﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-24511/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 juli 2026, nr. 2026-0000225817, tot wijziging van de Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies en het Instellingsbesluit Adviespanel beoordeling aanvragen Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies [KetenID: WGK027926]</intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <wie>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,</wie>
        <considerans>
          <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies, 12, eerste lid, van de Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies en 2 van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Besluit:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <wijzig-artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">I.</nr>
            <titel>WIJZIGING TIJDELIJKE SUBSIDIEREGELING ONDERZOEK EN EXPERIMENTEN DUURZAME INZETBAARHEIDSINTERVENTIES</titel>
          </kop>
          <wat type="wijziging">De Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies wordt als volgt gewijzigd:</wat>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">A</lidnr>
            <wat>Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>De begripsbepaling preadvies vervalt.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>De begripsbepaling van ‘brancheorganisatie’ komt te luiden:</wat>
              <artikeltekst>
                <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
                  <definitie-item>
                    <term>brancheorganisatie:</term>
                    <definitie>
                      <al>belangenorganisatie voor de professionalisering van een bepaalde branche, onder andere door het delen van kennis over de sector of bedrijfstak met haar leden;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                </definitielijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <wat>In de alfabetische volgorde worden drie begripsbepalingen ingevoegd, luidende:</wat>
              <artikeltekst>
                <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
                  <definitie-item>
                    <term>belastende werkzaamheden:</term>
                    <definitie>
                      <al>werkzaamheden die bij langdurige uitoefening of uitoefening op hogere leeftijd kunnen leiden tot een aanzienlijk verhoogd risico op gezondheidsschade, gelet op de belasting door werktijden, psychosociale arbeidsbelasting, cognitieve belasting, fysieke belasting en omgevingsbelasting;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>kostendrager:</term>
                    <definitie>
                      <al>een product of een in economisch opzicht homogene groep van producten, die als voorwerp van calculatie wordt gekozen;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>oriënterend adviesgesprek:</term>
                    <definitie>
                      <al>adviesgesprek waar vrijblijvend om kan worden verzocht ter bespreking van een beknopt plan van aanpak voor voorgenomen activiteiten, als bedoeld in artikel 11a;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                </definitielijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">B</lidnr>
            <wat>In artikel 3, tweede lid, wordt onder vervanging van ‘; en’ aan het slot van onderdeel c en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door ‘; en’ een onderdeel toegevoegd luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikeltekst>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>e.</li.nr>
                    <al>het voorkomen of verlichten van belastende werkzaamheden.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">C</lidnr>
            <wat>Artikel 5, eerste lid, komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>Het subsidieplafond bedraagt in totaal € 30 miljoen voor aanvragen in 2026, met deelplafonds van:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>€ 22 miljoen voor aanvragen gericht op de doelen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a tot en met e;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>€ 8 miljoen primair voor aanvragen waarbij het aangevraagde subsidiebedrag voor ten minste 50% ziet op het doel als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e, en secundair voor aanvragen gericht op de doelen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a tot en met e.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">D</lidnr>
            <wat>Aan artikel 6 wordt een lid toegevoegd luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>Het derde aanvraagtijdvak loopt van 16 november 2026 9.00 uur tot en met 4 december 2026 17.00 uur.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">E</lidnr>
            <wat>In artikel 7 wordt ‘€ 4 miljoen’ vervangen door ‘€ 3 miljoen’.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">F</lidnr>
            <wat>Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">a.</nr>
              <wat>Aan onderdeel b, wordt toegevoegd ‘en waarvan een overdraagbare methodiek of interventieomschrijving in ieder geval onderdeel moet zijn’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">b.</nr>
              <wat>Onder verlettering van de onderdelen e en f tot f en g wordt een onderdeel ingevoegd luidende:</wat>
              <artikeltekst>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>e.</li.nr>
                    <al>voor zover de aanvraag deels ziet op een activiteit gericht op het doel als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e: een onderbouwing van welk deel van de activiteit zich op dit doel richt;</al>
                  </li>
                </lijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>In het vierde lid wordt ‘preadvies’ vervangen door ‘oriënterend adviesgesprek’.</wat>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">G</lidnr>
            <wat>Artikel 10 komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">10.</nr>
                  <titel>Volledigheid subsidieaanvraag</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>Na indiening van een aanvraag controleert de Minister of alle in artikel 9, eerste lid, genoemde stukken aanwezig zijn. Indien een onvolledige aanvraag ten minste een week voor sluiting van het aanvraagtijdvak is ingediend, dan deelt de Minister de onvolledigheid voor sluiting van het aanvraagtijdvak mee aan de aanvrager.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Een aanvraag kan tot sluiting van het aanvraagtijdvak worden aangepast of aangevuld. Na sluiting van het aanvraagtijdvak is aanpassing of wijziging niet meer mogelijk. Onvolledige aanvragen worden buiten behandeling gelaten.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>Indien een aanvraag na indiening wordt aangevuld, dan geldt de datum van aanvulling als nieuwe datum van indiening.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">H</lidnr>
            <wat>Artikel 11, vijfde lid, komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                  <al>Het beschikbare subsidiebedrag wordt na beoordeling van de subsidieaanvragen en hun onderlinge afweging gerangschikt, waarbij de Minister aan de hand van de criteria en puntentoekenning voorrang geeft aan subsidieaanvragen voor activiteiten die naar verwachting meer geschikt zijn om bij te dragen aan de doelstellingen van de regeling.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">I</lidnr>
            <wat>Artikel 11a komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">11a.</nr>
                  <titel>Oriënterend adviesgesprek</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>De Minister stelt een partij als bedoeld in artikel 13, eerste lid, die voornemens is deel te nemen aan een samenwerkingsverband, namens dat samenwerkingsverband in de gelegenheid om middels een daartoe strekkend verzoek met het adviespanel, bedoeld in artikel 12 een oriënterend adviesgesprek over de voorgenomen activiteiten te voeren.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Het verzoek om een oriënterend adviesgesprek wordt met gebruikmaking van een door de Minister vastgesteld formulier langs elektronische weg ingediend. Bij het verzoek is een omschrijving van de voorgenomen activiteiten opgenomen dat:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>in het Nederlands is opgesteld, uit maximaal drie pagina’s bestaat en waarbij het lettertype Arial, lettergrootte 10 en regelafstand 1,0 is gebruikt;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>een opgave bevat van de partijen die deel gaan nemen aan het samenwerkingsverband;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>uiteen zet wat de probleemanalyse is;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>d.</li.nr>
                      <al>een omschrijving bevat van de kennis die wordt gebruikt als basis voor de activiteiten;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>e.</li.nr>
                      <al>een omschrijving bevat van de methodieken en interventies en de manier waarop deze worden onderzocht;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>f.</li.nr>
                      <al>een omschrijving bevat van de beoogde kennis die wordt ontwikkeld door de activiteiten.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>Een verzoek tot een oriënterend adviesgesprek kan worden ingediend van 24 augustus 2026 9.00 uur tot en met 11 september 2026 17.00 uur.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                  <al>Het adviespanel voert een oriënterend adviesgesprek binnen twee tot zes weken na afloop van het tijdvak, bedoeld in het derde lid, met een partij als bedoeld in artikel 13, eerste lid, als die een complete aanvraag heeft ingediend. Het adviespanel nodigt die partij ten minste één week van tevoren voor dat oriënterende adviesgesprek uit.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">J</lidnr>
            <wat>Artikel 12 komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">12.</nr>
                  <titel>Adviespanel</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>De Minister stelt een adviespanel in dat tot taak heeft:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>de Minister te adviseren over de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 9;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>de oriënterende adviesgesprekken te voeren, bedoeld in artikel 11a.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Het adviespanel:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>beoordeelt subsidieaanvragen op basis van de criteria, bedoeld in artikel 11, eerste lid, en de weigeringsgrond, bedoeld in artikel 15, onderdeel e;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>voert oriënterende adviesgesprekken op basis van de informatie, bedoeld in artikel 11a, tweede lid en hetgeen tijdens het oriënterend adviesgesprek naar voren wordt gebracht.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">K</lidnr>
            <wat>Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In het eerste lid wordt ‘artikel 6, eerste of tweede lid’ vervangen door ‘artikel 6, eerste, tweede of derde lid’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>Onder vernummering van het tweede tot en met het zevende lid tot derde tot en met achtste lid wordt een lid ingevoegd luidende:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>De Minister verleent de subsidie in volgorde van rangschikking als bedoeld in artikel 11, waarbij de minister achtereenvolgens:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>alle ingediende subsidieaanvragen voor subsidie in aanmerking laat komen totdat het subsidiedeelplafond bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a is bereikt;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>alleen ingediende subsidieaanvragen voor subsidie in aanmerking laat komen waaraan nog geen subsidie op grond van onderdeel a is verleend en waarbij het aangevraagde subsidiebedrag voor ten minste 50% ziet op het doel als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e, totdat het subsidiedeelplafond bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b is bereikt;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>alle ingediende subsidieaanvragen voor subsidie in aanmerking laat komen waaraan nog geen subsidie op grond van onderdeel a of b is verleend als het subsidiedeelplafond bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b niet is bereikt, totdat dit subsidiedeelplafond wel is bereikt.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <wat>Het achtste lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">a.</nr>
              <wat>‘na indiening’ wordt vervangen door ‘bij indiening’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">b.</nr>
              <wat>Er wordt een zin toegevoegd luidende: De aanspraak op een voorschot vervalt indien het tussentijdse voortgangsverslag niet voldoet aan artikel 20, tweede of derde lid, of, later dan de termijn, als bedoeld in artikel 20, eerste lid, wordt ingediend.</wat>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">L</lidnr>
            <wat>Na artikel 16 wordt een artikel ingevoegd, luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">16a.</nr>
                  <titel>Integrale kostensystematiek</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>In afwijking van artikel 16 kan het samenwerkingsverband voor een of meer deelnemers aan het samenwerkingsverband voor de berekening van de hoogte van de subsidiabele kosten gebruik maken van de integrale kostensystematiek.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Indien het samenwerkingsverband de integrale kostensystematiek hanteert voor een of meer deelnemers dan komen, in afwijking van artikel 16, voor de subsidie van activiteiten verricht door of in opdracht van deze deelnemers slechts de volgende kosten in aanmerking:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>de directe en indirecte kosten per kostendrager in een tarief per eenheid van deze kostendrager vermenigvuldigd met het aantal eenheden van de kostendragers;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>externe kosten voor zover deze geen deel uitmaken van het tarief, bedoeld in onderdeel a. Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing op deze externe kosten;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>kosten van een controleverklaring als bedoeld in de <extref doc="https://wetten.overheid.nl/BWBR0046626/2024-07-02#Artikel20" soort="URL" status="actief">artikelen 20, derde lid</extref>, en <extref doc="https://wetten.overheid.nl/BWBR0046626/2024-07-02#Artikel21" soort="URL" status="actief">21, vierde, en de kosten van een rapport van feitelijke bevindingen als bedoeld in artikel 21, vijfde lid</extref>, voor zover deze geen deel uitmaken van het tarief, bedoeld in onderdeel a. Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing op de kosten van een controleverklaring.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>De kosten die ingevolge artikel 16, eerste lid, in aanmerking komen voor subsidie vanwege activiteiten verricht door of in opdracht van andere deelnemers komen niet in aanmerking voor de kosten, bedoeld in het tweede lid.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">M</lidnr>
            <wat>In de artikelen 20, derde lid, en 22, vierde lid, wordt ‘artikel 14, zevende lid’ vervangen door ‘artikel 14, achtste lid’.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">N</lidnr>
            <wat>Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In het derde lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot door een komma, de volgende zinsnede toegevoegd: alsmede een overdraagbare methodiek of interventieomschrijving.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>Onder vernummering van het vijfde tot en met achtste lid tot achtste tot en met tiende lid worden twee leden ingevoegd, luidende:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                  <al>Indien een of meer deelnemers aan het samenwerkingsverband de integrale kostensystematiek, bedoeld in artikel 16a, toepast, dan gaat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie vergezeld van een afschrift van een rapport van feitelijke bevindingen over de uitkomst van het onderzoek van een accountant betreffende de door deelnemer of deelnemers gehanteerde integrale kostensystematiek. Het rapport van feitelijke bevindingen voldoet aan de eisen die worden gesteld in de bij deze regeling behorende bijlage.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                  <al>Als rapport als bedoeld in het vijfde lid, wordt aangewezen een afschrift van het rapport van feitelijke bevindingen van een externe accountant inzake de actueel gebruikte methode voor berekening van de personeelskosten en indirecte kosten dat is opgesteld in het kader van Verordening (EG) nr. 1906/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 december 2006 tot vaststelling van de regels voor de deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan acties op grond van het zevende kaderprogramma, en voor verspreiding van onderzoeksresultaten (2007–2013) (PbEU 2006, L 391) en, indien het samenwerkingsverband daarover beschikt, een afschrift van de goedkeuring door de Europese Commissie van dat rapport.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">O</lidnr>
            <wat>In artikel 23, tweede lid, wordt ‘de indiener van een verzoek tot een preadvies’ vervangen door ‘de indiener van een verzoek tot een oriënterend adviesgesprek’.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">P</lidnr>
            <wat>In de bijlage bij <extref doc="https://wetten.overheid.nl/BWBR0046626/2024-07-02#Artikel9" soort="URL" status="actief">artikel 9, eerste lid, onderdeel a</extref>, wordt onderdeel 2 als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>Na ‘deze aanvraag wordt gedaan’ wordt ingevoegd ‘, en wat de urgentie van de aanvraag is’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>Aan de opsomming wordt toegevoegd:</wat>
              <artikeltekst>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>een onderbouwing van de urgentie, onder andere toegelicht aan de hand van (sectorale) data.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">Q</lidnr>
            <wat>Na de bijlage bij <extref doc="https://wetten.overheid.nl/BWBR0046626/2024-07-02#Artikel9" soort="URL" status="actief">artikel 9, eerste lid, onderdeel a</extref>, wordt een bijlage toegevoegd, luidende:</wat>
            <wijziging>
              <wijzig-divisie soort="bijlage" opmaak="default">
                <kop>
                  <label>Bijlage</label>
                  <titel>behorend bij 21, vijfde lid, van de Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies</titel>
                </kop>
                <al>Het rapport van feitelijke bevindingen wordt opgesteld in overeenstemming met de Nederlandse Standaard 4400N ‘Opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden’. In het rapport van feitelijke bevindingen rapporteert de accountant over de hieronder genoemde aspecten en aandachtspunten van de integrale kostensystematiek.</al>
                <table tabstyle="xml1" frame="all" pgwide="1" rowsep="1" colsep="1">
                  <tgroup tgroupstyle="xml1" cols="2" char="" charoff="50" align="left">
                    <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="1*" />
                    <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="10*" />
                    <tbody valign="top">
                      <row rowsep="1">
                        <entry namest="col1" nameend="col2" colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>1. Beschrijving integrale kostensystematiek</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry namest="col1" nameend="col2" colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>
                            <nadruk type="vet">Opzet systematiek</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>1.1</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Welke kostendragers gebruikt de onderzoeksinstelling in de integrale kostensystematiek?</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>1.2</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Hoe worden de indirecte kosten toegerekend aan de kostendragers?</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>1.3</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Worden de jaarlijkse tarieven op basis van de integrale kostensystematiek voorcalculatorisch vastgesteld?</al>
                          <al>
                            <nadruk type="cur">Als de onderzoeksinstelling jaarlijks vooraf de tarieven vaststelt, is aan het begin van het jaar duidelijk wat de tarieven van dat jaar zijn. Deze tarieven worden gehanteerd bij de begroting en ook bij de vaststelling van projecten. Als de onderzoeksinstelling niet met voorcalculatorische tarieven werkt, dan moet de hoofdaanvrager dit toelichten</nadruk>.</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>1.4</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Hoe worden de uitgangscijfers bepaald die voor de jaarlijkse berekening van de tarieven gebruikt worden?</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>1.5</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Sinds wanneer wordt deze integrale kostensystematiek door de onderzoeksinstelling toegepast?</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>1.6</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Is er een wijziging van de integrale kostensystematiek gepland en zo ja wanneer?</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry namest="col1" nameend="col2" colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>
                            <nadruk type="vet">Over personeelskosten</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>1.7</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Is het personeel ingedeeld in tariefgroepen? Zo ja, welke?</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>1.8</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Hoe wordt het aantal direct productieve uren per voltijd werknemer berekend en wat is het aantal direct productieve uren per voltijd werknemer? Is dit aantal gelijk voor alle personen? Zo nee, licht toe.</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry namest="col1" nameend="col2" colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>
                            <nadruk type="vet">Over machines en apparatuur</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>1.9</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Zijn de kosten voor machines en apparatuur onderdeel van de integrale kostensystematiek? Zo ja, geldt dat voor alle machines en apparatuur of zijn er ook machines en apparaten die in projecten als aparte post worden begroot?</al>
                        </entry>
                      </row>
                    </tbody>
                  </tgroup>
                </table>
                <table tabstyle="xml1" frame="all" pgwide="1" rowsep="1" colsep="1">
                  <tgroup tgroupstyle="xml1" cols="2" char="" charoff="50" align="left">
                    <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="1*" />
                    <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="10*" />
                    <tbody valign="top">
                      <row rowsep="1">
                        <entry namest="col1" nameend="col2" colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>2. Basisvoorwaarden integrale kostensystematiek</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>2.1</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>De toerekeningssystematiek en -principes (verdeelsleutels en -mechanismen van indirecte kosten; normen voor percentages, etc.) worden binnen de hele onderzoeksinstelling stelselmatig toegepast.</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>2.2</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Kosten worden op een bedrijfseconomische aanvaardbare en stelselmatige wijze aan kostendragers toegerekend. Deze toerekening is transparant en controleerbaar.</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>2.3</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Specifieke indirecte kosten van bepaalde activiteiten worden niet toegerekend aan andere activiteiten.</al>
                          <al>
                            <nadruk type="cur">Bijvoorbeeld: specifieke indirecte kosten van onderwijsactiviteiten worden niet toegerekend aan onderzoeksactiviteiten en specifieke indirecte kosten van de marketingafdeling worden niet toegerekend aan R&amp;D activiteiten.</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>2.4</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Toerekenbare indirecte kosten worden evenredig omgeslagen over de activiteiten.</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>2.5</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Directe kosten worden niet nogmaals meegenomen in de indirecte kosten.</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>2.6</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>In de systematiek zijn geen winstopslagen opgenomen.</al>
                          <al>
                            <nadruk type="cur">Winstopslagen bij transacties binnen een groep worden wel in aanmerking genomen, maar alleen voor zover het gebruikelijk is die winstopslagen ook bij soortgelijke transacties buiten de groep in rekening te brengen.</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>2.7</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>In de systematiek zijn geen toeslagen voor risico’s opgenomen.</al>
                        </entry>
                      </row>
                    </tbody>
                  </tgroup>
                </table>
                <table tabstyle="xml1" frame="all" pgwide="1" rowsep="1" colsep="1">
                  <tgroup tgroupstyle="xml1" cols="2" char="" charoff="50" align="left">
                    <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="1*" />
                    <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="10*" />
                    <tbody valign="top">
                      <row rowsep="1">
                        <entry namest="col1" nameend="col2" colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>3. Niet in de integrale kostensystematiek op te nemen kostencomponenten</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>3.1</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Kosten van algemene research (hieronder valt basisonderzoek, waaronder het eerste geldstroom onderzoek van universiteiten. De directe kosten van algemene research mogen niet zonder meer deel uitmaken van de integrale kostensytematiek. De indirecte kosten die aan algemene research zijn verbonden kunnen wel deel uitmaken van de systematiek, mits deze kosten evenredig worden omgeslagen over alle activiteiten).</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>3.2</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Kosten die al door de overheid of derden zijn of worden gefinancierd.</al>
                          <al>
                            <nadruk type="cur">Bijvoorbeeld afschrijvingskosten van reeds gefinancierde gebouwen, installaties en apparatuur.</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>3.3</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Kosten die het gevolg zijn van buitensporige of roekeloze uitgaven.</al>
                          <al>
                            <nadruk type="cur">Van buitensporige uitgaven is sprake als de onderzoeksinstelling beduidend meer betaalt voor producten, diensten of personeel dan tegen de gangbare markttarieven, waardoor een vermijdbaar verlies wordt geleden of een vermijdbare hoge prijs wordt betaald.</nadruk>
                          </al>
                          <al>
                            <nadruk type="cur">Bij roekeloze uitgaven gaat het om het onzorgvuldig omgaan met het selecteren van producten, diensten of personeel waardoor eveneens een vermijdbaar verlies wordt geleden of een vermijdbare hoge prijs wordt betaald.</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>3.4</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Kosten die door crediteuren in rekening worden gebracht bij te laat betalen.</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>3.5</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Kosten van incourante voorraden.</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>3.6</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Kosten van vaste activa als gevolg van leegstand buiten de normale bezetting.</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>3.7</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Kosten van externe subsidie-adviseurs voor zover deze specifiek betrokken zijn bij de aanvraag van individuele projecten.</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>3.8</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Voorzieningen en reserveringen voor verliezen en schulden.</al>
                          <al>
                            <nadruk type="cur">Dit betreft reserveringen en voorzieningen die niet rechtstreeks aan kosten voor normale bedrijfsuitoefening verbonden zijn. Overlopende activa en passiva zijn dus niet uitgesloten.</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>3.9</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Alle indirecte belastingen, waaronder BTW, voor zover die kunnen worden teruggevorderd of verrekend.</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>3.10</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Bemiddelingskosten, transactiekosten en provisies bij het afsluiten van leningen.</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>3.11</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Bemiddelingskosten, transactiekosten en provisies bij het beleggen van geld.</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>3.12</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Rentekosten, met uitzondering van rente voor gebouwen en technische installaties, mits toerekenbaar aan de subsidiabele activiteiten.</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>3.13</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Rekenrente op met eigen vermogen gefinancierde activa.</al>
                          <al>
                            <nadruk type="cur">Voor universiteiten geldt hier een uitzondering, voor zover activa van universiteiten beslag leggen op eigen vermogen en voor zover die activa toerekenbaar zijn aan de subsidiabele activiteiten. Als rekenrente moet dan de 10-jaars rente van de Bank Nederlandse Gemeenten per primo van een betreffend jaar gehanteerd worden.</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                          <al>3.14</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Wisselkoersverliezen.</al>
                        </entry>
                      </row>
                    </tbody>
                  </tgroup>
                </table>
              </wijzig-divisie>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
        </wijzig-artikel>
        <wijzig-artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">II.</nr>
            <titel>WIJZIGING INSTELLINGSBESLUIT ADVIESPANEL BEOORDELING AANVRAGEN TIJDELIJKE SUBSIDIEREGELING ONDERZOEK EN EXPERIMENTEN DUURZAME INZETBAARHEIDSINTERVENTIES</titel>
          </kop>
          <wat type="wijziging">Het Instellingsbesluit Adviespanel beoordeling aanvragen Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies wordt als volgt gewijzigd:</wat>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">A</lidnr>
            <wat>Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>De begripsbepaling preadvies vervalt.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>In de alfabetische volgorde wordt een begripsbepaling ingevoegd, luidende:</wat>
              <artikeltekst>
                <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
                  <definitie-item>
                    <term>oriënterend adviesgesprek:</term>
                    <definitie>
                      <al>adviesgesprek waar vrijblijvend om kan worden verzocht ter bespreking van een beknopt plan van aanpak voor voorgenomen activiteiten, als bedoeld in artikel 11a van de regeling;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                </definitielijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">B</lidnr>
            <wat>Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In het eerste lid wordt ‘en de verzoeken tot een preadvies, bedoeld in artikel 11a van de regeling’ vervangen door ‘het voeren van de oriënterend adviesgesprekken, bedoeld in artikel 11a van de regeling’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>In de aanhef van het tweede lid vervalt ‘, en, indien van toepassing, per tranche, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de regeling’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <wat>In het tweede lid wordt onder verlettering van de onderdelen c en d tot d en e wordt een onderdeel ingevoegd luidende:</wat>
              <artikeltekst>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>een overzicht van de aanvragen uit de rangschikking, bedoeld in onderdeel b, waarbij het aangevraagde subsidiebedrag naar het oordeel van het adviespanel voor ten minste 50% ziet op het doel als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e, van de regeling;</al>
                  </li>
                </lijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">4.</nr>
              <wat>Het derde lid komt te luiden:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>Het adviespanel voert na het tijdvak, bedoeld in artikel 11a, derde lid, van de regeling een oriënterend adviesgesprek als bedoeld in artikel 11a van de regeling over de voorgenomen activiteiten met een partij als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de regeling die voornemens is deel te nemen aan een samenwerkingsverband en een complete aanvraag voor het voeren van een oriënterend adviesgesprek heeft ingediend. Het oriënterend adviesgesprek wordt gevoerd op basis van:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>de informatie, bedoeld in artikel 11a, tweede lid, van de regeling; en</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>hetgeen tijdens het oriënterend adviesgesprek naar voren wordt gebracht.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">C</lidnr>
            <wat>Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>Het tweede lid vervalt onder vernummering van het derde lid tot tweede lid.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>Het tweede lid (nieuw) komt te luiden:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Het adviespanel voert een oriënterend adviesgesprek, bedoeld in artikel 11a van de regeling, binnen twee tot zes weken na afloop van het tijdvak, bedoeld in artikel 11a, derde lid. Het adviespanel nodigt een partij als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de regeling ten minste één week van tevoren voor dat oriënterende adviesgesprek uit.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">D</lidnr>
            <wat>In artikel 10, derde lid, wordt ‘verzoek tot een preadvies’ steeds vervangen door ‘een oriënterend adviesgesprek’.</wat>
          </wijzig-lid>
        </wijzig-artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">III.</nr>
            <titel>INWERKINGTREDING</titel>
          </kop>
          <al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Deze regeling zal met de toelichting in de Staatcourant worden geplaatst.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,</functie>
          <naam>
            <voornaam>J.A.</voornaam>
            <achternaam>Vijlbrief</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">1.</nr>
            <titel>Inleiding</titel>
          </kop>
          <al>Op 3 mei 2022 is de Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheids-interventies (hierna: Expeditie-regeling) gepubliceerd.<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al><extref doc="stcrt-2022-11641" soort="document" status="actief">Stcrt. 2022, 11641</extref>.</noot.al></noot> Het eerste subsidieaanvraagtijdvak was geopend in 2022. Naar aanleiding van dat eerste tijdvak is een procesevaluatie uitgevoerd.<noot id="n2" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Regioplan, ‘<nadruk type="cur">Procesevaluatie Expeditieregeling: Tussenrapportage evaluatie Expeditieregeling (eindrapport)</nadruk>’ Amsterdam, september 2023.</noot.al></noot> In 2023 is op basis daarvan de regeling in afstemming met sociale partners op een aantal punten aangepast.<noot id="n3" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al><extref doc="stcrt-2024-1881" soort="document" status="actief">Stcrt. 2024, 1881</extref>.</noot.al></noot> Doel van die aanpassingen was om de regeling toegankelijker en beter uitvoerbaar te maken. Er is toen onder andere de mogelijkheid tot het aanvragen van een vrijblijvend preadvies in de regeling opgenomen. In 2024 is vervolgens het tweede subsidieaanvraagtijdvak opengesteld.</al>
          <al>Over het tweede tijdvak is wederom een procesevaluatie uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek en Bureau Regioplan.<noot id="n4" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>SEO en Regioplan, ‘<nadruk type="cur">Procesevaluatie tweede tijdvak Expeditie-regeling (eindrapport)</nadruk>’, Amsterdam, mei 2025.</noot.al></noot> Dit leidt tot aanvullende wijzigingen die met deze wijzigingsregeling in de Expeditie-regeling worden verwerkt. Deze wijzigingen worden hieronder nader toegelicht. Doel van de wijzigingen is de Expeditie-regeling nog toegankelijker en beter uitvoerbaar te maken.</al>
          <al>Daarnaast zijn met sociale partners, in het kader van het uitwerken van een gerichte en doeltreffende duurzame inzetbaarheidsagenda (hierna: DI-agenda), afspraken gemaakt voor een gerichte kennisopbouw op het thema 'belastende werkzaamheden' via activiteiten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd op grond van de Expeditie-regeling. Daarvoor is afgesproken dat er in 2026 en in 2028 € 8 miljoen per aanvraagtijdvak extra beschikbaar komt, specifiek voor het toekennen van subsidie aan activiteiten met een component 'belastende werkzaamheden'. Dit is eveneens onderdeel van deze wijzigingsregeling. Doel van deze wijzigingen is te komen tot meer kwalitatief goed beoordeelde aanvragen die belastende werkzaamheden helpen te voorkomen of verlichten. Tot slot worden met deze wijzigingsregeling het subsidieplafond en het aanvraagtijdvak voor 2026 vastgesteld.</al>
          <al>Hieronder worden de wijzigingen nader toegelicht. Daarbij is de toelichting op deze wijzigingsregeling opgedeeld in zes inhoudelijke thema’s:</al>
          <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
            <li>
              <li.nr>a.</li.nr>
              <al>Het aanpassen van het preadvies naar een oriënterend adviesgesprek</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>b.</li.nr>
              <al>Het laten vervallen van het werken met tranches</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>c.</li.nr>
              <al>Het integreren van activiteiten op gebied van belastende werkzaamheden</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>d.</li.nr>
              <al>Het werken met de integrale kostensystematiek</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>e.</li.nr>
              <al>Het verlagen van het maximaal aan te vragen budget</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>f.</li.nr>
              <al>Het aanscherpen van de eisen van de subsidieaanvraag</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>g.</li.nr>
              <al>Het aanpassen van de systematiek van bevoorschotting</al>
            </li>
          </lijst>
          <al>Daarnaast is er nog een tweetal aanvullende toelichtingen opgenomen:</al>
          <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
            <li>
              <li.nr>h.</li.nr>
              <al>Wijziging van het instellingsbesluit adviespanel</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>i.</li.nr>
              <al>Het nieuwe aanvraagtijdvak en subsidieplafond</al>
            </li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">2.</nr>
            <titel>Hoofdlijnen van het voorstel</titel>
          </kop>
          <al>Het doel van deze wijzigingsregeling is bovenal om de kwaliteit van de aanvragen, en daarmee ook de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, te verhogen en om deze, ter uitvoering van de DI-agenda, deels ook specifiek te richten op belastende werkzaamheden. Om dit te bewerkstelligen wordt het preadvies vervangen door een oriënterend adviesgesprek, komt de tranchesystematiek te vervallen, komt er een apart subsidieplafond voor activiteiten gericht op belastende werkzaamheden en krijgen deelnemers aan het samenwerkingsverband de ruimte om de integrale kostensystematiek te hanteren. Zie de toelichting onder a tot en met d.</al>
          <al>De verwachting is dat de wijzigingen er wel voor zullen zorgen dat het aantal aanvragen toeneemt. Om te voorkomen dat de voorbereiding en uitvoering daardoor onevenredig veel capaciteit vraagt van de aanvragers, de uitvoeringsorganisatie en het adviespanel worden de eisen aan het plan van aanpak aangescherpt. Verder worden de activiteiten meer op de kern van de subsidieregeling gericht en wordt de uitvoerbaarheid van de regeling verbeterd door de eisen aan de methodiek of interventie aan te scherpen, het maximale subsidiebedrag per aanvraag te verlagen en de systematiek van bevoorschotting aan te passen. Zie de toelichting onder e, f en g. Tot slot wordt een nieuw aanvraagtijdvak en een nieuw subsidieplafond opgenomen en worden nog een aantal aanvullende wijzigingen doorgevoerd, zie onder h en i.</al>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">a.</nr>
              <titel>Het aanpassen van het preadvies naar een oriënterend adviesgesprek</titel>
            </kop>
            <al>Na het eerste aanvraagtijdvak is met de wijzigingsregeling uit 2023 de mogelijkheid tot het aanvragen van een preadvies toegevoegd. Dit om de kwaliteit van de aanvragen te verhogen door partijen die voornemens zijn om deel te nemen aan een samenwerkingsverband de mogelijkheid te geven in contact te komen met het adviespanel over de voorgenomen plannen. Doel van de mogelijkheid tot het verzoeken van een preadvies was om eerder duidelijkheid te scheppen over de potentie van een aanvraag. Dit kan aanvragers veel werk schelen. Ook kan het de kwaliteit van de uiteindelijke aanvraag verhogen.</al>
            <al>Uit de recente procesevaluatie van Regioplan en SEO blijkt dat het preadvies gezien wordt als een waardevolle toevoeging die bijdraagt aan de kwaliteit van de aanvragen en het filteren van minder kansrijke voorstellen. Tegelijkertijd is een belangrijk aandachtspunt dat het preadvies in de huidige schriftelijke vorm als bureaucratisch en arbeidsintensief wordt ervaren. Gebruikers missen de interactie met het adviespanel.</al>
            <al>Daarom kiest de Minister ervoor om in plaats van het preadvies partijen die voornemens zijn om deel te nemen aan een samenwerkingsverband in staat te stellen een gesprek te voeren met leden van het adviespanel. Dit gesprek, het oriënterend adviesgesprek, wordt gevoerd op basis van een beknopte omschrijving van de voorgenomen activiteiten die de partijen vooraf aanleveren en op basis van hetgeen tijdens het gesprek aan de orde komt.</al>
            <al>De directe feedback die het adviespanel tijdens het oriënterend adviesgesprek geeft, versnelt niet alleen de reactietijd enorm, maar is ook minder arbeidsintensief en verlaagt het gevoel te maken te hebben met een anoniem systeem. Dit vergroot de meerwaarde van het adviespanel en voor minder ervaren partijen verlaagt dit mogelijk de drempel om hiervan gebruik te maken. Tot slot is het voordeel van een gesprek dat de geuite zorgen van het adviespanel over het gebruik van AI bij het schrijven van subsidieaanvragen deels weg kunnen worden genomen. Er is tenslotte al vroeg in het proces een mondelinge toelichting nodig.</al>
            <al>Om een gelijk speelveld te bevorderen worden de algemene bevindingen en algemene adviezen van het adviespanel na afloop van de oriënterende gesprekken openbaar gemaakt. De individuele schriftelijke terugkoppeling komt met de wijzigingsregeling te vervallen.</al>
            <al>Het oriënterend adviesgesprek is geheel vrijblijvend en het wel of niet aanvragen van dit gesprek heeft geen invloed op de beoordeling van de uiteindelijke aanvraag. De uiteindelijke aanvraag wordt door het adviespanel enkel beoordeeld op de in de regeling gestelde criteria. Dit betekent dat een inhoudelijk positief oriënterend adviesgesprek niet per definitie zal leiden tot een positief beoordeelde aanvraag. Er kunnen dan ook geen rechten worden ontleend aan het oriënterend adviesgesprek in relatie tot de uiteindelijke rangschikking.</al>
            <al>De partijen die een complete aanvraag voor een oriënterend adviesgesprek hebben ingediend, ontvangen van het adviespanel een uitnodiging voor dat oriënterend adviesgesprek. De oriënterende adviesgesprekken worden binnen twee tot zes weken na het sluiten van het tijdvak voor het indienen van een verzoek om een oriënterend adviesgesprek gevoerd en partijen ontvangen minimaal één week voor het gesprek een uitnodiging daarvoor.</al>
            <al>Om voor een oriënterend adviesgesprek in aanmerking te komen gelden wel een aantal inhoudelijke voorwaarden. Deze zijn in artikel 11a, tweede lid, van de Expeditie-regeling vastgelegd. De partij die om een oriënterend adviesgesprek verzoekt moet in elk geval een formulier invullen en een beknopt projectplan indienen. Voor dit projectplan gelden de volgende vereisten:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>Het plan mag uit maximaal drie A4 in het Nederlands bestaan. Indien het projectplan uit meer dan drie pagina’s bestaat, worden alleen de eerste drie pagina’s besproken.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>Het lettertype Arial, lettergrootte 10 en regelafstand 1,0 moet worden gebruikt.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>Het verzoek kan ingediend worden tijdens het tijdvak dat loopt van 24 augustus 2026 om 9:00 uur tot en met 11 september 2026 om 17.00 uur.</al>
              </li>
            </lijst>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">b.</nr>
              <titel>Het laten vervallen van het werken met tranches</titel>
            </kop>
            <al>De Expeditie-regeling werkte tot nu toe met een tranchesystematiek bij de beoordeling. Dit betekende dat de eerste vijftien complete aanvragen beoordeeld en gerangschikt werden. Als er budget over was, dan werden de volgende vijf aanvragen beoordeeld en gerangschikt, en zo verder tot budget uitgeput was. Deze systematiek werd gehanteerd omdat lastig in te schatten was hoeveel aanvragen er gedaan zouden worden. Het risico werd dus aanwezig geacht dat het voor het adviespanel ondoenlijk zou zijn om over alle aanvragen te adviseren.</al>
            <al>Inmiddels is echter duidelijk geworden dat het aantal aanvragen tot nu toe niet zodanig groot is dat dit onwerkbaar zou zijn voor het adviespanel. In de eerste twee aanvraagtijdvakken zijn alle volledige aanvragen ook daadwerkelijk beoordeeld, dus ook binnen de tranchesystematiek. Omdat het risico op overvraging van de uitvoerder en het adviespanel beperkt blijkt, kiezen we er nu voor om alleen de kwaliteit van de aanvragen leidend te laten zijn. De Tranchesystematiek komt daarmee te vervallen. Dit betekent dat alle aanvragen met elkaar worden vergeleken en zich, al was dat tot nu toe dus theoretisch, niet meer de situatie voor kan doen dat een kwalitatief goede aanvraag in een tranche terecht komt waarvan de aanvragen niet inhoudelijk worden beoordeeld. Een bijkomend voordeel is dat het moment van indienen dan ook geen rol meer speelt. De kwaliteit staat voorop.</al>
            <al>Hierbij is ook van belang dat het subsidieplafond verhoogd is door de toevoeging van extra budget voor aanvragen die zien op belastende werkzaamheden. Bovendien is het maximaal aan te vragen subsidiebedrag verlaagd van € 4 miljoen naar € 3 miljoen. Dit betekent dat er meer subsidies toegekend kunnen worden en er nog minder aanleiding is de tranchesystematiek te hanteren. Daar komt bij dat ervoor is gekozen het schriftelijke preadvies te vervangen door een mondeling oriënterend adviesgesprek en het projectplan voor het indienen van het verzoek om een oriënterend adviesgesprek tot maximaal drie pagina’s te beperken. Er zijn dus ook wijzigingen doorgevoerd om de werklast van het adviespanel te beperken. Dit houdt de regeling voor het adviespanel werkbaar, ook als het aantal aanvragen nu onverhoopt fors toeneemt.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">c.</nr>
              <titel>Het integreren van activiteiten op het gebied van belastende werkzaamheden</titel>
            </kop>
            <al>Zoals gezegd is met sociale partners, in het kader van het akkoord ‘gezond naar het pensioen’, onder andere afgesproken dat een gerichte en doeltreffende DI-agenda wordt opgesteld. Deze DI-agenda moet ervoor zorgen dat meer mensen vaardig, gezond en veilig aan het werk blijven, met als eerste prioriteit mensen met belastende werkzaamheden.</al>
            <al>Onderdeel van deze agenda is ook de kennisopbouw op het gebied van ‘belastende werkzaamheden’. Met sociale partners is daarom afgesproken dat er in de eerstvolgende twee aanvraagtijdvakken een bedrag van € 8 miljoen extra beschikbaar komt in de Expeditie-regeling om activiteiten te subsidiëren specifiek gericht op methodieken of interventies die bijdragen aan het voorkomen of verlichten van belastende werkzaamheden. Doel is daarbij, ook ten aanzien van deze activiteiten, om kennis te valideren of door te ontwikkelen en deze kennis breder deelbaar te maken en beschikbaar te stellen.</al>
            <al>Met de omschrijving van belastende werkzaamheden is aangesloten bij TNO die verzwarende factoren benoemt die een rol spelen: werktijden, psychosociale belasting, cognitieve belasting, fysieke belasting en omgevingsbelasting.</al>
            <al>De interventie of methodiek die met een activiteit op grond van de Expeditie-regeling wordt getoetst moet aandacht besteden aan een of meerdere van deze factoren. Om in aanmerking te komen voor het geoormerkte budget voor activiteiten rondom belastende werkzaamheden, dient het bedrag van een subsidieaanvraag voor minimaal 50% te zien op belastende werkzaamheden. Er kunnen binnen de activiteit dus ook andere thema’s uit de Expeditie-regeling aan bod komen. Aanvragers dienen het percentage van 50% in hun aanvraag te onderbouwen. Het adviespanel beoordeelt deze onderbouwing.</al>
            <al>Omdat het doel is daadwerkelijk <nadruk type="cur">meer</nadruk> activiteiten op het gebied van belastende werkzaamheden te subsidiëren, is een procedure in de wijzigingsregeling opgenomen waarbij het adviespanel één integrale rangschikking opstelt. Die rangschikking bevat dus alle ingediende aanvragen. De minister beslist op basis van deze rangschikking welke aanvragen subsidie ontvangen uit het algemeen beschikbare budget van € 30 miljoen. Vervolgens wordt het budget van € 8 miljoen toegekend aan de nog overgebleven als voldoende beoordeelde aanvragen die zien op belastende werkzaamheden. Daarbij wordt eveneens de integrale rangschikking gebruikt, maar blijven aanvragen waarbij het bedrag van de subsidieaanvraag voor minder dan 50% ziet op belastende werkzaamheden buiten beschouwing.</al>
            <al>Mochten er geen aanvragen meer zijn waarbij belastende werkzaamheden centraal staat, of alleen nog aanvragen die niet als voldoende zijn gekwalificeerd, dan wordt het resterende budget toegekend aan andere aanvragen, op basis van de integrale rangschikking opgesteld door het adviespanel. Deze werkwijze is geaccordeerd door sociale partners. Om te stimuleren dat er ook daadwerkelijk aanvragen worden ingediend die zien op belastende werkzaamheden, zal er in samenwerking met sociale partners ook actief worden gecommuniceerd over het specifieke budget hiervoor.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">d.</nr>
              <titel>Het werken met de integrale kostensystematiek</titel>
            </kop>
            <al>Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hanteert voor de berekening van de uurtarieven voor subsidiabele activiteiten in beginsel een systematiek waarbij uurloon wordt gebaseerd op de Handleiding overheidstarieven vermeerderd met een vaste opslag voor indirecte kosten. In deze loonkosten plus vaste toeslag-systematiek die ook de huidige Expeditie-regeling hanteert, is er geen mogelijkheid om uurtarieven anders dan vanuit de genoemde systematiek vast te stellen. Nu de tarieven die sommige onderzoeksinstellingen moeten hanteren hoger liggen dan de loonkosten plus vaste toeslag-systematiek, is het voor het samenwerkingsverband minder aantrekkelijk om deze onderzoeksinstellingen te laten deelnemen. Gezien de kennis die er bij deze onderzoeksinstellingen voorhanden is, is dit vanuit beleidsmatig oogpunt ongewenst. Een voorbeeld hiervan is TNO. TNO heeft als onderzoeksinstelling veel kennis en ervaring over duurzame inzetbaarheid en belastende werkzaamheden. Het is van belang dat ook die kennis en ervaring kan worden benut.</al>
            <al>In deze wijzigingsregeling wordt een nieuwe berekeningswijze namelijk de integrale kostensystematiek (hierna: IKS) toegevoegd. Andere ministeries, zoals het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat,<noot id="n5" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Zie artikel 12, derde lid, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies.</noot.al></noot> werken al langer met deze systematiek, met name ten aanzien van kennisinstellingen. Deze systematiek is complex maar sluit goed aan bij de manier van administratie voeren van kennisinstellingen en kan ook zorgen voor lastenverlichting voor de ondernemingen die reeds bij andere subsidieregelingen werken met IKS.</al>
            <al>De loonkosten plus vaste toeslagsystematiek blijft bestaan. Op basis van deze wijzigingsregeling kan door een of meer deelnemers aan het samenwerkingsverband dus gekozen worden voor gebruik van IKS en voor andere deelnemers kan de loonkosten plus vaste toeslagensystematiek als standaard gebruikt worden. De voor subsidie in aanmerking komende kosten voor dit samenwerkingsverband kunnen deels door de loonkosten plus vaste toeslag-systematiek en deels door de integrale kostensystematiek worden vastgesteld.</al>
            <al>Wanneer een samenwerkingsverband verzoekt tot toepassing van IKS, dan keurt de Minister van SZW dit eerst na een bedrijfseconomische beoordeling door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) van de tarieven per kosteneenheid goed. De aanvrager is verantwoordelijk voor het overleggen van de juiste RVO-documenten.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">e.</nr>
              <titel>Het verlagen van het maximaal aan te vragen budget</titel>
            </kop>
            <al>Tot nu toe was het maximaal aan te vragen subsidiebedrag € 4 miljoen per aanvraag. Het adviespanel heeft na de eerste twee aanvraagrondes geadviseerd dit bedrag naar beneden bij te stellen. Het panel geeft aan dat in hun optiek dezelfde kennis in veel gevallen ook kan worden vergaard met minder subsidie. Daar komt bij dat er in het afgelopen aanvraagtijdvak in totaal voor circa € 50 miljoen aan subsidie is aangevraagd, terwijl het budget iets meer dan € 20 miljoen was. Een lager maximumbedrag zorgt dus niet alleen voor een efficiëntere besteding van overheidsmiddelen, maar ook dat er meer aanvragen voor subsidie in aanmerking komen.</al>
            <al>Een derde reden is dat de Expeditie-regeling is te zien als een tenderregeling waarbij wijzigingen na toekenning niet meer mogelijk zijn. Als de activiteiten niet volgens het plan van aanpak worden uitgevoerd, dan kan dit dus leiden tot een lagere vaststelling van de subsidie. Een lager maximaal subsidiebedrag maakt de activiteiten naar verwachting overzichtelijker en mogelijk korter. Dit verkleint de kans dat activiteiten niet worden uitgevoerd en de subsidie lager wordt vastgesteld.</al>
            <al>Om deze redenen wordt het maximaal aan te vragen subsidiebedrag bijgesteld naar € 3 miljoen. De ervaring met de eerste twee aanvraagtijdvakken ondersteunen de stelling dat het mogelijk is een aanvraag in te dienen met een budget onder dit bedrag. Tijdens het eerste twee aanvraagtijdvakken was het verleende subsidiebedrag in 75% van de gevallen lager dan € 3 miljoen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">f.</nr>
              <titel>Het aanscherpen van de eisen van de aanvraag</titel>
            </kop>
            <al>Het doel van de regeling is ‘het stimuleren van het ontwikkelen of verder ontwikkelen van uitvoerbare, overdraagbare en gevalideerde praktijk- en wetenschappelijke kennis op het terrein van duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen teneinde de toepassing in bedrijven, sectoren en organisaties te vergroten en zo meer werkenden te bereiken.’ Met andere woorden, de activiteiten moeten algemeen beschikbare kennis opleveren waarvan is gebleken dat die direct in de praktijk toe te passen is, effect heeft en die ook door andere bedrijven, sectoren en organisaties te gebruiken is.</al>
            <al>Het lijkt erop dat de activiteiten die tot nu toe (bijna) zijn afgerond, wel kennis en inzichten hebben opgeleverd, maar dat deze soms nog lastig deelbaar zijn met anderen. Kennis en inzichten zijn niet in alle gevallen direct bruikbaar voor andere sectoren of organisaties. Dit is echter wel wenselijk. Uit de procesevaluatie komt tevens naar voren dat aandacht voor overdraagbaarheid en disseminatie nodig is. Om die reden is al een opschalingsprogramma gestart, waarin kennis actief wordt gedeeld en verspreid. Daarnaast wordt de Expeditie-regeling met deze wijzigingsregeling zo aangepast dat voor alle aanvragers duidelijk is dat het op te leveren eindproduct een ‘direct overdraagbare methodiek of interventieomschrijving’ moet bevatten zodat de opgedane kennis en inzichten wel direct deelbaar en bruikbaar zijn voor andere bedrijven, sectoren en organisaties. Hier wordt ook het beoordelingsdocument van het adviespanel op aangepast.</al>
            <al>Om de urgentie van de aanvragen beter te kunnen beoordelen heeft het adviespanel daarnaast geadviseerd om te bepalen dat aanvragers aan hun plan van aanpak sectorale data moeten toevoegen. Dit advies is overgenomen en dit wordt met deze wijziging aan de bijlage bij de Expeditie-regeling toegevoegd.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">g.</nr>
              <titel>Het aanpassen van de systematiek van bevoorschotting</titel>
            </kop>
            <al>De Expeditie-regeling werkt met voorschotten. Subsidieontvangers krijgen op dit moment bij de start van de activiteiten een voorschot van 25%. Na een jaar kunnen subsidieontvangers, na het indienen van een voortgangsrapport en een accountantsverklaring, opnieuw een voorschot van 25% krijgen. Dit kan ook nog een derde keer gedurende de uitvoering van de activiteiten.</al>
            <al>Daarnaast hebben subsidieontvangers de verplichting tot het indienen van een voortgangsverslag. In de regeling is bepaald dat dit binnen acht weken na afloop van een jaar moet gebeuren. Een nieuw voorschot kan daarna worden aangevraagd maar er is niet bepaald wanneer dit precies is. Daardoor komt het voor dat een nieuw voorschot dus veel later wordt aangevraagd dan het voortgangsverslag wordt ingediend. Dit zorgt ervoor dat het budget dat gereserveerd is voor de voorschotten, aan het eind van het jaar terugvloeit naar de algemene middelen. Omdat het voorschot later alsnog betaald moet worden, is er in een nieuw tijdvak minder subsidie beschikbaar.</al>
            <al>Het al dan niet verstrekken van een voorschot hangt bovendien af van de inhoud en financiële voortgang van de activiteiten. Daarom ligt een formele koppeling van het moment van het indienen van een aanvraag voor een nieuw voorschot met het indienen van een voortgangsverslag voor de hand. Met deze wijzigingsregeling wordt dit dan ook aan elkaar gekoppeld. Verder is bepaald dat indien het voortgangsverslag en de accountantscontrole na de daarvoor geldende termijn worden ingediend, het recht op een voorschot voor dat jaar vervalt. Met deze maatregel wordt meer grip op het kasritme gehouden en wordt zoveel mogelijk voorkomen dat subsidiebudget verloren gaat.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">h.</nr>
              <titel>Wijzigingen van het instellingsbesluit adviespanel</titel>
            </kop>
            <al>Voor het beoordelen van de aanvragen is met het Instellingsbesluit Adviespanel beoordeling aanvragen Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies (hierna: instellingsbesluit) een adviespanel ingesteld. Dit adviespanel bestaat uit deskundigen op het gebied van duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen. In het instellingsbesluit wordt een aantal taken aan dit adviespanel toegekend. Omdat een deel van deze taken met deze wijzigingsregeling wordt aangepast, wordt met deze wijzigingsregeling ook het instellingsbesluit gewijzigd. Met die wijzigingen wordt er bijvoorbeeld voor gezorgd dat het panel niet meer de taak heeft een schriftelijk preadvies te geven, maar nu als taak heeft oriënterende adviesgesprekken te voeren. Daarnaast worden een aantal meer administratieve wijzigingen doorgevoerd die elders in deze toelichting worden benoemd, bijvoorbeeld dat het panel niet meer met tranches zal werken.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">i.</nr>
              <titel>Opening aanvraagtijdvak en subsidieplafond</titel>
            </kop>
            <al>Met deze wijziging wordt ook een nieuw aanvraagtijdvak in de Expeditie-regeling opgenomen. Dit derde aanvraagtijdvak wordt geopend van 16 november 2026 om 9:00 uur tot en met 4 december 2026 om 17:00 uur. Verder wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 30 miljoen, waarvan € 8 miljoen specifiek is bedoeld voor activiteiten die zien op belastende werkzaamheden.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">3.</nr>
            <titel>Gevolgen</titel>
          </kop>
          <al>De verwachting is dat deze wijzigingsregeling zal leiden tot meer aanvragen en tot meer verzoeken om een oriënterend adviesgesprek dan eerder het geval was bij de preadviezen. Maar omdat de schriftelijke beoordeling van de preadviezen vervalt en het projectplan voor de aanvraag van een oriënterend adviesgesprek wordt beperkt tot maximaal drie pagina’s, is de verwachting dat de uitvoering niet meer tijd zal gaan kosten.</al>
          <al>De verwachting is bovendien dat de wijzigingen leiden tot een hogere kwaliteit van de aanvragen. Met de mogelijkheid van het voeren van een oriënterend adviesgesprek met het adviespanel kunnen aanvragers in elk geval beter in staat worden gesteld om hun aanvragen voor te bereiden en uit te werken. Verder zorgt het laten vervallen van het werken met tranches ervoor dat alle aanvragen beoordeeld worden, waardoor de kwaliteit ook bij de beoordeling meer voorop komt te staan.</al>
          <al>Tot slot is ook de verwachting dat er na de wijziging meer aanvragen zullen worden gedaan voor activiteiten met aandacht voor belastende werkzaamheden omdat dit extra onder de aandacht wordt gebracht.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">4.</nr>
            <titel>Staatssteun</titel>
          </kop>
          <al>Er is sprake van staatssteun als aan de vijf cumulatieve criteria van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is voldaan. Voor de toepassing van deze criteria is van belang dat de Expeditie-regeling met deze wijzigingsregeling zo wordt aangepast dat deelnemers aan het samenwerkingsverband een andere kostensystematiek kunnen hanteren dan eerder mogelijk was.</al>
          <al>In verband met deze wijziging is een staatssteuntoets gedaan. Uit deze toets blijkt dat de wijzigingen die met deze regeling worden doorgevoerd er niet toe leiden dat aan alle vijf de cumulatieve criteria voor staatssteun is voldaan. Aangezien de integrale kostensystematiek gekozen kan worden voor alle deelnemers aan het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband kan in elk geval zelf bepalen op welke deelnemers zij de integrale kostensystematiek willen hanteren. Verder staat de kostprijs binnen de integrale kostensystematiek centraal en moet de toerekening van kosten binnen de systematiek controleerbaar en bedrijfseconomisch aanvaardbaar zijn.</al>
          <al>Als gebruik wordt gemaakt van de integrale kostensystematiek moet om die reden bij de aanvraag tot subsidievaststelling door de hoofdaanvrager ook een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant worden overgelegd waarbij de accountant de kostensystematiek controleert. De integrale kostensystematiek is daarmee ook in lijn met artikel 1.7, eerste lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS dat voorschrijft dat de subsidiabele kosten moeten worden berekend op basis van een controleerbare methode, die is gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en die de subsidieontvanger stelselmatig toepast.</al>
          <al>Overigens wordt nog opgemerkt dat in de wijzigingsregeling, voor wat betreft de bepalingen inzake de integrale kostensystematiek, aansluiting is gezocht bij hetgeen hierover opgenomen is in artikel 12 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies en de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">5.</nr>
            <titel>Uitvoering</titel>
          </kop>
          <tussenkop kopopmaak="ondlijn">UMO-toets</tussenkop>
          <al>Deze regeling wordt uitgevoerd door Uitvoering Van Beleid (hierna: UVB), onderdeel van de directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. UVB is betrokken geweest bij het opstellen van deze wijzigingsregeling en heeft de regeling ook getoetst op Uitvoerbaarheid en risico’s op Misbruik en Oneigenlijk gebruik (UMO-toets).</al>
          <al>Op basis van deze toets is in de regeling opgenomen dat indien een partij verzoekt tot toepassing van IKS voor de berekening van de subsidiabele uurtarieven, de Minister van SZW dit eerst goedkeurt na een bedrijfseconomische beoordeling door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) van de tarieven per kosteneenheid. De aanvrager is verantwoordelijk voor het overleggen van de juiste RVO-documenten.</al>
          <al>Daarnaast is op advies van UVB in de regeling een termijn opgenomen waarbinnen na sluiting van het aanvraagtijdvak van het oriënterende adviesgesprek dit gesprek ook daadwerkelijk plaats zal hebben. Verder is aantal tekstuele aanscherpingen gedaan die zijn overgenomen in de regeling.</al>
          <al>Voor het adviespanel wordt op advies van UVB het toetsingskader uitgebreid toetsing op concrete overdraagbaarheid van de methodiek of interventieomschrijving.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">6.</nr>
            <titel>Financiële gevolgen</titel>
          </kop>
          <al>Voor het vorige tijdvak was € 21,3 miljoen beschikbaar. Met deze wijzigingsregeling wordt het subsidieplafond voor 2026 vastgesteld op € 30 miljoen. Naar verwachting worden er dus ook meer aanvragen ingediend en beoordeeld. Daar staat tegenover dat de eisen aan het plan van aanpak worden aangescherpt. Per saldo is de verwachting dat de uitvoeringskosten die met deze regelingen gemoeid zijn verhoudingsgewijs met eenzelfde factor van de verhoging van het subsidiebedrag zullen stijgen.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">7.</nr>
            <titel>Evaluatie</titel>
          </kop>
          <al>Ook na deze wijziging blijft de kern van de Expeditie-regeling het onderzoeken van interventies, instrumenten, werkwijzen of methodieken in het kader van duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen. De regeling schrijft voor dat de samenwerkingsverbanden waarvan de aanvraag is gehonoreerd een effectevaluatie van de eigen activiteiten uitvoeren als ook een realistische evaluatie en procesevaluatie.</al>
          <al>Daarnaast nemen aanvragers ook deel aan het evalueren van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de regeling. Deze effectevaluatie loopt sinds het eerste tijdvak en wordt uitgevoerd door Bureau Regioplan in samenwerking met SEO Economisch Onderzoek. Deze wijzing heeft hier geen invloed op.</al>
          <al>Ook rondom het derde tijdvak zal een procesevaluatie worden uitgevoerd. Hierin zal het begrip over de regeling en hoe de wijzigingen uitwerken naar aanvragers van subsidie op grond van de regeling meegenomen worden. Deze procesevaluatie kan eventueel leiden tot nieuwe aanpassingen richting een mogelijk volgend tijdvak.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">8.</nr>
            <titel>Advies, toetsing en consultatie</titel>
          </kop>
          <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Advies sociale partners</tussenkop>
          <al>Op 8 april 2026 zijn de voorgestelde wijzigingen in de Expeditie-regeling besproken met vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers in de werkgroep Duurzame Inzetbaarheid en Uittreden (WDIU) van de Stichting van de Arbeid. Zij konden zich vinden in de voorgestelde aanpassingen in de regeling.</al>
          <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Regeldruk en toets ATR</tussenkop>
          <al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Administratieve lasten:</nadruk>
            </al>
            <al>De administratieve lasten van de Expeditie-regeling zijn op te splitsen in kosten die gepaard gaan met de aanvraag tot een oriënterend adviesgesprek en de kosten voor het doen van een subsidieaanvraag. Hieronder lichten we deze lasten toe.</al>
          </al-groep>
          <al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Administratieve lasten – oriënterend adviesgesprek:</nadruk>
            </al>
            <al>Voor het oriënterend adviesgesprek met het panel dient een beknopt plan van aanpak opgesteld te worden met een omschrijving van maximaal drie A4 van de voorgenomen activiteiten, een omschrijving van de beoogde kennis die wordt ontwikkeld en de manier waarop onderzoek zal worden gedaan. Partijen dienen dit oriënterend adviesgesprek verder elektronisch aan te vragen en moeten dit gesprek vervolgens ook met het adviespanel voeren.</al>
          </al-groep>
          <al>Daaraan voorafgaand moeten zij bovendien een verkenning hebben gedaan naar het beoogde samenwerkingsverband. Hoewel het samenwerkingsverband dan nog niet geformaliseerd hoeft te worden, moet bijvoorbeeld nagegaan zijn of het lukt om beoogde onderzoeks- en samenwerkingspartners te vinden. Van belang is wel dat het oriënterend adviesgesprek vrijwillig is en het gaat bij deze administratieve lasten ook om eenmalige kosten.</al>
          <al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Administratieve lasten – subsidieaanvraag</nadruk>
            </al>
            <al>De administratieve lasten voor de subsidieaanvraag bestaan uit het kennis nemen van de nieuwe regeling, het opstellen van een plan van aanpak, het indienen van de subsidieaanvraag en het formaliseren van het samenwerkingsverband.</al>
          </al-groep>
          <al>Daarbij maakt het samenwerkingsverband ook kosten voor administratieve lasten gedurende de looptijd. Zowel eenmalige als structurele kosten. De eenmalige kosten hebben bijvoorbeeld betrekking op het invullen van een elektronisch formulier met verzoek tot vaststelling van de subsidie. De structurele kosten zijn onder andere het bijhouden van de administratie (urenregistratie) en het opstellen van tussentijdse voortgangsverslagen.</al>
          <al>Per loopjaar van de projectduur wordt een voortgangsverslag gevraagd. Bij een tussentijds verslag kan ook een verzoek voor een voorschot worden ingediend. Als partijen een voorschot willen, moet een rapport van feitelijke bevindingen worden opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model.</al>
          <al>Bij het invullen van een elektronisch formulier met verzoek tot vaststelling van de subsidie moeten de einddeclaratie en een overzicht van de kosten per activiteit worden gevoegd. Tot slot moet bij dit formulier het eindproduct worden meegestuurd. In de regeling is opgenomen dat het samenwerkingsverband moet deelnemen aan de kennisdeelbijeenkomsten die door SZW worden georganiseerd. Voor de voorbereiding van deze bijeenkomsten zijn ook uren gerekend.</al>
          <al-groep>
            <al>
              <nadruk type="cur">Kosten administratieve lasten</nadruk>
            </al>
            <al>Op basis van bovenstaande is een berekening gemaakt van de totale administratieve lasten en dus regeldrukkosten. In de berekening wordt uitgegaan van maximaal 32 aanvragen voor een oriënterend adviesgesprek en 24 daadwerkelijke subsidieaanvragen waarvan er 12 worden gehonoreerd. Er wordt van uitgegaan dat de werkzaamheden rondom de aanvragen worden uitgevoerd door hoogopgeleide medewerkers. Daarom wordt uitgegaan van een uurtarief van € 54,00. Voor de samenwerkingsovereenkomst geldt dat hierbij betrokkenheid van bestuurders vereist is. Daarom is hierbij uitgegaan van een uurtarief van € 77,00.</al>
          </al-groep>
          <al>De thans voorziene omvang van de regeldruk van de wijzigingsregeling en het aanvraagtijdvak is al met al dan € 366.900. Met een beschikbaar gestelde subsidieplafond van € 30.000.000 komt dit uit op 1,22%. Er is een verschuiving in moment waarop de werkzaamheden plaatvinden. Er zijn minder administratieve lasten gemoeid met het werk voor oriënterend adviesgesprekken en iets meer werk bij de subsidieaanvragen. Maar het algehele percentage van de administratieve lasten blijft nagenoeg gelijk ten opzichte van wat eerder berekend is. Gezien de omvang van de bedragen zijn de administratieve lasten daarmee proportioneel.</al>
          <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Adviescollege toetsing regeldruk</tussenkop>
          <al>ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.</al>
          <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Internetconsultatie</tussenkop>
          <al>De wijzigingsregeling is in internetconsultatie geweest van 29 april 2026 tot en met 15 mei 2026. Er zijn geen reacties ontvangen.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">9.</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>De wijzigingsregeling treedt in werking na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Hiermee wordt afgeweken van de vaste verandermomenten en minimum-invoeringstermijn voor regelgeving. Dat is nodig aangezien daarmee gewenste duidelijkheid wordt verschaft over het subsidieplafond, het aanvraagtijdvak en de andere wijzigingen.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">II.</nr>
            <titel>Artikelsgewijze toelichting</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies</titel>
            </kop>
            <al>Dit artikel wijzigt de Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies (hierna: Expeditie-regeling).</al>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel A (Artikel 1, eerste lid, van de Expeditie-regeling)</titel>
              </kop>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 1 begrip preadvies</titel>
                </kop>
                <al>Het begrip preadvies vervalt en wordt vervangen door het begrip ‘oriënterend adviesgesprek’.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 2, begrip brancheorganisatie</titel>
                </kop>
                <al>Het begrip brancheorganisatie is aangescherpt door het doel nader te omschrijven en de activiteiten te duiden.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 3, begrip belastende werkzaamheden</titel>
                </kop>
                <al>Het begrip belastende werkzaamheden wordt toegevoegd. Met belastende werkzaamheden wordt aangesloten bij de omschrijving van zwaar werk die TNO in haar onderzoek hanteert inclusief de factoren die bij zwaar werk volgens TNO een rol spelen. Het gaat dan om de werktijden met name ten aanzien van nachtwerk en oproepdiensten. Verder speelt de psychosociale belasting van het werk een rol. Dit heeft onder andere betrekking op de sociale veiligheid van de werkomgeving en de stress of emotionele belasting waarmee het werk gepaard gaat. Daarnaast gaat het om de cognitieve belasting. Daarbij is bijvoorbeeld de vereiste concentratie of het vereiste beslisvermogen van belang. Bij de fysieke belasting speelt onder andere de noodzaak om te tillen of repeterende handelingen te verrichten een rol. Tot slot ziet de omgevingsbelasting onder andere op belasting door straling, warmte, koude en geluid of lawaai.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 3, begrip kostendrager</titel>
                </kop>
                <al>Bij de integrale kostensystematiek worden de kosten per kostendrager berekend. Dit is een kostenplaats of een volume-eenheid voor de kostenberekening, bijvoorbeeld personeelsuren, apparaten, eenheden materiaal. Aan een kostendrager kunnen zowel de directe als de indirecte kosten worden toegerekend. Indien een kostendrager bijvoorbeeld een arbeidsuur is, zijn de directe kosten bijvoorbeeld de loonkosten. De indirecte kosten zijn dan bijvoorbeeld benodigde faciliteiten en managementkosten.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 3, begrip oriënterend adviesgesprek</titel>
                </kop>
                <al>De mogelijkheid tot het vragen van een schriftelijk preadvies wordt vervangen door de mogelijkheid om een mondeling oriënterend adviesgesprek te voeren. Het oriënterend adviesgesprek maakt het mogelijk om op een interactieve manier met het voor de regeling ingestelde adviespanel over de voorgenomen activiteiten van gedachten te wisselen.</al>
                <al>Daarbij wordt opgemerkt dat het doel van de mogelijkheid niet wijzigt. Het samenwerkingsverband kan voorafgaand aan het indienen van een subsidieaanvraag de voorgenomen activiteiten aan het adviespanel voorleggen en het gesprek hierover aangaan. Het oriënterend adviesgesprek kan helpen om tot een kwalitatief goede subsidieaanvraag te komen. Aan het oriënterend adviesgesprek kunnen de aanvragers geen rechten worden verbonden.</al>
              </divisie>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel B (Artikel 3, tweede lid, van de Expeditie-regeling)</titel>
              </kop>
              <al>Met artikel 3, tweede lid, onderdeel e, van de Expeditie-regeling wordt kennisopbouw op het gebied van het voorkomen of verlichten van belastende werkzaamheden als nieuw doel toegevoegd. In artikel 1 van de Expeditie-regeling is omschreven wat onder belastende werkzaamheden wordt verstaan.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel C (Artikel 5, eerste lid, van de Expeditie-regeling)</titel>
              </kop>
              <al>Deze wijzigingsregeling voegt een nieuw doel dat ziet op kennisopbouw op het gebied van het voorkomen of verlichten van belastende werkzaamheden toe. Voor dit doel wordt een apart subsidieplafond in de Expeditie-regeling opgenomen. Voor aanvragen in het kalenderjaar 2026 is op grond van de Expeditie-regeling in totaal een bedrag van € 30 miljoen beschikbaar. Dit bedrag is dus het totale subsidieplafond.</al>
              <al>Dat subsidieplafond valt uiteen in twee subsidiedeelplafonds. Dit betreft één subsidiedeelplafond van € 22 miljoen voor alle doelen die in artikel 3, tweede lid, opgenomen zijn en één subsidiedeelplafond van € 8 miljoen dat primair beschikbaar is voor aanvragen die zich richten op het onderzoek naar het voorkomen of verlichten van belastende werkzaamheden (artikel 3, tweede lid, onderdeel e, van de Expeditie-regeling(nieuw)). Deze aanvragen komen binnen dat subsidiedeelplafond voor subsidie in aanmerking als ten minste 50% van het aangevraagde subsidiebedrag ziet op het voorkomen of verlichten van belastende werkzaamheden. Als dit subsidiedeelplafond niet is uitgeput na het verlenen van subsidie aan alle aanvragen waarbij ten minste 50% van het aangevraagde subsidiebedrag ziet op het voorkomen of verlichten van belastende werkzaamheden, wordt het resterende bedrag subsidiair toegekend aan de aanvragen die zich richten op alle doelen die in artikel 3, tweede lid, zijn opgenomen. Zie verder de toelichting bij artikel 14, tweede lid, van de Expeditie-regeling (nieuw).</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel D (Artikel 6. Aanvraagtijdvakken)</titel>
              </kop>
              <al>Met dit onderdeel wordt het aanvraagtijdvak voor 2026 aan de Expeditie-regeling toegevoegd.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel E (Artikel 7. Minimaal en maximaal aan te vragen subsidiebedrag)</titel>
              </kop>
              <al>Dit onderdeel verlaagt het maximaal aan te vragen subsidiebedrag van € 4 naar € 3 miljoen.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel F (Artikel 9. Subsidieaanvraag)</titel>
              </kop>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 1, sub a</titel>
                </kop>
                <al>Aanvragen komen op grond van artikel 3, eerste lid, van de Expeditie-regeling alleen voor subsidie in aanmerking als uitvoerbare, overdraagbare en gevalideerde praktijk- en wetenschappelijke kennis wordt opgedaan op het terrein van duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen. Met de voorgestelde toevoeging aan artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Expeditie-regeling wordt onderstreept dat de door het samenwerkingsverband opgedane kennis en inzichten direct met andere bedrijven, sectoren en organisaties te delen is en voor hen ook bruikbaar is.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 1, sub b</titel>
                </kop>
                <al>Met dit onderdeel wordt een apart aanvraagvereiste in de Expeditie-regeling opgenomen voor het bereiken van het nieuw toegevoegde doel dat ziet op het voorkomen of verlichten van belastende werkzaamheden.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 2</titel>
                </kop>
                <al>Het begrip ‘preadvies’ wordt in de regeling vervangen door het begrip ‘oriënterend adviesgesprek’. Met dit onderdeel wordt dit ook in artikel 9 aangepast.</al>
              </divisie>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel G (Artikel 10 van de Expeditie-regeling)</titel>
              </kop>
              <al>Met deze wijzigingsregeling komt de tranchesystematiek bij het beoordelen van de subsidieaanvragen te vervallen. Dit betekent dat alle aanvragen inhoudelijk worden beoordeeld en zorgt daarmee voor meer gelijke kansen voor alle partijen die subsidie aanvragen en een verhoging van de kwaliteit van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend.</al>
              <al>Verder is bepaald dat onvolledige aanvragen buitenbehandeling worden gelaten. Indien de subsidieaanvraag uiterlijk een week voor sluiting van de aanvraagtijdvak is binnengekomen, dan wordt een eventuele onvolledigheid gemeld aan de aanvrager. Hierbij is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De aanvrager heeft tot het einde van de aanvraagtijdvak de gelegenheid om de subsidieaanvraag te wijzigen of aan te vullen. De datum van de laatste aanpassing of wijziging geldt als datum van indiening, is bepalend voor de vraag of de aanvrager wordt gewezen op een onvolledige aanvraag en is bepalend voor de vraag of de wijziging of aanvulling mee wordt genomen in de beoordeling van de subsidieaanvraag. Het achterwege laten van wijzigingen en aanvullingen na sluiting van de aanvraagtijdvak verdraagt zich met de gelijktijdige onderlinge beoordeling en rangschikking van de ingediende subsidieaanvragen.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel H (Artikel 11, vijfde lid, van de Expeditie-regeling)</titel>
              </kop>
              <al>Het bestaande artikel 10, eerste lid, van de Expeditie-regeling wordt vanwege wetstechnische redenen verplaatst naar artikel 11, vijfde lid, van de Expeditie-regeling. Inhoudelijk wordt geen wijziging beoogd.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel I (Artikel 11a van de Expeditie-regeling)</titel>
              </kop>
              <al>Het preadvies wordt in de regeling vervangen door het oriënterend adviesgesprek. In verband hiermee wordt artikel 11a van de Expeditie-regeling aangepast.</al>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Eerste lid (nieuw)</titel>
                </kop>
                <al>Een partij die wil deelnemen aan een samenwerkingsverband kan namens dat samenwerkingsverband om een oriënterend adviesgesprek verzoeken. Dit betekent dat het verzoek kan worden ingediend door een partij als bedoeld in artikel 13, eerste lid. Het gaat dan om werkgevers- of werknemersorgani<?xpp afbm?>saties, O&amp;O-fondsen, brancheorganisaties, bedrijven, onderzoeksinstellingen of andere soorten organisaties. Het gesprek wordt gevoerd met het adviespanel dat voor de uitvoering van de Expeditie-regeling is ingesteld.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Tweede lid (nieuw)</titel>
                </kop>
                <al>Als een partij om een oriënterend adviesgesprek verzoekt, moet dit verzoek digitaal worden ingediend middels een daarvoor bestemd formulier. Dat wijzigt met dit onderdeel niet. Wel is duidelijk gemaakt dat de beknopte omschrijving van de voorgenomen activiteiten in het Nederlands moet zijn opgesteld en maximaal drie pagina’s mag omvatten. Dit zijn pagina’s op A4-formaat en er moet gebruik worden gemaakt van het lettertype Arial, met lettergrootte 10 en regelafstand 1,0. Verder is de informatie gewijzigd die in de omschrijving aan de orde moet komen. De onderdelen e en g (oud) zijn komen te vervallen en in onderdeel d is duidelijk gemaakt dat de voorgenomen methodieken en interventies moeten worden omschreven alsmede de manier waarop deze worden onderzocht.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Derde en vierde lid (nieuw)</titel>
                </kop>
                <al>Het tijdvak voor het indienen van een verzoek tot het voeren van een oriënterend adviesgesprek loopt van 24 augustus tot en met 11 september 2026. Als de aanvraag compleet is, ontvangt een partij minimaal één week voor het gesprek een uitnodiging. Het oriënterend adviesgesprek vindt dan twee tot zes weken na het sluiten van het tijdvak voor het aanvragen van een oriënterend adviesgesprek plaats. Het aanvraagtijdvak voor subsidieaanvragen loopt vervolgens van 16 tot en met 4 december 2026. Dit wil zeggen dat een partij na het oriënterend adviesgesprek nog in elk geval een maand de tijd heeft om de aanvraag op basis van de uitkomsten van het oriënterend adviesgesprek uit te werken.</al>
              </divisie>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel J (Artikel 12 van de Expeditie-regeling)</titel>
              </kop>
              <al>Het preadvies wordt in de regeling vervangen door het oriënterend adviesgesprek. Dit onderdeel maakt in artikel 12 expliciet dat het adviespanel tot taak heeft die oriënterende adviesgesprekken te voeren. De informatie die met het verzoek om een oriënterend adviesgesprek wordt verstrekt en hetgeen tijdens het oriënterend adviesgesprek naar voren wordt gebracht, vormt de basis voor die gesprekken. Het adviespanel bereidt zich aan de hand van de vooraf verstrekte informatie op de oriënterende adviesgesprekken voor en kan aan de hand daarvan en hetgeen tijdens de oriënterende adviesgesprekken wordt opgemerkt vragen stellen, maar ook bijvoorbeeld suggesties doen voor het aanvullen van de voorgenomen activiteiten, aandacht vragen voor de samenhang met eerder uitgevoerde activiteiten of voorgenomen activiteiten van andere partijen en voorstellen doen voor de onderzoeksaanpak. Het gaat daarbij nadrukkelijk om vrijblijvende adviezen. Het adviespanel beoordeelt de voorgenomen activiteiten niet. Het adviespanel geeft tijdens het oriënterend adviesgesprek alleen op basis van de verstrekte informatie en de eigen ervaring en expertise een reactie.</al>
              <al>Overigens is geschrapt dat het adviespanel schriftelijk op de voorgenomen activiteiten reageert. Verder is ook niet geregeld dat het adviespanel op het verzoek om een oriënterend adviesgesprek moet reageren. Het uitgangspunt in de Expeditie-regeling is dat het adviespanel met elke partij die daarom verzoekt een oriënterend adviesgesprek voert. Dit is alleen anders als bijvoorbeeld geen projectplan is verstrekt of dit projectplan op geen enkele wijze aan de voorwaarden voor dat plan voldoet. Als er namens een samenwerkingsverband meerdere partijen een verzoek om een oriënterend adviesgesprek indienen, dan is tot slot nog van belang dat het adviespanel dit adviesgesprek met alle betrokken gezamenlijk voert.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel K (Artikel 14 van de Expeditie-regeling)</titel>
              </kop>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 1</titel>
                </kop>
                <al>Omdat er een nieuw derde aanvraagtijdvak aan de Expeditie-regeling wordt toegevoegd, wordt ook de verwijzing naar de aanvraagtijdvakken bij de beslistermijn in artikel 14 aangevuld. Er geldt dan ook voor de aanvragen in het derde tijdvak een beslistermijn van 22 weken.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 2</titel>
                </kop>
                <al>Er wordt een apart subsidiedeelplafond voor belastende werkzaamheden aan de Expeditie-regeling toegevoegd. Daardoor zijn er na de wijziging van de Expeditie-regeling twee subsidiedeelplafonds: één subsidiedeelplafond van € 22 miljoen dat voor alle aanvragen beschikbaar is en één subsidiedeelplafond van € 8 miljoen dat primair beschikbaar is voor aanvragen waarbij het aangevraagde subsidiebedrag voor ten minste 50% op belastende werkzaamheden ziet. Dit onderdeel maakt in het verlengde daarvan duidelijk hoe de Minister de bedragen uit de verschillende subsidiedeelplafonds aan de aanvragen toekent.</al>
                <al>Bij het toekennen van subsidie vormt de door de Minister opgestelde rangschikking steeds het uitgangspunt. Voor alle subsidiedeelplafonds geldt dus dat de Minister de subsidie op basis van de volgorde uit deze rangschikking aan de aanvragen toekent. Daarbij wordt eerst op volgorde van de rangschikking subsidie verleend uit het algemene subsidiedeelplafond van € 22 miljoen. Bij het toekennen van die subsidie komen alle aanvragen voor subsidie in aanmerking.</al>
                <al>Als het subsidiedeelplafond van € 22 miljoen is uitgeput, wordt vervolgens subsidie verleend uit het subsidiedeelplafond van € 8 miljoen voor belastende werkzaamheden. Deze subsidie wordt eveneens op volgorde van de rangschikking aan de aanvragen toegekend. Dit onder twee voorwaarden: (1) de aanvraag is nog niet voor subsidie aanmerking gekomen binnen het subsidiedeelplafond van € 22 miljoen en (2) het aangevraagde subsidiebedrag ziet voor ten minste 50% op belastende werkzaamheden.</al>
                <al>De subsidie worden binnen dit subsidiedeelplafond van € 8 miljoen voor belastende werkzaamheden verleend tot het subsidiedeelplafond is uitgeput of tot er geen aanvragen meer voldoen die aan de twee voorwaarden voldoen. Als dit laatste het geval is, wordt het resterende subsidiebedrag op volgorde van de rangschikking toegekend aan alle aanvragen die nog niet voor subsidie in aanmerking zijn gekomen tot het subsidieplafond van de Expeditie-regeling volledig is uitgeput.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 3, sub a</titel>
                </kop>
                <al>Samenwerkingsverbanden die op grond van de Expeditie-regeling voor subsidie in aanmerking komen, ontvangen een voorschot van 25% van de toegekende subsidie. Vervolgens kunnen zij in de twee jaar nadien elk jaar nog een voorschot van 25% van de toegekende subsidie aanvragen. Tot nu toe kon die aanvraag pas worden ingediend nadat het tussentijdse voortgangsverslag was verstrekt. Omdat dit ertoe leidt dat de aanvragen om een nieuw voorschot op verschillende momenten binnenkomen en het budget dat voor de voorschotten beschikbaar is daardoor aan het eind van het jaar soms terugvloeit naar de algemene middelen, voorziet dit onderdeel in de invoering van een vast moment voor het aanvragen van een voorschot. Vanwege de samenhang met de inhoudelijke en financiële voortgang van de activiteiten is geregeld dat een voorschot alleen tegelijk met het indienen van het tussentijdse voortgangsverslag kan worden aangevraagd. Overeind blijft dat bij die aanvraag dan ook een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant moet zijn gevoegd.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 3, sub b</titel>
                </kop>
                <al>Dit onderdeel regelt dat voor dat jaar geen aanspraak bestaat op een voorschot als het tussentijdse voortgangsverslag en het rapport van feitelijke bevindingen van een accountant buiten de daarvoor geldende termijn van acht weken is ingediend. Deze wijziging is eveneens ingegeven door de wens te voorkomen dat budgetten terugvloeien naar de algemene middelen.</al>
              </divisie>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel L (Artikel 16a van de Expeditie-regeling)</titel>
              </kop>
              <al>In het nieuwe artikel 16a van de Expeditie-regeling wordt de IKS toegevoegd als een wijze waarop de maximale hoogte van de subsidiabele activiteiten kan worden gebaseerd.</al>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Eerste lid (nieuw)</titel>
                </kop>
                <al>In het eerste lid wordt het voor samenwerkingsverbanden mogelijk gemaakt om voor iedere deelnemer apart een keuze te maken tussen de loonkosten plus vaste toeslag-systematiek uit artikel 16 of de integrale kostensystematiek uit dit artikel.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Tweede lid (nieuw)</titel>
                </kop>
                <al>Het tweede lid beschrijft de berekening die bij de toepassing van de integrale kostensystematiek moet worden uitgevoerd. Gekeken moet worden naar de directe en indirecte kosten van iedere kostendrager. Indien een kostendrager bijvoorbeeld een arbeidsuur is, zijn de directe kosten de loonkosten. De indirecte kosten zijn dan bijvoorbeeld benodigde faciliteiten en managementkosten. Vervolgens wordt de kostendrager vermenigvuldigd met het aantal eenheden van de kostendrager, bijvoorbeeld met het aantal arbeidsuren die voor de subsidiabele activiteiten zijn verricht. Verder komen voor de subsidiabele kosten in aanmerking de kosten die gemaakt zijn door derden bij het verrichten van de subsidiabele activiteiten en de kosten van een accountant, indien deze niet op andere wijze al worden meegerekend.</al>
                <al>Onder c worden de maximale kosten van een controleverklaring door een accountant omschreven. Het kader van artikel 16 van de Expeditie-regeling is van overeenkomstige toepassing.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Derde lid (nieuw)</titel>
                </kop>
                <al>In het derde lid is een anticumulatiebepaling opgenomen. Indien bijvoorbeeld bepaalde kosten door andere deelnemers aan het samenwerkingsverband reeds op grond van artikel 16 voor subsidie in aanmerking komen, dan is het niet mogelijk dat deze kosten in de integrale kostensystematiek mee te nemen.</al>
              </divisie>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel M (Artikel 20 van de Expeditie-regeling)</titel>
              </kop>
              <al>In verband met de wijzigingen in artikel 14 worden de verwijzingen naar dit artikel in de artikelen 20, derde lid, en 22, vierde lid, ook aangepast.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel N (Artikel 21 van de Expeditie-regeling)</titel>
              </kop>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 1</titel>
                </kop>
                <al>Het doel van de Expeditie-regeling is dat uitvoerbare, overdraagbare en gevalideerde praktijk- en wetenschappelijke kennis wordt opgedaan op het terrein van duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen. Om bij de vaststelling te kunnen nagaan of de subsidieontvanger een bijdrage heeft geleverd aan het bereiken van dit doel, voegt deze nieuwe zinsnede aan het derde lid toe dat het eindproduct een overdraagbare methodiek of interventieomschrijving moet bevatten.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 2</titel>
                </kop>
                <al>In het vijfde lid (nieuw) is de voorwaarde opgenomen dat de hoofdaanvrager een accountant een onderzoek moet laten uitvoeren naar de gehanteerde integrale kostensystematiek, indien gebruik wordt gemaakt van de integrale kostensystematiek, bedoeld in artikel 16a. Uiterlijk bij de aanvraag om subsidievaststelling moet de hoofdaanvrager een afschrift verstrekken van een rapport van feitelijke bevindingen van die accountant. Op het samenwerkingsverband rusten dus aanvullende verantwoordingsverplichtingen als een of meer deelnemers van het samenwerkingsverband de integrale kostensystematiek hanteert.</al>
                <al>Deze voorwaarde is ook opgenomen in het eerder genoemde artikel 12 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV subsidies en gelden dus in beginsel ook als op grond van een subsidieregeling van die ministers de integrale kostensystematiek wordt gehanteerd.</al>
                <al>Op grond van de tweede zin van het vijfde lid moet het rapport van feitelijke bevindingen van de accountant voldoen aan de voorwaarden uit de bijlage die bij dit artikel opgenomen is. Dit betekent dat het rapport moet voldoen aan de eisen die zijn opgenomen in de Nederlandse Standaard 4400N ‘Opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden’ van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA).</al>
                <al>Vanwege het voorschrift dat het afschrift van het rapport van feitelijke bevindingen uiterlijk pas bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie hoeft te worden ingediend, kan het samenwerkingsverband het laten opstellen van dit rapport overigens desgewenst combineren met de accountantsverklaring die voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie nodig is. Dit kan de totale kosten voor het samenwerkingsverband verlagen.</al>
                <al>Verder is van belang dat de hoofdaanvrager bij wijzigingen in een of meer onderdelen van de algehele systematiek, de basisvoorwaarden, de systematiek van de berekening of de kostenposten die in de berekening zijn opgenomen uiterlijk bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie waarop deze wijziging invloed heeft een afschrift van een actueel rapport van feitelijke bevindingen van een accountant moet indienen.</al>
                <al>Als het samenwerkingsverband over een rapport van bevindingen beschikt dat is opgesteld voor het certificeren van de integrale kostensystematiek onder het Zevende Kaderprogramma van de Europese Unie, dan is op grond van het zesde lid ook een optie dat het samenwerkingsverband dit rapport van bevindingen voor de subsidie op grond van de Expeditie-regeling gebruikt. Het samenwerkingsverband hoeft dan dus geen nieuw rapport van bevindingen te laten opstellen. Als de Europese Commissie het rapport van bevindingen heeft goedgekeurd, moet het samenwerkingsverband ook een afschrift van die goedkeuring verstrekken.</al>
              </divisie>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel O (Artikel 23 Expeditie-regeling)</titel>
              </kop>
              <al>Het preadvies wordt in de regeling vervangen door het oriënterend adviesgesprek. Met dit onderdeel wordt dit ook in artikel 23, tweede lid, aangepast.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel P (Bijlage behorend bij <extref doc="https://wetten.overheid.nl/BWBR0046626/2024-07-02#Artikel9" soort="URL" status="actief">artikel 9, eerste lid, onderdeel a</extref>, van de Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies)</titel>
              </kop>
              <al>In deze aanvulling wordt geregeld dat een aanvrager in het activiteitenplan ook aandacht moet besteden aan hoe urgent de aanvraag is. De aanvrager moet de urgentie daarbij aan de hand van sectorale data onderbouwen. Deze extra eis wordt op verzoek van het adviespanel aan de Expeditie-regeling toegevoegd en maakt het eenvoudiger om bij het toekennen van punten aan een subsidieaanvraag de urgentie binnen sectoren mee te wegen, zoals artikel 11, eerste lid, onderdeel b, voorschrijft.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel Q (Bijlage behorend bij artikel 21, vijfde lid, van de van de Expeditie-regeling)</titel>
              </kop>
              <al>In het rapport van feitelijke bevindingen moet de accountant rapporteren over de aspecten en aandachtspunten van de integrale kostensystematiek die in deze bijlage zijn genoemd. De eisen die in deze bijlage aan het rapport van feitelijke bevindingen worden gesteld, zijn gelijk aan de eisen die op grond van artikel 1.2, eerste lid, van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies gelden voor het rapport van feitelijke bevindingen dat een accountant in verband met subsidies van deze ministeries met een integrale kostensystematiek moet opstellen.</al>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel II Instellingsbesluit Adviespanel beoordeling aanvragen Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies</titel>
            </kop>
            <al>Dit artikel wijzigt het Instellingsbesluit Adviespanel beoordeling aanvragen Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies (hierna: Instellingsbesluit).</al>
            <al>Deze wijzigingen zijn nodig in verband met het vervangen van het preadvies door een oriënterend adviesgesprek.</al>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel A (Artikel 1 van het Instellingsbesluit)</titel>
              </kop>
              <al>Het preadvies wordt in de Expeditie-regeling vervangen door het oriënterend adviesgesprek. Tegen die achtergrond komt het begrip ‘preadvies’ met dit onderdeel uit artikel 1 te vervallen en wordt het begrip ‘oriënterend adviesgesprek’ toegevoegd. De omschrijving van het begrip ‘oriënterend adviesgesprek’ komt inhoudelijk overeen met die in de Expeditie-regeling.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel B (Artikel 3 van het Instellingsbesluit)</titel>
              </kop>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 1 en 2</titel>
                </kop>
                <al>Het preadvies wordt in de Expeditie-regeling vervangen door het oriënterend adviesgesprek. Verder vervalt de tranchesystematiek in de Expeditie-regeling. Met deze onderdelen wordt dit ook in artikel 3 van het Instellingsbesluit, dat ziet op de taken van het adviespanel, aangepast.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 3</titel>
                </kop>
                <al>Voorafgaand aan het verlenen van de subsidie brengt het adviespanel een advies uit aan de minister over de aanvragen die zijn ingediend. In artikel 3, tweede lid, van het Instellingsbesluit is uitgewerkt welke elementen dit advies moet bevatten. In verband met het aparte subsidiedeelplafond voor activiteiten die zijn gericht op het voorkomen of verlichten van belastende werkzaamheden wordt met dit onderdeel een element over belastende werkzaamheden aan dat advies toegevoegd.</al>
                <al>Op grond van de Expeditie-regeling komen activiteiten alleen voor subsidie binnen het subsidiedeelplafond voor belastende werkzaamheden in aanmerking als het aangevraagde subsidiebedrag voor ten minste 50% ziet op het voorkomen of verlichten van belastende werkzaamheden. Toegevoegd wordt dan ook dat het adviespanel in het advies aan de minister over de aanvragen, aan de hand van de opgestelde integrale rangschikking, een overzicht opneemt van de aanvragen uit de rangschikking die naar het oordeel van het adviespanel aan dit vereiste voldoen.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 4</titel>
                </kop>
                <al>Met dit onderdeel wordt het derde lid vervangen. In het nieuwe derde lid wordt expliciet gemaakt dat de informatie die met het verzoek om een oriënterend adviesgesprek wordt verstrekt en hetgeen tijdens het oriënterend adviesgesprek naar voren wordt gebracht, voor het adviespanel de basis vormt voor de oriënterend adviesgesprekken. En dat alleen oriënterende adviesgesprekken worden gevoerd met partijen die daar een complete aanvraag voor hebben ingediend.</al>
              </divisie>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel C (Artikel 4 van het Instellingsbesluit)</titel>
              </kop>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 1</titel>
                </kop>
                <al>Artikel 4 bevat de termijnen waarbinnen het adviespanel zijn werkzaamheden uitvoert. Daarbij zijn in het tweede lid de termijnen opgenomen waarbinnen het adviespanel een advies aan de minister uitbrengt over de ingediende subsidieaanvragen als de subsidieaanvragen worden verdeeld in tranches. Nu de tranchesystematiek komt te vervallen, kunnen ook de termijn daarvoor vervallen. Dit onderdeel voorziet daarin. Het tweede lid van artikel 4 vervalt hiermee.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Onder 2</titel>
                </kop>
                <al>In het derde lid staat de termijn voor de uitvoering van de taken van het adviespanel ten aanzien van de preadviezen. Nu het preadvies wordt vervangen door een oriënterend adviesgesprek en het adviespanel geen schriftelijke preadviezen meer uitbrengt, wordt met dit onderdeel ook de termijn aangepast. Geregeld is dat het adviespanel binnen twee tot zes weken na het aflopen van de termijn voor het indienen van een verzoek om het voeren van een oriënterend adviesgesprek, de oriënterende adviesgesprekken voert. De partijen ontvangen minimaal één week voor het gesprek een uitnodiging daarvoor.</al>
              </divisie>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel D (Artikel 10 van het Instellingsbesluit)</titel>
              </kop>
              <al>Het preadvies wordt in de regeling vervangen door het oriënterend adviesgesprek. Met dit onderdeel wordt dit ook in artikel 10, derde lid, van het Instellingsbesluit aangepast.</al>
              <al>Op grond van de Expeditie-regeling komen activiteiten alleen voor subsidie binnen het subsidiedeelplafond voor belastende werkzaamheden in aanmerking als het aangevraagde subsidiebedrag voor ten minste 50% ziet op het voorkomen of verlichten van belastende werkzaamheden. Toegevoegd wordt dan ook dat het adviespanel in het advies aan de minister over de aanvragen een overzicht opneemt van de aanvragen die naar het oordeel van het adviespanel aan dit vereiste voldoen.</al>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel III Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding. De wijzigingsregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Daarmee wordt afgeweken van de vaste verandermomenten. Het is in het belang van aanvragers en uitvoering om zo snel mogelijk duidelijkheid te hebben over het nieuwe subsidieplafond, het nieuwe aanvraagtijdvak en de andere wijzigingen die in de Expeditie-regeling worden doorgevoerd.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,</functie>
          <naam>
            <voornaam>J.A.</voornaam>
            <achternaam>Vijlbrief</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>