﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-22440/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Regeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 16 juni 2026, nr. 7489165, tot wijziging van de Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen in verband met het regelen van het gebruik van een interventiemiddel ten behoeve van het bestrijden van onbemande mobiele objecten</intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <wie>De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,</wie>
        <considerans>
          <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op artikel 35, vierde lid, van de Penitentiaire beginselenwet;</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Besluit:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <wijzig-artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">I</nr>
          </kop>
          <wat type="wijziging">De Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen wordt als volgt gewijzigd:</wat>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">A</lidnr>
            <wat>Aan artikel 1, onderdeel f, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikeltekst>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>7°.</li.nr>
                    <al>een apparaat waarmee een onbemand mobiel object kan worden gestopt of worden beïnvloed teneinde een dreiging of mogelijke dreiging ten aanzien van de orde en veiligheid in en rondom de inrichting af te wenden.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">B</lidnr>
            <wat>Aan artikel 1 wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikeltekst>
                <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
                  <definitie-item>
                    <li.nr>j.</li.nr>
                    <term>onbemand mobiel object:</term>
                    <definitie>
                      <al>een zich autonoom of op afstand bestuurd, verplaatsend object waaronder drones, robots, voertuigen en (lucht)vaartuigen;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                </definitielijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">C</lidnr>
            <wat>In artikel 3, tweede lid, wordt na ‘jegens een gedetineerde’ ingevoegd ‘of zaak’.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">D</lidnr>
            <wat>Na artikel 8a worden twee artikelen ingevoegd, luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">8b</nr>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>Het gebruik van een apparaat, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, onder 7°, jegens een onbemand mobiel object is slechts geoorloofd boven, op dan wel onder het terrein van:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>de extra beveiligde inrichting, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder d, van de Penitentiaire beginselenwet;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>de uitgebreid beveiligde inrichting, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder c, van de Penitentiaire beginselenwet; of</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>de op het terrein van een inrichting aanwezige extra beveiligde zittingszaal.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">8c</nr>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>Indien een onbemand mobiel object wordt gesignaleerd, dan wordt op basis van de op dat moment beschikbare informatie onverwijld een inschatting gemaakt van het gevaarzettende of ongeoorloofde karakter van de (dreigende) aanwezigheid van het onbemande mobiele object en van de aard en ernst van de dreiging of het gevaar voor de orde en veiligheid in en rondom de inrichting. De eventuele inzet van een apparaat, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, onder 7° vindt vervolgens pas plaats indien er geen andere, minder ingrijpende toereikende middelen zijn om de dreiging te stoppen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>De inzet van een apparaat bedoeld in artikel 1, onderdeel f, onder 7°, vergt een afgewogen beslissing van de ambtenaar. De ambtenaar neemt bij zijn beslissing in elk geval het volgende in acht:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>Bij de inzet van een apparaat bedoeld in artikel 1, onderdeel f, onder 7° wordt gekozen voor het minst ingrijpende toereikende middel, dat voorts in redelijke verhouding staat tot het beoogde doel, te weten het bewaren van de orde en veiligheid in en rondom de inrichting, dan wel mogelijke bedreigingen daarvan te bestrijden;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>Bij de inzet van een apparaat bedoeld in artikel 1, onderdeel f, onder 7°, wordt tevens een inschatting gemaakt van mogelijk letsel bij personen of de schade aan zaken die als voorzienbaar gevolg kunnen optreden door de inzet van het gekozen middel. De ingeschatte gevolgen moeten in redelijke verhouding staan tot het beoogde doel, te weten het bewaren van de orde en veiligheid ten aanzien van de inrichting, dan wel mogelijke bedreigingen daarvan te bestrijden;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>De eventuele instructies die door het bevoegde gezag zijn verschaft, worden bij de inzet van een apparaat bedoeld in artikel 1, onderdeel f, onder 7°, in acht genomen.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
        </wijzig-artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">II</nr>
          </kop>
          <al>Deze regeling wordt twee jaar na inwerkingtreding geëvalueerd op doeltreffendheid en effecten van deze regeling in de praktijk.</al>
        </artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">III</nr>
          </kop>
          <al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 01 juli 2026.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          <functie>De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,</functie>
          <naam>
            <voornaam>K.T. van</voornaam>
            <achternaam>Bruggen</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <tussenkop kopopmaak="cur">Aanleiding</tussenkop>
        <al>De penitentiaire inrichtingen van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) worden geconfronteerd met ongewenste en verboden aanwezigheid van onbemande mobiele objecten, zoals onbemande luchtvaartuigen (drones). Bij onbemande mobiele objecten kan echter ook worden gedacht aan objecten die zich over of onder de grond bewegen en objecten die zich over het water bewegen. Met die onbemande mobiele objecten kunnen voorwerpen binnengesmokkeld worden die in de inrichting verboden zijn (contrabande). Het kan bijvoorbeeld gaan om harddrugs en/of wapens (verboden in de buitenwereld), maar ook om smart-devices zoals telefoons (niet verboden buiten de inrichting) waarbij het risico bestaat op voortgezet crimineel handelen vanuit detentie (VCHD). Naast voornoemde invoer van contrabande herbergen onbemande mobiele objecten potentieel een grotere dreiging, zoals het plegen van een aanslag of als hulpmiddel bij een poging tot ontvluchting. Dit vormt een gevaar voor de orde en veiligheid in de inrichting, maar kan ook gevolgen hebben buiten de inrichting. Zowel de inrichting zelf als de daarin aanwezige gedetineerden, personeelsleden, bezoekers en andere personen die daar werkzaamheden uitvoeren dienen te worden beschermd. Omdat DJI tot op heden niet over de bevoegdheid beschikt om onbemande mobiele objecten te bestrijden, is DJI wat betreft de inzet van interventiemiddelen afhankelijk van ketenpartners. Bij de signalering van bijvoorbeeld een ongeoorloofde drone hanteert DJI op dit moment een zogeheten “opvolgprotocol” waar acties uiteen worden gezet om de drone zo snel mogelijk uit het gebied van de luchtruimsluiting te krijgen met hulp van de politie via een bijstandsverzoek. Omdat onbemande mobiele objecten steeds meer voorkomen, en daarmee ook de mogelijkheid van incidenten met dergelijke objecten die een dreiging voor de orde en veiligheid in de inrichting kunnen opleveren, bestaat de noodzaak voor DJI om bij inrichtingen met een extra of een uitgebreid beveiligingsniveau en/of een extra beveiligde zittingszaal in geval van een actuele dreiging een zelfstandige bevoegdheid te hebben om onbemande mobiele objecten te verstoren of uit de lucht te halen als die objecten via bodem, lucht of water een penitentiaire inrichting zoals hiervoor genoemd benaderen, zodat snel en direct kan worden opgetreden, zonder afhankelijkheid van ketenpartners en hun capacitaire mogelijkheden. Daarnaast heeft Kamerlid Ellian (VVD) op 26 november 2025 een motie ingediend (Kamerstukken II, vergaderjaar 2025/26, <extref doc="kst-36858-3" soort="document" status="actief">36 858, nr. 3</extref>) waarin de regering verzocht wordt om drones die een dreiging vormen voor militaire installaties en justitiële locaties op een veilige wijze te bestrijden. Deze motie is aangenomen. Met onderhavige regeling wijzig ik de Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen om drones en andere onbemande mobiele objecten gericht te kunnen bestrijden.</al>
        <tussenkop kopopmaak="cur">De inzet van een interventiemiddel</tussenkop>
        <al-groep>
          <al>In artikel 35 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) is het geweldsgebruik en de aanwending van vrijheidsbeperkende middelen van een uitdrukkelijke basis voorzien en toegekend aan de directeur vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de handhaving van de orde en de veiligheid in de inrichting. Deze bevoegdheid is overdraagbaar. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder f, van de Penitentiaire beginselenwet is ‘een ambtenaar of medewerker’ een persoon die een taak uitvoert in het kader van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of een vrijheidsbenemende maatregel. Dit betekent dat de inzet van het apparaat qua gebruik en werking is toegestaan op het terrein van de PI. Dit kan zien op het luchtruim daarboven maar ook op en onder de grond.</al>
          <al>In de Geweldsinstructie wordt een geweldsmiddel toegevoegd, te weten een apparaat waarmee een onbemand mobiel object kan worden gestopt of worden beïnvloed teneinde een (mogelijke) dreiging ten aanzien van de orde en veiligheid in en rondom de inrichting af te wenden (hierna: een interventiemiddel).</al>
        </al-groep>
        <al-groep>
          <al>Met een interventiemiddel kan alleen worden ingegrepen boven, op dan wel onder het terrein van de inrichtingen met een extra (thans alleen de extra beveiligde inrichting te Vught) of met een uitgebreid beveiligingsniveau. Bij die laatste gaat het in de praktijk veelal om inrichtingen met een afdeling voor intensief toezicht (AIT), een terroristenafdeling (TA), een afdeling voor Beheers Problematische Gedetineerden (BPG) en/of de als uitgebreid beveiligde afdeling aangewezen delen van een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC). In de extra en uitgebreid beveiligde inrichtingen zijn gedetineerden geplaatst van wie hoge maatschappelijke risico’s uitgaan, bijvoorbeeld vanwege vluchtgevaar, risico op (levensbedreigend of anderszins ernstig) VCHD, gevaar voor de openbare orde of ernstige veiligheidsrisico’s binnen detentie. Voorkomen moet worden dat die gedetineerden met behulp van onbemande mobiele objecten bijvoorbeeld in staat worden gesteld te kunnen ontvluchten, VCHD te plegen, of gebruik te maken van contrabande. Dit past bij het Coalitieakkoord 2026–2030 waarbij wordt verzocht om de aanpak van contrabande te versterken om VCHD tegen te gaan. Verder kan deze bevoegdheid worden ingezet bij een extra beveiligde zittingszaal, voor zover die aanwezig is bij een inrichting. Dat zal vooral het geval zijn in de streng beveiligde regimes zoals een extra beveiligde inrichting. Ten overvloede geldt boven en rondom de locaties van DJI sowieso een (beperkt) verboden zone voor burgerluchtvaart<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Zie daarvoor de Regeling zonering onbemande luchtvaartuigen.</noot.al></noot>.</al>
          <al>In het kader van proportionaliteit en subsidiariteit kan DJI verschillende interventiemiddelen inzetten om onbemande mobiele objecten te bestrijden. Indien die middelen echter onvoldoende effect sorteren en een onbemand mobiel object een inrichting zodanig dicht is genaderd dat die boven, op dan wel onder het terrein van de inrichting dreigt te komen of daadwerkelijk komt, kan een interventiemiddel in de zin van deze regeling worden ingezet. Daarmee kan gebruik worden gemaakt van (pulserende) energie<noot id="n2" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Met het toepassen van pulserende energie wordt in de zin van deze regeling uitdrukkelijk niet bedoeld het jammen.</noot.al></noot> teneinde het onbemande mobiele object te doen stoppen dan wel te doen hinderen. Bij het gebruikmaken van pulserende energie wordt bijvoorbeeld een overkill in het systeem van het onbemande mobiele object veroorzaakt, waardoor deze – afhankelijk van het type en de instellingen van het specifieke onbemande mobiele object – stilvalt en op de grond valt. Bij de uitvoering van deze bevoegdheid zal de ambtenaar houvast vinden in de algemene beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit, redelijkheid en gematigdheid.</al>
        </al-groep>
        <al>Nadat een onbemand mobiel object is gesignaleerd (door een fysieke waarneming danwel door apparatuur), wordt op basis van de op dat moment beschikbare informatie onverwijld een inschatting gemaakt van het gevaarzettende of ongeoorloofde karakter van de (dreigende) aanwezigheid van het onbemande mobiele object en van de aard en ernst van de dreiging of het gevaar voor de orde en veiligheid in en rondom de inrichting. De eventuele inzet van een interventiemiddel vindt vervolgens pas plaats indien er geen andere, minder ingrijpende toereikende middelen zijn om de dreiging te stoppen.</al>
        <al-groep>
          <al>Om te voorkomen dat een interventiemiddel vaker dan noodzakelijk wordt ingezet, kan de inzet alleen in uitzonderlijke situaties plaatsvinden, waaronder in elk geval de volgende situaties worden verstaan:</al>
          <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
            <li>
              <li.nr>–</li.nr>
              <al>als het onbemand mobiel object een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnde geweldsmiddel vervoert en redelijkerwijs wordt verwacht dat dit tegen een persoon of zaak gebruikt zal worden of aanstonds ander geweld tegen een persoon of zaak gebruikt zal worden;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>–</li.nr>
              <al>als redelijkerwijs sprake is van direct gevaar voor een organisatorische, bouwkundige en/of elektronische voorziening van de inrichting;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>–</li.nr>
              <al>als redelijkerwijs sprake is van direct gevaar voor het leven van personen of het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel.</al>
            </li>
          </lijst>
          <al>Met deze doelomschrijving wordt tevens beoogd dat daadwerkelijk kan worden ingegrepen bij concrete dreigingen, maar dat ook preventief kan worden gehandeld als daarmee de orde en veiligheid in de inrichting gehandhaafd kunnen worden. Tegelijkertijd wordt beoogd dat onbemande mobiele objecten die geen dreiging vormen omdat ze bijvoorbeeld toestemming hebben zich boven de inrichting te begeven, zo min mogelijk last hebben van de inzet van deze bevoegdheid.</al>
        </al-groep>
        <al>De inzet van een interventiemiddel vergt een afgewogen beslissing van een ambtenaar. In ieder concreet geval moet beoordeeld worden welk middel het meest proportioneel en effectief is. In een geval dat met een minder ingrijpend middel het onbemand mobiel object kan worden gevangen of gestopt, is inzet van een interventiemiddel waarmee de dreiging op het gevaar voor de veiligheid kan worden afgewend niet aan de orde.</al>
        <tussenkop kopopmaak="cur">Waarborg gebruik interventiemiddelen</tussenkop>
        <al>Om te waarborgen dat de beslissing tot daadwerkelijke inzet zorgvuldig wordt genomen en aantoonbaar is op basis van welke informatie besloten wordt tot inzet, worden procedures ingericht. Dat brengt met zich mee dat de ambtenaar die een interventiemiddel inzet zoals hiervoor beschreven, voldoende opgeleid is en daarmee kennis heeft van de juridische, technische en operationele aspecten van het gebruik ervan en daartoe geoefend is.</al>
        <tussenkop kopopmaak="cur">Proportionaliteit en subsidiariteit</tussenkop>
        <al>De betrokken ambtenaren/de DJI maakt daartoe evoluerende scenario’s met handelingsperspectief (voorzien van een impactanalyse afgestemd op de specifieke lokale omstandigheden en treft zonodig mitigerende maatregelen) opdat voornoemde punten prominent en zo optimaal mogelijk worden geborgd en continue worden geëvalueerd.</al>
        <tussenkop kopopmaak="cur">Evaluatie</tussenkop>
        <al>Deze regeling wordt twee jaar na inwerkingtreding geëvalueerd op doeltreffendheid en effecten van deze regeling in de praktijk.</al>
        <ondertekening>
          <functie>De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,</functie>
          <naam>
            <voornaam>K.T. van</voornaam>
            <achternaam>Bruggen</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>