﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-24864/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 3 juli 2026, nr. WJZ/107226737, tot wijziging van de Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021 en de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 in verband met de invoeging van de subsidiemodule ‘Steun voor hogere bedrijfskosten visserij' [KetenID WGK29204]</intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <wie>De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,</wie>
        <considerans>
          <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op artikel 26, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid, van Verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1004 (PbEU 2021, L 247) en artikel 3 van de Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies;</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Besluit:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <wijzig-artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">I</nr>
          </kop>
          <wat type="wijziging">In de Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021 wordt na paragraaf 3.8 een paragraaf ingevoegd, luidende:</wat>
          <wijziging>
            <wijzig-divisie soort="onbekend" opmaak="default">
              <kop>
                <label>§</label>
                <nr status="officieel">3.8</nr>
                <titel>Steun voor hogere bedrijfskosten visserij</titel>
              </kop>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">3.8.1</nr>
                  <titel>Begripsbepalingen</titel>
                </kop>
                <al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al>
                <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
                  <definitie-item>
                    <term>controleverordening:</term>
                    <definitie>
                      <al>verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PbEU 2009, L 343);</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>eigenaar van een vissersvaartuig:</term>
                    <definitie>
                      <al>visserijonderneming die de eigendom heeft van een vissersvaartuig en onder wiens naam het in het register, bedoeld in artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998, is ingeschreven;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>garnalenvergunning:</term>
                    <definitie>
                      <al>vergunning als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling visserij;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>gasolie:</term>
                    <definitie>
                      <al>gasolie als bedoeld in artikel 2, onderdeel e, van Richtlijn (EU) 2016/802 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende een vermindering van het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen (PbEU 2016, L 132);</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>logboekgegevens:</term>
                    <definitie>
                      <al>de gegevens die overeenkomstig artikel 14 van controleverordening, gelezen in samenhang met <extref doc="https://wetten.overheid.nl/jci1.3/c/BWBR0030288%26artikel%3D104%26g%3D2022-12-15%26z%3D2022-12-15" soort="URL" status="actief">artikel 104 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij</extref>, of overeenkomstig <extref doc="https://wetten.overheid.nl/jci1.3/c/BWBR0030288%26artikel%3D104a%26g%3D2022-12-15%26z%3D2022-12-15" soort="URL" status="actief">artikel 104a van de Uitvoeringsregeling zeevisserij</extref> met betrekking tot een vissersvaartuig zijn verstrekt;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>uitvoeringsverordening controleverordening:</term>
                    <definitie>
                      <al>Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2196 van de Commissie van 17 oktober 2025 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad wat betreft de toegang tot de wateren en hulpbronnen, visserijcontrole, bewaking, inspectie en handhaving, verlaging van quota en visserijinspanningen, gegevens en informatie, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                </definitielijst>
                <al>
                  <nadruk type="cur">vismachtiging: </nadruk>vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening.</al>
              </artikel>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">3.8.2</nr>
                  <titel>Subsidieverstrekking</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een eigenaar van een vissersvaartuig ter ondersteuning voor de hogere bedrijfskosten van diens vissersvaartuig door de situatie in het Midden-Oosten.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Een eigenaar van een vissersvaartuig kan per openstellingsperiode één aanvraag per vissersvaartuig indienen.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">3.8.3</nr>
                  <titel>Hoogte subsidie</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>De hoogte van de subsidie bedraagt per vissersvaartuig maximaal:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>€ 189.000, voor een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 221 kW en niet meer dan 1471 kW waarvoor een vismachtiging voor het type vistuig TBB, bedoeld in bijlage XVI bij de uitvoeringsverordening controleverordening, geldt;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>€ 68.000, voor een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 221 kW en niet meer dan 1100 kW waarvoor een vismachtiging voor het type vistuig OTB, OTT, PTB, SDN, SSC of SPR, bedoeld in bijlage XVI bij de uitvoeringsverordening controleverordening, geldt;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>€ 55.000, voor een vissersvaartuig waarvoor aan de eigenaar van het vissersvaartuig een vergunning als bedoeld in artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij is verleend voor het machinaal vissen op strandschelpen (<nadruk type="cur">Spisula spp.</nadruk>) of zwaardscheden en mesheften <nadruk type="cur">(Ensis spp</nadruk>.);</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>d.</li.nr>
                      <al>€ 38.000, voor een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 190 kW en niet meer dan 221 kW waarvoor een vismachtiging voor het type vistuig TBB, bedoeld in bijlage XVI bij de uitvoeringsverordening controleverordening, met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 80 mm, geldt;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>e.</li.nr>
                      <al>€ 34.000, voor een vissersvaartuig dat wordt gebruikt voor het kweken van mossels;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>f.</li.nr>
                      <al>€ 23.000, voor een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 190 kW en niet meer dan 221 kW waarvoor:</al>
                      <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                        <li>
                          <li.nr>1°.</li.nr>
                          <al>een garnalenvergunning geldt; of</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>2°.</li.nr>
                          <al>een vismachtiging voor het type vistuig OTB, OTT, PTB, SDN, SSC of SPR, bedoeld in bijlage XVI bij de uitvoeringsverordening controleverordening, geldt;</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>g.</li.nr>
                      <al>€ 13.000, voor een vissersvaartuig met een motorvermogen van niet meer dan 190 kW waarvoor:</al>
                      <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                        <li>
                          <li.nr>1°.</li.nr>
                          <al>een garnalenvergunning geldt; of</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>2°.</li.nr>
                          <al>een vismachtiging voor het type vistuig TBB, OTB, OTT, PTB, SDN, SSC of SPR, bedoeld in bijlage XVI bij de uitvoeringsverordening controleverordening, geldt;</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>h.</li.nr>
                      <al>€ 5.000, voor een vissersvaartuig:</al>
                      <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                        <li>
                          <li.nr>1°.</li.nr>
                          <al>waarvoor een visvergunning als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de controleverordening is verleend waarop is vermeld dat het de vergunninghouder is toegestaan te vissen met kruisnetten, met kieuwnetten of warnetten of met vallen als bedoeld in bijlage XVI bij de uitvoeringsverordening controleverordening;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>2°.</li.nr>
                          <al>waarvoor een vismachtiging voor het type vistuig GN, bedoeld in bijlage XVI bij de uitvoeringsverordening controleverordening, geldt;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>3°.</li.nr>
                          <al>dat is gekoppeld aan een vergunning als bedoeld in artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij voor het vissen met kruisnetten, met kieuwnetten of warnetten of met vallen als bedoeld in bijlage XVI bij de uitvoeringsverordening controleverordening;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>4°.</li.nr>
                          <al>dat wordt gebruikt voor het handmatig vissen op kokkels; of</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>5°.</li.nr>
                          <al>dat wordt gebruikt voor het kweken van oesters.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>Per vissersvaartuig kan per openstellingsperiode voor één en dezelfde van de in het tweede lid genoemde onderdelen subsidie worden aangevraagd.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">3.8.4</nr>
                  <titel>Subsidiabele kosten</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>Voor subsidie komen in aanmerking de hogere bedrijfskosten van een vissersvaartuig dat in eigendom van een visserijonderneming is, die rechtstreeks het gevolg zijn van de aanzienlijke verstoring van de markt als bedoeld in Uitvoeringsbesluit (EU) 2026/889 van de Commissie van 16 april 2026 tot vaststelling dat de situatie in het Midden-Oosten sinds 28 februari 2026 een buitengewone gebeurtenis is die een aanzienlijke verstoring van de markten veroorzaakt, voor zover deze kosten gemaakt zijn in de periode van 1 maart 2026 tot en met 30 juni 2026 ten opzichte van de gemiddelde bedrijfskosten in 2025.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>De hogere bedrijfskosten, bedoeld in het eerste lid, betreffen uitsluitend de hogere kosten voor gasolie. De hogere kosten voor gasolie worden berekend door het aantal hele liters gebunkerde gasolie te vermenigvuldigen met het verschil tussen de prijs per liter van gasolie volgens het European Market Observatory for Fisheries and Aquaculture Products in de maand waarin de gasolie geleverd is en de gemiddelde prijs per liter van gasolie in 2025, zijnde € 0,52. Het aantal liters wordt naar beneden afgerond.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">3.8.5</nr>
                  <titel>Verdeling subsidieplafond</titel>
                </kop>
                <al>De Minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.</al>
              </artikel>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">3.8.6</nr>
                  <titel>Afwijzingsgronden</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>Onverminderd de artikelen 2.11 en 3.1.3 beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidieverlening, indien:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>het vissersvaartuig waarop de aanvraag betrekking heeft op 1 juni 2026 geen vissersvaartuig was als bedoeld in het onderdeel van artikel 3.8.3, tweede lid, waarop de aanvraag betrekking heeft;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>op 1 juni 2026 geen vergunning of vismachtiging, bedoeld in artikel 3.8.3, tweede lid, onderdelen a tot en met d, f, g of h, onder 1°, 2° of 3°, voor het vissersvaartuig waarop de aanvraag betrekking heeft was verleend of eraan was gekoppeld;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>uit de logboekgegevens blijkt dat het vissersvaartuig, niet zijnde een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 3.8.3, tweede lid, onderdeel e of h, aanhef en onder 5°, of in het vlootsegment AQU:</al>
                      <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                        <li>
                          <li.nr>1°.</li.nr>
                          <al>in geen van de jaren 2024, 2025 of 2026 ten minste 30 kalenderdagen visserijactiviteiten heeft verricht;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>2°.</li.nr>
                          <al>in de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 of in de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 mei 2026 geen visserijactiviteiten heeft verricht die kunnen en mogen worden verricht door een vissersvaartuig als bedoeld in het onderdeel van artikel 3.8.3, tweede lid, waarop de aanvraag betrekking heeft; of</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>3°.</li.nr>
                          <al>in dezelfde periode, genoemd onder 2°, niet ten minste 25% van het totale gewicht van de aanlandingen van het desbetreffende vissersvaartuig:</al>
                          <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                            <li>
                              <li.nr>–</li.nr>
                              <al>is gevangen met het vistuig, genoemd in artikel 3.8.3, tweede lid, onderdeel a, b, d, f, onder 2°, of g, onder 2°, indien de aanvraag betrekking heeft op een vissersvaartuig als bedoeld in die onderdelen; of</al>
                            </li>
                            <li>
                              <li.nr>–</li.nr>
                              <al>uit garnalen bestaat indien de aanvraag betrekking heeft op een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 3.8.3, tweede lid, onderdeel f, aanhef en onder 1°, of g, aanhef en onder 1°;</al>
                            </li>
                          </lijst>
                        </li>
                      </lijst>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>d.</li.nr>
                      <al>uit de data van tijdstippen en locaties gegenereerd door het blackbox-systeem van het desbetreffende vissersvaartuig in beheer van Dekimo Goes B.V. blijkt dat het vissersvaartuig in geen van de jaren 2024, 2025 of 2026 ten minste 30 kalenderdagen activiteiten heeft verricht door buiten een haven te varen, indien de aanvraag een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 3.8.3, tweede lid, onderdelen e of h, aanhef en onder 5°, of in het vlootsegment AQU betreft;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>e.</li.nr>
                      <al>er al een subsidie als bedoeld in artikel 3.8.2, eerste lid, is verstrekt die in dezelfde openstellingsperiode is aangevraagd ten behoeve van het vissersvaartuig waar de subsidie voor is aangevraagd.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>De artikelen 1.3, tweede lid, en 2.11, tweede lid, aanhef en onderdeel c, zijn niet van toepassing op aanvragen op grond van deze paragraaf.</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">3.8.7</nr>
                  <titel>Informatieverplichtingen</titel>
                </kop>
                <al>Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4 gaat een aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van de volgende gegevens:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>het CFR-nummer van het vissersvaartuig;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>indien de aanvraag wordt gedaan voor een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 3.8.3, tweede lid, onderdeel e en h, aanhef en onder 5°, of in het vlootsegment AQU, een ondertekende verklaring waaruit blijkt dat de aanvrager ermee instemt dat de Minister gegevens als bedoeld in artikel 3.8.6, eerste lid, onderdeel d, opvraagt, ontvangt en verwerkt van Dekimo Goes B.V. om vast te stellen of de desbetreffende afwijzingsgrond van toepassing is;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>facturen aan de eigenaar van het vissersvaartuig van de levering van gasolie met:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>1°.</li.nr>
                        <al>de naam, de combinatie van lettertekens en het nummer, het CFR-nummer of het IMO-nummer van het betreffende vissersvaartuig;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>2°.</li.nr>
                        <al>indien de gegevens, genoemd onder 1°, niet uit de facturen blijken, de naam van de visserijonderneming en aanvullende gegevens die de levering van gasolie aan het desbetreffende vissersvaartuig aantonen;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>3°.</li.nr>
                        <al>de datum van levering; en</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>4°.</li.nr>
                        <al>het aantal gebunkerde liters gasolie.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </li>
                </lijst>
              </artikel>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">3.8.8</nr>
                  <titel>Subsidievaststelling</titel>
                </kop>
                <al>In afwijking van de artikelen 2.19 en 3.1.6 houdt de beschikking tot subsidieverlening tevens de beschikking tot subsidievaststelling in.</al>
              </artikel>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">3.8.9</nr>
                  <titel>Beslistermijn</titel>
                </kop>
                <al>In afwijking van artikel 2.12, tweede lid, geeft de Minister een beschikking op de aanvraag om subsidie binnen tachtig dagen na ontvangst van de aanvraag.</al>
              </artikel>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">3.8.10</nr>
                  <titel>Vervaltermijn</titel>
                </kop>
                <al>Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verleend.</al>
              </artikel>
            </wijzig-divisie>
          </wijziging>
        </wijzig-artikel>
        <wijzig-artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">II</nr>
          </kop>
          <wat type="wijziging">In de tabel van artikel 3, tweede lid, van de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 wordt na de rij betreffende paragraaf 3.6 een rij ingevoegd, luidende:</wat>
          <wijziging>
            <artikeltekst>
              <table tabstyle="xml1" frame="all" pgwide="1" rowsep="1" colsep="1">
                <tgroup tgroupstyle="xml1" cols="6" char="" charoff="50" align="left">
                  <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="81*" />
                  <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="46*" />
                  <colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="40*" />
                  <colspec colnum="4" colname="col4" colwidth="118*" />
                  <colspec colnum="5" colname="col5" colwidth="86*" />
                  <colspec colnum="6" colname="col6" colwidth="83*" />
                  <tbody valign="top">
                    <row rowsep="1">
                      <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Paragraaf 3.8: Steun voor hogere bedrijfskosten visserij</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                        <al>3.8.2</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Steun voor hogere bedrijfskosten visserij als gevolg van de situatie in het Midden-Oosten</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                        <al>20-08-2026 t/m 03-09-2026</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0">
                        <al>€ 13.500.000</al>
                      </entry>
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table>
            </artikeltekst>
          </wijziging>
        </wijzig-artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">III</nr>
          </kop>
          <al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.</al>
        </slotformulering>
        <gegeven>
          <dagtekening>
            <plaats>’s-Gravenhage,</plaats>
            <datum isodatum="2026-07-03">3 juli 2026</datum>
          </dagtekening>
        </gegeven>
        <ondertekening>
          <functie>De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,</functie>
          <naam>
            <voornaam>S.P.A.</voornaam>
            <achternaam>Erkens</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">I.</nr>
            <titel>Algemeen</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <titel>Inleiding</titel>
            </kop>
            <al>Met deze regeling is een subsidiemodule Steun voor hogere bedrijfskosten visserij aan de Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021 (hierna: REES 2021) toegevoegd. Op grond van deze subsidiemodule kunnen eigenaren van vissersvaartuigen in aanmerking komen voor subsidie als ondersteuning voor de hogere bedrijfskosten van de visserijsector door de situatie in het Midden-Oosten.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <titel>Aanleiding en doel</titel>
            </kop>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Aanleiding</tussenkop>
            <al>De Nederlandse visserij- en schelpdiersector maakt een transitie door naar een duurzamere en toekomstbestendigere sector. Om te komen tot een weerbare sector is het belangrijk dat er geïnvesteerd wordt in de verduurzaming van vissersvaartuigen. Echter, als gevolg van geopolitieke spanningen, waaronder het conflict in het Midden-Oosten, worden visserijondernemers financieel geraakt en worden duurzame investeringen aan vissersvaartuigen mogelijk uitgesteld. Door het conflict zijn sinds eind februari 2026 de kosten van ruwe olie hoog, wat doorberekend wordt in de kosten van brandstof. Onder meer de Nederlandse garnalen- en platvisvisserij zijn sectoren die veel brandstof verbruiken en deze sectoren worden buitengewoon hard geraakt door de hoge brandstofprijzen. In de maanden na het uitbreken van het conflict lag een groot deel van de vissersvloot stil in Nederlandse havens, omdat uitvaren betekende dat vissers met verlies zouden moeten gaan vissen.</al>
            <al>Om de visserij- en schelpdiersector weerbaar te maken tegen deze prijsfluctuaties zal eind september de energie-efficiëntieregeling<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2025/26, <extref doc="kst-21501-32-1795" soort="document" status="actief">21501-32, nr. 1795</extref>; <extref doc="stcrt-2026-23129" soort="document" status="actief">Stcrt. 2026, 23129</extref>.</noot.al></noot> worden opengesteld. Echter, om de sector in deze moeilijke periode te ondersteunen, zal ter overbrugging tot aan de openstelling van de energie-efficiëntieregeling de subsidiemodule ‘Steun voor hogere bedrijfskosten visserij’ (hierna: de subsidiemodule) opengesteld worden.</al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Doelgroep</tussenkop>
            <al>De doelgroep van deze subsidiemodule zijn eigenaren van vissersvaartuigen in onder meer de platvis- en garnalenvisserij en de schelpdiervisserij. Omdat de subsidiemodule zich richt op de visserijsectoren waar de effecten van de gestegen brandstofkosten het zwaarst gevoeld worden zijn onder meer de binnenvisserij en de pelagische visserij niet meegenomen in de doelgroep van deze module. Voor de binnenvisserij geldt dat er in verhouding weinig extra kosten zijn gemaakt en dat een potentieel subsidiebedrag niet in verhouding zou staan tot de uitvoeringskosten die samenhangen met een aanvraag van een dergelijke visserijonderneming. Hoewel de pelagische visserij veel brandstof verbruikt voor zowel het stomen naar visgronden als voor de visserijactiviteiten, gaat het om grote bedrijven die internationaal actief zijn en de gevolgen van hogere brandstofkosten makkelijker kunnen dragen dan een familiebedrijf in de kottersector. Hierom is besloten om ook de pelagische vissersvaartuigen uit te zonderen van steun.</al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Subsidiabele kosten</tussenkop>
            <al>De subsidiemodule is opgesteld op basis van de <nadruk type="cur">European Maritime, Fisheries and Aquaculture Fund </nadruk>(hierna: EMFAF)-verordening.<noot id="n2" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1004 (PbEU 2021, L 247).</noot.al></noot> Op basis van deze verordening mag op grond van artikel 26, tweede lid, onderdeel a, steun worden verleend bij uitzonderlijke gebeurtenissen die een aanzienlijke verstoring van de markten veroorzaken. Steun voor de visserij- en aquacultuursector kan echter alleen zien op gederfde inkomsten of extra kosten. Onderhavige subsidiemodule richt zich op de extra kosten, oftewel gestegen bedrijfskosten, die direct te linken zijn aan het conflict in het Midden-Oosten. Het betreft nu alleen de kosten die gemaakt zijn van 1 maart tot en met 30 juni 2026. Bij een volgende openstelling zal deze periode lopen van 1 juli tot en met 30 september 2026.</al>
            <al>Om het subsidiebudget zo eerlijk mogelijk te verdelen is Wageningen Social &amp; Economic Research (hierna: WSER) gevraagd om voor de verschillende deelsectoren een maximum subsidiebudget per type vaartuig te berekenen. Op basis van deze berekeningen is een maximale subsidie per vissersvaartuig vastgesteld. Daarbij is er gekeken naar de categorieën die WSER heeft onderscheiden en is bekeken of sommige categorieën samengevoegd konden worden op basis van gelijke maximale subsidies. In de berekening is onder meer rekening gehouden met het type visserij, het vistuig en het brandstofverbruik van deze vissersvaartuigen in de voorgaande jaren.</al>
            <al>De subsidiemodule biedt de mogelijkheid tot het aanvragen van subsidie voor de hogere kosten van gebunkerde gasolie. Hoewel sommige vissersvaartuigen benzinemotoren hebben, is niet vast te stellen dat de getankte benzine ook enkel en alleen gebruikt wordt voor dat vissersvaartuig. Hierom kan geen subsidie worden aangevraagd of verleend voor kosten die visserijondernemingen hebben gemaakt bij het tanken van benzine. Overigens betreft dit maar een relatief klein deel van de Nederlandse vissersvloot.</al>
            <al>Aanvragers moeten op grond van artikel 50, eerste lid, aanhef en onderdelen c en d, van verordening 2021/1060<noot id="n3" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PbEU 2021, L 231).</noot.al></noot> ook duidelijk zichtbaar voor het publiek communiceren over hun subsidie. Daarom komen aanvragers van deze subsidiemodule ook in aanmerking voor een subsidie voor de communicatieactiviteiten die gepaard gaan met een aanvraag. Hiervoor is al een vereenvoudigde kostenoptie vastgesteld in artikel 3.1.1b van de REES 2021.</al>
            <al>Aanvragers die in totaal meer dan € 100.000 aan subsidie ontvangen per vissersvaartuig, moeten per vissersvaartuig een plaat of bord plaatsen dat duidelijk zichtbaar is voor het publiek. Aanvragers kunnen hiervoor een eenheidsprijs van € 40 meenemen in de aanvraag. Aanvragers die minder dan € 100.000 aan subsidie ontvangen per vissersvaartuig, moeten een poster (of elektronisch equivalent) plaatsen per vissersvaartuig waarover zij subsidie ontvangen. Hiervoor kunnen aanvragers een eenheidsprijs van € 20 meenemen in de aanvraag. Normaliter zijn aanvragers verplicht om ten tijde van de uitvoering van de subsidiabele activiteit ruchtbaarheid te geven aan de ontvangen steun middels een bord of poster. Omdat in dit geval de subsidie achteraf wordt aangevraagd, is de aanvrager verplicht deze communicatieverplichting nadien te vervullen. De termijn hiervoor is zeven maanden vanaf het moment van subsidieverlening. Deze termijn is gekoppeld aan de subsidieperiode omdat de totale subsidiabele periode tot aan de openstelling van de energie-efficiëntieregeling ook zeven maanden is.</al>
            <al>Onder de huidige regeling zullen subsidies worden toegekend die mogelijk boven de € 125.000 uitkomen. Op basis van het Uniform Subsidiekader moet hiervoor in beginsel een accountantsverklaring worden aangeleverd door de aanvrager. Bij deze subsidiemodule zal deze verklaring niet worden opgevraagd. De reden hiervoor is tweeledig. De voorwaarde geldt in principe niet voor regelingen onder het EMFAF. Daarnaast zijn de subsidiabele kosten goed te controleren aan de hand van de gevraagde bewijsstukken en geeft een accountsverklaring geen tot weinig additionele zekerheid.</al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Voorwaarden</tussenkop>
            <al>Ten eerste moet het vissersvaartuig behoren tot een van de categorieën waarvoor subsidie kan worden aangevraagd. Daarnaast is vereist dat het vissersvaartuig waarvoor subsidie wordt aangevraagd ten minste 30 kalenderdagen aan (visserij)activiteit in één van de kalenderjaren 2024, 2025 of 2026 heeft verricht. Voor vaartuigen in de mossel- en oestersector geldt dat een vaartuig ten minste 30 kalenderdagen activiteiten heeft verricht door buiten een haven te varen in één van de kalenderjaren 2024, 2025 of 2026. De 30 kalenderdagen moeten allemaal in één kalenderjaar vallen; kalenderdagen uit verschillende kalenderjaren worden niet bij elkaar opgeteld. Er is voor 30 kalenderdagen gekozen omdat het aannemelijk is dat aanvragers slechts geringe financiële schade door toedoen van het conflict in het Midden-Oosten ondervinden als zij minder dan deze hoeveelheid dagen zijn uitgevaren. Daarnaast is de totale subsidie per vissersvaartuig dat minder dan 30 kalenderdagen per jaar actief is beperkt en daarom staan de uitvoeringskosten mogelijk niet in verhouding tot een eventuele subsidie. Ook moet de aanvrager, voor zover hij deze nodig heeft voor de desbetreffende activiteiten, op 1 juni beschikken over de desbetreffende vergunning of vismachtiging voor het vissersvaartuig waarop de aanvraag betrekking heeft. Hiermee wordt voorkomen dat aanvragers hebben kunnen anticiperen op de openstelling van deze subsidiemodule en nog voor die datum een andere vergunning vergaren voor het desbetreffende vissersvaartuig, waardoor dit vaartuig in een andere categorie valt en daarmee een ander maximaal subsidiebedrag geldt.</al>
            <al>Voor de visserijactiviteiten waarover logboekgegevens bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) (moeten) worden aangeleverd, worden de logboekgegevens gehanteerd om te bepalen of aan deze voorwaarde is voldaan. Voor de mossel- en oestersector is dit niet mogelijk, omdat daarvoor geen logboekverplichting geldt. Wel worden de gegevens over het (uit)varen van de betrokken vaartuigen geregistreerd door middel van een zogenoemde blackbox. De gegevensverwerking daarvan heeft de sector belegd bij een derde partij, Dekimo Goes B.V. RVO zal daar de gegevens betreffende de tijdstippen en locaties van de vissersvaartuigen van subsidieaanvragers opvragen om te bepalen of aan de voornoemde voorwaarde is voldaan. Daartoe wordt van de aanvrager verlangd dat hij een verklaring geeft dat hij ermee instemt dat die gegevens worden gevraagd en gebruikt ten behoeve van de subsidieverlening. Hierbij is overwogen om de subsidieontvanger deze gegevens zelf te laten opvragen bij Dekimo Goes B.V. om deze vervolgens te verstrekken aan de Minister. Om de integriteit van de gegevens te bewaken en de administratieve lasten voor de subsidieontvanger zo laag mogelijk te houden is ervoor gekozen deze direct op te vragen bij Dekimo Goes B.V. Als die toestemming ontbreekt, zal RVO de gegevens van Dekimo Goes B.V. niet gebruiken en kan RVO niet vaststellen of aan de voorwaarde van de subsidiemodule is voldaan, en wordt een aanvraag afgewezen.</al>
            <al>Een andere voorwaarde is dat met het vissersvaartuig de activiteiten zijn verricht die behoren bij de categorie waarvoor de aanvraag wordt ingediend. Dit wordt beoordeeld aan de hand van gegevens van RVO die bekend zijn over het vissersvaartuig, namelijk de toestemming die gekoppeld is aan het vissersvaartuig om bepaalde visserijactiviteiten te verrichten (in een vergunning of vismachtiging) én aan de hand van de daadwerkelijke vangstgegevens. Dit is alleen anders voor vaartuigen die worden gebruikt voor het kweken van mossels of oesters. Of deze ook daadwerkelijk zijn gebruikt voor de desbetreffende activiteiten, wordt vastgesteld aan de hand van andere gegevens uit de praktijk van RVO en de Waddenunit.</al>
            <al>Een aanvrager kan maar één keer subsidie krijgen per vissersvaartuig per openstellingsperiode.</al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Openstellingen</tussenkop>
            <al>De subsidiemodule zal twee keer worden opengesteld. In de onderhavige regeling wordt de eerste openstelling opgenomen, van 20 augustus tot en met 3 september 2026. De tweede openstelling zal later worden vastgesteld. Met twee openstellingen hebben de aanvragers flexibiliteit om zo vroeg mogelijk én aan het einde van de periode van subsidiabele kosten een aanvraag in te dienen, zonder dat aanvragen op elk moment (elke maand bijvoorbeeld) in grote aantallen verspreid worden ingediend. Dit verlaagt de administratieve lasten. Er is sprake van één subsidieplafond voor beide openstellingen ter hoogte van € 13.500.000. Wat van dit bedrag resteert na de eerste openstelling, zal het subsidieplafond zijn voor de tweede openstelling. Het is de verwachting dat dit plafond toereikend is voor de gehele doelgroep voor beide openstellingen. De kans dat het plafond tijdens de eerste openstelling wordt uitgeput is nihil.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <titel>Staatssteun</titel>
            </kop>
            <al>Op grond van artikel 10, tweede lid, van de EMFAF-verordening zijn de artikelen 107, 108 en 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU) betreffende steunmaatregelen van de lidstaten niet van toepassing op betalingen die de lidstaten doen op grond van en in overeenstemming met die verordening en die binnen de werkingssfeer van artikel 42 VWEU vallen. De steun die op grond van artikel 26, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de EMFAF-verordening via de subsidiemodule voor de gestegen bedrijfskosten gegeven kan worden, valt binnen deze categorie. Deze subsidiemodule voldoet aan en reikt niet verder dan wat de bepalingen van de EMFAF-verordening mogelijk maken. Wanneer de beschikkingen tot subsidieverlening gegeven worden en de betalingen op grond van de subsidiemodule plaatsvinden, dienen deze betalingen ter uitvoering van de EMFAF-verordening en het door de Europese Commissie goedgekeurde Operationeel Programma EMFAF. Bovendien vallen de subsidiabele activiteiten binnen het toepassingsgebied en de doelstellingen van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PbEU 2013, L 354) (zie de artikelen 1 en 2 van deze verordening), wat maakt dat zij binnen de werkingssfeer van artikel 42 VWEU vallen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">4.</nr>
              <titel>Regeldruk</titel>
            </kop>
            <al>De regeldrukkosten bij de openstelling van de subsidiemodule bedragen in totaal € 56.641 voor de subsidieperiode. Dit is 0,42% van het subsidiebudget van € 13.500.000. De berekening is gebaseerd op de inschatting dat er 300 aanvragen worden ingediend en op de uitvoering van de volgende activiteiten: kennisname en aanvraagprocedure van de regeling en verplichtingen na afloop.</al>
            <al>In de berekening is ervan uitgegaan dat alle aanvragers gebruik maken van een gemachtigde als penvoerder. Voor een gemachtigde is uitgegaan van een uurtarief van € 54,75. De verwachting is dat 300 potentiële aanvragers de subsidiemodule bekijken en hier 1 uur aan besteden waarna zij de aanvraagprocedure zullen ingaan en de aanvraagformulieren voor subsidieverstrekking invullen. Met het invullen/indien aanvraagformulier is per aanvrager 0,75 uur gemoeid. Met het opstellen van de begroting en de onderbouwing hiervan is 1 uur gemoeid. Met de communicatieactiviteiten is 0,2 uur gemoeid. Voor het opsturen van aanvullende bewijsstukken van een onderneming in moeilijkheden na verzoek hierom is 0,3 uur gerekend. Met dit proces van kennisname en aanvraagprocedure is in zijn totaliteit € 53.357 gemoeid.</al>
            <al>Bij verlening wordt er bij deze subsidiemodule ook gelijk vastgesteld, dus aanvragers hoeven geen vaststellingsverzoek in te dienen bij RVO. Hier zijn dus geen administratieve lasten gemoeid.</al>
            <al>Voor de verplichtingen na afloop wordt verwacht dat er 0,7 uur per aanvrager aan wordt besteed. Als onderdeel van de verplichtingen na afloop zijn activiteiten als het begeleiden van externen bij controles, audits of startbezoeken (0,5 uur) bij 30% van de aanvragers en controle van communicatieverplichtingen (0,2 uur) bij 25% van de aanvragers. Met het proces van verplichtingen na afloop is € 3.284 gemoeid.</al>
            <al>De totale administratieve lasten bedragen op basis van het voorgaande: € 53.357 + € 3.284 = € 56.641.</al>
            <al>De regeldruk is voldoende in kaart gebracht, het Adviescollege Toetsing Regeldruk heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat het geen significante gevolgen voorziet voor de regeldruk.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">5.</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na publicatie van deze regeling in de Staatscourant. Hiermee wordt afgeweken van de systematiek van vaste verandermomenten van regelgeving. Deze afwijking wordt gerechtvaardigd door het feit dat de doelgroep van deze regeling gebaat is bij een spoedige inwerkingtreding vanwege de steun die wordt gegeven voor hogere bedrijfskosten. Aangezien de openstellingsperiode start op 20 augustus 2026 is hiermee nog enige voorbereidingstijd voor de betrokken doelgroep, ondanks afwijking van de minimum invoeringstermijn. Daarnaast is al met de doelgroep via de website van RVO gecommuniceerd over de inhoud en voorwaarden van de subsidiemodule.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">II.</nr>
            <titel>Artikelsgewijs</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I</titel>
            </kop>
            <al>In de REES 2021 is een subsidiemodule toegevoegd, zoals hiervoor toegelicht. Hierna zijn de artikelen van de nieuwe module toegelicht, voor zover die een nadere toelichting behoeven en dit nog niet is gebeurd in het algemeen deel van de toelichting.</al>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Artikel 3.8.2 Subsidieverstrekking</titel>
              </kop>
              <al>Dit artikel bepaalt waarvoor subsidie wordt verstrekt en aan wie. Het betreft financiële ondersteuning voor de hogere bedrijfskosten ten gevolge van de situatie in het Midden-Oosten. Kosten die om een andere reden in dezelfde periode zijn gestegen, komen niet voor steun in aanmerking. Welke kosten over welke periode dit exact betreft, is bepaald in artikel 3.8.4.</al>
              <al>De subsidie kan alleen worden aangevraagd door een eigenaar van een vissersvaartuig. Subsidie kan alleen worden verstrekt ten behoeve van een vissersvaartuig waarvan de subsidieaanvrager eigenaar is. Het Nederlands register van vissersvaartuigen is leidend voor de bepaling wie de eigenaar van een vissersvaartuig is, en dus een aanvraag kan indienen. De aanvrager moet op het moment van de aanvraag eigenaar zijn van het desbetreffende vissersvaartuig. Er wordt dus geen subsidie verleend aan personen die voor het moment van de aanvraag wel eigenaar zijn geweest, maar dat niet meer zijn op het moment van aanvraag. Daarmee zou immers geen sprake zijn van steun aan de visserij, omdat de betrokken aanvrager geen vissersvaartuig in eigendom heeft. Als een vissersvaartuig meerdere eigenaren heeft, wordt slechts aan één eigenaar subsidie verleend. Welke eigenaar de aanvraag doet, is aan de eigenaren zelf.</al>
              <al>Op grond van het tweede lid is het in deze openstelling mogelijk om per vissersvaartuig één aanvraag in te dienen.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Artikel 3.8.3 Hoogte subsidie</titel>
              </kop>
              <al>Het subsidiebedrag kan op grond van artikel 41 in samenhang met bijlage III, rij 9, bij de EMFAF-verordening maximaal 100% van de subsidiabele kosten bedragen. Daarvoor is ook in deze module gekozen. De maximale hoogte van de subsidie verschilt per type visserij waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, zoals in het algemeen deel van deze toelichting is toegelicht. Voor het onderscheiden van verschillende categorieën visserijen is zo veel mogelijk aangesloten bij feitelijke kenmerken van de vissersvaartuigen (zoals motorvermogen) en de vergunningen en vismachtigingen die aan vissersvaartuigen zijn verleend om bepaalde activiteiten te verrichten.</al>
              <al>De maximale subsidiebedragen zijn afhankelijk van de categorie waar het vissersvaartuig toe behoort en gelden per vissersvaartuig voor de hele looptijd van de regeling. Het in het tweede lid genoemde maximum geldt dus niet per aanvraag per openstelling, maar voor de gehele subsidiemodule. Aangezien er momenteel twee openstellingsperiodes voorzien zijn, betekent dit dat een eigenaar van een vissersvaartuig over deze twee periodes gecombineerd maximaal het in het onderdeel van artikel 3.8.3, tweede lid, dat op hem van toepassing is genoemde bedrag aan subsidie kan ontvangen. Ter illustratie: een garnalenvisser met een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 190 kW en niet meer dan 221 kW (onderdeel f, aanhef en onder 1°) kan in de eerste openstellingsperiode een subsidie van € 15.000 aanvragen en indien die wordt verstrekt kan aan hem in de tweede openstellingsperiode nog een subsidie van ten hoogste € 8.000 worden verstrekt. Zodoende wordt niet meer dan het maximum van € 23.000 aan subsidie verstrekt.</al>
              <al>Indien vissersvaartuigen onder meerdere onderdelen van het tweede lid vallen, moet de aanvrager kiezen onder welk onderdeel de aanvraag wordt ingediend. Er kan slechts onder één onderdeel subsidie worden aangevraagd. Deze keuze is voor de aanvragen onder de verschillende openstellingen dezelfde. De keuze die wordt gemaakt in de aanvraag onder deze eerste openstelling geldt dus ook voor een eventuele aanvraag in de volgende openstellingsperiode.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Artikel 3.8.4 Subsidiabele kosten</titel>
              </kop>
              <al>In overeenstemming met artikel 1.3 van de REES 2021 komen alleen kosten voor subsidie in aanmerking voor zover zij direct verbonden zijn met de subsidiabele activiteit. Dit zijn primair de kosten die hierna zijn omschreven. Daarnaast betekent het dat de kosten voor communicatieactiviteiten als bedoeld in artikel 2.9, vijfde lid, onderdeel a, onder 6°, van de REES 2021 subsidiabel zijn.</al>
              <al>De hoogte van de subsidiabele kosten wordt berekend met gebruikmaking van een vereenvoudigde kostenoptie. Dit betekent dat de werkelijke, gerealiseerde kosten niet bepalend zijn voor de hoogte van de subsidiabele kosten. Deze vorm van kostenberekening is gebaseerd op artikel 53, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van verordening 2021/1060. Dit artikel biedt de mogelijkheid om subsidies te verlenen in de vorm van eenheidskosten.</al>
              <al>De subsidiabele kosten worden vastgesteld op basis van een vermenigvuldiging van het aantal hele liters gebunkerde gasolie met het verschil tussen de prijs van gasolie per liter in de maand waarin deze is geleverd en de gemiddelde prijs van gasolie per liter in 2025. Hieronder is dit schematisch weergegeven:</al>
              <plaatje>
                <illustratie kleur="nee" type="lijn" uitlijning="start" formaat="png" naam="stcrt-2026-24864-001.png" breedte="150mm" hoogte="65mm" />
              </plaatje>
              <al>De gemiddelde prijs per liter van gasolie in 2025 is, afgerond naar boven, € 0,52. Het aantal gebunkerde liters wordt op hele liters naar beneden afgerond. Met deze afrondingen wordt overcompensatie voorkomen.</al>
              <al>Voor de maanden maart tot en met mei 2026 zijn de gemiddelde prijzen al bekend:</al>
              <table tabstyle="zebra1" frame="all" pgwide="1" rowsep="1" colsep="1">
                <tgroup tgroupstyle="zebra1" cols="3" char="" charoff="50" align="left">
                  <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="90*" />
                  <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="179*" />
                  <colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="116*" />
                  <thead valign="bottom">
                    <row rowsep="1">
                      <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Maand</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Gemiddelde maandprijs per liter</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Subsidie per liter</al>
                      </entry>
                    </row>
                  </thead>
                  <tbody valign="top">
                    <row rowsep="1">
                      <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Maart</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                        <al>€ 0,90</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>€ 0,38</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>April</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                        <al>€ 0,97</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>€ 0,45</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="1">
                      <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Mei</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                        <al>€ 0,90</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>€ 0,38</al>
                      </entry>
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Artikel 3.8.5 Verdeling subsidieplafond</titel>
              </kop>
              <al>Dit artikel bepaalt op welke wijze het subsidieplafond wordt verdeeld. De verdeling vindt plaats op basis van volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Dit betekent dat de aanvraag die het eerst is binnengekomen, het eerst voor subsidie in aanmerking komt, uiteraard met inachtneming van het maximale subsidiebedrag, genoemd in artikel 3.8.3. In artikel 2.5 van de REES 2021 zijn nadere bepalingen opgenomen over deze wijze van verdelen. Wanneer de ingediende aanvraag onvolledig is, krijgt de aanvrager de mogelijkheid de ontbrekende stukken alsnog aan te leveren. De datum waarop de aanvraag volledig is, is de datum van binnenkomst. Er vindt loting plaats om de volgorde te bepalen als er meerdere aanvragen worden ingediend op de dag dat het subsidieplafond wordt overschreden en er onduidelijkheid is over het tijdstip van ontvangst.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Artikel 3.8.6 Afwijzingsgronden</titel>
              </kop>
              <al>In het eerste lid zijn de afwijzingsgronden opgenomen in aanvulling op de algemene afwijzingsgronden van de artikelen 2.11 en 3.1.3 van de REES 2021.</al>
              <al>Wanneer een vissersvaartuig niet kwalificeert in de categorie waarbinnen een aanvraag wordt ingediend, waaronder ook kan worden begrepen dat een vissersvaartuig niet in het Nederlands register van vissersvaartuigen is ingeschreven (onderdeel a), niet (voldoende) is of kan worden gebruikt voor de desbetreffende activiteiten (onderdelen b en c, onder 2° en 3°), of minder dan 30 kalenderdagen per jaar in 2024, 2025 en 2026 actief is geweest (onderdelen c, onder 1°, en d) wordt een aanvraag afgewezen. Tevens wordt een aanvraag afgewezen als al eerder subsidie is verleend op basis van een aanvraag die in dezelfde openstellingsperiode is ingediend. Verder zijn de voorwaarden toegelicht in het algemeen deel van deze toelichting.</al>
              <al>In het tweede lid is bepaald dat de artikelen 1.3, tweede lid, en 2.11, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de REES 2021 niet van toepassing zijn op aanvragen op grond van deze paragraaf. Dat betekent dat kosten die door de subsidieaanvrager zijn gemaakt vóór indiening van de aanvraag in dit geval wél voor subsidie in aanmerking komen. Het betreft in het kader van deze subsidiemodule immers juist kosten die al gemaakt zijn. Dit is mogelijk op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de EMFAF-verordening.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Artikel 3.8.7 Informatieverplichtingen</titel>
              </kop>
              <al>Bij een aanvraag om een subsidie moeten enkele gegevens worden aangeleverd. Deze gegevens moeten op grond van artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden verstrekt. Naar deze gegevens wordt eveneens verwezen in de artikelen 2.9 en 3.1.4 van de REES 2021.</al>
              <al>In aanvulling hierop moet de aanvrager in het kader van deze subsidiemodule de gegevens voegen bij de subsidieaanvraag die expliciet zijn genoemd in het onderhavige artikel. Die worden hierna toegelicht.</al>
              <al>Bij de aanvraag moet worden aangegeven wat het CFR-nummer van het vissersvaartuig is. Op deze manier kan het vissersvaartuig geïdentificeerd worden.</al>
              <al>De aanvrager moet, als hij subsidie aanvraagt voor een vissersvaartuig dat valt in een van de in het artikel genoemde categorieën, een ondertekende verklaring aanleveren over de verwerking van gegevens in beheer bij Dekimo Goes B.V. door de Minister. Het gaat hier om gegevens over de locaties en tijdstippen van het betreffende vaartuig die de Minister opvraagt bij Dekimo Goes B.V.</al>
              <al>Ten slotte moet een aanvrager de facturen aanleveren van het bunkeren van brandstof. Met deze stukken kan RVO het gebunkerde aantal liters verifiëren voor de verlening en vaststelling van de subsidie. Op de factuur moet een identificerend kenmerk (naam of nummer) van het vissersvaartuig, de datum van levering en het aantal gebunkerde liters gasolie staan. Voor de gevallen waarin op de factuur geen duidelijke vermelding van het vissersvaartuig staat, maar wel van de betrokken visserijonderneming, is in onderdeel c, onder 2°, bepaald dat met aanvullende stukken een verband met het vissersvaartuig waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, kan worden aangetoond.</al>
              <al>Een aantal gegevens die benodigd zijn voor RVO om een aanvraag te beoordelen, zijn reeds bij RVO bekend. Het gaat om gegevens waaruit blijkt wie de eigenaar van het vissersvaartuig is, dat deze eigenaar vergunningen en machtigingen heeft als bedoeld in de subsidiemodule en dat het vissersvaartuig is ingeschreven in het Nederlands register van vissersvaartuigen. Met deze gegevens kan worden nagegaan of is voldaan aan artikel 3.8.2. De aanvrager met een Nederlands vissersvaartuig hoeft deze gegevens niet zelf te verstrekken, omdat RVO al over deze gegevens beschikt, tenzij het vaartuig recent is omgevlagd naar een Nederlands vissersvaartuig.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Artikel 3.8.8 Subsidievaststelling</titel>
              </kop>
              <al>De subsidie wordt tegelijk met de subsidieverlening vastgesteld. Op deze manier kunnen de administratieve lasten voor de aanvrager laag worden gehouden. Dit is ook mogelijk, omdat wordt gewerkt met een vereenvoudigde kostenoptie. Het is dus relatief eenvoudig vast te stellen hoeveel de subsidie bedraagt. Er hoeft na de aanvraag geen nadere verantwoording afgelegd te worden, behalve als de Minister verzoekt om aan te tonen dat de gesubsidieerde activiteit is verricht, oftewel het aantal gesubsidieerde eenheden (liters gasolie) is geleverd.</al>
              <al>De artikelen 2.19 en 3.1.6 zijn niet van toepassing omdat deze artikelen gaan over de aanvraag tot subsidievaststelling, die onder deze subsidiemodule niet wordt gedaan.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Artikel 3.8.9 Beslistermijn</titel>
              </kop>
              <al>Er is een afzonderlijke bepaling over de beslistermijn opgenomen, in afwijking van artikel 2.12, tweede lid, van de REES 2021. Ingevolge artikel 74, eerste lid, onderdeel b, van verordening 2021/1060 moet binnen tachtig dagen op een betalingsaanvraag worden beslist en worden betaald. Doorgaans wordt de aanvraag tot subsidievaststelling beschouwd als betalingsaanvraag. In het kader van deze subsidiemodule vindt de subsidievaststelling tegelijk met de subsidieverlening plaats. Daarom geldt in de onderhavige subsidiemodule de termijn van tachtig dagen voor de beslissing op een aanvraag tot subsidieverlening, in plaats van de reguliere termijn van dertien weken uit artikel 2.12, tweede lid.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Artikel 3.8.10 Vervaldatum</titel>
              </kop>
              <al>Deze subsidiemodule vervalt met ingang van 1 januari 2028. Hoewel het uitvoeringsbesluit nu voorziet in een uitzonderlijke omstandigheid tot het einde van dit jaar, is niet uit te sluiten dat deze periode langer zal duren. Aangezien het EMFAF tot 2028 loopt, is ook voor deze module de einddatum daarmee in lijn gebracht.</al>
            </divisie>
          </divisie>
        </divisie>
        <ondertekening>
          <functie>De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,</functie>
          <naam>
            <voornaam>S.P.A.</voornaam>
            <achternaam>Erkens</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>