﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-24979/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Advies Raad van State inzake het voorstel van wet tot uitvoering van Verordening (EU)
      2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een
      kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot
      wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU)
      2019/1020 (Uitvoeringswet verordening kritieke grondstoffen)</intitule>
    <adviesRvS>
      <nader-rapport>
        <kop>
          <titel>Nader Rapport</titel>
        </kop>
        <context>
          <context.al type="datum">’s-Gravenhage, 29 juni 2026</context.al>
          <context.al type="kenmerk">WJZ / 106342478</context.al>
        </context>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Koning</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nader rapport inzake het voorstel van wet tot uitvoering van
                  Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024
                  tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke
                  grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU)
                  nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (Uitvoeringswet
                  verordening kritieke grondstoffen)</nadruk>
            </al>
            <al>Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 19 februari 2026,
               nr. 2026000447, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State
               haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen
               toekomen. Dit advies, gedateerd 22 april 2026, nr. No. W18.26.00049/IV, bied ik U
               hierbij aan.</al>
            <al>De tekst van het advies treft u hieronder aan, voorzien van mijn reactie.</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">Bij Kabinetsmissive van 19 februari 2026, no.2026000447, heeft
                  Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, bij de
                  Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het
                  voorstel van wet tot uitvoering van Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees
                  Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een
                  veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot
                  wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en
                  (EU) 2019/1020 (Uitvoeringswet verordening kritieke grondstoffen), met memorie van
                  toelichting.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen
                  opmerkingen bij het voorstel en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der
                  Staten-Generaal in te dienen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">De vice-president van de Raad van State,</nadruk>
            </al>
            <al>Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot
               het maken van inhoudelijke opmerkingen. Zij adviseert het voorstel bij de Tweede
               Kamer der Staten-Generaal in te dienen.</al>
            <al>Het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zijn inhoudelijk niet gewijzigd. Er
               zijn enkel aanpassingen gedaan in verband met de overgang van de
               beleidsverantwoordelijkheid voor het onderwerp circulaire economie van de
               Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – openbaar vervoer en milieu naar
               de Minister van Klimaat en Groene Groei. De aanwijzing van het centraal conctactpunt
               is aangepast, omdat sinds de interdepartementale herschikking de formele
               verantwoordelijkheid voor winning, verwerking én recycling van kritieke grondstoffen
               bij de Minister van Klimaat en Groene Groei ligt. Dit heeft geleid tot aanpassing van
               artikel 6 van het wetsvoorstel en de bijbehorende teksten uit de memorie van
               toelichting. Daarnaast is een omissie hersteld in de nationale strafbaarstelling van
               de verplichtingen uit de verordening kritieke grondstoffen.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <slotformulering>
            <al>Ik moge U, mede namens de Minister van Klimaat en Groene Groei, verzoeken het
               hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting
               aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.</al>
          </slotformulering>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Economische
               Zaken en Klimaat,</functie>
            <naam>
              <voornaam>H.G.</voornaam>
              <achternaam>Herbert.</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </nader-rapport>
      <advies>
        <kop>
          <titel>Advies Raad van State</titel>
        </kop>
        <context>
          <context.al type="kenmerk">No. W18.26.00049/IV</context.al>
          <context.al type="datum">’s-Gravenhage, 22 aril 2026</context.al>
        </context>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Koning</al>
            <al>Bij Kabinetsmissive van 19 februari 2026, no.2026000447, heeft Uwe Majesteit, op
               voordracht van de Minister van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de
               Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot uitvoering
               van Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april
               2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van
               kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU)
               nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (Uitvoeringswet
               verordening kritieke grondstoffen), met memorie van toelichting.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <slotformulering>
            <al>De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel
               en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.</al>
          </slotformulering>
          <ondertekening>
            <functie>De vice-president van de Raad van State,</functie>
            <naam>
              <voornaam>Th.C. de</voornaam>
              <achternaam>Graaf.</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </advies>
      <object_van_advies>
        <kop>
          <titel>Tekst zoals toegezonden aan de Raad van State Wet tot uitvoering van Verordening
            (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling
            van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te
            waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU)
            2018/1724 en (EU) 2019/1020 (Uitvoeringswet verordening kritieke grondstoffen)</titel>
        </kop>
        <wet-besluit>
          <aanhef>
            <wij>Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van
               Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wij>
            <considerans>
              <considerans.al>Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te
                  weten:</considerans.al>
              <considerans.al>Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regels
                  te stellen ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees
                  Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame
                  voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de
                  Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU)
                  2019/1020;</considerans.al>
            </considerans>
            <afkondiging>
              <al>Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met
                  gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
                  goedvinden en verstaan bij deze:</al>
            </afkondiging>
          </aanhef>
          <wettekst>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">1</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</al>
              <definitielijst nr-sluiting="." plaatsing="inline" type="ongemarkeerd">
                <definitie-item>
                  <term>verordening kritieke grondstoffen:</term>
                  <definitie>
                    <al>Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad tot
                           vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van
                           kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de
                           Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU)
                           2019/1020.</al>
                  </definitie>
                </definitie-item>
              </definitielijst>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">2</nr>
                <titel>Rol Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek
                     TNO</titel>
              </kop>
              <al>De Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO,
                  genoemd in artikel 3 van de TNO-wet, draagt zorg voor de uitvoering van de
                  artikelen 19, 20, tweede en derde lid, 21, tweede en derde lid, en 24, eerste lid,
                  van de verordening kritieke grondstoffen.</al>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">3</nr>
                <titel>Aanwijzing toezichthouder</titel>
              </kop>
              <al>Met het toezicht op de naleving van de artikelen 8, eerste, derde en vijfde lid,
                  11, zevende lid, 21, tweede lid, en 24, tweede en vierde lid, van de verordening
                  kritieke grondstoffen zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Economische
                  Zaken aangewezen ambtenaren.</al>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">4</nr>
                <titel>Sanctionering</titel>
              </kop>
              <al>Onze Minister van Economische Zaken is ter handhaving van de bepalingen, genoemd
                  in artikel 3, bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom.</al>
            </artikel>
            <wijzig-artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">5</nr>
                <titel>Wijziging Mijnbouwwet</titel>
              </kop>
              <wat type="wijziging">In artikel 141a, eerste lid, van de Mijnbouwwet wordt, onder
                  vervanging van de punt aan het slot van dat lid door een puntkomma, een onderdeel
                  toegevoegd, luidende:</wat>
              <wijziging>
                <artikeltekst>
                  <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                    <li>
                      <li.nr>e.</li.nr>
                      <al>strategische projecten inzake kritieke grondstoffen als bedoeld in
                              artikel 10 van Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement
                              en de Raad tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame
                              voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging
                              van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724
                              en (EU) 2019/1020 met betrekking tot de winning van delfstoffen.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </artikeltekst>
              </wijziging>
            </wijzig-artikel>
            <wijzig-artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">6</nr>
                <titel>Wijziging Omgevingswet</titel>
              </kop>
              <wat type="wijziging">De Omgevingswet wordt als volgt gewijzigd:</wat>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">A</lidnr>
                <wat>Na paragraaf 2.6.4 wordt een paragraaf toegevoegd, luidende:</wat>
                <wijziging>
                  <wijzig-divisie opmaak="default" soort="paragraaf">
                    <kop>
                      <label>§</label>
                      <nr status="officieel">2.6.5</nr>
                      <titel>Bijzondere taken kritieke grondstoffen</titel>
                    </kop>
                    <artikel status="goed">
                      <kop>
                        <label>Artikel</label>
                        <nr status="officieel">2.48</nr>
                        <titel>(centraal contactpunt)</titel>
                      </kop>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                        <al>Onze Minister van Klimaat en Groene Groei is het centraal
                                 contactpunt, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de verordening
                                 kritieke grondstoffen voor projecten met betrekking tot de winning
                                 van kritieke grondstoffen.</al>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                        <al>Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is het centraal
                                 contactpunt, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de verordening
                                 kritieke grondstoffen voor projecten met betrekking tot de
                                 verwerking of recycling van kritieke grondstoffen.</al>
                      </lid>
                    </artikel>
                  </wijzig-divisie>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">B</lidnr>
                <wat>Aan bijlage I, onder B, wordt in de alfabetische volgorde een onderdeel
                     ingevoegd, luidende:</wat>
                <?xpp witregel?>
                <wijziging>
                  <artikeltekst>
                    <definitielijst nr-sluiting="." plaatsing="inline" type="ongemarkeerd">
                      <definitie-item>
                        <term>verordening kritieke grondstoffen:</term>
                        <definitie>
                          <al>Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de
                                    Raad tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame
                                    voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot
                                    wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858,
                                    (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020.</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                    </definitielijst>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
            </wijzig-artikel>
            <wijzig-artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">7</nr>
                <titel>Wijziging Wet milieubeheer</titel>
              </kop>
              <wat type="wijziging">De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:</wat>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">A</lidnr>
                <wat>In artikel 1.1, eerste lid, wordt in de alfabetische volgorde een
                     begripsbepaling ingevoegd, luidende:</wat>
                <wijziging>
                  <artikeltekst>
                    <definitielijst nr-sluiting="." plaatsing="inline" type="ongemarkeerd">
                      <definitie-item>
                        <term>EU-verordening kritieke grondstoffen:</term>
                        <definitie>
                          <al>Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de
                                    Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een
                                    veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te
                                    waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU)
                                    nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU)
                                    2019/1020;.</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                    </definitielijst>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">B</lidnr>
                <wat>Na titel 9.4 wordt een titel ingevoegd, luidende:</wat>
                <wijziging>
                  <wijzig-divisie opmaak="default" soort="titeldeel">
                    <kop>
                      <label>Titel</label>
                      <nr status="officieel">9.4a</nr>
                      <titel>EU-verordening kritieke grondstoffen en EU-verordening
                              markttoezicht</titel>
                    </kop>
                    <artikel status="goed">
                      <kop>
                        <label>Artikel</label>
                        <nr status="officieel">9.4a.1</nr>
                      </kop>
                      <al>Voor de toepassing van artikel 9.4a.4 wordt, voor zover dat voor de
                              toepassing van de EU-verordening markttoezicht noodzakelijk is,
                              verstaan onder:</al>
                      <definitielijst nr-sluiting="." plaatsing="inline" type="ongemarkeerd">
                        <definitie-item>
                          <term>in de handel brengen:</term>
                          <definitie>
                            <al>in de handel brengen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 61,
                                       van de EU-verordening kritieke grondstoffen.</al>
                          </definitie>
                        </definitie-item>
                      </definitielijst>
                    </artikel>
                    <artikel status="goed">
                      <kop>
                        <label>Artikel</label>
                        <nr status="officieel">9.4a.2</nr>
                      </kop>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                        <al>Het is verboden om handelingen te verrichten of na te laten in
                                 strijd met de artikelen 28, eerste of derde tot en met zevende lid,
                                 29, eerste of vijfde lid, 31, zesde, zevende, tiende of elfde lid,
                                 of 33, eerste lid, van de EU-verordening kritieke grondstoffen, in
                                 voorkomende gevallen in combinatie met de toepasselijke
                                 voorschriften, opgenomen in:</al>
                        <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                          <li>
                            <li.nr>a.</li.nr>
                            <al>een gedelegeerde handeling die is vastgesteld op grond van
                                       artikel 29, tweede lid, 31, eerste, derde of achtste lid, of
                                       34, van die verordening, of</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>b.</li.nr>
                            <al>een uitvoeringshandeling die is vastgesteld op grond van
                                       artikel 28, tweede lid, of 31, tiende lid, van die
                                       verordening.</al>
                          </li>
                        </lijst>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                        <al>Het is verboden om handelingen te verrichten of na te laten in
                                 strijd met artikel 29, derde lid, van die verordening in combinatie
                                 met de toepasselijke voorschriften uit de op dit artikel van de
                                 verordening gebaseerde gedelegeerde handeling.</al>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                        <al>Ter concretisering van het in het eerste of tweede lid gestelde
                                 verbod kunnen de voorschriften van een gedelegeerde handeling of
                                 uitvoeringshandeling waarop het verbod in elk geval betrekking
                                 heeft, bij ministeriële regeling worden aangewezen of
                                 omschreven.</al>
                      </lid>
                    </artikel>
                    <artikel status="goed">
                      <kop>
                        <label>Artikel</label>
                        <nr status="officieel">9.4a.3</nr>
                      </kop>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                        <al>Het is een marktdeelnemer als bedoeld in artikel 3, onderdeel 13,
                                 van de EU-verordening markttoezicht, die betrokken is of betrokken
                                 is geweest bij het in de handel brengen van een product waarvoor
                                 vereisten zijn vastgesteld in de artikelen 28, 29 of 31 van de
                                 EU-verordening kritieke grondstoffen, verboden om handelingen te
                                 verrichten of na te laten in strijd met de artikelen 4, eerste,
                                 derde en vierde lid, en 7, eerste lid, van de EU-verordening
                                 markttoezicht.</al>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                        <al>Het is een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij
                                 als bedoeld in artikel 3, onderdeel 14, van de EU-verordening
                                 markttoezicht die betrokken is of betrokken is geweest bij het op
                                 de markt aanbieden of in de handel brengen van een product waarvoor
                                 vereisten zijn vastgesteld in de artikelen 28, 29 of 31 van de
                                 EU-verordening kritieke grondstoffen, verboden om handelingen te
                                 verrichten of na te laten in strijd met artikel 7, tweede lid, van
                                 de EU-verordening markttoezicht.</al>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                        <al>Het is een gemachtigde als bedoeld in artikel 4, tweede lid,
                                 onderdeel c, van de EU-verordening markttoezicht, die betrokken is
                                 of betrokken is geweest bij het op de markt aanbieden of in de
                                 handel brengen van een product waarvoor vereisten zijn vastgesteld
                                 in de artikelen 28, 29 of 31 van de EU-verordening kritieke
                                 grondstoffen, verboden om handelingen te verrichten of na te laten
                                 in strijd met artikel 5, tweede lid, tweede volzin, van de
                                 EU-verordening markttoezicht.</al>
                      </lid>
                    </artikel>
                    <artikel status="goed">
                      <kop>
                        <label>Artikel</label>
                        <nr status="officieel">9.4a.4</nr>
                      </kop>
                      <al>Degene die op een handelsbeurs, tentoonstelling, demonstratie of
                              soortgelijk evenement een product toont dat niet voldoet aan de
                              verordening kritieke grondstoffen, neemt bij het tonen van dat product
                              de voorwaarde, bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de
                              EU-verordening kritieke grondstoffen, in acht.</al>
                    </artikel>
                    <artikel status="goed">
                      <kop>
                        <label>Artikel</label>
                        <nr status="officieel">9.4a.5</nr>
                      </kop>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                        <al>Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
                                 ten behoeve van de uitvoering van de EU-verordening kritieke
                                 grondstoffen en op die verordening gebaseerde gedelegeerde
                                 handelingen en uitvoeringshandelingen.</al>
                      </lid>
                      <lid>
                        <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                        <al>De regels kunnen bij ministeriële regeling worden gesteld als deze
                                 uitvoeringstechnische, administratieve of meet- en
                                 rekenvoorschriften inhouden.</al>
                      </lid>
                    </artikel>
                  </wijzig-divisie>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">C</lidnr>
                <wat>Aan artikel 18.1a, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het
                     slot van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd,
                     luidende:</wat>
                <?xpp qa?>
                <?xpp lead;1?>
                <wijziging>
                  <artikeltekst>
                    <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                      <li>
                        <li.nr>f.</li.nr>
                        <al>de artikelen 28, 29, 31 en 33 van de EU-verordening kritieke
                                 grondstoffen.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">D</lidnr>
                <wat>Aan artikel 18.2b, eerste lid, wordt, onder de vervanging van de punt aan het
                     slot van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd,
                     luidende:</wat>
                <?xpp qa?>
                <?xpp lead;1?>
                <wijziging>
                  <artikeltekst>
                    <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                      <li>
                        <li.nr>f.</li.nr>
                        <al>de artikelen 28, 29, 31 en 33 van de EU-verordening kritieke
                                 grondstoffen.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
              <wijzig-lid>
                <lidnr status="officieel">E</lidnr>
                <wat>Artikel 18.20, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:</wat>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">1.</nr>
                  <wat>In onderdeel a wordt ‘de titels 9.3, 9.3a en 9.4’ vervangen door: ‘de
                        titels 9.3, 9.3a, 9.4 en 9.4a’.</wat>
                </wijziging>
                <wijziging>
                  <nr status="officieel">2.</nr>
                  <wat>Onder vervanging van ‘of’ aan het slot van onderdeel d door een komma en
                        verlettering van onderdeel e tot onderdeel f wordt na onderdeel d een
                        onderdeel ingevoegd, luidende:</wat>
                  <artikeltekst>
                    <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                      <li>
                        <li.nr>e.</li.nr>
                        <al>de artikelen 28, 29 en 31 van de EU-verordening kritieke
                                 grondstoffen, of.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </artikeltekst>
                </wijziging>
              </wijzig-lid>
            </wijzig-artikel>
            <wijzig-artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">8</nr>
                <titel>Wijziging Wet op de economische delicten</titel>
              </kop>
              <wat type="wijziging">Artikel 1a, van de Wet op de economische delicten wordt als
                  volgt gewijzigd:</wat>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">1.</nr>
                <wat>In onderdeel 1° wordt in de zinsnede met betrekking tot de Wet milieubeheer
                     na ‘9.3a.3, eerste lid,’ ingevoegd ‘9.4a.2, tweede lid’.</wat>
              </wijziging>
              <wijziging>
                <nr status="officieel">2.</nr>
                <wat>In onderdeel 3° wordt in de zinsnede met betrekking tot de Wet milieubeheer
                     na ‘de artikelen’ ingevoegd ‘9.4a.2, eerste lid, 9.4a.4’</wat>
              </wijziging>
            </wijzig-artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">9</nr>
                <titel>Inwerkingtreding</titel>
              </kop>
              <al>Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het
                  Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.</al>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">10</nr>
                <titel>Citeertitel</titel>
              </kop>
              <al>Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet verordening kritieke
                  grondstoffen.</al>
            </artikel>
          </wettekst>
          <wetsluiting status="goed">
            <slotformulering>
              <al>Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle
                  ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de
                  nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.</al>
            </slotformulering>
            <ondertekening>
              <functie>De Minister van Economische Zaken,</functie>
            </ondertekening>
            <ondertekening>
              <functie>De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – openbaar vervoer en
               milieu,</functie>
            </ondertekening>
            <ondertekening>
              <functie>De Minister van Klimaat
                  en Groene Groei,</functie>
            </ondertekening>
          </wetsluiting>
          <nota-toelichting>
            <kop>
              <titel>MEMORIE VAN TOELICHTING</titel>
            </kop>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">I</nr>
                <titel>ALGEMEEN</titel>
              </kop>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <label>HOOFDSTUK</label>
                  <nr status="officieel">1</nr>
                  <titel>DOEL EN AANLEIDING</titel>
                </kop>
                <al>Dit wetsvoorstel strekt tot uitvoering van Verordening (EU) 2024/1252 van het
                     Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader om een veilige en
                     duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging
                     van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU)
                     2019/1020 (hierna ook: verordening kritieke grondstoffen, verordening of CRMA).
                     De verordening kritieke grondstoffen is op 23 mei 2024 in werking getreden
                     (conform artikel 49 van die verordening, op de twintigste dag na publicatie in
                     het Publicatieblad van de Europese Unie).</al>
                <al>Doel van de verordening kritieke grondstoffen is het verbeteren van de werking
                     van de interne markt door een kader vast te stellen waarmee de toegang van de
                     Europese Unie tot een veilige, veerkrachtige en duurzame voorziening van
                     kritieke grondstoffen wordt gewaarborgd, onder meer door het bevorderen van
                     efficiëntie en circulariteit in de hele waardeketen. Om dit doel te
                     verwezenlijken worden in de verordening maatregelen vastgesteld met als doel
                     om: a) het risico op verstoringen van de voorziening met betrekking tot
                     kritieke grondstoffen die de concurrentie waarschijnlijk zullen verstoren en de
                     interne markt waarschijnlijk zullen fragmenteren, te beperken; b) het vermogen
                     van de Europese Unie te vergroten om het voorzieningsrisico met betrekking tot
                     kritieke grondstoffen te monitoren en te beperken; c) het vrije verkeer te
                     waarborgen van in de Europese Unie in de handel gebrachte kritieke grondstoffen
                     en producten die kritieke grondstoffen bevatten, en tegelijkertijd een hoog
                     niveau van milieubescherming en duurzaamheid te bieden, onder meer door de
                     circulariteit van die grondstoffen en producten te verbeteren.</al>
                <al>Dit wetsvoorstel is nodig omdat de verordening kritieke grondstoffen vereist
                     dat lidstaten een of meer centrale contactpunten oprichten of een of meer
                     autoriteiten aanwijzen als centraal contactpunt. In het wetsvoorstel worden de
                     Nederlandse autoriteiten aangewezen. Naast deze aanwijzingen voorziet het
                     wetsvoorstel in een sanctieregime. Het wetsvoorstel bevat verder geen
                     aanvullende nationale maatregelen. Notificatie van het wetsvoorstel op grond
                     van richtlijn 2006/123/EG<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van
                           12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PbEU 2006,
                           L 376).</noot.al></noot> of richtlijn 2015/1535/EU<noot id="n2" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Richtlijn (EU) 2016/1535 van het Europees Parlement en de Raad van
                           9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van
                           technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de
                           informatiemaatschappij (PbEU 2015, L 241).</noot.al></noot> is dus niet vereist.</al>
                <al>In hoofdstuk 2 van het algemeen deel van deze toelichting zal de verordening
                     kritieke grondstoffen worden toegelicht, waarna in hoofdstuk 3 wordt ingegaan
                     op de inhoud van dit wetsvoorstel. In hoofdstuk 4 wordt de verhouding met ander
                     recht uiteengezet, waarna in hoofdstuk 5 wordt stilgestaan bij
                     regeldrukgevolgen (van de verordening). In hoofdstuk 6 worden de uitkomsten van
                     de uitvoerings- en handhavingstoetsen behandeld en het gevolg dat daaraan is
                     gegeven. Tot slot bevat deze memorie van toelichting een artikelsgewijze
                     toelichting en een transponeringstabel met betrekking tot de verordening
                     kritieke grondstoffen.</al>
                <al>Deze memorie van toelichting wordt mede namens de Minister van Klimaat en
                     Groene Groei en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – openbaar
                     vervoer en milieu –, uitgebracht.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <label>HOOFDSTUK</label>
                  <nr status="officieel">2</nr>
                  <titel>DE VERORDENING KRITIEKE GRONDSTOFFEN</titel>
                </kop>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>§</label>
                    <nr status="officieel">2.1</nr>
                    <titel>Aanleiding</titel>
                  </kop>
                  <al>Op 16 maart 2023 heeft de Europese Commissie een mededeling uitgebracht aan
                        het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité
                        en het Comité van de Regio’s met als titel ‘Een betrouwbare en duurzame
                        aanvoer van kritieke grondstoffen ter ondersteuning van de dubbele
                           transitie’<noot id="n3" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>COM (2023) 165.</noot.al></noot>.</al>
                  <al>In de mededeling haalt de Europese Commissie een prognoseverslag aan waarin
                        de toekomstige behoeften van de Europese Unie aan kritieke grondstoffen en
                        de mogelijke toekomstige knelpunten in de toeleveringsketen voor belangrijke
                        strategische technologieën en sectoren zijn beoordeeld. Het prognoseverslag
                        voorziet een ongekende toename van de vraag naar de belangrijkste materialen
                        die nodig zijn voor een succesvolle groene en digitale transitie. Zo zal
                        voor onshore- en offshorewindturbines de vraag naar zeldzame aardmetalen
                        tegen 2030 en 2050 naar verwachting met een factor 4,5 respectievelijk 5,5
                        toenemen, terwijl de accu’s die onze elektrische voertuigen aandrijven de
                        vraag naar lithium tegen 2030 naar verwachting met een factor 11 en tegen
                        2050 met een factor 17 zullen doen toenemen. Uit het verslag blijkt ook dat
                        de Europese Unie sterk afhankelijk is van een zeer beperkt aantal
                        leveranciers van kritieke grondstoffen voor alle strategische technologieën
                        in verschillende stadia van hun toeleveringsketens en voor sommige
                        technologieën in de hele waardeketen.</al>
                  <al>Terwijl de vraag naar kritieke grondstoffen nooit groter is geweest en in
                        de komende tien jaar kan vertienvoudigen, is bij het aanbod ervan sprake van
                        toenemende geopolitieke, ecologische en sociale risico’s en uitdagingen. De
                        afhankelijkheid van enkele leveranciers kan leiden tot een verstoring van de
                        hele toeleveringsketen, met name omdat uitvoerbeperkingen en andere
                        handelsbeperkende maatregelen steeds vaker worden gebruikt in een context
                        van toenemende wereldwijde concurrentie. Leveranciers kunnen dergelijke
                        afhankelijkheden in hun voordeel uitbuiten en als wapen gebruiken.</al>
                  <al>Om deze uitdagingen te ondervangen, bracht de Europese Commissie
                        tegelijkertijd met de mededeling een voorstel uit voor een verordening over
                        de toegang tot kritieke grondstoffen en de aanvoer daarvan<noot id="n4" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>COM(2023) 160.</noot.al></noot>. Op 13 november 2023 is er een politiek akkoord bereikt over het
                        voorstel. De verordening is op 12 december 2023 aangenomen door het Europees
                        Parlement en op 18 maart 2024 door de Europese Raad.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>§</label>
                    <nr status="officieel">2.2</nr>
                    <titel>Inhoud verordening</titel>
                  </kop>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">2.2.1</nr>
                      <titel>Strategische en kritieke grondstoffen</titel>
                    </kop>
                    <al-groep>
                      <al>Om ervoor te zorgen dat de maatregelen van de verordening kritieke
                           grondstoffen zijn gericht op de meest relevante grondstoffen, bevat de
                           verordening twee lijsten: een lijst van strategische grondstoffen en een
                           lijst van kritieke grondstoffen. De lijst van strategische grondstoffen
                           bevat grondstoffen die van groot strategisch belang zijn voor de werking
                           van de interne markt, rekening houdend met het gebruik ervan in
                           strategische technologieën die de groene en digitale transities
                           ondersteunen of die noodzakelijk zijn in defensie- en
                           ruimtevaarttoepassingen (afdeling 1 van bijlage I bij de verordening
                           kritieke grondstoffen). De lijst van kritieke grondstoffen bevat alle
                           strategische grondstoffen plus andere grondstoffen die cruciaal zijn voor
                           de economie van de Unie in het algemeen en waarvoor een groot risico
                           bestaat van verstoring van de voorziening die de mededinging kan
                           verstoren of de interne markt kan fragmenteren (afdeling 1 van bijlage II
                           bij de verordening kritieke grondstoffen).</al>
                      <al>Om ervoor te zorgen dat de lijsten van strategische en kritieke
                           grondstoffen voldoende actueel blijven, worden deze uiterlijk op 24 mei
                           2027 en daarna ten minste om de drie jaar geëvalueerd en zo nodig
                           bijgewerkt. Dit laatste gebeurt middels gedelegeerde handelingen van de
                           Europese Commissie. De lijst van strategische grondstoffen wordt eveneens
                           geëvalueerd wanneer daar door de Europese raad voor kritieke grondstoffen
                           om wordt verzocht (artikelen 3, tweede en derde lid, en 4, tweede en
                           derde lid, van de verordening kritieke grondstoffen).</al>
                    </al-groep>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">2.2.2</nr>
                      <titel>Versterking van de grondstoffenwaardeketen van de Unie</titel>
                    </kop>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <titel>Benchmarks</titel>
                      </kop>
                      <al-groep>
                        <al>Op grond van artikel 5 van de verordening kritieke grondstoffen
                                 moeten de Europese Commissie en de lidstaten de capaciteit in de
                                 verschillende stadia van de strategische grondstoffenwaardeketen
                                 versterken om bij te dragen aan het bereiken van de volgende
                                 benchmarks met betrekking tot de capaciteit van de Europese Unie
                                 (in uiterlijk 2030):</al>
                        <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                          <li>
                            <li.nr>a)</li.nr>
                            <al>met de winningscapaciteit van de Europese Unie kunnen de
                                       grondstoffen worden gewonnen die nodig zijn om in ten minste
                                       10% van het jaarlijkse verbruik van strategische grondstoffen
                                       van de Europese Unie te voorzien;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>b)</li.nr>
                            <al>met de verwerkingscapaciteit van de Europese Unie kan ten
                                       minste 40% van het jaarlijkse verbruik van strategische
                                       grondstoffen in de Europese Unie worden geproduceerd;</al>
                          </li>
                          <li>
                            <li.nr>c)</li.nr>
                            <al>met de recyclingcapaciteit van de Europese Unie kan ten
                                       minste 25% van het jaarlijkse verbruik van strategische
                                       grondstoffen in de Europese Unie worden geproduceerd en
                                       kunnen van elke strategische grondstof steeds aanzienlijkere
                                       hoeveelheden worden gerecycled uit afval.</al>
                          </li>
                        </lijst>
                      </al-groep>
                      <al>Artikel 5 van de verordening verlangt eveneens dat inspanningen
                              worden geleverd om ervoor te zorgen dat de Europese Unie tegen 2030 in
                              geen enkel stadium van de verwerking afhankelijk is van één derde land
                              voor meer dan 65% van haar voorziening van een onverwerkte
                              strategische grondstof.</al>
                    </divisie>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <titel>Strategische projecten</titel>
                      </kop>
                      <al>Op grond van artikel 6 van de verordening kritieke grondstoffen
                              kunnen projecten door de Europese Commissie worden erkend als
                              strategische projecten als deze de winning, verwerking of recycling
                              van strategische grondstoffen dan wel de productie en opschaling van
                              materialen die strategische grondstoffen in strategische technologieën
                              kunnen vervangen, willen starten of uitbreiden. Om te worden erkend
                              moeten projecten een betekenisvolle bijdrage leveren aan de
                              Unievoorzieningszekerheid van strategische grondstoffen. De projecten
                              moeten ook technisch haalbaar zijn, ze moeten op ecologisch en
                              maatschappelijk verantwoorde wijze worden uitgevoerd, en ze moeten ook
                              buiten de desbetreffende lidstaten voordelen opleveren, waaronder
                              overloopeffecten verderop in de waardeketen. Voor projecten in derde
                              landen die opkomende markten of ontwikkelingslanden zijn, geldt
                              bovendien dat zij wederzijds voordeel moeten opleveren voor de Unie en
                              voor het desbetreffende derde land en van toegevoegde waarde moeten
                              zijn voor dat land.</al>
                      <al>De onvoorspelbaarheid, complexiteit en de soms buitensporig lange
                              duur van nationale vergunningsprocedures ondermijnen momenteel echter
                              de investeringszekerheid die nodig is voor de doeltreffende
                              ontplooiing van projecten voor strategische grondstoffen. Voor de
                              doeltreffende uitvoering van projecten voor strategische grondstoffen
                              is het van belang dat lidstaten gestroomlijnde en voorspelbare
                              vergunningsprocedures op strategische projecten toepassen. Artikel 10
                              van de verordening kritieke grondstoffen bepaalt daarom dat
                              strategische projecten op nationaal niveau een prioritaire status
                              moeten krijgen om voor een snelle administratieve afhandeling van de
                              vergunningsprocedures te zorgen en ervoor te zorgen dat alle daarmee
                              verband houdende gerechtelijke procedures en
                              geschillenbeslechtingsprocedures met spoed, en voor zover het
                              nationale recht daarin voorziet met gebruik van spoedprocedures,
                              worden afgehandeld. Vergunningsprocedures voor een strategisch project
                              mogen in ieder geval niet langer duren dan de in artikel 11 van de
                              verordening kritieke grondstoffen opgenomen termijnen.</al>
                      <al>De verordening kritieke grondstoffen tracht de vergunningsprocedures
                              ook eenvoudiger, efficiënter en transparanter te maken door te bepalen
                              dat projectontwikkelaars van projecten voor kritieke grondstoffen (let
                              op: het gaat hier niet enkel om projecten voor strategische
                              grondstoffen) terecht moeten kunnen bij een centraal contactpunt dat
                              verantwoordelijk is voor het faciliteren en coördineren van de gehele
                              vergunningsprocedure. Daartoe moeten de lidstaten een of meer
                              contactpunten oprichten of aanwijzen waarbij ervoor moet worden
                              gezorgd dat projectontwikkelaars slechts met één centraal contactpunt
                              in contact hoeven te treden (artikel 9 van de verordening kritieke
                              grondstoffen).</al>
                      <al>De verordening kritieke grondstoffen tracht de uitvoering van
                              strategische projecten eveneens te bevorderen door de toegang tot
                              financiering voor strategische projecten te vereenvoudigen. Op markten
                              voor strategische grondstoffen is vaak sprake van instabiele prijzen,
                              lange aanlooptijden en een hoge mate van concentratie en
                              ondoorzichtigheid. Voor financiering van de sector is daarnaast een
                              hoge mate van specialistische kennis nodig, die bij financiële
                              instellingen vaak ontbreekt. In hoofdstuk 3, afdeling 4, van de
                              verordening kritieke grondstoffen wordt daarom bepaald dat de Europese
                              Commissie en lidstaten bijstand moeten bieden wat betreft de toegang
                              tot financiële en administratieve ondersteuning. De Europese Commissie
                              moet bijvoorbeeld, in voorkomend geval in samenwerking met de
                              lidstaten, activiteiten uitvoeren om particuliere investeringen in
                              strategische projecten te versnellen en aan te trekken (artikel 15 van
                              de verordening kritieke grondstoffen). Ook moet zij
                              projectontwikkelaars in staat stellen om bij een speciale subgroep van
                              de raad kritieke grondstoffen advies in te kunnen winnen over hoe de
                              financiering van projecten kan worden voltooid (artikel 16 van de
                              verordening kritieke grondstoffen) en ervoor zorgdragen dat een
                              systeem wordt opgezet om de sluiting van afnameovereenkomsten in
                              verband met strategische projecten te faciliteren, in overeenstemming
                              met de mededingingsregels (artikel 17 van de verordening kritieke
                              grondstoffen).</al>
                    </divisie>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <titel>Exploratieprogramma’s</titel>
                      </kop>
                      <al>Een gebrek aan actuele geologische informatie over kritieke
                              grondstoffen in de Unie kan de ontwikkeling van winningsprojecten
                              ondermijnen, waardoor de inspanningen om het voorzieningsrisico te
                              verminderen en de werking van de interne markt te beschermen, worden
                              afgezwakt. Artikel 19 van de verordening kritieke grondstoffen
                              verlangt daarom van lidstaten dat zij nationale exploratieprogramma’s
                              voor de algemene exploratie van kritieke grondstoffen en de
                              belangrijkste mineralen waarmee zij samen worden gewonnen, opstellen.
                              Deze programma’s moeten maatregelen omvatten zoals geografische
                              inkaartbrenging, geochemische campagnes, geowetenschappelijke
                              onderzoeken en de herverwerking van bestaande geowetenschappelijke
                              gegevensverzamelingen. Het nationaal exploratieprogramma is in
                              Nederland door het Nederlands Materialen Observatorium (NMO)
                                 opgesteld.<noot id="n5" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II</nadruk> 2024/25,
                                       <extref doc="kst-32852-374" soort="document" status="actief">32 852, nr. 374</extref>.</noot.al></noot> Het NMO is ondergebracht bij de Geologische Dienst Nederland
                              (GDN), onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor
                              toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO).</al>
                    </divisie>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">2.2.3</nr>
                      <titel>Monitoring en beperking van risico’s</titel>
                    </kop>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <titel>Monitoring en stresstests</titel>
                      </kop>
                      <al>Vanwege de mondiale dimensie en de complexiteit van
                              toeleveringsketens van kritieke grondstoffen, verlangt artikel 20 van
                              de verordening kritieke grondstoffen dat de Europese Commissie een
                              specifiek monitoringdashboard ontwikkelt om de voorzieningsrisico’s
                              van kritieke grondstoffen te beoordelen en ervoor te zorgen dat de
                              verzamelde informatie beschikbaar is voor overheidsinstanties en
                              particulieren, waardoor de synergiën tussen de lidstaten worden
                              vergroot. Om ervoor te zorgen dat de waardeketens van de Europese Unie
                              voldoende voorbereid zijn op mogelijke verstoringen van de voorziening
                              die de mededinging kunnen verstoren en de interne markt kunnen
                              fragmenteren, moeten stresstests worden uitgevoerd om te beoordelen
                              hoe kwetsbaar de toeleveringsketens van strategische grondstoffen zijn
                              en in hoeverre zij blootstaan aan voorzieningsrisico’s. De nationale
                              autoriteiten die deelnemen aan de in artikel 36, achtste lid,
                              onderdeel e, van de verordening kritieke grondstoffen bedoelde
                              permanente subgroep ondersteunen de Europese Commissie bij de
                              monitoring en het uitvoeren van stresstests. Deze ondersteuning
                              bestaat voor een belangrijk deel uit het aanleveren van relevante
                              informatie. Vanuit Nederland zal dit worden verzorgd door het
                              NMO.</al>
                    </divisie>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <titel>Informatieverplichtingen voor monitoring</titel>
                      </kop>
                      <al>Artikel 21 van de verordening kritieke grondstoffen verlangt van
                              lidstaten dat zij belangrijke marktdeelnemers in de gehele
                              kritiekegrondstoffenwaardeketen identificeren en hun activiteiten
                              monitoren. De informatie die hiermee wordt gewonnen dient vervolgens
                              te worden gedeeld met de nationale bureaus voor de statistiek en
                              Eurostat. In Nederland zal het NMO hiervoor zorgdragen.</al>
                    </divisie>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <titel>Strategische voorraden</titel>
                      </kop>
                      <al>Strategische voorraden zijn een belangrijk instrument om de gevolgen
                              van verstoringen van de voorziening, met name van kritieke
                              grondstoffen, te beperken. Desondanks bestaat er geen verplichting
                              voor lidstaten en ondernemingen om strategische voorraden op te bouwen
                              voordat de voorziening wordt verstoord. Wel verplicht artikel 22 van
                              de verordening kritieke grondstoffen lidstaten om informatie te
                              verstrekken over hun eventuele strategische voorraden. Die informatie
                              moet in ieder geval betrekking hebben op de omvang van de beschikbare
                              strategische voorraden per strategische grondstof, op geaggregeerd
                              niveau, de vooruitzichten voor de omvang van de strategische
                              voorraden, en de regels en procedures die voor die strategische
                              voorraden gelden. Artikel 23 van de verordening kritieke grondstoffen
                              verplicht de Europese Commissie vervolgens om op basis van de
                              verkregen informatie een voorlopige benchmark vast te stellen voor wat
                              als een veilige omvang van de strategische voorraden van de Europese
                              Unie moet worden beschouwd, daarbij rekening houdend met het totale
                              jaarlijkse verbruik van de desbetreffende strategische grondstoffen in
                              de Europese Unie. De Europese Commissie kan, rekening houdend met de
                              zienswijze van de raad kritieke grondstoffen, de lidstaten
                              niet-bindende adviezen verstrekken over de wijze waarop de
                              convergentie kan worden vergroot en hen aanmoedigen om strategische
                              voorraden aan te leggen en te vergroten.</al>
                    </divisie>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <titel>Risicoparaatheid van ondernemingen</titel>
                      </kop>
                      <al>Artikel 24 van de verordening kritieke grondstoffen verlangt van
                              grote ondernemingen in de Europese Unie die met strategische
                              grondstoffen strategische technologieën vervaardigen dat zij een
                              risicobeoordeling uitvoeren van hun toeleveringsketens om ervoor te
                              zorgen dat zij voldoende voorbereid zijn op verstoringen van de
                              voorziening. Dit moet ervoor zorgen dat zij rekening houden met de
                              voorzieningsrisico’s van strategische grondstoffen en indien nodig
                              geschikte mitigatiestrategieën ontwikkelen om beter voorbereid te zijn
                              op verstoringen van de voorziening. Namens Nederland brengt het NMO
                              periodiek de grote ondernemingen in kaart die binnen de reikwijdte van
                              dit artikel vallen.</al>
                    </divisie>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <titel>Gezamenlijke aankoop</titel>
                      </kop>
                      <al>Veel markten voor strategische grondstoffen zijn niet volledig
                              transparant en zijn geconcentreerd aan de aanbodzijde, hetgeen de
                              onderhandelingspositie van verkopers versterkt en de prijzen voor
                              kopers opdrijft. Om de prijzen voor de in de Europese Unie gevestigde
                              ondernemingen te helpen verlagen, verlangt artikel 25 van de
                              verordening kritieke grondstoffen dat de Europese Commissie een
                              systeem opzet waarmee de vraag van geïnteresseerde afnemers kan worden
                              gebundeld. Om onevenredige gevolgen voor de mededinging op de interne
                              markt te voorkomen moet de Europese Commissie, in overleg met de raad
                              kritieke grondstoffen, een beoordeling uitvoeren van het effect van
                              het systeem op de markt voor elke strategische grondstof die aan het
                              systeem wordt toegevoegd.</al>
                    </divisie>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">2.2.4</nr>
                      <titel>Duurzaamheid</titel>
                    </kop>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <titel>Nationaal beleid voor circulariteit</titel>
                      </kop>
                      <al>De verordening kritieke grondstoffen verplicht lidstaten om uiterlijk
                              per mei 2027 maatregelen voor de circulariteit van kritieke
                              grondstoffen op te nemen in nationale programma’s. Deze maatregelen,
                              beschreven in artikel 26 van de verordening, omvatten onder andere het
                              verminderen van het verbruik van kritieke grondstoffen, het voorkomen
                              van afval, en het bevorderen van hergebruik en recycling. Tevens
                              moeten de beschikbaarheid en kwaliteit van recyclebare materialen
                              worden verbeterd. Lidstaten worden ook verplicht op verschillende
                              wijze kennis en innovatie te bevorderen, door onder andere de
                              ontwikkeling van recyclingtechnologieën en circulair ontwerp en de
                              opleiding van beroepsbevolking die over vaardigheden beschikt om
                              circulariteit van kritieke grondstoffen te bevorderen. Alle
                              maatregelen moeten worden vastgelegd in nationale programma’s en over
                              de voortgang moet worden gerapporteerd aan de Europese Commissie.</al>
                      <al>In Nederland worden deze verplichtingen opgevangen en uitgevoerd
                              binnen de kaders van de Nationale Grondstoffenstrategie (NGS), het
                              Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) en het Circulair
                              Materialenplan (CMP).</al>
                      <al>Het kabinet versterkt de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen
                              via de NGS. In de NGS staan vijf handelingsperspectieven centraal: 1)
                              circulariteit en innovatie, 2) Europese mijnbouw en raffinage, 3)
                              verduurzaming internationale ketens, 4) diversificatie, en 5)
                              kennisopbouw en monitoring. Binnen het handelingsperspectief
                              'circulariteit en innovatie' wordt ingezet op een weerbare en
                              circulaire industrie.</al>
                      <al>Bij het NPCE ligt de focus op het bevorderen van de circulaire
                              transitie, waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan producten die
                              veel kritieke grondstoffen bevatten. Het NPCE bevat aankondigingen van
                              circulaire maatregelen van de Rijksoverheid om de transitie naar een
                              circulaire economie te realiseren. Het NPCE geeft het
                              maatregelenpakket over de volle breedte weer met onder andere: het
                              stimuleren van afvalpreventie door levensduurverlening en hergebruik
                              van producten, hoogwaardige recycling; het verminderen van het gebruik
                              en substitueren van primaire kritieke grondstoffen met financiële
                              stimulansen, zoals innovatiesubsidies, maatschappelijk verantwoord
                              inkopen (bijvoorbeeld het bevorderen van gerecycled materiaal in
                              producten zoals ICT en zonnepanelen); en aanbestedingseisen (zoals bij
                              windparken). Binnen het NPCE is ruimte voor initiatieven, zoals
                              Versnellingshuis Nederland Circulair en Circonnect, die ondernemers
                              ondersteunen bij de transitie naar een circulaire economie en bij
                              circulair ontwerp. Ook is in het NPCE opgenomen dat de Rijksoverheid
                              het opdoen van circulaire vaardigheden op het gebied van circulair
                              ontwerp en reparatie stimuleert in het (beroeps)onderwijs. Gezien de
                              reikwijdte en aard van het NPCE is dit programma geschikt om te
                              benutten voor de uitvoering van artikel 26, eerste lid tot en met
                              zesde lid. Hiermee wordt het beleid op kritieke grondstoffen
                              geïntegreerd in het bestaande circulaire economie beleid. Om
                              uitvoering te geven aan artikel 26 van de verordening wordt
                              leveringszekerheid opgenomen als indicator in het doelen-dashboard van
                              het NPCE, zodat de voortgang op de genomen maatregelen gemonitord kan
                              worden. Het NPCE wordt elke twee jaar herzien, wat aansluit bij de
                              vijfjarige evaluatietermijn van de verordening, zodat Nederland tijdig
                              kan rapporteren over de voortgang van de genomen maatregelen en de
                              effectiviteit van de circulaire aanpak.</al>
                      <al>Het CMP biedt een uniform beleidskader voor het gebruik van
                              grondstoffen, afvalbeheer en het bevorderen van de circulaire
                              economie, en wordt elke zes jaar herzien, wat overeenkomt met de
                              evaluatietermijn van de verordening. Het CMP omvat onder andere de
                              nationale implementatie van afvalbeheerplannen en
                              afvalpreventieprogramma’s uit richtlijn 2008/98/EG.<noot id="n6" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad
                                    van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking
                                    van een aantal richtlijnen (PbEU 2008, L312)</noot.al></noot> Daarnaast bevat het CMP ook een beoordelingskader voor
                              bevoegde gezagen voor vergunningverlening. Ter uitvoering van artikel
                              26 van de verordening zal vanaf 2026 elk afvalplan een paragraaf
                              bevatten over de aanwezigheid van kritieke materialen en de
                              mogelijkheden voor het terugwinnen van deze materialen. Het opnemen
                              van de maatregelen in het CMP is in lijn met artikel 26, tweede lid,
                              van de verordening.</al>
                    </divisie>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <titel>Terugwinning uit winningsafval</titel>
                      </kop>
                      <al>De verordening kritieke grondstoffen besteedt bijzondere aandacht aan
                              de terugwinning van kritieke grondstoffen uit winningsafval. Artikel
                              27 van de verordening legt verplichtingen op aan exploitanten van
                              winningsafvalinstallaties (eerste tot en met derde lid) en aan
                              lidstaten. Exploitanten moeten economische evaluatiestudies uitvoeren
                              om de haalbaarheid van terugwinning van kritieke grondstoffen te
                              onderzoeken. In Nederland zijn er momenteel geen exploitanten die
                              onder de genoemde verplichting vallen. De verplichting uit de
                              verordening is niet gericht op toekomstige situaties, maar heeft een
                              eenmalig karakter. Doordat in Nederland op dit moment geen
                              exploitanten zijn die onder de verplichtingen van artikel 27 vallen,
                              voorziet dit wetsvoorstel voor deze verplichting dan ook niet in het
                              stellen van nadere uitvoeringsregels of de aanwijzing van een
                              toezichthouder.</al>
                      <al>Artikel 27 regelt daarnaast ook verplichtingen ten aanzien van de
                              lidstaten. Lidstaten moeten een databank opzetten met gegevens over
                              gesloten winningsafvalinstallaties. In Nederland wordt dit opgepakt
                              via de landelijke mijnbouwdatabase, waarin informatie over
                              mijnbouwactiviteiten en vergunningen is opgenomen. Daarnaast moeten er
                              aanvullende evaluaties en onderzoeken worden uitgevoerd door de
                              lidstaat naar de mogelijkheden tot terugwinning van kritieke
                              grondstoffen.</al>
                      <al>Er is een algemene consensus dat er kritieke grondstoffen gewonnen
                              kunnen worden uit verbrandingsproducten van winningsafval.<noot id="n7" type="voet" xml:lang="en"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Bennet Sam Thomas, Piet Dimitriadis, Chandan Kundu, Sai
                                    Sree Varsha Vuppaladadiyam, R.K. Singh Raman, Sankar
                                    Bhattacharya, Extraction and separation of rare earth elements
                                    from coal and coal fly ash: A review on fundamental
                                    understanding and on-going engineering advancements, Journal of
                                    Environmental Chemical Engineering, Volume 12, Issue 3, 2024,
                                    112769, ISSN 2213-3437</noot.al></noot> Op basis van eerdere onderzoeken en de nationale context kan
                              worden geconcludeerd dat de mogelijkheden tot terugwinning in
                              Nederland echter zeer beperkt zijn. De geringe in Nederland
                              voorkomende mijnbouw bestaat uit zout-, aardgas-, aardoliewinning en
                              geothermie. Bij deze vormen van mijnbouw komt weinig tot geen
                              winningsafval vrij. Het water dat uit de diepe ondergrond omhoog wordt
                              gepompt voor geothermie kan kritieke grondstoffen bevatten. Er is
                              onderzocht of het in Nederland economisch rendabel is om lithium uit
                              dit water te halen<noot id="n8" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2023/12/19/lithiumwinning-uit-geothermie" soort="URL" status="actief">Lithiumwinning uit geothermie |
                                       Kamerstuk | Rijksoverheid.nl</extref></noot.al></noot>. De concentratie van lithium in het water uit de onderzochte
                              geothermiebronnen is vooralsnog te laag om winning economisch haalbaar
                              te maken. Wat betreft steenkoolwinning, werd in de 19e en 20e eeuw
                              steenkool in Nederland gewonnen. Afval uit steenkoolmijnen, zijnde het
                              opgepompte mijnwater, mijnsteen of mijnslik, werd destijds in een
                              rivier geloosd (o.a. de Maas), er werd een heuvel (steenberg of
                              steenkoolterrils), of een vijver (slikvijver) van gemaakt.
                              Winningsafval dat in rivieren is geloosd is niet meer terug te
                              herleiden tot één locatie. Steenbergen bestaan voornamelijk uit
                              mijnsteen en onverbrande steenkool. Daarom wordt niet verwacht dat
                              hierin economisch winbare concentraties kritieke grondstoffen zitten.
                              De inhoud van slikvijvers bestaat uit een combinatie van
                              verbrandings-as en steen, waardoor de mogelijke concentraties van
                              kritieke grondstoffen lager zullen liggen dan bij zuivere
                              verbrandings-as. Daarom wordt niet verwacht dat hierin economische
                              winbare concentraties kritieke grondstoffen zitten. Veel slikvijvers
                              zijn deels opgeruimd, gesaneerd of anders ingepast in het landschap,
                              waardoor er geen sprake meer is van een winningsafvalinstallatie. Er
                              kan geconcludeerd worden dat er geen extra inspanningen verricht
                              hoeven te worden om te voldoen aan artikel 27 van de verordening
                              kritieke grondstoffen.</al>
                    </divisie>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <titel>Recycling van permanente magneten</titel>
                      </kop>
                      <al>Permanente magneten worden in de verordening kritieke grondstoffen
                              aangemerkt als prioritaire producten, met als doel de circulariteit
                              van de kritieke grondstoffen van deze producten te vergroten. Artikel
                              28 van de verordening verplicht producenten om permanente magneten te
                              voorzien van een etiket met informatie over gewicht, locatie,
                              chemische samenstelling, coatings, kleefmiddelen en additieven.
                              Daarnaast wordt vereist dat deze magneten een gegevensdrager bevatten
                              met een unieke productidentificatiecode. Uiterlijk op 31 december 2031
                              moet de Europese Commissie normen vaststellen voor een minimaal
                              aandeel gerecycled materiaal in permanente magneten, zoals vastgelegd
                              in artikel 29 van de verordening. De circulariteitseisen voor
                              permanente magneten in voertuigen werken ook door in de
                              typegoedkeuringen voor de voertuigen uit bijlage II van de
                              verordeningen EU/168/2013 en EU/2018/858.<noot id="n9" type="voet"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al>Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement
                                    en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en
                                    het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en
                                    vierwielers (PbEU 2013, L60) en Verordening (EU) 2018/858 van
                                    het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de
                                    goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en
                                    aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische
                                    eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot
                                    wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG)
                                    nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PbEU
                                    2018, L151).</noot.al></noot> Artikelen 40 en 41 van de verordening kritieke grondstoffen
                              regelen deze doorwerking in de Europese typegoedkeuringen.</al>
                    </divisie>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <titel>Erkende certificeringsregelingen</titel>
                      </kop>
                      <al>De verordening kritieke grondstoffen stelt in artikel 30 eisen aan
                              certificeringsregelingen die de duurzaamheid van kritieke grondstoffen
                              beoordelen. Dergelijke regelingen, ontwikkeld door overheden,
                              bedrijfsverenigingen of andere belanghebbenden, kunnen door de
                              Europese Commissie worden erkend als zij voldoen aan specifieke
                              criteria. Deze criteria, beschreven in bijlage IV van de verordening,
                              hebben betrekking op transparantie, openheid, multi-stakeholder
                              governance en onafhankelijke audits. Na erkenning door de Europese
                              Commissie kunnen de certificeringsregelingen door marktdeelnemers
                              worden gebruikt als bewijs voor duurzame praktijken. De Europese
                              Commissie controleert de naleving van de criteria en onderhoudt een
                              openbaar register van erkende regelingen.</al>
                    </divisie>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <titel>Milieuvoetafdrukverklaring</titel>
                      </kop>
                      <al>Artikel 31 van de verordening kritieke grondstoffen verplicht
                              producenten en handelaren van kritieke grondstoffen om een
                              milieuvoetafdrukverklaring op te stellen. Deze verklaring heeft tot
                              doel de transparantie te vergroten en moet informatie bevatten over
                              emissies, watergebruik, landgebruik en vervuiling. De Europese
                              Commissie zal gedelegeerde handelingen vaststellen voor de berekening
                              en verificatie van deze milieuvoetafdrukken. Ook wordt gewerkt met een
                              maximale milieudrempel om de impact van kritieke grondstoffen op het
                              milieu binnen aanvaardbare grenzen te houden. De
                              milieuvoetafdrukverklaring wordt periodiek vernieuwd, aangezien de
                              impact op het milieu kan variëren in tijd en plaats. Om te voorkomen
                              dat aandacht enkel wordt gericht op één impactgebied, worden
                              aanvullende milieudimensies meegenomen in de verklaring. Hiermee biedt
                              de verordening kritieke grondstoffen een kader om de duurzaamheid van
                              kritieke grondstoffen structureel te verbeteren en beter te integreren
                              in de interne markt.</al>
                    </divisie>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <titel>Vrij verkeer, conformiteit en markttoezicht &amp;
                                 harmonisatiewetgeving</titel>
                      </kop>
                      <al>In de artikelen 32 tot en met 34 van de verordening kritieke
                              grondstoffen worden de onderwerpen vrij verkeer, conformiteit,
                              markttoezicht en harmonisatiewetgeving geregeld. Artikel 32 stelt
                              regels over vrij verkeer van producten met permanente magneten of
                              kritieke grondstoffen die aan de verordening voldoen en voorwaarden
                              over het tentoonstellen van producten met permanente magneten die niet
                              aan de verordening voldoen. In artikel 33 wordt een
                              conformiteitsbeoordelingsprocedure voorgeschreven voor producten met
                              permanente magneten. Om uniforme uitvoering te bewerkstelligen, regelt
                              artikel 34 een bevoegdheid voor de Europese Commissie om gedelegeerde
                              handelingen vast te stellen over de uitwerking van een aantal
                              verplichtingen uit artikelen 28, 29, 31 en 33 van de verordening.</al>
                    </divisie>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">2.2.5</nr>
                      <titel>Governance</titel>
                    </kop>
                    <al>Om de uitvoering van taken in verband met de ontwikkeling en
                           financiering van strategische projecten, exploratieprogramma’s,
                           monitoringcapaciteiten of strategische voorraden te ondersteunen en de
                           Europese Commissie passend te adviseren, bepaalt artikel 35 van de
                           verordening kritieke grondstoffen dat een Europese raad voor kritieke
                           grondstoffen wordt opgericht. Deze raad bestaat uit vertegenwoordigers
                           van de lidstaten en de Europese Commissie, en moet voorzien in de
                           deelname van andere partijen als waarnemers, met name het Europees
                           Parlement. Om de nodige deskundigheid voor de uitvoering van bepaalde
                           taken te ontwikkelen, moet de raad voor kritieke grondstoffen permanente
                           subgroepen voor financiering, draagvlak onder de bevolking, exploratie,
                           monitoring en strategische voorraden, alsmede voor circulariteit,
                           hulpbronnenefficiëntie en vervanging oprichten, die als netwerk moeten
                           fungeren door de relevante nationale autoriteiten bijeen te brengen en
                           indien nodig het bedrijfsleven, de academische wereld, het
                           maatschappelijk middenveld en andere relevante belanghebbenden te
                           raadplegen.</al>
                    <al>Deelname aan de raad voor kritieke grondstoffen is voorbehouden aan de
                           high-level representative (HLR) of een van de vaste vervangers. Deze
                           vertegenwoordiger of diens vervanger dient tevens aanwezig te zijn bij de
                           werkzaamheden van de subgroepen. Daarnaast kan een vaste nationale expert
                           aan de subgroepen deelnemen. Zo is bijvoorbeeld de nationale expert
                           binnen de subgroep monitoring een expert van het NMO.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">2.2.6</nr>
                      <titel>Slotbepalingen</titel>
                    </kop>
                    <al>Het uitblijven van voortgang richting de doelstellingen en de
                           capaciteits- en diversificatiebenchmarks die in de verordening kritieke
                           grondstoffen zijn vastgelegd, zou er op kunnen wijzen dat aanvullende
                           maatregelen noodzakelijk zijn. Het is daarom van belang dat de Europese
                           Commissie toezicht houdt op de voortgang richting de doelstellingen en
                           benchmarks. De verplichtingen die in dit verband gelden voor de Europese
                           Commissie zijn neergelegd in artikel 44 van de verordening kritieke
                           grondstoffen. Artikel 44 van de verordening kritieke grondstoffen
                           verplicht de Europese Commissie onder andere om: a) uiterlijk op
                           24 november 2025 een verslag in te dienen met indicatieve prognoses van
                           het jaarlijkse verbruik van elke kritieke grondstof in 2030, 2040 en
                           2050, evenals indicatieve benchmarks voor de winning en verwerking per
                           strategische grondstof, en b) uiterlijk op 24 mei 2027 en daarna ten
                           minste om de drie jaar een verslag uit te brengen over de voortgang van
                           de Europese Unie richting de verwezenlijking van de benchmarks en de
                           matiging van de verwachte toename van het verbruik van kritieke
                           grondstoffen in de Europese Unie.</al>
                    <al>Artikel 48 van de verordening kritieke grondstoffen bepaalt bovendien
                           dat de Europese Commissie uiterlijk op 24 mei 2029 de verordening
                           kritieke grondstoffen in het licht van de nagestreefde doelstellingen
                           evalueert en hierover verslag uitbrengt aan het Europees Parlement, de
                           Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité.</al>
                  </divisie>
                </divisie>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <label>HOOFDSTUK</label>
                  <nr status="officieel">3</nr>
                  <titel>INHOUD WETSVOORSTEL</titel>
                </kop>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>§</label>
                    <nr status="officieel">3.1</nr>
                    <titel>Inleiding</titel>
                  </kop>
                  <al>Een EU-verordening werkt rechtstreeks door in de rechtsorde van de
                        lidstaten en lidstaten van de Europese Unie zijn verplicht om alle
                        maatregelen te nemen die nodig zijn voor de volledige verwezenlijking van
                        een verordening. Gelet op het rechtstreekse karakter maakt een verordening
                        automatisch deel uit van de nationale rechtsorde en is het verboden om
                        bepalingen ervan in het nationale recht over te nemen (het zogenaamde
                        overschrijfverbod). Wel kan het voor de operationalisering van een
                        verordening nodig zijn om bepalingen met betrekking tot procedures,
                        handhaving, rechtsbescherming en aanwijzing van uitvoeringsorganen op te
                        nemen in nationale regelgeving. Daarin voorziet dit wetsvoorstel.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>§</label>
                    <nr status="officieel">3.2</nr>
                    <titel>Centraal contactpunt</titel>
                  </kop>
                  <al>Om de vergunningsprocedure eenvoudiger, efficiënter en transparanter te
                        maken, moeten projectontwikkelaars van projecten inzake kritieke
                        grondstoffen terecht kunnen bij een centraal contactpunt dat
                        verantwoordelijk is voor het faciliteren en coördineren van de gehele
                        vergunningsprocedure. Daartoe moeten de lidstaten een of meer contactpunten
                        oprichten of aanwijzen, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat
                        projectontwikkelaars slechts met één centraal contactpunt in contact hoeven
                        te treden. Om ervoor te zorgen dat centrale contactpunten hun taken
                        doeltreffend uitvoeren, moeten de lidstaten hen van voldoende personeel en
                        middelen voorzien (artikel 9 van de verordening kritieke grondstoffen).</al>
                  <al>In dit wetsvoorstel wordt de Minister van Klimaat en Groene Groei
                        aangewezen als het centrale contactpunt voor projecten met betrekking tot de
                        winning van kritieke grondstoffen. De Minister van Infrastructuur en
                        Waterstaat wordt aangewezen als het centrale contactpunt voor projecten met
                        betrekking tot de verwerking of recycling van kritieke grondstoffen. De
                        aanwijzing wordt geregeld in de Omgevingswet, omdat de belangrijkste
                        vergunningen voor projecten inzake kritieke grondstoffen in de Omgevingswet
                        worden geregeld. Belangrijk om op te merken is dat er geen sprake is van
                        verschuiving van het bevoegd gezag. De verschillende bevoegde gezagen
                        blijven bevoegd gezag.</al>
                  <al>De daadwerkelijke uitvoering van het centraal contactpunt zal door de
                        Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) gebeuren. RVO zal een
                        faciliterende en coördinerende rol vervullen bij vergunningverlening voor
                        projecten inzake kritieke grondstoffen. RVO vult deze rol in door
                        projectontwikkelaars te informeren en begeleiden bij de vergunningprocedure.
                        Via een website wordt informatie over o.a. termijnen, procedure, planning en
                        aanvraag van de vergunning beschikbaar gesteld. Via diezelfde website kunnen
                        projectontwikkelaars in contact komen met RVO en kan per project inzake
                        kritieke grondstoffen een contactpersoon worden aangewezen, die de
                        projectontwikkelaar de gehele vergunningprocedure begeleidt.</al>
                  <al>In geval van strategische projecten wordt ook toegezien op de naleving van
                        de artikelen 11 en 12 van de verordening kritieke grondstoffen. RVO heeft
                        zicht op strategische projecten doordat deze door de Europese Commissie aan
                        Nederland worden gemeld. Artikel 11 bevat de maximale termijnen voor de
                        vergunningsprocedure voor strategische projecten. Voor strategische
                        projecten met betrekking tot de winning van kritieke grondstoffen geldt een
                        maximale termijn van 27 maanden, met een mogelijkheid tot verlenging
                        (maximaal zes maanden). Voor strategische projecten met betrekking tot de
                        verwerking of recycling van kritieke grondstoffen geldt een maximale termijn
                        van 15 maanden, met een mogelijkheid tot verlenging (drie maanden). Deze
                        maximale termijnen zullen in principe niet worden overschreden, wanneer de
                        termijnen uit de Omgevingswet worden gevolgd.<noot id="n10" type="voet"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al>Zie de transponeringstabel.</noot.al></noot> Daarvoor is het wel van belang dat alle aanvragen tijdig worden
                        ingediend. In het verlengde van de regels over vergunningverlening uit
                        artikel 11 bevat artikel 12 regels over de milieubeoordelingen die in dit
                        kader overlegd moeten worden. Als centraal contactpunt krijgt RVO de taak om
                        de relevante, op basis van Europese regelgeving verplichte,
                        milieueffectbeoordelingen die benodigd zijn voor de vergunningverlening te
                        coördineren. Uit artikel 12 volgen ook procedurele vereisten en termijnen
                        voor de uitvoering van milieubeoordelingen, welke rechtstreeks van
                        toepassing zijn.<noot id="n11" type="voet"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al>Zie de transponeringstabel.</noot.al></noot> RVO zal hierin zowel richting bevoegd gezag als projectontwikkelaar
                        een coördinerende rol vervullen. Met deze invulling wordt gekozen voor de
                        gecoördineerde procedure zoals omschreven in artikel 12, tweede lid, tweede
                        alinea.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>§</label>
                    <nr status="officieel">3.3</nr>
                    <titel>Hoogst mogelijke nationale status strategische projecten</titel>
                  </kop>
                  <al>Artikel 10, vierde lid, van de verordening kritieke grondstoffen bepaalt
                        dat strategische projecten, indien het nationale recht in een dergelijke
                        status voorziet, de hoogst mogelijke nationale status dienen te verkrijgen.
                        In verband hiermee wordt in artikel 5 van dit wetsvoorstel voorgesteld om
                        artikel 141a, eerste lid, van de Mijnbouwwet te wijzigen. Artikel 141a,
                        eerste lid, benoemt projecten die van nationaal belang worden geacht en
                        waarbij de minister de bevoegdheid heeft om een projectbesluit vast te
                        stellen. In artikel 5 wordt voorgesteld om strategische projecten inzake
                        kritieke grondstoffen met betrekking tot de winning van delfstoffen aan
                        artikel 141a, eerste lid, toe te voegen.</al>
                  <al>Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat artikel 141a, eerste lid, van de
                        Mijnbouwwet bepaalt wanneer de minister in ieder geval bevoegd is een
                        projectbesluit vast te stellen. Artikel 5.44 van de Omgevingswet biedt
                        ruimte om ook in andere gevallen een projectbesluit vast te stellen. Daarbij
                        moeten dan wel de grenzen van artikel 2.3 van de Omgevingswet in acht worden
                        genomen.</al>
                  <al>Artikel 5.44 van de Omgevingswet kan zo nodig ook uitkomst bieden voor
                        projecten met betrekking tot de verwerking of recycling van kritieke
                        grondstoffen. Er bestaat hiervoor namelijk geen met artikel 141a, eerste
                        lid, van de Mijnbouwwet vergelijkbaar artikel waaraan projecten met
                        betrekking tot de verwerking of recycling van kritieke grondstoffen kunnen
                        worden toegevoegd. Bij projecten met betrekking tot de verwerking of
                        recycling van kritieke grondstoffen zal het in principe ook niet gaan om
                        complexe projecten waarbij de projectprocedure past, waardoor het wettelijk
                        inregelen naar het voorbeeld van de Mijnbouwwet voor dit type projecten niet
                        passend is. Per geval kan gekeken worden of het bestaande artikel 5.44 van
                        de Omgevingswet een mogelijkheid is voor verwerking en recycling projecten,
                        maar in de regel zal dit niet passend zijn en ook geen versnellend effect
                        opleveren ten opzichte van de reguliere vergunningprocedure.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>§</label>
                    <nr status="officieel">3.4</nr>
                    <titel>Rol Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk
                           onderzoek TNO</titel>
                  </kop>
                  <al-groep>
                    <al>Artikel 2 van het wetsvoorstel bepaalt dat de Nederlandse Organisatie
                           voor toegepast-natuur<?xpp afbm?>wetenschappelijk onderzoek (TNO) zorgdraagt voor de
                           uitvoering van de artikelen 19, 20, tweede en derde lid, 21, tweede en
                           derde lid, en 24, eerste lid, van de verordening kritieke grondstoffen.
                           TNO heeft hiervoor het eerdergenoemde Nederlands Materialen Observatorium
                           (NMO) opgericht. Het NMO is verantwoordelijk voor:</al>
                    <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                      <li>
                        <li.nr>–</li.nr>
                        <al>het opstellen van een nationaal exploratieprogramma en het
                                 informeren hierover (artikel 19);</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>–</li.nr>
                        <al>het ondersteunen van de Europese Commissie bij het monitoren van
                                 de voorzieningsrisico’s met betrekking tot kritieke grondstoffen en
                                 het uitvoeren van stresstests (artikel 20, tweede en derde
                                 lid);</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>–</li.nr>
                        <al>het identificeren en monitoren van activiteiten van belangrijke
                                 marktdeelnemers in de gehele kritiekegrondstoffenwaardeketen en het
                                 delen van de gewonnen informatie met de nationale bureaus voor de
                                 Statistiek en Eurostat (artikel 21, tweede en derde lid);</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>–</li.nr>
                        <al>het in kaart brengen van grote ondernemingen (artikel 24, eerste
                                 lid).</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </al-groep>
                  <al>Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat TNO een onderzoeksinstelling
                        zonder openbaar gezag is en blijft. Informatieverzoeken in het kader van
                        artikel 21, tweede lid, van de verordening kritieke grondstoffen worden door
                        de Minister van Economische Zaken ingediend.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>§</label>
                    <nr status="officieel">3.5</nr>
                    <titel>Toezicht en handhaving</titel>
                  </kop>
                  <al>In deze paragraaf wordt ingegaan op het toezicht op de naleving van de in
                        de verordening opgenomen verplichtingen en de sanctionering bij
                        niet-naleving van deze verplichtingen. Artikel 47 van de verordening bepaalt
                        namelijk dat lidstaten voorschriften vaststellen betreffende de sancties die
                        aan inbreuken op deze verordening worden verbonden, en dat zij alle nodige
                        maatregelen nemen om te waarborgen dat deze sancties worden toegepast. De
                        sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.</al>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">3.5.1</nr>
                      <titel>In de verordening opgenomen verplichtingen</titel>
                    </kop>
                    <al>Zoals ook al naar voren gekomen in hoofdstuk 2 van deze toelichting
                           bevat de verordening kritieke grondstoffen diverse verplichtingen. De
                           verordening bevat verplichtingen op onder meer het gebied van
                           risicoparaatheid, rapportage over projecten en (informatie over)
                           duurzaamheidseisen. Onderstaand zijn deze verplichtingen overzichtelijk
                           opgesomd.</al>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <nr status="officieel">3.5.1.1</nr>
                        <titel>Verplichtingen op het gebied van risicoparaatheid en rapportage
                                 over projecten</titel>
                      </kop>
                      <al>Artikel 8 van de verordening kritieke grondstoffen bevat
                              rapportageverplichtingen voor strategische projecten. Het eerste lid
                              bepaalt dat de projectontwikkelaar van een strategisch project elke
                              twee jaar, gerekend vanaf de datum van erkenning van het project, een
                              verslag in moet dienen. In dit verslag gaat de projectontwikkelaar in
                              op: a) de voortgang bij de uitvoering van het strategisch project, b)
                              de redenen voor eventuele vertragingen en een plan om die vertragingen
                              in te halen, en c) de voortgang bij de financiering van het
                              strategische project. Mochten er tussentijds echter veranderingen
                              optreden aan het project die er mogelijk toe leiden dat een project
                              niet langer als strategisch kan worden aangemerkt, is het niet de
                              bedoeling dat deze veranderingen pas in het verslag aan de orde worden
                              gesteld. De Europese Commissie wenst in een dergelijk geval eerder te
                              worden geïnformeerd. Ditzelfde geldt wanneer er sprake is van
                              langdurige veranderingen in de zeggenschap over de ondernemingen die
                              bij het strategische project zijn betrokken (derde lid). Artikel 8
                              acht het ook van belang dat de plaatselijke bevolking wordt
                              geïnformeerd. Het vijfde lid vraagt de projectontwikkelaar om op de
                              website van de onderneming of een specifieke website voor het
                              strategische project informatie te plaatsen die relevant is voor de
                              plaatselijke bevolking. In ieder geval dienen de effecten en voordelen
                              van het strategisch project voor het milieu, de maatschappij en de
                              economie aan de orde te komen.</al>
                      <al>Artikel 11, zevende lid, van de verordening kritieke grondstoffen
                              bepaalt dat de projectontwikkelaar van een strategisch project op de
                              hiervoor bedoelde website ook een gedetailleerd tijdschema voor de
                              vergunningsprocedure dient te plaatsen. Dit schema wordt opgesteld in
                              nauwe samenwerking met het betrokken centraal contactpunt en andere
                              betrokken bevoegde autoriteiten.</al>
                      <al>Artikel 21, tweede lid, van de verordening kritieke grondstoffen
                              heeft betrekking op belangrijke marktdeelnemers. Onder belangrijke
                              marktdeelnemers verstaat de verordening: ‘ondernemingen in de
                              toeleveringsketen van kritieke grondstoffen van de Unie en
                              downstreamondernemingen die kritieke grondstoffen gebruiken, wier
                              betrouwbare werking van essentieel belang is voor de levering van
                              kritieke grondstoffen’. Ingevolge artikel 21, tweede lid, mogen
                              belangrijke marktdeelnemers weigeren bepaalde gegevens te verstrekken
                              aan lidstaten. Dit is echter alleen toegestaan wanneer het delen van
                              gegevens zou leiden tot de openbaarmaking van handels- en of
                              bedrijfsgeheimen. Gegevens hoeven ook niet te worden verstrekt in
                              geval deze niet al beschikbaar zijn. In geval belangrijke
                              marktdeelnemers gegevensverstrekking weigeren, dienen zij daar een
                              reden toe te verstrekken aan de verzoekende lidstaat.</al>
                      <al>Artikel 24 van de verordening kritieke grondstoffen richt zich op
                              grote ondernemingen. Onder grote onderneming wordt door de verordening
                              verstaan: ‘een onderneming met gemiddeld meer dan 500 werknemers en
                              een wereldwijde netto-omzet van meer van 150 miljoen EUR in het
                              recentste boekjaar waarvoor jaarrekeningen zijn opgesteld’. Een
                              dergelijke onderneming dient ten minste om de drie jaar en voor zover
                              de informatie voor hem beschikbaar is, een risicobeoordeling uit te
                              voeren van zijn toeleveringsketen van strategische grondstoffen.
                              Daarbij wordt onder meer in kaart gebracht waar strategische
                              grondstoffen die worden gebruikt worden gewonnen, verwerkt of
                              gerecycled, een analyse gemaakt van de factoren die gevolgen kunnen
                              hebben voor de voorziening van strategische grondstoffen en een
                              beoordeling gemaakt van kwetsbaarheden voor verstoringen van de
                              voorziening (artikel 24, tweede lid). Mochten kwetsbaarheden voor
                              verstoringen van de voorziening aan het licht komen, verlangt de
                              verordening dat grote ondernemingen zich inspannen om die
                              kwetsbaarheden te beperken, door onder meer de mogelijkheid te
                              beoordelen om hun toeleveringsketen van grondstoffen te diversifiëren
                              of de strategische grondstoffen te vervangen (artikel 24, vierde
                              lid).</al>
                    </divisie>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <nr status="officieel">3.5.1.2</nr>
                        <titel>Verplichtingen inzake duurzaamheid</titel>
                      </kop>
                      <al>In de artikelen 28 en 29 van de verordening kritieke grondstoffen
                              worden verplichtingen gesteld over recyclebaarheid en toepassing van
                              recyclaat in permanente magneten. In deze artikelen worden
                              verplichtingen opgelegd aan natuurlijke of rechtspersonen die
                              apparaten voor beeldvorming door middel van magnetische resonantie
                              (MRI-apparaten), windenergiegeneratoren, industriële robots,
                              motorvoertuigen, lichte vervoermiddelen, koelgeneratoren,
                              warmtepompen, elektrische motoren (ook als elektrische motoren in
                              andere producten zijn geïntegreerd), automatische wasmachines,
                              droogtrommels, magnetronovens, stofzuigers of vaatwassers in de handel
                              brengen. Met ingang van 24 mei 2029 wordt dit uitgebreid naar
                              motorvoertuigen, en lichte vervoermiddelen van categorie L waarvoor
                              typegoedkeuring is verleend (artikel 28, tiende lid, van de
                              verordening kritieke grondstoffen). Voor de natuurlijke of
                              rechtspersonen die deze producten in de handel brengen, gelden op
                              basis van artikel 28 verplichtingen over de recyclebaarheid van
                              permanente magneten. Op de producten met permanente magneten moet een
                              onuitwisbaar etiket worden aangebracht (eerste lid). Twee jaar na de
                              inwerkingtreding van de uitvoeringshandeling van de Europese Commissie
                              over het etiket (uiterlijk 24 november 2028) moet op of in de
                              producten een gegevensdrager aanwezig zijn. Artikel 28, derde tot en
                              met zevende lid, bevatten de verplichtingen met de eisen waaraan de
                              gegevensdrager moet voldoen.</al>
                      <al>Artikel 29 van de verordening kritieke grondstoffen bevat
                              verplichtingen over het aandeel recyclaat in permanente magneten. Op
                              basis van het eerste lid moet voor producten met in totaal meer dan
                              0,2 kg permanente magneten het teruggewonnen aandeel neodymium,
                              dysprosium, praseodymium, terbium, boor, samarium, nikkel en kobalt
                              dat is toegepast in permanente magneten openbaar worden gemaakt.
                              Daarnaast moet de informatie ook beschikbaar zijn voor klanten die de
                              producten kopen (vijfde lid). Uit de gedelegeerde handelingen die de
                              Europese Commissie op basis van artikel 29, tweede en derde lid,
                              vaststelt, volgen de exacte verplichtingen over het minimum aandeel
                              recyclaat dat moet worden toegepast en de berekening en verificatie
                              hiervan.</al>
                      <al>Artikel 31, zesde lid, van de verordening kritieke grondstoffen
                              verplicht natuurlijke of rechtspersonen die kritieke grondstoffen in
                              de handel brengen een milieuvoetafdrukverklaring beschikbaar te
                              stellen. De verordening regelt daarnaast welke informatie de
                              milieuvoetafdrukverklaring moet bevatten (zevende lid), verplicht
                              openbaarmaking op een website (tiende lid) en vereist toegang tot de
                              milieuvoetafdrukverklaring voor klanten (elfde lid).</al>
                      <al>Uit artikel 32, tweede lid, van de verordening kritieke grondstoffen
                              volgt dat lidstaten niet mogen belemmeren dat op handelsbeurzen,
                              tentoonstellingen of bij demonstraties of soortgelijke evenementen
                              producten worden getoond die niet aan de verordening voldoen. Hierbij
                              geldt wel de voorwaarde dat op een zichtbaar bord is vermeld dat die
                              producten niet aan de verordening kritieke grondstoffen voldoen en de
                              producten niet op de markt mogen worden gebracht zolang niet wordt
                              voldaan aan de verordening.</al>
                      <al>Artikel 33, eerste lid, van de verordening kritieke grondstoffen
                              verplicht de natuurlijke of rechtspersonen uit artikel 28 en 29 van de
                              verordening om de toepasselijke conformiteitsbeoordelingsprocedure te
                              volgen, waarmee wordt aangetoond dat aan de verplichtingen uit de
                              verordening wordt voldaan. Als aan de vereisten wordt voldaan moet een
                              EU-conformiteitsverklaring worden opgesteld en de CE-markering worden
                              aangebracht. Voor de producten die onder artikel 28 van de verordening
                              kritieke grondstoffen vallen wordt de conformiteitsbeoordeling
                              uitgevoerd volgens een van de in bijlage IV bij Richtlijn 2009/125/EG
                              beschreven procedure.<noot id="n12" type="voet"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al>Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de
                                    Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een
                                    kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp
                                    voor energiegerelateerde producten (PbEU 2009, L 285).</noot.al></noot> Als de producten ook onder artikel 29 van de verordening
                              vallen, moet de procedure voor berekening en verificatie uit artikel
                              29, tweede lid, van de verordening worden gevolgd. De procedurele
                              vereisten van de conformiteitsbeoordeling volgen uit artikel 33,
                              tweede lid, van de verordening.</al>
                    </divisie>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">3.5.2</nr>
                      <titel>Toezicht en handhaving op de in de verordening opgenomen
                              verplichtingen</titel>
                    </kop>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <nr status="officieel">3.5.2.1</nr>
                        <titel>Toezicht en handhaving op de verplichtingen op het gebied van
                                 risicoparaatheid en rapportage over projecten</titel>
                      </kop>
                      <al>Artikel 3 van het wetsvoorstel bepaalt dat de Minister van
                              Economische Zaken ambtenaren zal aanwijzen die worden belast met het
                              toezicht op de naleving van de in paragraaf 3.5.1.1 besproken
                              verplichtingen op het gebied van risicoparaatheid en rapportage over
                              projecten (artikelen 8, eerste, derde en vijfde lid, 11, zevende lid,
                              21, tweede lid en 24, tweede en vierde lid, van de verordening
                              kritieke grondstoffen). Dit zullen de ambtenaren van de afdeling
                              Toezicht Economische Veiligheid van de directie Toezicht Economische
                              Veiligheid en Eigenaarsadvisering van het Ministerie van Economische
                              Zaken worden.<noot id="n13" type="voet"><noot.nr>13</noot.nr><noot.al>De afdeling Toezicht Economische Veiligheid staat ook
                                    bekend als het Bureau Toetsing Investeringen.</noot.al></noot> Dit is een voor de hand liggende keuze, gezien de aansluiting
                              met hun huidige focus op economische veiligheid en geopolitiek.
                              Tegelijkertijd zorgt het voor een duidelijke splitsing tussen het
                              grondstoffenbeleid (ondergebracht bij de verantwoordelijke
                              beleidsdirectie binnen het Directoraat-Generaal Bedrijfsleven en
                              Innovatie) en het toezicht. Bij de uitoefening van het toezicht kunnen
                              de ambtenaren van de afdeling Toezicht Economische Veiligheid gebruik
                              maken van de toezichthoudende bevoegdheden uit de Algemene wet
                              bestuursrecht (hierna ook: Awb) (artikelen 5:15 tot en met 5:20), maar
                              zij zullen ook sterk afhankelijk zijn van signalen die ze ontvangen.
                              Tekortkomingen in de naleving van de verplichtingen uit de artikelen
                              8, eerste, derde en vijfde lid, en 11, zevende lid, zullen
                              bijvoorbeeld veelal pas aan het licht komen na signalen van het
                              centraal contactpunt of andere bevoegde autoriteiten.
                              Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de ambtenaren van de afdeling
                              Toezicht Economische Veiligheid geen toezicht uitoefenen op het
                              centraal contactpunt of andere bevoegde autoriteiten.</al>
                      <al>Om ervoor te zorgen dat bij een geconstateerde inbreuk kan worden
                              gesanctioneerd, wordt in artikel 4 van het wetsvoorstel voorgesteld om
                              de Minister van Economische Zaken de bevoegdheid toe te kennen tot
                              oplegging van een last onder dwangsom. De last onder dwangsom wordt
                              het meest passend geacht, omdat hiermee kan worden bewerkstelligd dat
                              alsnog aan verplichtingen wordt voldaan. Voor het bepalen van de
                              hoogte van de dwangsom is geen wettelijke standaard vastgelegd. Van
                              belang is dat de hoogte van de dwangsom evenredig is en voldoende
                              afschrikkend voor zowel de overtreder (speciale preventie) als andere
                              potentiële overtreders (generale preventie). Deze doelstelling is ook
                              neergelegd in artikel 5:32b, derde lid, van de Awb. Met de bevoegdheid
                              tot oplegging van een last onder dwangsom dient terughoudend te worden
                              omgegaan. Zij mag slechts worden ingezet wanneer er sprake is van een
                              onmiskenbare inbreuk. Een last onder dwangsom voor niet naleving van
                              de verplichting uit artikel 24, tweede lid, van de verordening
                              kritieke grondstoffen kan bijvoorbeeld slechts worden opgelegd wanneer
                              een grote onderneming in zijn geheel weigert een risicobeoordeling uit
                              te voeren.</al>
                    </divisie>
                    <divisie opmaak="default">
                      <kop kopopmaak="rom">
                        <nr status="officieel">3.5.2.2</nr>
                        <titel>Toezicht en handhaving op verplichtingen inzake
                                 duurzaamheid</titel>
                      </kop>
                      <divisie opmaak="default">
                        <kop kopopmaak="rom">
                          <titel>Toezicht en bestuursrechtelijke handhaving</titel>
                        </kop>
                        <al>Voor de verplichtingen uit de artikelen 28, 29, 31, 32 tweede lid,
                                 en 33 van de verordening inzake duurzaamheid wordt aangesloten bij
                                 het regime van het toezicht en de bestuursrechtelijke handhaving
                                 dat geregeld is in de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm), de
                                 Omgevingswet en de Awb.</al>
                        <al>Op grond van het Besluit aanwijzing toezichthouders fysieke
                                 leefomgeving worden de ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en
                                 Transport (hierna ook: ILT) belast met het toezicht op de naleving
                                 van de in artikel 18.1a, eerste lid, van de Wm genoemde
                                 regelgeving. Het Besluit aanwijzing toezichthouders fysieke
                                 leefomgeving zal net als artikel 18.1a, eerste lid van de Wm worden
                                 aangepast, zodat de ILT de aangewezen toezichthouder is voor de
                                 artikelen over duurzaamheid uit de verordening kritieke
                                 grondstoffen. In artikel 18.1a, eerste lid, van de Wm wordt bepaald
                                 dat onder andere artikel 18.6 van de Omgevingswet van
                                 overeenkomstige toepassing is met betrekking tot toezicht. De ILT
                                 beschikt hierdoor bij uitoefening van het toezicht over de
                                 bevoegdheden van de artikelen 5:15 tot en met 5:20 van de Awb.</al>
                        <al>De bestuursrechtelijke handhaving is belegd bij de Minister van
                                 Infrastructuur en Waterstaat op grond van artikel 18.2b van de Wm.
                                 Dit wetsvoorstel voorziet in de benodigde aanpassing van artikel
                                 18.2b van de Wm. Op grond van het Organisatie- en mandaatbesluit
                                 Infrastructuur en Waterstaat 2023 is de ILT aangewezen om in
                                 mandaat uitvoering te geven aan de bestuursrechtelijke
                                 handhavingstaak van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
                                 Uit artikel 18.1a van de Wm in samenhang met artikel 18.4 van de
                                 Omgevingswet volgt dat de minister in het kader van de
                                 bestuursrechtelijke handhaving bevoegd is tot oplegging van een
                                 last onder bestuursdwang. Uit artikel 5:32 van de Awb volgt dat een
                                 bestuursorgaan dat bevoegd is om een last onder bestuursdwang op te
                                 leggen tevens bevoegd is om een last onder dwangsom op te
                                 leggen.</al>
                        <al>Met dit wetsvoorstel (artikel 7) worden de relevante bepalingen in
                                 de Wm aangepast om toezicht en bestuursrechtelijke handhaving voor
                                 de verplichtingen inzake duurzaamheid te regelen. In de
                                 artikelsgewijze toelichting wordt dit nader toegelicht.</al>
                      </divisie>
                      <divisie opmaak="default">
                        <kop kopopmaak="rom">
                          <titel>Strafrechtelijke handhaving</titel>
                        </kop>
                        <al>Uit artikel 47 van de verordening volgt dat sancties doeltreffend,
                                 evenredig en afschrikkend moeten zijn. Om hierin te kunnen voorzien
                                 wordt naast bestuursrechtelijke handhaving voor de verplichtingen
                                 inzake duurzaamheid ook strafrechtelijke handhaving mogelijk
                                 gemaakt. Strafrechtelijke handhaving wordt mogelijk voor
                                 overtreding van bepaalde artikelleden uit de artikelen 28, 29, 31
                                 en 33 van de verordening kritieke grondstoffen. Dit past binnen het
                                 regime van de Wet op de economische delicten (hierna ook: WED),
                                 waarbij milieudelicten strafbaar worden gesteld als economische
                                 delicten.</al>
                        <al>Bij milieudelicten kan onomkeerbare schade aan het milieu
                                 optreden. Hierdoor is een afschrikkende sanctie noodzakelijk gezien
                                 het niet mogelijk is om te herstellen. De artikelen uit de
                                 verordening kritieke grondstoffen bevatten informatieverplichtingen
                                 en ontwerpeisen van producten met permanente mageneten. In geval
                                 van overtreding is de schade niet in alle gevallen meer te
                                 herstellen of kan dit grote gevolgen hebben voor het milieu. Voor
                                 deze artikelen wordt daarom zowel strafrechtelijke handhaving als
                                 bestuursrechtelijke handhaving mogelijk gemaakt, zodat de handhaver
                                 het strafrecht kan toepassen (enkel) in gevallen waar het
                                 bestuursrecht niet in evenredige, doeltreffende en afschrikkende
                                 handhaving kan voorzien. Het strafrecht blijft immers een ultimum
                                 remedium.</al>
                        <al>Met het oog op het legaliteitsbeginsel worden eisen gesteld aan de
                                 duidelijkheid van strafbaarstelling van overtredingen onder de
                                    WED.<noot id="n14" type="voet"><noot.nr>14</noot.nr><noot.al>Zie aanwijzing 5.47, tweede lid, van de Aanwijzingen
                                       voor de regelgeving</noot.al></noot> Hiertoe worden in de Wm in een verbodsbepaling verwijzingen
                                 naar de relevante artikelen uit de verordening kritieke
                                 grondstoffen opgenomen om de strafbaarstelling van overtreding van
                                 verplichtingen op grond van die artikelen als economisch delict te
                                 expliciteren. In de artikelsgewijze toelichting bij artikel 7,
                                 onderdeel B, wordt de strafbaarstelling nader toegelicht. Bij de
                                 artikelsgewijze toelichting over de wijziging van de WED wordt
                                 daarnaast de plaatsing in verschillende strafcategorieën
                                 onderbouwd.</al>
                      </divisie>
                      <divisie opmaak="default">
                        <kop kopopmaak="rom">
                          <titel>Markttoezichtverordening<noot id="n15" type="voet"><noot.nr>15</noot.nr><noot.al>Verordening (EU) 2019/1020 van het
                                    Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende
                                    markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van
                                    Richtlijn 2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en
                                    (EU) nr. 305/2011 (PbEU 2019, L 169).</noot.al></noot></titel>
                        </kop>
                        <al>In artikel 43 van de verordening kritieke grondstoffen worden de
                                 artikelen 28, 29 en 31 van die verordening toegevoegd aan bijlage I
                                 bij de markttoezichtverordening. Dat betekent volgens artikel 2
                                 markttoezichtverordening dat de verordening markttoezicht van
                                 toepassing is op producten die onder de artikelen 28, 29 en 31 van
                                 de verordening kritieke grondstoffen vallen. Dit houdt in dat de
                                 markttoezichtautoriteit, uitgerust met de bevoegdheden die hem
                                 volgens artikel 14 markttoezichtverordening door de lidstaten
                                 moeten worden toegekend, de conformiteit van de producten
                                 controleert en de nodige maatregelen neemt als de producten niet
                                 aan de vereisten in het kader van de verordening kritieke
                                 grondstoffen voldoen. In Nederland is artikel 14
                                 markttoezichtverordening uitgevoerd via de regelgeving die voorziet
                                 in bestuursrechtelijke handhaving. De Minister van Infrastructuur
                                 en Waterstaat wordt voor de producten die onder de artikelen 28, 29
                                 en 31 van de verordening kritieke grondstoffen vallen, in artikel
                                 18.2b, tweede lid, onderdeel f, Wm aangewezen als bevoegd gezag
                                 voor de bestuursrechtelijke handhaving. Daarmee heeft Nederland
                                 uitvoering gegeven dat de markttoezichtautoriteit m.b.t. producten
                                 die onder de artikelen 28, 29 en 31 van de verordening kritieke
                                 grondstoffen vallen (onder de noemer van bestuursrechtelijke
                                 handhaving) markttoezicht kan uitoefenen dat voldoet aan de
                                 vereisten van art. 14 markttoezichtverordening.</al>
                        <al>Daarnaast bevatten de artikelen 4, 5 en 7 markttoezichtverordening
                                 ook verplichtingen m.b.t. producten die onder de artikelen 28, 29
                                 en 31 van de verordening kritieke grondstoffen vallen. In artikel
                                 9.4a.3 is een verbod opgenomen op overtreding van genoemde
                                 bepalingen van de verordening markttoezicht. Dat verbod valt onder
                                 artikel 18.2b, eerste lid, onder a, Wm. Dat betekent dat de
                                 Minister van Infrastructuur en Waterstaat bevoegd gezag is voor de
                                 bestuursrechtelijke handhaving en (onder de noemer van
                                 bestuursrechtelijke handhaving) markttoezicht kan uitoefenen.</al>
                        <al>In de praktijk is de ILT namens de Minister van Infrastructuur en
                                 Waterstaat met de bestuursrechtelijke handhaving belast. Ambtenaren
                                 van de ILT zullen worden aangewezen als toezichthouder, door een
                                 daartoe strekkende wijziging van artikel 9 van het Besluit
                                 aanwijzing toezichthouders fysieke leefomgeving.</al>
                      </divisie>
                      <divisie opmaak="default">
                        <kop kopopmaak="rom">
                          <titel>Europese typegoedkeuring voertuigen</titel>
                        </kop>
                        <al>Zoals omschreven in paragraaf 2.2.4 werken de circulariteitseisen
                                 voor permanente magneten ook door in de Europese typegoedkeuringen
                                 uit bijlage II van verordeningen EU/168/2013 en EU/2018/858.<noot id="n16" type="voet"><noot.nr>16</noot.nr><noot.al>Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees
                                       Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de
                                       goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige
                                       voertuigen en vierwielers (PbEU 2013, L60) en Verordening
                                       (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van
                                       30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het
                                       markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en
                                       systemen, onderdelen en technische eenheden die voor
                                       dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van
                                       Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot
                                       intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PbEU 2018,
                                       L151).</noot.al></noot> In Nederland is de Dienst Wegverkeer (hierna ook: RDW)
                                 belast met Europese typegoedkeuringen op grond van artikel 4b van
                                 de Wegenverkeerwet 1994. De circulariteitseisen voor permanente
                                 magneten worden meegenomen in de beoordeling door de RDW naar
                                 aanleiding van de wijzigingen uit artikel 40 en 41 van de
                                 verordening kritieke grondstoffen. Doordat dit slechts een beperkte
                                 toevoeging in het verlengde van reeds bestaande verplichtingen
                                 betreft, is de verwachte impact voor de RDW zeer beperkt. De RDW
                                 heeft enkel een rol met betrekking tot artikel 40 en 41.</al>
                      </divisie>
                    </divisie>
                  </divisie>
                </divisie>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <label>HOOFDSTUK</label>
                  <nr status="officieel">4</nr>
                  <titel>VERHOUDING TOT ANDER RECHT</titel>
                </kop>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>§</label>
                    <nr status="officieel">4.1</nr>
                    <titel>Nederlands recht</titel>
                  </kop>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">4.1.1</nr>
                      <titel>Wet open overheid</titel>
                    </kop>
                    <al>Op grond van artikel 4.1, eerste lid, van de Wet open overheid (hierna
                           ook: Woo) kan eenieder verzoeken om publieke informatie die is neergelegd
                           in documenten die bij een bestuursorgaan berusten. Een document is een
                           schriftelijk stuk of ander geheel van vastgelegde gegevens, bijvoorbeeld
                           brieven, e-mails, foto’s, video’s, sms- en Whatsapp-berichten. Het stuk
                           moet opgemaakt of ontvangen zijn door het bestuursorgaan en verband
                           houden met de publieke taak (beleid en bedrijfsvoering) van het
                           bestuursorgaan. Documenten die in het kader van de verordening kritieke
                           grondstoffen worden opgemaakt of ontvangen kunnen voorwerp zijn van een
                           verzoek om informatie. Artikel 46, tweede lid, van de verordening
                           kritieke grondstoffen bepaalt dat de lidstaten en de Europese Commissie
                           de bescherming dienen te waarborgen van de bij de toepassing van de
                           verordening verzamelde vertrouwelijke informatie. Tegelijkertijd wordt in
                           diezelfde bepaling aangegeven dat dit moet geschieden in overeenstemming
                           met het Unierecht en het toepasselijke nationale recht. Het gevolg
                           hiervan is dat weliswaar de vertrouwelijkheid in acht moet worden
                           genomen, maar dat de Woo in principe wel van toepassing is nu de
                           verordening zelf niets bepaald over de openbaarmaking van informatie. Van
                           openbaarmaking kan slechts worden afgeweken indien daarvoor een grond
                           aanwezig is als bedoeld in artikel 5.1 of 5.2 van de Woo. Ook wanneer
                           informatie in Nederland wordt gerubriceerd overeenkomstig het Besluit
                           voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst bijzondere informatie
                           2025(VIRBI 2025), kan de verstrekking van informatie gevraagd op grond
                           van de Woo niet zonder meer worden geweigerd. Bij een verzoek tot
                           openbaarmaking zal de rubricering opnieuw worden beoordeeld en slechts in
                           stand blijven indien de belangen onder de weigeringsgronden van de Woo
                           vallen.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">4.1.2</nr>
                      <titel>Wet bescherming staatsgeheimen en Besluit voorschrift
                              informatiebeveiliging rijksdienst bijzondere informatie 2025</titel>
                    </kop>
                    <al>Het wetsvoorstel laat de Wet bescherming staatsgeheimen en het VIRBI
                           2025 onverlet. Het al dan niet rubriceren of derubriceren van informatie
                           die bij de Rijksdienst (alle organisatieonderdelen waarvoor de
                           ministeriële verantwoordelijkheid geldt) ligt in het kader van de
                           uitvoering van de verordening kritieke grondstoffen, zal plaatsvinden in
                           overeenstemming met het VIRBI 2025. Daarbij geldt wel dat voor zover de
                           verordening en de toepasselijke Europese kaders inzake de omgang van
                           gerubriceerde informatie afwijkende regels en procedures kennen, deze
                           voorrang hebben op het VIRBI 2025 (zie artikel 2, derde lid, artikel 5,
                           tweede lid, onderdeel a, en artikel 7, tweede lid, van het VIRBI
                           2025).</al>
                  </divisie>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>§</label>
                    <nr status="officieel">4.2</nr>
                    <titel>Europees recht</titel>
                  </kop>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">4.2.1</nr>
                      <titel>Verordening (EG) nr. 1049/2001</titel>
                    </kop>
                    <al>Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van
                           30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het
                           Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PbEG 2001, L 145) (hierna
                           ook: Eurowob) is van toepassing op alle bij een instelling berustende
                           documenten, dat wil zeggen alle documenten die door de instelling zijn
                           opgesteld of ontvangen en zich in haar bezit bevinden (zie artikel 2,
                           derde lid, Eurowob). Dit betekent dat niet alleen documenten die zijn
                           opgesteld door de instellingen onder de reikwijdte van de Eurowob vallen,
                           maar ook alle documenten die door de instellingen zijn ontvangen.<noot id="n17" type="voet"><noot.nr>17</noot.nr><noot.al>Arrest HvJEU van 18 december 2007, C-64/05 P,
                                 Zweden/Commissie.</noot.al></noot> Door wie een document is opgesteld of met welk doel, is voor de
                           werkingssfeer van de Eurowob niet van belang.<noot id="n18" type="voet"><noot.nr>18</noot.nr><noot.al>Arrest HvJEU van 18 juli 2017, C-213/15 P,
                                 Commissie/Breyer.</noot.al></noot> De op grond van de verordening kritieke grondstoffen door de
                           lidstaten toegezonden informatie ligt (tevens) bij de Europese Commissie.
                           Op grond van artikel 2, derde lid, van de Eurowob vallen deze documenten
                           – die zich in het bezit van de Europese Commissie bevinden – onder de
                           reikwijdte van de Eurowob. Op grond van de Eurowob kan het openbaar maken
                           van gevraagde informatie worden geweigerd op de gronden die de Eurowob
                           kent. Tevens bepaalt artikel 4, vijfde lid, van de Eurowob dat indien een
                           instelling om openbaarmaking van documenten afkomstig van een lidstaat
                           wordt gevraagd, de lidstaat de instelling kan verzoeken dit document niet
                           zonder zijn voorafgaande toestemming openbaar te maken. De lidstaat dient
                           dan geconsulteerd te worden, maar het besluit blijft aan de instelling
                           voorbehouden. Deze voorwaarde gaat dan ook niet zover dat dit een
                           vetorecht geeft aan de lidstaat om de instelling te dwingen niet te
                           openbaren. De lidstaat moet motiveren waarom in een concreet geval
                           openbaarmaking moet worden geweigerd, gebaseerd op de weigeringsgronden
                           van de Eurowob.<noot id="n19" type="voet"><noot.nr>19</noot.nr><noot.al>Arrest HvJEU van 21 juni 2012, C-135/11P, IFAW/Commissie,
                                 overwegingen 57–60.</noot.al></noot> In artikel 9 van de Eurowob is bepaald dat gerubriceerde
                           documenten aan een bijzondere behandeling worden onderworpen. Uit de
                           jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie blijkt
                           echter dat wanneer een document gerubriceerd is, ook dan een van de
                           weigeringsgronden van de Eurowob van toepassing moet zijn om de
                           openbaarmaking te weigeren.<noot id="n20" type="voet"><noot.nr>20</noot.nr><noot.al>Arrest HvJEU van 28 november 2013, C-576/12 P,
                                 Jurasˇinovic´/Raad, overweging 46.</noot.al></noot> Ook indien sprake is van gerubriceerde documenten moet een van de
                           weigeringsgronden dus van toepassing zijn om openbaarmaking te mogen
                           weigeren.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">4.2.2</nr>
                      <titel>Europese kaders inzake behandeling van gerubriceerde
                              informatie</titel>
                    </kop>
                    <al>Artikel 46, tweede lid, van de verordening kritieke grondstoffen bepaalt
                           dat de lidstaten en de Europese Commissie de bescherming waarborgen van
                           de bij de toepassing van de verordening verzamelde vertrouwelijke
                           informatie overeenkomstig het Unierecht en het toepasselijke nationale
                           recht. Voor zover het gaat om gerubriceerde informatie is in artikel 46,
                           derde lid, van de verordening kritieke grondstoffen expliciet bepaald dat
                           de lidstaten en de Europese Commissie ervoor zorg zullen dragen dat op
                           grond van de verordening verstrekte of uitgewisselde gerubriceerde
                           informatie geen lagere rubriceringsgraad krijgt of gederubriceerd wordt
                           zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opsteller. De
                           rubricering en behandeling van gerubriceerde informatie door de Europese
                           Commissie zal plaatsvinden in overeenstemming met het Besluit (EU,
                           Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende
                           veiligheid binnen de Commissie en het Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van
                           de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften
                           voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie. De
                           gegevensuitwisseling van gerubriceerde informatie tussen de lidstaten
                           overeenkomstig de verordening geschiedt in overeenstemming met de
                           Overeenkomst tussen de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van
                           de Raad bijeen, betreffende de bescherming van in het belang van de
                           Europese Unie uitgewisselde gerubriceerde informatie.<noot id="n21" type="voet"><noot.nr>21</noot.nr><noot.al>Overeenkomst tussen de lidstaten van de Europese Unie, in het
                                 kader van de Raad bijeen, betreffende de bescherming van in het
                                 belang van de Europese Unie uitgewisselde gerubriceerde informatie
                                    (<extref doc="trb-2011-148" soort="document" status="actief">Trb. 2011, 148</extref>).</noot.al></noot></al>
                  </divisie>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>§</label>
                    <nr status="officieel">4.3</nr>
                    <titel>Internationaal recht</titel>
                  </kop>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Verdrag van Aarhus en Verdrag van Espoo</titel>
                    </kop>
                    <al>Artikel 14, eerste lid, van de verordening kritieke grondstoffen bepaalt
                           dat de verordening kritieke grondstoffen de verplichtingen uit hoofde van
                           het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak in
                           besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden
                              (<extref doc="trb-1998-289" soort="document" status="actief"><nadruk type="cur">Trb.</nadruk> 1998, 289</extref>)(hierna ook: verdrag
                           van Aarhus) en het Verdrag inzake milieu-effectrapportage in
                           grensoverschrijdend verband (<extref doc="trb-1991-104" soort="document" status="actief"><nadruk type="cur">Trb.</nadruk> 1991, 104</extref>)
                           (hierna ook: Espoo-verdrag) en het daarbij behorende protocol inzake de
                           strategische milieueffectbeoordeling (hierna ook: SEA-protocol) onverlet
                           laat. Nederland heeft voor de naleving van het verdrag van Aarhus de
                           EU-regelgeving geïmplementeerd die dient ter uitvoering van dit
                              verdrag.<noot id="n22" type="voet"><noot.nr>22</noot.nr><noot.al>Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad
                                 van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van
                                 bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEU 2012, L 26),
                                 Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van
                                 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot
                                 milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de
                                 Raad (PbEG 2003, L 41) en Richtlijn 2003/35/EG van het Europees
                                 parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak
                                 van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en
                                 programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak
                                 van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de
                                 Richtlijnen 85/337/EEG en 96/61/EG van de Raad (PbEU2003,
                                 L156).</noot.al></noot> Dit is gebeurd in onder andere de Awb, de Wm en de Woo. De
                           bepalingen uit deze wetten blijven gelden. Het Espoo-verdrag en het
                           bijhorende SEA-protocol zijn uitgevoerd in de Omgevingswet, de Awb en het
                              Omgevingsbesluit.<noot id="n23" type="voet"><noot.nr>23</noot.nr><noot.al>Zie voor transponeringstabel omzetting Verdrag van Espoo en
                                 SEA-Protocol de nota van toelichting bij het omgevingsbesluit
                                    (<extref doc="stb-2018-290" soort="document" status="actief">Stb.2018, nr. 290</extref>).</noot.al></noot> Ook deze bepalingen blijven hun geldigheid behouden.</al>
                  </divisie>
                </divisie>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <label>HOOFDSTUK</label>
                  <nr status="officieel">5</nr>
                  <titel>GEVOLGEN</titel>
                </kop>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>§</label>
                    <nr status="officieel">5.1</nr>
                    <titel>Inleiding</titel>
                  </kop>
                  <al>Het wetsvoorstel heeft geen directe financiële gevolgen voor het
                        bedrijfsleven. Dit in tegenstelling tot de verordening kritieke
                        grondstoffen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de uit de verordening
                        kritieke grondstoffen voortvloeiende regeldruk. Dit enkel ter informering
                        van het bedrijfsleven. De uit de verordening kritieke grondstoffen
                        voortvloeiende regeldruk is immers een gegeven.</al>
                  <al>De verordening kritieke grondstoffen richt zich op het deel van het
                        bedrijfsleven dat zich focust op de winning, verwerking, recycling en/of
                        substitutie van kritieke of strategische grondstoffen. Hierbij gaat het om
                        zowel het MKB als grote ondernemingen. Daarnaast focust de verordening
                        kritieke grondstoffen op grote ondernemingen die strategische grondstoffen
                        gebruiken voor de productie van batterijen voor energieopslag en elektrische
                        mobiliteit, uitrusting met betrekking tot de productie en het gebruik van
                        waterstof, uitrusting met betrekking tot de opwekking van hernieuwbare
                        energie, luchtvaartuigen, tractiemotoren, warmtepompen, uitrusting met
                        betrekking tot de overdracht en opslag van gegevens, mobiele elektronische
                        apparaten, uitrusting met betrekking tot additieve productie en uitrusting
                        met betrekking tot robotica, drones, raketwerpers, satellieten of
                        geavanceerde chips. Deze specifieke focus zorgt ervoor dat de reikwijdte van
                        de verordening kritieke grondstoffen is afgebakend. Als gevolg van deze
                        afgebakende reikwijdte zijn onderstaande inschattingen van de
                        regeldrukeffecten realistisch. De regeldrukkosten zijn in kaart gebracht
                        voor die onderdelen van de verordening kritieke grondstoffen die betrekking
                        hebben op het bedrijfsleven. Voor het inschatten van de kosten van
                        verschillende beroepsgroepen is de verdeling in beroepsgroepen en
                        uurtarieven zoals beschreven in het handboek Meting Regeldrukkosten
                           gehanteerd.<noot id="n24" type="voet"><noot.nr>24</noot.nr><noot.al>De beroepsgroepen bestaan uit: leidinggevenden en managers
                              (uurtarief van € 77,–), hoogopgeleide medewerkers (uurtarief van
                              € 54,–), administratief personeel (uurtarief van € 39,–), technici en
                              ander middelbaar opgeleid personeel (uurtarief van € 33,–),
                              laaggeschoold en ongeschoold personeel (uurtarief van
                              € 23,–)</noot.al></noot></al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>§</label>
                    <nr status="officieel">5.2</nr>
                    <titel>Regeldruk voor het bedrijfsleven</titel>
                  </kop>
                  <al>Artikel 7 van de verordening kritieke grondstoffen bepaalt dat
                        projectontwikkelaars bij de Europese Commissie een aanvraag kunnen indienen
                        om een project inzake grondstoffen als strategisch project te erkennen.
                        Projectontwikkelaars zullen een inspanning moeten leveren om deze aanvraag
                        voor te bereiden. De Europese Commissie verwacht bij een aanvraag onder
                        andere: voldoende relevante documenten en bewijsmaterialen, een
                        classificatie van het project volgens de kaderclassificatie voor hulpbronnen
                        van de Verenigde Naties, een tijdschema voor de uitvoering van het project,
                        een plan om draagvlak onder lokale bevolking te creëren, een
                        ondernemingsplan en tot slot een plan ter verbetering van de milieusituatie
                        van projecten die gevolgen hebben voor inheemse volkeren. Dit laatste geldt
                        alleen voor projecten in derde landen. Het kost tijd om deze informatie bij
                        elkaar te verzamelen en op de juiste manier in te vullen via de
                        aanmeldingswebsite van de Europese Commissie. Afhankelijk van de grootte van
                        het bedrijf (start up/scale up of grote onderneming) wordt ingeschat dat dit
                        ongeveer 40 tot 250 uur kost. Deze informatie is verkregen door een uitvraag
                        bij bedrijven. Dit werk kan worden gedaan door een combinatie van
                        hoogopgeleide medewerkers, leidinggevenden en managers. Voor één bedrijf
                        resulteert dit in regeldrukkosten met een bandbreedte tussen ongeveer 2000
                        en 20.000 euro. Er is geen limiet aan het aantal strategische projecten dat
                        er kan zijn. Gebaseerd op het aantal aanmeldingen in 2024 is de verwachting
                        is dat er tussen de 0 en 5 strategische projecten per jaar kunnen zijn.</al>
                  <al>De erkenning van een project als strategisch project gaat gepaard met
                        bepaalde rapportage- en informatieverplichtingen (artikel 8 van de
                        verordening kritieke grondstoffen). Een projectontwikkelaar dient vanaf het
                        moment van erkenning van een project als strategisch project elke twee jaar
                        een verslag in bij de Europese Commissie over de voortgang van de uitvoering
                        van het strategische project, met name wat betreft de vergunningsprocedure,
                        en de voortgang van de financiering van het strategische project. De
                        inschatting is dat dit ongeveer 80 uur kost. Deze schatting is gebaseerd op
                        tijdinvesteringen voor andere EU-verplichtingen, zoals non-financial
                        reporting, die meestal tussen de 60 en 100 uur in beslag nemen. Dit werk kan
                        gedaan worden door een combinatie van administratief personeel en
                        hoogopgeleide medewerkers. Dit resulteert in regeldrukkosten van ongeveer
                        3.000 à 4.500 euro per erkend strategisch project per twee jaar.
                        Tegelijkertijd brengt de erkenning van een project als strategisch project
                        de verplichting met zich mee dat een website moet worden opgezet met
                        informatie die relevant is voor de plaatselijke bevolking. De inschatting is
                        dat dit ongeveer 40 tot 160 uur kost. Dit resulteert in eenmalige
                        regeldrukkosten van ongeveer 1.500 à 8.500 euro per erkend strategisch
                        project.</al>
                  <al>Op grond van artikel 24 van de verordening kritieke grondstoffen dienen
                        lidstaten uiterlijk op 24 mei 2025 en binnen twaalf maanden na elke
                        bijwerking van de lijst van strategische grondstoffen grote ondernemingen in
                        kaart te brengen die op hun grondgebied actief zijn en strategische
                        grondstoffen gebruiken. De geïdentificeerde grote ondernemingen dienen ten
                        minste om de drie jaar een risicobeoordeling van hun toeleveringsketen uit
                        te voeren. Als onderdeel van die risicobeoordeling, brengen dergelijke grote
                        ondernemingen de oorsprong van hun strategische grondstoffen in kaart,
                        analyseren ze de factoren die van invloed zouden kunnen zijn op hun
                        voorziening, en beoordelen ze hun kwetsbaarheden voor verstoringen. Als
                        kwetsbaarheden worden ontdekt, leveren die ondernemingen inspanningen om
                        kwetsbaarheden te beperken. Risicobeoordelingen vereisen een systematische
                        aanpak, waaronder het verzamelen van gegevens over toeleveringsketens, het
                        analyseren van risico’s en het opstellen van een rapport met aanbevelingen.
                        Voor ondernemingen met eenvoudige ketens en een beperkt aantal strategische
                        grondstoffen zullen de kosten relatief laag zijn, terwijl ondernemingen met
                        complexe, internationale ketens substantieel meer tijd en middelen nodig
                        hebben. Daarbij komt dat de inzet van externe consultants noodzakelijk kan
                        zijn wanneer onvoldoende interne expertise beschikbaar is. Op basis van
                        ervaring met vergelijkbare verplichtingen op het gebied van <nadruk type="cur">due diligence</nadruk>, onder meer in het kader van
                        internationale grondstoffenregelgeving, wordt voor dergelijke
                        risicobeoordelingen bij ondernemingen met complexe ketens een tijdsbesteding
                        van ongeveer 200 tot 400 uur ingeschat. Dit betreft onder meer de
                        verzameling en analyse van gegevens, interne afstemming, beoordeling van
                        risico’s en het opstellen van een rapportage. Bij enkel interne inzet
                        waarbij wordt uitgegaan van een uurtarief van 77 euro leidt dit tot kosten
                        die kunnen oplopen tot ongeveer € 15.000 à € 30.000 per beoordeling. Hoewel
                        er geen volledige gegevens beschikbaar zijn over de aard en structuur van de
                        supply chains van het Nederlandse bedrijfsleven wordt op basis van een best
                        effort inschatting uitgegaan van ongeveer 10 grote ondernemingen in
                        Nederland die onder deze verplichting vallen. Met een gemiddelde
                        kostenschatting va € 15.000 tot € 30.000 per onderneming komt de totale
                        kostenraming voor de uitvoering van de risicobeoordelingen in Nederland
                        daarmee uit op ongeveer € 150.000 tot € 300.000 per drie jaar. Deze raming
                        dient als indicatief te worden beschouwd en is onderhevig aan onzekerheden,
                        onder meer vanwege verschillen in ketenstructuur, het missen van
                        bedrijfsspecifieke kennis, sectorspecifieke omstandigheden en de mate waarin
                        ondernemingen beschikken over interne risicobeoordelingscapaciteit. Een deel
                        van de grote ondernemingen zal dit soort risicobeoordelingen al uitvoeren
                        omdat het in hun eigen belang is. Voor deze ‘voorlopers’ is er geen sprake
                        van extra regeldruk.</al>
                  <al>Artikel 28 van de verordening kritieke grondstoffen richt zich op de
                        recyclebaarheid van permanente magneten en gaat gepaard met lichte
                        regeldruk. Op grond van het artikel ontstaat de verplichting voor
                        natuurlijke personen en rechtspersonen om op een bepaalde producten die zij
                        in de handel brengen, een etiket aan te brengen. Het gaat om de volgende
                        producten: apparaten gebruikt voor beeldvorming via magnetische resonantie
                        (MRI-apparaten), windenergiegeneratoren, industriële robots,
                        motorvoertuigen, lichte vervoermiddelen, koelgeneratoren, warmtepompen,
                        elektrische motoren (ook als elektrische motoren in andere producten zijn
                        geïntegreerd), automatische wasmachines, droogtrommels, magnetronovens,
                        stofzuigers of vaatwassers. Op het etiket moet worden aangegeven of het
                        product permanente magneten bevat en zo ja, of deze magneten tot een van de
                        volgende soorten behoren: neodymium-ijzer-boor, samarium-kobalt,
                        aluminium-nikkel-kobalt of ferriet. Aangezien van deze uitputtende lijst aan
                        producten doorgaans al bekend is of er permanente magneten in aanwezig zijn
                        – anders mogen zij niet op de markt worden gebracht – wordt de inspanning
                        voor de etikettering beperkt geacht. Indien een product standaard al een
                        etiket bevat, is de additionele regeldruk in feite nihil. De Europese
                        Commissie zal het format van het etiket vaststellen, waardoor er geen
                        ontwerpkosten zijn. Het aanbrengen van het etiket kan worden meegenomen in
                        het verpakkingsproces. Op basis van het Handboek Regeldrukkosten wordt
                        geschat dat het aanbrengen van een etiket gemiddeld 3 minuten kost. Bij een
                        uurtarief va € 40 (MBO-niveau, all-in; dit is inclusief werkgeverslasten en
                        overhead) komt dit neer op circa € 2,00 per product. Bij 50 producten
                        bedragen de etiketteringskosten daarmee ongeveer € 100 per bedrijf. Dit
                        betreft uitsluitend de fysieke handeling van het aanbrengen van het etiket.
                        Deze kosten kunnen verder worden beperkt indien de etikettering
                        geautomatiseerd of geïntegreerd wordt in bestaande processen. Op basis van
                        bureau-onderzoek en KvK- en sectordata wordt ingeschat dat het om ongeveer
                        tussen de 300 en 850 bedrijven gaat die deze producten in de handel brengen
                        in Nederland. De uiteindelijke regeldruk is afhankelijk van het aantal
                        betrokken producten per bedrijf en de mate waarin etikettering handmatig of
                        geautomatiseerd verloopt, wat kan leiden tot grote verschillen in de
                        uiteindelijke kosten per bedrijf.</al>
                  <al>Twee jaar nadat de Europese Commissie heeft vastgesteld hoe de etiketten
                        vormgegeven zullen worden, moeten de natuurlijke personen en rechtspersonen
                        die de eerdergenoemde producten op de markt brengen, waarborgen dat het
                        product een gegevensdrager, ofwel streepjescode, bevat. Het voldoen aan de
                        gestelde vereisten, zal meer tijd en kosten vragen van het bedrijfsleven.
                        Hoewel een streepjescode gratis gemaakt kan worden, moet er wel toegang
                        worden geboden tot bepaalde informatie. Het verzamelen en samenvoegen van
                        deze informatie zal naar verwachting 2 uur per product kosten. Dit werk kan
                        gedaan worden door een administratief medewerker. Het is moeilijk in te
                        schatten hoeveel producten een bedrijf op de markt brengt. Dit kan er één
                        zijn of tientallen. Dit resulteert in regeldrukkosten uiteenlopend van
                        ongeveer 100 euro voor één product tot ongeveer 4.000 euro voor 50
                        producten. Naargelang er meer producten op de markt worden gebracht, zullen
                        de regeldrukkosten stijgen.</al>
                  <al>De natuurlijke personen en rechtspersonen als bedoeld in artikel 28, eerste
                           lid,<noot id="n25" type="voet"><noot.nr>25</noot.nr><noot.al>Het gaat om elke natuurlijke of rechtspersoon die apparaten voor
                              beeldvorming door middel van magnetische resonantie (MRI-apparaten),
                              windenergiegeneratoren, industriële robots, motorvoertuigen, lichte
                              vervoermiddelen, koelgeneratoren, warmtepompen, elektrische motoren
                              (ook als elektrische motoren in andere producten zijn geïntegreerd),
                              automatische wasmachines, droogtrommels, magnetronovens, stofzuigers
                              of vaatwassers in de handel brengt.</noot.al></noot> moeten per de in het eerste lid van artikel 29 genoemde datum
                        (24 mei 2027), informatie openbaar maken op een vrij toegankelijke website
                        over het gehalte aan gerecycled materiaal in permanente magneten. Hiervoor
                        zullen de natuurlijke personen en rechtspersonen zich moeten vergewissen van
                        deze informatie bij hun leveranciers. Er wordt ingeschat dat dit ongeveer 2
                        uur kost. Het ontwikkelen van een pagina met informatie over gerecycled
                        materiaal vraagt tijd voor het verzamelen van data, het schrijven van
                        teksten, en het publiceren op een bestaande of nieuwe website. Er wordt
                        ingeschat dat dit ongeveer 40 tot 160 uur voor de initiële opzet duurt en
                        ongeveer 5 uur per update. Periodieke updates zijn relatief eenvoudig,
                        aangezien de basisstructuur van de website al aanwezig is. Dit werk kan
                        uitgevoerd worden door een administratief medewerker. Dit resulteert in
                        regeldrukkosten met een bandbreedte van ongeveer tussen de 1.600 en 6.300
                        euro. Afhankelijk van daadwerkelijk bestede aantal uren zou het meer of
                        minder kunnen zijn. Daarnaast verbiedt de verordening het niet om deze
                        informatie op een reeds bestaande site te plaatsen, wat de kosten flink kan
                        drukken.</al>
                  <al>Artikel 31 van de verordening kritieke grondstoffen geeft de Europese
                        Commissie de mogelijkheid om regels op te stellen voor de berekening en
                        verificatie van de milieuvoetafdruk van een specifieke kritieke grondstof
                        als blijkt dat, na verschillende relevante milieueffectcategorieën in
                        aanmerking te hebben genomen, de Commissie concludeert dat een kritieke
                        grondstof een significante milieuvoetafdruk heeft en dat de verplichting om
                        de milieuvoetafdruk van die kritieke grondstof te verklaren daarom
                        noodzakelijk en evenredig is om bij te dragen aan de klimaat- en
                        milieudoelstellingen van de Europese Unie door de voorziening van kritieke
                        grondstoffen met een kleinere milieuvoetafdruk te faciliteren. Indien voor
                        een specifieke kritieke grondstof milieuvoetafdrukverklaring-regels worden
                        opgesteld moeten natuurlijke of rechtspersonen die kritieke grondstoffen,
                        met inbegrip van verwerkte en gerecycled grondstoffen, in de handel brengen
                        waarvoor de Commissie regels voor de berekening en verificatie heeft
                        vastgesteld, een milieuvoetafdrukverklaring beschikbaar stellen. Het
                        opstellen van een milieuvoetafdrukverklaring gaat gepaard met regeldruk. Het
                        is niet te kwantificeren met hoeveel regeldruk dit mogelijk gepaard gaat,
                        omdat de regels voor de berekening en verificatie van de
                        milieuvoetafdrukverklaring nog niet bestaan.</al>
                </divisie>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <label>HOOFDSTUK</label>
                  <nr status="officieel">6</nr>
                  <titel>UITVOERING</titel>
                </kop>
                <al>Het wetsvoorstel is op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid getoetst door de
                     afdeling Toezicht Economische Veiligheid, en door de ILT tevens op
                     fraudebestendigheid. Hieronder worden ingegaan op de uitkomsten van deze
                     toetsen en op de verwerking daarvan in het wetsvoorstel en de memorie van
                     toelichting. Daarnaast is het wetsvoorstel en de memorie van toelichting
                     afgestemd met de RDW en het Openbaar Ministerie. Gezien de beperkte impact op
                     de uitvoering is in overleg met deze organisaties afgezien van een officiële
                     uitvoeringstoets.</al>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>§</label>
                    <nr status="officieel">6.1</nr>
                    <titel>Uitvoerbaarheids-, handhaafbaarheids- en
                           fraudebestendigheidstoetsen</titel>
                  </kop>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">6.1.1</nr>
                      <titel>Uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets TEV</titel>
                    </kop>
                    <al>Bij brief (23 juli 2025) heeft de afdeling Toezicht Economische
                           Veiligheid aangegeven het wetsvoorstel uitvoerbaar te achten, maar
                           vraagtekens te hebben bij de handhaafbaarheid. De door de verordening van
                           ondernemingen verlangde informatie dient bijvoorbeeld bij anderen (onder
                           andere de Europese Commissie en het centraal contactpunt) te worden
                           aangeleverd. Dat heeft gevolgen voor de handhaving door de ambtenaren van
                           de afdeling Toezicht Economische Veiligheid. Zij zullen sterk afhankelijk
                           zijn van deze anderen. Dat wordt in de memorie van toelichting nu ook
                           benoemd. Tegelijkertijd merkte de afdeling Toezicht Economische
                           Veiligheid in haar brief op dat de artikelen 8, 11, 21 en 24 van de
                           verordening kritieke grondstoffen ook deels tot autoriteiten zijn
                           gericht. In de memorie van toelichting is verduidelijkt dat het niet de
                           bedoeling is dat de afdeling Toezicht Economische Veiligheid toezicht
                           houdt op deze autoriteiten. Tot slot is aan de memorie van toelichting
                           toegevoegd dat slechts in uitzonderlijke gevallen tot sanctionering kan
                           worden overgegaan. Dit wordt veroorzaakt door de aard van de
                           bepalingen.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">6.1.2</nr>
                      <titel>Handhaafbaarheids-, uitvoerbaarheids- en fraudebestendigheidstoets
                              ILT</titel>
                    </kop>
                    <al>De ILT heeft in de brief van 30 september 2025 de resultaten van de
                           handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid-toets gedeeld.
                           De ILT geeft aan dat het toezicht op de verordening kritieke grondstoffen
                           voor een groot gedeelte als een nieuw aspect kan worden toegevoegd binnen
                           het regulier producttoezicht. Het toezicht op basis van de verordening
                           kritieke grondstoffen kan, voor zover het toezicht op de producten al bij
                           de ILT belegd is, worden gecombineerd met het regulier toezicht op deze
                           producten. De productgroepen MRI-apparaten, windturbines, industriële
                           robots en een deel van de lichte vervoersmiddelen zijn niet belegd bij de
                           ILT. De ILT geeft aan op deze productgroepen slechts reactief te kunnen
                           handhaven op basis van signalering door de specialistische
                           toezichthouders. Hierover zal de ILT toezichtafspraken maken met andere
                           toezichthouders.</al>
                    <al>De ILT beoordeelt de artikelen als handhaafbaar en fraudebestendig. Bij
                           de uitvoerbaarheid maakt de ILT een voorbehoud, omdat op een aantal
                           punten de verplichtingen nog nader moeten worden ingevuld door
                           gedelegeerde en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie
                           (artikelen 28 en 29). De verplichtingen op artikel 28 (Recyclebaarheid
                           van permanente magneten) en 29 (Gehalte aan gerecycled materiaal in
                           permanente magneten) (respectievelijk) zullen uiterlijk 24 november 2026
                           en 24 mei 2027 vast worden gesteld. Tot die tijd zal de ILT reactief
                           toezicht uitoefenen. Nadat de openstaande wetgevingshandelingen zijn
                           vastgesteld, zal met de ILT in gesprek worden gegaan om de benodigde
                           capaciteit en middelen voor toezicht en handhaving opnieuw te beoordelen.
                           Hoewel de ILT de artikelen handhaafbaar en fraudebestendig acht, zijn er
                           wel een aantal risico’s gesignaleerd. Wat betreft de fraudebestendigheid
                           wordt gewezen op het risico dat ILT geen inzicht en invloed heeft op de
                           betrouwbaarheid van certificaten en conformiteitsdocumenten. Het systeem
                           van zelfcertificering en conformiteit is vastgelegd in de verordening. In
                           overleg met ILT en andere betrokken partijen zal worden verkend welke
                           mogelijkheden er zijn om dit risico op zorgvuldige wijze te
                           mitigeren.</al>
                    <al>In de HUF-toets merkt de ILT op dat het voor toezicht en handhaving
                           noodzakelijk is dat de Minister van Infrastructuur en Waterstaat wordt
                           aangewezen als markttoezichtautoriteit in de zin van de
                           markttoezichtverordening. Zoals in paragraaf 3.5.2 is toegelicht is zijn
                           de vereisten die in artikel 14 markttoezichtverordening aan het
                           markttoezicht en de bevoegdheden van de markttoezichtautoriteit zijn
                           gesteld, in Nederland uitvoering gegeven via de regeling van de
                           bestuursrechtelijke handhaving, waarvoor in het geval van producten die
                           onder de artikelen 28, 29 of 31 van de verordening kritieke grondstoffen
                           vallen, in artikel 18.2b, eerste lid, onderdeel f, Wet milieubeheer de
                           Minister van Infrastructuur en Waterstaat is aangewezen als bevoegd
                           gezag. De ILT treedt hierbij op namens de minister. Dit betekent dat de
                           bevoegdheid van de ILT om toezicht te houden en te handhaven op zodanige
                           wijze is geregeld dat is voldaan aan de vereisten die de
                           markttoezichtverordening daaraan stelt. In geval van non-conformiteit van
                           producten die onder de artikelen 28, 29 of 31 van de verordening kritieke
                           grondstoffen vallen, kan de ILT optreden zonder dat aanvullende
                           regelgeving in dit wetsvoorstel nodig is.</al>
                    <al>Tot slot zijn nog een aantal opmerkingen van de ILT van technisch
                           juridische aard over de definities en reikwijdte overgenomen, die hebben
                           geleid tot aanpassing van het artikel tot wijziging van de Wm en van de
                           memorie van toelichting.</al>
                  </divisie>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>§</label>
                    <nr status="officieel">6.2</nr>
                    <titel>Financiële gevolgen</titel>
                  </kop>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">6.2.1</nr>
                      <titel>Financiële gevolgen TEV</titel>
                    </kop>
                    <al>In de eerder genoemde brief heeft de afdeling Toezicht Economische
                           Veiligheid aangegeven het wetsvoorstel uitvoerbaar te achten binnen hun
                           bestaande bezetting. Er is geen noodzaak voor extra fte’s, aldus de
                           afdeling Toezicht Economische Veiligheid.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">6.2.2</nr>
                      <titel>Financiële gevolgen ILT</titel>
                    </kop>
                    <al>De uitvoering van het toezicht en de handhaving op de
                           etiketteringsverplichtingen voor permanente magneten brengt voor de ILT
                           aanvullende werkzaamheden met zich mee. Het betreft controles op de
                           aanwezigheid van een etiket waarin de locatie, het gewicht en de
                           samenstelling van de zeldzame aardmetalen (neodymium-ijzer-boor,
                           samarium-kobalt, aluminium-nikkel-kobalt of ferriet) in de magneet zijn
                           vermeld. Daarnaast zal de ILT in de toekomst toezien op de naleving van
                           door de Europese Commissie vast te stellen verplichtingen inzake het
                           minimumgehalte gerecyclede content in permanente magneten en de
                           verklaring omtrent de milieuvoetafdruk van kritieke grondstoffen.</al>
                    <al>In de door de ILT uitgebrachte brief is aangegeven dat een deel van deze
                           taken kan worden geïntegreerd in de reeds bestaande
                           handhavingsactiviteiten. Hiervoor zijn derhalve vooralsnog geen extra
                           fte’s benodigd. Voor het specifieke toezicht op permanente magneten acht
                           de ILT de inzet van twee fte noodzakelijk, hetgeen neerkomt op een
                           jaarlijkse kostenraming van circa € 228.000 tot € 255.000. Deze inzet
                           ziet op deskundigheidsopbouw, juridische ondersteuning en reactief
                           toezicht naar aanleiding van signalen van andere toezichthouders en
                           lidstaten.</al>
                    <al>Afhankelijk van de nadere uitvoeringshandelingen van de Europese
                           Commissie met betrekking tot de milieuvoetafdrukverklaring en het
                           minimumaandeel gerecyclede content in permanente magneten, kan dit bedrag
                           in overleg met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat nog worden
                           aangepast.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <nr status="officieel">6.2.3</nr>
                      <titel>Financiële gevolgen RVO</titel>
                    </kop>
                    <al>Zoals eerder vermeld wordt de uitvoering van het centraal contactpunt
                           belegd bij RVO. RVO richt hiervoor een centraal contactpunt in voor de
                           Net Zero Industry Act (NZIA) en de verordening kritieke grondstoffen. De
                           NZIA kent een vergelijkbaar centraal contactpunt met grotendeels dezelfde
                           taken als beschreven in paragraaf 3.2 van deze toelichting. Omwille van
                           doelmatigheid is gekozen voor één gecombineerd centraal contactpunt voor
                           beide verordeningen. In de kosteninschatting voor 2026 is uitgegaan van
                           zes initiatieven (drie strategische projecten met kritieke grondstoffen
                           en drie strategische projecten met nettonul-technologieën). Voor deze
                           werkzaamheden is in 2026 een totale inzet van 5.808 uur voorzien. Op
                           basis van de voor 2026 vastgestelde RVO-tarieven bedragen de
                           uitvoeringskosten voor beide verordeningen gezamenlijk € 795.797, waarvan
                           € 715.010 aan loonkosten en € 80.787 aan Directe Uitvoeringsgebonden
                           Kosten (DUK)-kosten. Deze kosteninschatting heeft uitsluitend betrekking
                           op 2026. Voor latere jaren kan de inzet worden bijgesteld op basis van
                           opgedane ervaringen.</al>
                  </divisie>
                </divisie>
              </divisie>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">II</nr>
                <titel>ARTIKELEN</titel>
              </kop>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Artikel 2</titel>
                </kop>
                <al>Artikel 2 van het wetsvoorstel bepaalt dat de Nederlandse Organisatie voor
                     toegepast-natuurweten<?xpp afbm?>schappelijk onderzoek (TNO) zorgdraagt voor de uitvoering
                     van de artikelen 19, 20, tweede en derde lid, 21, tweede en derde lid, en 24,
                     eerste lid, van de verordening kritieke grondstoffen. Zie voor de uitgebreide
                     toelichting paragraaf 3.4 van het algemeen deel van deze toelichting.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Artikelen 3 en 4</titel>
                </kop>
                <al>Zoals besproken in paragraaf 3.5 van het algemeen deel van deze toelichting
                     bevat de verordening kritieke grondstoffen verplichtingen voor
                     projectontwikkelaars (artikelen 8, eerste, derde en vijfde lid, en 11, zevende
                     lid), belangrijke marktdeelnemers (artikel 21, tweede lid) en grote
                     ondernemingen (artikel 24, tweede en vierde lid). Op grond van het voorgestelde
                     artikel 3 wijst de Minister van Economische Zaken de ambtenaren aan die zijn
                     belast met het toezicht op deze verplichtingen. Dit zullen de ambtenaren zijn
                     van de afdeling Toezicht Economische Veiligheid.</al>
                <al>Tegen door de ambtenaren van de afdeling Toezicht Economische Veiligheid
                     geconstateerde overtredingen kan handhavend worden opgetreden door de Minister
                     van Economische Zaken. Het voorgestelde artikel 4 geeft de Minister van
                     Economische Zaken de bevoegdheid tot oplegging van een last onder dwangsom bij
                     overtreding van een van de in het voorgestelde artikel 3 genoemde bepalingen.
                     Zie voor de uitgebreide toelichting paragraaf 3.5 van het algemeen deel van
                     deze toelichting.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Artikel 5 Wijziging Mijnbouwwet</titel>
                </kop>
                <al>Artikel 10 van de verordening kritieke grondstoffen bepaalt dat strategische
                     projecten op nationaal niveau een prioritaire status moeten krijgen om voor een
                     snelle administratieve afhandeling te zorgen en ervoor te zorgen dat alle
                     daarmee verband houdende gerechtelijke procedures en
                     geschillenbeslechtingsprocedures met spoed worden behandeld. In dat verband
                     wordt voorgesteld om artikel 141a, eerste lid, van de Mijnbouwwet te wijzigen.
                     Artikel 141a, eerste lid, van de Mijnbouwwet merkt een viertal projecten aan
                     als werken met een nationaal belang waarvoor een projectbesluit als bedoeld in
                     afdeling 5.2 van de Omgevingswet wordt vastgesteld. Voorgesteld wordt om
                     strategische projecten inzake kritieke grondstoffen met betrekking tot de
                     winning van delfstoffen eveneens aan te merken als werken van nationaal belang
                     waarvoor een projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2 wordt vastgesteld. Zie
                     voor de uitgebreide toelichting paragraaf 3.3 van het algemeen deel van deze
                     toelichting.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Artikel 6 Wijziging Omgevingswet</titel>
                </kop>
                <al>Artikel 9, eerste lid, van de verordening kritieke grondstoffen verplicht
                     lidstaten één of meer contactpunten op te richten of aan te wijzen. In dat
                     verband wordt voorgesteld om in de Omgevingswet een bepaling op te nemen waarin
                     de Ministers van Klimaat en Groene Groei en Infrastructuur en Waterstraat als
                     centraal contactpunt worden aangewezen. De belangrijkste vergunningen voor
                     projecten inzake kritieke grondstoffen worden namelijk in de Omgevingswet
                     geregeld. Voorts wordt met een wijziging van de Omgevingswet aangesloten bij
                     het wetsvoorstel tot wijziging van de Omgevingswet, Algemene wet bestuursrecht
                     en de Wet windenergie op zee ter implementatie van onderdelen van de met
                     Richtlijn 2023/2413 gewijzigde richtlijn hernieuwbare energie (REDIII,
                     vergunnen). Ook in dit wetsvoorstel is ervoor gekozen om de aanwijzing van een
                     contactpunt in de Omgevingswet op te nemen.<noot id="n26" type="voet"><noot.nr>26</noot.nr><noot.al><nadruk type="cur">Kamerstukken II</nadruk>, 2025/26, <extref doc="kst-36872-2" soort="document" status="actief">36 872,
                              nr. 2</extref> (Getracht is de aanwijzingen zoveel mogelijk op elkaar
                           af te stemmen, rekening houdend met het feit dat het ene wetsvoorstel de
                           implementatie van een richtlijn betreft, terwijl het andere wetsvoorstel
                           de uitvoering van een verordening betreft).</noot.al></noot> Zie voor de uitgebreide toelichting paragraaf 3.2 van het algemeen deel
                     van deze toelichting.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Artikel 7 Wijziging Wet milieubeheer</titel>
                </kop>
                <al>De uitvoering van hoofdstuk 5 van de verordening kritieke grondstoffen met de
                     artikelen inzake duurzaamheid en circulariteit worden uitgevoerd in de Wet
                     milieubeheer. De verplichtingen uit dit hoofdstuk passen binnen het kader van
                     milieubescherming dat de Wet milieubeheer beoogd te bieden. Voor de uitvoering
                     van de verordening kritieke grondstoffen wordt voorgesteld een nieuwe titel
                     9.4a toe te voegen in de Wm. Hieronder worden de voorgestelde aanpassingen van
                     de Wm per onderdeel toegelicht.</al>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>A</titel>
                  </kop>
                  <al>In artikel 1.1, eerste lid, van de Wm wordt het begrip ‘EU-verordening
                        kritieke grondstoffen’ met bijbehorende omschrijving ingevoegd, zodat in de
                        Wm en de daarop berustende bepalingen niet telkens de naam van de
                        verordening voluit hoeft te worden uitgeschreven. Dit komt de leesbaarheid
                        ten goede.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>B</titel>
                  </kop>
                  <al>In hoofdstuk 9 van de Wm over stoffen en produkten wordt een nieuwe titel
                        9.4a ingevoegd waarin de uitvoering van de verordening kritieke grondstoffen
                        wordt geregeld.</al>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Artikel 9.4a.1</titel>
                    </kop>
                    <al>In het voorgestelde artikel 9.4a.1 is één begrip gedefinieerd dat in
                           artikel 9.4a3 gebruikt wordt voor de uitvoering van de
                           markttoezichtverordening. Het gaat om de definitie van het begrip ‘in de
                           handel brengen’. Dit Europeesrechtelijke begrip wordt in beide
                           verordeningen hetzelfde gedefinieerd. Er is gekozen om te verwijzen naar
                           de definitie van ‘in de handel brengen’ uit de verordening kritieke
                           grondstoffen, omdat voor toepassing van de marktoezichtverordening wordt
                           gekeken naar de specifiekere regelgeving.<noot id="n27" type="voet"><noot.nr>27</noot.nr><noot.al>Artikel 2, eerste lid, Markttoezichtverordening.</noot.al></noot></al>
                    <al>Voor de andere relevante begrippen is in artikel 9.4a.3 zelf verwezen
                           naar de definities uit de markttoezichtverordening. Voor de aanvullende
                           uitvoering van de samenwerkingsverplichting van artikel 7 van de
                           markttoezichtverordening zijn de begrippen ‘marktdeelnemer’ en ‘aanbieder
                           van diensten van de informatiemaatschappij’ relevant en voor de
                           aanvullende uitvoering van de verplichtingen uit de artikelen 4 en 5 van
                           de markttoezichtverordening zijn ook de begrippen
                           ‘fulfilmentdienstverlener’ en ‘gemachtigde’ relevant. Omdat die begrippen
                           maar één keer gebruikt worden, is bij die begrippen in de artikelleden
                           zelf naar de definitie in de markttoezichtverordening verwezen.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Artikel 9.4a.2</titel>
                    </kop>
                    <al>Artikel 9.4a.2 bevat een voorgesteld verbod om handelingen te verrichten
                           of na te laten in strijd met voorschriften van de verordening kritieke
                           grondstoffen of een daarop gebaseerde gedelegeerde handeling of
                           uitvoeringshandeling. Dit artikel voorziet daarmee in een nationale
                           verbodsbepaling voor overtreding van de in de verordening opgenomen
                           rechtstreeks werkende verplichtingen. In paragrafen 2.2.4 (inhoud
                           verordening) en 3.5.1.2 (verplichtingen inzake duurzaamheid) van het
                           algemeen deel van de toelichting is gespecificeerd wat deze artikelen
                           regelen en jegens wie deze verplichting geldt.</al>
                    <al>Deze bepaling is noodzakelijk voor het operationaliseren van de
                           handhaving (zie paragraaf 3.6.2 algemeen deel van de memorie van
                           toelichting). Artikel 9.4a.2 is bedoeld als nationale verbodsbepaling
                           waarmee de handhaafbare bepalingen van de EU-regelgeving worden
                           geëxpliciteerd en op basis waarvan de strafbaarstelling in de WED kan
                           worden geregeld. De voorgestelde verbodsbepaling artikel 9.4a.3 wordt
                           opgenomen in de WED (zie artikel 9 van het wetsvoorstel), waarmee
                           overtreding van dit artikel strafbaar wordt gesteld als economisch
                           delict.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Artikel 9.4a.3</titel>
                    </kop>
                    <al>Dit artikel strekt tot uitvoering van de markttoezichtverordening. De
                           markttoezichtverordening is van toepassing op de producten waarvoor de
                           artikelen 28, 29 en 31 van de verordening kritieke grondstoffen vereisten
                           bevatten, waardoor aanvullende verplichtingen uit de
                           markttoezichtverordening gelden. Dit volgt uit artikel 43 van de
                           verordening kritieke grondstoffen. Hierdoor gelden ook de aanvullende
                           verplichtingen (bijvoorbeeld de samenwerkingsverplichting) en
                           bevoegdheden (voor de toezichthouder) van de
                           markttoezichtverordening.</al>
                    <al>Het voorgestelde artikel 9.4a.3 voorziet in de strafbaarstelling van
                           overtreding van de verplichtingen uit artikelen 4, 5 en 7 van de
                           markttoezichtverordening in relatie tot artikel 28, 29 of 31 van de
                           verordening kritieke grondstoffen. De markttoezichtverordening beoogt het
                           toezicht op en de handhaving van de normconformiteit van een groot deel
                           van de producten, waarvoor Europese productregelgeving geldt, te
                           versterken en legt marktdeelnemers (zoals fabrikanten, importeurs,
                           distributeurs) en aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij
                           aanvullende verplichtingen op (zie memorie van toelichting bij de
                              uitvoeringswet).<noot id="n28" type="voet"><noot.nr>28</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2021/22, <extref doc="kst-36093-3" soort="document" status="actief">36 093, nr. 3</extref>, p.
                                 7–9.</noot.al></noot> Zo ook voor producten waarvoor vereisten zijn vastgesteld in de
                           artikelen 28, 29 of 31 van de EU-verordening kritieke grondstoffen.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Artikel 9.4a.4</titel>
                    </kop>
                    <al>Dit voorgestelde artikel is noodzakelijk voor de uitvoering en
                           handhaving van artikel 32, tweede lid van de verordening kritieke
                           grondstoffen. Die bepaling is gericht tot de lidstaten en houdt in dat
                           zij niet mogen verhinderen dat op handelsbeurzen, tentoonstellingen,
                           demonstraties en vergelijkbare evenementen producten worden getoond die
                           niet voldoen aan de verordening. Voorwaarde voor het mogen tonen van een
                           dergelijk product is dat duidelijk op een zichtbaar bord is vermeld dat
                           het getoonde product niet aan de verordening voldoet en het product niet
                           op de markt wordt aangeboden voordat het in overeenstemming is gebracht
                           met de verordening. Die voorwaarde is echter niet opgenomen in een
                           bepaling die is gericht tot degene die het product op de beurs
                           tentoonstelt. Zonder dergelijke bepaling kunnen onduidelijke situaties
                           ontstaan voor bezoekers van de beurs, die in het product zijn
                           geïnteresseerd en wellicht een order zouden willen plaatsen om het
                           product aan te kopen, doordat zij niet in de gaten hebben dat het een
                           product betreft dat niet aan de vereisten van de verordening kritieke
                           grondstoffen voldoet en dat zij niet op de gemeenschappelijke markt mogen
                           verhandelen of gebruiken. In de praktijk willen producenten dergelijke
                           producten soms toch op beurzen in de EU tentoonstellen om te laten zien
                           welke producten zij aan het ontwikkelen zijn of elders op de wereldmarkt
                           aanbieden. Het is daarom nuttig om de verordening op dit punt aan te
                           vullen met een bepaling die voor toezichthouders een duidelijke grondslag
                           biedt om in te grijpen wanneer zich op een beurs een situatie voordoet
                           waarin een product dat niet aan de eisen van de verordening voldoet wordt
                           tentoongesteld zonder dat dit voor de bezoekers van de beurs duidelijk is
                           gemaakt. De bestuursrechtelijke handhaving van titel 9.4a, en dus deze
                           bepaling, is geregeld in artikel 18.1a, eerste lid, onderdeel a, van de
                           Wm, de strafrechtelijke handhaving loopt via artikel 1a, onderdeel 2°,
                           van de WED.</al>
                  </divisie>
                  <divisie opmaak="default">
                    <kop>
                      <titel>Artikel 9.4a.5</titel>
                    </kop>
                    <al>Het voorgestelde artikel 9.4a.5 biedt de grondslag om bij algemene
                           maatregel van bestuur of ministeriële regeling de nodige regels vast te
                           stellen ter uitvoering van de verordening kritieke grondstoffen of de
                           daarop gebaseerde gedelegeerde of uitvoeringshandelingen. De voornaamste
                           reden voor het opnemen van deze grondslag is om de mogelijkheid te
                           creëren om regels te stellen nodig zijn voor de uitvoering van
                           gedelegeerde en uitvoeringshandelingen die de Europese Commissie nog moet
                           vaststellen ten aanzien van de artikelen 26, 28, 29 en 31. Daarnaast
                           volgt uit artikel 26 ook de verplichting om allerlei nationale
                           maatregelen op te nemen in nationale programma’s. Met deze
                           delegatiebepaling kan ook worden voorzien in de daadwerkelijke uitvoering
                           daarvan. Bij het stellen van regels op grond van de delegatiebepaling
                           wordt rekening gehouden met het niveau van regulering conform de
                           Aanwijzingen voor de regelgeving.</al>
                  </divisie>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>C</titel>
                  </kop>
                  <al>Dit onderdeel voorziet erin dat toezicht en bestuursrechtelijke handhaving
                        van bepalingen in de verordening kritieke grondstoffen rechtstreeks mogelijk
                        wordt. In paragraaf 3.6.2 van het algemeen deel van de memorie van
                        toelichting wordt toezicht en bestuursrechtelijke handhaving voor de
                        maatregelen inzake duurzaamheid toegelicht. Dit wordt mogelijk gemaakt door
                        (artikelen 28, 29, 31 en 33 van) deze verordening toe te voegen als
                        onderdeel f van de opsomming van EU-verordeningen in artikel 18,1a, eerste
                        lid, Wm. Artikel 18.1a, eerste lid, van de Wm verklaart een aantal
                        bepalingen uit de Omgevingswet van overeenkomstige toepassing, waarmee de in
                        die artikelen opgenomen toezichts- en handhavingsbevoegdheden ook in dit
                        kader van toepassing worden.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>D</titel>
                  </kop>
                  <al>In artikel 18.2b, eerste lid, van de Wm is bepaald dat de
                        bestuursrechtelijke handhaving van onder andere de daarin opgesomde
                        EU-verordeningen is opgedragen aan de Minister van Infrastructuur en
                        Waterstaat. In paragraaf 3.6.2 van het algemeen deel van de memorie van
                        toelichting is de bestuursrechtelijke handhaving voor de maatregelen inzake
                        duurzaamheid toegelicht. Aan de opsommingen van EU-verordeningen in het
                        eerste lid wordt de verordening kritieke grondstoffen toegevoegd om hier
                        uitvoering aan te geven.</al>
                </divisie>
                <divisie opmaak="default">
                  <kop>
                    <titel>E</titel>
                  </kop>
                  <al>In de artikelen 18.20 tot en met 18.22 van de Wm zijn de
                        markttoezichtbevoegdheden opgenomen, die voor de uitvoering van de
                        markttoezichtverordening aan de (markt-)toezichthouder toegekend. Om ervoor
                        te zorgen dat de (markt-)toezichthouder deze bevoegdheden ook heeft voor de
                        producten waarvoor vereisten zijn vastgesteld in de artikelen 28, 29 of 31
                        van de EU-verordening kritieke grondstoffen, is artikel 18.20 van de Wm
                        aangepast.</al>
                </divisie>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Artikel 8 Wijziging Wet op de economische delicten</titel>
                </kop>
                <al>Met deze bepaling wordt de WED gewijzigd. Overtredingen van milieuregelgeving
                     (milieudelicten) worden strafbaar gesteld door de desbetreffende wettelijke
                     bepalingen te vermelden in artikel 1a WED.<noot id="n29" type="voet"><noot.nr>29</noot.nr><noot.al>Aanwijzing 5.47, Aanwijzingen voor de regelgeving.</noot.al></noot> Uit artikel 2 van de WED volgt dat economische delicten uit artikel 1a,
                     onderdelen 1° en 2°, misdrijven zijn, wanneer zij opzettelijk zijn begaan.
                     Wanneer het delict geen misdrijf is, betreft het een overtreding. Het
                     onderscheid tussen misdrijven en overtredingen heeft gevolgen voor de hoogte
                     van de straf, die volgt uit artikel 6 van de WED.</al>
                <al>Naast het onderscheid tussen overtredingen en misdrijven kent de WED binnen
                     artikel 1a ook verschillende zwaartecategorieën van sancties, al naar gelang
                     van de ernst van het strafbare feit. In artikel 1a, onder 1°, worden opgenomen
                     delicten die een directe aantasting opleveren van het milieu, dan wel daarvoor
                     een ernstige en rechtstreekse bedreiging vormen. In de regel worden onder 1°
                     niet opgenomen de minder ernstige milieudelicten, die voornamelijk betrekking
                     hebben op het niet nakomen van administratieve verplichtingen.<noot id="n30" type="voet"><noot.nr>30</noot.nr><noot.al>Dit volgt uit aanwijzing 5.47 van de Aanwijzingen voor de
                           regelgeving.</noot.al></noot></al>
                <al>Overtreding van artikel 29, derde lid, van de kritieke grondstoffen
                     verordening en de daarop gebaseerde gedelegeerde handeling, levert een directe
                     aantasting op van het milieu, waardoor deze is geplaatst in de zwaarste
                     strafcategorie in artikel 1a onder 1° van de WED. Deze verplichting betreft het
                     toepassen van een minimum aandeel recyclaat van kritieke materialen in
                     permanente magneten. Met uitvoering van deze verplicht is een zekere
                     milieu-impact beoogd voor toepassingen met kritieke grondstoffen. Niet-nakoming
                     levert daarom direct negatief effect op voor het milieu.</al>
                <al-groep>
                  <al>Uit artikel 6 van de WED volgen voor economische delicten uit artikel 1a,
                        onder 1° de volgende strafmaxima:</al>
                  <lijst level="single" nr-sluiting="." start="1" type="expliciet">
                    <li>
                      <li.nr>–</li.nr>
                      <al>Wanneer sprake is van een misdrijf: met gevangenisstraf van ten
                              hoogste zes jaren, taakstraf of geldboete van de vijfde
                              categorie;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>–</li.nr>
                      <al>Wanneer sprake is van een overtreding: met hechtenis van ten hoogste
                              een jaar, taakstraf of geldboete van de vierde categorie.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </al-groep>
                <al>Voor alle andere verplichtingen uit de verordening kritieke grondstoffen is
                     gekozen om deze onder te brengen in de lichtere strafcategorie in artikel 1a,
                     onder 3° van de WED. Hiervoor is gekozen, omdat overtreding van de betreffende
                     bepaling uit de verordening niet een directe aantasting opleveren van het
                     milieu, maar voornamelijk zien op het nakomen van administratieve
                     verplichtingen. Dit is conform aanwijzing 5.47 van de Aanwijzingen voor de
                     regelgeving. De verplichtingen uit artikel 28, 29, 31 en 33 van de verordening
                     kritieke grondstoffen waarvoor strafrechtelijke vervolging mogelijk is onder de
                     WED omvatten informatieverplichtingen en rapportageverplichtingen en zijn
                     daarmee van administratieve aard.</al>
                <al>Uit artikel 6 van de WED volgt voor overtreding van voorschriften, zoals
                     bedoeld in artikel 1a, onder 3° een strafmaxima van ten hoogste zes maanden
                     hechtenis, taakstraf op een geldboete van de vierde categorie.</al>
                <al>Eventueel kunnen ook nog bijkomende straffen worden opgelegd op grond van
                     artikel 7 WED.</al>
              </divisie>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">III</nr>
                <titel>TRANSPONERINGSTABEL</titel>
              </kop>
              <table colsep="1" frame="all" pgwide="1" rowsep="1" tabstyle="zebra1">
                <?xpp lead;-1?>
                <tgroup align="left" char="" charoff="50" cols="4" tgroupstyle="zebra1">
                  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="92*" />
                  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="149*" />
                  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="128*" />
                  <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="71*" />
                  <thead valign="bottom">
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Bepaling CRMA</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft betreffende bepaling uitvoering in regelgeving
                                 (+toelichting)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Omschrijving beleidsruimte</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Toelichting op de keuze(n) bij de invulling van de
                                 beleidsruimte</al>
                      </entry>
                    </row>
                  </thead>
                  <tbody valign="top">
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                        <al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 1 (Onderwerp en doelstellingen)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 2 (Definities)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                        <al>Hoofdstuk 2 Strategische en kritiek grondstoffen</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 3 (Lijst van strategische grondstoffen), eerste lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 3 (Lijst van strategische grondstoffen), tweede en derde
                                 lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 4 (Lijst van kritieke grondstoffen), eerste lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 4 (Lijst van kritieke grondstoffen), tweede en derde
                                 lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                        <al>Hoofdstuk 3 Vergunningsprocedure</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                        <al>Afdeling 1 Benchmarks</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 5 (Benchmarks), eerste en tweede lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; de Europese Commissie
                                 en lidstaten versterken de grondstoffenwaardeketen van strategische
                                 grondstoffen en leveren inspanningen om de technologische
                                 vooruitgang en hulp-bronnenefficiëntie te stimuleren door middel
                                 van CRMA maatregelen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 5 (Benchmarks), derde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                        <al>Afdeling 2 Strategische projecten</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 6 (Criteria voor de erkenning van strategische projecten),
                                 eerste en tweede lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 6 (Criteria voor de erkenning van strategische projecten),
                                 derde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 7 (Aanvraag en erkenning), eerste, zesde (eerste alinea),
                                 achtste (eerste alinea), twaalfde en dertiende lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 7 (Aanvraag en erkenning), tweede tot en met vijfde, zesde
                                 (tweede alinea), zevende, achtste (tweede alinea) en negende tot en
                                 met elfde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 8 (Rapportage- en informatieverplichtingen voor
                                 strategische projecten), eerste (eerste alinea), derde en vijfde
                                 lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                        <al>Op grond van artikel 47 van de CRMA is wel sanctionering vereist,
                                 zie verderop in deze tabel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 8 (Rapportage- en informatieverplichtingen voor
                                 strategische projecten), eerste (tweede alinea), tweede en vierde
                                 lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                        <al>Afdeling 3 Vergunningprocedure</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 9 (Centraal contactpunt), eerste lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 6 van het wetsvoorstel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Oprichten/aanwijzen één of meer centrale contactpunten</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Zie par. 3.2 van de memorie van toelichting</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 9 (Centraal contactpunt), tweede lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; lidstaten zorgen voor
                                 een eenvoudige, toegankelijke website waarop alle contactpunten,
                                 met inbegrip van hun adres en elektronische communicatiemiddelen,
                                 duidelijk zijn vermeld en ingedeeld per relevant administratief
                                 niveau en per stadium van de kritiekegrondstoffenwaardeketen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 9 (Centraal contactpunt), derde tot en met zesde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 9 (Centraal contactpunt), zevende lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; lidstaten zorgen ervoor
                                 dat rekening wordt gehouden met alle gefundeerde studies die voor
                                 een bepaald project inzake kritieke grondstoffen zijn uitgevoerd,
                                 en alle vergunningen of toestemmingen die voor dat project zijn
                                 verleend, en dat er geen duplicaten van studies, vergunningen of
                                 toestemmingen vereist zijn, tenzij dat uit hoofde van het Unierecht
                                 of nationaal recht vereist is</al>
                        <al>Zie in dit verband ook artikel 3:2 van de Algemene wet
                                 bestuursrecht (zorgvuldigheidsbeginsel)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 9 (Centraal contactpunt), achtste lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; lidstaten zorgen ervoor
                                 dat de aanvragers gemakkelijk toegang hebben tot informatie over en
                                 procedures voor geschillenbeslechting met betrekking tot de
                                 vergunningsprocedure voor projecten inzake kritieke
                                 grondstoffen</al>
                        <al>Zie in dit verband ook artikel 3:45 van de Algemene wet
                                 bestuursrecht</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 9 (Centraal contactpunt), negende lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; lidstaten zorgen ervoor
                                 dat de centrale contactpunten beschikken over voldoende
                                 gekwalificeerd personeel en voldoende financiële, technische en
                                 technologische middelen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 10 (Prioritaire status van strategische projecten), eerste
                                 en tweede lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 10 (Prioritaire status van strategische projecten), derde
                                 lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 5 van het wetsvoorstel</al>
                        <al>Wordt voor het overige vormgegeven door feitelijk handelen;
                                 projectontwikkelaars en alle betrokken autoriteiten zorgen ervoor
                                 dat vergunningsprocedures met betrekking tot strategische projecten
                                 zo snel mogelijk overeenkomstig het Unierecht en nationaal recht
                                 worden afgehandeld</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 10 (Prioritaire status van strategische projecten), vierde
                                 lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 5 van het wetsvoorstel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 10 (Prioritaire status van strategische projecten), vijfde
                                 lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Reeds uitgevoerd in artikel 16.87 van de Omgevingswet</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 11 (Duur van de vergunningsprocedure), eerste, tweede en
                                 vierde (eerste alinea) lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Reeds uitgevoerd in de artikelen:</al>
                        <al>16.62 j° 16.64 van de Omgevingswet (reguliere
                                 voorbereidingsprocedure omgevingsvergunning)</al>
                        <al>16.65 j° 16.66 van de Omgevingswet j° 3.18 van de Algemene wet
                                 bestuursrecht (uniforme openbare voorbereidingsprocedure
                                 omgevingsvergunning)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 11 (Duur van de vergunningsprocedure), derde, vierde
                                 (tweede alinea) en vijfde tot en met tiende lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                        <al>Op grond van artikel 47 van de CRMA is wel sanctionering vereist,
                                 zie verderop in deze tabel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 12 (Milieubeoordelingen en milieuvergunningen), eerste
                                 lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 12 (Milieubeoordelingen en milieuvergunningen), tweede
                                 lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; het centraal
                                 contactpunt zal een coördinerende rol vervullen richting bevoegde
                                 gezagen en aanvragers ten aanzien van de milieueffectbeoordelingen
                                 die nodig zijn voor de vergunningverlening.</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Keuze tussen een gecoördineerde of gezamenlijke procedure.</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Zie par. 3.2 van de memorie van toelichting</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 12 (Milieubeoordelingen en milieuvergunningen), derde
                                 lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; het bevoegde gezag
                                 verstrekt de gemotiveerde conclusie, hetgeen ook binnen de
                                 termijnen van de reguliere nationale procedure past. Het centraal
                                 contactpunt vervult de rol als aanspreekpunt en proces
                                 coördinator.</al>
                        <al>Zie in dit verband ook artikel 3:18 van de Algemene wet
                                 bestuursrecht</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 12 (Milieubeoordelingen en milieuvergunningen), vierde tot
                                 en met zesde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 13 (Planning), eerste lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; de nationale, regionale
                                 en lokale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het opstellen
                                 van plannen overwegen daar in voorkomend geval bepalingen voor de
                                 ontwikkeling van projecten inzake kritieke grondstoffen in op te
                                 nemen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 13 (Planning), tweede lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 14 (Toepasbaarheid van VN/ECE-verdragen), eerste lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 14 (Toepasbaarheid van VN/ECE-verdragen), tweede lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; alle besluiten die op
                                 grond van deze afdeling worden vastgesteld worden openbaar gemaakt
                                 op een gemakkelijk te begrijpen manier, en alle besluiten die
                                 betrekking hebben op één project zijn op dezelfde website
                                 beschikbaar</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                        <al>Afdeling 4 Randvoorwaarden</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 15 (Versnelling van de uitvoering van strategische
                                 projecten), eerste lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich (primair) tot
                                 de Europese Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 15 (Versnelling van de uitvoering van strategische
                                 projecten), tweede lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; de lidstaat waarvan het
                                 grondgebied valt onder een strategisch project treft maatregelen om
                                 de tijdige en doeltreffende uitvoering ervan te
                                 vergemakkelijken</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 16 (Coördinatie van de financiering), eerste lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 16 (Coördinatie van de financiering), tweede lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 17 (Facilitering van afnameovereenkomsten)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 18 (Online toegankelijkheid van administratieve
                                 informatie), eerste lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; lidstaten verstrekken
                                 informatie op website</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 18 (Online toegankelijkheid van administratieve
                                 informatie), tweede lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                        <al>Afdeling 5 Exploratie</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 19 (Nationale exploratieprogramma’s), eerste tot en met
                                 vijfde en zesde (eerste alinea) lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 2 van het wetsvoorstel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 19 (Nationale exploratieprogramma’s), zesde (tweede
                                 alinea) lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 19 (Nationale exploratieprogramma’s), zevende lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                        <al>Hoofdstuk 4 Monitoring en beheersing van risico’s</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 20 (Monitoring en stresstests), eerste, derde, vierde en
                                 vijfde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 20 (Monitoring en stresstests), tweede en derde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 2 van het wetsvoorstel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 21 (Informatieverplichtingen voor monitoring), eerste
                                 lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; lidstaten verstrekken
                                 informatie aan de Europese Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 21 (Informatieverplichtingen voor monitoring), tweede
                                 (eerste alinea) en derde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 2 van het wetsvoorstel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Zie par. 3.4 van de memorie van toelichting</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 21 (Informatieverplichtingen voor monitoring), tweede
                                 (tweede alinea) lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                        <al>Op grond van artikel 47 van de CRMA is wel sanctionering vereist,
                                 zie verderop in deze tabel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 22 (Verslaglegging inzake strategische voorraden)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; lidstaten verstrekken
                                 informatie aan de Europese Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 23 (Coördinatie van strategische voorraden), eerste tot en
                                 met vierde, zesde en zevende lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 23 (Coördinatie van strategische voorraden), vijfde
                                 lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; lidstaten verstrekken
                                 informatie aan de Europese Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 23 (Coördinatie van strategische voorraden), achtste
                                 lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 24 (Risicoparaatheid van ondernemingen), eerste lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 2 van het wetsvoorstel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 24 (Risicoparaatheid van ondernemingen), tweede tot en met
                                 vijfde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                        <al>Op grond van artikel 47 van de CRMA is wel sanctionering vereist,
                                 zie verderop in deze tabel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 24 (Risicoparaatheid van ondernemingen), zesde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; facultatieve bepaling waar
                                 geen gebruik van wordt gemaakt</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Lidstaten kunnen eisen dat ondernemingen informatie aan hun raad
                                 van bestuur voorleggen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Besloten is niet van ondernemingen te eisen dat zij informatie aan
                                 hun raad van bestuur voorleggen</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 25 (Gezamenlijke aankoop), eerste tot en met derde,
                                 zevende en achtste lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 25 (Gezamenlijke aankoop), vierde tot en met zesde,
                                 negende en tiende lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                        <al>Hoofdstuk 5 Duurzaamheid</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                        <al>Afdeling 1 Circulariteit</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 26 (Nationale maatregelen inzake circulariteit), eerste
                                 tot en met zesde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; lidstaten moeten
                                 nationale programma’s implementeren en de Europese Commissie
                                 informeren</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Zie par. 2.2.4 van de memorie van toelichting</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 26 (Nationale maatregelen inzake circulariteit), zevende
                                 lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 27 (Terugwinning van kritieke grondstoffen uit
                                 winningsafval), eerste tot en met derde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 27 (Terugwinning van kritieke grondstoffen uit
                                 winningsafval), vierde tot en met achtste lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; lidstaten moeten een
                                 database oprichten (vierde, zesde en achtste, tweede en derde
                                 volzin, lid), maatregelen nemen (vijfde lid), activiteiten
                                 uitvoeren (zevende en achtste, eerste volzin, lid).</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Keuze maatregelen (vijfde lid) en activiteiten (zevende lid)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Zie par. 2.2.4 van de memorie van toelichting</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 28 (Recyclebaarheid van permanente magneten), eerste en
                                 derde tot en met elfde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                        <al>Op grond van artikel 47 van de CRMA is deels wel sanctionering
                                 vereist, zie verderop in deze tabel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 28 (Recyclebaarheid van permanente magneten), tweede en
                                 twaalfde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                        <al>Op grond van artikel 47 van de CRMA is deels wel sanctionering
                                 vereist, zie verderop in deze tabel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 29 (Gehalte aan gerecyclede materiaal in permanente
                                 magneten), eerste en vierde tot en met zevende lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                        <al>Op grond van artikel 47 van de CRMA is wel sanctionering vereist,
                                 zie verderop in deze tabel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 29 (Gehalte aan gerecyclede materiaal in permanente
                                 magneten), tweede en derde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                        <al>Op grond van artikel 47 van de CRMA is wel sanctionering vereist,
                                 zie verderop in deze tabel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                        <al>Afdeling 2 Certificering en milieuvoetafdruk</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 30 (Erkende regelingen), eerste (eerste, tweede en vierde
                                 alinea), derde en vijfde (eerste zin) lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 30 (Erkende regelingen), eerste (derde alinea), tweede,
                                 vierde, vijfde (tweede zin), zesde tot en met negende lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 31 (Milieuvoetafdrukverklaring), eerste tot en met vijfde,
                                 achtste, negende lid en tiende lid (tweede zin)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                        <al>Op grond van artikel 47 van de CRMA is wel sanctionering vereist,
                                 zie verderop in deze tabel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 31 (Milieuvoetafdrukverklaring), zesde, zevende, tiende
                                 (eerste zin) en elfde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                        <al>Op grond van artikel 47 van de CRMA is wel sanctionering vereist,
                                 zie verderop in deze tabel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                        <al>Afdeling 3 Vrij verkeer, conformiteit en markttoezicht</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 32 (Vrij verkeer), eerste lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 32 (Vrij verkeer), tweede lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 7 wetsvoorstel (onderdeel B)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 33 (Conformiteit en markttoezicht)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                        <al>Op grond van artikel 47 van de CRMA is wel sanctionering vereist,
                                 zie verderop in deze tabel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 34 (Tenuitvoerlegging en aanpassing aan de
                                 harmonisatiewetgeving van de Unie)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                        <al>Op grond van artikel 47 van de CRMA is wel sanctionering vereist,
                                 zie verderop in deze tabel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                        <al>Hoofdstuk 6 Governance</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 35 (Europese raad voor kritieke grondstoffen)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 36 (Samenstelling en werking van de raad kritieke
                                 grondstoffen), eerste, tweede (tweede alinea), derde tot en met
                                 vijfde en zevende tot en met tiende lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 36 (Samenstelling en werking van de raad kritieke
                                 grondstoffen), tweede (eerste alinea) lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; lidstaten wijzen
                                 vertegenwoordigers en plaatsvervangers aan</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Aanwijzen vertegenwoordiger(s) en plaatsvervanger(s)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 36 (Samenstelling en werking van de raad kritieke
                                 grondstoffen), zesde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 37 (Internationale samenwerking en strategische
                                 partnerschappen), eerste en tweede lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 37 (Internationale samenwerking en strategische
                                 partnerschappen), derde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; lidstaten informeren de
                                 Europese Commissie en kunnen de Europese Commissie
                                 ondersteunen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 37 (Internationale samenwerking en strategische
                                 partnerschappen), vierde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                        <al>Hoofdstuk 7 Gedelegeerde bevoegdheden en comitéprocedure</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 38 (Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie), eerste tot
                                 en met derde en zesde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 38 (Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie), tweede
                                 (tweede zin), vierde en vijfde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 39 (Comitéprocedure)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                        <al>Hoofdstuk 8 (Wijzigingen)</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 40 (Wijziging van Verordening (EU) nr. 168/2013)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Zie par. 3.5.2.2 van de memorie van toelichting</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 41 (Wijziging van Verordening (EU) 2018/858)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Zie par. 3.5.2.2 van de memorie van toelichting</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 42 (Wijziging van Verordening (EU) 2018/1724) (Vo
                                 oprichting digitale toegangspoort informatie etc.) EZK en
                                 I&amp;W</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 43 (Wijziging van Verordening (EU) 2019/1020)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 7 (onderdeel E) van het wetsvoorstel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                        <al>Hoofdstuk 9 Slotbepalingen</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 44 (Monitoring van de vooruitgang)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 45 (Rapportage door de lidstaten), eerste (eerste zin)
                                 lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; lidstaten dienen een
                                 verslag in bij de Europese Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 45 (Rapportage door de lidstaten), eerste (tweede zin) en
                                 derde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 45 (Rapportage door de lidstaten), tweede lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 46 (Behandeling van vertrouwelijke informatie), eerste tot
                                 en met vijfde en zevende lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 46 (Behandeling van vertrouwelijke informatie), tweede,
                                 derde, vijfde en zesde lid</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 47 (Sancties), eerste en tweede zin</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikelen 3, 4, 7 en 8 van het wetsvoorstel</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Aanwijzen toezichthouders en vaststellen sancties</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Zie par. 3.5 en 3.6 van de memorie van toelichting</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 47 (Sancties), derde zin</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Wordt vormgegeven door feitelijk handelen; lidstaten verstrekken
                                 informatie aan de Europese Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 48 (Evaluatie)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; richt zich tot de Europese
                                 Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Artikel 49 (Inwerkingtreding)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" nameend="col4" namest="col1" rotate="0" valign="top">
                        <al>Bijlages</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Bijlage I (Strategische grondstoffen)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Bijlage II (Kritieke grondstoffen)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Bijlage III (Beoordeling van de erkenningscriteria voor
                                 strategische projecten)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Bijlage IV (Criteria voor certificeringsregelingen)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry align="left" colname="col1" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Bijlage V (Milieuvoetafdruk)</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col2" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Behoeft naar zijn aard geen uitvoering; rechtstreeks van
                                 toepassing en richt zich tot de Europese Commissie</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col3" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top">
                        <al>Geen</al>
                      </entry>
                      <entry align="left" colname="col4" colsep="1" morerows="0" rotate="0" valign="top" />
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table>
            </divisie>
            <ondertekening>
              <functie>De Minister van Economische Zaken,</functie>
            </ondertekening>
          </nota-toelichting>
        </wet-besluit>
      </object_van_advies>
    </adviesRvS>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>