worden opgenomen in de contractvormen
                              RAW, UAV, UAV-GC<noot id="n20" type="voet"><noot.nr>20</noot.nr><noot.al>Dit zijn voor de GWW standaard toegepaste
                                    contractvormen.</noot.al><noot.al>RAW: Rationalisatie en Automatisering Grond-, Weg- en
                                    Waterbouw</noot.al><noot.al>UAV: Uniforme Administratieve Voorwaarden</noot.al><noot.al>UAV-GC: Uniforme Administratieve Voorwaarden voor
                                    Geïntegreerde Contracten</noot.al></noot> zijn deze gemakkelijk te integreren in het bestaande
                              aanbestedingsproces. Het is de verantwoordelijkheid van de producent
                              van de materialen of producten om te bewijzen dat hun materialen of
                              producten voldoen aan de vastgestelde milieuprestatie-eisen.</al>
                    </divisie>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <titel>Invoeren van het nader criterium met betrekking tot de
                                 milieuprestatie van GWW-werken in aanbestedingen</titel>
                      </kop>
                      <al>De tweede wettelijke eis betreft het verplichten van aanbestedende
                              diensten en speciale-sectorbedrijven om een afweging op
                              milieuprestatie mee te nemen bij de aanbesteding van GWW-werken die
                              een bepaalde minimum geraamde opdrachtwaarde overschrijden, in de vorm
                              van een nader criterium dat ziet op de milieuprestatie. Om een
                              klimaatneutrale en circulaire infrasector te realiseren, is meer nodig
                              dan uitsluitend het stellen van milieuprestatie-eisen op materiaal of
                              productniveau. Een milieuprestatie-eis op materiaal of productniveau
                              heeft niet voor elk GWW-werk evenveel invloed op het verlagen van de
                              milieu-impact. Het ziet namelijk toe op het verbeteren van de
                              milieuprestatie van de bij amvb aangewezen materialen of producten,
                              indien één of meer van deze materialen of producten worden toegepast
                              in een GWW-werk. Daarnaast legt de verplichting op productniveau
                              weliswaar een onderlat neer, maar stimuleert het niet tot het beperken
                              van de milieubelasting van het gehele GWW-werk, die in veel gevallen
                              wel mogelijk is. Ook stimuleert deze verplichting geen alternatieve,
                              duurzamere productkeuzes, integrale ontwerpkeuzes die tot
                              duurzaamheidswinst leiden of maatregelen voor de duurzame uitvoering
                              van het gehele GWW-werk. Zo wordt met het meenemen van een
                              milieuprestatie-eis op productniveau niet het toepassen van een
                              kleinere hoeveelheid producten gewaardeerd. Het nader criterium met
                              betrekking tot de milieuprestatie van GWW-werken zorgt er dan voor dat
                              ook voor materialen waar met de eerste verplichting niet op wordt
                              gestuurd duurzamere keuzes worden gemaakt. Naarmate een groter aandeel
                              van het toegepaste materiaal in het GWW-werk circulaire en duurzame
                              materialen betreft met een lage milieu-impact, wordt de inschrijving
                              hoger gewaardeerd. Door een aanbieding te maken met een lagere
                              milieu-impact maken aannemers dus een grotere kans om een werk te
                              winnen of om met een hogere prijs in te schrijven. Hiermee krijgen
                              vooruitstrevende partijen de kans om (extra) investeringen ten behoeve
                              van verduurzaming terug te verdienen.</al>
                      <al>Aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven worden verplicht
                              om bij de aanbesteding van GWW-werken die een bepaalde minimum
                              geraamde opdrachtwaarde overschrijden milieuprestatie als nader
                              criterium mee te nemen in de afweging. Hiermee wordt aangesloten op de
                              Aanbestedingswet 2012. Daarin is opgenomen dat het voor Europese
                              aanbestedingen en aanbestedingen op grond van het
                              Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016)<noot id="n21" type="voet"><noot.nr>21</noot.nr><noot.al>PIANOo. (2020). Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW
                                    2016), zoals gepubliceerd in de Staatscourant. Den Haag:
                                    Expertisecentrum Aanbesteden. Beschikbaar via: <extref doc="http://www.pianoo.nl/sites/default/files/media/documents/ARW%202016%20zoals%20gepubliceerd%20in%20Staatscourant%202020.pdf" soort="URL" status="actief">www.pianoo.nl/sites/default/files/media/documents/ARW%202016%20zoals%20gepubliceerd%20in%20Staatscourant%202020.pdf</extref></noot.al></noot> verplicht is om BPKV als gunningscriterium toe te passen. BPKV
                              staat hierin voor Beste Prijs-Kwaliteitverhouding, waarmee wordt
                              bedoeld dat naast prijs, ook één of meerdere nadere criteria meewegen
                              in de aanbesteding die gebruikt worden om een inschrijving te
                              beoordelen op kwaliteit. In dit wetsvoorstel is een verplichting
                              opgenomen dat één van deze nadere criteria het bij amvb vastgestelde
                              criterium op milieuprestatie is. Hiermee wordt de milieuprestatie van
                              een inschrijving meegenomen in de gunningsbeslissing. Het doel is om
                              de milieubelasting van GWW-werken te beperken, zowel door het
                              verbeteren van productprestaties als met andere ontwerpkeuzes. De
                              rekenmethodiek voor de bepaling van de milieuprestatie als nader
                              criterium wordt bij of krachtens amvb geregeld.</al>
                      <al>Wanneer een kwantitatief criterium niet mogelijk is, bijvoorbeeld
                              voor een raamcontract voor langjarige samenwerking, is het ook
                              mogelijk om een kwalitatief criterium toe te passen. Dit kan
                              bijvoorbeeld in de vorm van een plan van aanpak voor het beperken van
                              de milieubelasting bij het maken van ontwerpkeuzes. De precieze
                              uitwerking hiervan wordt bij of krachtens amvb geregeld. Door de
                              voorgestelde verplichting in de gunning wordt er aanvullend gestuurd
                              op de milieuprestatie-eisen op materiaal of productniveau (eerste
                              wijziging) op het niveau van het gehele werk. Uit
                              aanbestedingsrichtlijnen volgt dat bij gunning aan de hand van BPKV de
                              nadere criteria, inclusief wegingsfactoren, vooraf bekend moeten
                              worden gemaakt. Dit moet worden opgenomen in de aankondiging, het
                              beschrijvend document (bestek) of in de gunningsleidraad (zie artikel
                              67 lid 5 Richtlijn 2014/24 en artikel 2.115 Aanbestedingswet 2012).Om
                              een richting te geven aan het gewicht dat aanbestedende diensten
                              kunnen toekennen aan het nader criterium, zal onderzocht worden of een
                              minimumgewicht kan worden geadviseerd via het ondersteuningspunt (zie
                              flankerend beleid).</al>
                      <al>Bij de bepaling van deze minimum geraamde opdrachtwaarde wordt een
                              afweging gemaakt tussen de verwachte (positieve) impact op de
                              milieuprestatie van GWW-werken, de kosten die de uitvoering van de
                              maatregel met zich meebrengt<noot id="n22" type="voet"><noot.nr>22</noot.nr><noot.al>Met kosten worden hier zowel de proceskosten als de
                                    materiaalkosten en de kosten in tijdsbesteding voor de
                                    aanbestedende dienst bedoeld.</noot.al></noot> in verhouding tot de omvang van het GWW-werk en het aandeel
                              van de markt en de aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven
                              die met de afbakening bereikt gaan worden. Daarbij is het streven om
                              een zo groot mogelijk aandeel van alle productgebruik en de daarmee
                              gepaard gaande milieu-impact en grondstoffeninzet van GWW-werken te
                              bestrijken. Kleine werken, waar de te verwachten impact beperkt is,
                              worden, zeker in de eerste periode, ontzien van de verplichting.
                              Hierdoor wordt ook rekening gehouden met het MKB dat doorgaans de
                              opdracht voor kleinere GWW-werken uitvoert. De hoogte van de minimum
                              geraamde opdrachtwaarde en de wijze waarop het nader criterium met
                              betrekking tot de milieuprestatie van het GWW-werk wordt vormgegeven
                              wordt nader geregeld bij amvb. Uitganspunt is om zoveel mogelijk
                              eenduidigheid te creëren voor de markt en tegelijk ruimte te laten aan
                              een specifieke invulling per (type) opdrachtgever waar dat
                              noodzakelijk of wenselijk is.</al>
                    </divisie>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Het flankerend beleid</titel>
                    </kop>
                    <al-groep>
                      <al>Er wordt een ondersteuningspunt opgericht dat partijen ondersteuning
                              biedt bij het toepassen van de wettelijke verplichtingen. Daarmee
                              wordt gewerkt aan de volgende onderwerpen:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>•</li.nr>
                          <al>Stimulering van partijen om een afweging te maken om eisen die
                                    de milieubelasting van GWW-werken beperken mee te nemen bij de
                                    aanbesteding van deze GWW-werken, ook indien dat GWW-werk de bij
                                    amvb gestelde minimum geraamde opdrachtwaarde niet overschrijdt.
                                    Het draagt zo bij aan de opbouw van kennis en daarmee capaciteit
                                    om de verplichtingen uit te kunnen voeren.</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>•</li.nr>
                          <al>Bevorderen van eenduidigheid in inkopen met eisen die de
                                    milieubelasting van GWW-werken beperken.</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>•</li.nr>
                          <al>Stimulering van toepassing van eisen die de milieubelasting van
                                    GWW-werken beperken in de ontwerpfase.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </al-groep>
                    <al>Hieronder worden eerst de wettelijke eisen, en daarna het flankerend
                           beleid toegelicht.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Oprichting van een ondersteuningspunt om partijen te ondersteunen
                              bij aanbesteden met milieuprestatie-eisen</titel>
                    </kop>
                    <al>Kennis en ervaring van het werken met eisen die de milieubelasting van
                           GWW-werken beperken wisselt sterk tussen opdrachtgevers. Met name grote
                           aanbestedende diensten hebben veel ervaring en zullen de wetgeving
                           relatief eenvoudig kunnen implementeren, waar kleinere aanbestedende
                           diensten die nog niet met dergelijke eisen werken hier mogelijk meer
                           ondersteuning bij nodig hebben. Om kennis en ervaringen te delen wordt
                           een ondersteuningspunt opgericht. Het doel van het ondersteuningspunt is
                           primair het ondersteunen van aanbestedende diensten bij het inkopen met
                           eisen die de milieubelasting van GWW-werken beperken. Hierbij zal, zoals
                           naar voren is gekomen uit gesprekken met stakeholders, gebruik gemaakt
                           worden van ervaringen van andere aanbestedende diensten. Het
                           ondersteuningspunt wordt opgericht, vooruitlopend op de implementatie van
                           de wetgeving, om zo al kennis en ervaringen te kunnen delen, voordat
                           aanbestedende diensten wettelijk verplicht zijn. Het ondersteuningspunt
                           zal niet alleen de onervaren aanbestedende diensten ondersteunen, ook de
                           ervaren aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven zullen
                           voordelen ondervinden, met name in eenduidigheid en efficiëntie. Het
                           draagt zo bij aan de opbouw van kennis en daarmee capaciteit om de
                           verplichtingen uit te kunnen voeren. Uit stakeholderconsultaties is naar
                           voren gekomen dat veel aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven
                           zelf werken met eisen die de milieubelasting van GWW-werken beperken,
                           maar vaak op een net iets andere manier. Voor deze aanbestedende diensten
                           valt veel winst te behalen als ervaringen worden gedeeld en samen wordt
                           gewerkt aan een eenduidige aanpak.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Stimulering inkopen met een gunningscriterium op milieuprestatie,
                              ook voor kleinere projecten</titel>
                    </kop>
                    <al>Aanbestedende diensten die GWW-werken aanbesteden die onder de bij amvb
                           vastgestelde minimum geraamde opdrachtwaarde vallen en waarvoor het
                           toepassen van de milieuprestatie als nader criterium dus niet wettelijk
                           wordt verplicht, zijn uiteraard wel vrij om dit alsnog te doen. Wanneer
                           er (veel) milieuwinst te behalen is, wordt dit gestimuleerd. Het op te
                           richten ondersteuningspunt kan een rol bij spelen bij het stimuleren van
                           aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven om milieuprestatie in
                           meer projecten te laten meewegen dan alleen de projecten die onder de
                           wettelijke verplichting vallen.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Bevorderen van eenduidigheid in het inkopen met een
                              milieuprestatie-eis</titel>
                    </kop>
                    <al>Momenteel zijn er veel verschillen in de markt als het gaat om eisen die
                           de milieubelasting van GWW-werken beperken. Aanbestedende diensten en
                           speciale-sectorbedrijven zijn vrij om deze eisen zelf in te vullen, wat
                           tot onduidelijkheid leidt bij opdrachtnemers en onzekerheid geeft over de
                           richting van maatregelen die vereist of beloond worden. Deze onzekerheid
                           heeft tot gevolg dat opdrachtnemers minder bereid zijn om investeringen
                           te doen die bijdragen aan verduurzaming. Er is onvoldoende zekerheid dat
                           deze investeringen binnen afzienbare tijd kunnen worden terugverdiend.
                           Eenduidige eisen en eenduidige handhaving, dragen daarom bij aan
                           investeringsperspectief geboden aan ondernemers en zorgen dat de
                           transactiekosten verlaagd en de benodigde expertise beperkt kunnen
                           worden. Met de verplichtingen in dit wetsvoorstel krijgen partijen
                           eenduidigheid over de manier waarop wordt ingekocht op milieuprestatie
                           door aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven. Via het
                           ondersteuningspunt zullen daarnaast documenten te vinden zijn om
                           eenduidigheid verder te bevorderen, zoals toetsingsprotocollen of
                           leidraden voor te hanteren wegingen bij het gunningscriterium op
                           milieuprestatie.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Stimulering van toepassing eisen in ontwerpfase</titel>
                    </kop>
                    <al>De wetgeving ziet toe op het inkopen met eisen die de milieubelasting
                           van GWW-werken beperken. In de fase vóór inkoop, namelijk tijdens het
                           ontwerp van een werk, is er echter ook (in grote mate) milieuwinst te
                           behalen. Via het ondersteuningspunt wordt daarom gewerkt aan het
                           stimuleren van circulaire ontwerpprincipes. Ook het stimuleren van een
                           afweging op de milieuprestatie van verschillende ontwerpvarianten en
                           -keuzes tijdens de (vroege) ontwerpfase in het project wordt
                           gestimuleerd. Daarbij wordt aangesloten op beleidsinzet vanuit onder meer
                           de strategie KCI, de Buyer Groups en het Manifest Maatschappelijk
                           Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen.</al>
                  </divisie>
                </divisie>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">3.</nr>
                  <titel>Motivering instrumentkeuze</titel>
                </kop>
                <al>Bij het ontwerpen van dit wetsvoorstel is zorgvuldig nagedacht over het meest
                     effectieve en passende instrument om de milieu-impact van GWW-werken terug te
                     dringen en eenduidigheid in inkoop te realiseren. Hieronder wordt toegelicht
                     waarom niet is gekozen voor vrijwillige instrumenten, maar voor regelgeving.
                     Daarna wordt beargumenteerd waarom is gekozen om geen generieke producteisen in
                     te voeren en geen aanvullende regels op te nemen in de amvb’s onder de
                        Omgevingswet.<noot id="n23" type="voet"><noot.nr>23</noot.nr><noot.al>Deze keuze is gemaakt op basis van onderzoek naar de juridische
                           inpassing van de beleidsmaatregelen. Bron: Hoppe, F., &amp; Bakker, E.
                           (2024). Dwingende MKI in de GWW: onderzoek naar juridische inpassing.
                           Flux Partners.</noot.al></noot> Vervolgens wordt toegelicht waarom het instrument van aanbesteding
                     geschikt is voor het bereiken van de gewenste doelen.</al>
                <al-groep>
                  <al>Zoals gezegd is er niet alleen gekozen voor sturing met vrijwillige
                        instrumenten, maar voor regelgeving en normering. Dit omdat binnen de
                        GWW-sector al jaren ontwikkelingen en initiatieven opdrachtgevers in de GWW
                        aansporen en ondersteunen om de milieubelasting van hun werken te beperken,
                        zoals onder andere:</al>
                  <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                    <li>
                      <li.nr>•</li.nr>
                      <al>Grondstoffenakkoord</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>•</li.nr>
                      <al>Strategie Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>•</li.nr>
                      <al>Transitie-agenda Circulaire Bouweconomie</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>•</li.nr>
                      <al>Manifest Duurzaam GWW 2030 (voorheen Green Deal Duurzaam GWW sinds
                              2017)</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>•</li.nr>
                      <al>Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen
                              (MVOI)</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>•</li.nr>
                      <al>Betonakkoord</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>•</li.nr>
                      <al>Buyer Groups gericht op de GWW</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>•</li.nr>
                      <al>Diverse platforms en initiatieven, waaronder Bouwcirculair,
                              Cirkelstad/Het Nieuwe Normaal</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>•</li.nr>
                      <al>Ontwikkelingen binnen bestaande platforms, zoals CROW, WoW, Bouwend
                              Nederland</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </al-groep>
                <al>Met deze programma’s en initiatieven, maar ook met behulp van verschillende
                     subsidies, is bewustwording gecreëerd dat inkoop als instrument niet alleen
                     gebruikt kan worden voor de onmiddellijke inkoopbehoefte, maar ook breder kan
                     worden toegepast als instrument voor de realisatie van belangrijke
                     beleidsdoelstellingen. Deze – vrijwillige – initiatieven zorgen voor
                     bewustwording, samenwerking, kennisdeling en vooruitgang. Maar niet in het
                     hoge, noodzakelijke tempo om de internationale, Rijks-, regionale, lokale en
                     sectordoelstellingen te halen. Zoals eerder beschreven geven het bedrijfsleven
                     en verschillende aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven, evenals
                     onderzoeks- en adviesbureaus aan dat een bindende landelijke maatregel ervoor
                     zal zorgen dat het circulair ontwerpen en uitvoeren van projecten in de GWW
                     geen beleidspunt blijft voor elke aanbestedende dienst afzonderlijk, zoals nu,
                     maar dat de versnelling van deze transitie in de GWW gezamenlijk wordt ingezet.
                     Dit wetsvoorstel geldt dan ook als een basisniveau voor de hele sector,
                     aanvullend op de inzet zoals hierboven beschreven. Er is onderzoek uitgevoerd
                     ter voorbereiding op het kabinetsbesluit om wettelijk te gaan sturen op het
                     verlagen van milieu-impact in de GWW. Daaruit blijkt het significante effect
                     van de verplichting.<noot id="n24" type="voet"><noot.nr>24</noot.nr><noot.al>Hendriks, R. H., &amp; Grul, W. S. (2024). Toepassingsgebied
                           dwingende MKI in de GWW. Witteveen+Bos. Beschikbaar via: <?xpp afbreek?><extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/02/13/bijlage-4-rapport-toepassingsgebied-dwingende-mki-in-de-gww" soort="URL" status="actief">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/02/13/bijlage-4-rapport-toepassingsgebied-dwingende-mki-in-de-gww</extref>;
                           Bosch, S., &amp; Peeters, T. (2024, 13 februari). Dwingende MKI in de
                           GWW: Effecten en varianten. Copper8. Beschikbaar via: <extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/02/13/bijlage-3-rapport-dwingende-mki-in-de-gww-effecten-en-varianten" soort="URL" status="actief">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/02/13/bijlage-3-rapport-dwingende-mki-in-de-gww-effecten-en-varianten</extref>;
                           Bosch, S., Peeters, T., Dijcker, R., Hendriks, R., Hoppe, F., &amp;
                           Bakker, E. (2024). Beleidsadvies sturende MKI. Copper8, Witteveen+Bos
                           &amp; Flux Partners. Beschikbaar via: <extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/05/31/bijlage-3-beleidsadvies-sturende-mki" soort="URL" status="actief">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/05/31/bijlage-3-beleidsadvies-sturende-mki</extref>.</noot.al></noot> De verplichtingen kunnen leiden tot een vermindering van ongeveer
                     0,8 megaton broeikasgasemissies in 2030.<noot id="n25" type="voet"><noot.nr>25</noot.nr><noot.al>Warringa, G., Bergsma, G., Bouwman, P., Kanters, J.-W., Odenhoven,
                           N., &amp; Uijttewaal, M. (2024, januari). Suggesties voor aanvullend
                           circulaire economiebeleid. CE Delft. Beschikbaar via: <extref doc="https://ce.nl/publicaties/suggesties-voor-aanvullend-circulaire-economiebeleid/" soort="URL" status="actief">https://ce.nl/publicaties/suggesties-voor-aanvullend-circulaire-economiebeleid/</extref></noot.al></noot></al>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Het stellen van generieke producteisen</titel>
                  </kop>
                  <al>Wanneer gekeken wordt naar generieke producteisen, zoals milieucertificaten
                        of minimale milieustandaarden voor bouwmaterialen, kunnen deze bijdragen aan
                        verduurzaming, maar zijn er ook belangrijke beperkingen. Het is niet
                        proportioneel om voor álle producten binnen de GWW-sector strenge
                        milieueisen te stellen, ongeacht de specifieke toepassing en de
                        milieu-impact van het product binnen een bepaald project. Dit zou bovendien
                        kleinere producenten en leveranciers onevenredig zwaar belasten, omdat zij
                        voor alle producten een milieuverklaring moeten opstellen. Dit is niet voor
                        ieder product logisch, omdat het effect van de producten op de totale
                        milieuprestatie beperkt kan zijn. Door enkel te kiezen voor generieke
                        producteisen zou de flexibiliteit en innovatie in de markt bovendien worden
                        ingeperkt, doordat marktpartijen worden beperkt tot vooraf vastgestelde
                        standaarden die mogelijk niet voor iedere situatie passend zijn. Via het
                        instrument van aanbesteding kan proportioneel en effectief worden gestuurd:
                        eisen kunnen worden afgestemd op de aard en omvang van het project, zonder
                        onnodige belemmeringen voor kleinere producenten en leveranciers.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Het stellen van eisen onder de Omgevingswet</titel>
                  </kop>
                  <al>Het omgevingsrecht regelt wat wel of niet mag in de fysieke leefomgeving en
                        onder welke voorwaarden. Regels om de milieu-impact van GWW-werken terug te
                        dringen zouden kunnen worden gesteld in de avmb’s onder de Omgevingswet. Bij
                        de voorbereiding van dit wetvoorstel zijn hiervoor verschillende varianten
                        onderzocht. Zo kunnen op grond van paragraaf 4.123 van het Besluit
                        activiteiten leefomgeving regels worden gesteld over het toepassen van
                        bouwstoffen in werken. Net als voor het stellen van generieke producteisen
                        is het echter niet proportioneel om ongeacht de specifieke toepassing en de
                        milieu-impact van bouwstoffen, generieke milieueisen te stellen. Zoals
                        hiervoor is toegelicht bij generieke producteisen kan door enkel te kiezen
                        voor generieke toepassingseisen voor bouwstoffen, het effect op de totale
                        milieuprestatie beperkt zijn en zou de flexibiliteit en innovatie in de
                        markt worden ingeperkt.</al>
                  <al>Andere varianten die aansluiten bij de systematiek van de Omgevingswet zijn
                        het stellen van instructieregels of omgevingswaarden voor werkzaamheden aan
                           GWW-werken.<noot id="n26" type="voet"><noot.nr>26</noot.nr><noot.al>Hoppe, F., &amp; Bakker, E. (2024). Dwingende MKI in de GWW:
                              onderzoek naar juridische inpassing. Flux Partners, p. 33
                              e.v.</noot.al></noot> De instructieregel zou dan van toepassing moeten zijn op een
                        GWW-project dat wordt gerealiseerd, onderhouden of op een andere manier
                        wordt gewijzigd. Daarnaast kan een milieueffectenplafond als omgevingswaarde
                        voor GWW-werken worden gesteld. Door deze op te nemen als een
                        instructieregel, wordt deze omgevingswaarde aan overheden dwingend opgelegd
                        om te bewaken dat de milieueffecten die ontstaan door werkzaamheden aan
                        (nieuwe) GWW-werken, het milieueffectenplafond niet overschrijden.</al>
                  <al>Omdat de omgevingswaarden gericht zijn op de impact van werkzaamheden aan
                        GWW-werken aan de omgeving en niet op de producten of materialen die in de
                        GWW-werken worden toegepast, is met name het stellen van instructieregels in
                        het Besluit kwaliteit leefomgeving een reële variant. De reden om toch niet
                        voor uitwerking onder de Omgevingswet te kiezen, is gelegen in de Europese
                        Bouwproductenverordening (CPR). Op grond van de CPR is het mogelijk in de
                        toekomst niet langer toegestaan om ambitieuze prestatie-eisen voor
                        specifieke bouwproducten op te nemen in wetgeving, indien deze worden
                        vastgesteld door de Europese Commissie.<noot id="n27" type="voet"><noot.nr>27</noot.nr><noot.al>Momenteel staat dat nog niet op de agenda van de Europese
                              Commissie. Het is onduidelijk of de Commissie deze
                              milieuprestatie-eisen op termijn gaat stellen. Zie hoofdstuk
                              4.</noot.al></noot> Wel is en blijft het mogelijk om eisen te stellen in inkoop- en
                        aanbestedingstrajecten, vanuit de relatie tussen opdrachtgevers en
                        opdrachtnemers. Er is daarom gekozen voor de optie waar geen conflict
                        optreedt met de CPR indien op Europees niveau milieuprestatie-eisen worden
                        vastgesteld. De verhouding tussen het aanbestedingsrecht en de CPR is verder
                        toegelicht in paragraaf 4.1 van deze toelichting.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>De keuze voor het instrument van aanbesteding</titel>
                  </kop>
                  <al>Het instrument van aanbesteding biedt een flexibele mogelijkheid om de
                        milieubelasting van GWW-werken te beperken. Aanbestedingen zijn immers het
                        moment waarop overheden en andere aanbestedende diensten concrete keuzes
                        maken in opdrachtverstrekking en contractvoorwaarden van GWW-werken. Via
                        aanbestedingen kunnen overheden doelmatig sturen op het verlagen van de
                        milieu-impact in de GWW omdat ze hiermee concrete eisen en criteria kunnen
                        stellen. Dit stimuleert bedrijven om duurzame oplossingen te ontwikkelen en
                        toe te passen, terwijl overheden invloed houden op het gehele projectproces.
                        Hierdoor kan de milieubelasting van GWW-werken over de hele keten
                        significant afnemen. Zo ontstaat een efficiënte, marktgerichte aanpak die
                        innovatie en milieuwinst bevordert. De verplichtingen in dit wetsvoorstel
                        sluiten bovendien goed aan bij bestaande regelgeving en praktijk, zoals de
                        Aanbestedingswet en de CPR – waarbij aanbestedende diensten desgewenst
                        strengere eisen kunnen stellen (zie hoofdstuk 4), en kan eenvoudig worden
                        aangepast aan ontwikkelingen in techniek en beleid.</al>
                  <al-groep>
                    <al>Het verplicht stellen van eisen die de milieubelasting van GWW-werken
                           beperken via aanbestedende diensten biedt de mogelijkheid om deze eisen
                           proportioneel toe te passen. In de GWW-sector lopen projecten sterk
                           uiteen in omvang en aard. Door eisen via het aanbestedingsproces op te
                           nemen, kunnen ze afgestemd worden op de concrete context van het werk,
                           het voorkomt dat de eisen te zwaar of juist te licht uitpakken. Bovendien
                           sluit deze aanpak goed aan bij de bestaande verantwoordelijkheid van
                           aanbestedende diensten om duurzaam in te kopen, en past het binnen het
                           juridische kader van de Aanbestedingswet 2012.</al>
                    <al>Tot slot is ervoor gekozen de voorgestelde bepalingen in te passen in de
                           Wet milieubeheer (Wm). In de Wet milieubeheer bestaat momenteel al een
                           regeling die sturing geeft aan aanbestedende diensten. Op grond van
                           artikel 9.6.1 Wm kunnen in een amvb regels worden gesteld over de inkoop
                           van wegvoertuigen, welke in de Regeling bevordering schone wegvoertuigen
                           nader zijn uitgewerkt. Met deze regelgeving is de Europese richtlijn
                           schone en energiezuinige wegvoertuigen geïmplementeerd. Hoewel bij dit
                           wetsvoorstel geen sprake is van implementatie, gaat het in beide gevallen
                           om het stellen van regels aan aanbestedingen voor het beschermen van mens
                           en milieu.</al>
                  </al-groep>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>Varianten om te sturen op aanbestedingen van GWW-werken</titel>
                  </kop>
                  <al>Een verkenning is uitgevoerd naar de mogelijkheden om effectief te sturen
                        op een reductie van milieubelasting in de GWW via aanbestedingen. In
                        onderstaand overzicht zijn de vier belangrijkste varianten omschreven met
                        daarbij de argumentatie waarom deze niet gekozen zijn.</al>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">1.</nr>
                      <titel>Rekenverplichting voor alle GWW-werken</titel>
                    </kop>
                    <al>Een veelgenoemde route voor introductie van een wettelijke verplichting
                           op reductie van milieukosten is een rekenverplichting voor alle
                           GWW-werken, mogelijk als eerste stap naar een resultaatverplichting. Dit
                           betekent dat voor elk werk binnen de GWW moet worden bepaald wat de
                           milieukosten van dat specifieke project zijn. Uitsluitend een
                           rekenverplichting levert echter weinig aanvullende sturing naar
                           producenten op, en geeft geen invulling aan het gewenste
                           investeringsperspectief. Daardoor levert het naar verwachting weinig
                           duurzaamheidseffect op. Wel kan het bijdragen aan het vergroten van
                           kennis en bewustwording.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">2.</nr>
                      <titel>Rekenverplichting op productniveau</titel>
                    </kop>
                    <al>Ook een rekenverplichting op productniveau wordt gezien als mogelijke
                           eerste stap naar een verlaging van milieukosten, omdat producenten dan
                           verplicht milieuprestaties moeten gaan uitrekenen en de onderliggende
                           datakwaliteit verbetert. Met een rekenverplichting wordt bedoeld dat een
                           opdrachtnemer verplicht wordt om bij een aanbieding ook de
                           milieuprestatie te (laten) bereken en in te dienen. Hier geldt echter ook
                           dat een verplichting om een berekening te maken wel inzicht oplevert,
                           maar geen dwingend karakter heeft en daarmee geen reductie kan worden
                           afgedwongen.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">3.</nr>
                      <titel>Grenswaarde op bouwwerkniveau</titel>
                    </kop>
                    <al>Een derde voorgestelde route is een generieke resultaatverplichting op
                           bouwwerkniveau die geldig is voor alle GWW-werken, in lijn met de
                           grenswaarde voor de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) in woningen en
                           utiliteitsbouw – voor de nieuwbouw van een woning is de MPG bijvoorbeeld
                           vastgesteld op 0,8. In een dergelijk geval zal per type object
                           (bijvoorbeeld een brug of tunnel) moeten worden voorgeschreven wat de
                           grenswaarde voor de milieu-impact is. De GWW leent zich echter minder
                           goed voor zo’n grenswaarde, om verschillende redenen:</al>
                    <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                      <li>
                        <li.nr>•</li.nr>
                        <al>Een goede vergelijkende eenheid voor GWW-werken is niet
                                 beschikbaar, onder meer omdat werken vaak worden gerealiseerd op
                                 basis van lokale omstandigheden. Dit is anders dan in de B&amp;U,
                                 waar de vierkante meters een vergelijkbare eenheid vormen.</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>•</li.nr>
                        <al>De ondergrond is een dominante factor in de milieuprestatie door
                                 de benodigde fundering. De samenstelling van de ondergrond
                                 verschilt sterk per locatie.</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>•</li.nr>
                        <al>In het ontwerp van GWW-werken is minder vrijheid in de toe te
                                 passen producten dan in de B&amp;U. Het bepalen van een grenswaarde
                                 op bouwwerkniveau leidt daarom óf tot een waarde die in de praktijk
                                 eenvoudig haalbaar is, óf tot een scherpere grenswaarde waar in de
                                 praktijk veel uitzonderingen op moeten worden gemaakt.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">4.</nr>
                      <titel>Verplichting inkopen met milieuprestatie als nader criterium in de
                              gunning voor alle aanbestedingen</titel>
                    </kop>
                    <al>Eén van de mogelijke implementatieroutes is een sectorbrede verplichting
                           om in te kopen met milieuprestatie als criterium in álle aanbestedingen.
                           Er is niet gekozen om de verplichting voor alle projecten te laten
                           gelden, omdat de mogelijke impact in veel gevallen relatief laag is ten
                           opzichte van de kosten (zowel in tijd als in capaciteit) voor een
                           aanbestedende dienst. Met name kleine aanbestedende diensten en
                           speciale-sectorbedrijven worden met een dergelijke eis substantieel extra
                           belast.</al>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <titel>Gekozen instrument</titel>
                      </kop>
                      <al>Met wettelijke verankering worden aanbestedende diensten en
                              speciale-sectorbedrijven verplicht om duurzaam in te kopen. Op deze
                              wijze werken aanbestedende diensten toe naar volledig klimaatneutraal
                              en circulair aanbesteden, zodat deze sector als geheel klimaatneutraal
                              en circulair gaat opereren. Hiermee wordt voortgebouwd op bestaande
                              samenwerking en afspraken die met partijen zijn gemaakt.</al>
                      <al>Eerder zijn andere opties dan regelgeving verkend en uitgevoerd via
                              verschillende initiatieven om de GWW te verduurzamen (communicatie,
                              financieel, organisatie, co-regulering en ondersteunende
                              instrumenten). Al deze – vrijwillige – initiatieven zorgen voor
                              bewustwording, samenwerking, kennisdeling en vooruitgang. Maar niet in
                              het hoge, noodzakelijke tempo om de internationale, Rijks-, regionale,
                              lokale en sectordoelstellingen te halen. Desalniettemin kunnen en
                              zullen deze opties nog steeds ondersteunend worden ingezet aan de
                              wettelijke verplichting. De ondersteunende maatregelen worden, zoveel
                              als mogelijk, centraal bij het in 2.3 genoemde ondersteuningspunt
                              ondergebracht.</al>
                    </divisie>
                  </divisie>
                </divisie>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">4.</nr>
                  <titel>Verhouding tot hoger recht</titel>
                </kop>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">4.1.</nr>
                    <titel>Relevante EU-regelgeving</titel>
                  </kop>
                  <al>Aangezien het wetsvoorstel mede ziet op bouwproducten is bij de
                        totstandkoming daarvan zorggedragen voor afstemming met de herziene Europese
                        Verordening bouwproducten (EU 2024/3110) tot vaststelling van
                        geharmoniseerde regels voor het in de handel brengen van veilige en duurzame
                        bouwproducten (hierna: Europese Bouwproductenverordening), om zo
                        strijdigheid met het Europese recht te voorkomen.</al>
                  <al>De herziene versie van de Europese Bouwproductenverordening, die op
                        1 januari 2025 is vastgesteld, geeft de Europese Commissie de mogelijkheid
                        om geharmoniseerde regels (geharmoniseerde technische specificaties en
                        Europese technische beoordelingen) te stellen over duurzaamheid van de
                        bouwproducten. Bijvoorbeeld welke essentiële milieukenmerken voor
                        productfamilies of productcategorieën verstrekt moeten worden en op welke
                        manier de milieu-impact van bouwproducten bepaald en geverifieerd moet
                        worden. Als deze regels zijn ingevoerd, moeten fabrikanten kunnen aantonen
                        dat CE-gemarkeerde bouwproducten aan de Europese eisen voldoen door middel
                        van een gecombineerde prestatie- en conformiteitsverklaring. De Commissie
                        kan volgens artikel 5, vijfde lid, van de Verordening bouwproducten
                        gedelegeerde handelingen vaststellen inzake drempelniveaus, prestatieklassen
                        of verplichte essentiële kenmerken voor productfamilies of
                        productcategorieën die onder geharmoniseerde normen vallen. In het kader van
                        de Green Deal voor groene aanbestedingen maakt de Europese Commissie een
                        uitzondering voor aanbestedingen. Volgens artikel 83, tweede lid, van deze
                        verordening kunnen ambitieuzere en aanvullende eisen worden gesteld met
                        betrekking tot de essentiële milieukenmerken.</al>
                  <al>Of lidstaten een drempelniveau of prestatieklasse stellen aan
                        milieuprestatie-eisen, zoals de bedoeling is van de eerste maatregel in dit
                        wetsvoorstel (op product- of materiaalniveau)<noot id="n28" type="voet"><noot.nr>28</noot.nr><noot.al>Op bouwwerkniveau – zoals maatregel twee van dit wetsvoorstel –
                              stelt de Europese Commissie onder de herziene Europese
                              Bouwproductenverordening geen regels.</noot.al></noot>, is vooralsnog de keuze aan de lidstaten zelf, evenals de wijze waar
                        de essentiële milieukenmerken gewogen worden tot een éénpuntscore (in
                        Nederland met een monetaire weegset, die de totale milieu-impact van een
                        product of project uitdrukt in een geldwaarde: de milieukosten, of
                        ‘schaduwkosten’). Het is niet bekend of de Europese Commissie de
                        gedelegeerde handelingen wil stellen aan milieuprestatie als het gaat om
                        drempelniveau of prestatieklassen; dit staat momenteel niet op de agenda van
                        de Europese Commissie. Vooralsnog is het onwaarschijnlijk, gezien lidstaten
                        afhankelijk van hun nationale situatie en prioriteiten verschillend willen
                        sturen op de uitvoering en beoordeling van milieuprestaties.</al>
                  <al>Ook zijn er, op het moment dat dit wetsvoorstel aan de Raad van State wordt
                        voorgelegd voor advies, nog geen geharmoniseerde technische specificaties
                        vastgesteld voor inzage in de milieuprestatie van bouwproducten onder de
                        Herziene Bouwproductenverordening. Indien op termijn geharmoniseerde
                        technische specificaties worden vastgesteld voor bouwproducten die onder de
                        reikwijdte van dit wetsvoorstel vallen, zal Nederland indien nodig de
                        verplichte milieuprestatie-eisen hierop aanpassen. Wanneer hier meer
                        informatie over beschikbaar is, zal deze beschikbaar worden gesteld via de
                        website van de Rijksoverheid.</al>
                  <al>Tot slot past dit wetsvoorstel binnen de beweging die op Europees niveau
                        plaatsvindt, maar is er geen sprake van een nationale kop. Om van een
                        nationale kop in technische zin te kunnen spreken, moet aan twee voorwaarden
                        zijn voldaan. Er moet sprake zijn van een concurrentienadeel voor het
                        NL-bedrijfsleven, en het moet gaan om NL-regelgeving die verder gaat dan
                        waartoe een EU-richtlijn verplicht, die precies dezelfde materie regelt én
                        nadelige gevolgen heeft voor het rechtstreeks door de richtlijn
                        geadresseerde NL bedrijfsleven. Omdat het wetsvoorstel gaat om
                        aanbestedingscriteria en iedere marktpartij onder dezelfde voorwaarden kan
                        meedoen, zoals nader toegelicht in paragraaf 4.2. van dit wetsvoorstel,
                        wordt niet aan de eerste voorwaarde voldaan. Daarbij zijn uniforme
                        aanbestedingsvoorwaarden de wens van geconsulteerde marktpartijen,
                        aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven, omdat zij momenteel met
                        verschillende aanbestedingsvoorwaarden geconfronteerd worden. Daarmee wordt
                        ook niet aan de tweede voorwaarde voldaan. Omdat er met voorliggend
                        wetsvoorstel voor alsnog geen strengere eisen worden gesteld aan alle
                        bouwproducten in Nederlandse regelgeving, maar enkel aanbestedende diensten
                        verplicht milieuprestatie-eisen te stellen aan de meest impactvolle
                        materialen in de GWW bij de aanbesteding van GWW-werken, doet de Europese
                        Bouwproductenverordening hier niets aan af. De Europese
                        bouwproductenverordening zegt niets over het betrekken van milieuprestatie
                        op bouwwerkniveau, zoals het gunningscriterium.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">4.2.</nr>
                    <titel>Waarborging vrij verkeer van goederen</titel>
                  </kop>
                  <al>Dit wetsvoorstel is zorgvuldig opgesteld met het oog op het waarborgen van
                        het vrije verkeer van goederen binnen de Europese Unie. De verplichtingen in
                        dit wetsvoorstel gelden als objectieve, niet-discriminerende voorwaarden die
                        gelden binnen het kader van aanbestedingsopdrachten. De voorgeschreven
                        milieuprestatie-eisen zijn toegankelijk voor alle marktdeelnemers, ongeacht
                        hun lidstaat van vestiging. Iedere onderneming, binnen of buiten Nederland,
                        die aan de gestelde eisen voldoet, kan onder gelijke voorwaarden inschrijven
                        op de aanbesteding. De verplichting is bovendien gericht op het behalen van
                        legitieme doelstellingen van algemeen belang, met name het bevorderen van
                        duurzaamheid en het reduceren van de milieubelasting in de bouwsector, in
                        overeenstemming met het Klimaatakkoord en Europese Green
                        Deal-doelstellingen.</al>
                  <al>Daarbij wordt bij amvb gewaarborgd dat de eisen op objectieve en
                        proportionele wijze worden vastgesteld, bijvoorbeeld door het gebruik van
                        Europees erkende bepalingsmethoden en normen, zoals de methode voor het
                        bepalen van de milieuprestatie van bouwwerken en GWW-werken, gebaseerd op
                        een levenscyclusanalyse (LCA). Er is aldus geen sprake van een vorm van
                        indirecte discriminatie of een onevenredige beperking van het vrije verkeer,
                        maar van een beleidsmaatregel die binnen het aanbestedingsrechtelijk kader
                        past en verenigbaar is met het Unierecht. De verplichtingen zorgen ervoor
                        dat marktpartijen met meer uniforme aanbestedingsvoorwaarden te maken
                        krijgen, in plaats van steeds met verschillende aanbestedingsvoorwaarden
                        geconfronteerd te worden.</al>
                  <al>Ter verdere waarborging dat het wetsvoorstel geen ongerechtvaardigde
                        belemmeringen voor het vrije verkeer binnen de interne markt oplevert en
                        niet in strijd komt met bestaande EU-regelgeving, zal het wetsvoorstel
                        technisch worden genotificeerd bij de Europese Commissie. Deze notificatie
                        biedt de Europese Commissie de gelegenheid om te controleren of de
                        voorgestelde wetgeving in overeenstemming is met de EU-richtlijnen en geen
                        belemmeringen oplevert voor het vrije verkeer van goederen, diensten,
                        kapitaal of personen. Het notificatieproces, zoals bedoeld in de Richtlijn
                        2015/1535/EU en de Richtlijn 2006/123/EG, stelt tevens andere lidstaten en
                        de Commissie in staat om opmerkingen te maken of bezwaar aan te tekenen
                        indien de voorgestelde wetgeving in strijd is met de Europese
                        regelgeving.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">4.3.</nr>
                    <titel>Verhouding Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)</titel>
                  </kop>
                  <al>Op basis van het model DPIA en de Pre-scan DPIA is geconcludeerd dat er
                        geen verwerking van persoonsgegevens voortvloeit uit dit wetsvoorstel. Het
                        wetsvoorstel zorgt voor een toevoeging op bestaande aanbestedingsprocedures
                        van infrastructurele werken. De focus hierbij ligt hierbij op het
                        inkoopproces van producten en werken en niet op de verwerking van
                        persoonlijke gegevens. De uitvoering van een Data Protection Impact
                        Assessment is, net als een toets van de Autoriteit Persoonsgegevens<noot id="n29" type="voet"><noot.nr>29</noot.nr><noot.al>Zoals voorgeschreven in Autoriteit Persoonsgegevens. (z.d.).
                              Voor de overheid: wetgevingstoetsing [Webpagina]. Beschikbaar via:
                                 <extref doc="http://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/themas/basis-avg/praktisch-avg/voor-de-overheid-wetgevingstoetsing" soort="URL" status="actief">www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/themas/basis-avg/praktisch-avg/voor-de-overheid-wetgevingstoetsing</extref></noot.al></noot>, in dit geval dan ook niet nodig. Het Model DPIA<noot id="n30" type="voet"><noot.nr>30</noot.nr><noot.al>Kenniscentrum Beleid en Regelgeving (KCBR). (2023, september).
                              Model DPIA Rijksdienst v3.0. Den Haag: KCBR. Te raadplegen via:
                                 <extref doc="http://www.kcbr.nl/sites/default/files/2023-09/Model%20DPIA%20Rijksdienst%20v3.0.pdf" soort="URL" status="actief">www.kcbr.nl/sites/default/files/2023-09/Model%20DPIA%20Rijksdienst%20v3.0.pdf</extref></noot.al></noot> is gebaseerd op de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG),
                        de Richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging en de mede daarop
                        gebaseerde nationale regelgeving, zoals de Uitvoeringswet Algemene
                        verordening gegevensbescherming (UAVG). In dit model zijn ook de
                        richtsnoeren van Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB)
                        meegenomen.</al>
                </divisie>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">5.</nr>
                  <titel>Verhouding tot nationale wetgeving</titel>
                </kop>
                <al>In de beleidsvoorbereiding is breed onderzoek uitgevoerd naar in welke wet- of
                     regelgeving de maatregelen uit dit wetsvoorstel het beste kan worden opgenomen.
                     Zie hiervoor hoofdstuk 3. In dit wetsvoorstel wordt aangesloten bij de
                     procedures en de definities uit de Aanbestedingswet 2012 zoals deze al door
                     aanbestedende diensten worden toegepast in de praktijk. In aanvulling op de
                     bepalingen uit titel 9.6 van Wet milieubeheer, waarin al een bepaling is
                     opgenomen waarmee aanbestedende diensten worden gestimuleerd om schone
                     voertuigen in te kopen, wordt met het wetsvoorstel gestuurd op het beperken van
                     de milieubelasting in de GWW.</al>
                <al>Voor de verhouding met andere regelgeving voor GWW-werken is het relevant om
                     te benoemen dat het Aanbestedingsrecht gaat over overheidsopdrachten en
                     daardoor ingrijpt op de contractvrijheid in het privaatrecht. Het wetsvoorstel
                     doet verder niet af aan publiekrechtelijke regelgeving die op GWW-werken van
                     toepassing is. Zo is voor de kwaliteitsborging in het bodembeheer (kwalibo)
                     regelgeving in het Besluit bodemkwaliteit opgenomen voor kwaliteits- en
                     integriteitseisen aan werkzaamheden in het bodembeheer. Ook zijn in het Besluit
                     bouwwerken leefomgeving bepalingen voor de milieuprestatie van bouwwerken
                     opgenomen. Deze regelgeving is op GWW-werken van toepassing voor zover er
                     sprake is van een bouwwerk. De verplichtingen die in deze regelgeving zijn
                     opgenomen zijn de randvoorwaarden waaraan bij de uitvoering van opdrachten moet
                     worden voldaan. Bij het opstellen van milieuprestatie-eisen en het formuleren
                     van milieuprestatie als nader criterium moeten deze verplichtingen in acht
                     worden genomen.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">6.</nr>
                  <titel>Gevolgen (m.u.v. financiële gevolgen)</titel>
                </kop>
                <al>Zoals eerder beschreven hebben verschillende bureaus onderzoek uitgevoerd naar
                     de maatregelen en diens effecten. Ook de sector (inclusief medeoverheden) is
                     intensief betrokken geweest bij deze onderzoeken, zowel in de beginfase van de
                     beleidsvorming als bij de validatie van de onderzoeksresultaten en de
                     uitwerking van dit wetsvoorstel. Met het breed toepassen van eisen vergroot dit
                     wetsvoorstel de markt(vraag) voor circulaire producten in de GWW. Met
                     eenduidige zorgt het wetsvoorstel voor een gelijk speelveld voor bedrijven. Ook
                     draagt het sturen op milieu-impact bij aan investeringszekerheid voor duurzame
                     innovaties bij het bedrijfsleven.<noot id="n31" type="voet"><noot.nr>31</noot.nr><noot.al>Bosch, S., Peeters, T., Dijcker, R., Hendriks, R., Hoppe, F., &amp;
                           Bakker, E. (2024). Beleidsadvies sturende MKI. Copper8, Witteveen+Bos
                           &amp; Flux Partners. Beschikbaar via: <extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/05/31/bijlage-3-beleidsadvies-sturende-mki" soort="URL" status="actief">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/05/31/bijlage-3-beleidsadvies-sturende-mki</extref></noot.al></noot></al>
                <al>Op het gebied van klimaat en grondstoffenverbruik worden aanzienlijke
                     positieve effecten voorzien. Onderzoek van CE Delft laat zien dat de GWW in
                     2019 voor 4 megaton CO<inf>2</inf>-eq zorgde, ongeveer 3 procent van de totale
                        CO<inf>2</inf>-eq.-uitstoot in Nederland.<noot id="n32" type="voet"><noot.nr>32</noot.nr><noot.al>Bosch, S., Peeters, T., Hendriks, R., Preso, S., Hoog Antink, E., &amp; Schweitzer, G. (2023). Inkopen met MKI in de GWW: Evaluatie van de Actie-agenda. Copper8, Witteveen+Bos &amp; Rijkswaterstaat. Beschikbaar via: <extref doc="https://open.rijkswaterstaat.nl/open-overheid/@269293/inkopen-mki-gww-evaluatie-actie-agenda/" soort="URL" status="actief">https://open.rijkswaterstaat.nl/open-overheid/@269293/inkopen-mki-gww-evaluatie-actie-agenda/</extref></noot.al></noot> Volgens CE Delft kunnen de verplichtingen leiden tot een vermindering
                     van 1 megaton broeikasgasemissies in 2030.<noot id="n33" type="voet"><noot.nr>33</noot.nr><noot.al>Vries, J., de, Laan, J. van der, I., Nieuwenhuijse (2025),
                           Factsheet | Versnellingsmaatregelen toepassing milieuprestatie-eisen GWW,
                           CE Delft</noot.al></noot> Hiervan is 600 kiloton toe te bedelen aan de verplichting van
                     milieuprestatie-eisen op materiaalniveau, en 400 kiloton aan het nader
                     criterium op milieuprestatie. Dit is exclusief de impact die behaald kan worden
                     bij GWW-werken van Rijkswaterstaat en ProRail. Worden ook de aanbestedingen van
                     deze partijen betrokken, leidt dat additioneel tot respectievelijk 65 kiloton
                     en 160 kiloton CO<inf>2</inf> reductie. In het algemeen geldt dat naarmate de
                     eisen strenger worden, dit leidt tot (extra) milieuwinst.<noot id="n34" type="voet"><noot.nr>34</noot.nr><noot.al>Vries, J., de, Laan, J. van der, I., Nieuwenhuijse (2025),
                           Factsheet | Versnellingsmaatregelen toepassing milieuprestatie-eisen GWW,
                           CE Delft</noot.al></noot> De verplichtingen in dit wetsvoorstel worden gezien als een van de
                     grootste potentiële klimaateffecten van de 55 maatregelen uit het NPCE, samen
                     met de levensduurverlenging van producten.<sup /><noot id="n35" type="voet"><noot.nr>35</noot.nr><noot.al>Hanemaaijer, A., Kishna, M. (projectleiding), Koch, J., Lucas, P.,
                           Rood, T., Schotten, K., &amp; Van Sluisveld, M. (2023). Integrale
                           Circulaire Economie Rapportage 2023 (PBL-publicatienummer 4882). Den
                           Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. Beschikbaar via: <extref doc="http://www.pbl.nl/publicaties/integrale-circulaire-economie-rapportage-2023" soort="URL" status="actief">www.pbl.nl/publicaties/integrale-circulaire-economie-rapportage-2023</extref></noot.al></noot> Met bovenstaande gegevens is voor beide verplichtingen de basis gelegd
                     voor een evalueerbare doelstelling. Deze wordt vastgesteld wanneer de hoogte
                     van de milieuprestatie-eisen en de minimum geraamde opdrachtwaarde bij of
                     krachtens amvb wordt vastgesteld. Het stellen van milieuprestatie-eisen aan de
                     meest impactvolle producten in de GWW draagt ook positief bij aan
                     leveringszekerheid van grondstoffen, doordat het gebruik van niet-schaarse
                     grondstoffen, de toepassing van secundaire en/of biotische grondstoffen en in
                     de toekomst goed te recyclen producten bijdragen aan een lagere
                        milieubelasting.<noot id="n36" type="voet"><noot.nr>36</noot.nr><noot.al>Warringa, G., Bachaus, A., Bergsma, G., Bouwman, P., Odenhoven, N.,
                           Ahsman, N., Peters Sengers, J. J., &amp; Heideveld, A. (2024, mei).
                           Effectbeoordeling Nationaal Programma Circulaire Economie. CE Delft.
                           Beschikbaar via: <extref doc="https://ce.nl/publicaties/effectbeoordeling-nationale-programma-circulaire-economie/" soort="URL" status="actief">https://ce.nl/publicaties/effectbeoordeling-nationale-programma-circulaire-economie/</extref></noot.al></noot> Het stellen van minimumeisen aan milieu-impact kan indirect leiden tot
                     meer hergebruik en een hoger aandeel recyclaat in GWW-werken, wat op hun beurt
                     primair grondstoffengebruik vermindert en een positief effect heeft op
                     leveringszekerheid van grondstoffen.<noot id="n37" type="voet"><noot.nr>37</noot.nr><noot.al>Idem</noot.al></noot></al>
                <al>De bindende landelijke maatregel leidt ook tot andere positieve
                     milieueffecten, zo blijkt uit onderzoek.<noot id="n38" type="voet"><noot.nr>38</noot.nr><noot.al>Bosch, S., Peeters, T., Hendriks, R., Preso, S., Hoog Antink, E.,
                           &amp; Schweitzer, G. (2023). Inkopen met MKI in de GWW: Evaluatie van de
                           Actie-agenda. Copper8, Witteveen+Bos &amp; Rijkswaterstaat. Beschikbaar
                           via: <extref doc="https://open.rijkswaterstaat.nl/open-overheid/%40269293/inkopen-mki-gww-evaluatie-actie-agenda/" soort="URL" status="actief">https://open.rijkswaterstaat.nl/open-overheid/@269293/inkopen-mki-gww-evaluatie-actie-agenda/</extref>
                           en Bosch, S., &amp; Peeters, T. (2024, 13 februari). Dwingende MKI in de
                           GWW: Effecten en varianten. Copper8. Beschikbaar via: <extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/02/13/bijlage-3-rapport-dwingende-mki-in-de-gww-effecten-en-varianten" soort="URL" status="actief">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/02/13/bijlage-3-rapport-dwingende-mki-in-de-gww-effecten-en-varianten</extref></noot.al></noot> Eisen die de milieubelasting van GWW-werken beperken kunnen bijdragen
                     aan het minimaliseren van schadelijke effecten op biodiversiteit,
                     bodemkwaliteit en (drink)waterkwaliteit, waaronder stikstof. Dit leidt ook tot
                     een betere en schonere leefomgeving voor de inwoners van Nederland.</al>
                <al>Eisen die de milieubelasting van GWW-werken beperken kunnen leiden tot het
                     toepassen van andere bouwmaterialen, zoals biobased producten. De Nationale
                     Aanpak Biobased Bouwen (NABB) is opgezet om ketens op te bouwen die zorgen voor
                     een volwassen markt van teelt, verwerking en toepassing van biobased materialen
                     en producten in de bouw.<noot id="n39" type="voet"><noot.nr>39</noot.nr><noot.al>Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (2023,
                           8 november). Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Den Haag: Rijksoverheid.
                           Te raadplegen via: <extref doc="http://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/11/08/nationale-aanpak-biobased-bouwen" soort="URL" status="actief">www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/11/08/nationale-aanpak-biobased-bouwen</extref></noot.al></noot></al>
                <al>Het is denkbaar dat de beoogde verplichtingen met onbedoelde, negatieve
                     neveneffecten gepaard gaan. In paragraaf 6.3 wordt hier verder op ingegaan. Het
                     gaat dan om milieueffecten in brede zin, inclusief effecten als
                     broeikasgasemissies, grondstoffengebruik en ruimtegebruik. Het verplicht
                     aanbesteden met eisen die de milieubelasting van GWW-werken beperken leidt
                     echter primair tot positieve maatschappelijke milieueffecten; te weten het
                     verlagen van de milieu-impact van GWW-werken.</al>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">6.1.</nr>
                    <titel>Afstemming met belangengroepen</titel>
                  </kop>
                  <al>Tijdens het schrijven van dit wetsvoorstel en preciseren van de
                        verplichtingen is actief gezocht naar afstemming en overleg met relevante
                        belangengroepen. Het doel is om de verschillende perspectieven en belangen
                        te begrijpen, zodat het wetsvoorstel goed aansluit bij de wensen en zorgen
                        van de betrokkenen. Voor de totstandkoming van dit voorstel is uitgebreid
                        overlegd met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het
                        Interprovinciaal overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW) – onder
                        andere via het proces van de Uitvoeringstoets Decentrale Overheden dat nader
                        toegelicht wordt in hoofdstuk 7.3 – marktpartijen, ingenieursbureaus en
                        diverse aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven. Ook zijn
                        gesprekken gevoerd met medewerkers van aanbestedende diensten en
                        speciale-sectorbedrijven van verschillende omvang en vanuit verschillende
                        gebieden en regio's. Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met producenten,
                        aannemers, afvalverwerkers en leveranciers. Ook is gesproken met
                        brancheverenigingen die toeleveranciers van bouwproducten vertegenwoordigen,
                        MKB infra en Bouwend Nederland en onafhankelijke organisaties binnen het
                        Nederlandse aanbestedings- en GWW-domein, zoals CROW en PIANOo. Verder is
                        contact geweest met organisaties als Natuur &amp; Milieu en het
                        Klimaatverbond. Hiermee is beoogd om binnen de aangekondigde
                        beleidsvoornemens te komen tot een in de praktijk zo goed werkbaar mogelijk
                        voorstel.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">6.2.</nr>
                    <titel>MKB-toets</titel>
                  </kop>
                  <al>Op 16 juni heeft er een panelgesprek in het kader van de MKB-toets
                        plaatsgevonden conform de hiervoor gestelde handreiking. De koepels MKB
                        infra en Bouwend Nederland hebben naast hun eigen inbreng twee individuele
                        MKB-ondernemers bereid gevonden om deel te nemen. In het panelgesprek
                        onderschreven de aanwezigen dat eenduidigheid en continuïteit van belang is.
                        Door milieuprestatie-eisen stapsgewijs te verscherpen, krijgt het MKB de
                        kans om mee te groeien. Het creëren van een gelijk speelveld is cruciaal
                        voor het MKB. Vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is
                        aangegeven om in dit kader rekening te houden met de proportionaliteit van
                        de maatregelen voor het MKB, onder andere door het stellen van een
                        drempelwaarde voor het nader criterium met betrekking tot de milieuprestatie
                        van GWW-werken.</al>
                  <al>Overige zaken die besproken zijn onder andere de eenduidigheid met
                        betrekking tot verschillende lopende initiatieven, samenhang met Europees
                        beleid en het belang van monitoring en evaluatie. Daarnaast is stilgestaan
                        bij het betrekking van het MKB in de uitwerking van de amvb. Het panel heeft
                        het op prijs gesteld dat dit panelgesprek is georganiseerd. Er is
                        afgesproken om bij de uitwerking van de amvb contact te houden om te spreken
                        over de maatregelen en wat deze betekenen voor het MKB.</al>
                  <al>Naast dit specifieke MKB panelgesprek waren er tijdens een
                        stakeholderbijeenkomst met marktpartijen op 13 maart 2025 diverse MKB
                        bedrijven aanwezig en is nadrukkelijk de aandacht gevraagd voor de
                        uitvoerbaarheid voor het MKB. Bij de verdere uitwerking van de regelgeving
                        zal gekeken worden naar het handelingsperspectief voor de mkb-bedrijven die
                        te maken gaan krijgen met de uitvoering van de voorgestelde
                        wijzigingen.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">6.3.</nr>
                    <titel>Gevolgen voor Caribisch Nederland</titel>
                  </kop>
                  <al>De in dit wetsvoorstel opgenomen verplichtingen zijn niet van toepassing op
                        Caribisch Nederland, te weten Bonaire, Sint Eustatius en Saba, noch op de
                        landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Deze gebieden hebben elk eigen
                        klimaat- en duurzaamheidsplannen en -programma’s die aansluiten bij hun
                        specifieke bestuurlijke en geografische situatie. Daarbij zijn de wet
                        Milieubeheer, de Aanbestedingswet 2012, het Klimaatakkoord en het Nationaal
                        Programma Circulaire Economie niet van toepassing op deze gebieden. Omdat de
                        uitvoering van klimaat- en circulaire infrastructuurmaatregelen in deze
                        landen en openbare lichamen anders is georganiseerd en in ontwikkeling, is
                        het niet passend om de verplichtingen uit dit wetsvoorstel één-op-één toe te
                        passen.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">6.4.</nr>
                    <titel>Milieueffectentoets</titel>
                  </kop>
                  <al-groep>
                    <al>Het verplicht aanbesteden met een (minimale) milieuprestatie-eis op
                           product- en projectniveau heeft primair tot doel positieve
                           maatschappelijke effecten te genereren.</al>
                    <al>Substantiële negatieve gevolgen zijn bij dit wetsvoorstel zodoende niet
                           aan de orde. Het verplicht aanbesteden met milieustatie-eisen leidt
                           primair tot positieve maatschappelijke milieueffecten; te weten het
                           verlagen van de milieu-impact van GWW-werken. Omdat milieuprestatie
                           effecten over de levenscyclus en in de keten inzichtelijk maakt, zijn
                           effecten elders en/of later in principe onderdeel van de berekening.
                           Daarom wordt er gestuurd op het verlagen van de milieuprestatie. De
                           eerder genoemde onderzoeken naar het effect van sturen op milieuprestatie
                           in de GWW onderschrijven dit.</al>
                  </al-groep>
                  <al-groep>
                    <al>Enkele voorbeelden van mogelijk negatieve milieueffecten van beperkte
                           omvang:</al>
                    <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                      <li>
                        <li.nr>•</li.nr>
                        <al>De mobiliteit voor het transport van duurzame en/of hergebruikte
                                 producten kan toenemen, wanneer deze van ver moeten komen. Over het
                                 algemeen zal dit naar verwachting niet substantieel zijn ten
                                 opzichte van de totale positieve milieueffecten van de maatregel,
                                 aangezien bij amvb zeer waarschijnlijk wordt aangesloten bij
                                 methoden die de effecten over de levenscyclusanalyse van een
                                 bouwproduct berekenen, zoals de Milieukostenindicator.</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>•</li.nr>
                        <al>Het gebruik van biotische producten, zoals biobased bindmiddelen
                                 in asfalt, kan leiden tot een toenemend gebruik van fysieke ruimte
                                 voor gewassen voor productie. Over de omvang van deze toename is
                                 vanwege de vele afhankelijkheden, keuzevrijheden en ander beleid
                                 ter stimulering van deze maatregel (zoals de Nationale Aanpak
                                 Biobased Bouwen<noot id="n40" type="voet"><noot.nr>40</noot.nr><noot.al>Ministerie van Binnenlandse Zaken en
                                       Koninkrijksrelaties. (2023, 8 november). Nationale Aanpak
                                       Biobased Bouwen. Den Haag: Rijksoverheid. Te raadplegen via:
                                          <extref doc="http://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/11/08/nationale-aanpak-biobased-bouwen" soort="URL" status="actief">www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/11/08/nationale-aanpak-biobased-bouwen</extref></noot.al></noot>) geen uitspraak te doen. Substantiële effecten zijn niet
                                 aannemelijk, het gebruik van landbouwgrond en ruimte die nu voor
                                 veeteelt worden gebruikt, is onderdeel van het beleid (NABB) en is
                                 dus niet ongewenst.</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>•</li.nr>
                        <al>Het productgebruik voor het opwekken van duurzame energie kan
                                 toenemen. Dit zal niet tot substantiële milieueffecten leiden,
                                 omdat de milieu-impact van het betreffende product of werk daarmee
                                 omlaag zou gaan en/of omdat dit niet kosteneffectief is.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </al-groep>
                  <al>Een toename van afvalstromen en emissies is niet aannemelijk, aangezien met
                        de milieuprestatie-verplichting juist gestreefd wordt naar een verlaging van
                        deze effecten. Als de berekening naar de milieuprestatie alle effecten over
                        de levenscyclus en in de keten betreft, zijn effecten elders en/of later in
                        principe onderdeel van de berekening.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">6.5.</nr>
                    <titel>Gevolgen voor ICT</titel>
                  </kop>
                  <al>Dit wetsvoorstel zal beperkte gevolgen hebben voor de ICT-infrastructuur en
                        -systemen die betrokken zijn bij de uitvoering ervan. De benodigde
                        aanpassingen en integraties kunnen binnen de bestaande ICT-structuren worden
                        gerealiseerd zonder dat aanzienlijke investeringen in nieuwe technologieën
                        of systemen vereist zijn. De impact op bestaande ICT-systemen wordt
                        voornamelijk beperkt tot noodzakelijke updates, aanschaf van een licentie
                        voor software waarvan de kosten proportioneel en niet substantieel zijn, of
                        kleine wijzigingen in de processen die verband houden met de administratieve
                        en operationele uitvoering van de wet, te weten:</al>
                  <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                    <li>
                      <li.nr>–</li.nr>
                      <al>De milieuprestatie van producten kunnen aannemers inzichtelijk maken
                              met bestaande instrumenten en het gebruik van een bestaande
                              milieudatabase.</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>–</li.nr>
                      <al>De gevolgen voor aanbestedende diensten zijn beperkt: ze moeten een
                              licentie voor de software of tools aanschaffen om milieuprestatie op
                              projectniveau te toetsen of berekeningen uitbesteden aan
                              adviesbureau.</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>–</li.nr>
                      <al>Voor het toezicht op de naleving van het contract van aannemers
                              inclusief milieuprestatie-eisen door de aanbestedende dienst is geen
                              licentie nodig; de aannemer dient de benodigde de gegevens aan te
                              leveren.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </divisie>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">7.</nr>
                  <titel>Uitvoering</titel>
                </kop>
                <al>Dit wetsvoorstel verplicht aanbestedende diensten en bij amvb aangewezen
                     speciale-sectorbedrijven dat milieuprestatie-eisen in bestaande aanbestedingen
                     van GWW-werken worden betrokken. Daarbij is het doel om eenduidigheid te bieden
                     in inkoop, zodat er duidelijkheid ontstaat voor marktpartijen om te investeren
                     in minder vervuilende producten en voor aanbestedende diensten de zekerheid
                     biedt dat de producten die zij inkopen bijdragen aan de door hen gestelde
                     doelstellingen op het gebied van klimaat en circulariteit. Dit hoofdstuk zet
                     uiteen welke aanbestedende diensten met de uitvoering van de artikelen 9.6.2 en
                     9.6.3 worden belast en op welke wijze daarover met hen afstemming is
                     geweest.</al>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">7.1.</nr>
                    <titel>Uitvoering door aanbestedende diensten en
                           speciale-sectorbedrijven</titel>
                  </kop>
                  <al>Dit wetsvoorstel draagt er aan bij dat de uitvoerbaarheid voor
                        aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven om milieuprestaties bij
                        hun aanbestedingen te betrekken effectief worden gerealiseerd. Om
                        uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel te borgen, zijn meer dan honderd
                        aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven betrokken. Zij hebben
                        onder andere tijdens stakeholderconsultaties input op het wetsvoorstel
                        geleverd, die ofwel verwerkt zijn in voorliggend wetsvoorstel ofwel
                        betrokken worden bij de algemene maatregel van bestuur. Ook is gedurende de
                        ontwikkeling van voorliggend wetsvoorstel in het kader van de
                        Uitvoeringstoets Decentrale Overheden (zie paragraaf 7.3.) meermaals input
                        opgehaald met koepelorganisaties VNG, IPO en UvW om de uitvoerbaarheid goed
                        mogelijk te laten verlopen.</al>
                  <al>Momenteel besteden aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven
                        GWW-werken aan. De uitvoerbaarheid van het aanbestedingsproces voor
                        GWW-werken hangt af van verschillende factoren:</al>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Complexiteit van projecten</titel>
                    </kop>
                    <al>GWW-projecten kunnen technisch complex zijn en omvatten een breed scala
                           aan werkzaamheden, zoals wegenbouw en waterbeheer. Er is bij
                           aanbestedingstrajecten specialistische kennis nodig om de technische
                           specificaties correct op te stellen, evenals om offertes op basis van die
                           specificaties te beoordelen. Dit vereist deskundigheid bij de
                           aanbestedende dienst, wat kan leiden tot een hogere werkdruk en de
                           behoefte aan specialistische ondersteuning. Bij de meeste aanbestedingen
                           van werken in de GWW huren aanbestedende diensten en
                           speciale-sectorbedrijven specialistische ondersteuning inhuur van
                           ingenieursbureaus. Dit wetsvoorstel zorgt ervoor dat milieuprestatie in
                           deze bestaande procedures wordt geïmplementeerd. Om dit effectief te
                           doen, moeten aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven bij de
                           maatregel die verplicht dat milieuprestatie meegenomen wordt in grote
                           aanbestedingsprojecten mogelijk hun aanbestedingsdocumenten aanpassen,
                           zodat ze ruimte bieden voor milieukundige overwegingen en de juiste
                           beoordelingsmethoden. De door dit wetsvoorstel verplichte milieuprestatie
                           bij de meest gebruikte producten in de GWW wordt geïntegreerd in
                           bestaande bestekken en contracten die aanbestedende diensten en
                           speciale-sectorbedrijven gebruiken bij hun aanbestedingen van
                           infrastructuur. Hier zijn geen uitvoeringsaspecten voorzien.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Gunning op basis van prijs en kwaliteit</titel>
                    </kop>
                    <al>Dit wetsvoorstel verplicht om bij GWW-werken boven een bij amvb
                           aangewezen minimum geraamde opdrachtwaarde de milieuprestatie te
                           betrekken bij de aanbesteding in de vorm van een nader criterium. Volgens
                           de Aanbestedingswet 2012 is het in principe verplicht om de beste
                           prijs-kwaliteitsverhouding (BPKV) als gunningscriterium te gebruiken,
                           tenzij er een goed gemotiveerde reden is om een ander criterium te
                           kiezen, zoals de laagste prijs. Op grond van de Aanbestedingswet 2012
                           wordt bij de aanbesteding van GWW-werken momenteel het meest gemaakt van
                           de BPKV als gunningscriterium.<noot id="n41" type="voet"><noot.nr>41</noot.nr><noot.al>Wittenveen+Bos heeft een data-analyse uitgevoerd op alle
                                 aanbestedingen die zijn gepubliceerd op TenderNed over een periode
                                 van 2016–2024. Op basis hiervan is geconcludeerd dat door
                                 aanbestedende diensten bij 83% gebruik wordt gemaakt van BPKV. Voor
                                 aanbestedingen boven de Europese drempelwaarde is dit zelfs
                                 95%.</noot.al></noot> Dit houdt in dat niet alleen de prijs van belang is, maar ook de
                           kwaliteit van het werk en de producten die daarin gebruikt worden. De
                           criteria op basis waarvan de kwaliteit wordt bepaald, mogen momenteel
                           door de aanbestedende dienst zelf worden bepaald. Met dit wetsvoorstel
                           wordt geregeld dat één van de nadere criteria de milieuprestatie moet
                           zijn. Bij of krachtens amvb wordt de beoordelingsmethode geregeld, zodat
                           in alle van aanbestedingen die binnen de wettelijke verplichting vallen
                           de milieuprestatie op eenzelfde wijze wordt bepaald en wordt meegenomen
                           in de gunning.</al>
                    <al>De huidige manier van aanbesteden vraagt van aanbestedende diensten en
                           speciale-sectorbedrijven om een zorgvuldige afweging van zowel de
                           financiële als de technische aspecten van het project. Aanbestedende
                           diensten en speciale-sectorbedrijven moeten in staat zijn om objectief en
                           transparant te beoordelen of de ingediende voorstellen voldoen aan de
                           gestelde eisen, waarbij ze de juiste balans vinden tussen prijs en
                           kwaliteit. Het berekenen van de milieuprestatie als nader criterium
                           vereist vaak specialistische kennis en data. De aanbestedende diensten en
                           speciale-sectorbedrijven zullen hun bestaande processen en systemen
                           moeten aanpassen om milieuprestaties op een juiste en transparante manier
                           te integreren. Dit zal mogelijk extra middelen en deskundigheid vergen,
                           maar het kan bijdragen aan duurzamere aanbestedingspraktijken en een
                           grotere focus op milieuverantwoordelijkheid in de publieke sector.
                           Efficiëntere en duurzamere bouwprojecten kunnen uiteindelijk leiden tot
                           lagere operationele kosten, minder energieverbruik en een lagere
                           milieu-impact, wat voordelen biedt voor de opdrachtgever en de
                           samenleving als geheel. De specialistische ondersteuning die vaak al
                           betrokken wordt bij grote projecten, kunnen ondersteunen indien de
                           aanbestedende dienst de kennis niet zelf in huis heeft. Ook biedt de
                           Rijksoverheid ondersteuning via het ondersteuningspunt zoals beschreven
                           in paragraaf 2.3 om de milieuprestatie als criterium in de beoordeling
                           van de kwaliteit van GWW-werken te betrekken.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Opleiding en deskundigheid</titel>
                    </kop>
                    <al>Aangezien het betrekken van milieuprestaties nieuwe kennis en
                           vaardigheden vereist, zullen aanbestedende diensten en
                           speciale-sectorbedrijven mogelijk behoefte hebben aan opleiding en
                           training van hun personeel. Dit geldt met name voor de medewerkers die
                           verantwoordelijk zijn voor het opstellen en beoordelen van
                           aanbestedingen, omdat zij de technische en juridische aspecten van
                           milieuprestaties goed moeten begrijpen. Het kan nodig zijn om deskundigen
                           in te schakelen of samen te werken met externe adviseurs om de
                           milieuprestaties correct te evalueren.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Beoordelingssystematiek en transparantie</titel>
                    </kop>
                    <al>Aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven moeten duidelijke
                           instructies en handreikingen hebben voor het wegen van het nader
                           criterium milieuprestatie ten opzichte van andere criteria. Dit vereist
                           zorgvuldige afwegingen en een transparante aanpak, zodat marktpartijen
                           begrijpen hoe hun aanbiedingen worden beoordeeld. Ook moeten
                           aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven ervoor zorgen dat de
                           beslissingen goed te onderbouwen zijn, zodat ze voldoen aan de vereisten
                           van transparantie en gelijkheid. Deze instructies en handreikingen,
                           evenals ondersteuning hierbij, wordt via het ondersteuningspunt geboden.
                           Het bij of krachtens amvb voorschrijven van een beoordelingsmethode voor
                           de milieuprestatie draagt bij aan uniformiteit en transparantie in de
                           sector. Ook de oprichting van één centraal ondersteuningspunt voor
                           aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven draagt hier aan
                           bij.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Handhaving en controle</titel>
                    </kop>
                    <al>Als milieuprestaties als nadere criteria worden gebruikt, kan dit leiden
                           tot een extra tijdsinvestering van aanbestedende diensten en
                           speciale-sectorbedrijven om dit te monitoren (meer informatie hierover is
                           te vinden in hoofdstuk 9). Hierbij wordt specifiek gedoeld op het
                           toezicht op de naleving van de gemaakte beloften door opdrachtnemers.
                           Aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven zullen moeten zorgen
                           voor een effectief mechanisme om te controleren of de beloofde
                           milieuprestaties daadwerkelijk worden nageleefd gedurende de uitvoering
                           van het contract. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat er nazorg, audits of
                           rapportages nodig zijn om de naleving van de milieucriteria te
                           waarborgen. Ondersteuning hierbij wordt via het ondersteuningspunt
                           geboden. De (meerjarige) financiering voor het ondersteuningspunt wordt
                           voorzien via de Meerjaren Activiteiten Begroting van het ministerie van
                           Infrastructuur en Waterstaat en heeft derhalve geen gevolgen voor de
                           Rijksbegroting.</al>
                    <al>De uitvoerbaarheid voor aanbestedende diensten en
                           speciale-sectorbedrijven om milieuprestaties bij hun aanbestedingen te
                           betrekken kan effectief worden gerealiseerd, maar het vereist wel extra
                           stappen en aandacht voor detail. Om bovenstaande uitvoeringsaspecten te
                           vergemakkelijken wordt bij amvb gekozen voor milieuprestatie-eisen die zo
                           min mogelijk expertise, middelen en capaciteit van aanbestedende diensten
                           en speciale-sectorbedrijven vergen. Daarbij zal nader ingegaan worden op
                           bovenstaande aspecten. In het aanbestedingsrecht wordt het onderscheid
                           gemaakt tussen aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven.
                           Speciale-sectorbedrijven vallen onder een ander regime in het
                           aanbestedingsrecht; zij hebben onder de aanbestedingswet meer procedurele
                           flexibiliteit. De voorgestelde bepalingen uit artikel 9.6.2 en 9.6.3
                           gelden onverminderd de bepalingen uit de Aanbestedingswet 2012. Op grond
                           van deze bepalingen worden milieuprestatie-eisen voor producten en werken
                           vastgesteld waar de aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijven een
                           aanbesteding voor in GWW-werken uitzetten, rekening mee moeten houden.
                           Deze bepalingen gelden als vooraf gegeven randvoorwaarden voor deze
                           aanbestedingen.</al>
                    <al>Dit wetsvoorstel ziet niet toe op alle speciale-sectoropdrachten, maar
                           op opdrachten voor activiteiten die in de artikelen 3.1 tot en met 3.6
                           van de Aanbestedingswet 2012 zijn genoemd en bij algemene maatregel van
                           bestuur zijn aangewezen.</al>
                  </divisie>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">7.2.</nr>
                    <titel>Uitvoerbaarheidstoets Decentrale overheden</titel>
                  </kop>
                  <al>In het kader van de voorgenomen wetswijziging is een uitvoerbaarheidstoets
                        uitgevoerd voor decentrale overheden. De Uitvoerbaarheidstoets Decentrale
                        Overheden (UDO) is een proces dat wordt ingezet om in gesprek te gaan met
                        decentrale overheden, zoals gemeenten, provincies en waterschappen, over de
                        uitvoerbaarheid van de wet op lokaal en regionaal niveau. Dit proces biedt
                        de gelegenheid om gezamenlijk te kijken naar de impact van de wet, eventuele
                        praktische knelpunten en de benodigde aanpassingen in werkprocessen binnen
                        deze overheden.</al>
                  <al>In dit kader zijn er gesprekken gevoerd met de Vereniging van Nederlandse
                        Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van
                        Waterschappen (UvW). Over het algemeen hebben deze organisaties positief
                        gereageerd op de voorgenomen wet en onderstreepten zij de noodzaak van een
                        transparanter, efficiënter en eenduidiger aanbestedingsproces waarbij de
                        milieuprestatie van GWW-werken wordt meegenomen. De regelgeving helpt
                        overheden om eenduidig aan te besteden en biedt overheden de zekerheid dat
                        zij minder vervuilende producten inkopen. De input van VNG, IPO en UvW heeft
                        bijgedragen aan het verder verfijnen van de regelgeving, waarbij de nadruk
                        lag op de haalbaarheid van de uitvoering binnen de bestaande structuren van
                        decentrale overheden. Op basis van deze gesprekken en het proces wordt extra
                        ondersteuning op specifiek ingebrachte onderwerpen geboden in het
                        ondersteuningspunt. Daarnaast wordt in de amvb specifiek aandacht besteed
                        aan het waarborgen van een goede en efficiënte uitvoering op lokaal en
                        regionaal niveau. Met VNG, IPO en UvW is afgesproken dat bij de uitwerking
                        van de amvb wederom een UDO-proces wordt doorlopen.</al>
                </divisie>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">8.</nr>
                  <titel>Toezicht en handhaving</titel>
                </kop>
                <al>Tot nu toe wordt de naleving van regels door aanbestedende diensten en
                     speciale-sectorbedrijven niet bestuursrechtelijk gereguleerd, en regelt ook dit
                     wetsvoorstel geen bestuursrechtelijk toezicht en handhaving op de artikelen uit
                     titel 9.6.</al>
                <al>Controle op de naleving van de artikelen 9.6.2 en 9.6.3 van dit wetsvoorstel
                     vindt plaats binnen het kader van privaatrechtelijke rechtsbescherming. Wanneer
                     een partij van mening is dat de aanbestedende dienst het aanbestedingsrecht op
                     enigerlei wijze schendt, zijn er verschillende mogelijkheden om hiertegen in
                     het geweer te komen als belanghebbende – zoals burgers, leveranciers en andere
                     marktpartijen, afhankelijk van de fase van de procedure. Zo is er de
                     mogelijkheid om vragen te stellen of zorgen kenbaar te maken tijdens de
                     vragenronde van de aanbesteding. Wanneer de antwoorden hierop niet toereikend
                     zijn, kan een partij een klacht indienen bij het klachtenloket van de
                     aanbestedende dienst. Wanneer de aanbestedende dienst en de ondernemer van
                     mening blijven verschillen over de klacht, kan de ondernemer nog terecht bij de
                     Commissie van Aanbestedingsexperts. Daarnaast is er altijd de mogelijkheid om
                     naar de burgerlijke rechter te gaan. Burgers en bedrijven kunnen een beroep
                     doen op artikel 162 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, wanneer de op de
                     artikelen 9.6.2 en 9.6.3 van de Wm gebaseerde regels niet worden nageleefd. Bij
                     aanbestedingen is het gebruikelijk dat de naleving van de toepasselijke regels
                     kan worden afgedwongen door middel van een kort geding bij de civiele
                     rechter.</al>
                <al>Daarnaast kan de Commissie van aanbestedingsexperts dienen als een
                     laagdrempelig en specialistisch orgaan waar partijen een klacht kunnen
                     voorleggen over het handelen of nalaten van een aanbestedende dienst voor zover
                     dat handelen of nalaten binnen de werkingssfeer van de Aanbestedingswet 2012
                     valt. De Commissie van aanbestedingsexperts bestaat uit onafhankelijke experts
                     met diepgaande kennis van het aanbestedingsrecht en de praktijk, waardoor zij
                     in staat zijn om objectieve en deskundige beoordelingen te maken van de
                     ingediende klachten. Het inzetten van deze commissie zorgt voor een snelle en
                     efficiënte afhandeling van geschillen zonder dat partijen direct naar de
                     rechter hoeven te stappen. Dit draagt bij aan een snelle en kostenefficiënte
                     oplossing van problemen, waardoor het vertrouwen in het aanbestedingsproces
                     wordt vergroot. Het gebruik van de Commissie van aanbestedingsexperts kan
                     daarmee bijdragen aan een cultuur van transparantie en verantwoordelijkheid
                     binnen aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven.</al>
                <al>Tot slot vindt ook buiten het kader van rechtsbescherming toezicht op de
                     naleving van de aanbestedingsregels plaats. Bestuurders die verantwoordelijk
                     zijn voor aanbestedingen kunnen daar op aangesproken worden. Daarnaast zijn
                     aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven onderworpen aan de
                     jaarlijkse accountantscontrole. Aansluiting op de Aanbestedingswet 2012 biedt
                     een laagdrempelige, bekende en toegankelijke manier voor belanghebbenden om in
                     te grijpen wanneer aanbestedende diensten of speciale-sectorbedrijven zich niet
                     houden aan de regels.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">9.</nr>
                  <titel>Financiële gevolgen</titel>
                </kop>
                <al>Bij de ontwikkeling van dit wetsvoorstel is aandacht besteed aan de financiële
                     gevolgen van de voorgenomen regelgeving, zowel voor de betrokken burgers en
                     bedrijven als voor de bestuurlijke lasten. Om de kwantitatieve
                     regeldrukeffecten voor de verschillende stakeholders goed in kaart te brengen,
                     heeft SIRA Consulting B.V. onderzoek verricht naar de impact van de wet.<noot id="n42" type="voet"><noot.nr>42</noot.nr><noot.al>Poll, van der, P., Mook, J. (2025). Onderzoek Financiële Effecten
                           Milieuprestatie-eisen in aanbestedingen van GWW-werken. SIRA Consulting
                           B.V. Beschikbaar via <extref doc="https://www.internetconsultatie.nl/milieuprestatie_gww/b1" soort="URL" status="actief">https://www.internetconsultatie.nl/milieuprestatie_gww/b1</extref></noot.al></noot> Dit onderzoek richt zich enerzijds op de administratieve lasten en
                     regeldruk voor burgers en bedrijven, en anderzijds op de bestuurlijke lasten
                     die op aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven rusten. Voor het
                     berekenen van de regeldrukeffecten gebruikt SIRA de Rijksbreed gehanteerde
                        methodiek<noot id="n43" type="voet"><noot.nr>43</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.kcbr.nl/sites/default/files/2023-12/Handboek%20Meting%20Regeldrukkosten%202023%20-%20DEF%20-%204-12-2023%20toegankelijk.pdf" soort="URL" status="actief">https://www.kcbr.nl/sites/default/files/2023-12/Handboek%20Meting%20Regeldrukkosten%202023%20-%20DEF%20-%204-12-2023%20toegankelijk.pdf</extref></noot.al></noot> voor het kwantificeren van regeldruk.</al>
                <al>In dit hoofdstuk wordt voor zover mogelijk ingegaan op de resultaten van het
                     regeldrukonderzoek voor de voorgenomen wijzigingen in de Wet milieubeheer. Het
                     is hierbij belangrijk te vermelden dat deze resultaten in beeld zijn gebracht
                     door een aantal aannames te doen over keuzes die bij amvb of ministeriële
                     regeling gemaakt zullen worden. Op de regeldrukeffecten van de voorgenomen amvb
                     zal worden ingegaan in het conceptbesluit, omdat daarin immers nog verdere
                     uitwerking plaatsvindt die de regeldrukeffecten bepaalt. De in dit wetsvoorstel
                     opgenomen verplichtingen brengen geen financiële consequenties met zich mee
                     voor de rijksbegroting. De uitvoering van het ondersteuningspunt kan
                     plaatsvinden binnen de bestaande budgettaire kaders.</al>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">9.1.</nr>
                    <titel>Gevolgen voor burgers en bedrijven</titel>
                  </kop>
                  <al>De kwantitatieve regeldrukeffecten burgers en bedrijven van het
                        voorliggende wijzigingsvoorstel zijn in kaart gebracht door SIRA Consulting
                        B.V. Het onderzoek naar de regeldruk betreft de wijzigingen in de wet
                        Milieubeheer, waarbij met de aanname is gewerkt dat bij amvb gestuurd wordt
                        met de Milieukostenindocator (MKI) als milieuprestatie-eis. Het onderzoek
                        laat zien dat de bedrijven en overheden over het algemeen positief zijn over
                        de voorgestelde wijzigingen, omdat de regelgeving aansluit op de praktijk en
                        door eenduidigheid te bieden meer perspectief biedt voor zowel bedrijven als
                        overheden. Bij de uitwerking van de amvb worden de effecten opnieuw door
                        SIRA in kaart gebracht.</al>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Eenmalige regeldrukeffecten: milieuprestatie-eisen in de vorm van
                              de MKI</titel>
                    </kop>
                    <al>De lasten van het hanteren MKI-prestatie-eisen op productniveau zitten
                           met name in het aantoonbaar maken van de prestaties. Voor veel beton- en
                           asfaltproducten geldt dat varianten beschikbaar zijn met een lagere
                           MKI-score. Vaak zijn ook de onderliggende data die benodigd zijn voor het
                           verrichten van een LCA, en daaropvolgend de MKI-berekening, via de
                           leverancier beschikbaar. Er zijn geen expliciete kosten meegenomen voor
                           kennisname omdat bedrijven die meedingen in deze aanbestedingen ook nu
                           soms al te maken hebben met MKI-eisen waardoor de werkwijze bekend
                           is.</al>
                    <al>Bedrijven die meedingen in aanbestedingen voor GWW-werken van de
                           overheid ondervinden eenmalige lasten voor het verzamelen van de
                           bewijslast voor de asfalt- en betonproducten waarvoor de
                           MKI-prestatie-eisen gaan gelden. Gemiddeld wordt door SIRA ingeschat – op
                           basis van interviews met partijen uit de sector – dat het berekenen van
                           de MKI-score voor één enkel product circa €  400 kost (P). Deze kosten
                           kunnen bestaan uit tijdbesteding van intern personeel om de berekening te
                           verrichten, of out-of-pocket kosten als voor het verrichten van de
                           berekening een extern bureau wordt ingeschakeld. In de meeste gevallen
                           verrichten leveranciers de berekening zelf, en brengen zij de kosten in
                           rekening. De verwachting is dat de bulk van deze kosten per product zich
                           zullen voordoen de eerste keer dat dit product wordt gebruikt. Wanneer de
                           samenstelling van het product onveranderd is als het opnieuw gebruikt
                           wordt, hoeft geen nieuwe berekening verricht te worden. Wanneer de
                           samenstelling wel veranderd is, betreft dit in de meeste gevallen een
                           beperkte wijziging waarbij enkel bepaalde parameters gewijzigd hoeven te
                           worden. Deze extra handeling resulteert niet in significante
                           regeldrukkosten.</al>
                    <al>Op basis van het bovenstaande blijken de kosten voor het hanteren van
                           MKI-prestatie-eisen samen te hangen met het aantal asfalt- en
                           betonproducten waarvoor uiteindelijk in een onderliggende regeling
                           MKI-waardes voor worden opgenomen. Immers: als voor een product eenmaal
                           de bewijslast is opgesteld dan kan deze ook voor latere offertes worden
                           gebruikt. Voor hoeveel producten dit uiteindelijk moet, is afhankelijk
                           van hoeveel producten uiteindelijk in de regeling worden opgenomen. Dit
                           nu nog niet bekend. Op basis van informatie van het Betonakkoord en
                           Moederbestek.nl heeft SIRA een inschatting gemaakt. Omdat niet bekend is
                           hoeveel asfalt- en betonproducten uiteindelijk in de regeling terecht
                           komen, hanteert SIRA een ruime bandbreedte van minimaal 50 tot maximaal
                           200 producten (Q).</al>
                    <table colsep="1" frame="all" pgwide="1" rowsep="1" tabstyle="zebra1">
                      <title>Eenmalige regeldrukkosten</title>
                      <tgroup align="left" char="" charoff="50" cols="4" tgroupstyle="zebra1">
                        <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="134*" />
                        <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="134*" />
                        <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="134*" />
                        <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="134*" />
                        <thead valign="bottom">
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                              <al>MKI-prestatie-eisen</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Scenario</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Kosten per product (P)</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Aantal producten (Q)</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Totale kosten (P*Q)</al>
                            </entry>
                          </row>
                        </thead>
                        <tbody valign="top">
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Minimaal</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 400</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>50</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">€ 20.000</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Maximaal</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 400</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>200</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">€ 80.000</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                          </row>
                        </tbody>
                      </tgroup>
                    </table>
                    <al>Structureel hebben bedrijven geen kosten voor de aanbestedingen waarin
                           de milieuprestatie-eisen worden meegenomen. Zij hoeven immers enkel het
                           bewijs zoals hierboven beschreven te overhandigen om aan de eisen van de
                           aanbestedende dienst te voldoen. Uit de interviews die zijn afgenomen
                           door SIRA blijkt verder dat de MKI-prestatie-eisen op peloton-niveau niet
                           tot aanzienlijke meerkosten van het materiaal zullen leiden. Het
                           overgrote merendeel van de leveranciers voldoet al aan deze eisen in de
                           huidige situatie. Het is aannemelijk dat partijen die hier niet aan
                           kunnen voldoen zullen afhaken bij dit type aanbestedingen. Voor het nader
                           criterium geldt dit eveneens, maar speelt ook mee de materiaalkosten in
                           sterke mate afhankelijk zijn van de invulling van de verplichting door de
                           opdrachtgever. Hierdoor zijn de meerkosten vrijwel niet te
                           kwantificeren.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Structurele regeldrukkosten: verplicht MKI als nader criterium
                              voor grote projecten</titel>
                    </kop>
                    <al>Structureel hebben bedrijven met name kosten voor de aanbestedingen waar
                           de MKI-verplichting als nader criterium moet worden meegenomen. Dit vergt
                           voor elke aanbesteding een specifieke berekening en uitwerking die
                           aanvullende kosten met zich meebrengt. De proceskosten voor het meenemen
                           van MKI als nader criterium zijn onder te verdelen in de gemaakte kosten
                           vóór en na de aanbestedingsbeslissing door de publieke
                           opdrachtgever.</al>
                    <al>De kosten voordat een GWW-werk gegund is aan een opdrachtnemer, zijn de
                           kosten van de inschrijving op de aanbesteding zelf (hierna:
                           inschrijvingskosten). Gemiddeld wordt geschat dat deze kosten 35% van de
                           totale proceskosten van MKI-gunningscriteria voor bedrijven
                           vertegenwoordigen. De inschrijvingskosten bestaan enerzijds uit het
                           verrichten (of laten verrichten) van LCA-berekeningen om vervolgens te
                           komen tot MKI-scores voor de gebruikte materialen, en anderzijds worden
                           kosten gemaakt ten gevolge van de tijdbesteding die vereist is om de
                           klantvraag, de wensen en voorwaarden van de opdrachtgever, te
                           specificeren. Hoewel een enkele respondent aangaf voor het verrichten van
                           de LCA-berekening gebruik te maken van de diensten van externe
                           duurzaamheidsadviseurs, heeft SIRA voor de berekening van de
                           regeldrukkosten de aanname gedaan dat deze bestaan uit de tijdbesteding
                           van interne medewerkers. De geschatte out-of-pocket kosten voor de inhuur
                           van deze externe medewerkers zijn omgerekend naar ‘interne’ uren met
                           behulp standaard gehanteerde uurtarieven conform de Rijksbreed
                           gehanteerde methodiek.<noot id="n44" type="voet"><noot.nr>44</noot.nr><noot.al>Zie: <extref doc="https://www.kcbr.nl/sites/default/files/2023-12/Handboek%20Meting%20Regeldrukkosten%202023%20-%20DEF%20-%204-12-2023%20toegankelijk.pdf" soort="URL" status="actief">https://www.kcbr.nl/sites/default/files/2023-12/Handboek%20Meting%20Regeldrukkosten%202023%20-%20DEF%20-%204-12-2023%20toegankelijk.pdf</extref></noot.al></noot> In werkelijkheid is de verwachting echter dat een aanzienlijk
                           deel van de (met name kleinere) opdrachtgevers initieel gebruik zal maken
                           van externe adviesbureaus.</al>
                    <al>De kosten voor bedrijven nadat de uitvoering van een GWW-werk aan hen
                           gegund is door publieke opdrachtgevers, ontstaat gedurende de volledige
                           doorlooptijd van het project (hierna: doorloopkosten). Deze
                           doorloopkosten bestaan primair uit de ‘as-built controle’, waarbij de
                           opdrachtnemer aantoont dat de toegezegde MKI daadwerkelijk in de praktijk
                           behaald is middels een MKI-berekening op basis van de werkelijk
                           toegepaste hoeveelheden, en onderbouwd met bewijsstukken. Hoewel de
                           doorloopkosten van de MKI als nader criterium kunnen fluctueren met de
                           doorlooptijd van een project, schatten respondenten deze kosten op
                           gemiddeld 65% van de totale proceskosten.</al>
                    <al-groep>
                      <al>Hoewel bedrijven tot vergelijkbare kwalitatieve inschattingen komen
                              van de uitvoerbaarheid en de effectiviteit van het
                              MKI-gunningscriterium, lopen hun kwantitatieve schattingen van de
                              regeldrukkosten sterk uiteen. Geheel verbazend is dit niet, gegeven de
                              diversiteit aan infrastructurele projecten binnen de GWW, en het feit
                              dat bepaalde opdrachtnemers zich specialiseren binnen bepaalde niches
                              van de sector die in potentie weinig overlap kennen met elkaar.
                              Gelijktijdig kan ook de ervaring van opdrachtnemers met het werken met
                              MKI als nader criterium een rol spelen, waarbij bedrijven naarmate zij
                              meer ervaring en kennis opdoen de meerkosten zien dalen. Op basis van
                              de interviews kan deze laatste verklaring echter niet eenduidig
                              gestaafd worden. Om de variatie te reflecteren tussen opdrachtnemers
                              op het gebied van hun inschatting van de proceskosten van de MKI als
                              nader criterium, zijn de regeldrukkosten door SIRA berekend met behulp
                              van drie scenario’s: een scenario gebaseerd op de minimale kosten die
                              bedrijven verwachten te moeten maken, een scenario gebaseerd op de
                              maximale kosten, en een gemiddeld scenario. De kosten bestaan uit de
                              verwachte tijdbesteding voor elk scenario, vermenigvuldigd met het
                              standaard uurtarief van een hoogopgeleide medewerker (€ 54,–). De
                              geschatte tijdbestedingen<noot id="n45" type="voet"><noot.nr>45</noot.nr><noot.al>Tijdbestedingen worden door de interviewrespondenten
                                    geregeld uitgedrukt in Fte’s in plaats van individuele werkzame
                                    uren. Omdat het aantal werkzame uren van een voltijds
                                    dienstverband significant kan verschillen tussen werkgevers, en
                                    tussen CAO’s, wordt gerekend met een standaardaantal uren. Door
                                    SIRA is gekozen om het aantal van 1.720 werkzame uren op
                                    jaarbasis te hanteren. Dit aantal berust op een schatting van
                                    het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.</noot.al></noot> voor een groot project zijn als volgt voor de drie
                              scenario’s:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>–</li.nr>
                          <al>Minimaal: 29,2 uur (aanbestedingsfase) + 54,2 uur
                                    (doorloopfase) = 83,4 uur</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>–</li.nr>
                          <al>Gemiddeld: 43,5 uur (aanbestedingsfase) + 80,7 uur
                                    (doorloopfase) = 124,3 uur</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>–</li.nr>
                          <al>Maximaal: 57,7 (aanbestedingsfase) + 107,2 (doorloopfase) =
                                    164,9 uur</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </al-groep>
                    <al-groep>
                      <al>Omgerekend komt dit dus neer op de volgende regeldrukkosten per
                              project:</al>
                      <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                        <li>
                          <li.nr>–</li.nr>
                          <al>Minimaal: €  1.577 (inschrijvingskosten) + € 2.927
                                    (doorloopkosten)</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>–</li.nr>
                          <al>Gemiddeld: €  2.349 (inschrijvingskosten) + € 4.358
                                    (doorloopkosten)</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>–</li.nr>
                          <al>Maximaal: €  3.116 (inschrijvingskosten) + € 5.789
                                    (doorloopkosten)</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </al-groep>
                    <al>Van de kosten in de aanbestedingsfase, de inschrijvingskosten, moeten de
                           kosten voor het verrichten van de LCA- en MKI-berekeningen op
                           productniveau (à € 1.200,–) worden afgetrokken. Deze regeldrukkosten
                           dienen immers al gemaakt te worden als gevolg van de
                           milieuprestatie-eisen in de vorm van de MKI.</al>
                    <al>In onderstaande tabel zijn de regeldrukkosten van de MKI als nader
                           criterium voor bedrijven per project minus inschrijvingskosten (P), en in
                           totaal (P*Q) berekend en overzichtelijk weergegeven voor alle drie de
                           scenario’s. Het aantal projecten (Q) is geschat op basis van een analyse
                           van aanbestedingen van GWW-werken die worden aanbesteed vanaf de Europese
                              aanbestedingsgrens<noot id="n46" type="voet"><noot.nr>46</noot.nr><noot.al>De verplichtingen omtrent het MKI-gunningscriterium is van
                                 toepassing bij de aanbesteding van GWW-werken vanaf een minimum
                                 geraamde opdrachtwaarde. Naar de afbakening van deze categorie
                                 wordt door het ministerie van IenW onderzoek gedaan. Een mogelijke
                                 optie die hierbij bekeken wordt is de Europese aanbestedingsgrens
                                 voor werken, deze bedraagt € 5.538.000 in 2024–2025. In het SIRA
                                 onderzoek is uitgegaan van deze aanbestedingsgrens voor grote
                                 projecten.</noot.al></noot> en gepubliceerd zijn op TenderNed over de periode 1 januari 2016
                           tot en met 31 juni 2024. Van deze 240 projecten stelt SIRA dat bij 85%,
                           of 204 projecten, sprake is van regeldrukkosten door deze verplichting.
                           In de andere gevallen worden in de huidige situatie al gunningscriteria
                           gehanteerd en leidt deze nieuwe verplichting niet tot extra kosten.</al>
                    <table colsep="1" frame="all" pgwide="1" rowsep="1" tabstyle="zebra1">
                      <title>Structurele regeldrukkosten</title>
                      <tgroup align="left" char="" charoff="50" cols="5" tgroupstyle="zebra1">
                        <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="104*" />
                        <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="117*" />
                        <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="104*" />
                        <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="104*" />
                        <colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="104*" />
                        <thead valign="bottom">
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" nameend="col5" namest="col2" rotate="0" valign="top">
                              <al>MKI-gunningscriteria</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Scenario</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Type kosten</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Kosten per project (P)</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Aantal projecten (Q)</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Totale kosten (P*Q)</al>
                            </entry>
                          </row>
                        </thead>
                        <tbody valign="top">
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Minimaal</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Inschrijvingskosten</al>
                              <al>(- € 1.200)</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 377</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>204</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 76.908</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Doorloopkosten</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 2.927</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>204</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 597.108</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">Totaal</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 3.304</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>204</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">€ 674.016</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Gemiddeld</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Inschrijvingskosten</al>
                              <al>(- € 1.200)</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 1.149</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>204</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 234.396</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Doorloopkosten</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 4.358</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>204</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 889.032</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">Totaal</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 5.507</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>204</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">€ 1.123.428</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Maximaal</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Inschrijvingskosten</al>
                              <al>(- € 1.200)</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 1.916</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>204</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 390.864</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Doorloopkosten</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 5.789</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>204</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 1.180.956</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">Totaal</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 7.705</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>204</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">€ 1.571.820</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                          </row>
                        </tbody>
                      </tgroup>
                    </table>
                    <al>Het nader criterium op milieuprestatie leidt bij een gemiddeld GWW-werk
                           tot een toename van de regeldrukkosten van 5.500 euro per jaar. Dit gaat
                           bij een gemiddeld project van € 11.3 miljoen<noot id="n47" type="voet"><noot.nr>47</noot.nr><noot.al>Ten opzichte van de totale GWW-marktwaarde vertegenwoordigen
                                 ‘Europese’ aanbestedingen 30%, of € 2.722.500.000 van alle publieke
                                 aanbestedingen. Het gemiddelde aantal projecten per jaar boven deze
                                 aanbestedingsgrens is 240. De gemiddelde projectwaarde van
                                 projecten boven de Europese aanbestedingsgrens ligt hiermee op
                                 € 11.343.750.</noot.al></noot> om 0,01% van de totale projectwaarde.</al>
                  </divisie>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">9.2.</nr>
                    <titel>Bestuurlijke lasten</titel>
                  </kop>
                  <al>Het opnemen van MKI-prestatie-eisen op productniveau voor beton en asfalt
                        resulteert in eenmalige en structurele kosten voor opdrachtgevers. Zij
                        moeten immers eenmalig de prestatie-eisen verankeren in het
                        aanbestedingsbeleid. Per project zullen daarnaast kosten gemaakt moeten
                        worden in de projectvoorbereiding, waarin de MKI-scope vastgesteld wordt, en
                        de MKI-eisen ingevoegd worden in de contractstukken. Ook worden structurele
                        kosten verwacht voor de controle op de naleving.</al>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Eenmalige regeldrukeffecten: milieuprestatie-eisen in de vorm van
                              de MKI</titel>
                    </kop>
                    <al>De kosten voor het opnemen van MKI prestatie-eisen op productniveau
                           hangen samen met de grootte van de organisatie van de opdrachtgever.
                           Ondanks de variatie in grootte tussen opdrachtgevers kan een
                           referentieberekening gemaakt worden voor een middelgrote opdrachtgever
                           (projectomzet van circa € 50 miljoen). De eenmalige tijdbesteding om alle
                           MKI prestatie-eisen eenmalig in te regelen in de processen en deze vast
                           te leggen in het beleid schatten de respondenten op een ruime werkweek
                           (44 uur) van 1 medewerker. Uitgaande van een standaard intern uurtarief
                           van een schaal 10 medewerker (€ 75)<noot id="n48" type="voet"><noot.nr>48</noot.nr><noot.al>Voor medewerkers van overheidsorganisaties worden standaard
                                 interne uurtarieven (incl. btw) aangehouden, gebaseerd op de
                                 salaristabel uit de CAO Gemeenten 2024–2025. Deze is beschikbaar
                                 via <extref doc="https://www.caogemeenten.nl/cao-gemeenten/salaris-salaristoeslagen-en-vergoedingen" soort="URL" status="actief">https://www.caogemeenten.nl/cao-gemeenten/salaris-salaristoeslagen-en-vergoedingen</extref></noot.al></noot> zijn de bijbehorende kosten van deze tijdbesteding € 3.300.</al>
                    <al>De tijdbesteding voor het inregelen van de MKI-prestatie-eisen zal
                           echter significant lager zijn voor opdrachtgevers die reeds gebruik maken
                           van de MKI bij aanbestedingen, zo’n 24% van het totale aantal
                           opdrachtgevers. Onderstaande tabel toont daarom de totale eenmalige
                           bestuurlijke lasten voor die organisaties die nog niet met de MKI
                           werken.</al>
                    <table colsep="1" frame="all" pgwide="1" rowsep="1" tabstyle="zebra1">
                      <title>Eenmalige bestuurlijke lasten</title>
                      <tgroup align="left" char="" charoff="50" cols="5" tgroupstyle="zebra1">
                        <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="107*" />
                        <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="107*" />
                        <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="107*" />
                        <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="107*" />
                        <colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="107*" />
                        <thead valign="bottom">
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col5" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                              <al>MKI-prestatie-eisen</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Tijdbesteding per organisatie (in uren)</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Uurtarief (€)</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Kosten per organisatie (P)</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Aantal organisaties (Q)</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Totale kosten (P*Q)</al>
                            </entry>
                          </row>
                        </thead>
                        <tbody valign="top">
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>44</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 75,00</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€3.300</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>286</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">€ 943.800</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                          </row>
                        </tbody>
                      </tgroup>
                    </table>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Structurele regeldrukkosten: milieuprestatie-eisen in de vorm van
                              de MKI</titel>
                    </kop>
                    <al>Behalve eenmalige kosten, verwachten opdrachtgevers structurele
                           bestuurlijke lasten als een gevolg van de werkzaamheden op projectbasis,
                           waaronder het vaststellen van de MKI-scope, het invoegen van de MKI-eisen
                           in de contractstukken, en de controle van de naleving van de gemaakte
                           afspraken tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Deze tijdbesteding hangt
                           naar verwachting sterk samen met de grootte van het project. Voor de
                           berekening van de gemiddelde bestuurlijke lasten per project is SIRA
                           uitgegaan van een standaard projectgrootte van € 3.6 miljoen. Wanneer de
                           schattingen van respondenten worden gecorrigeerd voor deze projectgrootte
                           is de verwachting dat de structurele tijdbesteding per project neerkomt
                           op circa 3,5 uur. Wederom uitgaande van een standaard uurtarief van een
                           schaal 10 medewerker komen de kosten per project neer op € 262,50. Dit
                           staat gelijk aan minder dan 0,01% van de totale gemiddelde
                           projectwaarde.</al>
                    <al>Het totale aantal projecten is berekend door de totale waarde van alle
                           publiek aanbesteedde GWW-werken te delen door de gemiddelde
                           projectwaarde. Hieruit volgt dat alle aanbestedende diensten en
                           speciale-sectorbedrijven jaarlijks samen 2.504 projecten aanbesteden. Bij
                           een gedeelte van deze projecten wordt op dit moment de MKI al toegepast.
                           Gemeten in omzet komt dit aandeel neer op circa 30% van de GWW-werken.
                           Onbekend is echter hoe vaak in deze gevallen MKI-prestatie-eisen worden
                           opgelegd, en in hoeveel gevallen een MKI-gunningscriterium. Op basis van
                           de interviews is SIRA uitgegaan van 50/50 verdeling. De verplichting tot
                           het opnemen van MKI prestatie-eisen bij de aanbesteding van alle
                           GWW-werken resulteert daarom in additionele bestuurlijke lasten bij 85%
                           van de projecten. Dit komt neer op 2.128 projecten per jaar. Onderstaande
                           tabel toont daarom de totale structurele bestuurlijke lasten voor die
                           projecten waarbij tot op heden nog niet met MKI prestatie-eisen gewerkt
                           werd.</al>
                    <table colsep="1" frame="all" pgwide="1" rowsep="1" tabstyle="zebra1">
                      <title>Structurele bestuurlijke lasten</title>
                      <tgroup align="left" char="" charoff="50" cols="5" tgroupstyle="zebra1">
                        <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="107*" />
                        <colspec align="right" colname="col2" colnum="2" colwidth="107*" />
                        <colspec align="right" colname="col3" colnum="3" colwidth="107*" />
                        <colspec align="right" colname="col4" colnum="4" colwidth="107*" />
                        <colspec align="right" colname="col5" colnum="5" colwidth="107*" />
                        <thead valign="bottom">
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col5" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                              <al>MKI-prestatie-eisen</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Tijdbesteding per organisatie (in uren)</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Uurtarief (€)</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Kosten per organisatie (P)</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Aantal projecten (Q)</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Totale kosten (P*Q)</al>
                            </entry>
                          </row>
                        </thead>
                        <tbody valign="top">
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>3,5</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 75,00</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 263</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>2.128</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">€ 559.664</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                          </row>
                        </tbody>
                      </tgroup>
                    </table>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Structurele regeldrukkosten: verplicht MKI als nader criterium
                              voor grote projecten</titel>
                    </kop>
                    <al>Het opnemen van de MKI als nader criterium voor de publieke aanbesteding
                           van GWW-werken resulteert in structurele bestuurlijke lasten voor
                           opdrachtgevers. Deze kosten volgen primair uit de werkzaamheden die
                           verricht moeten worden om een referentieberekening te maken voorafgaand
                           aan het aanbestedingstraject. Respondenten hebben aangegeven dat zij voor
                           deze berekening niet zelden gebruik maken van ondersteunende
                           dienstverlening van externe duurzaamheidsadviseurs. Andere
                           opdrachtgevers, voornamelijk wanneer zij veel ervaring hebben met
                           MKI-gunningscriteria, beschikken over genoeg interne medewerkers die deze
                           berekeningen kunnen verrichten. De bestuurlijke lasten voor het uitvoeren
                           van de referentieberekening door externe duurzaamheidsadviseurs of door
                           interne medewerkers variëren vrijwel evenredig met de omvang van
                           projecten. Bij grote projecten, met een gemiddeld projectwaarde van
                           € 11.3miljoen, lopen deze kosten gezamenlijk op tot € 9.047 per project.
                           Deze kosten bestaan voor € 5.558 uit kosten voor de inhuur van externe
                           medewerkers, en voor € 3.488 uit kosten voor interne medewerkers.</al>
                    <al>Naast structurele tijdbesteding voor het uitvoeren van de
                           referentieberekening verwachten opdrachtgevers op projectbasis tijd kwijt
                           te zijn aan de monitoring van het project. Hierbij wordt specifiek
                           gedoeld op het toezicht op de naleving van de gemaakte beloften door
                           opdrachtnemers. De tijdbesteding die hiermee gemoeid is loopt uiteen van
                           een dagdeel tot enkele werkdagen. Opdrachtgevers geven aan gemiddeld
                           36 uur te besteden aan het houden van toezicht. Uitgaande vaneen
                           standaard intern uurtarief van een schaal 10 medewerker zijn de
                           bijbehorende kosten van deze tijdbesteding € 2.700. Gezamenlijk bedragen
                           de bestuurlijke lasten op projectbasis hierdoor € 11.746, wat gelijk
                           staat aan circa 0,1% van de totale projectwaarde.</al>
                    <al>In lijn met de berekening van de regeldrukgevolgen ten gevolge van de
                           verplichting tot het opnemen van MKI prestatie-eisen, gaat SIRA er bij
                           het nader criterium van uit dat de MKI in de huidige situatie op
                           enigerlei wijze wordt toegepast bij 30% van de werken. Op basis van de
                           interviews doen zij de aanname dat het in de helft van deze gevallen om
                           het toepassen van de MKI als nader criterium gaat, en in de andere helft
                           om prestatie-eisen in de vorm van de MKI. Het uitvoeren van de
                           referentieberekeningen, en het houden van toezicht vormen derhalve bij
                           15% van de werken reeds onderdeel van de werkwijze. Dit betekent dat bij
                           slechts 85% van de projecten, of 204 projecten, additionele bestuurlijke
                           lasten voor het opnemen van een MKI-gunningscriterium worden verwacht.
                           Onderstaande tabel toont de totale structurele bestuurlijke lasten voor
                           die projecten waarbij tot op heden nog niet met MKI als nader criterium
                           gewerkt werd.</al>
                    <table colsep="1" frame="all" pgwide="1" rowsep="1" tabstyle="zebra1">
                      <title>Structurele bestuurlijke lasten</title>
                      <tgroup align="left" char="" charoff="50" cols="6" tgroupstyle="zebra1">
                        <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="127*" />
                        <colspec align="left" colname="col2" colnum="2" colwidth="92*" />
                        <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="83*" />
                        <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="74*" />
                        <colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="74*" />
                        <colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="83*" />
                        <thead valign="bottom">
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col6" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                              <al>MKI als nader criterium</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Type kosten</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Eenmalig of structureel</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Kosten tijdbesteding (€)</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Out-of-pocket kosten (€)</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Aantal projecten (Q)</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col6" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>kosten (P*Q)</al>
                            </entry>
                          </row>
                        </thead>
                        <tbody valign="top">
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Uitvoeren referentieberekening (extern)</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Structureel</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>–</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 5.558</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>204</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col6" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 1.133.832</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Uitvoeren referentieberekening (intern)</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Structureel</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 3.488</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>–</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>204</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col6" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 711.552</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Monitoring (toezicht)</al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>Structureel</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 2.700</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>–</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>204</al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col6" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>€ 550.800</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row rowsep="1">
                            <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">Totaal</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                            <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">Structureel</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">€ 6.188</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">€ 5.558</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col5" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">204</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                            <entry align="right" colname="col6" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                              <al>
                                <nadruk type="vet">€ 2.396.184</nadruk>
                              </al>
                            </entry>
                          </row>
                        </tbody>
                      </tgroup>
                    </table>
                  </divisie>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">9.3.</nr>
                    <titel>Gevolgen voor de rechtspraak</titel>
                  </kop>
                  <al>Het wetsvoorstel legt aan aanbestedende diensten en
                        speciale-sectorbedrijven de verplichting op om milieuprestatie-eisen en
                        nadere criteria met betrekking tot de milieuprestatie te betrekken bij
                        aanbestedingen van GWW-werken. In de praktijk worden al GWW-werken
                        aanbesteed en worden in die aanbestedingen reeds verplichtingen meegenomen
                        die relevant zijn voor de beoordeling van inschrijvingen. Zoals bij alle
                        aanbestedingsprocedures kunnen partijen tijdens of direct na de aanbesteding
                        naar de rechter stappen wanneer zij menen dat verplichtingen onjuist zijn
                        toegepast. Dit wetsvoorstel brengt geen wijzigingen aan in de
                        Aanbestedingswet 2012. Aanbestedende diensten blijven gehouden aan de daarin
                        opgenomen procedures en bepalingen met betrekking tot de wijze van
                        aanbesteden. Evenmin worden wijzigingen aangebracht in de inrichting van
                        toezicht en handhaving, die plaatsvindt binnen het bestaande kader van
                        privaatrechtelijke rechtsbescherming. Samengevat wordt de bestaande
                        systematiek niet gewijzigd en sluiten de in dit wetsvoorstel opgenomen
                        verplichtingen aan bij reeds bestaande werkprocessen. Op grond hiervan wordt
                        verwacht dat het wetsvoorstel geen gevolgen zal hebben voor de
                        rechtspraak.</al>
                </divisie>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">10.</nr>
                  <titel>Monitoring en evaluatie</titel>
                </kop>
                <al>Met het oog op een goede uitvoering, monitoring en evaluatie van de
                     voorgenomen wetswijziging worden er met aanbestedende diensten en
                     speciale-sectorbedrijven afspraken gemaakt over de wijze waarop
                     informatieverstrekking tussen de aanbestedende diensten onderling en aan het
                     Rijk zal plaatsvinden over de uitvoering van de maatregel en de daarmee
                     gemoeide administratieve lasten. Dit zal naar verwachting plaatsvinden via de
                     daarvoor bestemde structuur binnen de Strategie Klimaatneutrale en Circulaire
                     Infrastructuur of via monitoring op Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven
                     en Inkopen. Deze informatie dient om te monitoren of de wet zoals bedoeld in de
                     praktijk wordt toegepast. Daarbij wordt speciaal aandacht besteed aan de
                     effectiviteit van de nieuwe regels, de naleving ervan door aanbestedende
                     diensten en speciale-sectorbedrijven en de ervaringen van marktpartijen.</al>
                <al>Op basis van de verzamelde gegevens wordt beoordeeld of de uitvoering van de
                     wet voldoet aan de gestelde doelen. Bij de vaststelling van de
                     milieuprestatie-eisen en nadere criteria in de amvb is het voornemen om een
                     evalueerbare doelstelling vast te stellen, waarvoor de beoogde effecten uit de
                     onderzoeken zoals beschreven in hoofdstuk 6 de basis vormen. Indien blijkt dat
                     de beoogde effecten onvoldoende worden bereikt of dat de wet in de praktijk
                     niet goed functioneert, zal worden onderzocht of bijstelling van de regelgeving
                     noodzakelijk is om de doelstellingen alsnog te realiseren. Dit proces zorgt
                     ervoor dat de wet flexibel blijft en kan worden aangepast op basis van de
                     praktijkervaringen, zodat de effectiviteit en doelmatigheid ervan op lange
                     termijn gewaarborgd blijft. Bij het opzetten en uitvoeren van deze evaluaties
                     wordt de sector actief betrokken, zodat praktijkervaringen direct kunnen worden
                     benut voor mogelijke verbeteringen of bijsturing van het beleid.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">11.</nr>
                  <titel>Advies en consultatie</titel>
                </kop>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">11.1.</nr>
                    <titel>Consultatie stakeholders in fase voorbereiding wetsvoorstel</titel>
                  </kop>
                  <al>Bij het opstellen van dit wetsvoorstel is er uitgebreid overleg gevoerd met
                        een breed scala aan relevante partijen, om ervoor te zorgen dat de wet goed
                        aansluit bij de praktijk en de behoeften van alle betrokkenen. Er is
                        individueel geconsulteerd met aanbestedende diensten,
                        speciale-sectorbedrijven, marktdeelnemers, brancheorganisaties, ingenieurs-
                        en adviesbureaus en juridische experts. Daarnaast zijn
                        stakeholderconsultaties georganiseerd waarbij alle geïnteresseerde partijen
                        zich konden aanmelden om input te leveren op het wetsvoorstel. In totaal
                        zijn meer dan tweehonderd individuele partijen gesproken. Deze raadplegingen
                        hebben waardevolle inzichten opgeleverd over de effecten van de wet in de
                        praktijk, de uitdagingen die aanbestedende diensten,
                        speciale-sectorbedrijven en marktpartijen tegenkomen, en de mogelijkheden om
                        de wet te verbeteren en beter uitvoerbaar te maken.</al>
                  <al>Daarnaast zijn er gesprekken gevoerd met maatschappelijke organisaties en
                        andere belanghebbenden die invloed ondervinden van de aanbestedingspraktijk,
                        zodat hun perspectieven ook zijn meegenomen. Het consultatieproces heeft
                        bijgedragen aan het verfijnen van het wetsvoorstel en heeft ervoor gezorgd
                        dat het wetsvoorstel niet alleen juridisch en beleidsmatig stevig is, maar
                        ook breed wordt gedragen door de betrokken partijen. Op deze manier is
                        geprobeerd de wet zo effectief en praktisch mogelijk te maken voor alle
                        betrokkenen.</al>
                  <al>Tot slot is er een klankbordgroep samengesteld, waarin vertegenwoordigers
                        van diverse stakeholders samengekomen om de conceptwetgeving te bespreken en
                        feedback te geven. Deze klankbordgroep levert waardevolle inzichten op over
                        de praktische uitvoerbaarheid van de wet en zal ook geraadpleegd worden voor
                        de amvb.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">11.2.</nr>
                    <titel>Advisering door het Adviescollege Toetsing Regeldruk</titel>
                  </kop>
                  <al>Het wetsvoorstel en bijbehorende memorie van toelichting zijn parallel
                        tijdens de periode van internetconsultatie voorgelegd aan het Adviescollege
                        Toetsing Regeldruk (ATR) voor de toetsing op de administratieve lasten en
                        regeldrukgevolgen. De ATR heeft op 15 augustus 2025 heeft het ATR zijn
                        advies uitgebracht. Het college adviseert om 1) in het wetsvoorstel te
                        onderbouwen hoe het ruimte bieden voor maatwerk aan aanbestedende diensten
                        en speciale sectorbedrijven zich verhoudt tot het bewerkstelligen van een
                        (meer) eenduidige toepassing van milieuprestatie-eisen in
                        aanbestedingsprocedures, 2) een evalueerbare doelstelling te formuleren met
                        betrekking tot de verwachte milieu-impact van beide instrumenten, 3) om toe
                        te lichten hoe de werkbaarheid voor bedrijven zal worden meegenomen bij de
                        vaststelling van de fases waarop het wetsvoorstel van toepassing is 4) om
                        duidelijk te maken hoe wordt omgegaan met een berekenmethode vanuit de
                        herziene Europese Bouwproductenverordening om onnodige regeldruk te
                        voorkomen, en om 5) om de regeldrukberekening, overeenkomstig de Rijksbrede
                        methodiek, aan te vullen. Hieronder wordt nader ingegaan op de manier waarop
                        het ministerie van IenW de adviespunten heeft verwerkt. Op 30 oktober 2025
                        heeft ATR een aanvullende zienswijze uitgebracht. Waar nog verduidelijking
                        nodig was, is dat in dit wetsvoorstel verwerkt.</al>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Inhoudelijke puntsgewijze reactie van het ministerie op de toets
                              van het Adviescollege toetsing regeldruk</titel>
                    </kop>
                    <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                      <li>
                        <li.nr>1).</li.nr>
                        <al>Het wetsvoorstel is zodanig vormgegeven dat landelijke
                                 uniformiteit wordt geborgd, terwijl ruimte voor maatwerk behouden
                                 blijft. De basisnormen die het kabinet minimaal noodzakelijk acht
                                 op het gebied van milieu worden eenduidig vastgelegd in de amvb en
                                 ministeriële regeling, zodat opdrachtnemers niet steeds met
                                 verschillende uitgangspunten geconfronteerd worden bij
                                 verschillende opdrachtgevers. Tegelijkertijd behouden
                                 opdrachtgevers vrijheid om hogere ambities na te streven. Dat kan
                                 gaan om strengere milieuprestatie-eisen of om aanvullende eisen,
                                 bijvoorbeeld als het gaat om materieeleisen of eisen aan
                                 percentages recyclaat of biobased materiaal. In hoofdstuk 2.3 in de
                                 memorie van toelichting is dit nader toegelicht. Om maatwerk te
                                 borgen, is in het wetsvoorstel een mogelijkheid opgenomen om af te
                                 wijken van de verplichtingen. Deze uitzonderingsmogelijkheid wordt
                                 nader uitgewerkt in de amvb. Verder zal de hoogte van de
                                 projectgrens die gaat gelden bij de verplichting van het
                                 gunningscriterium met nauwkeurigheid worden bepaald. Deze wordt
                                 onder andere geconsulteerd bij een klankbordgroep, waarin een goede
                                 afspiegeling van de sector vertegenwoordigd is. Daarbij komt onder
                                 andere ook aan de orde of een gefaseerde invoering van lagere
                                 projectgrenzen en/of van bepaalde contractvormen (bijvoorbeeld
                                 bouwteams, basisonderhoud, raamovereenkomsten) nodig is, passend
                                 bij verschillende lokale situaties.</al>
                        <al>De verwachting is dat met het mogelijk maken van maatwerk de
                                 eenduidigheid en uniformiteit die de verplichtingen beogen niet in
                                 gevaar komt. Dat komt omdat de milieuprestatie-eisen worden
                                 verwerkt in de standaard contracten en bestekken UAV-GC en RAW, die
                                 aanbestedende diensten in praktijk gebruiken om de
                                 vraagspecificatie voor hun aanbestedingen compleet te krijgen. Door
                                 van UAV-GC en RAW gebruik maken, worden de verplichtingen
                                 automatisch geïmplementeerd.<noot id="n49" type="voet"><noot.nr>49</noot.nr><noot.al>In de GWW-markt circa 1/3 van het marktvolume (op basis
                                       van omzet) uit RAW-bestekken bestaat en zo’n 2/3 uit
                                       UAV-GC-contracten</noot.al></noot> In praktijk zullen de eisen in de sector dus worden veelal
                                 toegepast doordat de sector UAV-GC en RAW gebruikt. De
                                 eenduidigheid blijft hiermee geborgd. Dit staat tevens in het
                                 wetsvoorstel op pagina onder hoofdstuk 2.3.</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>2).</li.nr>
                        <al>Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderschrijft de
                                 wens voor regelmatige evaluatie en monitoring van de
                                 verplichtingen. Om de basis te leggen voor een evalueerbare
                                 doelstelling, is een indicatieve berekening gemaakt van de impact
                                 van milieuprestatie-eisen op materiaalniveau (beton, staal en
                                    asfalt).<noot id="n50" type="voet"><noot.nr>50</noot.nr><noot.al>Bosch, S., Peeters, T., Dijcker, R., Hendriks, R.,
                                       Hoppe, F., &amp; Bakker, E. (2024). <nadruk type="cur">Beleidsadvies sturende MKI</nadruk>. Copper8,
                                       Witteveen+Bos &amp; Flux Partners. Beschikbaar via: <extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/05/31/bijlage-3-beleidsadvies-sturende-mki" soort="URL" status="actief">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/05/31/bijlage-3-beleidsadvies-sturende-mki</extref></noot.al></noot> Daarbij zijn huidige prestatieniveaus als referentie
                                 gehanteerd en is naar de periode 2024-2030 gekeken. Hieruit blijkt
                                 dat als de milieuprestatie-eisen per 2024 ingevoerd zouden worden
                                 dit leidt dit tot een totale CO<inf>2</inf>-besparing van zo’n 623
                                 kton in het jaar 2030 (niet-cumulatief). Relatief is dit een
                                 besparing van circa 13% van de totale impact van de GWW-sector in
                                 2030, zowel op milieuprestatie<noot id="n51" type="voet"><noot.nr>51</noot.nr><noot.al>Gemeten met de Milieukostenindicator (MKI)</noot.al></noot> als op CO<inf>2</inf>-uitstoot. In Bijlage II van dat
                                 zelfde advies is een inschatting gemaakt dat op dit moment 70% van
                                 de GWW-markt niet met milieuprestatie-eisen wordt aanbesteed. Op
                                 basis van deze inschatting is de potentie van deze beleidsmaatregel
                                 vertaald naar absolute reducties van CO<inf>2</inf> en
                                 milieuprestatie in 2030. In het algemeen geldt dat naarmate de
                                 eisen strenger zijn dit leidt tot (extra) milieuwinst.</al>
                        <al>Om de impact inzichtelijk te maken van de tweede maatregel,
                                 waarbij aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven
                                 verplicht worden om bij de aanbesteding van een GWW-werk vanaf een
                                 bepaalde opdrachtwaarde milieuprestatiekwaliteitsaspecten mee te
                                 nemen in de vorm van een (sub)gunningscriterium, is tevens
                                 onderzoek uitgevoerd.<noot id="n52" type="voet"><noot.nr>52</noot.nr><noot.al>Vries, J., de, Laan, J. van der, I., Nieuwenhuijse
                                       (2025), Factsheet | Versnellingsmaatregelen toepassing
                                       milieuprestatie-eisen GWW, CE Delft</noot.al></noot> Daarbij is uitgegaan van het scenario dat deze verplichting
                                 geldt voor GWW-werken die worden aanbesteed met een opdrachtwaarde
                                 vanaf de Europese aanbestedingsgrens. Hieruit is naar voren gekomen
                                 dat dit scenario leidt tot een reductie van 400kton
                                 CO<inf>2</inf>-eq. Ook hier geldt dat het positieve effect van de
                                 maatregel op de milieu-impact toeneemt wanneer de geraamde
                                 opdrachtwaarde lager wordt vastgesteld.</al>
                        <al>Met bovenstaande gegevens is voor beide verplichtingen de basis
                                 gelegd voor een evalueerbare doelstelling. Omdat de hoogte van de
                                 milieuprestatie-eisen en de minimum geraamde opdrachtwaarde niet in
                                 het wetsvoorstel, maar bij of krachtens amvb worden vastgesteld, is
                                 in het wetsvoorstel nog geen harde evalueerbare doelstelling
                                 opgenomen met betrekking tot de verwachte milieu-impact van de
                                 verplichtingen. Wel is extra informatie over de gewenste effecten
                                 van beide maatregelen toegevoegd in hoofdstuk 6 van de memorie van
                                 toelichting. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
                                 onderschrijft daarnaast de wens voor regelmatige evaluatie en
                                 monitoring. De werking van de verplichtingen zal periodiek worden
                                 beoordeeld op uitvoerbaarheid (de praktische toepassing door
                                 opdrachtgevers en opdrachtnemers). Ook wordt onderzocht hoe de
                                 daadwerkelijke bijdrage aan reductie van milieu-impact kan worden
                                 gemonitord. De verhouding tussen lasten en beoogde baten wordt
                                 daarbij tevens betrokken. Bij het vormgeven van de evaluaties wordt
                                 de sector actief betrokken, zodat ervaringen uit de praktijk direct
                                 kunnen worden benut voor verbeteringen en bijsturing. Dit is
                                 verduidelijkt in hoofdstuk 10 van de memorie van toelichting.</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>3).</li.nr>
                        <al>Het kabinet onderschrijft het belang van de werkbaarheid voor
                                 bedrijven bij de toepassing van milieuprestatie-eisen. Het kabinet
                                 wil niet dat er onnodige administratieve lasten met een
                                 wetsvoorstel gemoeid gaan. Daarom is – na uitgebreid onderzoek
                                 waarbij de sector betrokken is – gekozen voor verplichtingen die
                                 een beperkte hoeveelheid expertise, middelen en capaciteit vergen.
                                 Daarbij is tevens rekening gehouden met het MKB, zie o.a. hoofdstuk
                                 6.2. van dit wetsvoorstel. Het uitgangspunt is dat de
                                 verplichtingen leiden tot een eenduidige werkbare norm voor
                                 bedrijven en overheden, in plaats van versnipperde eisen over
                                 opdrachtgevers heen zoals dat nu het geval is. Ten opzichte van de
                                 huidige situatie zorgt het wetsvoorstel op deze manier voor meer
                                 duidelijkheid en minder uitzoekwerk. Door gebruik te maken van
                                 algemeen aanvaarde methoden (zoals de MKI), uniforme formats en
                                 centrale ondersteuning, wordt de uitvoeringspraktijk
                                 gestroomlijnd.</al>
                        <al>In de voorbereiding van het wetsvoorstel zijn reeds intensieve
                                 gesprekken gevoerd met overheden, brancheorganisaties,
                                 opdrachtnemers en producenten. Ook zijn stakeholderconsultaties
                                 georganiseerd om te borgen dat het wetsvoorstel passend is bij de
                                 praktijk. Deze lijn wordt doorgezet bij de uitwerking van lagere
                                 regelgeving. Ook bij de nadere uitwerking in de amvb en
                                 ministeriele regeling wordt aandacht gegeven aan de
                                 proportionaliteit van de eisen, zodat partijen niet onevenredig
                                 worden belast. Dit geldt ook in geval een keuze wordt gemaakt over
                                 modules in de levenscyclusanalyse die worden gebruikt om de MKI te
                                 berekenen. Zo wordt er een klankbordgroep opgericht om de richting
                                 te toetsen bij de sector, waarin de sector breed vertegenwoordigd
                                 is. Tot slot zal de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel worden
                                 geregeld bij koninklijk besluit. Hiermee kan het exacte tijdstip
                                 van inwerkingtreding afgestemd worden op de praktijk, bijvoorbeeld
                                 om de sector voldoende tijd te geven voor aanpassingen in
                                 processen, systemen of beleid.</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>4).</li.nr>
                        <al>Zoals het wetsvoorstel is vermeld wordt de rekenmethode voor het
                                 inzichtelijk maken van de milieuprestatie-eisen bij amvb
                                 vastgesteld. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de
                                 verhouding tot de Europese Bouwproductenverordening. Dit is in
                                 hoofdstuk 4 van het wetsvoorstel te lezen. De stelling dat er twee
                                 parallelle rekenstelsels ontstaan – vanuit de Europese
                                 Bouwproductenverordening en vanuit het wetsvoorstel – is onjuist.
                                 Het huidige milieuprestatie-stelsel is gestoeld op Europees
                                 vastgestelde normen en regels. In zowel de Europese
                                 Bouwproductenverordening als het huidige Nederlandse
                                 milieuprestatie-stelsel vormen de bestaande EN15804<noot id="n53" type="voet"><noot.nr>53</noot.nr><noot.al>De EN15804 is de Europese norm voor het bepalen van de
                                       milieuprestatie van bouwproducten.</noot.al></noot> en de bestaande Europese Product Category Rules<noot id="n54" type="voet"><noot.nr>54</noot.nr><noot.al>Product Category Rules, ook wel PCR, is een verzameling
                                       specifieke regels, vereisten en richtsnoeren voor het
                                       opstellen van milieuverklaringen voor producten.</noot.al></noot> voor specifieke productgroepen (zoals beton, staal en
                                 asfalt) de basis voor rekenregels. De leveranciers die voldoen aan
                                 de Nederlandse eisen, voldoen daarom per definitie ook aan de
                                 Europese eisen.</al>
                        <al>Het is mogelijk dat de Europese Commissie onder de herziene
                                 Europese Bouwproductenverordening rekenregels voor productgroepen
                                 doorontwikkelt in de vorm van een technisch geharmoniseerde
                                 specificatie. Dit is momenteel nog niet het geval; er zijn nog geen
                                 rekenregels ontwikkeld, gepubliceerd of van kracht. De Europese
                                 Commissie is een CPR Acquis proces gestart met een doorloopperiode
                                 van minimaal tien jaar om te komen tot geharmoniseerde technische
                                 specificaties. Nederland is als lidstaat betrokken bij dit proces.
                                 De Nederlandse inzet daarbij is dat op Europees niveau geborgd
                                 wordt dat de rekenregels ondersteunend zijn aan de doelstelling van
                                 het wetsvoorstel en de onder de Omgevingswet verplichte
                                 Milieuprestatie-eis Gebouwen, namelijk het effectief sturen op het
                                 verlagen van de milieubelasting door het bieden van eenduidigheid
                                 aan het bedrijfsleven en aanbestedende diensten. Ook gelden er voor
                                 aanbestedende diensten over de herziene Europese
                                 Bouwproductenverordening andere regels. Zo mogen zij strengere of
                                 aanvullende eisen stellen.</al>
                        <al>Het CPR Acquis proces is een zorgvuldig en langdurig proces van
                                 onderhandeling. Nederland kan dit proces niet versnellen. Dat
                                 betekent ook een periode van onduidelijkheid over rekenregels en
                                 aanvulling hiervan door lidstaten. Het wachten met dit wetsvoorstel
                                 totdat er meer duidelijkheid is betekent dat het bedrijfsleven en
                                 aanbestedende diensten mogelijk jaren geen gebruik kunnen maken van
                                 de voordelen van dit wetsvoorstel. Dat is onwenselijk. Dat neemt
                                 niet weg dat Nederland stappen zet om zich zo goed mogelijk voor te
                                 bereiden op de herziene Europese Bouwproductenverordening. Zo wordt
                                 er onderzoek gedaan naar verschillende scenario’s binnen de
                                 herziene Europese Bouwproductenverordening – bijvoorbeeld dat de
                                 Europese Commissie het toestaat dat er verschillende databases
                                 kunnen worden gebruikt bij de berekening van de milieuprestatie van
                                 bouwproducten – en wat dit juridisch gezien betekent. Hierbij heeft
                                 het voorkomen van onnodige regeldruk prioriteit. Afhankelijk van de
                                 juridische ruimte zijn er grofweg een tweetal scenario’s
                                 mogelijk:</al>
                        <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                          <li>
                            <li.nr>•</li.nr>
                            <al>De huidige situatie blijft in stand: als een fabrikant
                                       voldoet aan de NL eisen – dan voldoet een fabrikant ook aan
                                       de Europese (CPR) eisen.</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>•</li.nr>
                            <al>De huidige situatie wijzigt doordat de Europese rekenmethode
                                       niet langer mag worden aangevuld door lidstaten. In de
                                       verdere uitwerking van het wetsvoorstel (bij of krachtens
                                       amvb) wordt het bedrijfsleven ontlast van toegenomen
                                       regeldruk, bijvoorbeeld door als overheid zelf milieu-data
                                       ter beschikking te stellen of door een ander type eisen in
                                       aanbestedingen toe te passen, zoals een eis voor het maximum
                                       gehalte klinker in beton of de maximum productietemperatuur
                                       voor asfalt), waarmee de milieubelasting gericht wordt
                                       gereduceerd.</al>
                          </li>
                        </lijst>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>5).</li.nr>
                        <al>De kwantitatieve regeldrukeffecten van het voorliggende
                                 wijzigingsvoorstel voor burgers en bedrijven zijn in kaart gebracht
                                 door SIRA Consulting B.V. conform de Rijksbreed gehanteerde
                                    methodiek.<noot id="n55" type="voet"><noot.nr>55</noot.nr><noot.al>Poll, van der, P., Mook, J. (2025). Onderzoek
                                       Financiële Effecten Milieuprestatie-eisen in aanbestedingen
                                       van GWW-werken. SIRA Consulting B.V. Beschikbaar via <extref doc="https://www.internetconsultatie.nl/milieuprestatie_gww/b1" soort="URL" status="actief">https://www.internetconsultatie.nl/milieuprestatie_gww/b1</extref></noot.al></noot> Het onderzoek naar de regeldruk betreft de wijzigingen in
                                 de wet Milieubeheer, waarbij met de aanname is gewerkt dat bij amvb
                                 gestuurd wordt met de MKI als milieuprestatie-eis.<noot id="n56" type="voet"><noot.nr>56</noot.nr><noot.al>Bij de uitwerking van de amvb wordt opnieuw een
                                       regeldruktoets uitgevoerd door SIRA</noot.al></noot> In hoofdstuk 9 van de Memorie van Toelichting zijn de
                                 bevindingen van het rapport beknopt weergegeven en is toegevoegd
                                 hoe tot deze bevindingen is gekomen. Tevens is er een verwijzing
                                 naar het rapport opgenomen.</al>
                        <al>Uit de interviews die zijn afgenomen door SIRA blijkt dat de
                                 MKI-prestatie-eisen op peloton-niveau niet tot aanzienlijke
                                 meerkosten van het materiaal zullen leiden. Het overgrote merendeel
                                 van de leveranciers voldoet al aan deze eisen in de huidige
                                 situatie. Mogelijk zullen ‘achterblijvers’ extra kosten moeten
                                 maken, maar het is aannemelijker dat deze partijen zullen afhaken
                                 bij dit type aanbestedingen. Voor het gunningscriterium geldt dit
                                 eveneens, maar speelt ook mee de materiaalkosten in sterke mate
                                 afhankelijk zijn van de invulling van de verplichting door de
                                 opdrachtgever. Hierdoor zijn de meerkosten vrijwel niet te
                                 kwantificeren.</al>
                        <al>Alle geïnterviewde bedrijven geven aan reeds ervaring te hebben
                                 met de MKI in de aanbesteding, ze zijn dus al goeddeels bekend met
                                 deze werkwijze. Eventuele project-specifieke kennisnamekosten
                                 vormen onderdeel van de tijdbesteding voor het verrichten van LCA-
                                 en vervolgens MKI-berekeningen. De kosten van kennisname door
                                 opdrachtgevers vormen onderdeel van de eenmalige tijdbesteding voor
                                 het ‘inregelen’ van de MKI-prestatie-eisen door die opdrachtgevers
                                 die in de huidige situatie nog geen ervaring hadden met de MKI in
                                 de aanbesteding. Deze kosten konden door respondenten niet los
                                 bezien worden van de overige eenmalige werkzaamheden.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </divisie>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">11.3.</nr>
                    <titel>Uitvoerbaarheidstoets RWS</titel>
                  </kop>
                  <al-groep>
                    <al>Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 13 augustus
                           2025 de uitvoerbaarheidstoets van Rijkswaterstaat ontvangen. De conclusie
                           van de toets is dat het wetsvoorstel uitvoerbaar is. Daarbij geeft
                           Rijkswaterstaat de volgende aandachtspunten mee:</al>
                    <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                      <li>
                        <li.nr>–</li.nr>
                        <al>Het is essentieel dat de wet en de amvb voldoende ruimte bieden
                                 voor gemotiveerde afwijkingen en alternatieve benaderingen, zodat
                                 Rijkswaterstaat projecten kan blijven uitvoeren binnen de grenzen
                                 van capaciteit, techniek, specifieke inkoopstrategieën en
                                 administratieve lasten.</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>–</li.nr>
                        <al>Om de daadwerkelijke impact op de werkzaamheden en organisatie van
                                 Rijkswaterstaat te beoordelen, is ook bij amvb een
                                 uitvoerbaarheidstoets gewenst.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                    <al>Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat neemt de aspecten die
                           benoemd zijn mee in de verdere uitwerking van het wetsvoorstel in de
                           onderliggende regelgeving.</al>
                  </al-groep>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">11.4.</nr>
                    <titel>Uitvoerbaarheidstoets ProRail</titel>
                  </kop>
                  <al-groep>
                    <al>Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 1 september
                           2025 de uitvoerbaarheidstoets van Rijkswaterstaat ontvangen. Het
                           wetsvoorstel sluit goed aan bij de werkwijze die ProRail reeds hanteert
                           om de milieu-impact van de spoorsector te verlagen. ProRail staat
                           derhalve positief tegenover dit wetsvoorstel. Tegelijkertijd constateert
                           ProRail dat het wetsvoorstel op dit moment voorziet in de bevoegdheid om
                           nadere regels te stellen bij algemene maatregel van bestuur en
                           ministeriële regeling. Juist in deze nadere regelgeving worden het
                           concrete toepassingsbereik en de inhoudelijke eisen die voor ProRail van
                           specifiek belang zijn, nader uitgewerkt. Hierin is het van belang dat
                           mits deze goed aansluit bij de praktijk, ruimte biedt voor technologische
                           innovatie en rekening houdt met de uiteenlopende behoeften van
                           aanbestedende diensten. Via deelname aan de klankbordgroep blijft ProRail
                           graag nauw betrokken bij deze nadere uitwerking. ProRail heeft naast een
                           aantal tekstuele aanpassingen in de concept Memorie van Toelichting een
                           aantal aandachtpunten meegegeven, waaronder:</al>
                    <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                      <li>
                        <li.nr>–</li.nr>
                        <al>Het bij amvb verplicht voorschrijven van een nader criterium wordt
                                 in sommige gevallen – zoals bij een plan van aanpak voor
                                 samenwerkingscontracten – in twijfel getrokken.</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>–</li.nr>
                        <al>Borgen dat de beoordelings- en rekenmethodiek uniform en eenduidig
                                 toegepast wordt is essentieel voor het creëren van voorspelbaarheid
                                 voor marktpartijen en het waarborgen van een gelijk speelveld
                                 binnen de sector.</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>–</li.nr>
                        <al>Overwegen om in de uitzonderingen die verder worden uitgewerkt in
                                 de amvb ten behoeve van de milieuprestatie-eisen tijdelijke
                                 ontheffingen op te nemen voor pilots, zodat innovaties of duurzame
                                 producten getest kunnen worden.</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>–</li.nr>
                        <al>Circulariteit en hoogwaardig hergebruik aan het einde van de
                                 levensduur voldoende borgen.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                    <al>Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat neemt de aspecten die
                           benoemd zijn mee in de verdere uitwerking van het wetsvoorstel in de
                           onderliggende regelgeving.</al>
                  </al-groep>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">11.5.</nr>
                    <titel>Internetconsultatie</titel>
                  </kop>
                  <al>De internetconsultatie met betrekking tot dit wetsvoorstel heeft van
                        10 juli 2025 tot en met 21 augustus 2025 plaatsgevonden. De reacties op de
                        internetconsultatie zijn gebundeld en verwerkt het verslag van de
                           internetconsultatie.<noot id="n57" type="voet"><noot.nr>57</noot.nr><noot.al>Het verslag van de internetconsultatie en de bijbehorende
                              stukken is te vinden op de website overheid.nl, met als vindplaats:
                                 <extref doc="https://www.internetconsultatie.nl/milieuprestatie_gww/b1" soort="URL" status="actief">https://www.internetconsultatie.nl/milieuprestatie_gww/b1</extref></noot.al></noot> Samenvattend is in de reacties op de internetconsultatie van het
                        wetsvoorstel brede steun uitgesproken voor de wettelijke verankering van
                        milieuprestatie-eisen in de GWW-sector, namelijk door 97% van de partijen.
                        Partijen zien dit als een belangrijke stap richting meer uniformiteit en een
                        gelijk speelveld. Uit de consultatie kwamen verder enkele aandachtspunten
                        naar voren, zoals de behoefte aan duidelijke definities en afbakening van de
                        verplichtingen, proportionaliteit tussen grote en kleine projecten, en
                        ruimte voor innovatie en maatwerk. Het ministerie heeft deze punten
                        betrokken bij de verdere uitwerking van het wetsvoorstel, en zal deze
                        meenemen in de uitwerking van het ondersteuningspunt en de verplichtingen in
                        lagere regelgeving. Meer informatie over de reacties en de inhoudelijke
                        beantwoording is te vinden in het consultatieverslag.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">11.6.</nr>
                    <titel>Notificatie Europese Commissie</titel>
                  </kop>
                  <al>Dit wetsvoorstel wordt genotificeerd bij de Europese Commissie op het
                        moment dat het voor advies bij de Raad van State voorligt.</al>
                </divisie>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">12.</nr>
                  <titel>Overgangsrecht en inwerkingtreding</titel>
                </kop>
                <al>De inwerkingtreding van de bepalingen uit dit voorstel – samen met de
                     bepalingen uit de nog voor te leggen bijbehorende amvb en de ministeriële
                     regeling – zal plaatsvinden bij koninklijk besluit. Dit biedt voldoende tijd
                     voor de betrokken partijen, zoals aanbestedende diensten,
                     speciale-sectorbedrijven en marktdeelnemers om zich voor te bereiden op de
                     nieuwe regelgeving en de daaraan gekoppelde procedures. Met de oprichting van
                     het in ondersteuningspunt zoals in hoofdstuk twee toegelicht als flankerend
                     beleid worden alle betrokkenen adequaat geïnformeerd en ondersteund bij over de
                     nieuwe regels en hun rechten en verplichtingen. Het in werking treden van de
                     wet wordt dus zorgvuldig gepland om ervoor te zorgen dat alle partijen in staat
                     zijn om zich tijdig aan te passen aan de nieuwe juridische en administratieve
                     vereisten, zonder dat dit leidt tot onnodige onderbrekingen in
                     aanbestedingsprocessen of andere negatieve effecten. De eisen zijn alleen van
                     toepassing op nieuwe aanbestedingen vanaf het moment van inwerkingtreding.</al>
              </divisie>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">II.</nr>
                <titel>Artikelsgewijze toelichting</titel>
              </kop>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Artikel I, onderdeel A</titel>
                </kop>
                <al>Aan artikel 1.1 van de Wet milieubeheer worden begripsbepalingen toegevoegd
                     die in de voorgestelde artikelen 9.6.2 en 9.6.3 van de Wm terugkomen. Omdat
                     deze begripsbepalingen aansluiten bij de gelijknamige bepalingen uit de
                     Aanbestedingswet 2012, wordt in deze bepaling verwezen naar artikel 1.1 van de
                     Aanbestedingswet 2012.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Artikel I, onderdeel B</titel>
                </kop>
                <al>Na de inwerkingtreding van deze wet regelt titel 9.6 niet langer alleen de
                     bijdrage die de vervoerssector levert aan milieu-, klimaat- en energiebeleid
                     door de inkoop van schone wegvoertuigen door aanbestedende diensten. Op grond
                     van dit wetsvoorstel is het ook mogelijk om regels te stellen over de
                     toepassing van milieuprestatie-eisen bij de inkoop van GWW-werken door
                     aanbestedende diensten. Nu zowel het bestaande artikel 9.6.1 als dit
                     wetsvoorstel betrekking heeft op aanbestedende diensten en
                     speciale-sectorbedrijven, regelt titel 9.6 na de inwerkingtreding van deze wet
                     de bijdrage van aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven aan milieu-,
                     klimaat- en energiebeleid. Door de aanpassing van het opschrift, sluit het
                     opschrift beter aan bij de aangepaste titel.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Artikel I, onderdeel C</titel>
                </kop>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>artikel 9.6.2</titel>
                  </kop>
                  <al>In artikel 9.6.2 wordt de grondslag voorgesteld voor het vaststellen van
                        milieuprestatie-eisen voor materialen en producten die in GWW-werken worden
                        toegepast. Zoals in het algemene deel is toegelicht, gaat het om
                        milieuprestatie-eisen voor de meest impactvolle materialen en producten in
                        de GWW. Deze materialen en producten worden in een amvb aangewezen. Ook
                        kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld waaraan milieuprestatie-eisen
                        voor specifieke materialen en producten moeten voldoen. Deze regelgeving
                        biedt daarmee aan aanbestedende diensten en het bedrijfsleven duidelijkheid
                        over de milieuprestatie-eisen die van toepassing zijn op een materiaal of
                        product.</al>
                  <al>Daarnaast biedt de voorgestelde bepaling de grondslag voor het beschrijven
                        van nadere criteria die bij een aanbestedende dienst of
                        speciale-sectorbedrijf moeten worden meegenomen bij gunning op basis van de
                        beste prijs-kwaliteitsverhouding. Er ontstaat dan duidelijkheid over de
                        nadere criteria die een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf moet
                        meenemen om de milieuprestatie mee te nemen in de beoordeling van de
                        kwaliteit van de inschrijvingen. De voorgestelde bepaling sluit aan bij
                        artikel 2.115 Aanbestedingswet 2012 waarin regels zijn opgenomen over het
                        vaststellen van nadere criteria bij toepassing van het gunningscriterium
                        beste prijs-kwaliteitsverhouding.</al>
                  <al>Bij amvb wordt geregeld voor welke gevallen deze nadere criteria moeten
                        worden vastgesteld. In elk geval worden geen kwaliteitseisen beschreven voor
                        de gunning van werken die onder een geraamde waarde komen. Welke geraamde
                        waarde dat moet zijn wordt momenteel onderzocht, daarbij is bijvoorbeeld te
                        denken aan de Europese Aanbestedingsgrens. Op opdrachten met een geraamde
                        waarde lager dan deze in de amvb vastgestelde waarde is de amvb dan niet van
                        toepassing voor zover het gaat om de verplichting tot het toepassen van een
                        nader criterium. Bij het verder uitwerken van deze nadere criteria wordt
                        daarmee rekening gehouden.</al>
                  <al>Zoals in het algemene deel van de toelichting is aangegeven, kunnen de
                        milieuprestatie-eisen voor materialen en producten en de beschreven nadere
                        criteria uiteenlopen. Vanwege de grote variatie in milieuprestatie-eisen en
                        nadere criteria die worden meegenomen in de gunning op basis van de beste
                        prijs-kwaliteitsverhouding, is in de voorgestelde bepaling als algemene
                        voorwaarde opgenomen dat deze eisen en criteria dienen ter bescherming van
                        het milieu en de menselijke gezondheid. Voor de bescherming van het milieu
                        wordt verwezen naar artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer. Het
                        gaat dan mede om de verbetering van het milieu, de zorg voor een doelmatig
                        beheer van afvalstoffen of een doelmatig beheer van afvalwater, de zorg voor
                        een zuinig gebruik van energie en grondstoffen.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>artikel 9.6.3</titel>
                  </kop>
                  <al>In deze voorgestelde bepaling worden de verplichtingen voor aanbestedende
                        diensten of speciale-sectorbedrijven geregeld om de milieuprestatie-eisen of
                        nadere criteria te stellen met inachtneming van het voorgestelde artikel
                        9.6.2. Zoals in het algemene deel van de toelichting is aangegeven, zijn
                        deze verplichtingen niet alleen van toepassing op aanbestedende diensten,
                        maar ook op speciale-sectorbedrijven. Voor speciale-sectorbedrijven gaat het
                        dan alleen om speciale-sectoropdrachten of concessieopdrachten voor
                        activiteiten die in de artikelen 3.1 tot en met 3.6 van de Aanbestedingswet
                        2012 zijn genoemd én voor zover deze activiteiten bij amvb zijn
                        aangewezen.</al>
                  <al>In het derde lid is voor aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven
                        de mogelijkheid opgenomen om af te wijken van de verplichting om de
                        milieuprestatie-eis als technische specificatie of nader criterium toe te
                        passen in een aanbesteding. Van deze uitzondering mag gebruik worden gemaakt
                        in de situatie waarin de toepassing van de vastgestelde eis of het criterium
                        in een specifieke aanbesteding niet in een redelijke verhouding staat tot de
                        opdracht. Dit moet getoetst worden overeenkomstig het
                        proportionaliteitsbeginsel dat is vastgelegd in de artikelen 1.10, 1.13 en
                        1.16 in de Aanbestedingswet 2012 en de wijze waarop deze artikelen worden
                        uitgelegd in de literatuur en jurisprudentie. In deze bepalingen uit de
                        Aanbestedingswet 2012 is het uitgangspunt dat aanbestedende diensten tijdens
                        het vormgeven van eisen, voorwaarden en criteria toetsen of die in redelijke
                        verhouding staan tot de opdracht. Op basis van het voorgestelde artikel
                        9.6.3, derde lid, kunnen aanbestedende diensten de eisen en criteria die in
                        de amvb worden voorgeschreven, toetsen aan dit beginsel. Hiermee wordt
                        voorkomen dat toepassing van de verplichte eisen en criteria in een
                        specifiek geval kan leiden tot strijd met het proportionaliteitsbeginsel.
                        Aan deze afwijkingsmogelijkheid is de voorwaarde verbonden dat dit in de
                        aanbestedingsstukken deugdelijk gemotiveerd wordt. Deze ‘comply or explain’
                        voorwaarde sluit ook aan bij het aanbestedingsrecht waarin dit regelmatig
                        wordt toegepast. Aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven zijn
                        hier dus al mee bekend.</al>
                  <al>In het vierde lid is een grondslag voorgesteld om bij amvb uitzonderingen
                        op de toepassing van het eerste en tweede lid mogelijk te maken. Het gaat
                        dan om algemene uitzonderingen, die van toepassing zijn naast het per geval
                        te beoordelen vereiste dat het stellen van deze voorwaarden en een
                        gunningscriterium in een redelijke verhouding moeten staan tot het voorwerp
                        van de opdracht. Voorbeelden van deze uitzonderingen zijn gegeven in
                        paragraaf 2.3 van het algemene deel van de toelichting.</al>
                </divisie>
              </divisie>
            </divisie>
            <ondertekening>
              <functie>De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en
                     Milieu,</functie>
            </ondertekening>
          </nota-toelichting>
        </wet-besluit>
      </object_van_advies>
    </adviesRvS>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>