﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-22884/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van
      29 juni 2026, nr. WJZ/103991925, wijziging van de Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
      2021 ten behoeve van de Sectorale interventie Groenten en Fruit [KetenID WGK 28768]</intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <wie>De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,</wie>
        <considerans>
          <considerans.al>Gelet op</considerans.al>
          <considerans.lijst bevat="grondslag" type="expliciet">
            <li>
              <li.nr>–</li.nr>
              <al>verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van
                     2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de
                     strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk
                     landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees
                     Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor
                     plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van
                     Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L 435);</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>–</li.nr>
              <al>verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van
                     2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het
                     gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU)
                     nr. 1306/2013 (PbEU 2021, L 435);</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>–</li.nr>
              <al>artikel 3 van de Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>–</li.nr>
              <al>de artikelen 15 en 19 van de Landbouwwet;</al>
            </li>
          </considerans.lijst>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Besluit:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <wijzig-artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">I</nr>
          </kop>
          <wat type="wijziging">De Regeling Europese EZ-, LVVN-, KGG-subsidies 2021 wordt als
               volgt gewijzigd:</wat>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">A</lidnr>
            <wat>Artikel 5.1.1 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In het eerste lid wordt in de alfabetische volgorde de volgende
                     begripsbepaling ingevoegd:</wat>
              <artikeltekst>
                <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
                  <definitie-item>
                    <term>nieuwe landbouwer:</term>
                    <definitie>
                      <al>landbouwer, niet zijnde een jonge landbouwer, die voor het eerst
                                 bedrijfshoofd is en beschikt over de vereiste passende opleiding of
                                 vaardigheden;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                </definitielijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>In het tweede lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">a.</nr>
              <wat>De begripsomschrijving van accountant komt te luiden:</wat>
              <artikeltekst>
                <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
                  <definitie-item>
                    <term>accountant:</term>
                    <definitie>
                      <al>een Registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent als
                                 bedoeld in artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep, die is
                                 ingeschreven in het accountantsregister, bedoeld in artikel 36,
                                 eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                </definitielijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">b.</nr>
              <wat>In de begripsomschrijving van uitgavenpost wordt ‘het concrete’ vervangen
                     door ‘de concrete’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">c.</nr>
              <wat>In de alfabetische volgorde worden de volgende begripsbepalingen
                     ingevoegd:</wat>
              <artikeltekst>
                <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
                  <definitie-item>
                    <term>bedrijf:</term>
                    <definitie>
                      <al>alle voor landbouwactiviteiten gebruikte en door een landbouwer
                                 beheerde registergoederen in juridisch eigendom of onder het recht
                                 van reguliere pacht of erfpacht;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>reguliere pacht:</term>
                    <definitie>
                      <al>een overeenkomst als bedoeld in de artikelen 7:317 tot en met
                                 7:326 van het Burgerlijk Wetboek;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                </definitielijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">B</lidnr>
            <wat>Artikel 5.2.10 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In de aanhef wordt na ‘leden’ ingevoegd ‘en eigenaren, aandeelhouders of
                     bestuurders ervan’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>In onderdeel b, subonderdeel 1, wordt ‘door de ondernemingen’ vervangen door
                     ‘tussen ondernemingen en de betreffende producentenorganisatie’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <wat>In onderdeel b, subonderdeel 2, wordt ‘prijsbeleid van de ondernemingen’
                     vervangen door ‘prijsbeleid tussen de betreffende producentenorganisatie en de
                     ondernemingen’.</wat>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">C</lidnr>
            <wat>Artikel 5.2.40 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In het vierde lid wordt na ‘controleverklaring’ ingevoegd ‘en een verslag van
                     verrichte werkzaamheden’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>Er wordt een lid toegevoegd, luidende:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                  <al>Producentenorganisaties overleggen jaarlijks bij de aanvraag tot
                           subsidievaststelling, bedoeld in artikel 5.3.193, aan de minister het
                           actiefondsoverzicht met gebruikmaking van een door de minister
                           beschikbaar gesteld middel.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">D</lidnr>
            <wat>Artikel 5.2.49, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In onderdeel f vervalt ‘of’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>Onder vervanging van de punt door een puntkomma in onderdeel g wordt een
                     onderdeel toegevoegd, luidende:</wat>
              <artikeltekst>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>h.</li.nr>
                    <al>het eenmalig wijzigen van het declareren van een duurzaam
                              productiemiddel dat in tranches is opgenomen naar in één keer
                              declareren.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">E</lidnr>
            <wat>Artikel 5.2.50 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>Aan het tweede lid wordt, onder vervanging van de punt door een puntkomma in
                     onderdeel c, een onderdeel toegevoegd, luidende:</wat>
              <artikeltekst>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>het eenmalig wijzigen van het declareren van een duurzaam
                              productiemiddel dat in tranches is opgenomen naar in één keer
                              declareren. Deze wijziging kan ingediend worden tussen 16 oktober en
                              31 januari om 12:00 uur.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>Er wordt een lid toegevoegd, luidende:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">8.</lidnr>
                  <al>De producentenorganisatie geeft ten aanzien van de melding van
                           wijzigingen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, gemotiveerd aan
                           wat de gevolgen van deze wijziging zijn voor de uitvoering en de
                           begroting van het operationeel programma.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">F</lidnr>
            <wat>Aan artikel 5.2.64 wordt een lid toegevoegd, luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                  <al>Indien de producentenorganisatie het duurzaam productiemiddel niet
                           herplaatst of terugvordert als bedoeld in het eerste lid, wordt de
                           restwaarde bij de producentenorganisatie teruggevorderd.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">G</lidnr>
            <wat>Aan artikel 5.2.66 wordt een lid toegevoegd, luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                  <al>In afwijking van het tweede lid kan bij de aanvraag tot
                           subsidievaststelling eenmalig een restantbedrag gedeclareerd worden
                           indien een wijziging is ingediend zoals bedoeld in artikel 5.2.49, eerste
                           lid, onderdeel h, of artikel 5.2.50, tweede lid, onderdeel d.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">H</lidnr>
            <wat>Na artikel 5.3.4 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">5.3.4a.</nr>
                  <titel>Subsidie jonge of nieuwe landbouwers</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>Het percentage, bedoeld in artikel 52, lid 5a van verordening 2021/2115,
                           wordt verleend voor een investering in een duurzaam productiemiddel in
                           het kader van de sectorale doelstellingen productieplanning en
                           organisatie, concentratie van het aanbod en in de handel brengen van de
                           producten, en verbetering van het concurrentievermogen, bedoeld in
                           artikel 46, aanhef en onderdelen a, b, en c, van verordening 2021/2115,
                           op het bedrijf, waarvan het bedrijfshoofd een jonge landbouwer of nieuwe
                           landbouwer is die voor het eerst lid is van een producentenorganisatie,
                           en in die hoedanigheid voor het eerst deelneemt aan een operationeel
                           programma of gedurende de drie jaar na de datum waarop de jonge
                           landbouwer of nieuwe landbouwer het lidmaatschap bij een
                           producentenorganisatie heeft verkregen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Een jonge landbouwer wordt geacht voor het eerst deel te nemen aan een
                           operationeel programma, wanneer deze:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>bedrijfshoofd is van een lid dat het lidmaatschap bij een
                                 producentenorganisatie heeft verkregen gedurende de looptijd van
                                 het operationeel programma van die producentenorganisatie;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>gedurende de looptijd van een operationeel programma bedrijfshoofd
                                 wordt van een lid van een producentenorganisatie;</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>Een nieuwe landbouwer wordt geacht voor het eerst deel te nemen aan een
                           operationeel programma, wanneer deze:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>voor het eerst bedrijfshoofd is van een lid dat het lidmaatschap
                                 bij een producentenorganisatie heeft verkregen gedurende de
                                 looptijd van het operationeel programma van die
                                 producentenorganisatie;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>gedurende de looptijd van een operationeel programma voor het
                                 eerst bedrijfshoofd wordt van een lid van een
                                 producentenorganisatie.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                  <al>Een jonge landbouwer of nieuwe landbouwer is bedrijfshoofd als bedoeld
                           in artikel 5.1.1, eerste lid, indien deze op de datum van indiening van
                           de aanvraag, bedoeld in artikel 5.2.48, derde lid:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>voor ten minste 50 procent zeggenschap heeft in een
                                 landbouwbedrijf;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>als natuurlijk persoon daadwerkelijke langdurige zeggenschap heeft
                                 in een landbouwbedrijf als bedoeld in artikel 16 van de
                                 Uitvoeringsregeling GLB 2023 dat, behoudens de datum, bedoeld in
                                 het tweede lid van dat artikel, van overeenkomstige toepassing is;
                                 en</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>belast of mede belast is met de dagelijkse bedrijfsvoering.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                  <al>Van de 50 procent zeggenschap, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a,
                           is sprake, ingeval een jonge landbouwer en nieuwe landbouwer:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>ten minste 50 procent van een bedrijf juridisch in eigendom of
                                 onder het recht van reguliere pacht of erfpacht heeft; of</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>ten minste 50 procent van de aandelen bezit in geval van een
                                 naamloze vennootschap of besloten vennootschap.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                  <al>Indien aan het bedrijf meerdere jonge landbouwers of nieuwe landbouwers
                           als bedrijfshoofd deelnemen, dan hebben de jonge landbouwers of nieuwe
                           landbouwers individueel de vereiste daadwerkelijke langdurige
                           zeggenschap, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, en gezamenlijk ten
                           minste het percentage van de zeggenschap, bedoeld in het vierde lid,
                           onderdeel a.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">7.</lidnr>
                  <al>Een jonge landbouwer of nieuwe landbouwer beschikt over een passende
                           opleiding of passende vaardigheden, als bedoeld in artikel 5.1.1, eerste
                           lid, indien deze beschikt over:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>een diploma of een getuigschrift van een opleiding landbouw,
                                 tuinbouw of aanverwant op het niveau middelbaar beroepsonderwijs;
                                 of</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>een bewijs van tenminste twee jaar aantoonbare ervaring met land-
                                 en tuinbouwproductie, op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in
                                 artikel 5.2.48, tellend vanaf het moment dat de leeftijd van 16
                                 jaar is bereikt.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">8.</lidnr>
                  <al>Op verzoek van de minister overlegt de producentenorganisatie
                           bewijsstukken om aan te tonen dat het bedrijfshoofd van een lid
                           kwalificeert als jonge landbouwer of nieuwe landbouwer.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">I</lidnr>
            <wat>In artikel 5.3.8a, eerste lid, wordt ‘artikel 3.84 van het Besluit bouwwerken
                  leefomgeving’ vervangen door ‘de artikelen 3.84, 3.145 en 4.160c van het Besluit
                  bouwwerken leefomgeving’.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">J</lidnr>
            <wat>Aan artikel 5.3.78, zevende lid, wordt onder vervanging van de punt door een
                  puntkomma in onderdeel i een onderdeel toegevoegd, luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikeltekst>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>j.</li.nr>
                    <al>installaties of apparatuur voor conditionering van champignon- en
                              witloftrekcellen.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">K</lidnr>
            <wat>In artikel 5.3.83, onderdeel d, wordt ‘vliegenlampen’ vervangen door ‘lampen
                  voor de bestrijding van gevleugelde insecten’.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">L</lidnr>
            <wat>In artikel 5.3.93 vervalt het derde lid.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">M</lidnr>
            <wat>In artikel 5.3.103, eerste lid, onderdeel a, wordt ‘de Regeling
                  natuurbescherming’ vervangen door ‘artikel 4.30 van de Omgevingsregeling in
                  samenhang met Bijlage VIIb van de Omgevingsregeling’.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">N</lidnr>
            <wat>Aan artikel 5.3.121, zevende lid, wordt onder vervanging van de punt door een
                  puntkomma in onderdeel i een onderdeel toegevoegd, luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikeltekst>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>j.</li.nr>
                    <al>installaties of apparatuur voor conditionering van champignon- en
                              witloftrekcellen.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">O</lidnr>
            <wat>Artikel 5.3.127 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In onderdeel a vervalt ‘of’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>Onder vervanging van de punt door een puntkomma in onderdeel b wordt een
                     onderdeel toegevoegd, luidende:</wat>
              <artikeltekst>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>anti-stuifmiddelen op basis van Magnesiumlignosulfonaat die op grond
                              van bijlage Aa van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet als meststof
                              kunnen worden verhandeld.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">P</lidnr>
            <wat>In artikel 5.3.134 vervalt het derde lid.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">Q</lidnr>
            <wat>In artikel 5.3.175, eerste en derde lid, wordt ‘subsidiebedragen’ telkens
                  vervangen door ‘steunbedragen’.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">R</lidnr>
            <wat>In artikel 5.3.177, eerste lid, wordt ‘afnemers als bedoeld in artikel 5.3.174,
                  vierde lid’ vervangen door ‘afnemers voor toegestane bestemmingen als bedoeld in
                  artikel 5.3.173, vierde lid’.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">S</lidnr>
            <wat>In artikel 5.3.193 wordt ’15 februari’ vervangen door ‘1 maart’.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">T</lidnr>
            <wat>In artikel 5.3.194, tweede lid, wordt ’31 maart van’ vervangen door ‘de datum
                  van het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling in’.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">U</lidnr>
            <wat>Artikel 5.3.194a wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>Voor de tekst wordt een ‘1’ geplaatst.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>Er wordt een lid toegevoegd, luidende:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>In afwijking van het eerste lid kan in geval van een oogst- en
                           productieverzekering als bedoeld in artikel 47, tweede lid, onderdeel i,
                           van verordening 2021/2115 de factuur en het betaalbewijs aan de
                           verzekeringsmaatschappij op naam van het bij de producentenorganisatie
                           aangesloten lid staan.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">V</lidnr>
            <wat>Artikel 5.3.198a, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>Aan het slot van de onderdelen b en d vervalt ‘en’.</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma
                     worden de volgende onderdelen toegevoegd, luidende:</wat>
              <artikeltekst>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>f.</li.nr>
                    <al>aantal afzetbevorderings-, communicatie- en marketinginterventies per
                              doelstelling als bedoeld in artikel 46, onderdelen h en i, van
                              verordening 2021/2115;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>g.</li.nr>
                    <al>het geslacht van de jonge landbouwer of nieuwe landbouwer.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">W</lidnr>
            <wat>In artikel 5.6.1 vervalt de begripsbepaling van ‘nieuwe landbouwer’.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">X</lidnr>
            <wat>In artikel 5.6.2, negende lid, wordt ‘artikel 5.6.1’ vervangen door ‘artikel
                  5.1.1’.</wat>
          </wijzig-lid>
        </wijzig-artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">II</nr>
          </kop>
          <al>Deze regeling treedt in werking met ingang  van 1 juli 2026, met uitzondering van Artikel
               I, onderdeel B, dat met ingang van 1 januari 2028 in werking treedt, en geldt, voor
               wat betreft artikel I, onderdelen H tot en met P en T met ingang van het
               uitvoeringsjaar 2027.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.</al>
        </slotformulering>
        <gegeven>
          <dagtekening>
            <plaats>’s-Gravenhage,</plaats>
            <datum isodatum="2026-06-29">29 juni 2026</datum>
          </dagtekening>
        </gegeven>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Landbouw,
               Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,</functie>
          <naam>
            <voornaam>J. van</voornaam>
            <achternaam>Essen</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">I.</nr>
            <titel>Algemeen</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <titel>Inleiding</titel>
            </kop>
            <al>De nationale regelgeving ten behoeve van de Sectorale interventie groenten en
                  fruit is als onderdeel van het Nationaal Strategisch Plan voor lidstaat Nederland
                  vastgelegd in de Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021 (hierna: REES
                  2021). Hoofdstuk 5 van de REES 2021 ziet op specifieke subsidieregels voor het
                  ELGF en ELFPO. In titel 5.1 zijn algemene bepalingen opgenomen die voor het ELGF
                  en het ELFPO in het algemeen en daarmee voor alle titels van hoofdstuk 5 van de
                  REES 2021 relevant zijn. In titels 5.2 tot en met 5.3 staan de bepalingen die
                  specifiek voor de sectorale interventie groenten en fruit gelden.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <titel>Doel en aanleiding van de wijzigingen</titel>
            </kop>
            <al>De Sectorale interventie groenten en fruit heeft als doel de teelt van groenten
                  en fruit te verduurzamen en marktgericht te kunnen produceren. Hiermee wordt
                  beoogd de positie van de telers in de keten te versterken.</al>
            <al>Voor de wijziging van de sectorale interventie groenten en fruit is met de sector
                  en de uitvoerende organisatie gesproken en zijn wensen ingewilligd waar deze
                  passend waren binnen de kaders en doelstellingen van de sectorale interventie en
                  het nationaal strategisch plan.</al>
            <al>Met deze wijziging wordt uitvoering gegeven aan het politieke akkoord dat bereikt
                  is naar aanleiding van het Commissievoorstel met nummer COM(2024) 577 final,<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de
                        Verordeningen (EU) nr. 1308/2013, (EU) 2021/2115 en (EU) 2021/2116 wat
                        betreft de versterking van de positie van landbouwers in de
                        voedseltoeleveringsketen.</noot.al></noot> die onder andere verordening 2021/2115 wijzigt. De publicatie van deze
                  wijzigingsverordening volgt naar verwachting in juli 2026. Het akkoord omvat een
                  verhoogd steunpercentage van 70% voor investeringen in een duurzaam
                  productiemiddel die worden geplaatst op het bedrijf van jonge- en nieuwe
                  landbouwers, die voor het eerst lid zijn van een producentenorganisatie, als
                  onderdeel van hun eerste operationeel programma, en in het kader van de sectorale
                  doelstellingen productieplanning en – organisatie, concentratie van het aanbod en
                  in de handel brengen van de producten, en verbetering van het
                  concurrentievermogen, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdeel a, b, en c, van
                  verordening 2021/2115.</al>
            <al>Voorts zijn de bepalingen met betrekking tot de eigendomsbelangen van leden in
                  afnemers van de producentenorganisaties waar zij lid van zijn aangescherpt, zodat
                  deze gelden voor alle uiteindelijke belanghebbenden (<nadruk type="cur">Ultimate
                     Beneficial Owners</nadruk> (UBO)) van het desbetreffende lid, en niet enkel
                  voor de relatie tussen afnemer en producentenorganisatie. Tevens wordt het
                  mogelijk gemaakt voor producentenorganisaties om de keuze voor het declareren van
                  een investering in tranches eenmalig te wijzigen, zodat het restantbedrag in één
                  keer gedeclareerd kan worden. Daarnaast is de regeling in overeenstemming gebracht
                  met gewijzigde relevante regelgeving en zijn er enkele wijzigingen aangebracht om
                  bestaande uitvoeringspraktijk te codificeren.</al>
            <al>Tot slot zijn er enkele kleine correcties aangebracht, zijn er wijzigingen
                  aangebracht in de subsidiabele uitgaven zoals het toevoegen van een
                  anti-stuifmiddel ten behoeve van duurzaam bodembeheer, en waar noodzakelijk zijn
                  enkele begrippen nader gedefinieerd, zoals nieuwe landbouwer.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <titel>Regeldruk</titel>
            </kop>
            <al>Voor onderhavige wijzigingsregeling is een vergelijking gemaakt tussen de
                  aanpassingen die de regeldruk verlagen en die de regeldruk verhogen. Het
                  verminderen van de administratieve lasten voor de aanvragers en de
                  uitvoeringsorganisatie is een aandachtspunt geweest. Verreweg de meeste
                  aanpassingen hebben betrekking op verduidelijking van teksten, het verwijderen of
                  verbeteren van verwijzingen, de onderlinge afstemming tussen artikelen en overige
                  regelgeving of het concreter benoemen van reeds bestaande verplichtingen. Deze
                  aanpassingen hebben geen invloed op de regeldruk. Daarom is de vergelijking
                  beperkt tot de aanpassingen die de regeldruk het meest verlagen met de
                  aanpassingen die de regeldruk het meest verhogen.</al>
            <al>Enkele aanpassingen vormen een (lichte) verhoging van de regeldruk. Er is een
                  bepaling van de regeling gewijzigd dat niet alleen leden melding moeten doen van
                  eigendomsbelangen in ondernemingen die afnemer zijn van de producentenorganisaties
                  waar zij lid van zijn, maar alle uiteindelijke belanghebbenden (UBO) van leden.
                  Indien sprake is van een dergelijk belang moeten zij ook aantonen geen invloed te
                  kunnen uitoefenen op de verkoopvoorwaarden of commerciële relaties tussen de
                  producentenorganisatie en de afnemer. Dit artikel was voorheen van toepassing op
                  leden van producentenorganisaties, maar dit kunnen bedrijven zijn met meerdere
                  rechtspersonen als belanghebbenden. Om deze reden is het uitgebreid. Hiervoor
                  zullen producentenorganisaties hun statuten aan moeten passen, wat eenmalig lichte
                  regeldruk oplevert. Voor het aanpassen van de statuten, de juridische controle, en
                  de notariële goedkeuring van de statuten worden de eenmalige regeldrukkosten
                  ingeschat op € 677,– per producentenorganisatie. Voor de 11
                  producentenorganisaties samen is dat in totaal € 7.447,–. Om de
                  producentenorganisaties voldoende tijd te geven aan deze gewijzigde bepaling te
                  voldoen, geldt deze vanaf een latere ingangsdatum, namelijk 1 januari 2028.</al>
            <al>Tevens dienen de producentenorganisaties kennis te nemen van de
                  wijzigingsregeling. Dit betreft naar schatting € 50,– voor een tijdsbesteding van
                  één uur per producentenorganisatie, voor de 11 producentenorganisaties samen in
                  totaal € 550,–.</al>
            <al>Voorts hebben enkele aanpassingen naar verwachting een neutraal effect op de
                  regeldruk. Op grond van een recente wijziging van verordening 2021/2115 wordt het
                  subsidiepercentage verhoogd van 50% naar 70% voor investeringen op het bedrijf van
                  jonge en nieuwe landbouwers. Dit betreft een lastenluwe implementatie van Europese
                  regelgeving en is geen verplichting voor de begunstigden. Producentenorganisaties
                  kunnen indien leden voldoen aan deze voorwaarden een verhoogd subsidiepercentage
                  voor bepaalde investeringen aanvragen. Vanwege de voorwaarden die gesteld worden
                  aan jonge- en nieuwe landbouwers zal de wijziging aanvullende controles op de
                  leeftijd en het lidmaatschap van de betreffende landbouwers tot gevolg hebben.
                  Hiervoor dient bewijsvoering aangeleverd te worden, wat zich zo veel mogelijk
                  beperkt tot documentatie die deze personen tot hun beschikking zouden moeten
                  hebben (behaalde diploma’s, bewijs van werkervaring, bewijs van zeggenschap over
                  een bedrijf). De landbouwers in kwestie dienen deze documentatie aan te leveren en
                  de producentenorganisatie dient deze bewijsvoering aan de uitvoeringsinstantie te
                  overleggen. Dit kost hen beiden ongeveer een half uur per investering en levert zo
                  marginale regeldruk op van € 50 per investering. Dit wordt ruimschoots
                  gecompenseerd door het hogere subsidiepercentage. Vanwege het facultatieve
                  karakter van de wijziging en het financiële voordeel voor de begunstigden is
                  geconcludeerd dat deze wijziging een neutraal effect heeft op de regeldruk.</al>
            <al>De mogelijkheid dat een declaratie van een investering gewijzigd kan worden van
                  een declaratie in tranches naar een declaratie in één keer heeft per saldo naar
                  verwachting tevens een neutraal effect op de regeldruk. Producentenorganisaties
                  hebben de mogelijkheid hier gebruik van te maken, het is geen verplichting, maar
                  indien zij hier gebruik van willen maken moet er een wijziging voor ingediend
                  worden. Dit vereist een administratieve handeling. Daartegenover biedt de
                  mogelijkheid de producentenorganisaties meer financiële ruimte in volgende jaren
                  en dus meer flexibiliteit in de financiële planning van hun operationele
                  programma’s, wat de algehele regeldruk van de interventie voor een
                  producentenorganisatie verlaagt.</al>
            <al>Tot slot is er een bepaling geschrapt die afdekzeilen en silo’s voor wateropslag
                  uitsloot van subsidie in combinatie met investeringen bij substraatteelt ter
                  verbetering van de waterkwaliteit bij de bron. Producentenorganisaties hoeven bij
                  dit type investering niet meer te controleren of de betreffende onderdelen in hun
                  aanvraag zijn opgenomen en subsidiabel zijn. Dit vormt een beperkte vermindering
                  van de regeldruk op een specifieke type investering, vandaar dat het regeldruk
                  verlagend effect geschat wordt op € 0,–.</al>
            <al>Naar schatting bedragen eenmalige regeldrukkosten per producentenorganisatie en
                  in totaal:</al>
            <table tabstyle="xml1" frame="topbot" pgwide="1" rowsep="0" colsep="0">
              <tgroup tgroupstyle="xml1" cols="4" char="" charoff="50" align="left">
                <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="128*" />
                <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="180*" colsep="1" />
                <colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="74*" colsep="1" />
                <colspec colnum="4" colname="col4" colwidth="53*" colsep="1" />
                <thead valign="bottom">
                  <row rowsep="1">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Activiteit</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Betreffende bedrijven</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Eenheidsprijs</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="right" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Totaal</al>
                    </entry>
                  </row>
                </thead>
                <tbody valign="top">
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Kennisname regeling</al>
                      <al>1 uur</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>11 producentenorganisaties</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>€ 50</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="right" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                      <al>550</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="1" valign="top" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="1" valign="top" align="right" colname="col4" morerows="0" rotate="0" />
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Aanpassen statuten +</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>11 producentenorganisaties</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>€ 77</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="right" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                      <al>847</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Juridische controle +</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="1" valign="top" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>€ 100</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="right" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                      <al>1.100</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>notariële goedkeuring +</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="1" valign="top" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>€ 500</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="right" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                      <al>5.500</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Totale eenmalige kosten</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="1" valign="top" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>€ 727,–</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="right" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                      <al>7.997,–</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
            <al>Omdat de genoemde wijzigingen een zeer marginaal effect hebben op de regeldruk,
                  en verreweg de meeste wijzigingen geen invloed hebben, is de conclusie dat de
                  algehele regeldruk gelijk blijft.</al>
            <al>In 2026 zijn 11 producentenorganisaties erkend met een lopend operationeel
                  programma, dat in 2027 voortgezet wordt. Deze producentenorganisaties hebben voor
                  2026 in totaal ruim 185 miljoen euro aan subsidie verleend gekregen. Dat komt neer
                  op een gemiddeld subsidiepercentage van bijna 68%. Deze wijzigingsregeling heeft
                  een relatief kleine invloed op het totaal van de bestaande regeling.</al>
            <al>De regeldruk is voldoende in kaart gebracht, ATR heeft het dossier niet
                  geselecteerd voor een formeel advies omdat het geen significante gevolgen voorziet
                  voor de regeldruk.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">4.</nr>
              <titel>Notificatie</titel>
            </kop>
            <al>De regeling bevat geen nieuwe technische voorschriften in de zin van Richtlijn
                  (EU) 2015/1535 en is niet genotificeerd bij de Commissie.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">5.</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2026 met uitzondering van
                  artikel I, onderdeel B, dat met ingang van 1 januari 2028 in werking treedt.
                  Daarnaast geldt voor artikel I, onderdelen H tot en met P en T, dat deze gelden
                  met ingang van het uitvoeringsjaar 2027. Deze onderdelen betreffen wijzigingen die
                  betrekking hebben op de subsidiabiliteit van uitgaven. Ten behoeve van een
                  ordentelijke uitvoering gelden deze wijzigingen daarom met ingang van het
                  eerstvolgende uitvoeringsjaar, 2027.</al>
            <al>Artikel I, onderdeel B heeft een latere ingangsdatum om producentenorganisaties
                  en hun leden de tijd te geven de noodzakelijke handelingen te verrichten om te
                  voldoen aan de gewijzigde bepaling, zoals het wijzigen van statuten. De doelgroep
                  is dus gebaat bij een latere ingangsdatum.</al>
            <al>De mogelijkheid van het verhogen van het percentage voor investeringen op locatie
                  van jonge landbouwers en nieuwe landbouwers, zoals uitgewerkt in nieuw artikel
                  5.3.4a zal gelden vanaf uitvoeringsjaar 2027. Het subsidiepercentage kan worden
                  aangevraagd en verleend voor nieuwe investeringen vanaf uitvoeringsjaar 2027 en
                  niet voor investeringen die zijn verleend voor 2026 of door middel van een
                  tussentijdse wijziging zijn of worden verleend in 2026.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">II.</nr>
            <titel>Artikelsgewijze toelichting</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel A</titel>
            </kop>
            <al>In artikel 5.1.1, eerste lid wordt een begripsbepaling voor ‘nieuwe landbouwer’
                  ingevoegd. Een nieuwe landbouwer is een landbouwer die ouder is dan 40 jaar op het
                  moment van indienen van de aanvraag voor verlening, voor het eerst bedrijfshoofd
                  en beschikt over een passende opleiding of vaardigheden. Zie voor een nadere
                  toelichting de artikelsgewijze toelichting bij Artikel I, onderdeel F.</al>
            <al>Met de wijziging van de begripsomschrijving van ‘accountant’ in artikel 5.1.1.
                  wordt geborgd dat alleen gecertificeerde accountants die bevoegd zijn tot het
                  uitvoeren van wettelijke controles worden bedoeld.</al>
            <al>In de begripsomschrijving van uitgavenpost wordt een schrijffout
                  gecorrigeerd.</al>
            <al>In het tweede lid worden de begripsomschrijvingen van ‘bedrijf’ en ‘reguliere
                  pacht’ ingevoegd. De begrippen worden gebruikt om te beoordelen of er sprake is
                  van daadwerkelijke langdurige zeggenschap, wat een vereiste is om als jonge
                  landbouwer of nieuwe landbouwer te worden beschouwd als bedrijfshoofd. Reguliere
                  pacht en erfpacht zijn veel voorkomende juridische titels voor (agrarisch)
                  grondgebruik in Nederland. Om aan te sluiten bij die praktijk is het ook mogelijk
                  met een bedrijf onder het recht van reguliere pacht of erfpacht voor subsidie in
                  aanmerking te komen. Voor erfpacht wordt verwezen naar het genotsrecht, bedoeld in
                  titel 7 Erfpacht van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek (artikelen 85 tot en met
                  100), voor reguliere pacht is een begripsomschrijving toegevoegd waarin wordt
                  verwezen naar de pachtovereenkomst als bedoeld in titel 5 Pacht van Boek 7 van het
                  Burgerlijk Wetboek (artikelen 317 tot en met 326).</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel B</titel>
            </kop>
            <al>Om effectief en onafhankelijk namens hun leden de afzet te kunnen verzorgen, is
                  het voor producentenorganisaties van essentieel belang dat er geen invloed is
                  vanuit afnemers op de verkoop en commerciële relaties van de
                  producentenorganisatie. Artikel 5.2.10 dient ertoe dit te waarborgen, maar
                  beperkte zich tot het lid zelf terwijl het geldt voor alle belanghebbenden
                     (<nadruk type="cur">Ultimate Beneficial Owners</nadruk> (UBO)) van een lid. Om
                  er geen twijfel over te laten bestaan dat er geen inmenging mag zijn van één
                  (rechts)persoon bij zowel de koop als verkoop van groenten en fruit van
                  producentenorganisaties wordt verduidelijkt dat het niet alleen gaat om de
                  eigendomsbelangen van de leden van de producentenorganisatie, maar ook van de
                  eigenaren, aandeelhouders of bestuurders van de leden. Producentenorganisaties
                  zullen hun statuten hierop moeten aanpassen. Tevens zijn het tweede en derde lid
                  gespecificeerd zodat de beperking enkel geldt voor de relatie tussen ondernemingen
                  en de producentenorganisatie van de producten waarvoor het lid bij de
                  producentenorganisatie is aangesloten, en niet voor de relatie tussen
                  ondernemingen en het lid in algemene zin.</al>
            <al>Om producentenorganisaties de tijd te geven hun statuten aan deze wijziging aan
                  te passen treedt dit artikel in werking met ingang van 1 januari 2028.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel C</titel>
            </kop>
            <al>Aan artikel 5.2.40, vierde lid, wordt toegevoegd dat door de externe accountant
                  die de controle uitvoert, naast het overleggen van een controleverklaring ook een
                  verslag van de verrichte werkzaamheden moet worden overlegd, zodat de
                  producentenorganisatie geïnformeerd is over hetgeen de accountant heeft
                  gecontroleerd. Hiermee wordt het artikel inhoudelijk gelijkgeschakeld met artikel
                  5.3.195. Dit is een codificatie van de huidige praktijk.</al>
            <al>Ook wordt een nieuw lid toegevoegd, waaruit blijkt dat producentenorganisaties
                  bij de aanvraag tot subsidievaststelling een overzicht van het actiefonds moet
                  worden aangeleverd. Hiermee dienen producentenorganisaties aan te tonen dat de
                  financiering van hun operationele programma's via het actiefonds deugdelijk is.
                  Het nieuwe lid bevat een codificatie van deze huidige praktijk.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel D</titel>
            </kop>
            <al>Met de wijziging van artikel 5.2.49 wordt gefaciliteerd dat
                  producentenorganisaties in hun operationeel programma kunnen wijzigen dat een
                  investering in een duurzaam productiemiddel niet meer in tranches wordt
                  gedeclareerd, maar in één keer. Er kan per investering in een duurzaam
                  productiemiddel één keer een wijziging ingediend worden om het restbedrag in één
                  keer te declareren in plaats van in tranches. Met deze mogelijkheid kunnen
                  producentenorganisaties investeringen in een duurzaam productiemiddel versneld
                  declareren, wat hen meer flexibiliteit geeft in de financiële planning van hun
                  operationele programma’s.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel E</titel>
            </kop>
            <al>De wijziging van artikel 5.2.50 ziet op de mogelijkheid voor
                  producentenorganisaties om gedurende het jaar in hun operationele programma te
                  wijzigen dat een investering in een duurzaam productiemiddel niet meer in tranches
                  wordt gedeclareerd, maar in één keer. Er kan per investering in een duurzaam
                  productiemiddel één keer een wijziging ingediend worden om het restbedrag in één
                  keer te declareren in plaats van in tranches. Wanneer het operationeel programma
                  op dit punt wordt gewijzigd moet de producentenorganisatie hiervan melding doen en
                  daarbij uitwerken wat de gevolgen zijn voor de uitvoering en de begroting van het
                  operationeel programma. Tevens kan de wijziging slechts ingediend worden tussen
                  16 oktober en 31 januari om 12:00 uur, zodat deze door de uitvoeringsorganisatie
                  verwerkt kan worden bij de beoordeling van de vaststelling. Met deze mogelijkheid
                  kunnen producentenorganisaties investeringen in een duurzaam productiemiddel
                  versneld declareren, wat hen meer flexibiliteit geeft in de financiële planning
                  van hun operationele programma’s</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel F</titel>
            </kop>
            <al>Artikel 5.2.64, eerste lid, beschrijft wat een producentenorganisatie moet doen
                  bij het uittreden van een lid. Een producentenorganisatie moet een duurzaam
                  productiemiddel dat op het terrein van het uittredend lid van de
                  producentenorganisatie is geplaatst, herplaatsen naar het terrein van een ander
                  lid of de restwaarde terugvorderen bij het uittredend lid. Middels deze wijziging
                  wordt toegevoegd dat als een producentenorganisatie deze acties niet uitvoert, de
                  restwaarde bij de producentenorganisatie zelf wordt teruggevorderd. Dit betreft
                  een codificatie van de bestaande praktijk.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel G</titel>
            </kop>
            <al>De wijziging van artikel 5.2.66 ziet op de mogelijkheid voor
                  producentenorganisaties om de wijze waarop investeringen in duurzame
                  productiemiddelen gedeclareerd kunnen worden te wijzigen van in tranches naar in
                  één keer. Er kan per investering in een duurzaam productiemiddel één keer een
                  wijziging ingediend worden om het restbedrag in één keer te declareren in plaats
                  van in tranches. Vervolgens kan deze opgenomen worden in de gedeeltelijke betaling
                  of de vaststelling. Omdat met de wijziging meerdere tranches in één keer worden
                  gedeclareerd, is het noodzakelijk af te kunnen wijken van het tweede lid van
                  artikel 5.2.66 dat voorschrijft dat tranches identieke bedragen dienen te
                  zijn.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel H</titel>
            </kop>
            <al>Artikel I, onderdeel E implementeert het politieke akkoord dat bereikt is naar
                  aanleiding van het Commissievoorstel met nummer COM(2024) 577 final,<noot id="n2" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de
                        Verordeningen (EU) nr. 1308/2013, (EU) 2021/2115 en (EU) 2021/2116 wat
                        betreft de versterking van de positie van landbouwers in de
                        voedseltoeleveringsketen.</noot.al></noot> die onder andere verordening 2021/2115 wijzigt. De publicatie van deze
                  wijzigingsverordening volgt naar verwachting in juli 2026.</al>
            <al>Aan artikel 52 van die verordening wordt een lid 5a toegevoegd, waardoor het
                  mogelijk wordt om voor investeringen in duurzame productiemiddelen op het bedrijf
                  die volledig eigendom is van jonge en nieuwe landbouwers, die voor het eerst lid
                  zijn van een producentenorganisatie, het subsidiepercentage te verhogen van 50%
                  tot 70%. Er mag dus geen sprake zijn van gedeeld eigendom. Uit artikel 5.2.72
                  volgt dat het verhoogde subsidiepercentage tevens geldt voor uitgaven voor huur en
                  lease, mits deze een economisch verantwoord alternatief voor koop vormen en voor
                  zover koop van het duurzaam productiemiddel subsidiabel zou zijn. De verhoging van
                  het subsidiepercentage geldt alleen wanneer de jonge landbouwer of nieuwe
                  landbouwer de investering doet als onderdeel van hun eerste operationeel
                  programma, of (als het niet het eerste operationeel programma is) gedurende de
                  3 jaar na de datum waarop jonge landbouwers of nieuwe landbouwers zich bij de
                  producentenorganisatie hebben aangesloten. Het eerste lid noemt deze eisen.</al>
            <al>In het tweede en derde lid wordt gespecificeerd wanneer een jonge landbouwer of
                  nieuwe landbouwer wordt geacht voor het eerst deel te nemen aan een operationeel
                  programma. Een jonge landbouwer neemt voor het eerst deel aan een operationeel
                  programma als deze ofwel bedrijfshoofd is van een lid dat het lidmaatschap bij een
                  producentenorganisatie heeft verkregen gedurende de looptijd van het lopende
                  operationeel programma van die producentenorganisatie, ofwel gedurende de looptijd
                  van een lopend operationeel programma bedrijfshoofd wordt van een lid van een
                  producentenorganisatie. Voor een nieuwe landbouwer gelden deze eisen ook, maar
                  daarvoor geldt dat deze voor het eerst bedrijfshoofd moet zijn.</al>
            <al>In het vierde en vijfde lid wordt uitgewerkt aan welke eisen voldaan moet zijn om
                  in het licht van deze regeling beschouwd te kunnen worden als bedrijfshoofd. Een
                  jonge landbouwer of nieuwe landbouwer wordt gezien als bedrijfshoofd wanneer deze
                  het landbouwbedrijf in eigen naam uitvoert, en in geval sprake is van
                  betrokkenheid van andere (jonge) landbouwers, voldoende zeggenschap heeft in het
                  bedrijf. De concrete vereisten zijn, in het geval van andere betrokken
                  landbouwers, als volgt: i) de jonge landbouwer heeft ten minste 50% zeggenschap in
                  het landbouwbedrijf; ii) de landbouwer heeft als natuurlijk persoon daadwerkelijk
                  langdurige zeggenschap in het bedrijf en iii) de jonge landbouwer is betrokken bij
                  de dagelijkse bedrijfsvoering.</al>
            <al>Ook bepaalde pachtvormen kunnen relevant zijn voor de beoordeling van de
                  zeggenschap. Hoewel de jonge landbouwer op grond van een pachtconstructie niet het
                  volledige bedrijf met bijbehorende grond en registergoederen ‘in eigendom’
                  verkrijgt, is dit een veel voorkomende constructie bij de start van een bedrijf of
                  bij bedrijfsovernames. Vaak ook omdat degene die het bedrijf overdraagt zelf niet
                  altijd het bedrijf volledig in eigendom heeft.</al>
            <al>Met het zesde lid wordt verduidelijkt welke eisen aan jonge landbouwers en nieuwe
                  landbouwers worden gesteld wanneer meerdere jonge of nieuwe landbouwers als
                  bedrijfshoofd betrokken zijn bij een landbouwbedrijf. Zij moeten in dat geval
                  individueel beschikken over de benodigde daadwerkelijke en langdurige zeggenschap,
                  terwijl zij gezamenlijk voor 50% (juridische) zeggenschap in het bedrijf moeten
                  hebben.</al>
            <al>Een jonge landbouwer of nieuwe landbouwer moet ook een passende opleiding hebben,
                  zoals blijkt uit het zevende lid. Ofwel beschikt de jonge landbouwer over een
                  diploma of getuigschrift van een opleiding landbouw, tuinbouw of aanverwant op het
                  niveau middelbaar beroepsonderwijs of hoger onderwijs, ofwel beschikt deze
                  aantoonbaar over ten minste twee jaar ervaring met land- en tuin-bouwproductie op
                  het tijdstip van de subsidieaanvraag.</al>
            <al-groep>
              <al>Uit het achtste lid blijkt dat om te bepalen of aan bovenstaande vereisten is
                     voldaan aanvullende gegevens kunnen worden opgevraagd. Het kan onder andere
                     gaan om de volgende informatie:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>Leeftijd en geslacht: Identiteitsbewijs</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>Educatie en werkervaring: Diploma, getuigschrift of verklaring van
                           werkervaring.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>Bedrijfshoofd: Bijvoorbeeld maatschapsakte of aandeelhoudersovereenkomst
                           en statuten waaruit blijkt dat 50% of meer van het kapitaal in handen is
                           van de jonge/nieuwe landbouwer</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>Voor het eerst (bedrijfshoofd) (alleen voor nieuwe landbouwer): CV of
                           verklaring van het lid aan de producentenorganisatie over het
                           arbeidsverleden in samenwerkingsovereenkomst.</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>Bovenstaande is een niet limitatieve lijst.</al>
            <al>Wanneer blijkt dat het bedrijfshoofd van het lid niet voldoet aan de definitie
                  van jonge landbouwer of nieuwe landbouwer zal de investering volledig worden
                  afgekeurd.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel I</titel>
            </kop>
            <al>Met de wijziging van artikel 5.3.8a worden investeringen in een
                  gebouwautomatiserings- en controlesysteem (GACS) en energiemanagement software
                  (EMS) in het kader van de energiebesparingsplicht uitgesloten van subsidie onder
                  de Sectorale interventie groenten en fruit, wanneer deze geplaatst worden in
                  utiliteitsgebouwen met een verwarmings- of airconditioningssysteem met een
                  vermogen van meer dan 290 kW. Onder de energiebesparingsplicht, zijn vanaf
                  1 januari 2026 alle utiliteitsgebouwen met een verwarmings- of
                  airconditioningssysteem met een vermogen van meer dan 290 kW verplicht om een GACS
                  te gebruiken. Maatregelen die verplicht zijn onder de energiebesparingsplicht zijn
                  niet subsidiabel onder de Sectorale interventie groenten en fruit. Als een
                  onderdeel van GACS valt EMS onder dezelfde verplichting en wordt in voornoemde
                  situatie eveneens uitgesloten van subsidie.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel J</titel>
            </kop>
            <al>Met de wijziging van artikel 5.3.78 wordt de conditionering van champignon- en
                  witloftrekcellen uitgesloten van subsidie onder de Sectorale interventie groenten
                  en fruit. De conditionering van champignon- en witloftrekcellen valt volgens
                  Bijlage II Deel 1 eerste lid van Gedelegeerde Verordening 2022/126 onder algemene
                  productiekosten, gelijk aan de verwarming van kassen, en wordt als zodanig
                  uitgesloten van steun. Elders in de regeling worden deze uitgaven eveneens
                  uitgesloten van subsidie (artikel 5.3.131, 5.3.136), met de wijziging wordt dit
                  artikel daarmee gelijkgeschakeld. Investeringen in het kader van
                  energie-efficiëntie door toepassing van energiebesparende technieken met
                  betrekking tot de champignonteelt en witloftrek in cellen zijn wel
                  subsidiabel.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel K</titel>
            </kop>
            <al>Met de wijziging van artikel 5.3.83 wordt het begrip ‘vliegenlamp’ verruimd zodat
                  ook lampen die dienen ter bestrijding van andere gevleugelde insecten die een
                  plaag kunnen vormen in aanmerking kunnen komen voor subsidie.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel L</titel>
            </kop>
            <al>In artikel 5.3.93 vervalt het derde lid, waarin geregeld was dat uitgaven voor
                  afdekzeilen van bassins en silo’s voor wateropslag niet subsidiabel zijn. Dit lid
                  was opgenomen om de uitgaven als algemene productiekosten uit te sluiten. Echter,
                  als deze uitgaven als inherent onderdeel van de investering worden opgenomen
                  dragen zij bij aan het doel en functie van de investering, en is er voorts geen
                  reden de uitgaven uit te sluiten van subsidie. In het geval dat de uitgaven niet
                  als onderdeel van de investering maar als algemene productiemiddelen worden
                  beoordeeld, dan volstaat een verwijzing naar Bijlage II Deel 1 eerste lid van
                  Gedelegeerde Verordening 2022/126, waarin algemene productiekosten worden
                  uitgesloten. In dat geval is het hier expliciet uitsluiten van de uitgaven
                  overbodig.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel M</titel>
            </kop>
            <al>In artikel 5.3.103 wordt een verwijzing geactualiseerd. Er werd verwezen naar de
                  Regeling natuurbescherming, maar deze regeling is opgegaan in de
                  Omgevingsregeling.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel N</titel>
            </kop>
            <al>Met de wijziging van artikel 5.3.121 wordt de conditionering van champignon- en
                  witloftrekcellen uitgesloten van subsidie onder de Sectorale interventie groenten
                  en fruit. De conditionering van champignon- en witloftrekcellen valt volgens
                  Bijlage II Deel 1 eerste lid van Gedelegeerde Verordening 2022/126 onder algemene
                  productiekosten, gelijk aan de verwarming van kassen, en wordt als zodanig
                  uitgesloten van steun. Elders in de regeling worden deze uitgaven eveneens
                  uitgesloten van subsidie (artikel 5.3.131, 5.3.136), met de wijziging wordt dit
                  artikel daarmee gelijkgeschakeld. Investeringen in het kader van
                  energie-efficiëntie door toepassing van energiebesparende technieken met
                  betrekking tot de champignonteelt en witloftrek in cellen zijn wel
                  subsidiabel.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel O</titel>
            </kop>
            <al>Aan artikel 5.3.127 wordt een lid toegevoegd waarmee anti-stuifmiddelen op basis
                  van Magnesiumlignosulfonaat in aanmerking komen voor subsidie. Het gaat hierbij om
                  organische en biologisch afbreekbare bindmiddelen die stuifgevoelige bodems in de
                  land- en tuinbouw beschermen tegen winderosie. Om in aanmerking te komen voor
                  steun dient het middel als meststof te kunnen worden verhandeld, vandaar dat het
                  opgenomen dient te zijn in Bijlage Aa van de Uitvoeringsregeling
                  Meststoffenwet.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel P</titel>
            </kop>
            <al>In artikel 5.3.134 vervalt het derde lid, waarin geregeld was dat uitgaven voor
                  afdekzeilen van bassins en silo’s voor wateropslag niet subsidiabel zijn. Zie voor
                  een toelichting Artikel I, onderdeel L.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel Q</titel>
            </kop>
            <al>Artikel 5.3.175 implementeert artikel 26, tweede lid, van Verordening (EU)
                  2022/126. Uit dit artikel blijkt dat maximumsteunbedragen bestaan uit zowel de
                  financiële steun van de Unie, als de nationale bijdrage in voorkomend geval en de
                  bijdrage van de producentenorganisatie. Om duidelijk te maken dat het in dit
                  artikel dus niet alleen gaat om de bijdrage vanuit de Unie, maar ook om andere
                  financiële bijdragen wordt er gesproken van steunbedragen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel R</titel>
            </kop>
            <al>In artikel 5.3.177 wordt een verwijzing gecorrigeerd.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel S</titel>
            </kop>
            <al>In verband met het tijdig kunnen doen van de melding, bedoeld in artikel 5.2.50,
                  onderdeel d (nieuw), inzake het eenmalig wijzigen van het declareren van een
                  duurzaam productiemiddel dat in tranches is opgenomen naar in één keer declareren,
                  moet de start van de periode waarin de subsidievaststelling wordt aangevraagd
                  worden verlaat van 15 februari naar 1 maart. Dit wordt met de wijziging van
                  artikel 5.3.193 bewerkstelligt.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel T</titel>
            </kop>
            <al>In artikel 5.3.194, tweede lid, wordt de uiterlijke datum waarop uitgaven van
                  uitgevoerde activiteiten kunnen worden betaald, gewijzigd naar het moment van de
                  indiening van de subsidievaststelling voor het uitvoeringsjaar. Indien
                  producentenorganisaties hun aanvraag tot subsidievaststelling eerder dan 1 april
                  van het jaar volgend op het uitvoeringsjaar indienen, wordt het zo niet meer
                  mogelijk om nog uitgaven in de aanvraag tot subsidievaststelling op te nemen die
                  na de aanvraag, maar vóór 1 april zijn betaald. Dit is een codificatie van de
                  huidige praktijk.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel U</titel>
            </kop>
            <al>Aan artikel 5.3.194a wordt een lid toegevoegd, waarmee wordt geregeld dat de
                  bepaling dat facturen en betaalbewijzen op naam gesteld moeten zijn van de
                  producentenorganisatie, de unie van producentenorganisaties of een
                  dochteronderneming niet geldt voor facturen en betaalbewijzen voor oogst- en
                  productieverzekeringen. Deze verzekeringen kunnen enkel door telers zelf
                  afgesloten worden, facturen en betaalbewijzen mogen daarom ook op naam van het
                  aangesloten lid staan. De producentenorganisatie mag de subsidiabele kosten aan
                  het lid vergoeden indien het lid aan de bepalingen van artikel 5.3.185 voldoet.
                  Met de wijziging van het artikel wordt de bestaande uitvoeringspraktijk om deze
                  bewijsvoering uit te zonderen gecodificeerd.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel V</titel>
            </kop>
            <al>Artikel 5.3.198a, eerste lid, bevat een opsomming van de gegevens die de
                  producentenorganisatie overlegt bij de aanvraag tot gedeeltelijke betaling of de
                  aanvraag tot subsidievaststelling. Aan deze opsomming ontbrak de gegevensuitvraag
                  uit artikel 46, onderdelen h en i, van verordening 2021/2115. Deze vragen werden
                  in de praktijk wel uitgevraagd. Met de toevoeging van onderdeel f wordt dit
                  gecorrigeerd.</al>
            <al>Er wordt een onderdeel g toegevoegd op basis waarvan moet worden aangeleverd wat
                  het geslacht is van de jonge landbouwer of nieuwe landbouwer, omdat dit gegeven
                  onderdeel uitmaakt van de rapportageverplichting aan de Europese Commissie.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel W</titel>
            </kop>
            <al>In artikel 5.6.1 vervalt de begripsbepaling van ‘nieuwe landbouwer’, omdat deze
                  als gevolg van artikel I, onderdeel A, van deze wijziging wordt opgenomen in
                  artikel 5.1.1.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I, onderdeel X</titel>
            </kop>
            <al>In artikel 5.6.2, negende lid, wordt de verwijzing naar de begripsbepaling van
                  ‘nieuwe landbouwer’ in lijn gebracht met de huidige wijziging.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel II</titel>
            </kop>
            <al>Artikel II bevat de inwerkingtredingbepaling. Zie voor de toelichting van de
                  inwerkingtredingbepaling het algemeen deel van de toelichting.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,</functie>
          <naam>
            <voornaam>J. van</voornaam>
            <achternaam>Essen</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>