﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-22618/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Besluit van 17 juni 2026 van de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid (kenmerk RWS-2026/9768 tot vaststelling van het beleid over het verlenen van ontheffingen voor het nemen van ligplaats op de in bijlage 14 bij het Binnenvaartpolitiereglement en artikel 9.13, eerste lid, Rijnvaartpolitiereglement 1995 genoemde vaarwegen in beheer bij Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid (Ligplaatsenbeleid Bpr en Rpr 1995 Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid 2026)</intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <context>
          <context.al type="datum">Datum 17 juni 2026</context.al>
          <context.al type="kenmerk">Nummer RWS-2026/9768</context.al>
          <context.al type="onbepaald">Onderwerp Ligplaatsenbeleid Bpr en Rpr 1995 Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid 2026</context.al>
        </context>
        <wie>De hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid,</wie>
        <considerans>
          <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op artikel 9.03, zesde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement en artikel 9.13, derde lid, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995,</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Besluit:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">1</nr>
            <titel>Definitiebepalingen</titel>
          </kop>
          <al>In dit besluit wordt verstaan onder:</al>
          <definitielijst type="expliciet" plaatsing="inline" nr-sluiting=".">
            <definitie-item>
              <li.nr>a.</li.nr>
              <term>beheer:</term>
              <definitie>
                <al>beheer als bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de Scheepvaartverkeerswet;</al>
              </definitie>
            </definitie-item>
            <definitie-item>
              <li.nr>b.</li.nr>
              <term>bevoegde autoriteit:</term>
              <definitie>
                <al>de op grond van artikel 1, onderdeel b, van de Beschikking aanwijzing bevoegde autoriteiten Binnenvaartpolitiereglement<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al><extref doc="stcrt-2004-230-p19-SC67478" soort="document" status="actief">Stcrt. 2004, 230</extref>; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 18 april 2019 (<extref doc="stcrt-2019-22342" soort="document" status="actief">Stcrt. 2019, 22342</extref>).</noot.al></noot>  dan wel artikel 5, vierde lid, van de Aanwijzing bevoegde autoriteiten reglementen CCR<noot id="n2" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al><extref doc="stcrt-2005-238-p14-SC72630" soort="document" status="actief">Stcrt. 2005, 238</extref>; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 13 december 2012 (<extref doc="stcrt-2012-26110" soort="document" status="actief">Stcrt. 2012, 26110</extref>).</noot.al></noot> aangewezen hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid;</al>
              </definitie>
            </definitie-item>
            <definitie-item>
              <li.nr>c.</li.nr>
              <term>ontheffing:</term>
              <definitie>
                <al>toestemming van de bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 9.03, zesde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement en artikel 9.13, derde lid, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995;</al>
              </definitie>
            </definitie-item>
            <definitie-item>
              <li.nr>d.</li.nr>
              <term>kmr.:</term>
              <definitie>
                <al>kilometerraai;</al>
              </definitie>
            </definitie-item>
            <definitie-item>
              <li.nr>e.</li.nr>
              <term>vaarwegen:</term>
              <definitie>
                <al>de onder het beheer van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid vallende vaarwegen genoemd in bijlage 14 bij het Binnenvaartpolitiereglement en artikel 9.13, eerste lid, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995, welke onderverdeeld kunnen worden in:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>1°.</li.nr>
                    <al>hoofdtransportassen: Beneden Merwede, Boven Merwede, Dordtsche Kil, Hollandsch Diep (het tot de hoofdbetonning behorende betonde vaarwater), Nieuwe Merwede, de Noord en Oude Maas;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>2°.</li.nr>
                    <al>hoofdvaarwegen: Amer, Hollandsche IJssel en Lek;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>3°.</li.nr>
                    <al>overige vaarwegen: alle overige vaarwegen zijnde het Haringvliet (het tot de hoofdbetonning behorende betonde vaarwater), de Rietbaan, het Spui en het Wantij.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </definitie>
            </definitie-item>
            <definitie-item>
              <li.nr>f.</li.nr>
              <term>concentratiegebied:</term>
              <definitie>
                <al>specifieke gebieden in de hoofdtransportassen de Boven Merwede, de Beneden Merwede en de Noord en die aangegeven zijn op de kaart die is opgenomen in de bijlage bij dit ligplaatsenbeleid, gelegen tussen:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>1°.</li.nr>
                    <al>rechteroever Boven Merwede kmr. 955.7 – kmr. 956.4 (Gorinchem tussen de twee rode havenlichten);</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>2°.</li.nr>
                    <al>rechteroever Beneden Merwede kmr. 961.3 – kmr. 963.7 (Hardinxveld);</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>3°.</li.nr>
                    <al>rechteroever Beneden Merwede kmr. 969.3 – kmr. 970.75 (Sliedrecht West);</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>4°.</li.nr>
                    <al>rechteroever de Noord kmr. 979 – kmr. 981.17 (Alblasserdam: Oceanco – Nedstaal – BCTN);</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>5°.</li.nr>
                    <al>rechteroever de Noord kmr. 984 – kmr. 984.5 (IHC);</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>6°.</li.nr>
                    <al>linkeroever de Noord kmr. 979.7 – kmr. 980.6 (Hendrik-Ido-Ambacht).</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>7°.</li.nr>
                    <al>Linkeroever Oude Maas kmr. 978.9 – 979.7 (Duivelseiland).</al>
                  </li>
                </lijst>
              </definitie>
            </definitie-item>
            <definitie-item>
              <li.nr>g.</li.nr>
              <term>binnenstedelijke Drechtsteden:</term>
              <definitie>
                <al>specifiek gebied in de hoofdtransportassen de Beneden Merwede en de Oude Maas dat valt binnen de gemeenten Dordrecht, Zwijndrecht en Papendrecht, gelegen tussen:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>1°.</li.nr>
                    <al>rechteroever Beneden Merwede kmr. 974.6 – Oude Maas kmr. 978;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>2°.</li.nr>
                    <al>Linkeroever Beneden Merwede kmr. 974.6 – Oude Maas kmr. 978.9.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </definitie>
            </definitie-item>
            <definitie-item>
              <li.nr>h.</li.nr>
              <term>watergebonden activiteit:</term>
              <definitie>
                <al>activiteit waarbij ligplaats nemen noodzakelijk is voor de uitvoering ervan.</al>
              </definitie>
            </definitie-item>
            <definitie-item>
              <li.nr>i.</li.nr>
              <term>scheepsgebonden dienstverlening:</term>
              <definitie>
                <al>watergebonden activiteit bestaande uit dienstverlening ten behoeve van bedrijfsmatige scheepvaart waarbij gedurende een langere periode veelvuldig ligplaats nemen door al dan niet elkaar afwisselende schepen het uitgangspunt is, met uitzondering van het ligplaats nemen van drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen.</al>
              </definitie>
            </definitie-item>
            <definitie-item>
              <li.nr>j.</li.nr>
              <term>Ligplaatsenbeleid 2026:</term>
              <definitie>
                <al>Ligplaatsenbeleid Bpr en Rpr 1995 Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid 2026.</al>
              </definitie>
            </definitie-item>
          </definitielijst>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">2</nr>
            <titel>Reikwijdte Ligplaatsenbeleid 2026</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Op grond van artikel 9.03, eerste lid, van het Binnenvaartpolitiereglement en artikel 9.13, eerste lid, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995 is het binnen het beheergebied van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid verboden ligplaats te nemen op de in artikel 1, onderdeel e, genoemde vaarwegen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>Behoudens voor de in artikel 3 tot en met 9 van dit besluit genoemde watergebonden activiteiten wordt langs de in artikel 1, onderdeel e, genoemde vaarwegen geen ontheffing verleend.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
            <al>Langs de in artikel 1, onderdeel e, genoemde vaarwegen wordt geen ontheffing verleend voor het ligplaats nemen door woonboten.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">3</nr>
            <titel>Tijdelijke ontheffing voor het ligplaats nemen ten behoeve van watergebonden activiteiten</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Langs de in artikel 1, onderdeel e, genoemde vaarwegen kan een tijdelijke ontheffing worden verleend voor watergebonden activiteiten met een beperkte duur.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>In de beoordeling of de in het eerste lid bedoelde ontheffing kan worden verleend, worden de volgende aspecten meegenomen:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>mogelijke hinder of gevaar door afgemeerde schepen of andere drijvende objecten voor de doorgaande scheepvaart, waaronder beperking van uitzicht of het ontstaan van hinderlijke radarreflecties;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>mogelijke beperking die afgemeerde schepen of andere drijvende objecten hebben op de vlotte doorstroming van de doorgaande scheepvaart;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>mogelijkheid van alternatieven in locatie of wijze van uitvoering;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>e.</li.nr>
                <al>tijdelijkheid van de situatie waarvoor een ontheffing wordt aangevraagd;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>f.</li.nr>
                <al>treffen van beheermaatregelen, waarbij de kosten voor het treffen van beheermaatregelen ten laste worden gebracht van de houder van de ontheffing.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">4</nr>
            <titel>Ontheffing voor het ligplaats nemen door watergebonden drijvende inrichtingen en watergebonden drijvende voorwerpen en het daaraan kortstondig ligplaats nemen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Langs de in artikel 1, onderdeel e, genoemde vaarwegen kan een ontheffing worden verleend voor het langdurig ligplaats nemen door watergebonden drijvende inrichtingen dan wel watergebonden drijvende voorwerpen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>De in het eerste lid genoemde ontheffing wordt alleen verleend indien er ook sprake is van het afmeren als bedoeld in het derde lid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
            <al>Langs de in artikel 1, onderdeel e, genoemde vaarwegen kan een ontheffing worden verleend voor het kortstondig afmeren aan de in het eerste lid genoemde watergebonden drijvende inrichtingen en watergebonden drijvende voorwerpen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
            <al>In de beoordeling of de in het eerste lid bedoelde ontheffing kan worden verleend, worden de volgende aspecten meegenomen:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>de vlotte en veilige afwikkeling van het doorgaande scheepvaartverkeer;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>mogelijkheden tot medegebruik van bestaande of te realiseren locaties.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">5</nr>
            <titel>Ontheffing voor het ligplaats nemen aan steigers en het ligplaats nemen ten behoeve van het gebruik van bootliften en boothellingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Langs hoofdvaarwegen en overige vaarwegen kan een ontheffing worden verleend voor het ligplaats nemen aan steigers, vlonders of kades of ten behoeve van het gebruik van boothellingen en bootliften of daarmee vergelijkbare constructies.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>Voor de in het eerste lid genoemde watergebonden activiteiten wordt alleen een ontheffing verleend indien:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>het afmeren veilig kan plaatsvinden gelet op het maatgevend gebruik van de vaarweg;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>het afmeren geen afbreuk doet aan het vaarwater (de door de doorgaande scheepvaart gebruikte ruimte).</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
            <al>De hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid bepaalt welk gebruik ter plaatse maatgevend is en welk gedeelte van de vaarweg als vaarwater moet worden beschouwd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
            <al>De aanvrager van de ontheffing dient in zijn aanvraag aan te tonen dat zijn initiatief voldoet aan de in het tweede lid genoemde eisen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">6</nr>
            <titel>Ontheffing voor scheepsgebonden dienstverlening in een concentratiegebied langs een hoofdtransportas</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Naast de in artikelen 3 en 4 genoemde watergebonden activiteiten wordt langs een hoofdtransportas alleen in een concentratiegebied ontheffing verleend voor scheepsgebonden dienstverlening.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>Voor de in het eerste lid genoemde activiteit wordt alleen een ontheffing verleend indien de uitvoering ervan voldoet aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de op het moment van verlening van de ontheffing geldende Richtlijnen Vaarwegen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">7</nr>
            <titel>Ontheffing voor watergebonden activiteiten in het gebied Binnenstedelijke Drechtsteden</titel>
          </kop>
          <al>Naast de in artikelen 3 en 4 genoemde watergebonden activiteiten wordt in het gebied Binnenstedelijke Drechtsteden alleen een ontheffing verleend voor het nemen van ligplaats als bedoeld in het Actualisatie ligplaatsplan Rijksvaarwegen Beneden Merwede, Oude Maas en Wantij van 13 december 2024.</al>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">8</nr>
            <titel>Ontheffing voor watergebonden activiteiten langs hoofdvaarwegen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Naast de in artikelen 3, 4 en 5 genoemde watergebonden activiteiten wordt langs hoofdvaarwegen alleen ontheffing verleend voor scheepsgebonden dienstverlening.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>Bij de beoordeling of de in het eerste lid bedoelde ontheffing kan worden verleend, worden de volgende aspecten meegenomen:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>de mogelijkheid van alternatieve locaties;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>het waarborgen van de vlotte en veilige afwikkeling van het doorgaande scheepvaartverkeer.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
            <al>Voor de Hollandsche IJssel geldt in aanvulling op het tweede lid dat ligplaats nemen in langshavens en langs loswallen alleen buiten de oeverlijn is toegestaan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
            <al>Voor de Lek geldt in aanvulling op het tweede lid dat ligplaats nemen in langshavens en langs loswallen op meer dan 10 meter buiten de vaargeul alleen is toegestaan indien hiervoor goedkeuring is verkregen van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">9</nr>
            <titel>Ontheffing voor watergebonden activiteiten langs overige vaarwegen</titel>
          </kop>
          <al>Naast de in artikelen 3, 4 en 5 genoemde watergebonden activiteiten wordt langs de overige vaarwegen ontheffing verleend voor watergebonden activiteiten die geen gevaar of hinder opleveren voor de doorgaande scheepvaart en waarbij het belang van de vlotte en veilige afwikkeling van het scheepvaartverkeer voldoende is gewaarborgd.</al>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">10</nr>
            <titel>Niet-overdraagbaarheid ontheffing</titel>
          </kop>
          <al>Ontheffingen die verleend zijn op grond van het Ligplaatsenbeleid 2026 zijn strikt persoonlijk en niet overdraagbaar.</al>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">11</nr>
            <titel>Intrekking ontheffing</titel>
          </kop>
          <al>Als de activiteit waarvoor ontheffing is verleend wijzigt en daarmee niet meer voldoet aan het Ligplaatsenbeleid 2026, wordt de ontheffing door de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid ingetrokken.</al>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">12</nr>
            <titel>Overgangsrecht reeds bestaande watergebonden activiteiten die zonder ontheffing worden uitgevoerd</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Voor een ontheffing komen in aanmerking watergebonden activiteiten die:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>voor de inwerkingtreding van het Ligplaatsenbeleid 2026 zonder ontheffing worden verricht langs de in artikel 1 genoemde vaarwegen; en</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>niet in overeenstemming zijn met het Ligplaatsenbeleid 2026; en</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>die niet strijdig zijn met de vlotte en veilige afwikkeling van het scheepvaartverkeer.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden met het oog op het belang van de vlotte en veilige afwikkeling van het scheepvaartverkeer.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
            <al>Indien de houder van de ontheffing de watergebonden activiteit niet meer verricht, zal de ontheffing worden ingetrokken.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
            <al>Aanvragen die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van het Ligplaatsenbeleid Bpr en Rpr 1995 Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid 2026 worden beoordeeld aan de hand van het op het moment van indiening geldende beleid, tenzij toepassing van het Ligplaatsenbeleid Bpr en Rpr 1995 Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid 2026 voor de aanvrager gunstiger is.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">13</nr>
            <titel>Intrekking Ligplaatsenbeleid 1995</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
            <al>Het besluit van de hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid van 26 oktober 2015 waarbij het beleid is vastgesteld met betrekking tot het verlenen van ontheffingen voor ligplaatsen op grond van het Binnenvaartpolitiereglement en Rijnvaartpolitiereglement 1995<noot id="n3" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al><extref doc="stcrt-2015-46267" soort="document" status="actief">Stcrt. 2015, 46267</extref>.</noot.al></noot>, wordt ingetrokken.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
            <al>Ontheffingen die verleend zijn op grond van het in het eerste lid genoemde beleid gelden als ontheffingen op grond van dit besluit.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">14</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2026.</al>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">15</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Dit besluit wordt aangehaald als: Ligplaatsenbeleid Bpr en Rpr 1995 Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid 2026.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          <functie>De hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid,</functie>
          <naam>
            <voornaam>R.</voornaam>
            <achternaam>Nomes</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage status="goed">
        <kop>
          <titel>BIJLAGE BIJ ARTIKEL 1, ONDERDEEL F, VAN HET LIGPLAATSENBELEID BPR EN RPR 1995 RIJKSWATERSTAAT WEST-NEDERLAND ZUID 2026</titel>
        </kop>
        <plaatje>
          <illustratie kleur="nee" type="lijn" uitlijning="start" formaat="png" naam="stcrt-2026-22618-001.png" breedte="133mm" hoogte="91mm" />
        </plaatje>
      </bijlage>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>Algemeen</titel>
          </kop>
          <al>Het doel van het Ligplaatsenbeleid 2026 is binnen Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid vastleggen hoe moet worden omgegaan met het verlenen van ontheffingen voor het ligplaats nemen ten behoeve van activiteiten op de rijksvaarwegen in het beheergebied van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid (hierna: RWS WNZ). Reeds in 2015 is er een ligplaatsenbeleid vastgesteld. Dat beleid wordt met dit besluit geactualiseerd.</al>
          <al>Ten behoeve van een vlot, veilig, robuust en duurzaam verkeer over water is RWS WNZ terughoudend met het toestaan van activiteiten op en langs rijksvaarwegen. Dit is in lijn met het Binnenvaartpolitiereglement (hierna: Bpr), het Rijnvaartpolitiereglement 1995 (hierna: Rpr), de Richtlijn Vaarwegen 2020 en het Nationaal Waterprogramma. Tegelijkertijd heeft Rijkswaterstaat ook de opdracht om rekening te houden met eisen en wensen vanuit andere sectoren.</al>
          <al-groep>
            <al>De hoofdingenieur-directeur van RWS WNZ is voor de uitvoering van het Bpr en het Rpr als bevoegde autoriteit<noot id="n4" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Zie artikel 5, eerste lid, van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement in samenhang met artikel 1, onderdeel bd, van de Beschikking aanwijzing bevoegde autoriteiten Binnenvaartpolitiereglement.</noot.al></noot> aangewezen in het gebied dat ten westen van de Oude en Nieuwe Maas grenst aan het gebied waar de Havenmeester van Rotterdam<noot id="n5" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Zie artikel 1, onderdeel e, van de Beschikking aanwijzing bevoegde autoriteiten Binnenvaartpolitiereglement.</noot.al></noot> de bevoegde autoriteit is. De overige grenzen liggen:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>tot aan de Julianasluis en Waaiersluis van Gouda (Hollandsche IJssel),</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>tot en met het Volkeraksluizencomplex (Hollandsch Diep) en Haringvliet,</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>tot voor de Keizersveerse brug (Amer/Bergsche Maas),</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>tot Woudrichem (Boven Merwede),</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>Nieuwpoort (Lek).</al>
              </li>
            </lijst>
          </al-groep>
          <al>Binnen het beheergebied is er onderscheid naar type vaarweg en soort gebruik.</al>
          <al>De hoofdtransportassen verbinden de mainports van Rotterdam en Amsterdam met het internationale achterland, met name Duitsland en België. De doorgaande en overige hoofdvaarwegen verbinden de Nederlandse economisch kerngebieden met de hoofdtransportassen. De status van hoofdtransportas en hoofdvaarweg is verbonden met de over de vaarweg vervoerde hoeveelheid goederen: over een hoofdtransportas en een hoofdvaarweg gaat tenminste 5 miljoen ton goederen respectievelijk 25.000 TEU per jaar<noot id="n6" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al><extref soort="document" doc="kst-29644-6-b1" status="actief">Nota Mobiliteit</extref> 30 september 2004</noot.al></noot>.</al>
          <al>Daarnaast beheert RWS WNZ een aantal zogenoemde overige vaarwegen waarvoor geen streefbeeld is beschreven maar die wel zijn opgenomen in bijlage 14 bij het Bpr zodat daarmee sturing kan worden gehouden op activiteiten langs de oevers.</al>
          <al>Naast het goederenvervoer faciliteren veel van de rijksvaarwegen ook de recreatievaart door de aanwezigheid van jachthavens en dagrecreatie en maakt een aantal van de hoofdvaarwegen en hoofdtransportassen onderdeel uit van de zogenoemde <extref doc="https://www.varendoejesamen.nl/nieuws/staande-mast-route" soort="URL" status="actief">staande-mast-route</extref>.</al>
          <al>Met de groei van het aantal scheepspassages en snellere en grotere scheepstypes is midden jaren tachtig besloten om voor ligplaats nemen langs rijksvaarwegen uit te gaan van een “<nadruk type="cur">nee tenzij”</nadruk>, in plaats van het tot dan toe gehanteerde “<nadruk type="cur">ja mits”</nadruk>. Ligplaats nemen langs rijksvaarwegen is dus alleen toegestaan wanneer er ontheffing is van het nu nagenoeg overal geldende ligplaatsverbod. Rond de eeuwwisseling ontstond voor het eerst de behoefte om een regionaal ligplaatsbeleid op te stellen, waarmee meer specifiek invulling werd gegeven aan waar en onder welke voorwaarden ontheffing van het ligplaatsverbod kon worden gegeven. Daarvoor gebeurde dit casusgewijs.</al>
          <al>Activiteiten waarbij ligplaats wordt genomen langs rijksvaarwegen zijn in beginsel niet te verenigen met het beheerdoel van Rijkswaterstaat (vlot, veilig, robuust, duurzaam verkeer over water) omdat activiteiten langs rijksvaarwegen potentieel aanpassingen vereisen van de doorgaande scheepvaart (aanpassen snelheid of koers) en of anderszins hinder opleveren. Zie in dit verband artikel 6.20 van het Bpr.</al>
          <al>Met het Ligplaatsenbeleid 2026 wordt ingezet op een toekomstbestendig gebruik van de rijksvaarwegen in het beheergebied van RWS WNZ.</al>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Bpr en Rpr</titel>
            </kop>
            <al>Het Bpr en het Rpr bevatten de verkeersregels voor de Nederlandse binnenwateren. In de artikelen 9.03 Bpr en 9.13 Rpr is bepaald dat het in beginsel verboden is om langs de in die reglementen genoemde vaarwegen ligplaats te nemen. In beide artikelen is vervolgens geregeld dat de bevoegde autoriteit de bevoegdheid heeft om middels een ontheffing ligplaats te nemen toe te staan. In het beheergebied van RWS WNZ is de hoofdingenieur-directeur van RWS WNZ bevoegd tot het verlenen van een ontheffing. Het gaat hier om een discretionaire bevoegdheid met enige beleidsvrijheid. Het Ligplaatsenbeleid 2026 geeft invulling aan de manier waarop van deze bevoegdheid gebruik zal worden gemaakt.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Nationaal Waterprogramma 2022 – 2027</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>In het <extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/03/18/bijlage-nationaal-water-programma-2022-2027" soort="URL" status="actief">Nationaal Waterprogramma 2022 – 2027</extref> is over het beheer van de rijksvaarwegen het volgende opgenomen:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>De rijksvaarwegen dienen een vlot, veilig, robuust, duurzaam verkeer over water te faciliteren.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>Rijkswaterstaat legt Rijksvaarwegen aan en beheert en onderhoudt deze conform de geldende richtlijnen, de prioriteiten en het beleid.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>De opgave voor Rijkswaterstaat is om de ruimte voor scheepvaart zo goed mogelijk te bewaren en bewaken maar daarbij ook rekening te houden met eisen en wensen vanuit andere sectoren.</al>
                </li>
              </lijst>
              <al>Langshavens en loswallen zijn niet toegestaan op hoofdtransportassen en hoofdvaarwegen. Binnen het beheergebied van RWS WNZ gelden uitzonderingen voor de Hollandsche IJssel en Lek</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Richtlijn Vaarwegen 2020</titel>
            </kop>
            <al>De Richtlijn Vaarwegen 2020 beschrijft het meest concreet hoe rijksvaarwegen dienen te worden beheerd. Indien een ontheffing op grond van het Ligplaatsenbeleid 2026 kan worden verleend, zal nader worden beoordeeld of de activiteit waarvoor een ontheffing wordt aangevraagd voldoet aan deze richtlijn. Op drukke vaarwegen (&gt;30.000 scheepsbewegingen per jaar) dienen langshavens en loswallen te worden vermeden en ingezet te worden op faciliteren van scheepsgebonden dienstverlening in (insteek)havens.</al>
            <al>Hoe groter de lengte is waarover een vaarweg wordt geflankeerd door langshavens en loswallen, des te meer daalt de gebruikskwaliteit van deze vaarweg als doorgaande route. Langshavens en loswallen dienen daarom zoveel als mogelijk gebundeld te worden, waarbij de onderlinge afstand niet kleiner is dan 1 uur varen (15 km). Met de vastgestelde concentratiegebieden wordt hieraan invulling gegeven.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>Artikelsgewijs</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 1, onderdeel h, watergebonden activiteiten</titel>
            </kop>
            <al>Op grond van het Ligplaatsenbeleid 2026 komen alleen watergebonden activiteiten voor een ontheffing in aanmerking. Dit zijn activiteiten die naar hun aard alleen kunnen plaatsvinden op het water en waarvoor ligplaats nemen dus noodzakelijk is. Wonen (woonboten), horecavoorzieningen en bedrijvigheid kan ook op land plaatsvinden. Deze activiteiten vallen dus niet onder het begrip watergebonden activiteiten. Voor dit soort activiteiten wordt dan ook geen ontheffing verleend.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 3 Tijdelijke ontheffing voor het ligplaats nemen ten behoeve van watergebonden activiteiten</titel>
            </kop>
            <al>Dit artikel ziet op watergebonden activiteiten die tijdelijk zijn. Hierbij kan gedacht worden aan het ligplaats nemen ten behoeve van het uitvoeren van tijdelijke werkzaamheden. Tijdelijke activiteiten worden in de regel uitgevoerd binnen een tijdsbestek variërend van een dag tot enkele maanden en hebben geen permanent karakter.</al>
            <al>Het nemen van beheermaatregelen in de zin van dit artikel wordt ruim opgevat. Het kan hier gaan om het informeren van de omgeving over de uit te voeren activiteit of het treffen van maatregelen ter voorkoming of beperking van hinder of schade.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 4 Ontheffing voor het ligplaats nemen door watergebonden drijvende inrichtingen en watergebonden drijvende voorwerpen en het daaraan kortstondig ligplaats nemen</titel>
            </kop>
            <al>Dit artikel ziet allereerst op het langdurig ligplaats nemen door watergebonden drijvende inrichtingen en watergebonden drijvende voorwerpen. Er wordt voor het ligplaats nemen door deze inrichtingen en voorwerpen alleen een ontheffing verleend als er ook kortstondig wordt afgemeerd aan die inrichting dan wel aan het drijvende voorwerp. Bij deze activiteiten kan gedacht worden aan het ligplaats nemen door en aan bunkerstations, personenvervoer over water, auto-afzetplaatsen of drinkwatertappunten.</al>
            <al>Een van de aspecten die meegenomen wordt in de beoordeling of op grond van dit artikel ontheffing kan worden verleend is de eventuele mogelijkheid tot medegebruik van bestaande of te realiseren locaties. Voorkomen moet worden dat er een wildgroei ontstaat aan activiteiten die op grond van dit artikel voor een ontheffing in aanmerking komen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 5 Ontheffing voor het ligplaats nemen aan steigers en het ligplaats nemen ten behoeve van het gebruik van bootliften en boothellingen</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>In het beheergebied van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid is regelmatig sprake van particuliere initiatieven om recreatievaartuigen af te meren aan steigers, kades, vlonders of om gebruik te maken van boothellingen en -liften.</al>
              <al>Deze initiatieven passen in beginsel niet binnen de doelstellingen van het gebruik van de rijksvaarwegen en dienen derhalve aantoonbaar daaraan geen enkele afbreuk te doen. Kan een aanvrager dit niet aantonen dan wordt geen ontheffing verleend. De mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing kan per locatie verschillen en is afhankelijk van de maatgevende scheepvaart en de afstand tot het vaarwater.</al>
            </al-groep>
            <al>Vanwege het gedifferentieerde belang van de verschillende vaarwegcategorieën in het goederenvervoer over water en de daarbij behorende intensiteiten en grotere schepen wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdtransportassen enerzijds en hoofdvaarwegen en overige vaarwegen anderzijds. De mogelijkheid om ontheffing te krijgen geldt alleen voor ligplaats nemen op hoofdvaarwegen en overige vaarwegen. Langs hoofdtransportassen wordt geen ontheffing verleend voor het ligplaats nemen aan steigers en het ligplaats nemen ten behoeve van het gebruik van bootliften en boothellingen.</al>
            <al-groep>
              <al>De vaarwegen die zijn aangemerkt als hoofdtransportas vormen de ruggengraat van het internationaal en nationaal vaarwegennetwerk. Zij verbinden zeehavens met het achterland en worden intensief benut door beroepsvaart en vervoersstromen met grote schepen. De integrale mobiliteitsanalyse laat een doorlopende groei zien in het transport over water door binnenvaart.</al>
              <al>Het innemen van ligplaatsen aan steigers of bootliften en boothellingen langs deze vaarwegen leidt tot hinder voor het vlotte en veilige verloop van het scheepvaartverkeer, dat de vaart moet aanpassen aan situaties langs de vaarweg. Om die reden wordt ten behoeve van het primair gebruik van de vaarweg als transportas – en ter voorkoming van bijkomende vertragingen, obstructies of onverwachte verkeersbewegingen – het toestaan van ligplaats nemen aan steigers en bootliften en boothellingen langs deze vaarwegen uitgesloten.</al>
            </al-groep>
            <al>Voor de invulling van de begrippen vaarweg en vaarwater wordt aangesloten bij de definities zoals die zijn vastgelegd in het Bpr en Rpr.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 6 Ontheffing voor scheepsgebonden dienstverlening in een concentratiegebied langs een hoofdtransportas</titel>
            </kop>
            <al>Hoofdtransportassen kenmerken zich als doorgaande vaarwegen met historisch gezien zeer weinig activiteiten langs de oevers en met landschappelijke – en of natuurwaarden. Het specifieke karakter van deze vaarwegen dient te worden behouden. Daarom stelt Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid de belangen van de doorgaande scheepvaart centraal en wordt ligplaats nemen langs hoofdtransportassen in beginsel niet toegestaan. Alleen voor scheepsgebonden dienstverlening in concentratiegebieden kan een ontheffing worden verleend.</al>
            <al>Bij scheepsgebonden dienstverlening gaat het om ligplaatsen voor de scheepvaart waarbij langdurig ligplaats nemen de hoofdregel is. Hierbij kan worden gedacht aan jachthavens, scheepswerven, scheepsreparatiebedrijven, overslagbedrijven en reguliere ligplaatsen.</al>
            <al>Activiteiten die op grond van dit artikel toelaatbaar zijn moeten qua uitvoering voldoen aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de op het moment van verlening van de ontheffing geldende Richtlijnen Vaarwegen. Bij vaststelling van het Ligplaatsenbeleid 2026 gaat het om de Richtlijnen Vaarwegen 2020 en dan met name paragraaf 3.10 en tabel 37.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 7 Ontheffing voor watergebonden activiteiten in het gebied binnenstedelijke Drechtsteden</titel>
            </kop>
            <al>Het gebied binnenstedelijke Drechtsteden heeft voor de gemeenten Dordrecht, Papendrecht en Zwijndrecht een hoge cultuurhistorische waarde. Al tientallen jaren meert de binnenvaart en de Rijncruisevaart af in de aangewezen openbare ligplaatsvakken die de gemeenten door de jaren heen zijn overeengekomen met de brancheorganisatie(s) en Rijkswaterstaat. In 2024 is het ligplaats nemen binnen binnenstedelijke Drechtsteden geactualiseerd in een nieuw ligplaatsenplan dat op 13 december 2024 door de gemeenten en Rijkswaterstaat is ondertekend. De in het plan aangewezen ligplaatsen zijn in beheer en onderhoud bij de gemeenten die ook het toezicht uitoefenen. Op basis van het ligplaatsenplan verleent Rijkswaterstaat ligplaatsontheffingen aan de drie gemeenten.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 8 Ontheffing voor watergebonden activiteiten langs hoofdvaarwegen</titel>
            </kop>
            <al>Hoofdvaarwegen onderscheiden zich van hoofdtransportassen door minder scheepvaartbewegingen en minder vervoerde lading. Daarom wordt er langs hoofdvaarwegen een minder streng regime gehanteerd. Langs hoofdvaarwegen zijn meer activiteiten, namelijk alle watergebonden activiteiten, toegestaan dan in de concentratiegebieden in de hoofdtransportassen. Wanneer het voor de bedrijfsvoering van belang is om schepen en andere drijvende objecten af te kunnen meren op de hoofdvaarweg kan ontheffing worden verleend. Deze watergebonden activiteiten hoeven niet in een haven of inkassing te worden uitgevoerd.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 10 Niet-overdraagbaarheid ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>Een ontheffing verleend op grond van het Ligplaatsenbeleid 2026 is niet overdraagbaar aan rechtsopvolgers. Bij rechtsopvolging zal een nieuwe aanvraag moeten worden ingediend zodat Rijkswaterstaat een afweging kan maken of de uit te voeren activiteit voldoet aan het ligplaatsenbeleid.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 11 Intrekking ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>Bij een wijziging van de activiteit waarvoor op grond van het Ligplaatsenbeleid 2026 ontheffing is verleend en de gewijzigde activiteit na beoordeling door Rijkswaterstaat meer voldoet aan het Ligplaatsenbeleid 2026 wordt de ontheffing ingetrokken.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel 12 Overgangsrecht reeds bestaande watergebonden activiteiten die zonder ontheffing worden uitgevoerd</titel>
            </kop>
            <al>Langs de vaarwegen in beheer bij Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid worden sinds jaar en dag activiteiten uitgevoerd zonder ontheffing. Tot ongeveer midden jaren tachtig van de vorige eeuw gold er geen ligplaatsverbod langs deze vaarwegen. Het in het Bpr en Rpr opgenomen ligplaatsverbod is geïntroduceerd zonder overgangsrecht. Het is gebleken dat niet alle bedrijven en particulieren na de introductie van het ligplaatsverbod een ontheffing hebben aangevraagd. Vanuit een oogpunt van rechtszekerheid is het wenselijk om deze illegale activiteiten te legaliseren. Het gaat hier om activiteiten waarvoor niet eerder een ontheffing is verleend en die in de uitvoering niet strijdig zijn met het vlot en veilig scheepvaartverkeer. In het belang van het vlot en veilig scheepvaartverkeer kunnen aan de ontheffing voorwaarden verbonden. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan eisen over de afmeerbreedte en afmeerlengte.</al>
            <al>Watergebonden activiteiten die al met ontheffing worden uitgevoerd maar waarbij de houder van de ontheffing zich niet houdt aan de voorwaarden van die ontheffing vallen niet onder het overgangsrecht. De reden hiervoor is dat er bij de verlening van de ontheffing al een afweging is gemaakt of de watergebonden activiteit toelaatbaar is en zo ja onder welke voorwaarden.</al>
            <al>Het overgangsrecht geldt voor activiteiten die in beginsel niet toegestaan zijn op grond van het Ligplaatsenbeleid 2026. Het is daarom vanuit een beleidsmatig oogpunt wenselijk dat de – met het Ligplaatsenbeleid 2026 strijdige – watergebonden activiteiten op termijn worden beëindigd en niet structureel zullen worden voortgezet. Om te voorkomen dat de afwijking van het beleid een permanent karakter krijgt, worden ontheffingen verleend op grond van dit artikel ingetrokken zodra de houder van de ontheffing de watergebonden activiteit niet meer uitvoert. Op grond van artikel 10 is reeds bepaald dat een ontheffing strikt persoonlijk is en dus niet overdraagbaar is.</al>
            <al>Lopende aanvragen worden afgehandeld op grond van het ligplaatsenbeleid van 26 oktober 2015 (zie <extref doc="stcrt-2015-46267" soort="document" status="actief">Stcrt. 2015, nr. 46267</extref>), tenzij toepassing van het Ligplaatsenbeleid 2026 gunstiger uitvalt voor de aanvrager.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <ondertekening>
          <functie>De hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid,</functie>
          <naam>
            <voornaam>R.</voornaam>
            <achternaam>Nomes</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>