﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-25171/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <kop>
      <titel>Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam</titel>
    </kop>
    <circulaire>
      <circulaire.aanhef>
        <context>
          <context.al type="kenmerk">A2025/9098</context.al>
        </context>
      </circulaire.aanhef>
      <circulaire-tekst>
        <tekst status="goed">
          <al>Beslissing van 8 mei 2026 op de klacht van:</al>
          <al-groep>
            <al>
              <nadruk type="vet">INSPECTIE GEZONDHEIDSZORG EN JEUGD,</nadruk>
            </al>
            <al>gevestigd in Utrecht,</al>
            <al>klaagster, hierna: de IGJ,</al>
            <al>vertegenwoordigd door: mr. Q.J.M.A. Amelink, mr. A.A.B. Cornelissen en drs. A.
                  van Meeuwen, werkzaam in Utrecht,</al>
          </al-groep>
          <al>tegen</al>
          <al-groep>
            <al>
              <nadruk type="vet">A</nadruk>,</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">klinisch psycholoog,</nadruk>
            </al>
            <al>verweerster, hierna ook: de klinisch psycholoog,</al>
            <al>gemachtigde: mr. E.J.C. de Jong, werkzaam te Utrecht.</al>
          </al-groep>
        </tekst>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">1.</nr>
            <titel>Waar gaat de zaak over?</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <lijst nummerbreedte="3-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>1.1</li.nr>
                <al>De IGJ verwijt de klinisch psycholoog dat zij tekortgeschoten is in de zorg
                        aan een patiënte door een interventie met psilocybinehoudende truffels
                        onzorgvuldig af te wegen, daarover onvoldoende afstemming met collega’s te
                        zoeken en onvoldoende dossier te voeren. Ook verwijt de IGJ de klinisch
                        psycholoog dat zij heeft gehandeld in strijd met wat een behoorlijk
                        beroepsbeoefenaar betaamt door in de rol van coach een retreat aan te bieden
                        waarbij psilocybine werd gebruikt. De klinisch psycholoog weerspreekt het
                        gestelde handelen niet, maar meent dat het geen tuchtrechtelijk verwijtbaar
                        handelen betreft. De interventie met de patiënte was op verzoek van de
                        patiënte en volgens de klinisch psycholoog was sprake van een handelen
                        binnen de professionele standaard waarbij het belang van de patiënte voorop
                        is gesteld. Ten aanzien van het tweede verwijt meent de klinisch psycholoog
                        dat er geen relevant verband is met haar beroepsuitoefening.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>1.2</li.nr>
                <al>Het college komt tot het oordeel dat de klinisch psycholoog tuchtrechtelijk
                        verwijtbaar heeft gehandeld en de klacht gegrond is. Als maatregel legt het
                        college een voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes maanden op, met
                        een proeftijd van twee jaar en als bijzondere voorwaarde dat de klinisch
                        psycholoog gedurende twaalf maanden uitsluitend mag werken onder supervisie.
                        Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht
                        het college de beslissing toe.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">2.</nr>
            <titel>De procedure</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <lijst nummerbreedte="3-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>2.1</li.nr>
                <al>Het college heeft de volgende stukken ontvangen:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 9 oktober 2025;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>het verweerschrift.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.2</li.nr>
                <al>De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een
                        secretaris van het college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling
                        vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.3</li.nr>
                <al>De zaak is behandeld op de openbare zitting van 27 maart 2026. De partijen
                        zijn verschenen. De IGJ werd ter zitting vertegenwoordigd door mr. Amelink
                        en A. van Os.</al>
                <al>De klinisch psycholoog werd bijgestaan door haar gemachtigde. De partijen
                        hebben hun standpunten mondeling toegelicht en pleitnotities voorgelezen en
                        aan het college en de andere partij overhandigd.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">3.</nr>
            <titel>Wat is er gebeurd?</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <lijst nummerbreedte="3-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>3.1</li.nr>
                <al>De klinisch psycholoog is in 2019 gestart met de opleiding tot klinisch
                        psycholoog en psychotherapeut bij B (hierna: de instelling). In 2022 rondde
                        zij de opleiding tot psychotherapeut af en begin 2023 de opleiding tot
                        klinisch psycholoog.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.2</li.nr>
                <al>Vanaf 2020 startte de klinisch psycholoog een behandeling met een patiënte
                        (hierna: de patiënte) die onder andere leed aan een dissociatieve
                        identiteitsstoornis (hierna ook: DIS). De patiënte ontving bij de instelling
                        meerdere sessies intensieve traumabehandeling per dag. Daarbij waren
                        meerdere (mede)behandelaars betrokken. De klinisch psycholoog heeft zelf
                        verschillende behandelingen ingezet bij de patiënte, waaronder intensieve
                        traumabehandeling. De patiënte heeft op enig moment aan de klinisch
                        psycholoog laten weten dat zij voorafgaand aan de behandeling bij de
                        instelling een psilocybinebehandeling had ondergaan bij een niet
                        BIG-geregistreerde traumatherapeut, waar zij baat bij had gehad. De patiënte
                        heeft haar wens om het innemen van psilocybine voort te zetten gedurende de
                        behandeling met de klinisch psycholoog besproken en afgestemd. Daartoe zou
                        de patiënte psilocybinehoudende truffels online bestellen, waarvan zij zelf
                        zogenoemde ‘truffelthee’ zou maken en dit voorafgaand aan de behandeling
                        thuis innemen. De klinisch psycholoog is hiermee akkoord gegaan.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.3</li.nr>
                <al>In 2021 hebben er volgens de klinisch psycholoog twee behandelsessies
                        plaatsgevonden waarbij de patiënte thuis voorafgaand aan de sessie
                        truffelthee had gedronken. De echtgenoot van de patiënte bracht haar naar
                        deze sessies, haalde haar weer op en was voor haar beschikbaar op de dag van
                        de sessies.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.4</li.nr>
                <al>In 2022 wilde de patiënte een hogere dosering innemen voorafgaand aan een
                        behandelsessie. Daar ging de klinisch psycholoog niet mee akkoord, omdat zij
                        vond dat zij nog onvoldoende kennis en ervaring had op het gebied van
                        psilocybine. De klinisch psycholoog heeft vervolgens in september 2023 een
                        cursus van 4,5 dag in Nederland gevolgd over de werking van psilocybine en
                        het vormgeven van een interventiebehandeling hiermee. Het volgen van deze
                        cursus heeft de klinisch psycholoog besproken met haar manager en de cursus
                        is deels bekostigd door haar werkgever. De klinisch psycholoog heeft in haar
                        gesprek met de IGJ verklaard dat haar manager opmerkte dat zij de
                        geneesheer-directeur moest informeren als ze ‘buiten de lijntjes ging
                        kleuren’.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.5</li.nr>
                <al>Op 3 oktober 2023 vond een teamdag plaats bij de instelling. Daarbij is
                        vanuit het team tegen de klinisch psycholoog gezegd dat men vond dat zij te
                        weinig samenwerkte. De reactie van de klinisch psycholoog was dat ze wel
                        weer wilde meedoen met het MDO (multidisciplinair overleg), maar wel meer
                        ruimte wilde. Dat najaar werd de klinisch psycholoog een verbetertraject
                        aangeboden, dat vervolgens niet is geconcretiseerd vanwege verschil in
                        opvatting tussen haar en de instelling en haar wens eerst een feitenanalyse
                        af te wachten.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.6</li.nr>
                <al>Vervolgens heeft de klinisch psycholoog in oktober 2023 een behandelsessie
                        met de patiënte uitgevoerd, waarbij de patiënte voorafgaand thuis een
                        dosering psilocybine had ingenomen die hoger was dan die voorafgaand aan de
                        eerdere twee behandelsessies. De klinisch psycholoog heeft twee van de
                        betrokken (mede)behandelaren voorafgaand aan deze sessie en een ander
                        achteraf ingelicht. De manager van de klinisch psycholoog verbood haar de
                        behandelsessie uit te voeren. Volgens de klinisch psycholoog las zij dit
                        bericht echter pas na de sessie.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.7</li.nr>
                <al>De dag na deze behandelsessie heeft een (mede)behandelaar diens voor die
                        dag geplande afspraak met de patiënte afgezegd en aan de klinisch psycholoog
                        gevraagd dit op te vangen vanwege een suïciderisico. De klinisch psycholoog
                        heeft daarop 1,5 uur met de patiënte gebeld vanwege suïcidaliteit en zij is
                        vervolgens, zonder collega’s daarover te informeren, op huisbezoek gegaan
                        bij de patiënte, waarna de patiënte volgens de klinisch psycholoog voldoende
                        stabiel was.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.8</li.nr>
                <al>Het psilocybine-gebruik heeft de klinisch psycholoog niet in het dossier
                        van de patiënte vermeld, omdat de patiënte dat niet wilde. De patiënte heeft
                        de klinisch psycholoog gevraagd om de interventie te noteren als ‘verlengde
                        exposure’.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.9</li.nr>
                <al>De klinisch psycholoog heeft vanwege de (derde) psilocybine-interventie van
                        de instelling een waarschuwing gekregen.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.10</li.nr>
                <al>Op 7 december 2023 hebben de klinisch psycholoog en de instelling een
                        vaststellingsovereenkomst gesloten op grond waarvan haar dienstverband bij
                        de instelling per 1 januari 2024 is beëindigd.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.11</li.nr>
                <al>De klinisch psycholoog is daarna als zelfstandig psycholoog gaan werken
                        vanuit een eigen praktijk, aangesloten bij C. De patiënte, die tevreden was
                        over de klinisch psycholoog, is bij de klinisch psycholoog onder behandeling
                        gebleven.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.12</li.nr>
                <al>In 2024 heeft de klinisch psycholoog een onlineopleiding
                        ‘Psychedelic-Assisted Therapy Training’ gevolgd bij het Integrative
                        Psychiatry Institute, gevestigd in D in E. Deze opleiding is niet opgenomen
                        in het CRKBO-register en evenmin geaccrediteerd door een beroepsorganisatie
                        zoals de Federatie voor Gezondheidszorgpsychologen en
                        Psychotherapeuten.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.13</li.nr>
                <al>Na afronding van deze opleiding heeft de klinisch psycholoog in de rol van
                        ‘coach’ een tweedaagse groepsretreat op 17 en 18 november 2024 (hierna ook:
                        de retreat) aangeboden en daadwerkelijk georganiseerd met gebruik van
                        psilocybinehoudende truffelthee. Het voornemen om de retreat te organiseren
                        heeft de klinisch psycholoog gedeeld op LinkedIn, waarop zij deze aanduidt
                        als ‘mijn eerste officiële retreat’.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.14</li.nr>
                <al>Voorafgaand aan de retreat heeft de klinisch psycholoog de deelnemers een
                        toelichting verstrekt, die zij dienden te ondertekenen voor akkoord. Hierin
                        wordt onder andere toegelicht wat de retreat inhoudt, wanneer de klinisch
                        psycholoog adviseert om eraan deel te nemen en er worden een aantal
                        exclusiecriteria geformuleerd. Vermeld staat dat de retreat een goed idee
                        kan zijn wanneer iemand zijn of haar (negatieve) gedragspatronen wil
                        doorbreken en dat het kan helpen bij het verwerken van emotionele
                        gebeurtenissen.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.15</li.nr>
                <al>Op 28 december 2023 heeft de instelling een melding bij de IGJ gedaan met
                        betrekking tot de klinisch psycholoog op grond van artikel 11, eerste lid,
                        sub c, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). In mei
                        2024 is de IGJ een onderzoek gestart, waarbij op 22 mei 2024 is gesproken
                        met de klinisch psycholoog. Het onderzoek is afgerond met een rapport op
                        27 juni 2025 en aankondiging van een klacht bij het college. Die klacht is
                        op 8 oktober 2025 ingediend bij het college.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">4.</nr>
            <titel>De klacht en de reactie van de klinisch psycholoog</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <lijst nummerbreedte="3-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>4.1</li.nr>
                <al>De klacht van de IGJ bestaat uit twee onderdelen. De IGJ verwijt de
                        klinisch psycholoog dat zij:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>1.</li.nr>
                    <al>tekort is geschoten in de zorg aan de patiënte door</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>de interventie met psilocybinehoudende truffels onzorgvuldig af
                                    te wegen;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>onvoldoende afstemming te zoeken met collega’s;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>c.</li.nr>
                        <al>onvoldoende dossier te voeren;</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>2.</li.nr>
                    <al>door het als coach aanbieden van retreats met psilocybine, in strijd
                              handelt met wat een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>4.2</li.nr>
                <al>De klinisch psycholoog heeft het college verzocht de klacht ongegrond te
                        verklaren.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>4.3</li.nr>
                <al>Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">5.</nr>
            <titel>De overwegingen van het college</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="cur">Hoedanigheid van de klinisch psycholoog</tussenkop>
            <lijst nummerbreedte="3-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>5.1</li.nr>
                <al>De klinisch psycholoog is ingeschreven in het BIG-register als
                        psychotherapeut en als klinisch psycholoog. Zij heeft naar voren gebracht
                        dat de IGJ duidelijk dient te maken in welke hoedanigheid zij volgens de IGJ
                        tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Volgens de klinisch psycholoog
                        kan het niet zo zijn dat de klacht met betrekking tot beide registraties
                        wordt ingediend, omdat dit een miskenning zou betekenen van het belang van
                        de verschillende registraties.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.2</li.nr>
                <al>Het college overweegt dat de hoedanigheden van klinisch psycholoog en
                        psychotherapeut bij de behandelingen waarop de voorliggende tuchtrechtelijke
                        klachten zich richten, zodanig in elkaars verlengde liggen en overlap
                        vertonen, dat deze niet van elkaar kunnen worden gescheiden. Het college
                        gaat er daarom vanuit dat de klinisch psycholoog terzake in beide
                        hoedanigheden heeft gehandeld en daarom tuchtrechtelijk tegelijkertijd in
                        beide hoedanigheden op die verrichte behandelingen kan worden
                        aangesproken.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.3</li.nr>
                <al>In deze zaak staat het handelen in de hoedanigheid van klinisch psycholoog
                        ter beoordeling. De klacht met zaaknummer A2025/9099 ziet op het handelen in
                        de hoedanigheid van psychotherapeut. Deze beslissingen zijn, in het licht
                        van het hiervoor overwogene, (nagenoeg) gelijkluidend.</al>
              </li>
            </lijst>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Klachtonderdeel 1 – de zorgverlening aan de
                  patiënte</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Toetsingskader (de eerste tuchtnorm)</tussenkop>
            <lijst nummerbreedte="3-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>5.4</li.nr>
                <al>De vraag is of de klinisch psycholoog de zorg aan de patiënte heeft
                        verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een
                        redelijk bekwame en redelijk handelende klinisch psycholoog. Bij de
                        beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende
                        beroepsnormen en andere professionele standaarden ten tijde van het te
                        beoordelen handelen.</al>
              </li>
            </lijst>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Klachtonderdeel 1 sub a) interventies onvoldoende zorgvuldig
                  afgewogen</tussenkop>
            <lijst nummerbreedte="3-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>5.5</li.nr>
                <al>Volgens de IGJ heeft de klinisch psycholoog de bij de patiënte uitgevoerde
                        interventie met psilocybine houdende truffels onvoldoende zorgvuldig
                        afgewogen. De IGJ wijst erop dat er (nog) geen richtlijnen of protocollen
                        zijn die de toepassing van psilocybine beschrijven. Ook verwijst de IGJ naar
                        de bij het verweerschrift gevoegde wetenschappelijke publicaties. Het meeste
                        wetenschappelijk onderzoek naar psilocybine richt zich op de behandeling van
                        hardnekkige depressie, maar ook dit is nog niet in een richtlijn opgenomen.
                        Er is nog weinig bekend over de (lange termijn) risico’s en bijwerkingen van
                        psilocybine, hoe lang eventuele therapeutische effecten aanhouden en voor
                        welke subgroepen patiënten deze behandelingen wel en niet geschikt zijn. De
                        klinisch psycholoog is meegegaan in de wensen van de patiënte en heeft zich
                        daarbij te weinig rekenschap gegeven van de ontbrekende wetenschappelijke
                        evidentie en ontbrekende richtlijnen. Daarmee heeft zij zich risicovol
                        gedragen richting de patiënte, aldus de IGJ. Ook schond zij daarmee artikel
                        16 van de beroepscode voor psychologen (2015) waarin staat dat psychologen
                        in hun beroepsuitoefening handelen volgens de professionele standaard, en
                        artikel 106 van deze beroepscode waarin staat dat psychologen hun
                        beroepsmatig handelen moeten kunnen verantwoorden in het licht van de stand
                        der wetenschap zoals deze uit de vakliteratuur blijkt.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.6</li.nr>
                <al>De klinisch psycholoog benadrukt dat het initiatief voor het gebruik van de
                        psilocybinehoudende truffels bij de patiënte lag. Volgens de klinisch
                        psycholoog gaat het daarom in dit geval niet om een door haar gegeven
                        interventie met psilocybine. De klinisch psycholoog is van mening dat zij,
                        door mee te gaan in de wens van de patiënte om een therapiesessie te houden
                        nadat patiënte thuis psilocybine had ingenomen, niet de professionele
                        standaard heeft geschonden. De klinisch psycholoog meent dat personen met
                        klachten primair zelf mogen bepalen wat zij wel of niet gebruiken ter
                        verlichting van hun klachten. De klinisch psycholoog kende patiënte al
                        jaren, kende ook haar ernstige en langdurige lijden en vertrouwde haar.
                        Patiënte had haar verteld dat zij (patiënte zelf) zich uitvoerig had
                        verdiept in de werking van psilocybine en dat haar eerdere sessies bij een
                        niet BIG-geregistreerde hulpverlener na psilocybine gebruik beter waren
                        verlopen voor haar. Voor wat betreft de derde sessie bij de klinisch
                        psycholoog, met een hogere dosering psilocybine, had de klinisch psycholoog
                        zich bovendien voorafgaand zelf uitgebreid verdiept in de werking van
                        psilocybine. De klinisch psycholoog is van mening dat zij juist oog heeft
                        gehad voor het individuele belang van de patiënte. Tot slot heeft de
                        klinisch psycholoog ter zitting opgemerkt dat de Zorgstandaard Dissociatieve
                        Stoornissen en de Zorgstandaard Psychotrauma- en Stressgerelateerde
                        stoornissen een alternatieve en experimentele behandeling niet ontmoedigen
                        als eerdere, meer reguliere behandelingsvormen onvoldoende effect hebben
                        gehad.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.7</li.nr>
                <al>Het college stelt voorop dat niet ter discussie staat dat het initiatief
                        voor het gebruik van de psilocybinehoudende truffels van de patiënte kwam en
                        dat zij die zelf aanschafte en de truffelthee thuis, voorafgaand aan de
                        behandelsessie bij de klinisch psycholoog, innam. Dat laat naar het oordeel
                        van het college evenwel onverlet dat sprake is van drie behandelsessies van
                        de klinisch psycholoog aan de patiënte omvattende het gebruik van
                        psilocybine houdende truffels, door de IGJ aangeduid als interventies
                        (hierna ook: behandelsessies). De patiënte heeft dat gebruik immers vooraf
                        met de klinisch psycholoog besproken en afgestemd. Als niet weersproken
                        staat vast dat de klinisch psycholoog daarmee heeft ingestemd en de
                        behandelsessies heeft laten doorgaan in de wetenschap van dat voorafgaande
                        gebruik. Ook heeft de klinisch psycholoog met patiënte afgesproken de
                        behandelsessies in een Psychomotorische Therapie-ruimte te houden zodat zij
                        niet gestoord zouden worden. Bovendien heeft zij voorafgaand aan de derde
                        sessie zelfs een cursus gericht op het vormgeven van een
                        interventiebehandeling met psilocybine gevolgd ten behoeve van de
                        behandeling van de door de patiënte gewenste interventie met een hogere
                        dosis psilocybine. Dit alles maakt dat de klinisch psycholoog een
                        behandeling omvattende psilocybinehoudende truffels heeft gefaciliteerd en
                        aldus het gebruik door de patiënte van de psilocybinehoudende truffels heeft
                        geïncorporeerd in de door de klinisch psycholoog gerealiseerde behandeling.
                        Dit betekent dat de klinisch psycholoog hier ook volledig verantwoordelijk
                        voor is. Deze verantwoordelijkheid heeft zij ter zitting overigens ook
                        erkend.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.8</li.nr>
                <al>Ten tijde van voornoemde drie behandelsessies (twee in 2021 en de derde in
                        2023) was er binnen de beroepsgroep geen schriftelijke norm die voorziet in
                        het toepassen van psychedelica in een reguliere GGZ-behandeling (en tot op
                        heden evenmin). Evenmin kon aan de stand van de wetenschap en de praktijk
                        binnen de beroepsgroep ten tijde van haar handelen een zodanige norm worden
                        ontleend. Het gebruik van psychedelica in een GGZ-behandeling bevond zich
                        destijds, en ook nu nog, in de experimentele fase. In deze fase van
                        onderzoek worden de veiligheid, werkzaamheid, effectiviteit en bijwerkingen
                        op de korte en lange termijn van een middel nog getoetst. Dat betekent dat
                        er nog geen sprake kan zijn van toepassing buiten een wetenschappelijke
                        onderzoeksetting. Daarbij komt dat psilocybine met name wordt onderzocht
                        voor behandeling van depressie, niet voor traumagerelateerde klachten of
                        DIS. Deze stand van zaken was ook voor een redelijk handelend beroepsgenoot
                        kenbaar en tijdens de zitting heeft de klinisch psycholoog haar kennis van
                        deze stand van zaken als zodanig ook niet bestreden.</al>
                <al>Daarmee is het evident dat de beroepsnorm ten tijde van het handelen was
                        (en ook nu nog is) dat psychedelica zoals psilocybine niet gebruikt worden
                        binnen een reguliere GGZ-behandeling.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.9</li.nr>
                <al>Het feit dat, zoals door de klinisch psycholoog ter zitting naar voren
                        gebracht, de patiënte eerder een positieve ervaring met een
                        psilocybinebehandeling elders had gehad, de patiënte verbaal sterk was en
                        zij zelf wetenschappelijke artikelen aandroeg en dat de klinisch psycholoog
                        de patiënte goed kende en geheel vertrouwde, is onvoldoende om in weerwil
                        van het voorgaande tot de handelwijze zoals weergegeven in overweging 5.7 te
                        mogen besluiten. Dat de klinisch psycholoog voorafgaand aan de derde
                        behandelsessie, waarbij de patiënte een hogere dosis wilde innemen, ook zelf
                        een (niet in Nederland geaccrediteerde) cursus over het gebruik van
                        psilocybine in de behandeling had gevolgd, maakt dat gezien het voorgaande
                        niet anders. De klinisch psycholoog heeft (eerst) ter zitting gesteld dat
                        zij meende voor deze niet-genormeerde behandeling te mogen opteren omdat
                        meer reguliere behandelingsvormen volgens haar onvoldoende effect hadden
                        gehad. Die stelling mist feitelijke grondslag en snijdt ook overigens
                        tuchtrechtelijk geen hout, gelet op het hiervoor overwogene. De klinisch
                        psycholoog heeft louter op basis van informatie van de patiënte en diens
                        wens gehandeld en is daarmee voorbijgegaan aan haar eigen professionele
                        verantwoordelijkheid als zorgverlener. Dat zij deze behandelsessies na de
                        innames doelbewust zonder meer heeft doorgezet, is tuchtrechtelijk
                        verwijtbaar.</al>
                <al>Het verweer dat er binnen de beroepsgroep geen norm op dit terrein bestond
                        zodat er van overtreding en dus tuchtrechtelijke verwijtbaarheid geen sprake
                        kan zijn, faalt. Dit miskent immers dat – zoals hiervoor is overwogen – er
                        wel degelijk een kenbare beroepsstandaard bestond (en bestaat) die maakt dat
                        de voorliggende drie behandelsessies in de gegeven omstandigheden in strijd
                        zijn met wat een redelijk handelend beroepsgenoot betaamt.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.10</li.nr>
                <al>Het voorgaande betekent dat klachtonderdeel 1 sub a gegrond is.</al>
              </li>
            </lijst>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Klachtonderdeel 1 sub b) onvoldoende afstemming met collega’s</tussenkop>
            <lijst nummerbreedte="3-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>5.11</li.nr>
                <al>De IGJ wijst erop dat wanneer een beroepsbeoefenaar een niet reguliere en
                        niet geaccepteerde behandelmethode wil toepassen, het des te meer van belang
                        is dat de beroepsbeoefenaar deze handelwijze met collega-zorgverleners
                        bespreekt om te toetsen of dit afwijken geïndiceerd is en zo ja, zo
                        zorgvuldig mogelijk plaatsvindt. In het geval van de klinisch psycholoog was
                        zelfs door haar manager opgemerkt dat zij het met de geneesheer-directeur
                        moest bespreken als zij ‘buiten de lijntjes ging kleuren’. Dit heeft zij
                        niet gedaan. Daarmee schond zij de afspraken die zij had met haar manager en
                        ook de gedragscode van de instelling, waarin staat dat de instelling
                        verwacht dat medewerkers in een vroeg stadium dilemma’s bespreken.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.12</li.nr>
                <al>De klinisch psycholoog wijst ook in dit verband op het feit dat het
                        initiatief voor het gebruik van de psilocybinehoudende truffels bij de
                        patiënte lag. Volgens haar hadden noch zij noch de instelling hier
                        zeggenschap over. Daarnaast verwijst zij naar haar verklaring aan de IGJ
                        over de werksfeer binnen de instelling. Volgens de klinisch psycholoog moest
                        zij op de afdeling veel draaiende houden, ervoer zij veel micromanagement
                        van de leiding, was er veel intern overleg en vond zij de sfeer onveilig
                        vanwege leegloop van collega’s. De klinisch psycholoog heeft voorafgaand aan
                        de interventies niet (althans onvoldoende concreet) overleg en afstemming
                        met collega’s gezocht en evenmin vooraf met de geneesheer-directeur
                        overlegd. Redengevend daarvoor was voor haar dat collega’s geen specifieke
                        kennis van psilocybine hadden en dat de patiënte heel wanhopig was en deze
                        afstemming te lang zou duren. Overleg zou namelijk betekenen dat de
                        geneesheer-directeur zich er eerst in moest gaan verdiepen. Vertraging van
                        de interventie of zelfs annulering van de voorgenomen sessie zou volgens de
                        klinisch psycholoog onveilig gaan voelen in haar contact met de patiënte en
                        mogelijk leiden tot een vertrouwensbreuk.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.13</li.nr>
                <al>Zoals hiervoor is overwogen, heeft de klinisch psycholoog, middels het
                        akkoord gaan, het voorafgaand gebruik van de psilocybinehoudende truffels
                        ingepast in haar behandeling en draagt zij daar de verantwoordelijkheid
                        voor. Het verweer dat zij (en de instelling) geen zeggenschap hierover
                        hadden, gaat dan ook hier niet op. Immers, bij gebruik van andere
                        psycho-actieve stoffen, zoals alcohol of drugs, had het (ook) op de weg van
                        de klinisch psycholoog gelegen de behandelsessie geen doorgang te laten
                        vinden.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.14</li.nr>
                <al>Het college oordeelt dat de klinisch psycholoog onzorgvuldig heeft
                        gehandeld door zonder overleg met collega’s en leidinggevenden tot het
                        uitvoeren van de behandelsessies – die zoals hiervoor is overwogen buiten de
                        beroepsnorm vallen – te besluiten. Hiermee heeft zij in strijd gehandeld met
                        competentiegebied 3 (Samenwerking) van het Competentieprofiel van de
                        klinisch psycholoog. Voor zover ze informatie over de behandelsessies heeft
                        gedeeld, was dit slechts ter mededeling dan wel achteraf, en dus niet
                        gericht op werkelijke consultatie en afstemming, wat wel op haar weg had
                        gelegen als redelijk handelend beroepsgenoot. Door deze nalatigheid heeft
                        zij zich immers niet intern laten toetsen en is zij bovendien afgeweken van
                        de gedragscode van de instelling. Zij heeft geen gebruik gemaakt van de
                        inbedding die de instelling waar zij werkte, haar kon en wilde bieden.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.15</li.nr>
                <al>Dat de klinisch psycholoog problemen ervoer met de werkwijze of sfeer
                        binnen de instelling was bekend binnen het team en is ook met haar
                        besproken, waarbij zij het belang van multidisciplinair overleg ook inzag
                        (zie overweging 3.5). Het college ziet op basis van het dossier het
                        samenwerkingsprobleem van de klinisch psycholoog niet als een
                        tuchtrechtelijk relevant excuus voor het afzien van haar verplichting tot
                        collegiaal overleg met betrekking tot de patiënte. Deze verplichting behoort
                        immers reeds in zijn algemeenheid tot de basis van de beroepsstandaard,
                        onder meer ten behoeve van het vinden van ofwel professioneel draagvlak voor
                        de voorgenomen behandeling ofwel tegenspraak die juist pleit voor het afzien
                        daarvan. Het belang daarvan voor de veiligheid van de patiënte in concreto
                        was temeer evident bij (alle drie) de voorgenomen behandelsessies, gelet op
                        het overwogene onder klachtonderdeel 1-a. Het verwijt wordt nog versterkt
                        doordat het een zeer kwetsbare patiënte met meervoudige problematiek betrof,
                        waaronder DIS. Dit laatste is relevant omdat de bijwerking van het gebruik
                        van psilocybine juist dissociatie oproept en daarmee mogelijk de stoornis in
                        stand houdt of zelfs versterkt.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.16</li.nr>
                <al>Voor zover de klinisch psycholoog beoogt te stellen dat de situatie van de
                        patiënte zo nijpend was dat zij in het belang van de patiënte wel mocht
                        kiezen voor deze wijze van behandeling zónder de bedoelde voorafgaande
                        collegiale afstemming, mist dit feitelijke grondslag en kan dit in de
                        gegeven situatie evenmin als een tuchtrechtelijk houdbare rechtvaardiging
                        gelden voor het afzien van collegiaal overleg.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.17</li.nr>
                <al>Door het collegiale overleg niet aan te gaan en – zelfs nog na de door de
                        IGJ aangehaalde opmerking van haar manager in 2023, zie overweging 3.4 slot
                        – een volstrekt individualistische koers te (blijven) varen, is de klinisch
                        psycholoog ook op dit punt voorbijgegaan aan haar professionele
                        verantwoordelijkheid. Daardoor heeft zij niet alleen, zoals reeds overwogen,
                        de veiligheid van de patiënte mogelijk in gevaar gebracht, maar ook die van
                        zichzelf als zorgverlener. Deze handelwijze is tuchtrechtelijk
                        verwijtbaar.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.18</li.nr>
                <al>Ook klachtonderdeel 1 sub b is gegrond.</al>
              </li>
            </lijst>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Klachtonderdeel 1 sub c) onvoldoende dossiervoering</tussenkop>
            <lijst nummerbreedte="3-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>5.19</li.nr>
                <al>De IGJ stelt dat de klinisch psycholoog door het psilocybine-gebruik van de
                        patiënte niet op te nemen in het dossier van de patiënte tuchtrechtelijk
                        verwijtbaar heeft gehandeld. Hierdoor werden risico’s niet inzichtelijk voor
                        collega-zorgverleners en is de overdraagbaarheid van het dossier
                        bemoeilijkt. Daarbij wijst de IGJ op artikel 20 van de Beroepscode voor
                        psychologen (2015), die ten tijde van het gebeurde actueel was. Hierin staat
                        dat psychologen alle gegevens in het dossier bewaren die noodzakelijk zijn
                        in het kader van de professionele relatie. Zij zorgen ervoor dat het dossier
                        altijd zodanig is bijgewerkt dat bij onvoorziene afwezigheid van hun kant,
                        een deskundige vakgenoot de professionele relatie kan voortzetten. Dit volgt
                        ook uit artikel 7:454 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Een adequate
                        verslaglegging is van belang voor het vaststellen, verlenen, evalueren en
                        overdragen van de zorg. Bovendien is bij het afwijken van richtlijnen sprake
                        van een verzwaarde dossierplicht.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.20</li.nr>
                <al>De klinisch psycholoog heeft op de zitting erkend dat zij het
                        psilocybine-gebruik van de patiënte voorafgaand aan voornoemde drie
                        behandelsessies niet heeft opgenomen in het medisch dossier omdat de
                        patiënte dit niet wilde. De klinisch psycholoog is van mening dat de IGJ uit
                        het oog verliest dat de dossierplicht primair de goede hulpverlening aan een
                        patiënt als doel heeft. Een zorgverlener dient volgens de klinisch
                        psycholoog het belang van een patiënt voorop te stellen, ook in het kader
                        van de dossiervoering. Bovendien kan een patiënt rechten uitoefenen ten
                        aanzien van het dossier, zoals het vernietigen van gegevens die in eerste
                        instantie tegen de wens van de patiënt zijn opgenomen in het dossier.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.21</li.nr>
                <al>Het college overweegt dat op grond van artikel 7:454 van het BW een
                        zorgverlener verplicht is om een dossier in te richten met betrekking tot de
                        behandeling van de patiënt. Daarin dient hij onder meer aantekening te
                        houden van de gegevens over de gezondheid van de patiënt en de uitgevoerde
                        verrichtingen, een en ander voor zover dit voor een goede hulpverlening aan
                        de patiënt noodzakelijk is. Goede, toegankelijke en begrijpelijke
                        verslaglegging in het dossier is van groot belang niet alleen voor de
                        kwaliteit en continuïteit van de zorgverlening en begeleiding, maar ook
                        vanwege de verantwoording en toetsbaarheid van het handelen van de
                        desbetreffende zorgverlener. Adequate dossiervoering dient de continuïteit
                        van zorgverlening, vergemakkelijkt de overdracht, biedt in geval van
                        complicaties of incidenten informatie over de toedracht en stelt de
                        behandelaar in staat waar nodig verantwoording af te leggen over het
                        gevoerde beleid.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.22</li.nr>
                <al>Naar het oordeel van het college is de klinisch psycholoog tekortgeschoten
                        in de dossierplicht. Zij had niet mogen besluiten het psilocybine-gebruik
                        voorafgaand aan de sessies uit het medisch dossier te houden, ook niet nu de
                        patiënte daarom verzocht. Het gaat hier namelijk om relevante informatie
                        betreffende de behandeling. Bovendien brengt het psilocybine-gebruik
                        mogelijk risico’s met zich mee die ook inzichtelijk voor anderen dienen te
                        zijn, met name voor in dit geval de medebehandelaars van de patiënte. Een
                        adequate dossiervoering is dus juist in het belang van de patiënt. Het
                        belang van toetsbaarheid klemt temeer gegeven de situatie zoals hiervoor is
                        beschreven onder klachtonderdeel 1-a. Het had hier dan ook op de weg gelegen
                        van de klinisch psycholoog als redelijk handelend beroepsgenoot om haar
                        dossierplicht tijdig met de patiënte te bespreken en aan haar uit te leggen.
                        Bij voortdurend gebrek aan acceptatie bij de patiënte had zij moeten afzien
                        van de voorgenomen behandeling indien daaraan voorafgaand psilocybine was
                        ingenomen, in plaats van het verzoek van de patiënte om deze informatie uit
                        het dossier weg te laten te honoreren en welbewust de behandeling te laten
                        doorgaan met inbegrip van die psilocybine inname. Dat een patiënt kan
                        verzoeken om vernietiging van gegevens uit het dossier, doet als zodanig aan
                        de dossierplicht van de zorgverlener niet af. Ook hier treft de klinisch
                        psycholoog een tuchtrechtelijk verwijt.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.23</li.nr>
                <al>Dit betekent dan ook dat klachtonderdeel 1 sub c gegrond is.</al>
              </li>
            </lijst>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Klachtonderdeel 2 – het handelen als coach</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Toetsingskader (de tweede tuchtnorm)</tussenkop>
            <lijst nummerbreedte="3-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>5.24</li.nr>
                <al>Het tweede klachtonderdeel gaat over het handelen als coach.</al>
                <al>De zogenoemde tweede tuchtnorm, opgenomen in artikel 47, eerste lid en
                        onder b, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet
                        BIG), richt zich op “enig ander handelen of nalaten in strijd met hetgeen
                        een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt”. Ook gedragingen die niet zijn
                        begaan in de hoedanigheid van BIG-geregistreerde kunnen via deze tuchtnorm
                        tuchtrechtelijk worden getoetst wanneer sprake is van gedragingen die een
                        gevaar voor patiënten kunnen opleveren of die het vertrouwen in de
                        beroepsuitoefening ernstig kunnen schaden. Hieronder vallen gedragingen die
                        in strijd zijn met de beroepsnormen van het beroep waarvoor de
                        beroepsbeoefenaar is geregistreerd, maar die hij of zij begaat in de
                        uitoefening van een ander beroep.<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2016/17, <extref doc="kst-34629-3" soort="document" status="actief">34 629, 3</extref>, p. 10</noot.al></noot> Het college is van oordeel dat dit het geval is en verwijst hiertoe
                        naar het overwogene onder klachtonderdeel 1-a. Dit betekent dat de IGJ
                        ontvankelijk is in haar tweede klachtonderdeel.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.25</li.nr>
                <al>Volgens de IGJ heeft de klinisch psycholoog gehandeld in strijd met wat een
                        behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt zoals bedoeld in de tweede tuchtnorm,
                        door het aanbieden van retreats/reizen met psilocybine als coach.</al>
                <al>De klinisch psycholoog betwist dit verwijt. Zij voert aan dat zij de
                        psilocybine-reis/retreat in kwestie niet als klinisch psycholoog maar als
                        coach heeft aangeboden, zonder dat dit een weerslag heeft op de beroepsgroep
                        van de klinisch psycholoog. Tevens bestrijdt zij ook hier dat zij heeft
                        gehandeld in strijd met wat een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.26</li.nr>
                <al>Het college stelt op basis van het dossier vast dat de klinisch psycholoog
                        één tweedaagse psilocybine-reis/retreat heeft aangeboden in de hoedanigheid
                        van ‘coach’. (hierna: de retreat). Dat laat onverlet dat zij de retreat
                        heeft gepresenteerd op LinkedIn vanuit haar professionele profiel, waarbij
                        pal boven de tekst met de retreat aanbieding onder meer haar
                        BIG-registraties van klinisch psycholoog en psychotherapeut expliciet
                        vermeld staan. De klinisch psycholoog heeft ter zitting bovendien benadrukt
                        dat het feit dat zij een BIG-geregistreerd klinisch psycholoog en
                        psychotherapeut is, bij de deelnemers van de retreat vertrouwen kan wekken.
                        Juist doordat zij over bepaalde beroepscompetenties beschikt, zullen
                        deelnemers mogelijk meer vertrouwen hebben in een door haar georganiseerde
                        psilocybine-retreat dan in een retreat georganiseerd door een niet
                        BIG-geregistreerde aanbieder. Ook volgt uit de schriftelijke informatie die
                        de klinisch psycholoog aan de deelnemers heeft verstrekt voorafgaand aan de
                        retreat dat zij haar vakbekwaamheid inzet tijdens de retreat. Zo benoemt de
                        klinisch psycholoog dat de psilocybine-retreat ‘een goed idee’ kan zijn als
                        iemand zijn of haar (negatieve) gedragspatronen wil doorbreken en dat het
                        kan helpen bij het verwerken van emotionele gebeurtenissen. Dit zijn
                        kernonderdelen van de expertise van een BIG-geregistreerde klinisch
                        psycholoog.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.27</li.nr>
                <al>Door op deze wijze haar vakbekwaamheid in te zetten en onder andere deze
                        doelen na te streven tijdens de retreat heeft de klinisch psycholoog een
                        dusdanige verwevenheid met haar BIG-geregistreerde beroepsuitoefening
                        gecreëerd dat dit niet los daarvan kan worden gezien. Dat zij zichzelf
                        tijdens de retreat presenteert als coach in plaats van als klinisch
                        psycholoog, doet er onder deze omstandigheden dus niet aan af dat dit
                        handelen wel degelijk een weerslag heeft op de beroepsgroep van de klinisch
                        psycholoog.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.28</li.nr>
                <al>Het aanbieden van de retreat door de klinisch psycholoog als coach is in de
                        gegeven omstandigheden, gelet op de hierboven genoemde verwevenheid met haar
                        BIG-geregistreerde beroepsuitoefening, een gedraging die het vertrouwen in
                        de beroepsuitoefening ernstig schaadt en daarmee een negatieve weerslag
                        heeft op de beroepsgroep. Dit betekent dat dit specifieke handelen van de
                        klinisch psycholoog in de hoedanigheid van coach, te weten het aanbieden van
                        de tweedaagse retreat in de gegeven omstandigheden, in strijd is met dat wat
                        een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.29</li.nr>
                <al>De klinisch psycholoog heeft aangevoerd dat het slechts om één try-out
                        ging, met drie hoogopgeleide deelnemers, onder wie twee GZ-psychologen, en
                        allen zonder psychische aandoening. Dit doet naar het oordeel van het
                        college aan de tuchtrechtelijke verwijtbaarheid en de negatieve weerslag op
                        de beroepsgroep niet af. Op de aanbieding van de retreat op LinkedIn was dit
                        immers niet kenbaar voor potentiële gegadigden. Ten overvloede merkt het
                        college op dat er ten tijde van de retreat geen wetenschappelijk bewijs was
                        (en ook nu niet) dat de toepassing van psilocybine op mensen zonder een
                        gediagnosticeerde psychische aandoening van toegevoegde waarde is. Daar komt
                        bij dat ook bij toepassing op die mensen met name de lange termijneffecten
                        van die toepassing nog grotendeels onbekend waren (en nog zijn).</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.30</li.nr>
                <al>De conclusie is dat ook klachtonderdeel 2 gegrond is.</al>
              </li>
            </lijst>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Slotsom</tussenkop>
            <lijst nummerbreedte="3-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>5.31</li.nr>
                <al>Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht
                        gegrond zijn.</al>
              </li>
            </lijst>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Maatregel</tussenkop>
            <lijst nummerbreedte="3-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>5.32</li.nr>
                <al>De in deze uitspraak vastgestelde gedragingen en gegronde klachtonderdelen
                        zijn naar het oordeel van het college ernstige tekortkomingen in het
                        handelen van de klinisch psycholoog. De vraag is vervolgens welke maatregel
                        hier op zijn plaats is.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.33</li.nr>
                <al>Het college stelt voorop dat de klinisch psycholoog tijdens het onderzoek
                        van de IGJ, de onderhavige tuchtprocedure en tijdens de zitting openheid van
                        zaken heeft gegeven over haar handelen en beweegredenen. In de kern beproeft
                        het college bij haar een diepgewortelde drijfveer om op basis van een sterk
                        gevoelde empathie met en vertrouwen in de patiënte, deze conform haar wens
                        te hebben willen faciliteren met mogelijk beter effect van de
                        behandelsessies door het vooraf innemen van psilocybine.</al>
                <al>Daarentegen heeft het college weinig normatief besef bij haar gezien dat
                        zij door het accorderen daarvan deze inname heeft geïncorporeerd in haar
                        behandelsessie waarmee zij daarvoor (tuchtrechtelijke) verantwoordelijkheid
                        is gaan dragen. Daarbij heeft het college weinig inzicht bij haar bespeurd
                        in het <nadruk type="cur">belang</nadruk> van de onderliggende relevante
                        beroepsstandaarden zoals in deze uitspraak beschreven en waar zij als
                        zorgverlener aan gebonden was. Hoewel evident is dat zij deze standaarden
                        kende en zich daarmee bewust was van haar beroepsmatige grenzen als
                        zorgverlener, heeft zij toch gemeend deze te kunnen negeren op geheel eigen
                        gezag, geheel ingekapseld binnen haar individuele relatie met de patiënte,
                        en louter gerechtvaardigd door haar persoonlijke – niet door de
                        beroepstandaard gedekte – visie op noodzaak en patiëntbelang.</al>
                <al>Dat heeft erin geresulteerd dat zij tot drie keer toe een behandelsessie
                        omvattende een dosis psilocybinehoudende truffels bij de patiënte heeft
                        gerealiseerd in strijd met de beroepsstandaard.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.34</li.nr>
                <al>Daar komt nog bij dat zij in strijd met de norm binnen de beroepsgroep
                        heeft afgezien van collegiaal overleg en afstemming met medebehandelaars,
                        andere collega’s en/of leidinggevenden over de voorgenomen drie
                        behandelsessies. Dit falen klemt gegeven de evidente noodzaak daartoe in het
                        bijzonder bij deze patiënte zoals hiervoor is beschreven. De klinisch
                        psycholoog heeft meerdere malen als reden om af te wijken van deze gangbare
                        werkwijze gewezen op eerdere ervaringen in de communicatie binnen het team
                        die voor haar onprettig waren verlopen. Dit getuigt volgens het college van
                        onvoldoende in staat zijn om op adequate wijze te leren van eerdere
                        ervaringen en deze goed te verwerken om toekomstig handelen te bevorderen in
                        plaats van dit uit de weg te gaan. Dit is des te zorgwekkender aangezien
                        deze negatieve ervaringen volgens eigen zeggen kennelijk blokkerend werkten
                        op haar bereidheid als professioneel zorgverlener tot collegiale afstemming
                        wat betreft haar hier in het geding zijnde concrete zorgverlening aan de
                        patiënte.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.35</li.nr>
                <al>Bovendien heeft de klinisch psycholoog het aan die drie behandelsessies
                        voorafgaand psilocybinegebruik van de patiënte buiten het medisch dossier
                        gelaten, ook hier volgens eigen zeggen zuiver op wens van de patiënte.
                        Daardoor schond zij haar dossierplicht en bleven deze behandelsessies ook op
                        deze wijze verscholen en dus niet kenbaar voor noch toetsbaar door in het
                        bijzonder de medebehandelaars van de patiënte.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.36</li.nr>
                <al>Toen het belang van deze beroepsstandaarden voor het welzijn van de
                        patiëntenzorg aan haar werd voorgehouden ter zitting, leek de klinisch
                        psycholoog dit rationeel goed te kunnen volgen en ook te beamen, maar hield
                        zij tegelijkertijd hardnekkig vast aan haar kennelijk ten diepste gevoelde
                        beweegredenen om die beroepsstandaarden toch niet te volgen in het geval van
                        de patiënte die, zoals zij ook ter zitting benadrukte, deze betrokkenheid
                        zeer had gewaardeerd.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.37</li.nr>
                <al>Samenvattend heeft de klinisch psycholoog ter zitting – daartoe uitgenodigd
                        – weinig zelfreflectie getoond en leek zij grotendeels nog steeds achter
                        haar werkwijze en beslissingen te staan. Ook leek zij het belang van
                        (inter)collegiaal overleg en medische dossiervoering niet op waarde te
                        schatten. Het college acht de hiervoor weergegeven gang van zaken en de
                        reactie daarop van de klinisch psycholoog, op zich en in samenhang
                        beschouwd, zorgwekkend.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.38</li.nr>
                <al>De vraag van het college aan de klinisch psycholoog in hoeverre zij
                        maatregelen heeft genomen om herhaling te voorkomen, bleef onvoldoende
                        beantwoord. De klinisch psycholoog heeft na ‘het geschil met de instelling’
                        een coach ingeschakeld met ervaring op het gebied van ‘hoogbegaafdheid’,
                        omdat zij meende dat dit de oorzaak zou kunnen zijn van wat er mis was
                        gegaan en wat haar valkuilen waren. Zij stelt dat zij veel van deze coaching
                        heeft geleerd. Wat dat precies betekent in het licht van de voorliggende
                        tuchtrechtelijke verwijten, heeft zij niet concreet gemaakt. Wel heeft zij
                        geconcludeerd dat zij als zorgverlener beter solistisch kan werken dan
                        binnen een instelling als de onderhavige. Inmiddels werkt zij 30 uur per
                        week vanuit een eigen praktijk die is aangesloten bij C. Ze heeft een
                        administratiekantoor in de arm genomen om haar een signaal te geven als haar
                        dossiervoering niet ‘op orde’ is. Hoe zich deze administratieve verlichting
                        verhoudt tot het tuchtrechtelijk verwijt aangaande haar eigen
                        verantwoordelijkheid als zorgverlener ten aanzien van medische
                        dossiervorming heeft zij niet geconcretiseerd. Zij vertelde het college ter
                        zitting desgevraagd dat zij vanuit haar solo-praktijk wel doet aan
                        intervisie maar maakte dit niet voldoende concreet.</al>
                <al>Per saldo is in de huidige werksetting het solistisch optreden van de
                        klinisch psycholoog in relatie tot haar patiënten een gegeven. Daarbij is
                        zij als zelfstandige zelf verantwoordelijk voor het al dan niet organiseren
                        en invullen van intervisie en overleg. Dit alles vindt het college, gegeven
                        het hiervoor beschreven voortraject, onrustbarend.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.39</li.nr>
                <al>Ook neemt het college in aanmerking dat de klinisch psycholoog eerder in
                        gesprek met de IGJ de wil heeft uitgesproken om als coach retreats te gaan
                        aanbieden vanuit een BV. Na de retreat heeft ze tegen de IGJ gezegd dat ze
                        het werk van coach bij nader inzien niet interessant vindt. Ter zitting
                        heeft ze tegen het college gezegd dat ze van verdere retreats afziet omdat
                        het organiseren van retreats te veel ‘facilitaire dienstverlening’ is en te
                        weinig inhoudelijk interessant. De klinisch psycholoog heeft in haar eerdere
                        gesprek met de IGJ echter ook gezegd dat zij het middel, te weten
                        psilocybine, “nog” onvoldoende in de vingers heeft en niet toepast bij de
                        behandelingen bij C Het college acht het ook opmerkelijk dat de klinisch
                        psycholoog heeft aangegeven dat zij zich troost met de gedachte dat de
                        patiënte juist zeer tevreden was over haar betrokkenheid en dat de
                        behandelrelatie ook na haar vertrek bij de instelling is voortgezet vanuit
                        haar eigen praktijk. Daarbij zijn de gaande wetenschappelijke
                        ontwikkelingen, de toenemende belangstelling en de interesse van de klinisch
                        psycholoog ter zake van – de effecten van – toepassing van psychedelica
                        binnen de geestelijke gezondheidszorg evident.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.40</li.nr>
                <al>Gelet op al het voorgaande in onderlinge samenhang beschouwd, is de slotsom
                        van het college dat er een serieus risico op herhaling bij de klinisch
                        psycholoog bestaat ten aanzien van alle vastgestelde verwijten. Juist
                        gegeven de vooralsnog geldende beroepsstandaard zoals onder klachtonderdeel
                        1-a is beschreven, zou recidive kunnen leiden tot ernstige risico’s voor de
                        gezondheidszorg. Het college acht het daarom noodzakelijk dat de klinisch
                        psycholoog ter voorkoming hiervan wordt ondersteund en actief gevolgd door
                        middel van de inzet van een verplicht en toetsbaar supervisietraject. Juist
                        ook voor de veiligheid en het welzijn van patiënten. Het college acht het
                        van groot belang dat de klinisch psycholoog zich (meer) bewust wordt, zowel
                        bij haar concrete zorgverlening als bij haar eventuele andere activiteiten
                        die een weerslag hebben op de gezondheidszorg, van de noodzaak dat een
                        zorgverlener te allen tijde de professionele grenzen van de beroepsgroep in
                        acht neemt.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>5.41</li.nr>
                <al>Alles afwegende legt het college de maatregel op van een <nadruk type="cur">voorwaardelijke</nadruk> schorsing gedurende <nadruk type="cur">zes</nadruk> maanden met een proeftijd van <nadruk type="cur">twee</nadruk> jaar, onder de hierna in de beslissing genoemde
                        voorwaarden. Als <nadruk type="cur">bijzondere</nadruk> voorwaarde wordt
                        opgelegd dat de klinisch psycholoog gedurende twaalf maanden uitsluitend mag
                        werken onder supervisie van een supervisor, met toezicht van de IGJ op de
                        naleving van deze voorwaarde, een en ander op de wijze zoals hierna wordt
                        gespecificeerd.</al>
              </li>
            </lijst>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Publicatie</tussenkop>
            <lijst nummerbreedte="3-cijferig" type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>5.42</li.nr>
                <al>In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit
                        algemeen belang is erin gelegen dat andere zorgverleners mogelijk iets van
                        deze zaak kunnen leren en dat het professionele debat hierover gevoerd kan
                        worden. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere
                        tot personen of instanties herleidbare gegevens.</al>
              </li>
            </lijst>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
        <circulaire.divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">6.</nr>
            <titel>De beslissing</titel>
          </kop>
          <tekst status="goed">
            <al-groep>
              <al>Het college:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>verklaart de klacht gegrond;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>schorst de bevoegdheid van de klinisch psycholoog om de aan de
                           inschrijving in het register verbonden bevoegdheden uit te oefenen voor
                           de duur van zes maanden;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>beveelt dat deze maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij
                           het college later anders mocht bepalen op de grond dat de klinisch
                           psycholoog voor het einde van een proeftijd van twee jaar:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a)</li.nr>
                      <al>zich schuldig heeft gemaakt aan enig handelen of nalaten dat in
                                 strijd is met de goede zorg die zij als klinisch psycholoog behoort
                                 te betrachten, of in strijd is met dat wat een behoorlijk
                                 beroepsbeoefenaar betaamt; en</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b)</li.nr>
                      <al>zich niet heeft gehouden aan de navolgende bijzondere
                                 voorwaarden:</al>
                      <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                        <li>
                          <li.nr>1.</li.nr>
                          <al>de klinisch psycholoog zal gedurende twaalf maanden
                                       uitsluitend werken onder supervisie van een supervisor met
                                       minimaal vijf jaar een registratie als klinisch psycholoog en
                                       psychotherapeut, en die niet (direct of indirect) gelieerd is
                                       aan C dan wel (anderszins) aan de klinisch psycholoog;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>2.</li.nr>
                          <al>de klinisch psycholoog doet binnen een maand na het ingaan
                                       van de proeftijd aan de IGJ opgave van de persoon van de
                                       supervisor;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>3.</li.nr>
                          <al>de klinisch psycholoog informeert de IGJ uiterlijk drie
                                       maanden na het ingaan van de proeftijd over concreet
                                       geformuleerde supervisiedoelen naar aanleiding van alle
                                       slagende tuchtrechtelijke verwijten, zoals in deze uitspraak
                                       toegelicht. De supervisie zal concreet op die thema’s zijn
                                       gericht en in dat verband ook op bewustwording van het thema
                                       afstand en nabijheid en het in acht nemen van persoonlijke en
                                       professionele grenzen binnen een zorgrelatie en
                                       (zelf)reflectie in dat kader. Tevens zal de visie en
                                       werkwijze van de klinisch psycholoog met betrekking tot
                                       psilocybine en andere psychedelica in relatie tot haar
                                       zorgverlening als BIG-geregistreerde dan wel activiteiten
                                       vanuit een andere hoedanigheid met een weerslag op de
                                       gezondheidszorg moeten worden belegd binnen de supervisie. De
                                       doelen worden in samenspraak met de supervisor
                                       geformuleerd;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>4.</li.nr>
                          <al>de klinisch psycholoog voert gedurende de proeftijd in ieder
                                       geval één keer per drie weken een gesprek met de
                                       supervisor;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>5.</li.nr>
                          <al>de klinisch psycholoog informeert de IGJ iedere drie maanden
                                       schriftelijk, te starten drie maanden na het ingaan van de
                                       proeftijd, over de voortgang van het supervisietraject. Deze
                                       informatie, medeondertekend door de supervisor, moet in ieder
                                       geval omvatten: de aard, de globale inhoud, voortgang en
                                       frequentie van de supervisiegesprekken;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>6.</li.nr>
                          <al>de klinisch psycholoog geeft de supervisor schriftelijk
                                       toestemming om de IGJ direct te informeren als het
                                       supervisietraject is afgebroken of gestopt;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>7.</li.nr>
                          <al>de klinisch psycholoog informeert de IGJ door middel van een
                                       door de supervisor ondertekende en onderbouwde verklaring als
                                       de supervisor voor het verstrijken van de proeftijd van
                                       mening is dat de met de supervisiegesprekken te behalen
                                       doelen zijn bereikt.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>draagt de IGJ op toezicht te houden op de voornoemde voorwaarden onder 1
                           t/m 7;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>bepaalt dat de proeftijd ingaat op de dag dat deze beslissing
                           onherroepelijk is geworden;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>bepaalt dat de proeftijd uitsluitend loopt gedurende de periode dat de
                           klinisch psycholoog in het register is ingeschreven en bevoegd is de
                           daaraan verbonden bevoegdheden uit te oefenen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden,
                           zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de
                           Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal
                           worden aangeboden aan de tijdschriften De Psycholoog, Medisch Contact en
                           het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht.</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>Deze beslissing is gegeven door P.J. van Eekeren, voorzitter, Y. Sneevliet,
                  lid-jurist, A.T. Prinsen-Reinders, A. van Dijke en S.M. van Es,
                  leden-beroepsgenoten, bijgestaan door R. van der Vaart, secretaris, en in het
                  openbaar uitgesproken op 8 mei 2026.</al>
          </tekst>
        </circulaire.divisie>
      </circulaire-tekst>
    </circulaire>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>