﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-25060/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Regeling van de Minister van Werk en Participatie van 6 juli 2026, nr. 2026-0000087252, tot wijziging van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ in verband met de vrijlating van de vergoedingen in het kader van de herstel- en versterkingsoperatie Groningen en Noord-Drenthe [KetenID WGK028865]</intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <wie>De Minister van Werk en Participatie;</wie>
        <considerans>
          <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op artikel 31, tweede lid, onderdeel l, van de Participatiewet;</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Besluit:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <wijzig-artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">I</nr>
          </kop>
          <wat type="wijziging">Aan artikel 7 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel dd door een puntkomma, de volgende onderdelen toegevoegd:</wat>
          <wijziging>
            <artikeltekst>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>ee.</li.nr>
                  <al>betalingen door het Instituut Mijnbouwschade Groningen, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Tijdelijke wet Groningen, inzake:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>1°.</li.nr>
                      <al>de vergoedingen, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdelen b en c van de Tijdelijke wet Groningen;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>2°.</li.nr>
                      <al>de maatregelen of vergoedingen, bedoeld in artikel 2, negende lid, van de Tijdelijke wet Groningen;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>3°.</li.nr>
                      <al>de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, tiende lid, van de Tijdelijke wet Groningen;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>4°.</li.nr>
                      <al>de vergoeding, bedoeld in artikel 13n, vierde lid, van de Tijdelijke wet Groningen voor de eigenaar van een gebouw voor de door hem gemaakte kosten voor bouwkundig en financieel advies;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>5°.</li.nr>
                      <al>de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1a van het Besluit Tijdelijke wet Groningen;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>6°.</li.nr>
                      <al>het oplossen van knelpunten, bedoeld in artikel 1a.1 van de Regeling Tijdelijke wet Groningen;</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>ff.</li.nr>
                  <al>betalingen door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties inzake:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>1°.</li.nr>
                      <al>de vergoeding, bedoeld in artikel 13i, tweede lid, van de Tijdelijke wet Groningen;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>2°.</li.nr>
                      <al>de vergoeding, bedoeld in artikel 13ia, derde lid, van de Tijdelijke wet Groningen;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>3°.</li.nr>
                      <al>de vergoeding, bedoeld in artikel 13ib, derde lid, van de Tijdelijke wet Groningen;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>4°.</li.nr>
                      <al>de vergoedingen, bedoeld in artikel 13j, eerste lid, onderdeel b en onderdeel c, van de Tijdelijke wet Groningen;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>5°.</li.nr>
                      <al>de vergoeding, bedoeld in artikel 13m, eerste lid, van de Tijdelijke wet Groningen;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>6°.</li.nr>
                      <al>de vergoeding, bedoeld in artikel 13n, vijfde lid, van de Tijdelijke wet Groningen;</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>gg.</li.nr>
                  <al>betalingen door de gemeenten Eemsdelta, Groningen en Midden-Groningen op grond van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekte uitkering, bedoeld in artikel 15a, tweede lid, van de Tijdelijke wet Groningen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>hh.</li.nr>
                  <al>vergoeding door de exploitant, bedoeld in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen van schade als bedoeld in artikel 177 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of gasopslag bij Norg of de gasopslag bij Grijpskerk.</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikeltekst>
          </wijziging>
        </wijzig-artikel>
        <wijzig-artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">II</nr>
          </kop>
          <wat type="wijziging">Indien het bij koninklijke boodschap van 9 oktober 2025 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen (Kamerstukken <dossierref dossier="36836">36 836</dossierref>) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdelen B, R en T, van die wet in werking treedt, wordt artikel 7 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ als volgt gewijzigd:</wat>
          <wijziging>
            <nr status="officieel">a.</nr>
            <wat>In de onderdelen ee, subonderdelen 1° tot en met 4°, ff, subonderdelen 1° tot en met 6°, en gg, wordt ‘Tijdelijke wet Groningen’ telkens vervangen door ‘Wet Groningen’.</wat>
          </wijziging>
          <wijziging>
            <nr status="officieel">b.</nr>
            <wat>In onderdeel ee, subonderdeel 1°, wordt ‘onderdelen b en c’ vervangen door ‘onderdelen b, c en d’.</wat>
          </wijziging>
          <wijziging>
            <nr status="officieel">c.</nr>
            <wat>In onderdeel ee, subonderdeel 5°, wordt ‘Besluit Tijdelijke wet Groningen’ vervangen door ‘Besluit Groningen’.</wat>
          </wijziging>
          <wijziging>
            <nr status="officieel">d.</nr>
            <wat>In onderdeel ee, subonderdeel 6°, wordt ‘Regeling Tijdelijke wet Groningen’ vervangen door ‘Regeling Groningen’.</wat>
          </wijziging>
          <wijziging>
            <nr status="officieel">e.</nr>
            <wat>Aan onderdeel ff wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:</wat>
            <artikeltekst>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>7°.</li.nr>
                  <al>besluiten op grond van artikel 19d van de Wet Groningen;.</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikeltekst>
          </wijziging>
        </wijzig-artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">III</nr>
          </kop>
          <al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt ten aanzien van artikel 7, onderdeel ee, aanhef en subonderdeel 1°, terug tot en met 1 juli 2020, ten aanzien van artikel 7, onderdeel ee, subonderdelen 2° tot en met 6°, onderdeel ff en onderdeel gg terug tot en met 1 juli 2023, en ten aanzien van artikel 7, onderdeel hh, terug tot en met 1 januari 2004.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Werk en Participatie,</functie>
          <naam>
            <voornaam>A.A.</voornaam>
            <achternaam>Aartsen</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">I.</nr>
            <titel>Algemeen</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <titel>Inleiding</titel>
            </kop>
            <al>Op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel l, van de Participatiewet bestaat de mogelijkheid om bij ministeriële regeling uitkeringen en vergoedingen voor materiële of immateriële schade aan te wijzen die niet tot de middelen worden gerekend waarover een belanghebbende redelijkerwijs beschikt of kan beschikken. Daarin voorziet artikel 7 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ. Met deze regeling is een aantal vrijlatingen toegevoegd aan artikel 7 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ.</al>
            <al>Op 1 juli 2020 is de Tijdelijke wet Groningen (hierna: TwG) in werking getreden. De TwG is de wettelijke regeling voor de onafhankelijke afhandeling door de overheid van alle vormen van schade als gevolg van bodembeweging door de gaswinning uit het Groningenveld of de Gasopslag te Norg. Met de TwG is het Instituut Mijnbouwschade Groningen (hierna: IMG) ingesteld als zelfstandig bestuursorgaan, met een exclusieve bevoegdheid om te beslissen over de afhandeling van schade. Ten aanzien van de versterking van gebouwen die als gevolg van de bodembeweging door gaswinning uit het Groningenveld en de gasopslag(en) te Norg en Grijpskerk niet voldoen aan de veiligheidsnorm, ligt de verantwoordelijkheid bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De daadwerkelijke uitvoering van de versterkingsoperatie wordt verzorgd door de Nationaal Coördinator Groningen (hierna: NCG), die namens de eerdergenoemde minister besluit of een gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm. Indien dit niet het geval is, besluit de NCG welke versterkingsmaatregelen er nodig zijn en of er eventueel recht is op schade door versterking.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <titel>Inhoud</titel>
            </kop>
            <al>De vergoedingen die worden uitgekeerd onder de TwG en onderliggende regelgeving zien op zowel de schadeafhandeling als de versterkingsoperatie. Artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de TwG bijvoorbeeld voorziet in de mogelijkheid om aanvragers een schadevergoeding toe te kennen voor schade die het gevolg is van bodembeweging door gaswinning. Deze bepaling vormt de grondslag voor zowel een financiële vergoeding als voor herstel in natura.</al>
            <al>De (schade)vergoedingen en tegemoetkomingen kunnen gevolgen hebben voor het recht op een uitkering die de burger ontvangt op grond van de Participatiewet. Binnen de Participatiewet geldt een beperkte vermogensvrijlating. Door de vergoedingen/tegemoetkomingen kan een burger relatief snel de vermogensnorm binnen de Participatiewet overschrijden. Overschrijding van de norm leidt in beginsel tot beëindiging of verlaging van de uitkering op grond van de Participatiewet. Met deze wijzigingsregeling wordt uitvoering gegeven aan de toezegging van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Participatie en Integratie om te onderzoeken of het mogelijk is dat vergoedingen van het IMG en de NCG niet als vermogen of inkomen worden meegeteld bij de beoordeling van recht op bijstand.<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. <extref doc="ah-tk-20242025-2081" soort="document" status="actief">2081</extref>.</noot.al></noot> In diverse kamerbrieven, de beantwoording van Kamervragen en in de memorie van toelichting heeft de regering reeds opgemerkt deze doorwerking onwenselijk te vinden en toegezegd maatregelen te treffen om deze doorwerking te voorkomen. Het wordt niet wenselijk geacht dat deze (schade)vergoedingen en tegemoetkomingen tot gevolg hebben dat de burger op zijn bijstandsuitkering wordt gekort of het recht hierop verliest, omdat hij door de betaling over te veel middelen of vermogen beschikt. Door in artikel 7 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ op te nemen dat (schade)vergoedingen en tegemoetkomingen zoals bedoeld in artikel I niet tot de middelen behoren, wordt deze door de regering onwenselijk geachte doorwerking voorkomen. Daarmee hebben de eerdergenoemde (schade)vergoedingen en tegemoetkomingen die iemand ontvangt op grond van de TwG geen invloed op de bijstandsuitkering.</al>
            <al>In Groningen kan zich eveneens de situatie voordoen dat de oude woning gesloopt moet worden en vervangen wordt door een nieuwe woning. Dit doet zich voor in de versterkingsoperatie. De oude woning kan worden vervangen door een versterkte woning. Vanwege de versterkingseisen en nieuwe eisen bij nieuwbouw zal de woningwaarde van de nieuwe woning hoger liggen dan de gesloopte woning. In het kader van de vrijlatingen moet de nieuwe woning worden beschouwd als schadevergoeding. Dit betekent dat de gehele waarde van de woning buiten beschouwing blijft. De toegenomen woningwaarde zal voor de ontvanger van een uitkering op grond van de Participatiewet dus geen gevolgen hebben voor zijn recht op uitkering en de hoogte hiervan. Het is daarbij niet relevant of op de woning een schuld rust. Bij verkoop telt echter de eventuele overwaarde van de woning wel weer mee bij het vermogen.</al>
            <al>Ook kan het voorkomen dat maatregelen gericht op woningherstel die voldoen aan het huidige eisenkader in de bouw, tot een hogere woningwaarde leiden. Binnen de bijstand is het vrij te laten, in de woning gebonden vermogen begrensd. Dit is dwingendrechtelijk: het college van burgermeester en wethouders heeft hierin geen beleidsvrijheid. Wanneer tijdens onderzoek blijkt dat de woningwaarde van een herstelde woning boven de vrijlatingsgrens van de bijstand uitstijgt dan heeft dit gevolgen voor de bijstand. Ook als deze overwaarde deels het gevolg is van de versterking.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <titel>Advies, consultatie en uitvoering</titel>
            </kop>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Internetconsultatie</tussenkop>
            <al>De regeling is vooral relevant voor inwoners van de aardbevingsgemeenten. De contouren van de aanpassingen zijn in een vroeg stadium met deze gemeentes besproken. Vanwege deze gerichte consultatie met de betrokken gemeenten, heeft er geen internetconsultatie plaatsgevonden.</al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Regeldruk</tussenkop>
            <al>Met deze regeling is geborgd dat de ontvangen compensaties, ook bij verhuizing naar een gemeente buiten het aardbevingsgebied, geen gevolgen hebben voor het recht op bijstand.</al>
            <al>Voor de betreffende gemeenten levert dit geen noemenswaardige extra regeldruk op. Nieuwe bijstandsaanvragen vergen altijd al een individuele beoordeling en de afweging of bepaalde vermogensbestanddelen buiten beschouwing gelaten moeten worden.</al>
            <al>Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen gevolgen voor de regeldruk heeft.</al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Uitvoering</tussenkop>
            <al>Voor de uitvoering heeft deze wijziging vrijwel geen gevolgen. De aardbevingsgemeenten laten de compensaties nu al vrij op grond van eigen beleid. Deze gemeenten hebben eerder aangegeven vooral behoefte te hebben aan rijksbeleid ten aanzien van wijzigingen in de woningwaarde ten gevolge van de herstel- en versterkingsoperatie. Zij misten hier handelingsbevoegdheid.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">II.</nr>
            <titel>Artikelsgewijs</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I</titel>
            </kop>
            <al>Met de voorgestelde wijziging wordt een aantal onderdelen en subonderdelen toegevoegd aan de opsomming van vrijgelaten uitkeringen en vergoedingen in artikel 7 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ. Bij de toe te voegen onderdelen wordt in eerste instantie onderscheid gemaakt tussen publiek- en privaatrechtelijke afhandeling van schade ontstaan door bodembeweging als gevolg van gaswinning in het Groningenveld en de gasopslag in Norg en Grijpskerk. Onder de publiekrechtelijke afhandeling worden de verschillende trajecten binnen de hersteloperatie Groningen onderscheiden. Met enerzijds de schadeafhandeling door het IMG, en anderzijds de versterkingsoperatie uitgevoerd door de NCG.</al>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel ee</titel>
              </kop>
              <al>Het nieuwe onderdeel ee ziet op betalingen gedaan in het kader van de schadeafhandeling door het IMG. Deze valt uiteen in een aantal subonderdelen:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>1°:</li.nr>
                  <al>Artikel 2, derde lid, onderdeel b, TwG vormt de kern van de schadeafhandeling. Het betreft hier vergoeding van materiële schade, immateriële schade en schade wegens de waardedaling van gebouwen. Onderdeel c voegt hier een overlastvergoeding aan toe.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>2°:</li.nr>
                  <al>Bij artikel 2, negende lid, TwG gaat het om het uitkeren van vergoedingen die leiden tot versterking van een gebouw.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>3°:</li.nr>
                  <al>Het IMG heeft ook de bevoegdheid om een tegemoetkoming uit te keren die nodig is voor et duurzaam herstellen van schade aan een gebouw. Dan gaat het bijvoorbeeld om het aanpakken van funderingen om ervoor te zorgen dat schade bij elke lichte beving terugkeert of verergert.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>4°:</li.nr>
                  <al>Met artikel 13n, vierde lid, voorziet de TwG ook in de vergoeding van kosten voor het inwinnen van bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch en financieel advies door de eigenaar van een gebouw bij de verschillende stappen in het schadeafhandelingsproces, zodat deze zelf expertise kan inschakelen en niet afhankelijk is van door het IMG ingezette deskundigen.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>5°:</li.nr>
                  <al>Artikel 2, achtste lid, TwG bevat een delegatiegrondslag voor het opdragen van andere taken aan het IMG bij algemene maatregel van bestuur. Hiervan is gebruik gemaakt door in artikel 1a van het Besluit Tijdelijke wet Groningen het IMG op te dragen verschillen te compenseren in de vergoedingen voor waardedaling tussen oude gevallen waarin de NAM de afhandeling nog deed en de nieuwe situatie waarin het IMG deze schade afhandelt. Deze compensatie is eveneens opgenomen in de lijst met vrijlatingen.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>6°:</li.nr>
                  <al>Op grond van artikel 2, elfde lid, TwG is in artikel 1a.1 van de Regeling Tijdelijke wet Groningen aan het IMG opgedragen om knelpunten als gevolg van schade op te lossen. Het gaat daarbij om in die regeling nader gespecificeerde bijzondere situaties, vastgelopen situaties en knelpunten die zijn ontstaan door de koppeling van de schadeafhandeling aan de aansprakelijkheidsregels in het Burgerlijk Wetboek.</al>
                </li>
              </lijst>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel ff</titel>
              </kop>
              <al>Het nieuwe onderdeel ff heeft betrekking op betalingen die de NCG doet in het kader van de versterkingsoperatie; deze betalingen zijn bedoeld om de benodigde versterkingsmaatregelen te financieren, om schade te vergoeden die voortvloeien uit de beoordeling van de veiligheid of uit de voorbereiding en uitvoering van versterkingsmaatregelen en om de bewoner te voorzien van kosteloos advies van deskundigen:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>1°:</li.nr>
                  <al>In artikel 13i, tweede lid, TwG is een vergoeding opgenomen voor schade die een direct gevolg is van de beoordeling of een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet, indien die beoordeling tot de conclusie heeft geleid dat geen versterking nodig is (‘besluit-op-norm’). Te denken valt aan kosten die voortvloeien uit het feit dat iemand thuis aanwezig moet zijn om de beoordeling uit te kunnen laten voeren. Deze vergoeding is beschikbaar voor zowel een eigenaar als voor een rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, van een woning. De hoogte van de vergoeding is vastgesteld op een standaardbedrag van € 2.500,00 dit is opgenomen in bijlage 2, tabel 2.2, elfde rij van de Regeling Tijdelijke wet Groningen.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>2°:</li.nr>
                  <al>Bij artikel 13ia, derde lid, TwG gaat het om de vergoeding van kosten van degene die ervoor kiest om de beoordeling niet door de NCG te laten uitvoeren, maar dit in eigen beheer te doen.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>3°:</li.nr>
                  <al>Voor artikel 13ib, derde lid, TwG gaat het om een soortgelijke vergoeding van kosten van degene die ervoor kiest om het overzicht van maatregelen die nodig zijn om het gebouw aan de veiligheidsnorm te laten voldoen in eigen beheer op te stellen.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>4°:</li.nr>
                  <al>Bij artikel 13j, eerste lid, onderdelen b en c, gaat het om twee vergoedingen vanuit de NCG die worden opgenomen in het versterkingsbesluit: uiteraard de vergoeding van de kosten voor de voorbereiding of de uitvoering van de versterkingsmaatregelen, en een vergoeding van schade als gevolg van de beoordeling of van de voorbereiding en uitvoering van versterkingsmaatregelen. De vergoeding van de kosten voor de voorbereiding of de uitvoering van versterkingsmaatregelen bestaan o.a. uit:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>–</li.nr>
                      <al>Een vergoeding van € 3.207,00 per maand voor het zelf regelen van tijdelijke huisvesting, als bedoeld in bijlage 2, tabel 2.2, vijfde rij van de Regeling Tijdelijke wet Groningen</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>–</li.nr>
                      <al>Een vergoeding voor verhuiskosten, als bedoeld in bijlage 2, tabel 2.2, tiende rij van de Regeling Tijdelijke wet Groningen. Hierbij wordt afhankelijk van de grootte van een huishouden de volgende standaardbedragen gehanteerd;</al>
                      <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                        <li>
                          <li.nr>○</li.nr>
                          <al>€ 1.498,00 in het geval van een éénpersoonshuishouden</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>○</li.nr>
                          <al>€ 1.776,00 in het geval van een tweepersoonshuishouden</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>○</li.nr>
                          <al>€ 2.929,00 in het geval van een huishouden met drie of meer personen</al>
                        </li>
                      </lijst>
                      <al>De vergoeding voor verhuiskosten kan ook worden gebaseerd op daadwerkelijk gemaakte kosten aan de hand van een factuur, offerte, declaraties of andere bewijstukken.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>5°:</li.nr>
                  <al>Ook een ‘rechtmatige gebruiker van een gebouw, niet zijnde de eigenaar’, in de praktijk veelal een huurder, kan schade lijden als gevolg van de versterkingsoperatie. Artikel 13m, eerste lid, TwG voorziet in de mogelijkheid aan hen een apart vergoedingsbesluit te richten. Een huurder heeft o.a. recht op een vergoeding voor schade aan of het verlies van een zelf aangebrachte voorziening (hierna: ZAV). Een ZAV is een voorziening die aard- en nagelvast verbonden is met een gebouw of een buitenruimte van een gebouw. Voor een huurder geldt dat de vergoeding alleen wordt verstrekt als de huurder de voorziening daadwerkelijk zelf heeft aangebracht of kan aantonen dat de voorziening tegen een financiële vergoeding van de vorige huurder is overgenomen. De huurder kan hierbij kiezen voor een forfaitaire vergoeding van € 3.105,00 of een opnamen, dit is opgenomen in bijlage 2, tabel 2.2, derde rij van de Regeling Tijdelijke wet Groningen.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>6°:</li.nr>
                  <al>Net als voor de schadeafhandeling vanuit het IMG (onderdeel ee, subonderdeel 4°) wordt er voor de versterkingsoperatie vanuit de NCG een vergoeding van kosten voor bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch en financieel advies dat een eigenaar kan inwinnen ter voorbereiding van een versterkingsbesluit en bij de uitvoering van maatregelen, op grond van artikel 13n, vijfde lid, TwG.</al>
                </li>
              </lijst>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel gg</titel>
              </kop>
              <al>Ten aanzien van de versterking is er een beperkte groep woningen, batch 1.588, waarbij de uitvoering niet door de NCG maar door de gemeenten Eemsdelta, Groningen en Midden-Groningen plaatsvindt. Er vindt geen uitbetaling van een vergoeding of tegemoetkoming vanuit de NCG plaats aan eigenaren of huurders; de versterking wordt gefinancierd via specifieke uitkeringen aan de gemeenten, zoals geregeld in artikel 15a van de TwG, die vervolgens leiden tot betalingen door die gemeenten aan de bewoners. Omdat het om een bijzondere categorie gaat, is besloten deze op te nemen in een apart subonderdeel gg.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel hh</titel>
              </kop>
              <al>Het nieuwe onderdeel hh regelt de privaatrechtelijke afdoening door de NAM. Voordat de publiekrechtelijke schadeafhandeling was vastgelegd, konden gedupeerden alleen via een schikkingsovereenkomst met de NAM een schadevergoeding verkrijgen. Nu hebben gedupeerden de keuze tussen afdoening via een schikkingsovereenkomst met de NAM of via de privaatrechtelijke route. Dat betekent dat deze route ook nu nog kan worden gekozen. Voor de formulering van deze vrijlating is aangesloten bij artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), dat in algemene zin de aansprakelijkheid van mijnbouwbedrijven voor schade als gevolg van mijnbouwactiviteiten regelt, en daarbij ziet op ‘schade die is ontstaan door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van dat werk’.</al>
              <al>Deze bepaling is ruimer geformuleerd dan het specifiek voor de afhandeling van schade als gevolg van gaswinning in het Groningenveld en de gasopslagen Norg en Grijpskerk in artikel 6:177a BW neergelegde bewijsvermoeden, dat zich beperkt tot fysieke schade. Door aan te sluiten bij artikel 6:177 BW wordt expliciet ruimte gelaten voor zowel fysieke als immateriële schadevergoedingen door de NAM. Tegelijkertijd is het van belang de reikwijdte te beperken tot schade verband houdend met de gaswinning uit het Groningenveld en de gasopslagen van Norg en Grijpskerk. Om te voorkomen dat schade als gevolg van gaswinning elders onder deze bepaling valt, is de formulering ‘door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van dat werk ... Groningenveld, Norg, Grijpskerk’ overgenomen uit artikel 6:177a BW.</al>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel II</titel>
            </kop>
            <al>Dit artikel voorziet in een aantal wijzigingen die in de nieuw in artikel 7 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ ingevoegde onderdelen ee een ff worden doorgevoerd als het voorstel van wet tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen (PEGA-wetsvoorstel) in werking treedt. Het gaat om drie wijzigingen:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>1.</li.nr>
                <al>De Tijdelijke wet Groningen wordt hernoemd tot Wet Groningen, en tegelijk zullen met een wijzigingsbesluit en -regeling het Besluit Tijdelijke wet Groningen en de Regeling Tijdelijke wet Groningen worden hernoemd tot respectievelijk Besluit Groningen en Regeling Groningen. Dit leidt tot aanpassingen die met de onderdelen a, b en c van dit artikel worden doorgevoerd.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.</li.nr>
                <al>Er wordt een taak toegevoegd voor het IMG om ook ‘veronderstelde schade’ te vergoeden. Deze toevoeging wordt met onderdeel b ook doorgevoerd in de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>3.</li.nr>
                <al>Er wordt een nieuwe taak voor de NCG opgenomen om onaanvaardbare verschillen aan te pakken die zijn ontstaan tussen gedupeerden van de gaswinning uit het Groningenveld met betrekking tot de versterking en daaraan verbonden vergoedingen en aanspraken. Ook dit zal leiden tot nieuwe vergoedingen die in de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ worden vrijgelaten.</al>
              </li>
            </lijst>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel III Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt ten aanzien van artikel 7, onderdeel ee, aanhef en subonderdeel 1°, terug tot en met 1 juli 2020, ten aanzien van artikel 7, onderdeel ee, subonderdelen 2° tot en met 6°, onderdeel ff en onderdeel gg terug tot en met 1 juli 2023, en ten aanzien van artikel 7, onderdeel hh, terug tot en met 1 januari 2004.</al>
              <al>Hiermee wordt afgeweken van het kabinetsbeleid van vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn voor regelgeving, zoals neergelegd in aanwijzing 4.17 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Het beleid met betrekking tot de vaste verandermomenten houdt in dat een ministeriële regeling in werking treedt per toekomstige datum op 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober. De minimuminvoeringstermijn houdt in dat tussen de datum van publicatie van een regeling en de inwerkingtreding hiervan, een periode van ten minste twee maanden moet zitten.</al>
              <al>De vrijlatingen, bedoeld in artikel 7, onderdelen ee, ff en gg, hangen nauw samen met de TwG. De TwG is op 1 juli 2020 in werking getreden en voor versterken is die wet op 1 juli 2023 aangevuld. Vanaf die data is het mogelijk dat de desbetreffende vergoedingen zijn uitbetaald. Het is daarom van belang om deze vrijlatingen zo snel mogelijk en met terugwerkende kracht tot de hiervoor genoemde data, in werking te laten treden.</al>
            </al-groep>
            <al>De vergoedingen, bedoeld in artikel 7, onderdeel hh, zijn niet gekoppeld aan de inwerkingtreding van de TwG in 2020 en de wijziging hiervan in 2023. Deze vergoedingen konden ver voor de inwerkingtreding van deze wet en nog voor de eeuwwisseling al aan personen worden toegekend. Tegelijkertijd bestaat de mogelijkheid om bepaalde vergoedingen voor materiële of immateriële schade vrij te laten pas sinds 1 januari 2004, als onderdeel van de toenmalige nieuwe Wet werk en bijstand. Om deze reden werkt onderdeel hh terug tot en met 1 januari 2004.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Werk en Participatie,</functie>
          <naam>
            <voornaam>A.A.</voornaam>
            <achternaam>Aartsen</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>