<OfficielePublicatie schemaversie="1.2.0" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/lvbb/stop/uitlevering/">
  <ExpressionIdentificatie xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
    <FRBRWork>/akn/nl/officialGazette/stcrt/2026/21626</FRBRWork>
    <FRBRExpression>/akn/nl/officialGazette/stcrt/2026/21626/nld@2026-06-12</FRBRExpression>
    <soortWork>/join/id/stop/work_015</soortWork>
  </ExpressionIdentificatie>
  <OfficielePublicatieVersieMetadata xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
    <gepubliceerdOp>2026-06-12</gepubliceerdOp>
  </OfficielePublicatieVersieMetadata>
  <OfficielePublicatieMetadata xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
    <heeftCiteertitelInformatie>
      <CiteertitelInformatie>
	<citeertitel>Besluit tot vaststelling van het projectbesluit A6 zon Lelystad</citeertitel>
	<isOfficieel>false</isOfficieel>
      </CiteertitelInformatie>
    </heeftCiteertitelInformatie>
    <eindverantwoordelijke>/tooi/id/ministerie/mnre1045</eindverantwoordelijke>
    <informatieobjectRefs>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/mnre1045/2026/pb_A6zon_projectgebied/nld@2026-06-11</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/mnre1045/2026/Landschappelijke_inpassing_vanaf_de_omgeving_van_de_rijksweg/nld@2026-06-09;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/mnre1045/2026/Landschappelijke_inpassing_vanaf_de_rijksweg/nld@2026-06-09;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/mnre1045/2026/pb_A6zon_projectgebied_Lelystad/nld@2026-06-11</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/mnre1045/2026/pb_A6zon_Oostvaarderplassen/nld@2026-06-11</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/mnre1045/2026/pb_A6zon_BoogOmLelystad/nld@2026-06-11</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/mnre1045/2026/pb_A6zon_Overiggebied/nld@2026-06-11</informatieobjectRef>
    </informatieobjectRefs>
    <jaargang>2026</jaargang>
    <maker>/tooi/id/ministerie/mnre1045</maker>
    <officieleTitel>Besluit tot vaststelling van het projectbesluit A6 zon Lelystad</officieleTitel>
    <onderwerpen>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_9af4b880</onderwerp>
    </onderwerpen>
    <publicatieIdentifier>stcrt-2026-21626</publicatieIdentifier>
    <publicatienaam>Staatscourant 2026, 21626</publicatienaam>
    <publicatieblad>/tooi/def/concept/c_0670bae1</publicatieblad>
    <publicatienummer>21626</publicatienummer>
    <publiceert>/akn/nl/bill/mnre1045/2026/000009/nld@2026-06-10</publiceert>
    <soortProcedure>/join/id/stop/proceduretype_ontwerp</soortProcedure>
    <rechtsgebieden>
      <rechtsgebied>/tooi/def/concept/c_638d8062</rechtsgebied>
    </rechtsgebieden>
    <uitgever>/tooi/id/ministerie/mnre1034</uitgever>
    <soortPublicatie>/join/id/stop/soortpublicatie_001</soortPublicatie>
  </OfficielePublicatieMetadata>
  <OfficielePublicatie xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
    <Staatscourant>
      <Bladaanduiding>
	<Titelregel>Staatscourant</Titelregel>
	<Titelregel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</Titelregel>
      </Bladaanduiding>
      <BesluitCompact>
	<RegelingOpschrift eId="longTitle" wId="longTitle">
	  <Al>Besluit tot vaststelling van het projectbesluit A6 zon Lelystad</Al>
	</RegelingOpschrift>
	<Aanhef eId="formula_1" wId="formula_1">
	  <Al>De staatssecretaris voor Klimaat en Groene Groei (KGG) en de minister voor
					Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO)</Al>
	  <Al>gelet op artikel 5.44 van de Omgevingswet</Al>
	  <Al>overwegende,</Al>
	  <Al>dat het ten behoeve van het project Energieproject A6 zon Lelystad in de
					gemeente Lelystad noodzakelijk is een planologische regeling als bedoeld in de
					Omgevingswet (hierna: Ow) te treffen;</Al>
	  <Al>dat de planologische regeling wordt vormgegeven in de vorm van een
					projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 e.v. Ow;</Al>
	  <Al>dat het gezien de ambitie uit het Klimaatakkoord noodzakelijk is om in te zetten
					op de opwek van elektriciteit middels hernieuwbare bronnen;</Al>
	  <Al>dat omtrent het voornemen overleg als bedoeld in artikel 2.2 Ow is gepleegd met
					de uitvoeringsdiensten van het Rijk, provincie Flevoland, gemeente Lelystad en
					waterschap Zuiderzeeland;</Al>
	  <Al>dat omtrent het voornemen en het projectbesluit participatie is gevoerd als
					bedoeld in art. 5.47, lid 4 en 5.51 Ow, alsmede art. 5.3 Omgevingsbesluit
					(Ob);</Al>
	  <Al>dat er geen sprake is van een aangewezen bouwactiviteit als bedoeld in artikel
					13.11 Ow en artikel 8.13 Ob;</Al>
	  <Al>dat het daarom niet nodig is om kostenverhaalsvoorschriften te verbinden aan het
					projectbesluit of kostenverhaalsregels toe te voegen aan het het omgevingsplan
					zoals dat is voorgeschreven in artikel 13.14 lid 3 b Ow;</Al>
	  <Al>dat het ontwerp van het onderhavige besluit met de bijbehorende regels en
					bijlagen</Al>
	  <Al>en daarop betrekking hebbende stukken, als vervat in [KENMERK], van [DATUM] tot
					en met [DATUM] voor een ieder ter inzage heeft gelegen;</Al>
	  <Al>dat gedurende deze termijn [XX] unieke zienswijzen zijn ingediend;</Al>
	  <Al>[dat een aantal van deze zienswijzen aanleiding heeft gegeven [ONDERDEEL VAN]
					het projectbesluit aan te passen, ten opzichte van het ontwerp daarvan, van
					welke</Al>
	  <Al>wijzigingen in de bijlage bij dit besluit een overzicht wordt gegeven;] OF [dat
					geen van deze zienswijzen aanleiding heeft gegeven om het projectbesluit aan te
					passen] EN/OF [dat de regels, de verbeelding en de toelichting bij het
					projectbesluit ambtshalve zijn aangepast, ten opzichte van het ontwerp daarvan,
					van welke aanpassingen in de bijlage bij dit besluit een overzicht wordt
					gegeven];</Al>
	  <Al>onder verwijzing naar het milieueffectrapport Energieproject A6 zon Lelystad,
					het toetsingsadvies over het milieueffectrapport van de Commissie voor de
					milieueffectrapportage d.d. [DATUM], de antwoordnota zienswijzen en de
					motivering bij het projectbesluit en de hieraan ten grondslag liggende
					onderzoeken;</Al>
	  <Al>Besluiten:</Al>
	</Aanhef>
	<Lichaam eId="body" wId="body">
	  <WijzigArtikel eId="art_1" wId="mnre1045_1-0__art_1">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>1</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Het projectbesluit A6 zon Lelystad vast te stellen, zoals deze in <IntRef ref="cmp_1" scope="WijzigBijlage">Bijlage 1</IntRef> bij dit besluit is
						opgenomen.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <WijzigArtikel eId="art_2" wId="mnre1045_1-0__art_2">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>2</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Ten behoeve van het project het omgevingsplan van de gemeente Lelystad te
						wijzigen, zoals in <IntRef ref="cmp_2" scope="WijzigBijlage">Bijlage
							2</IntRef> bij dit besluit is opgenomen.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <Artikel eId="art_3" wId="mnre1045_1-0__art_3">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>3</Nummer>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al>Geen kostenverhaalregels of -voorschriften te stellen als bedoeld in
							art. 13.14 Ow, omdat er geen sprake is van een aangewezen bouwactiviteit
							als bedoeld inartikel 8.13 Ob.</Al>
	    </Inhoud>
	  </Artikel>
	  <Artikel eId="art_4" wId="mnre1045_1-0__art_4">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>4</Nummer>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al>Dit besluit treedt in werking op [DATUM].</Al>
	    </Inhoud>
	  </Artikel>
	</Lichaam>
	<Sluiting eId="formula_2" wId="formula_2">
	  <Al>Aldus besloten</Al>
	  <Al>w.g. [DATUM]</Al>
	  <Al>Jo-Annes de Bat</Al>
	  <Al>Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei</Al>
	</Sluiting>
	<WijzigBijlage eId="cmp_1" wId="mnre1045_1-0__cmp_1">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>1</Nummer>
	    <Opschrift> Artikel 1</Opschrift>
	  </Kop>
	  <RegelingVrijetekst componentnaam="regeling" wordt="/akn/nl/act/mnre1045/2026/000009/nld@2026-06-10">
	    <RegelingOpschrift eId="longTitle" wId="longTitle">
	      <Al>Besluit tot vaststelling van het projectbesluit A6 zon Lelystad</Al>
	    </RegelingOpschrift>
	    <Lichaam eId="body" wId="body">
	      <Divisie eId="div_1" wId="mnre1045_1-0__div_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Beschrijving van het project</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst eId="div_1__content_1" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_1">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Inleiding</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met dit projectbesluit wordt het project <IntIoRef eId="div_1__content_1__ref_o_1" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_1__ref_o_1" ref="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">Energieproject A6 zon Lelystad</IntIoRef> mogelijk
										gemaakt. De Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK)
										in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting en
										Ruimtelijke Ordening (VRO) is bevoegd gezag voor het
										projectbesluit. Daar waar in dit projectbesluit de minister
										worden genoemd, wordt de Minister van EZK bedoeld.
										Rijkswaterstaat (als uitvoerende organisatie van het
										ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) neemt het
										(voorlopige) initiatief voor het inpassen van zonnepanelen
										langs de A6. Een impressie van de ligging van het project is
										opgenomen in figuur 1.1 (zie volgende pagina).</Al>
		    <Al>Met het project wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan
										het behalen van de klimaatdoelstelling dat in 2030 zeventig
										procent van onze elektriciteit uit hernieuwbare bronnen moet
										komen. Daarnaast is het van belang de beschikbare ruimte zo
										optimaal mogelijk te benutten door in te zetten op
										meervoudig ruimtegebruik. Op die manier wordt eenzelfde
										grond- of wateroppervlakte voor meer dan één doel gebruikt.
										Het project <IntIoRef eId="div_1__content_1__ref_o_2" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_1__ref_o_2" ref="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">A6 zon Lelystad</IntIoRef> draagt bij aan deze
										doelstelling.</Al>
		    <Al>In paragraaf 1.2 zijn de begripsbepalingen opgenomen.
										Paragraaf 1.3 omvat de projectbeschrijving. Vervolgens
										worden in paragrafen 1.4, 1.5 en 1.6 de permanente en
										tijdelijke maatregelen en voorzieningen ten behoeve van de
										aanleg en instandhouding van het <IntIoRef eId="div_1__content_1__ref_o_3" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_1__ref_o_3" ref="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">Energieproject A6 zon Lelystad</IntIoRef> beschreven,
										alsmede de maatregelen ten behoeve van het ongedaan maken,
										beperken of compenseren van de nadelige gevolgen van (het in
										werking hebben of instand houden van) het project voor de
										fysieke leefomgeving.</Al>
		    <Figuur eId="div_1__content_1__img_o_1" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_1__img_o_1">
		      <Titel>Ligging Energieproject A6 Zon Lelystad</Titel>
		      <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-1.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="479" hoogte="679" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Figuur 1.1 Ligging projectgebied</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_1__content_2" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_2">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In dit projectbesluit wordt verstaan onder:</Al>
		    <Al><i>1. Maatregelen</i></Al>
		    <Al>Bouwwerken, werken en voorzieningen van infrastructurele,
										waterhuishoudkundige, landschappelijke, landbouwkundige,
										ecologische of andere aard die worden gerealiseerd teneinde
										nadelige gevolgen van de realisatie en/of exploitatie van
										het <IntIoRef eId="div_1__content_2__ref_o_4" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_2__ref_o_4" ref="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">Energieproject A6 zon Lelystad</IntIoRef> voor de
										omgeving te verminderen of te voorkomen.</Al>
		    <Al><i>2. Tijdelijke maatregelen</i></Al>
		    <Al>Maatregelen die alleen in de aanlegfase van het project
										nodig zijn, zoals benodigde bouwwerken, werken en
										voorzieningen waaronder bouwdokken, werk- en
										montageterreinen, opslagruimten, bouwketen, depots,
										bouwwegen, persleidingen en wegomleggingen. Tijdelijke
										maatregelen worden niet langer in stand gehouden dan
										noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden ten
										behoeve van het <IntIoRef eId="div_1__content_2__ref_o_5" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_2__ref_o_5" ref="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">Energieproject A6 zon Lelystad</IntIoRef> en uiterlijk
										tot één jaar na oplevering en start van ingebruiknemen van
										het project.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_1__content_3" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_3">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Projectbeschrijving</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit projectbesluit heeft betrekking op de realisatie en
										exploitatie van het <IntIoRef eId="div_1__content_3__ref_o_6" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_3__ref_o_6" ref="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">Energieproject A6 zon Lelystad</IntIoRef> en maakt
										langs de A6 binnen de aangegeven werkingsgebieden de
										volgende voorzieningen mogelijk:</Al>
		    <Lijst eId="div_1__content_3__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_3__list_o_1" type="expliciet">
		      <Li eId="div_1__content_3__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>PV-panelen met daarbij behorende stellages</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_3__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>Elektriciteitskabels, niet zijnde
												hoogspanningskabels, inclusief aansluiting(en) op
												het elektriciteitsnet</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_3__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_3__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>Omvormers en verdelers</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_3__list_o_1__item_d" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_3__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>Transformatoren / onderstation</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_3__list_o_1__item_e" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_3__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>Groenvoorzieningen</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_3__list_o_1__item_f" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_3__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>Watergangen en -partijen</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_3__list_o_1__item_g" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_3__list_o_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>Grondophogingen</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_3__list_o_1__item_h" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_3__list_o_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>Hekwerken en geleiderails</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_3__list_o_1__item_i" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_3__list_o_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>Onderhoudspaden</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>Grootschalige opslag in batterijen wordt niet rechtstreeks
										toegelaten op grond van dit besluit.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_1__content_4" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_4">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Permanente maatregelen en voorzieningen ten behoeve
										van de realisatie en exploitatie van het project</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Watergangen met rietkragen die een fysieke barriere vormen
										voor een zonneveld dat onderdeel is van het project, dienen
										gedurende de gebruikstijd van de opstellocaties voor de
										zonnevelden in stand te worden gehouden.</Al>
		    <Al>Maatregelen voor de landschappelijke inpassing vanaf de
										rijksweg op basis van de ontwerpeisen dienen gedurende de
										gebruikstijd van de opstellocaties voor de zonnevelden in
										stand te worden gehouden. De ontwerpeisen zijn opgenomen als
										bijlage bij het tijdelijk regelingdeel.</Al>
		    <Al>Aan de ontwerpeisen moet worden voldaan. Er zijn
										ontwerpeisen aan het project voor de inpassing in de
										omgeving beschouwd van de rijksweg, hoofdzakelijk gericht op
										de beleving van de weg door de weggebruiker. Ook zijn er
										ontwerpeisen voor de inpassing van de opstellocaties
										beschouwd vanaf locaties in de omgeving: maatregelen en
										voorzieningen om de achterzijde van de zonnevelden in te
										passen moeten worden getroffen. Hierbij kunnen grondwallen,
										afscherming met wanden, groenstructuren of andere
										maatregelen en voorzieningen met een vergelijkbaar effect
										worden aangebracht en in stand worden gehouden gedurende de
										exploitatie.</Al>
		    <Al>De maatregel of voorziening wordt door de de initiatiefnemer
										uitgewerkt in het kader van de vergunningverlening en wordt
										beoordeeld in de vergunningprocedure door het bevoegd gezag
										voor het verlenen van de vergunning.</Al>
		    <Al>Bij het realiseren van de opstellocaties mogen geen
										uitlogende materialen worden toegepast. Bij het realiseren
										van opstellocaties mag uitsluitend en voor zover
										noodzakelijk ten behoeve van het project grond van een
										overeenkomstige kwaliteit als de gebiedseigen kwaliteit
										(vergelijkbare classificatie) worden aangebracht.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_1__content_5" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_5">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Tijdelijke maatregelen en voorzieningen ten behoeve
										van de realisatie van het project</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Lijst eId="div_1__content_5__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_5__list_o_1" type="expliciet">
		      <Li eId="div_1__content_5__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_5__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>In verband met de uitvoering van het projectbesluit
												kunnen tijdelijke maatregelen worden gerealiseerd of
												uitgevoerd. De tijdelijke maatregelen kunnen worden
												gerealiseerd en uitgevoerd binnen de grenzen van het
												gehele regelinggebied. Onder tijdelijke maatregelen
												worden onder andere begrepen:</Al>
			<Lijst eId="div_1__content_5__list_o_1__item_a__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_5__list_o_1__item_a__list_o_1" type="expliciet">
			  <Li eId="div_1__content_5__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_5__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>opslagplaatsen, werkterreinen, installaties,
												bouwketen, parkeerplaatsen voor personeel en
												bezoekers;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="div_1__content_5__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_5__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>laad- en losplaatsen en grond- en
												zanddepots;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="div_1__content_5__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_5__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3">
			    <LiNummer>3°.</LiNummer>
			    <Al>werkzones ten behoeve van de
												werkzaamheden;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="div_1__content_5__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_5__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4">
			    <LiNummer>4°.</LiNummer>
			    <Al>tijdelijke bouwwegen, energievoorziening,
												afrastering, drainage en riolering.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_5__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_5__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de gronden waarop tijdelijke maatregelen worden
												getroffen, krijgen na uitvoering van de
												werkzaamheden hun oorspronkelijke functie conform
												het omgevingsplan terug, zoals deze gold voor de
												datum van inwerkingtreden van het projectbesluit,
												tenzij in de regels van dit projectbesluit die het
												omgevingsplan wijzigen anders is bepaald.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_1__content_6" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_6">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Maatregelen gericht op het ongedaan maken, beperken
										of compenseren van de nadelige gevolgen van het project of
										het in werking hebben of in stand houden daarvan voor de
										fysieke leefomgeving</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al><strong>Ecologische maatregelen</strong></Al>
		    <Al>Voor het project geldt dat er sprake is van ruimtebeslag op
										NNN-gebieden: dit ruimtebeslag wordt gecompenseerd door de
										ontwikkeling van gebieden met natuurwaarden op de locatie
										‘gebiedsontwikkeling Zuiderhage’ . Deze natuurcompensatie
										mag op een alternatieve, gelijkwaardige locatie worden
										gerealiseerd.</Al>
		    <Al>Voor de aanleg van de zonnepanelen in het deelgebied
										‘Oostvaardersplassen’ en het deelgebied ‘Boog om Lelystad’
										worden bomen gekapt. Compensatie van deze bomen is voorzien
										in de aanplant van houtopstanden in ‘gebiedsontwikkeling
										Zuiderhage’. Deze bomencompensatie mag op een alternatieve,
										gelijkwaardige locatie worden gerealiseerd.</Al>
		    <Al>Met voorafgaande toestemming van provincie Flevoland mag een
										alternatieve locatie voor de compensatie van NNN-gebieden of
										alternatieve herplant van houtopstanden worden gerealiseerd.
										Het provinciale beleid voor compensatie van gebieden of
										houtopstanden dient hierbij in acht genomen te worden.</Al>
		    <Al><strong>Maatregelen ten aanzien van beschermde
											soorten</strong></Al>
		    <Al>Om te voldoen aan de zorgplicht dienen minimaal de volgende
										maatregelen in acht te worden genomen:</Al>
		    <Lijst eId="div_1__content_6__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_6__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		      <Li eId="div_1__content_6__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_6__list_o_1__item_a">
			<Al>aanwezige beplanting binnen het plangebied (met name
												bomen en struiken) zoveel mogelijk behouden;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_6__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_6__list_o_1__item_b">
			<Al>werken van één kant af om fauna de kans te geven
												zelfstandig te vluchten;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_6__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_6__list_o_1__item_c">
			<Al>enkel bij daglicht werken om verstoring van
												nacht-actieve soorten (zoals vleermuizen) te
												voorkomen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_6__list_o_1__item_d" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_6__list_o_1__item_d">
			<Al>in mogelijk leefgebied: jonge hazen/egels met rust
												laten en wachten tot deze zelfstandig het werkgebied
												hebben verlaten. Indien dit niet mogelijk is, mogen
												de dieren met handschoenen naar een beschutte
												locatie buiten het werkgebied verplaatst worden. Bij
												het aantreffen van dieren in winterslaap mogen deze
												niet verplaatst worden zonder ecologische
												begeleiding van een erkend ecoloog.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>Om vestiging van beschermde (pionier)soorten te voorkomen,
										dienen de volgende voorzorgsmaatregelen in acht te worden
										genomen, vanaf het moment dat de initiatienemer vergunning
										voor de uitvoering heeft verkregen:</Al>
		    <Lijst eId="div_1__content_6__list_o_2" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_6__list_o_2" type="ongemarkeerd">
		      <Li eId="div_1__content_6__list_o_2__item_a" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_6__list_o_2__item_a">
			<Al>voorkomen dat er op het bouwterrein natte laagtes of
												bandensporen overblijven; dit is geschikt
												voortplantingsbiotoop voor de rugstreeppad;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_6__list_o_2__item_b" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_6__list_o_2__item_b">
			<Al>vorming van grote zandhopen voorkomen; dit vormt
												geschikt landhabitat voor de rugstreeppad en (bij
												aanwezigheid van steile kanten) een geschikte
												broedlocatie voor oeverzwaluwen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_6__list_o_2__item_c" wId="mnre1045_1-0__div_1__content_6__list_o_2__item_c">
			<Al>voorkomen dat er ten tijde van de werkzaamheden
												vogels van pioniersituaties gaan broeden
												(bijvoorbeeld de kleine plevier en scholekster).
												Hiertoe dient bij voorkeur buiten het broedseizoen
												te worden gewerkt. Indien dit niet mogelijk is,
												dienen (vanaf de start van het broedseizoen)
												maatregelen te worden genomen om het terrein
												broedvrij te houden (gebruik van linten, regelmatige
												betreding door voetganger met hond e.d.).</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al><strong>Landschappelijke maatregelen</strong></Al>
		    <Al>Na het vervallen van de vergunning voor het zonnepark wordt
										door Rijkswaterstaat als grondeigenaar, in opdracht en onder
										verantwoordelijkheid van de Minister van Klimaat en Groene
										Groei, een landschapsplan en uitwerkingsplan opgesteld en
										uitgevoerd. Dit plan borgt het herstel en waar mogelijk de
										versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het
										snelweglandschap, met aandacht voor openheid en zichtlijnen
										naar de Oostvaardersplassen, de landschappelijke inpassing
										rond de Boog om Lelystad en het behoud van groene en natte
										structuren (o.a. rietkragen, watergangen). Het plan wordt
										opgesteld in afstemming met provincie Flevoland en gemeente
										Lelystad en vastgesteld binnen 12 maanden na beëindiging van
										de exploitatieperiode</Al>
		    <Al>Voor de opstellocaties van zonnepanelen die op basis van de
										ontwerpregels (bijlage ‘Principeontwerp A6 Zon’) worden
										voorzien van een rietkraag, geldt dat deze rietkraag door de
										exploitant aangelegd moet worden. Het beheer van rietkraag
										en watergang wordt uitgevoerd door Rijkswaterstaat. De
										exploitant dient Rijkswaterstaat te informeren over de
										aanplant van de rietkraag, minimaal 6 weken voorafgaand aan
										de aanplant. Beheer van een rietkraag houdt minimaal in dat
										er één keer per 5 jaar wordt gemaaid. Rijkswaterstaat stelt
										een beheerplan voor rietkragen op die deel uitmaakt van de
										uitgiftedocumenten.</Al>
		    <Al><strong>Geleiderails / hekwerken langs de
										rijksweg</strong></Al>
		    <Al>De richtlijn Ontwerp Autosnelwegen - Veilige Inrichting van
										Bermen moet in acht genomen worden.</Al>
		    <Al>Voor het deelgebied Boog van Lelystad geldt dat er mogelijk
										hekwerken worden geplaatst om een duurzame staat van
										instandhouding van de opstellocaties te waarborgen. Hierbij
										geldt de hiervoor genoemde richtlijn. Hekwerken hebben een
										maximale hoogte van 2,5 meter en worden uitgevoerd in de
										kleur RAL 6009 (dennengroen). Indien dit binnen de richtlijn
										en een duurzame staat van instandhouding van de
										opstellocatie mogelijk is, wordt een hekwerk door begroeiing
										aan het zicht onttrokken.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Divisie>
	      <Divisie eId="div_2" wId="mnre1045_1-0__div_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Integraal besluit</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst eId="div_2__content_1" wId="mnre1045_1-0__div_2__content_1">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Uitvoeringsbesluiten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor de aanleg en instandhouding van het project is een
										projectbesluit noodzakelijk. Daarnaast zijn allerlei
										uitvoeringsbesluiten (zoals bijvoorbeeld vergunningen,
										ontheffingen, meldingen e.d.) vereist om tot daadwerkelijke
										realisatie en exploitatie van het project te komen.</Al>
		    <Al>Dit projectbesluit voorziet in het ruimtelijk mogelijk maken
										van het project en geldt niet als:</Al>
		    <Lijst eId="div_2__content_1__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__div_2__content_1__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		      <Li eId="div_2__content_1__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__div_2__content_1__list_o_1__item_a">
			<Al>omgevingsvergunning voor activiteiten ter uitvoering
												van het projectbesluit, als bedoeld in artikel 5.52
												lid 2 sub a Omgevingswet;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_2__content_1__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__div_2__content_1__list_o_1__item_b">
			<Al>een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen
												besluit, als bedoeld in artikel 5.52 lid 2 sub b van
												de Omgevingswet.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>In onderstaande tabel is indicatief overzicht opgenomen van
										de uitvoeringsbesluiten. Op basis van het verder uitgewerkte
										ontwerp van de opwekinstallatie dient voorafgaand aan de
										uitvoering een nadere specificatie van de vergunningplichten
										te worden gemaakt.</Al>
		    <table eId="div_2__content_1__table_o_1" wId="mnre1045_1-0__div_2__content_1__table_o_1">
		      <title/>
		      <tgroup align="left" cols="3">
			<colspec colname="col1" colnum="1"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1">
			      <Al>Naam vergunning / activiteit</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2">
			      <Al>bevoegd gezag</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3">
			      <Al>opmerking / extra informatie</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1">
			      <Al>Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit
												voor</Al>
			      <Al>uitvoeren van werkzaamheden
												(aanlegstelsel)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2">
			      <Al>gemeente Lelystad</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3">
			      <Al>-</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1">
			      <Al>Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit
												voor bouwwerken (ruimtelijk bouwen) en mogelijk
												omgevingsvergunning - technische
												bouwactiviteit</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2">
			      <Al>gemeente Lelystad</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3">
			      <Al>afhankelijk van de hoogte van
												transformatoren</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1">
			      <Al>Omgevingsvergunning flora- en
												fauna-activiteit</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2">
			      <Al>provincie Flevoland</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3">
			      <Al>Afhankelijk van uitkomsten nadere
												onderzoeken</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1">
			      <Al>Omgevingsvergunning - wateractiviteit</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2">
			      <Al>waterschap Zuiderzeeland</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3">
			      <Al>beperkingengebiedactiviteit waterschap</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1">
			      <Al>Omgevingsvergunning - beperkingengebied</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2">
			      <Al>rijkswaterstaat</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3">
			      <Al>-</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1">
			      <Al>Melding vellen houtopstanden</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2">
			      <Al>provincie Flevoland</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3">
			      <Al>-</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1">
			      <Al>Omgevingsvergunning - omgevingsplanactiviteit
												vellen houtopstanden</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2">
			      <Al>gemeente Lelystad</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3"/>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>De bevoegdheid voor het verlenen van vergunningen en het
										nemen van andere uitvoeringsbesluiten ligt bij gemeente
										Lelystad, provincie Flevoland, Waterschap Zuiderzeeland en
										Rijkswaterstaat. Deze organisaties zijn betrokken in de
										projectprocedure voor dit projectbesluit. De
										staatssecretaris van KGG blijft ook na vaststelling van het
										projectbesluit om binnen zijn verantwoordelijkheidsdomein om
										de realisatie van het project te bevorderen, bijvoorbeeld in
										geval van belemmeringen of onvoorziene omstandigheden bij
										uitvoeringsbesluiten. Hiermee wordt invulling gegeven aan de
										gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle partijen om het
										project succesvol te realiseren.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_2__content_2" wId="mnre1045_1-0__div_2__content_2">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Termijn regels stellen in het
										omgevingsplan</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op basis van artikel 4.19a van de Omgevingswet worden er in
										het omgevingsplan van de gemeente Lelystad danwel in de
										omgevingsverordening van de provincie Flevoland gedurende
										een termijn van 5 jaar na vaststelling van dit
										projectbesluit geen regels gesteld die het uitvoeren en de
										instandhouding van het <IntIoRef eId="div_2__content_2__ref_o_7" wId="mnre1045_1-0__div_2__content_2__ref_o_7" ref="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">Energieproject A6 zon Lelystad</IntIoRef> belemmeren.
										Een belemmering is in ieder geval niet aan de orde als bij
										het stellen van de regels wordt voorzien in de regels zoals
										aangegeven in bijlage 2 bij artikel 2 van het besluit tot
										vaststelling van het projectbesluit.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_2__content_3" wId="mnre1045_1-0__div_2__content_3">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Wijziging omgevingsplan</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit projectbesluit wijzigt het omgevingsplan van de gemeente
										Lelystad, zoals aangegeven in bijlage 2 bij artikel 2 van
										het besluit tot vaststelling van het projectbesluit.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Divisie>
	    </Lichaam>
	    <Bijlage eId="cmp_I" wId="mnre1045_1-0__cmp_I">
	      <Kop>
		<Label>Bijlage</Label>
		<Nummer>I</Nummer>
		<Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="cmp_I__content_o_1" wId="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1">
		<Inhoud>
		  <Begrippenlijst eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1">
		    <Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1" wId="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
		      <Term>Energieproject A6 zon Lelystad</Term>
		      <Definitie>
			<Al>
												<ExtIoRef eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" wId="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/mnre1045/2026/pb_A6zon_projectgebied/nld@2026-06-11" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/mnre1045/2026/pb_A6zon_projectgebied/nld@2026-06-11</ExtIoRef>
											</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		  </Begrippenlijst>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Bijlage>
	    <Bijlage eId="cmp_II" wId="mnre1045_1-0__cmp_II">
	      <Kop>
		<Label>Bijlage</Label>
		<Nummer>II</Nummer>
		<Opschrift>Milieueffectrapport</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="cmp_II__div_1__content_1" wId="mnre1045_1-0__cmp_II__div_1__content_1">
		<Inhoud>
		  <Al>Zie voor het volledige milieueffectrapport ​<ExtRef soort="URL" ref="https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopende-projecten/gaswinning-l7-f">de projectpagina op de website van de Rijksdienst van
										Ondernemend Nederland</ExtRef>.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Bijlage>
	  </RegelingVrijetekst>
	</WijzigBijlage>
	<WijzigBijlage eId="cmp_2" wId="mnre1045_1-0__cmp_2">
	  <Kop>
	    <Opschrift>Bijlage 2: Bijlage van Artikel 2.</Opschrift>
	  </Kop>
	  <RegelingTijdelijkdeel componentnaam="tijdelijkDeel" wordt="/akn/nl/act/mnre1045/2026/PB000009TijdelijkDeel000009/nld@2026-06-10">
	    <RegelingOpschrift eId="longTitle" wId="longTitle">
	      <Al>Wijziging omgevingsplan gemeente Lelystad vanwege Projectbesluit A6 zon
							Lelystad.</Al>
	    </RegelingOpschrift>
	    <Lichaam eId="body" wId="body">
	      <Conditie>
		<Artikel eId="art_o_1" wId="mnre1045_1-0__art_o_1">
		  <Kop>
		    <Opschrift><strong>Voorrangsbepaling</strong></Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor zover de regels van het omgevingsplan afwijken van de
										regels waarmee het projectbesluit A6 zon Lelystad het
										omgevingsplan wijzigt hebben de regels die door het
										projectbesluit zijn toegevoegd voorrang.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Conditie>
	      <Hoofdstuk eId="chp_1" wId="mnre1045_1-0__chp_1">
		<Kop>
		  <Label>Hoofdstuk</Label>
		  <Nummer>1</Nummer>
		  <Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_1__art_1.1" wId="mnre1045_1-0__chp_1__art_1.1">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>1.1</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In deze regels wordt verstaan
											onder:<br/><br/><u>bestaand</u><br/>1. bij bebouwing:
										bebouwing zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de
										tervisielegging van het ontwerp van het plan, dan wel mag
										worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip verleende
										omgevingsvergunning;<br/>2. bij gebruik: gebruik zoals
										legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het
											plan;<br/><br/><u>bevoegd gezag</u><br/>bestuursorgaan
										dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van
										een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van
										een al verleende
										omgevingsvergunning.<br/><br/><u>bouwen</u><br/>het
										plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen
										of veranderen en het vergroten van een
											bouwwerk.<br/><br/><u>bouwwerk</u><br/>elke constructie
										van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal,
										die hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is,
										hetzij direct of indirect steun vindt in of op de
											grond.<br/><br/><u>gebouw</u><br/>elk bouwwerk, dat een
										voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk
										met wanden omsloten ruimte vormt.<br/><br/><u>kwetsbaar
											gebouw</u><br/>een gebouw als bedoeld in bijlage VI,
										onder C van het Besluit kwaliteit
											leefomgeving.<br/><br/><u>Onze minister</u><br/>de
										minister van Klimaat en Groene Groei;<br/><br/><u>peil -
											wegdek</u><br/>de hoogte van het aangrenzende of
										dichtstbijzijnde wegdek ter plaatse van het
										(bouw)werk;<br/>indien de hoogte van het aangrenzende of
										dichtstbijzijnde wegdek niet aan alle zijden van het
										bouwwerk gelijk is, wordt het peil-wegdek gerekend voor de
										as van het wegdek.<br/><br/><u>projectbesluit</u><br/>het
										projectbesluit A6 zon Lelystad met identificatienummer
										[/join/id/regdata/mnre1045/2025/vb_A6zon_regelinggebied/nld@XXX]
										van de minister van Klimaat en Groene
											Groei.<br/><br/><u>zeer kwetsbaar gebouw</u><br/>een
										gebouw als bedoeld in bijlage VI, onder E van het Besluit
										kwaliteit leefomgeving.<br/><br/></Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_1__art_1.2" wId="mnre1045_1-0__chp_1__art_1.2">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>1.2</Nummer>
		    <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>de bouwhoogte van een bouwwerk:<br/>vanaf het peil-wegdek
										tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk,
										geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte
										bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard
										daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_1__art_1.3" wId="mnre1045_1-0__chp_1__art_1.3">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>1.3</Nummer>
		    <Opschrift>Doelen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_1__art_1.3__para_1" wId="mnre1045_1-0__chp_1__art_1.3__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>het waarborgen van de veiligheid in de nabijheid van de
											energieinfrastructuur;</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_1__art_1.3__para_2" wId="mnre1045_1-0__chp_1__art_1.3__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>het beschermen van de gezondheid in de nabijheid van de
											energieinfrastructuur;</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_1__art_1.3__para_3" wId="mnre1045_1-0__chp_1__art_1.3__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>het behoeden van de staat en werking van de
											energieinfrastructuur voor nadelige gevolgen van
											activiteiten;</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_1__art_1.3__para_4" wId="mnre1045_1-0__chp_1__art_1.3__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>het beheren van de energieinfrastructuur;</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_1__art_1.3__para_5" wId="mnre1045_1-0__chp_1__art_1.3__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>het creëren en behouden van ruimte voor de ontwikkeling
											van de energieinfrastructuur.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_1__art_1.3__para_6" wId="mnre1045_1-0__chp_1__art_1.3__para_6">
		    <LidNummer>6.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor de energieinfrastructuur gelden de volgende
											doelen:</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Hoofdstuk>
	      <Hoofdstuk eId="chp_2" wId="mnre1045_1-0__chp_2">
		<Kop>
		  <Label>Hoofdstuk</Label>
		  <Nummer>2</Nummer>
		  <Opschrift>Gebiedsaanwijzingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Afdeling eId="chp_2__subchp_2.1" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.1">
		  <Kop>
		    <Label>Afdeling</Label>
		    <Nummer>2.1</Nummer>
		    <Opschrift>Beschermen van de fysieke leefomgeving bij
										energieinfrastructuur</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.1__art_2.1" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.1__art_2.1">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.1</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze afdeling gaat over het beschermen van de fysieke
											leefomgeving in verband met activiteiten ter plaatse van
											de energieinfrastructuur.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.1__art_2.2" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.1__art_2.2">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.2</Nummer>
		      <Opschrift>Normadressaat</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door een ieder.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_2__subchp_2.1__art_2.3" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.1__art_2.3">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>2.3</Nummer>
		      <Opschrift>Voorrangsbepaling gebiedsaanwijzingen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De regels van de afdeling 2.2 gaan voor op de regels van
											de afdeling 3.1.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Afdeling>
		<Afdeling eId="chp_2__subchp_2.2" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2">
		  <Kop>
		    <Label>Afdeling</Label>
		    <Nummer>2.2</Nummer>
		    <Opschrift>Beperkingengebied ‘kabel’</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Paragraaf eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1">
		    <Kop>
		      <Label>Paragraaf</Label>
		      <Nummer>2.2.1</Nummer>
		      <Opschrift>Aanwijzing beperkingengebied 'kabel'</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.4" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.4</Nummer>
			<Opschrift>Aanwijzing beperkingengebied
												'kabel'</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Bij het verrichten van activiteiten binnen het
												<IntIoRef eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.4__ref_o_8" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.4__ref_o_8" ref="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">beperkingengebied 'kabel'</IntIoRef> wordt
												voldaan aan de in deze afdeling gestelde
												regels.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Paragraaf>
		  <Paragraaf eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2">
		    <Kop>
		      <Label>Paragraaf</Label>
		      <Nummer>2.2.2</Nummer>
		      <Opschrift>Bouwactiviteiten in het beperkingengebied
											'kabel'</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.5</Nummer>
			<Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige
												bouwactiviteiten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_1" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_1">
			<LidNummer>1.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning in
												het <IntIoRef eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_1__list_o_1__ref_o_9" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_1__list_o_1__ref_o_9" ref="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">beperkingengebied 'kabel'</IntIoRef> de volgende
												bouwactiviteiten te verrichten:</Al>
			  <Lijst eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_1__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_1__list_o_1" type="expliciet">
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_1__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het bouwen van gebouwen;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_1__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen
												zijnde, hoger dan 2,5 m;</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_2" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_2">
			<LidNummer>2.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit verbod is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_2__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_2__list_o_1" type="expliciet">
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_2__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>bestaande bouwwerken;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_2__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het vervangen, vernieuwen of veranderen van
												bestaande bouwwerken als de oppervlakte en hoogte
												niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van
												de bestaande fundering onder de voorwaarde dat
												deze activiteit op grond van de andere daar
												geldende regels in het omgevingsplan eveneens is
												toegestaan;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_2__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.5__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>tijdelijke (bouw)activiteiten ten behoeve van
												het zonnepark.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.6" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.6</Nummer>
			<Opschrift>Aanwijzing meldingplichtige
												aanlegactiviteiten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.6__para_1" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.6__para_1">
			<LidNummer>1.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het is verboden de volgende activiteiten te
												verrichten in het <IntIoRef eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.6__para_1__ref_o_10" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.6__para_1__ref_o_10" ref="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">beperkingengebied 'kabel'</IntIoRef> zonder dit
												ten minste vier weken voor het begin ervan te
												melden:a. activiteiten die van invloed kunnen zijn
												op de integriteit en werking van de kabel.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.6__para_2" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.6__para_2">
			<LidNummer>2.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit verbod is niet van toepassing op:a. de
												aanleg van de kabel en het zonnepark; b. werken en
												werkzaamheden ten behoeve van het normaal
												onderhoud en beheer en het verwijderen en
												vervangen van bestaande buisleidingen en leidingen
												alsmede de hierbij behorende voorzieningen;c.
												activiteiten die al in uitvoering waren voor
												inwerkingtreding van het projectbesluit;d.
												graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet
												informatie-uitwisseling ondergrondse netten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.7" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.7</Nummer>
			<Opschrift>Beoordelingsregels
												omgevingsvergunning</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.7__para_1" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.7__para_1">
			<LidNummer>1.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>geen kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw wordt
												toegelaten, en;</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.7__para_2" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.7__para_2">
			<LidNummer>2.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>de bouwwerken de veiligheid van de kabel niet
												schaden. Het bevoegd gezag betrekt hierbij het
												schriftelijk advies van de leidingbeheerder,
												en;</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.7__para_3" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.7__para_3">
			<LidNummer>3.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>het toe te laten bouwwerk, gelet op de doelen
												van artikel 1.3, geen negatieve gevolgen heeft
												voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam
												functioneren van het elektriciteitsnet en het
												zonnepark.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.7__para_4" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.7__para_4">
			<LidNummer>4.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning wordt alleen verleend
												als:</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Paragraaf>
		  <Paragraaf eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3">
		    <Kop>
		      <Label>Paragraaf</Label>
		      <Nummer>2.2.3</Nummer>
		      <Opschrift>Aanlegactiviteiten in het
											beperkingengebied</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.8</Nummer>
			<Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige
												aanlegactiviteiten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_1" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_1">
			<LidNummer>1.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning in
												het <IntIoRef eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_1__list_o_1__ref_o_11" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_1__list_o_1__ref_o_11" ref="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">beperkingengebied 'kabel'</IntIoRef> de volgende
												aanlegactiviteiten te verrichten:</Al>
			  <Lijst eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_1__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_1__list_o_1" type="expliciet">
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_1__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>het aanbrengen en/of rooien van diepwortelende
												beplantingen en bomen;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_1__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het indrijven van voorwerpen in de bodem;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_1__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_1__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen
												van watergangen, zoals sloten, greppels of overige
												wateren;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_1__list_o_1__item_d" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_1__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>het opslaan van goederen, (brandbare) stoffen
												en/of materialen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_2" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_2">
			<LidNummer>2.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit verbod is niet van toepassing op:</Al>
			  <Lijst eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_2__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_2__list_o_1" type="expliciet">
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_2__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_2__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>activiteiten die al in uitvoering waren voor
												inwerkingtreding van het plan;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_2__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_2__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>activiteiten die door of in opdracht van de
												beheerder van de kabel worden verricht in verband
												met de doelstellingen genoemd in artikel 1.3;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_2__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_2__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>activiteiten die graafwerkzaamheden betreffen
												als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet
												informatie-uitwisseling bovengrondse en
												ondergrondse netten en netwerken;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_2__list_o_1__item_d" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.8__para_2__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>activiteiten die noodzakelijk zijn voor de
												uitvoering van een bouwactiviteit, waarvoor een
												omgevingsvergunning is verleend.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.9" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.9">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.9</Nummer>
			<Opschrift>Beoordelingsregels
												omgevingsvergunning</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.9__para_1" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.9__para_1">
			<LidNummer>1.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>de bouwwerken de veiligheid van de kabel niet
												schaden. Het bevoegd gezag betrekt hierbij het
												schriftelijk advies van de leidingbeheerder,
												en;</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.9__para_2" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.9__para_2">
			<LidNummer>2.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>het toe te laten bouwwerk, gelet op de doelen
												van artikel 1.3, geen negatieve gevolgen heeft
												voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam
												functioneren van het elektriciteitsnet en het
												zonnepark.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.9__para_3" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__art_2.9__para_3">
			<LidNummer>3.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning wordt alleen verleend
												als:</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Paragraaf>
		  <Paragraaf eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4">
		    <Kop>
		      <Label>Paragraaf</Label>
		      <Nummer>2.2.4</Nummer>
		      <Opschrift>Gebruiksactiviteiten in het
											beperkingengebied</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.10" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.10">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.10</Nummer>
			<Opschrift>Aanwijzing verboden
												aanlegactiviteiten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het
												<IntIoRef eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.10__list_o_1__ref_o_12" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.10__list_o_1__ref_o_12" ref="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">beperkingengebied 'kabel'</IntIoRef> de volgende
												activiteiten te verrichten:</Al>
			<Lijst eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.10__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.10__list_o_1" type="expliciet">
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.10__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.10__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>het aanbrengen en/of rooien van diepwortelende
												beplantingen en bomen;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.10__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.10__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>het indrijven van voorwerpen in de bodem
												(inclusief heiwerkzaamheden);</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.10__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.10__list_o_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen
												van watergangen, zoals sloten, greppels of overige
												wateren;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.10__list_o_1__item_d" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.10__list_o_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>het opslaan van goederen, (brandbare) stoffen
												en/of materialen;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.10__list_o_1__item_e" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.10__list_o_1__item_e">
			    <LiNummer>e.</LiNummer>
			    <Al>het oprichten van gebouwen of bouwwerken,
												tenzij deze een functionele binding hebben met de
												kabel.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.11" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.11">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>2.11</Nummer>
			<Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning
												aanlegactiviteiten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.11__para_1" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.11__para_1">
			<LidNummer>1.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>de aanlegactiviteiten de veiligheid van de kabel
												niet schaden. Het bevoegd gezag betrekt hierbij
												het schriftelijk advies van de kabelbeheerder,
												en;</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.11__para_2" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.11__para_2">
			<LidNummer>2.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>de toe te laten aanlegactiviteit geen negatieve
												gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en
												duurzaam functioneren van de opwekinstallatie voor
												zonne-energie.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.11__para_3" wId="mnre1045_1-0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.11__para_3">
			<LidNummer>3.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning wordt alleen verleend
												als:</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Paragraaf>
		</Afdeling>
	      </Hoofdstuk>
	      <Hoofdstuk eId="chp_3" wId="mnre1045_1-0__chp_3">
		<Kop>
		  <Label>Hoofdstuk</Label>
		  <Nummer>3</Nummer>
		  <Opschrift>Activiteiten</Opschrift>
		</Kop>
		<Afdeling eId="chp_3__subchp_3.1" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.1">
		  <Kop>
		    <Label>Afdeling</Label>
		    <Nummer>3.1</Nummer>
		    <Opschrift>Algemene bepalingen voor het benutten van de fysieke
										leefomgeving ten behoeve van de
										energieinfrastructuur</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel eId="chp_3__subchp_3.1__art_3.1" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.1__art_3.1">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>3.1</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze afdeling gaat over activiteiten ten behoeve van het
											ontwikkelen, gebruiken en beheren van de
											energieinfrastructuur.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_3__subchp_3.1__art_3.2" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.1__art_3.2">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>3.2</Nummer>
		      <Opschrift>Normadressaat</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de
											activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene
											draagt zorg voor de naleving van de regels over de
											activiteit.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_3__subchp_3.1__art_3.3" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.1__art_3.3">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>3.3</Nummer>
		      <Opschrift>Vergunning- en maatwerkvoorschriften</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid eId="chp_3__subchp_3.1__art_3.3__para_1" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.1__art_3.3__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Er kunnen met het oog op de doelen zoals genoemd in
												artikel 3.2 maatwerkvoorschriften worden gesteld ten
												aanzien van activiteiten zoals opgenomen in dit
												hoofdstuk.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_3__subchp_3.1__art_3.3__para_2" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.1__art_3.3__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van
												de artikelen in dit hoofdstuk tenzij anders is
												bepaald.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_3__subchp_3.1__art_3.3__para_3" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.1__art_3.3__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Deze maatwerkvoorschriften strekken slechts tot het
												waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de
												gezondheid en het beschermen van het milieu.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_3__subchp_3.1__art_3.3__para_4" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.1__art_3.3__para_4">
		      <LidNummer>4.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Maatwerkvoorschriften worden genomen in onvoorziene
												situaties, bijzondere gevallen, lokale
												omstandigheden en het bereiken van ambities voor de
												kwaliteit van de fysieke leefomgeving.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_3__subchp_3.1__art_3.3__para_5" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.1__art_3.3__para_5">
		      <LidNummer>5.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over
												dat onderwerp een voorschrift aan een
												omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit
												kan worden verbonden.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid eId="chp_3__subchp_3.1__art_3.3__para_6" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.1__art_3.3__para_6">
		      <LidNummer>6.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Er kunnen voorschriften aan een omgevingsvergunning
												worden verbonden. Deze vergunningvoorschriften
												strekken slechts tot bescherming van het belang of
												de belangen in verband waarmee de vergunning is
												vereist.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel eId="chp_3__subchp_3.1__art_3.4" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.1__art_3.4">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>3.4</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke zorgplicht</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Degene die een activiteit als bedoeld in dit hoofdstuk
											verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die
											activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de doelen
											als benoemd in artikel 3.2, met het oog waarop de regels
											in de dit hoofdstuk zijn gesteld, is verplicht:</Al>
		      <Lijst eId="chp_3__subchp_3.1__art_3.4__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.1__art_3.4__list_o_1" type="expliciet">
			<Li eId="chp_3__subchp_3.1__art_3.4__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.1__art_3.4__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van
												diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te
												voorkomen;</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.1__art_3.4__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.1__art_3.4__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>voor zover deze niet kunnen worden voorkomen:
												die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of
												ongedaan te maken; en,</Al>
			</Li>
			<Li eId="chp_3__subchp_3.1__art_3.4__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.1__art_3.4__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>als die gevolgen onvoldoende kunnen worden
												beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor
												zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden
												gevraagd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Afdeling>
		<Afdeling eId="chp_3__subchp_3.2" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.2">
		  <Kop>
		    <Label>Afdeling</Label>
		    <Nummer>3.2</Nummer>
		    <Opschrift>Het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een
										ondergrondse kabel</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1">
		    <Kop>
		      <Label>Paragraaf</Label>
		      <Nummer>3.2.1</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.5" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.5</Nummer>
			<Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is toegestaan een ondergrondse kabel voor het
												transport van elektriciteit aan te leggen, in
												werking te hebben en te verwijderen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel eId="chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.2__subsec_3.2.1__art_3.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.6</Nummer>
			<Opschrift>Bouwregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Er mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van een
												ondergrondse kabel of een zonnepark met bijbehorende
												voorzieningen worden gebouwd met een maximale hoogte
												van 2,5 meter.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Paragraaf>
		</Afdeling>
		<Afdeling eId="chp_3__subchp_3.3" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3">
		  <Kop>
		    <Label>Afdeling</Label>
		    <Nummer>3.3</Nummer>
		    <Opschrift>Het aanleggen, in werking hebben en verwijderen van
										een zonnepark</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Paragraaf eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1">
		    <Kop>
		      <Label>Paragraaf</Label>
		      <Nummer>3.3.1</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.7</Nummer>
			<Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__para_1" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__para_1">
			<LidNummer>1.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het is verboden om zonder
												omgevingsvergunning:</Al>
			  <Lijst eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__para_1__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__para_1__list_o_1" type="expliciet">
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__para_1__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__para_1__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>installaties voor opwekking, omzetting en/of
												transport van zonne-energie aan te leggen
												(waaronder in ieder geval begrepen zonnepanelen op
												stellages en/of aardwallen en
												transformatorgebouwtjes), in werking te hebben en
												te verwijderen.</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__para_1__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__para_1__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Activiteiten te verrichten die (functioneel)
												ondersteunend zijn aan de activiteiten onder 1 van
												dit artikel (zoals wegen, paden, onder- en
												bovengrondse buisleidingen, verkeers- en
												parkeervoorzieningen, geluidswerende
												voorzieningen, lichtvoorzieningen, erf- en
												terreinafscheidingen, water en waterlopen en
												groenvoorzieningen).</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__para_2" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.7__para_2">
			<LidNummer>2.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Tijdelijke activiteiten in het kader van de
												aanleg van installatie voor opwekking, omzetting
												en/of transport van zonne-energie (waaronder
												werkterreinen en –wegen) zijn toegestaan. Hierbij
												dient, voor zover van toepassing, een op grond van
												het Besluit activiteiten leefomgeving vereiste
												omgevingsvergunning voor een flora- en
												faunactiviteit in acht te worden genomen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.8</Nummer>
			<Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning
												deelgebied Boog om Lelystand</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Er mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de
												in artikel 3.7 aangewezen activiteiten worden
												gebouwd, als deze voldoen aan de eisen van de
												landschappelijke inpassing zoals opgenomen in
												bijlage 2 (vanaf de rijksweg) en bijlage 3 (vanaf de
												omgeving van de rijksweg) bij deze regels.Voor het
												<IntIoRef eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__ref_o_13" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__ref_o_13" ref="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1">deelgebied 'Boog om Lelystad'</IntIoRef> gelden
												de algemene ontwerpeisen in combinatie met de
												specifieke ontwerpeisen voor <IntIoRef eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__ref_o_14" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__ref_o_14" ref="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1">deelgebied 'Boog om Lelystad'</IntIoRef> die in
												bijlage 2 zijn opgenomen;</Al>
			<Lijst eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1" type="expliciet">
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>Ondergrondse bouwwerken zijn toegestaan.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>De bouwhoogte van de installaties voor
												opwekking van zonne-energie bedraagt maximaal 6
												meter.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>De bouwhoogte van een transformatorgebouw is
												maximaal overeenkomstig de nokhoogte van de
												dakopstelling en bedraagt maximaal 6 meter. De
												laagste bouwhoogte van deze twee mogelijkheden is
												bepalend.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__item_d" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>De oppervlakte van een transformatorgebouw
												bedraagt maximaal 20 m<sup>2</sup></Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__item_e" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__item_e">
			    <LiNummer>e.</LiNummer>
			    <Al>De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen
												bedraagt maximaal 2,5 meter.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__item_f" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__item_f">
			    <LiNummer>f.</LiNummer>
			    <Al>De bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten
												bedraagt maximaal 8 meter.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__item_g" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__item_g">
			    <LiNummer>g.</LiNummer>
			    <Al>De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen
												gebouwen zijnde bedraagt maximaal 2,5 meter.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__item_h" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.8__list_o_1__item_h">
			    <LiNummer>h.</LiNummer>
			    <Al>Lichtreflectie mag geen hinder veroorzaken
												voor weggebruikers of ter plaatse van
												verblijfslocaties zoals woningen en kantoren in de
												omgeving.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.9</Nummer>
			<Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning
												deelgebied Oostvaardersplassen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Er mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de
												in artikel 3.7 aangewezen activiteiten worden
												gebouwd, als deze voldoen aan de eisen van de
												landschappelijke inpassing zoals opgenomen in
												bijlage 2 (vanaf de rijksweg) en bijlage 3 (vanaf de
												omgeving van de rijksweg) bij deze regels.Voor het
												deelgebied 'Oostvaardersplassen' gelden de algemene
												ontwerpeisen in combinatie met de specifieke
												ontwerpeisen voor deelgebied 'Oostvaardersplassen'
												die in bijlage 2 zijn opgenomen.</Al>
			<Lijst eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9__list_o_1" type="expliciet">
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>Ondergrondse bouwwerken zijn toegestaan.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>De bouwhoogte van de installaties voor
												opwekking van zonne-energie bedraagt maximaal 6
												meter.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9__list_o_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>De bouwhoogte van een transformatorgebouw is
												maximaal overeenkomstig de nokhoogte van de
												dakopstelling en bedraagt maximaal 6 meter. De
												laagste bouwhoogte van deze twee mogelijkheden is
												bepalend.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9__list_o_1__item_d" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9__list_o_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>De oppervlakte van een transformatorgebouw
												bedraagt maximaal 20 m2</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9__list_o_1__item_e" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9__list_o_1__item_e">
			    <LiNummer>e.</LiNummer>
			    <Al>De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen
												bedraagt maximaal 2,5 meter.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9__list_o_1__item_f" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9__list_o_1__item_f">
			    <LiNummer>f.</LiNummer>
			    <Al>De bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten
												bedraagt maximaal 8 meter.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9__list_o_1__item_g" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9__list_o_1__item_g">
			    <LiNummer>g.</LiNummer>
			    <Al>De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen
												gebouwen zijnde bedraagt maximaal 2,5 meter.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9__list_o_1__item_h" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.9__list_o_1__item_h">
			    <LiNummer>h.</LiNummer>
			    <Al>Lichtreflectie mag geen hinder veroorzaken
												voor weggebruikers of ter plaatse van
												verblijfslocaties zoals woningen en kantoren in de
												omgeving.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>3.10</Nummer>
			<Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning
												deelgebied overig</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Er mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de
												in artikel 3.7 aangewezen activiteiten worden
												gebouwd, als deze voldoen aan de eisen van de
												landschappelijke inpassing zoals opgenomen in
												bijlage 2 (vanaf de rijksweg) en bijlage 3 (vanaf de
												omgeving van de rijksweg) bij deze regels.Voor het
												deelgebied '<IntIoRef eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1__ref_o_15" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1__ref_o_15" ref="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1">overige gebieden</IntIoRef>' die deel uitmaken
												van het besluitgebied van het projectbesluit
												'Energieproject A6 Zon Lelystad' gelden de algemene
												ontwerpeisen die in bijlage 2 zijn opgenomen. Dit
												zijn alle gebieden die niet behoren tot de
												deelgebieden zoals aangewezen in artikel 3.8 en
												artikel 3.9.</Al>
			<Lijst eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1" type="expliciet">
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>Ondergrondse bouwwerken zijn toegestaan.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>De bouwhoogte van de installaties voor
												opwekking van zonne-energie bedraagt maximaal 6
												meter.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>De bouwhoogte van een transformatorgebouw is
												maximaal overeenkomstig de nokhoogte van de
												dakopstelling en bedraagt maximaal 6 meter. De
												laagste bouwhoogte van deze twee mogelijkheden is
												bepalend.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1__item_d" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>De oppervlakte van een transformatorgebouw
												bedraagt maximaal 20 m<sup>2</sup>.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1__item_e" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1__item_e">
			    <LiNummer>e.</LiNummer>
			    <Al>De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen
												bedraagt maximaal 2,5 meter.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1__item_f" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1__item_f">
			    <LiNummer>f.</LiNummer>
			    <Al>De bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten
												bedraagt maximaal 8 meter.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1__item_g" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1__item_g">
			    <LiNummer>g.</LiNummer>
			    <Al>De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen
												gebouwen zijnde bedraagt maximaal 2,5 meter.</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1__item_h" wId="mnre1045_1-0__chp_3__subchp_3.3__subsec_3.3.1__art_3.10__list_o_1__item_h">
			    <LiNummer>h.</LiNummer>
			    <Al>Lichtreflectie mag geen hinder veroorzaken
												voor weggebruikers of ter plaatse van
												verblijfslocaties zoals woningen en kantoren in de
												omgeving.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Paragraaf>
		</Afdeling>
	      </Hoofdstuk>
	      <Hoofdstuk eId="chp_4" wId="mnre1045_1-0__chp_4">
		<Kop>
		  <Label>Hoofdstuk</Label>
		  <Nummer>4</Nummer>
		  <Opschrift>Overige bepalingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel eId="chp_4__art_4.1" wId="mnre1045_1-0__chp_4__art_4.1">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.1</Nummer>
		    <Opschrift>Algemene beoordelingsregels aanvraag
										omgevingsvergunning</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__art_4.1__para_1" wId="mnre1045_1-0__chp_4__art_4.1__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsvergunning kan in ieder geval worden
											geweigerd in het belang van: a. het bereiken en in stand
											houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving
											en een goede omgevingskwaliteit;b. het doelmatig
											beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke
											leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke
											behoeften;c. de bescherming van archeologische waarden
											zoals deze zijn opgenomen in het omgevingsplan;d. de
											doelen als opgenomen in artikel 1.3.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__art_4.1__para_2" wId="mnre1045_1-0__chp_4__art_4.1__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor een activiteit waarvoor overeenkomstig de daarop
											toepasselijke beoordelingsregels, bedoeld in hoofdstuk 2
											en hoofdstuk 3, geen omgevingsvergunning kan worden
											verleend, of die niet overeenkomstig de voor de
											activiteit geldende algemene regels in deze hoofdstukken
											kan worden uitgevoerd, kan een omgevingsvergunning
											worden verleend als wordt voldaan aan de volgende
											criteria: a. er zijn geen geschikte alternatieven; en,b.
											het doorgang vinden van de activiteit is noodzakelijk
											met het oog op een van de doelen zoals benoemd in
											artikel 1.3.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel eId="chp_4__art_4.2" wId="mnre1045_1-0__chp_4__art_4.2">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>4.2</Nummer>
		    <Opschrift>Eerbiedigende werking</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid eId="chp_4__art_4.2__para_1" wId="mnre1045_1-0__chp_4__art_4.2__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een bestaande activiteit die in strijd is met de regels
											waarmee het projectbesluit A6 zon Lelystad het
											omgevingsplan wijzigt, mag worden voortgezet.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__art_4.2__para_2" wId="mnre1045_1-0__chp_4__art_4.2__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden een strijdige activiteit zoals bedoeld
											in het eerste lid te veranderen, tenzij: a. door deze
											verandering de afwijking naar aard en omvang wordt
											verkleind;b. de activiteit hiermee in overeenstemming
											met het omgevingsplan wordt gebracht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__art_4.2__para_3" wId="mnre1045_1-0__chp_4__art_4.2__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als de strijdige activiteit zoals bedoeld in het eerste
											lid voor een periode langer dan een jaar wordt
											onderbroken, is het verboden de activiteit daarna te
											hervatten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid eId="chp_4__art_4.2__para_4" wId="mnre1045_1-0__chp_4__art_4.2__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het bepaalde in lid 1 t/m 3 is niet van toepassing op
											een strijdige activiteit die reeds in strijd was met de
											voorheen geldende regels van het omgevingsplan voordat
											het projectbesluit het omgevingsplan wijzigde, daaronder
											begrepen de overgangsbepalingen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Hoofdstuk>
	    </Lichaam>
	    <Bijlage eId="cmp_I" wId="mnre1045_1-0__cmp_I">
	      <Kop>
		<Label>Bijlage</Label>
		<Nummer>I</Nummer>
		<Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="cmp_I__content_o_1" wId="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1">
		<Inhoud>
		  <Begrippenlijst eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1">
		    <Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1" wId="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
		      <Term>beperkingengebied 'kabel'</Term>
		      <Definitie>
			<Al>
												<ExtIoRef eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" wId="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/mnre1045/2026/pb_A6zon_projectgebied_Lelystad/nld@2026-06-11" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/mnre1045/2026/pb_A6zon_projectgebied_Lelystad/nld@2026-06-11</ExtIoRef>
											</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2" wId="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
		      <Term>deelgebied 'Oostvaarderplassen'</Term>
		      <Definitie>
			<Al>
												<ExtIoRef eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" wId="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/mnre1045/2026/pb_A6zon_Oostvaarderplassen/nld@2026-06-11" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/mnre1045/2026/pb_A6zon_Oostvaarderplassen/nld@2026-06-11</ExtIoRef>
											</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3" wId="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
		      <Term>deelgebied 'Boog om Lelystad'</Term>
		      <Definitie>
			<Al>
												<ExtIoRef eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" wId="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/mnre1045/2026/pb_A6zon_BoogOmLelystad/nld@2026-06-11" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/mnre1045/2026/pb_A6zon_BoogOmLelystad/nld@2026-06-11</ExtIoRef>
											</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4" wId="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
		      <Term>overige gebieden</Term>
		      <Definitie>
			<Al>
												<ExtIoRef eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" wId="mnre1045_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/mnre1045/2026/pb_A6zon_Overiggebied/nld@2026-06-11" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/mnre1045/2026/pb_A6zon_Overiggebied/nld@2026-06-11</ExtIoRef>
											</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		  </Begrippenlijst>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Bijlage>
	    <Bijlage eId="cmp_II" wId="mnre1045_1-0__cmp_II">
	      <Kop>
		<Label>Tijdelijk</Label>
		<Nummer>II</Nummer>
		<Opschrift>Bijlage II Overzicht PDF Informatieobjecten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="cmp_II__content_o_1" wId="mnre1045_1-0__cmp_II__content_o_1">
		<Inhoud>
		  <Begrippenlijst eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1">
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" wId="mnre1045_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
		      <Term>Landschappelijke inpassing vanaf de omgeving van de rijksweg</Term>
		      <Definitie>
			<Al>
												<ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" wId="mnre1045_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/mnre1045/2026/Landschappelijke_inpassing_vanaf_de_omgeving_van_de_rijksweg/nld@2026-06-09;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/mnre1045/2026/Landschappelijke_inpassing_vanaf_de_omgeving_van_de_rijksweg/nld@2026-06-09;1</ExtIoRef>
											</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" wId="mnre1045_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
		      <Term>Landschappelijke inpassing vanaf de rijksweg</Term>
		      <Definitie>
			<Al>
												<ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" wId="mnre1045_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/mnre1045/2026/Landschappelijke_inpassing_vanaf_de_rijksweg/nld@2026-06-09;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/mnre1045/2026/Landschappelijke_inpassing_vanaf_de_rijksweg/nld@2026-06-09;1</ExtIoRef>
											</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		  </Begrippenlijst>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Bijlage>
	  </RegelingTijdelijkdeel>
	</WijzigBijlage>
	<Motivering eId="acc_I" wId="mnre1045_1-0__acc_I">
	  <Kop>
	    <Opschrift>Besluit Motivering</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisie eId="acc_I__div_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_1__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Aanleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Rijkswaterstaat heeft de afgelopen jaren de wegverbreding van de A6
								tussen Almere-Oostvaarders en Lelystad voorbereid . In 2017 heeft de
								Minister van Infrastructuur en Waterstaat het initiatief genomen
								voor een verkenning omtrent deze wegverbreding. Navolgend op de
								verkenning is een planuitwerkingsfase opgestart voor het voorgenomen
								initiatief: de verbreding van de A6 van 2x2 naar 2x3 rijstroken. De
								wegverbreding van de A6 is momenteel vertraagd en is in afwachting
								van de oplossing rondom de stikstofproblematiek.</Al>
		<Al>Parallel aan de voorbereiding van de wegverbreding van de A6 heeft
								de provincie Flevoland in 2017 aan de toenmalige Minister van
								Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Economische Zaken en
								Klimaat verzocht de mogelijkheden te verkennen om het opwekken van
								hernieuwbare energie in te passen in de geplande wegverbreding van
								de A6. De wegverbreding is nauw verweven met het initiatief om
								hernieuwbare energie op te wekken. Dit project is toen als
								‘Energieproject A6 zon Lelystad Dronten’ opgenomen in het
								pilotprogramma ‘Hernieuwbare energie op Rijksgrond’ (HER). Het
								pilotprogramma HER eindigde eind 2023 en verkende en bereidde
								verschillende pilotprojecten voor, met als doel Rijksgrond
								beschikbaar te stellen voor de opwekking van hernieuwbare energie.
								Hiermee wordt door de Rijksoverheid invulling gegeven aan de
								gemaakte afspraken in het Klimaatakkoord (2019). In het
								Klimaatakkoord is namelijk afgesproken dat de Rijksoverheid, waar
								mogelijk, de gronden die in haar bezit zijn beschikbaar stelt voor
								de klimaatopgave.</Al>
		<Al>Inmiddels is het pilotprogramma HER opgenomen in het
								(vervolg)programma van het voormalige ministerie van Economische
								Zaken en Klimaat: Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER). Doel van
								het programma OER is om de uitvoering van de Regionale
								Energiestrategieën (RES) te ondersteunen en meters te maken om de
								klimaatdoelen te halen. De RES is een van de concrete maatregelen
								die volgt uit het Klimaatakkoord. Het doel van de RES is om in 2030
								minimaal 35 TWh duurzame elektriciteit op land te produceren. Het
								Energieproject A6 zon Lelystad (hierna: Energieproject A6 zon) is
								één van de energieprojecten die vanuit de HER is opgenomen in het
								programma OER.</Al>
		<Al>Dit project is begonnen onder het regiem van de Elektriciteitswet
								(1998) waarin het Rijk als bevoegd gezag was aangemerkt voor de
								ruimtelijke inpassing van zonneparken vanaf 50MW. In deze juridische
								context hebben provincie Flevoland, gemeenten Lelystad en Dronten en
								het ministerie van EZK gesprekken gevoerd over de rolverdeling,
								waarbij decentrale overheden meermaals de wens hebben geuit voor de
								ruimtelijke inpassing van dit project door het Rijk. Naast de
								formele verantwoordelijkheid van de Minister voor Klimaat en Energie
								die van rechtswege voortvloeide uit de Elektriciteitswet door de
								opwekpotentie hoger dan 50 MW was de overweging van de bestuurlijke
								partners dat dit project een bovenregionaal karakter heeft door de
								koppeling met het wegverbredingsproject A6 Almere Oostvaarders –
								Lelystad en het 380kV-project Diemen Ens. In goed bestuurlijk
								overleg en op verzoek van de decentrale overheden heeft EZK ermee
								ingestemd om dit project van nationaal belang te verklaren en in de
								geest van de Omgevingswet voor te bereiden. Deze afspraken zijn
								vastgelegd in de bestuursovereenkomst van juni 2023. De Minister
								voor Klimaat en Energie heeft op 23 oktober 2023 ingestemd met het
								starten van de Rijkscoördinatieregeling waarmee de status van
								nationaal belang juridisch is bekrachtigd.</Al>
		<Al>Door de aanleg van zonneparken op rijksgronden langs rijkswegen,
								zoals het Energieproject A6 Zon Lelystad mogelijk maakt, wordt
								bijgedragen aan de nationale doelstellingen ten aanzien van de opwek
								van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen zoals vastgelegd in het
								Nationaal klimaatakkoord (28 juni 2019) en de Klimaatwet (1
								september 2019). Het opwekken van hernieuwbare energie is een
								noodzakelijke klimaatmaatregel om aan de doelstellingen van het
								klimaatakkoord te kunnen voldoen. In het Klimaatakkoord is
								afgesproken dat de Rijksoverheid, waar mogelijk, de gronden die in
								haar bezit zijn beschikbaar stelt voor de klimaatopgave.</Al>
		<Al>Op 1 januari 2026 is de Energiewet in werking getreden. In deze wet
								is de bevoegdheidsverdeling voor over zonneprojecten aangepast in
								die zin dat alleen de besluitvorming over projecten die een opwek
								vanaf 100MW mogelijk maken op Rijksniveau ligt. Naar aanleiding van
								deze wetswijziging is de bevoegdheid tot het vaststellen van het
								projectbesluit opnieuw besproken door de betrokken bestuurlijke
								partijen. De toenmalige Minister voor Klimaat en Energie en
								bestuurlijke partners hebben in goed overleg afgesproken om de
								overeengekomen bevoegdheidsverdeling, omwille van het eerder
								vastgestelde nationaal belang in combinatie met de vergevorderde
								status van het project, in stand te houden. Een doelmatige en
								doeltreffende uitoefening van taken en bevoegdheden, zoals benoemd
								in artikel 2.3 Omgevingswet, is gediend met het in stand houden van
								de eerder afgestemde bevoegdheidsverdeling. Het overdragen van de
								bevoegdheid aan de provincie wordt door alle betrokken bestuurlijke
								partners niet wenselijk geacht in het kader van
								continuïteit/doelmatigheid, efficiency en de reeds doorlopen
								participatieprocedure. Het project zou hierdoor vertraging oplopen,
								waarmee de bijdrage aan de klimaatdoelen verder uitgesteld wordt. De
								bestaande, goedwerkende projectorganisatie zou opgeheven moeten
								worden met kosten en tijdsverlies als gevolg. Tot slot zou het een
								onbetrouwbaar en diffuus beeld scheppen richting de omgeving die
								dankzij een zorgvuldig participatieproces doorlopend is betrokken in
								de procedure en rekent op een consistente manier van inspraak.</Al>
		<Al>Deze motivering bevat de onderbouwing van het besluit van de
								minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) om de realisatie van
								zonneparken langs de A6 van aansluiting 8 Almere-Oostvaarders tot
								aan de IJsselmeerdijk mogelijk te maken. Dit wordt planologisch
								mogelijk gemaakt door middel van het borgen van het project in een
								projectbesluit, dat wordt vastgesteld door de minister van KGG in
								overeenstemming met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke
								Ordening (VRO). Met dit projectbesluit wordt tevens het
								omgevingsplan van de gemeente Lelystad gewijzigd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_1__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_2">
	      <Kop>
		<Opschrift>Het project</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het Energieproject A6 zon Lelystad heeft als doel om het beschikbare
								areaal van RWS langs de A6 maximaal te benutten voor de opwek van
								zonne-energie, zonder negatieve effecten op de kerntaken van
								Rijkswaterstaat en met een belangrijke plek voor landschappelijke
								waarden in het ontwerp. De snelweg A6 is ruim opgezet met brede zij-
								en middenbermen en veel ruimte binnen de aansluitingen. Daarom is er
								rond de A6 veel ruimte die geschikt kan zijn voor het opwekken van
								zonne-energie. Het traject volgt de A6 van aansluiting 8
								Almere-Oostvaarders tot aan de IJsselmeerdijk, zie figuur 1.1.</Al>
		<Figuur eId="acc_I__div_1__content_2__img_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_2__img_o_1">
		  <Titel>Figuur 1.1. Plangebied Energieproject A6 zon Lelystad</Titel>
		  <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-1.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="479" hoogte="679" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		  <Bijschrift locatie="onder">Figuur 1.1. Plangebied Energieproject A6
									zon Lelystad </Bijschrift>
		</Figuur>
		<Al>Het Rijk is juridisch gezien de initiatiefnemer en heeft
								Rijkswaterstaat de opdracht gegeven om namens het Rijk invulling te
								geven aan het voortraject van het OER-project tot aan de tenderfase.
								De rol van Rijkswaterstaat is mede omwille van de zuiverheid en
								duidelijkheid over de rolverdeling op bestuurlijk niveau
								bekrachtigd.</Al>
		<Kadertekst eId="acc_I__div_1__content_2__recital_o_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_2__recital_o_2">
		  <Al><strong>Rolverdeling </strong></Al>
		  <Al>Rijkswaterstaat geeft in opdracht van het ministerie van KGG
									invulling aan de rol van initiatiefnemer. </Al>
		  <Al>Rijkswaterstaat NOVA treedt op als opdrachtnemer binnen het
									programma OER en is verantwoordelijk voor de invulling van de
									rol van (voorlopige) initiatiefnemer voor het project. Op het
									moment dat er een daadwerkelijke initiatiefnemer bekend is
									(nadat de openbare inschrijving heeft plaatsgevonden), draagt
									rijkswaterstaat NOVA deze rol over. </Al>
		  <Al>De minister van KGG is, in overeenstemming met de minister van
									Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (in dit geval na
									delegatie: de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke
									Ordening) bevoegd gezag voor het vaststellen van het
									projectbesluit. </Al>
		  <Al>Rijkswaterstaat PVP toetst in opdracht van het ministerie van
									VRO mee op producten zoals VenP, NRD, (ontwerp)PB en MER, dit
									wordt ook wel de voortoets genoemd. De voortoets van RWS in
									opdracht van VRO is een interne kwaliteitscheck vanuit het Rijk
									en dient uitgevoerd te worden voordat de stukken ter inzage
									worden gelegd. De taken van de jurist van RWS/VRO ziet op: </Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_1__content_2__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_2__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		    <Li eId="acc_I__div_1__content_2__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_2__list_o_1__item_a">
		      <Al>Algemene begeleiding van de totale projectprocedure
										</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_1__content_2__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_2__list_o_1__item_b">
		      <Al>Toetsing van het voornemen en participatieplan, de NRD,
											het MER en het VKA </Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_1__content_2__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_2__list_o_1__item_c">
		      <Al>Informeren van de minister van VRO over het VKA </Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_1__content_2__list_o_1__item_d" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_2__list_o_1__item_d">
		      <Al>Toetsing van het projectbesluit </Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_1__content_2__list_o_1__item_e" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_2__list_o_1__item_e">
		      <Al>Voorbereiding van besluiten door de minister van VRO
										</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_1__content_2__list_o_1__item_f" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_2__list_o_1__item_f">
		      <Al>Ondersteuning bij afhandelen zienswijzen (ruimtelijke
											aspecten)</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Rijkswaterstaat heeft tot slot ook een rol als areaalbeheerder.
									Deze rol wordt vervuld door Rijkswaterstaat MN en omvat het
									toetsten van ontwerpvarianten aan de kaders van het
									areaalbeheer, het nemen van een vastgoedbesluit (als basis voor
									het beschikbaar stellen van de gronden) en voor zover dit
									noodzakelijk en van toepassing is als bevoegd gezag voor het
									verlenen van vergunningen.</Al>
		</Kadertekst>
		<Al>Het gehele tracé van het Energieproject A6 zon Lelystad wordt
								gerealiseerd met toepassing van de projectprocedure. Hierin werkt de
								initiatiefnemer samen met het ministerie van KGG toe naar een
								onherroepelijk projectbesluit. Bij dit projectbesluit is door de
								initiatiefnemer samen met het ministerie van KGG, een vrijwillige
								milieueffectrapportage (MER) opgesteld.</Al>
		<Kadertekst eId="acc_I__div_1__content_2__recital_o_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_2__recital_o_3">
		  <Al><strong>Versterking IJsselmeerdijk</strong></Al>
		  <Al>Naast de geplande wegverbreding van de A6 door Rijkswaterstaat
									is Waterschap Zuiderzeeland bezig met de versterking van de
									IJsselmeerdijk tussen Lelystad-Noord en de Ketelbrug, parallel
									aan de A6. Binnen de dijkversterking is de ambitie om een
									klimaatneutrale dijk te realiseren en om duurzame energie op te
									wekken. Het Waterschap heeft in een eerdere fase aangegeven
									kansen te zien voor het opwekken van duurzame energie op het
									betreffende deel van de IJsselmeerdijk parallel aan de A6.
									Daarom is dit tracé ook meegenomen in het MER voor het
									Energieproject A6 zon. Later is echter door het Waterschap
									besloten om de verduurzaming van de IJsselmeerdijk op dit moment
									niet verder door te zetten. </Al>
		</Kadertekst>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_1__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_3">
	      <Kop>
		<Opschrift>Juridisch kader</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De grondslag van dit projectbesluit is artikel 5.44 en 5.44b van de
								Omgevingswet, in combinatie met artikel 9b lid 1 onder b van de
								Elektriciteitswet 1998. Dit projectbesluit bevat het ruimtelijk
								planologische besluit. De uitvoeringsbesluiten die nodig zijn voor
								het realiseren en instandhouden van het project maken geen onderdeel
								uit van het projectbesluit.</Al>
		<Kadertekst eId="acc_I__div_1__content_3__recital_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_3__recital_o_1">
		  <Al><strong>Het projectbesluit</strong></Al>
		  <Al>Het projectbesluit is een instrument voor waterschappen,
									provincies en het Rijk voor het mogelijk maken van vaak complexe
									projecten met een publiek belang. Een projectbesluit bestaat uit
									een regeling, een motivering en een vaststellingsbesluit.
									Daarnaast kan het projectbesluit regels van het gemeentelijke
									omgevingsplan wijzigen die nodig zijn voor het uitvoeren, in
									werking hebben of in stand houden van het project. De gewijzigde
									regels van het omgevingsplan zijn onderdeel van het
									projectbesluit maar maken na vaststelling onderdeel uit van het
									gemeentelijke omgevingsplan. </Al>
		  <Al>Het project A6 zon valt onder de Elektriciteitswet 1998, welke
									per 1 januari 2026 vervangen wordt door de Energiewet. In de
									Elektriciteitswet 1998 wordt het Rijk als bevoegd gezag
									aangewezen voor projectbesluiten die de aanleg of uitbreiding
									van een productie-installatie voor de opwekking van duurzame
									elektriciteit anders dan door windenergie, met een capaciteit
									van 50 MW of meer (art. 9b lid 1 onder b Elektriciteitswet
									1998).</Al>
		  <Al>Voor project A6 zon, dat een productie-installatie betreft met
									een capaciteit van 50 MW of meer, is het Rijk op grond van
									artikel 9b, eerste lid, onder b, van de Elektriciteitswet 1998
									bevoegd gezag voor het vaststellen van een projectbesluit.
									Daarmee valt dit project onder de reikwijdte van het
									projectbesluitinstrument, waarmee de benodigde planologische
									inpassing en uitvoeringsruimte kan worden gerealiseerd.</Al>
		  <Al>In de Energiewet zijn in artikel 6.1 werken met een nationaal
									belang aangewezen waarvoor door de Minister in ieder geval een
									projectbesluit vastgesteld wordt. In artikel 6.1 lid 1 onder b
									Energiewet worden productie-installaties voor de opwekking van
									duurzame elektriciteit met behulp van zonne-energie aangewezen
									met een minimale capaciteit van 100 MW. Zie ook hierna onder
									paragraaf 3.2.3 ‘Energiewet’. </Al>
		</Kadertekst>
		<Al><strong>Omgevingswet</strong></Al>
		<Al>De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden en vormt
								het juridische kader voor de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet
								staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de
								fysieke leefomgeving. De Omgevingswet is uitgewerkt in 4 Algemene
								Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en een ministeriële regeling
								(Omgevingsregeling), die ook op 1 januari 2024 in werking zijn
								getreden.</Al>
		<Al>De 4 AMvB’s zijn:</Al>
		<Lijst eId="acc_I__div_1__content_3__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_3__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		  <Li eId="acc_I__div_1__content_3__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_3__list_o_1__item_a">
		    <Al>Omgevingsbesluit (Ob)</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_1__content_3__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_3__list_o_1__item_b">
		    <Al>Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_1__content_3__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_3__list_o_1__item_c">
		    <Al>Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_1__content_3__list_o_1__item_d" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_3__list_o_1__item_d">
		    <Al>Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>Voor het onderhavige projectbesluit zijn met name het Bkl en het Ob
								van belang (zie navolgende kopjes).</Al>
		<Al>Het projectbesluit is een instrument voor waterschappen, provincies
								en het Rijk en is bedoeld om complexe projecten met een publiek
								belang mogelijk te maken. In het projectbesluit beschrijft het
								bevoegd gezag hoe het project eruit zal zien. Ook geeft het bevoegd
								gezag inzicht in de maatregelen en voorzieningen voor de fysieke
								leefomgeving die genomen worden om het project te realiseren. Dit
								kunnen permanente of tijdelijke maatregelen en voorzieningen
								zijn.</Al>
		<Al>Als het project mogelijk nadelige gevolgen voor de leefomgeving
								heeft, geeft het bevoegd gezag aan welke maatregelen er komen om die
								nadelige gevolgen ongedaan te maken, te beperken of te compenseren.
								Dit zijn maatregelen tijdens de uitvoering van het project. Het kan
								ook gaan om maatregelen in de periode dat het project in gebruik is
								(art. 5.6 Ob).</Al>
		<Al>In het projectbesluit geeft het bevoegd gezag aan wat de resultaten
								van de verkenning zijn. Ook staat erin hoe burgers, bedrijven,
								maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de
								voorbereiding zijn betrokken (art. 5.51 Ow). Het projectbesluit
								geeft dus aan hoe de participatie is uitgevoerd. Tot slot gaat het
								projectbesluit in op oplossingen die burgers, bedrijven,
								maatschappelijke organisaties en bestuursorganen hebben aangedragen.
								Daarnaast gaat het in op de adviezen van deskundigen hierover.</Al>
		<Al><strong>Besluit kwaliteit leefomgeving</strong></Al>
		<Al>Het Bkl voorziet in de juridische borging van het nationaal
								ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere
								overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen
								inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Er
								staat onder andere in wat er in omgevingsplannen,
								omgevingsverordeningen en waterschapsverordeningen moet staan. Ook
								omgevingswaarden van het Rijk staan in het Bkl. Verder geeft het Bkl
								regels voor het toetsen en verbinden van voorschriften aan een
								omgevingsvergunning. En regels over monitoring en
								gegevensverzameling. Op grond van artikel 5.1 Bkl geldt hoofdstuk 5
								alleen voor het stellen van regels in het omgevingsplan en
								gedeeltelijk voor het projectbesluit (art. 9.1 Bkl). Daarom is in
								dit projectbesluit een toetsing aan het Bkl opgenomen (zie
								hoofdstukken 6 t/m 12).</Al>
		<Al><strong>Provinciale verordening</strong></Al>
		<Al>De provincie Flevoland heeft regels op het gebied van natuur,
								milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water vastgelegd in de
								Omgevingsverordening Flevoland. Deze verordening is een belangrijk
								instrument om de provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving
								te realiseren. De regels zijn opgesteld in het kader van de
								Omgevingswet en zijn gebundeld in één document dat geldt voor
								inwoners, bedrijven, initiatiefnemers én overheden zoals gemeenten
								en waterschappen.</Al>
		<Al>De verordening vertaalt beleidsdoelen naar concrete regels en biedt
								ruimte aan maatschappelijke ontwikkelingen zoals de
								energietransitie, woningbouw en duurzame landbouw. Tegelijkertijd
								worden waardevolle gebieden zoals natuurgebieden, stiltegebieden,
								grondwaterbeschermingsgebieden en cultuurlandschappen beschermd. In
								specifieke gebieden gelden regels voor onder andere het
								watersysteem, zwemwater, duurzame energie, geitenhouderijen en
								ontgrondingen.</Al>
		<Al>De provincie Flevoland hecht waarde aan het behoud van
								cultuurhistorische elementen en karakteristieke landschapselementen.
								Zo zijn er instructieregels opgenomen voor het behoud van erfgoed en
								landschappelijke kwaliteit. Elementen zoals oude kavelstructuren,
								waterlopen en historische wegen dragen bij aan de identiteit van het
								Flevolandse landschap. Verharding of aantasting van deze elementen
								is in principe niet toegestaan, tenzij er sprake is van zwaarwegende
								belangen en er geen alternatieven beschikbaar zijn.</Al>
		<Al>De provincie Flevoland heeft in haar omgevingsverordening een
								ontwikkelruimte vastgesteld van maximaal 1000 hectare voor
								zonneparken in het landelijk gebied, verdeeld over twee tranches van
								elk 500 hectare. De eerste tranche is inmiddels vrijwel volledig
								benut.</Al>
		<Al><strong>Omgevingsbesluit</strong></Al>
		<Al>In het Omgevingsbesluit (Ob) staan regels over het bevoegd gezag
								voor omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en
								uitvoering, en over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
								Bijvoorbeeld: wie bevoegd gezag is voor een omgevingsvergunning,
								welke procedure van toepassing is en hoe de milieueffectrapportage
								plaatsvindt. Het Omgevingsbesluit geldt voor alle partijen die
								actief zijn in de fysieke leefomgeving – burgers, bedrijven en
								overheid.</Al>
		<Al>In hoofdstuk 5 Ob zijn specifieke regels opgenomen voor de
								projectprocedure en het projectbesluit. Hierbij is onder andere de
								wijze van participatie voorgeschreven (art. 5.3 Ob) en de publicatie
								van het ontwerp projectbesluit (art. 5.5a Ob). Ook is beschreven wat
								het projectbesluit in ieder geval moet bevatten (art. 5.6 Ob):</Al>
		<Lijst eId="acc_I__div_1__content_3__list_o_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_3__list_o_2" type="ongemarkeerd">
		  <Li eId="acc_I__div_1__content_3__list_o_2__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_3__list_o_2__item_a">
		    <Al>Een beschrijving van het project</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_1__content_3__list_o_2__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_3__list_o_2__item_b">
		    <Al>De voor de fysieke leefomgeving relevante permanente of
										tijdelijke maatregelen en voorzieningen om het project te
										realiseren; en</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_1__content_3__list_o_2__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_3__list_o_2__item_c">
		    <Al>De maatregelen die zijn gericht op het ongedaan maken,
										beperken of compenseren van de nadelige gevolgen van het
										project of van het in werking hebben of in stand houden
										daarvan voor de fysieke leefomgeving.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al><strong>Omgevingsplan</strong></Al>
		<Al>Op het moment van vaststellen van dit besluit beschikt de gemeente
								Lelystad nog niet over een volwaardig omgevingsplan in de zin van de
								Omgevingswet. Momenteel vigeert ter plaatse van het besluitgebied
								het omgevingsplan van rechtswege. Dit bestaat onder andere uit de
								regels van de vervallen bestemmingsplannen, samen met de rijksregels
								over activiteiten (bruidsschat). Het project A6 zon past niet binnen
								dit tijdelijke omgevingsplan. Daarom worden de regels van het
								omgevingsplan van de gemeente met dit projectbesluit gewijzigd. Dit
								wordt gedaan door een ‘tijdelijk regelingdeel’ toe te voegen aan het
								omgevingsplan. Met dit tijdelijk regelingdeel kunnen via het
								projectbesluit de wijzigingen van het omgevingsplan ingevoegd worden
								in een apart deel van het omgevingsplan. In dat tijdelijke
								regelingdeel is duidelijk aangegeven wat de verhouding is met de
								overige regels van het omgevingsplan. In de onderhavige motivering
								wordt onderbouwd dat bij de wijziging van het omgevingsplan sprake
								is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_1__content_4" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_4">
	      <Kop>
		<Opschrift>Nut en noodzaak</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al><strong>Meervoudig ruimtegebruik</strong></Al>
		<Al>In het Klimaatakkoord staat dat in 2030 zeventig procent van onze
								elektriciteit uit hernieuwbare bronnen moet komen. Om hieraan te
								voldoen wordt er in dertig regio’s gewerkt aan Regionale
								Energiestrategieën (RES). Hierin werken verschillende gemeenten,
								provincies, waterschappen en regionale netbeheerders samen met de
								omgeving om de opwek van duurzame energie in de regio een plek te
								geven. In een klein land als Nederland is het vinden van geschikte
								ruimte daarbij een uitdaging. Daarom is het van belang de
								beschikbare ruimte zo optimaal mogelijk te benutten door in te
								zetten op meervoudig ruimtegebruik. Op die manier wordt eenzelfde
								grond- of wateroppervlakte voor meer dan één doel gebruikt. Het
								project A6 zon Lelystad draagt bij aan deze doelstelling.</Al>
		<Al><strong>Netcongestie</strong></Al>
		<Al>Nederland staat voor de opgave om zijn klimaatdoelstellingen te
								realiseren, wat heeft geleid tot een versnelde energietransitie. Als
								gevolg hiervan kampt Flevoland, net als veel andere regio’s in
								Nederland, met netcongestie. Om netcongestie tegen te gaan
								investeren netbeheerders in netverzwaringen, terwijl andere manieren
								van aansluiten en opslag van energie mogelijk worden gemaakt. In
								Flevoland duurt de netcongestie zeker tot 2033. Naast investeringen
								in netverzwaring wordt ook gekeken naar slimme oplossingen om het
								elektriciteitsnet te ontlasten. Eén van die oplossingen is directe
								afname, waarbij vraag en aanbod van elektriciteit lokaal op elkaar
								worden afgestemd. Dit kan het net aanzienlijk ontzien. Andere
								alternatieven zijn opslag van energie binnen de geldende
								beleidskaders (onder andere Partiële herziening Omgevingsprogramma
								Flevoland tbv grootschalige batterijopslag) en/of cable pooling (een
								duurzame techniek waarbij de aansluitingen van meerdere duurzame
								installaties aan elkaar worden gekoppeld). Op deze manier kunnen 2
								duurzame installaties die dicht bij elkaar staan, worden aangesloten
								op het elektriciteitsnet, zonder dat er een nieuwe aansluiting nodig
								is. Deze oplossingen sluiten goed aan bij het Energieproject A6 zon
								Lelystad, waar lokaal opgewekte zonne-energie efficiënt kan worden
								benut zonder extra belasting van het net.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_1__content_5" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_1__content_5">
	      <Kop>
		<Opschrift>Leeswijzer</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 de uitgebreide
								projectbeschrijving, waarna in hoofstuk 3 de toetsing aan de
								verschillende beleidskaders en regelgeving plaatsvindt. In dit
								hoofdstuk wordt de algemene toets gedaan aan ruimtelijke ambities.
								De toets aan de verschillende specifieke omgevingsaspecten volgt in
								hoofdstukken 6 tot en met 10. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op
								de verkenning en in hoofdstuk 5 wordt de participatie beschreven.
								Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de verschillende
								aspecten die gericht zijn op de bescherming van gezondheid en
								milieu. In hoofdstukken 7 tot en met 10 worden respectievelijk de
								thema’s water, veiligheid en natuurbescherming onderbouwd. Het
								behoud van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen
								wordt in hoofdstuk 11 gemotiveerd en op de effecten van het project
								op het ruimtegebruik wordt in hoofdstuk 12 ingegaan. Ten slotte
								beschrijft hoofdstuk 13 de uitvoerbaarheid van het project en wordt
								in hoofdstuk 14 afgesloten met een beschrijving van de formele
								procedure.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Projectbeschrijving</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_2__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Ligging plangebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het plangebied van het Energieproject A6 zon Lelystad volgt de A6
								van aansluiting 8 Almere-Oostvaarders tot aan de IJsselmeerdijk (zie
								figuur 2.1).</Al>
		<Figuur eId="acc_I__div_2__content_1__img_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_1__img_o_1">
		  <Titel>Figuur 2.1 Ligging plangebied met deelgebieden</Titel>
		  <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-5.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="999" hoogte="1000" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		  <Bijschrift locatie="onder">Figuur 2.1 Ligging plangebied met
									deelgebieden</Bijschrift>
		</Figuur>
		<Al><strong>Deelgebieden</strong></Al>
		<Al>In de verkenningsfase is het tracé van de snelweg A6
								Almere-Oostvaarders-Ketelburg in 3 deelgebieden ingedeeld. Inmiddels
								is het deelgebied IJsselmeerdijk geen onderdeel meer van het project
								A6 zon. Het projectdeel IJsselmeerdijk is door het waterschap
								teruggetrokken uit de ontwikkeling, omdat er door het waterschap
								besloten is om de verduurzaming niet verder door te zetten. De
								volgende twee deelgebieden blijven over:</Al>
		<Al><strong><i>Oostvaardersplassengebied: </i></strong>het traject
								Oostvaardersplassengebied loopt van de aansluiting 8
								Almere-Oostvaarders tot aan aansluiting 9 Anthony Fokkerweg. Het
								traject gaat enerzijds langs de Oostvaardersplassen en aan de andere
								zijde langs het agrarische polderlandschap. Het is een gevarieerde
								route die het Nationale Park Nieuw Land presenteert, met grote
								verschillen tussen openheid en beslotenheid. Ten noorden van de weg
								lopen de Lage Vaart en de hoogspanningskabels parallel aan dit
								traject.</Al>
		<Figuur eId="acc_I__div_2__content_1__img_o_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_1__img_o_2">
		  <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-6.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="488" hoogte="228" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		  <Bijschrift locatie="onder">Figuur 2.2 Deelgebied
									Oostvaardersplassengebied</Bijschrift>
		</Figuur>
		<Al><strong><i>De Boog om Lelystad:</i></strong> de groene boog rond
								Lelystad loopt van aansluiting 9 Anthony Fokkerweg tot aan
								aansluiting 11 Lelystad-Noord en maakt een ruime bocht rond
								Lelystad. Net als het traject Oostvaardersplassengebied is het een
								gevarieerde route met verschillen tussen openheid en beslotenheid.
								De weg is ingeplant met laanbeplanting.</Al>
		<Figuur eId="acc_I__div_2__content_1__img_o_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_1__img_o_3">
		  <Titel>Figuur 2.3 Impressie Boog rond Lelystad </Titel>
		  <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-7.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="485" hoogte="236" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		  <Bijschrift locatie="onder">Figuur 2.3 Impressie Boog rond Lelystad </Bijschrift>
		  <Bron>Eindrapport Verkenning zon langs A6</Bron>
		</Figuur>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_2__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_2">
	      <Kop>
		<Opschrift>Beschrijving van het project</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In het project A6 zon worden op diverse locaties langs de A6
								zonnevelden geplaatst over een lengte van circa 25 kilometer. Dit
								gebeurt op verschillende plekken in de 90 meter brede middenberm
								langs de A6, in de zij- en middenbermen en/of op- en afritten van de
								A6 tussen aansluiting 8 Almere-Oostvaarders tot aan de
								IJsselmeerdijk. Het park krijgt een opgesteld vermogen van 55 tot 75
								megawatt. De opgewekte elektriciteit kan aangesloten worden op het
								bestaande stroomnet. Ook wordt gekeken naar mogelijkheden voor
								directe afname. Het realiseren van deze twee opties wordt met dit
								projectbesluit mogelijk gemaakt. Het brede profiel van de bermen en
								de brede stroken maken deze locatie heel geschikt voor het inpassen
								van zonnepanelen. Daarnaast zijn er langs de snelweg meerdere
								potentiële afnemers van opgewekte stroom, zoals bedrijven, en
								laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer.</Al>
		<Al>Een installatie om zonne-energie op te wekken wordt ook wel
								PV-systeem genoemd. Dit zijn de componenten die nodig zijn om de
								opgewekte energie van de zonnepanelen naar de netaansluiting te
								transporteren. Een PV-systeem bestaat uit verschillende
								componenten:</Al>
		<Lijst eId="acc_I__div_2__content_2__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_2__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		  <Li eId="acc_I__div_2__content_2__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_2__list_o_1__item_a">
		    <Al>PV-panelen;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_2__content_2__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_2__list_o_1__item_b">
		    <Al>kabels;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_2__content_2__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_2__list_o_1__item_c">
		    <Al>omvormers en verdelers;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_2__content_2__list_o_1__item_d" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_2__list_o_1__item_d">
		    <Al>transformatoren/onderstation.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>Onder de huidige marktomstandigheden voor energie is de verwachting
								dat zonneparken opslag nodig hebben om financieel rendabel te zijn.
								Dit projectbesluit voorziet niet in planregels waarmee
								energieopslagsystemen nadrukkelijk wél of niet mogelijk worden
								gemaakt. De inschatting van RWS is echter dat het niet haalbaar is
								om de benodigde capaciteit aan energieopslagsystemen binnen het
								projectgebied van het Energieproject A6 zon Lelystad te realiseren,
								mede vanwege de beperkt beschikbare ruimte in de bermen langs de A6
								en borging van de primaire functie van het areaal. Een deel van de
								opslagbehoefte kan mogelijk wel worden vervuld binnen de ruimtelijke
								kaders en in het projectgebied. De overige benodigde opslag zal door
								de ontwikkelaar buiten het projectgebied moeten worden gerealiseerd.
								De ontwikkelaar zal t.z.t. zelf zorgdragen voor de juiste
								publieksrechtelijke borging, conform het provinciale beleid t.a.v.
								energieopslag.</Al>
		<Figuur eId="acc_I__div_2__content_2__img_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_2__img_o_1">
		  <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-8.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="1157" hoogte="736" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		  <Bijschrift locatie="onder">Figuur 2.4 Impressie project; golvend
									lint van zon</Bijschrift>
		</Figuur>
		<Figuur eId="acc_I__div_2__content_2__img_o_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_2__img_o_2">
		  <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-9.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="531" hoogte="787" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		  <Bijschrift locatie="onder">Figuur 2.5 Hoofdlijnenbeschrijving van
									het project</Bijschrift>
		</Figuur>
		<Al><strong>Algemene inrichting</strong></Al>
		<Al>Binnen het project A6 zon worden verschillende zonnevelden aangelegd
								die onderling van elkaar verschillen in maat, schaal en positie,
								maar door samenhang in vormgeving sterk met elkaar verbonden zijn.
								Het resultaat is een ‘golvend’ lint van zon dat gemoedelijk meeloopt
								met de weg, maar op delen ook kan verdwijnen of juist nadrukkelijk
								aanwezig is. De zonnepanelen worden boven maaiveld geplaatst door
								middel van grondophogingen of stellages. In het ontwerp is zoveel
								mogelijk rekening gehouden met de bestaande beplanting en
								water.</Al>
		<Al>Ter hoogte van de Reigersplas, voor en na de Knardijk en ter plaatse
								van de Boog om Lelystad wordt de middenberm met een ‘standaard’
								dak-opstelling ingericht (zie ook figuur 2.2). Deze opstelling
								bestaat uit een symmetrisch dakje met aan weerszijde minimaal 3
								panelen in ‘landscape’ opstelling (ofwel in liggende
								opstellingswijze). De maximale maat van een dakje wordt bepaald door
								de minimale beschikbare ruimte per eenheid (een aangesloten
								opstelling van tafels/stellage) en bestaat uit maximaal 10 panelen.
								Aan het begin en/of einde van iedere eenheid worden trafo’s
								geplaatst in een symmetrische opstelling. De trafo’s worden niet
								hoger dan de nok van de dak-opstelling van de zonnevelden.</Al>
		<Al>De hoogte van de dak-opstelling blijft onder de ooghoogte van de
								weggebruiker. Hierdoor blijft de openheid van het gebied behouden.
								Op plekken waarbij de middenberm te hoog ligt, zoals aan de
								oostzijde van Lelystad, wordt de middenberm eerst uitgegraven. Bij
								de andere gebieden, ter hoogte van de Reigersplas en voor en na de
								Knardijk worden er aanpassingen gedaan aan de kwelsloten. Met deze
								benodigde graafwerkzaamheden wordt het waterrijke karakter van de
								omgeving benadrukt en ontstaat er meer ruimte voor een natuurlijke
								rietvegetatie.</Al>
		<Figuur eId="acc_I__div_2__content_2__img_o_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_2__img_o_3">
		  <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-10.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="376" hoogte="315" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		  <Bijschrift locatie="onder">Figuur 2.6 Impressie standaard
									dak-opstelling in de middenberm in deelgebied
									Oostvaardersplassen</Bijschrift>
		</Figuur>
		<Al>Om de beschikbare ruimte te optimaliseren, worden er langs het
								golvende lint hoogteverschillen aangebracht in het terrein. Hierdoor
								komt er in deelgebied Oostvaardersplassen ruimte beschikbaar voor
								een extra rij tafels aan weerszijden van de golf en in deelgebied
								Bocht om Lelystad ruimte voor een extra rij aan de zijde van de
								snelweg. De vrijkomende grond wordt gebruikt om een glooiing van
								grond aan te brengen onder de panelen, waardoor minder
								‘onderconstructie’ (stellages) nodig en zichtbaar is.</Al>
		<Al>Het bestaande landschap is het uitgangspunt geweest voor het
								principe-ontwerp (zie ook paragraaf 4.2 Verkenning) . Op basis
								hiervan zijn twee deelgebieden onderscheiden met eigen, herkenbare
								karakters. Daarom is per deelgebied een eigen aanpak
								ontwikkeld.</Al>
		<Al><strong>Deelgebied Oostvaardersplassen</strong></Al>
		<Al>Het deelgebied Oostvaardersplassen bevindt zich in de brede
								middenberm tussen aansluiting 8 en de Praamweg. Er worden geen
								zonnepanelen in de buitenbermen geplaatst. In dit deelgebied staat
								de beleving van het Nationaal Park Nieuw Land centraal. Vanwege de
								etalagefunctie van het Nationaal Park Nieuw Land moet de openheid
								behouden blijven en de bestaande obstakelvrije zones naast de
								snelweg gehandhaafd worden. De panelen blijven onder ooghoogte van
								de weggebruiker zodat automobilisten er overheen kunnen kijken
								(onder 1,0 m hoogte ten opzichte van het laagstgelegen
								wegdeel).</Al>
		<Al>In het deelgebied Oostvaardersplassen is het karakter van het
								golvend lint goed te herkennen. In zowel de breedte als in de hoogte
								ontstaat er een op- en afbouwende golf van zonnepanelen. Er wordt
								gewerkt met standaard tafels waarbij het lint door een verdraaiing
								in de hellingshoek (maximaal 2,5°) langzaam op- en afbouwt en
								varieert van een brede golf naar een ‘standaard’ dak-opstelling. Er
								wordt een smalle strook riet aan weerszijden van het lint
								aangebracht waarmee zicht op de stellages voorkomen wordt en het
								lint landschappelijk ingepast wordt.</Al>
		<Figuur eId="acc_I__div_2__content_2__img_o_4" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_2__img_o_4">
		  <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-11.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="433" hoogte="111" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		  <Bijschrift locatie="onder">Figuur 2.7 Dwarsprofielen deelgebied
									Oostvaardersplassen zonder en met herprofilering</Bijschrift>
		</Figuur>
		<Al>De onderbrekingen tussen de eenheden zijn uitgelijnd met
								landschappelijke structuren uit de omgeving. De minimale maat van de
								onderbrekingen (30 m) is afgestemd op het zicht van de
								automobilist.</Al>
		<Al>Ter plaatse van de verzorgingsplaatsen de Aalscholver en de Lepelaar
								wordt het golvend lint van zon voor een korte tijd onderbroken. De
								verzorgingsplaatsen maken geen deel uit van het te realiseren
								zonnepark A6: uit de voorfase is gebleken dat hierbij niet op een
								passende manier aan de complexe inrichtingseisen van een
								verzorgingsplaats voldaan kan worden. Met het vrijhouden van de
								middenberm ter hoogte van de verzorgingsplaatsen ontstaat er ruimte
								om extra groen toe te voegen langs de A6. Dit versterkt het besloten
								bosrijke karakter van dit deel van het traject en compenseert een
								deel van de beplanting die op andere delen van het plangebied moeten
								worden verwijderd.</Al>
		<Al><strong>Boog om Lelystad</strong></Al>
		<Al><strong><i>Zuidelijke knoop bij aansluiting 9</i></strong></Al>
		<Al>Het deelgebied Boog om Lelystad start bij aansluiting 9, ten zuiden
								van Lelystad (afslag Lelystad Airport). Bij deze aansluiting zijn de
								zonnevelden gepland in de zuidelijke knoop. Deze knoop wordt
								begrensd door de bestaande sloot. Hierbinnen wordt het veld zo
								efficiënt mogelijk ingericht, met een opstelling van ‘standaard’
								dakjes evenwijdig aan de snelweg (zie figuur 2.4). De trafo’s staan
								aan de rechterzijde (evenwijdig aan de Anthony Fokkerweg), ingepast
								tussen de stellages en worden niet hoger dan de dakjes-opstelling.
								Randen en restruimtes rondom het zonnepark worden voorzien van
								kruidenrijke grasvegetaties.</Al>
		<Figuur eId="acc_I__div_2__content_2__img_o_5" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_2__img_o_5">
		  <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-12.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="755" hoogte="559" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		  <Bijschrift locatie="onder">Figuur 2.8 Zonnepanelen in de zuidelijke
									knoop bij aansluiting 9</Bijschrift>
		</Figuur>
		<Al><strong><i>Traject van Larservaart tot Runderweg</i></strong></Al>
		<Al>Na het zonneveld in de zuidelijke knoop vervolgt het golvende lint
								zijn weg van de Larservaart tot aan de Runderweg. In dit deelgebied
								worden de zonnepanelen zowel in de middenberm als in de buitenberm
								gerealiseerd. Het zwaartepunt van het lint van zonnepanelen ligt
								hierbij in de berm in de binnenbocht.</Al>
		<Figuur eId="acc_I__div_2__content_2__img_o_6" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_2__img_o_6">
		  <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-13.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="323" hoogte="262" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		  <Bijschrift locatie="onder">Figuur 2.9 Golvend lint in de Boog om
									Lelystad</Bijschrift>
		</Figuur>
		<Al>In zowel de breedte als de lengterichting ontstaat er een op- en
								afbouwende golf van zonnepanelen, tot een maximale hoogte van circa
								6 meter vanaf het maaiveld. Er wordt gewerkt met standaard tafels,
								die door een verdraaiing in de hellingshoek (maximaal 5°) langzaam
								op- en afbouwen. Achter de zonnepanelen blijft de bosrand continu
								zichtbaar zodat de groene uitstraling van het gebied behouden
								blijft.</Al>
		<Al>Voor het golvende effect en om te voorkomen dat er veel
								onderconstructie zichtbaar is, begint en eindigt de golf laag ter
								plaatse van de Larservaart en Runderweg. Daartussen loopt de golf
								op. Waar de A6 omhooggaat, bij de oversteek met de Dronterweg en
								Lage Vaart, gaat de opstelling van panelen juist omlaag. Hierdoor
								ontstaan twee golfbewegingen in de lengtedoorsnede, waarbij de
								automobilist als het ware ‘onder water’ duikt, en er weer uit
								opkomt. Tussen weg en zonnepanelen vormt een sloot een fysieke
								barrière zodat geen geleiderails of hekwerken nodig zijn. De
								rietoever langs de sloot vormt tevens de landschappelijke inpassing
								en beperkt het zicht op constructies. Bij de Flevohout en ter hoogte
								van de hoogspanningskabels vormen gaten in het lint van zon
								zichtlijnen richting het omliggende landschap.</Al>
		<Al>Mogelijk worden op enkele locaties grondheuvels aangebracht. Door
								deze heuvels consequent onder de panelen door te zetten zijn geen
								(metalen) stellages nodig. Ook heeft dit een meerwaarde als hogere
								parkachtige groenstrook voor de periode nadat de zonnepanelen
								eventueel verwijderd worden.</Al>
		<Al><strong><i>Oostelijke knoop bij aansluiting 11</i></strong></Al>
		<Al>Aansluiting 11 (afslag Lelystad-Noord, N307) heeft een groen en
								waterrijk karakter, dat behouden en waar mogelijk versterkt wordt
								met de toevoeging van een zonnepark aan de oostzijde van de snelweg.
								Bij de opstelling wordt uitgegaan van een dakjes-opstelling
								evenwijdig aan de snelweg, waarbij de trafo’s zijn opgesteld aan de
								rechter zuidzijde. De trafo’s worden niet hoger dan de zonnepanelen.
								Een deel van de opgewekte energie zou ingezet kunnen worden voor
								laadmogelijkheden op de nabijgelegen carpoolplek.</Al>
		<Figuur eId="acc_I__div_2__content_2__img_o_7" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_2__img_o_7">
		  <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-3.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="778" hoogte="605" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		  <Bijschrift locatie="onder">Figuur 2.10 Zonnevelden in oostelijke
									knoop bij aansluiting 11</Bijschrift>
		</Figuur>
		<Al><strong>Aanleg</strong></Al>
		<Al><strong><i>Middenberm</i></strong></Al>
		<Al>De kabels voor het energietransport worden in de middenberm
								aangelegd via open ontgraving. Vanuit de middenberm worden de kabels
								zo veel mogelijk bovengronds in het projectgebied aangelegd om aan
								te sluiten op de omvormers. Bij de omvormers worden de kabels
								gebundeld en vervolgens ondergronds verder gelegd door middel van
								open ontgraving. Daarnaast wordt er een gestuurde boring uitgevoerd
								onder de A6, met een diepte van ongeveer 6 tot 7 meter, bij het
								brede gedeelte van 15 hectare of door bestaande onderdoorgangen en
								kunstwerken te benutten. Nadat de kabels onder de weg door zijn
								gelegd naar het onderstation, wordt het bestaande tracé benut voor
								een traditionele aansluiting op het middenspanningsstation. De
								diepte van de sleuf voor de kabels bedraagt maximaal 1 meter,
								terwijl de gestuurde boring onder de A6 minstens 5 meter diep zal
								zijn. Er is ook een mogelijke grondwateronttrekking voorzien. In de
								kleinere middenbermen is een kleinere aansluiting mogelijk met een
								inpassingsring op de middenspanning. De zonnepanelen worden
								geplaatst op metalen stellages, waarvoor eerst geheid wordt, waarna
								de stellages vastgeschroefd en de panelen geplaatst worden. In natte
								gebieden worden de panelen op een diepte van 2 meter geslagen,
								terwijl in drassige gebieden een maximale diepte van 3 meter wordt
								aangehouden. Daarnaast zullen er bomen gekapt worden.</Al>
		<Al><strong><i>Aansluiting 9 en 11</i></strong></Al>
		<Al>Voor aansluiting 9 en 11 worden kabels en leidingen ontsloten door
								onder de provinciale weg door te gaan richting het
								transformatorhuisje. Hierbij worden grondboringen uitgevoerd met een
								diepte van ongeveer 6 tot 7 meter. Het water bij aansluiting 11
								wordt gedempt.</Al>
		<Al><strong><i>Boog om Lelystad</i></strong></Al>
		<Al>De werkzaamheden aan het kabeltracé in de boog om Lelystad volgen de
								kortste route naar het bestaande net. In de middenberm wordt een
								gestuurde boring uitgevoerd onder de A6 door, met een diepte van
								ongeveer 6 tot 7 meter, waarbij gebruik wordt gemaakt van de
								bestaande onderdoorgangen. Daarnaast zullen houtopstanden in de Boog
								om Lelystad gekapt worden om de grond beschikbaar te maken en voor
								te bereiden. De stellages voor de zonnepanelen worden dieper dan 3
								meter geheid vanwege de hogere stellages, waarna de panelen op de
								stellages geplaatst worden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_2__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_3">
	      <Kop>
		<Opschrift>Beschrijving projectgebied</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het traject van de Rijksweg A6 tussen aansluitingen 8
								(Almere-Oostvaarders) en 12 (Swifterbant) is in de jaren ’70
								aangelegd en bestaat uit 2x2 rijstroken. De snelweg wordt gekenmerkt
								door een afwisseling van rechte uitgestrekte stukken en ruime
								bochten. De rijbanen zijn relatief ver uit elkaar gelegd en zijn wat
								verhoogd ten opzichte van het landschap.</Al>
		<Al>Waar het plangebied begint, bij aansluiting 8 Almere-Oostvaarders,
								ligt aan de noordzijde van het plangebied het Natura 2000-gebied de
								Oostvaardersplassen. Daarnaast loopt langs een groot deel van het
								plangebied de watergang Lage Vaart. Aan de zuidzijde van het
								plangebied liggen akkerbouwgronden en staan windturbines. Vanaf
								aansluiting 9 maakt het een plangebied een boog om Lelystad. Hierin
								is naast een groene omgeving, ook een meer stedelijk karakter te
								herkennen, met onder andere zicht op bedrijventerreinen langs de
								A6.</Al>
		<Al><strong><i>Verkeersvoorzieningen</i></strong></Al>
		<Al>Op het traject bevinden zich 3 aansluitingen op het onderliggend
								wegennet:</Al>
		<Lijst eId="acc_I__div_2__content_3__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_3__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		  <Li eId="acc_I__div_2__content_3__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_3__list_o_1__item_a">
		    <Al>aansluiting 9 Lelystad-Airport (halve aansluiting);</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_2__content_3__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_3__list_o_1__item_b">
		    <Al>aansluiting 10 Lelystad;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_2__content_3__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_3__list_o_1__item_c">
		    <Al>aansluiting 11 Lelystad-Noord.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>Langs het traject zijn viaducten, (fiets)bruggen, twee
								fietsonderdoorgangen, een duiker en een faunapassage gelegen,
								alsmede twee verzorgingsplaatsen en twee rustplaatsen (Rivierduin en
								Oeverwal), zie figuur 2.7. Beide verzorgingsplaatsen beschikken over
								een tankstation, een hotel, een restaurant en laadpunten voor
								elektrische voertuigen.</Al>
		<Figuur eId="acc_I__div_2__content_3__img_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_2__content_3__img_o_1">
		  <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-4.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="418" hoogte="331" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		  <Bijschrift locatie="onder">Figuur 2.11. Plangebied Energieproject
									A6 zon Lelystad met infrastructurele voorzieningen en
									verzorgings- en rustplaatsen </Bijschrift>
		</Figuur>
		<Al><strong><i>Natuur</i></strong></Al>
		<Al>Het projectgebied ligt nabij enkele natuurgebieden die onderdeel
								zijn van het Natura 2000-netwerk (zie figuur 2.2). De
								dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn Ketelmeer &amp; Vossemeer
								(circa 2 km), Markermeer &amp; IJmeer (circa 5 km), IJsselmeer (
								&lt; 1 km) en Oostvaardersplassen ( &lt; 1 km), zie ook afbeelding
								3.2. Deze natuurgebieden zijn niet stikstofgevoelig, de meest
								nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn de Veluwe
								(circa 18 km), Rijntakken (circa 14 km) en Naardermeer (circa 19
								km).</Al>
		<Al>De Oostvaardersplassen vormen samen met de Lepelaarsplassen, het
								Markermeer en de Markerwadden het Nationaal Park Nieuw Land. Tussen
								de Knardijk en aansluiting 9 is een nieuw bos aangeplant.</Al>
		<Al>Het plangebied wordt gekenmerkt door de brede zij- en middenbermen.
								Deze bestaan uit afwisselend ruig grasland, rietvegetatie, struweel
								en solitaire bomen en bossstroken.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Toets aan beleid en regelgeving</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisie eId="acc_I__div_3__div_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Europees beleid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_1__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_1">
		<Inhoud>
		  <Al>De overgang van de huidige fossiele economie naar een duurzame
									economie neemt geruime tijd in beslag. Om de
									klimaatdoelstellingen te halen zijn daarom maatregelen nodig,
									die bijdragen aan de Europese doelstelling om uiterlijk in het
									jaar 2050 klimaatneutrailiteit te realiseren. Een aantal van
									deze maatregelen heeft betrekking op het opwekken van energie
									uit hernieuwbare bronnen. Het Europese stappenplan op weg naar
									klimaatneutraliteit is onderdeel van de Europese Green
									Deal.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_1__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Klimaatakkoord</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het Klimaatakkoord is opgesteld om de opwarming van de aarde
									onder 2° te houden. Het is op 12 december 2015 gepresenteerd op
									de klimaatconferentie van Parijs 2015. Nederland heeft dit
									verder uitgewerkt in het nationale Klimaatakkoord. Zie hiervoor
									verder in paragraaf 3.2.2.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_1__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Richtlijn hernieuwbare energie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De EU-doelstelling voor hernieuwbare energie voor 2030 is dat
									minimaal 42,5% van het energieverbruik in de EU uit hernieuwbare
									energiebronnen komt, met als streven 49%. Deze doelstelling is
									in de richtlijn hernieuwbare energie (bekrachtigd op 20 november
									2023) uitgewerkt, onder andere door op te nemen dat lidstaten
									het toepassen van zonnepanelen op bepaalde daken moeten gaan
									verplichten, vergunningprocedures voor zonnepanelen verkort
									moeten worden en dat er ruimte moet worden geboden voor energie
									delen via energie-coöperaties (energiegemeenschappen). Momenteel
									wordt gewerkt aan een wetswijziging ter implementatie van deze
									richtlijn in nationale wet- en regelgeving. Deze is in de loop
									van 2025 voorzien.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_3__div_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2">
	      <Kop>
		<Opschrift>Rijksbeleid en -regelgeving</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_2__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Nationale omgevingsvisie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een
									langetermijnvisie op de</Al>
		  <Al>toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Op
									11 september</Al>
		  <Al>2020 is de NOVI vastgesteld. De NOVI bestaat uit een visie,
									toelichting en uitvoeringsagenda en is een instrument van de
									Omgevingswet.</Al>
		  <Al>Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van
									elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De nieuwe aanpak is
									integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke
									organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Zo kan men in
									gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. Op
									nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die
									komen samen in vier prioriteiten:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_1__item_a">
		      <Al>Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_1__item_b">
		      <Al>Duurzaam economisch groeipotentieel;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_1__item_c">
		      <Al>Sterke en gezonde steden en regio’s;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_1__item_d" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_1__item_d">
		      <Al>Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk
											gebied.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans
									tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en
									gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en
									(b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke
									leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
									Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een
									omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving, welke
									terugkomt in de NOVI.</Al>
		  <Al>Centraal in de afwegingen tussen belangen die een rol spelen bij
									het ontwikkelen en beschermen van Nederland staat een
									evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving van zowel de
									boven- als de ondergrond. De NOVI onderscheidt daarbij drie
									afwegingsprincipes:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_2" type="expliciet">
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_2__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_2__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige
											functies;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_2__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_2__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;
											en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_2__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_2__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>Afwentelen wordt voorkomen.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die
									komen samen in vier prioriteiten:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_3" type="ongemarkeerd">
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_3__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_3__item_a">
		      <Al>Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_3__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_3__item_b">
		      <Al>Duurzaam economisch groeipotentieel;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_3__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_3__item_c">
		      <Al>Sterke en gezonde steden en regio’s;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_3__item_d" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_1__list_o_3__item_d">
		      <Al>Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk
											gebied.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Voor dit projectbesluit is vooral de eerste prioriteit van
									belang. In de NOVI is als nationaal belang (nr. 11) aangegeven:
									“Het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige
									energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij
									benodigde hoofdinfrastructuur”. De ontwikkeling van zonneparken
									op rijksgronden nabij rijksinfrastructuur past in dit nationale
									belang en draagt bij aan de regionale energietransitie door het
									beschikbaar stellen van gronden om de doelstellingen te
									behalen.</Al>
		  <Al>In de NOVI staat dat het plaatsen van zonnepanelen volgens de
									zonneladder moet. De zonneladder is de voorkeursvolgorde voor
									het plaatsen van zonnepanelen. Volgens de zonneladder moeten
									alle betrokken partijen eerst kijken of we zonnepanelen op
									gebouwen kunnen leggen. En daarna pas op terreinen in bebouwd
									gebied of locaties in het buitengebied. De voorkeur gaat daarbij
									uit naar het combineren van functies. Zo ontzien en sparen we
									zoveel mogelijk landbouw- en natuurgrond.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_2__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Klimaatakkoord</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord
									gepresenteerd. Daarin heeft het kabinet de ambitie geformuleerd
									om in 2050 klimaatneutraal te zijn in Europees verband, maar als
									tussenstap 49% CO2-reductie in 2030 te bereiken ten opzichte van
									1990 met een doorkijk naar 55% reductie in 2030. In het
									Klimaatakkoord staan onder andere doelstellingen voor de
									productie van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit op land.
									Zonne-energie en windenergie op land moeten in 2030 minimaal 35
									terawattuur (TWh) opleveren: dat is genoeg om 11,5 miljoen
									huishoudens van elektriciteit te voorzien.</Al>
		  <Al>In het Klimaatakkoord is de ‘zonneladder’ opgenomen. De
									zonneladder moet voorkomen dat zonnepanelen op landbouw- en
									natuurgrond komen als dat niet nodig is. Daarom staat in de
									voorkeursvolgorde dat zonnepanelen eerst op gebouwen gelegd
									moeten worden en daarna pas op terreinen in bebouwd gebied of
									locaties in het buitengebied. Buiten de bebouwde kom gaat de
									voorkeur uit naar het combineren van functies. Bijvoorbeeld
									zonnepanelen op vuilnisbelten en in bermen van spoor- en
									autowegen.</Al>
		  <Al>In het Klimaatakkoord is verder de ambitie beschreven dat lokale
									bedrijven en omwonenden voor 50% de eigendom van grootschalige
									duurzame energieprojecten kunnen verkrijgen. Het ministerie van
									KGG kijkt in samenspraak met de gemeente Lelystad naar de
									mogelijkheden om middels financiële participatie de voordelen
									van de energietransitie evenwichtig te verdelen en de lokale
									betrokkenheid te vergroten.</Al>
		  <Al>Het onderhavige project voldoet aan de doelstellingen en
									afspraken: het maakt het lokaal opwekken van energie uit zon
									mogelijk en door het beschikbaar stellen van de gronden langs
									rijkswegen voor deze functie draagt het rijk bij aan het
									haalbaar maken van de regionale energiestrategie. Bovendien
									wordt voldaan aan de zonneladder door de zonneparken te
									realiseren langs de A6. Hierbij worden de zonnepanelen op een
									locatie in het buitengebied gesitueerd.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_2__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Klimaatwet</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De Klimaatwet (1 september 2019) is er om de uitstoot van
									broeistofgassen in Nederland (en Europa) definitief terug te
									dringen. De Klimaatwet moet burgers en bedrijven zekerheid geven
									over de klimaatdoelen:</Al>
		  <Al><strong><i>49% minder CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van
											1990: </i></strong>Om dit doel te halen, hebben de
									overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties een
									Klimaatakkoord gesloten: 95% minder CO2-uitstoot in 2050 ten
									opzichte van 1990. Daarnaast moet de Nederlandse staat in 2030
									ten minste 55% minder broeikasgassen uitstoten ten opzichte van
									1990 en streven naar een volledig CO2-neutrale
									elektriciteitsproductie in 2050.</Al>
		  <Al><strong><i>Klimaatplan</i></strong>: De Klimaatwet stelt ook
									vast dat het kabinet een Klimaatplan moet maken. Dit plan bevat
									de hoofdlijnen van al het beleid waarmee het kabinet de
									doelstellingen uit de Klimaatwet wil halen en een aantal
									overwegingen, bijvoorbeeld over de laatste wetenschappelijke
									inzichten en over de economische gevolgen van het beleid. Het
									Klimaatplan wordt behandeld in de Eerste Kamer en in de Tweede
									Kamer. De Raad van State geeft onafhankelijk advies over het
									Klimaatplan. Het eerste Klimaatplan werd in 2019 gepubliceerd.
									Het plan bevat de hoofdlijnen van het kabinetsbeleid voor de
									periode 2021-2030. Elke 5 jaar wordt het Klimaatplan op basis
									van actuele inzichten bijgesteld. Op 27 oktober 2023 zijn de
									contouren van het klimaatplan voor 2024 naar de Tweede kamer
									gestuurd. In dit tweede klimaatplan wordt onder andere
									aangestuurd op een batterijverplichting voor zonneparken.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_2__content_4" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_4">
		<Kop>
		  <Opschrift>Energiewet</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De Energiewet is op 4 juni 2024 door de Tweede Kamer en op 10
									december 2024 door de Eerste Kamer aangenomen en treedt per 1
									januari 2026 in werking. In de Energiewet zijn regels opgenomen
									over gas en elektriciteit. Zonne-energie is in de wet benoemd
									als hernieuwbare bron. In artikel 6.1 aanhef en lid 1 onder b
									van de Energiewet is aangegeven dat de aanleg of uitbreiding van
									een installatie voor de opwekking van duurzame elektriciteit met
									behulp van zonne-energie, met een capaciteit van minimaal 100 MW
									aangemerkt wordt als een werk met een nationaal belang waarvoor
									de Minister in ieder geval een projectbesluit vaststelt. Het
									huidige projectbesluit voorziet in een installatie voor de
									opwekking van zonne-energie met een capaciteit van 50 – 75
									MW.</Al>
		  <Al>Het project A6 zon Lelystad is opgestart onder vigeur van de
									Elektriciteitswet 1998, waarin de (toenmalige) minister van EZK
									aangewezen is als bevoegd gezag voor het vaststellen van een
									projectbesluit (destijds nog inpassingsplan) voor zonneparken
									van deze omvang. In de bestuursovereenkomst welke medio 2023
									getekend is, is dit als uitgangspunt genomen. Het tussentijds
									overdragen van de bevoegdheid aan de provincie is niet wenselijk
									in het kader van continuïteit en efficiency.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_2__content_5" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_5">
		<Kop>
		  <Opschrift>Besluit kwaliteit leefomgeving</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) (zie voor verdere
									toelichting op het Bkl paragraaf 1.3 van deze motivering) zijn
									geen specifieke regels opgenomen voor installaties voor het
									opwekken van zonne-energie, behalve ten aanzien van de aanleg
									hiervan binnen een stroomvoerende deel van een rivierbed van de
									grote rivieren. Hiervan is in dit project geen sprake.</Al>
		  <Al>Voor de toetsing van diverse milieuaspecten aan het Bkl wordt
									verwezen naar hoofdstukken 6 t/m 10.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_2__content_6" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_6">
		<Kop>
		  <Opschrift>Opwek van Energie op Rijksvastgoed</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Met het OER-Programma (Opwek van Energie op Rijksvastgoed) stelt
									de rijksoverheid haar gronden ter beschikking voor het opwekken
									van hernieuwbare energie. In het Klimaatakkoord staat dat in
									2030 zeventig procent van onze elektriciteit uit hernieuwbare
									bronnen moet komen. Om hieraan te voldoen wordt er in dertig
									regio’s gewerkt aan Regionale Energiestrategieën (RES). In de
									RES hebben verschillende gemeenten, provincies, waterschappen en
									regionale netbeheerders met de omgeving gezamenlijk in kaart
									gebracht waar duurzame energie een plek kan krijgen. Het vinden
									van ruimte is daarbij een uitdaging. We kunnen de klimaatdoelen
									alleen maar halen als we ruimte dubbel benutten.</Al>
		  <Al>Meerdere RES-regio's hebben zoekgebieden op Rijksgronden
									opgenomen in hun plannen. Het Rijk bezit meer dan 4.000 km²
									grond en 10.000 km² wateroppervlakte, die bedoeld zijn voor
									maatschappelijke doelen zoals bereikbaarheid en schoon water.
									Een deel van deze 'gronden' is ook geschikt voor
									energieprojecten.</Al>
		  <Al>Het programma OER is een samenwerking tussen Rijkswaterstaat, de
									Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en het
									Rijksvastgoedbedrijf, in opdracht van het (voormalige)
									Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Sinds 2024 werken
									ook ProRail en het ministerie van Defensie eraan mee.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_2__content_7" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_2__content_7">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De gronden langs rijksweg A6 zijn rijksvastgoed. Het onderhavige
									project past binnen de doelstellingen en het beleid van het
									Rijk.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_3__div_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3">
	      <Kop>
		<Opschrift>Provinciaal beleid en regelgeving</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_3__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Omgevingsvisie Flevoland Straks</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De Omgevingsvisie FlevolandStraks is in november 2017
									vastgesteld door de Provinciale Staten. De Omgevingsvisie
									FlevolandStraks geeft de visie van de provincie Flevoland op de
									toekomst van dit gebied. De visie gaat over de periode tot 2030
									en verder. Het geeft aan welke kansen en opgaven er voor
									Flevoland liggen en welke ambities we hebben voor de toekomst.
									Het bijzondere verleden van de jongste provincie van Nederland
									vormt de basis van de visie.</Al>
		  <Al>In een paar decennia is 1.400 vierkante kilometer voormalige
									Zuiderzee drooggelegd en vervolgens ingericht voor gebruik. Een
									prestatie van formaat. Dit verleden van Flevoland vormt
									tegelijkertijd de basis voor haar toekomst. Daarbij gaat het
									zowel over de wijze waarop Flevoland is ingericht, als de wijze
									waarop de Flevolanders samenwonen, samen leven, samen werken en
									wordt bestuurd. Maar Flevoland verandert. We kijken anders tegen
									onze omgeving aan dan twintig jaar geleden. Ook veranderen de
									verhoudingen in de samenleving. Dit betekent dat we ook de kern
									moeten blijven aanpassen aan de maatstaven van de toekomst. Er
									zijn drie kernopgaven:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_3__div_3__content_1__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__content_1__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_3__content_1__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__content_1__list_o_1__item_a">
		      <Al>Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving);</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_3__content_1__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__content_1__list_o_1__item_b">
		      <Al>Krachtige Samenleving (sociaal-economische
											omgeving),</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_3__content_1__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__content_1__list_o_1__item_c">
		      <Al>Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving).</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de
									provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische
									opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de
									provincie Flevoland.</Al>
		  <Al>Veranderingen gaan snel. De technologische mogelijkheden nemen
									in hoog tempo toe. Mensen en bedrijven trekken wereldwijd naar
									steden. Economische en kennisnetwerken strekken zich uit over
									nationale grenzen. Veranderende maatschappelijke opvattingen en
									technologische mogelijkheden bepalen in grote mate de manier
									waarop we in de toekomst gaan wonen, werken en leven in
									Flevoland. Deze veranderingen krijgen een grote impact. Niet van
									de ene op de andere dag, het gaat om veranderingen die zich over
									vele jaren uitstrekken. Wij gaan Flevoland hierop voorbereiden.
									Sterker nog, we willen dat inwoners en bedrijven optimaal
									profiteren van deze ontwikkelingen. In de strategische opgaven
									staan deze vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven.
									Het gaat om de volgende opgaven:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_3__div_3__content_1__list_o_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__content_1__list_o_2" type="ongemarkeerd">
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_3__content_1__list_o_2__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__content_1__list_o_2__item_a">
		      <Al>Duurzame Energie</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_3__content_1__list_o_2__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__content_1__list_o_2__item_b">
		      <Al>Regionale Kracht</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_3__content_1__list_o_2__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__content_1__list_o_2__item_c">
		      <Al>Circulaire Economie</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_3__content_1__list_o_2__item_d" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__content_1__list_o_2__item_d">
		      <Al>Landbouw: Meerdere Smaken</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Van de zeven opgaven uit de omgevingsvisie valt Energieproject
									A6 zon onder de opgave ‘duurzame energie’. Het project draagt
									bij aan de ambitie van de provincie Flevoland hoofdzakelijk te
									draaien op duurzame energie. Daarnaast worden rijksgronden
									gebruikt voor de realisatie van de zonnevelden. Hierdoor worden
									de bewoners van de provincie Flevoland zo min mogelijk
									belast.</Al>
		  <Al>Inmiddels werkt de provincie Flevoland aan een nieuwe
									omgevingsvisie, namelijk de Omgevingsvisie Blik op de Toekomst.
									De verwachting is dat deze in Q3 2026 wordt vastgesteld.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisie eId="acc_I__div_3__div_3__div_3.3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__div_3.3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Omgevingsprogramma Flevoland</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_3__div_3.3__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__div_3.3__content_1">
		  <Inhoud>
		    <Al>Het Omgevingsprogramma is een verdere uitwerking van wat de
										provincie belangrijk vindt en wil doen om te zorgen voor een
										goede leefomgeving. Hierin staat beschreven wat het te
										voeren beleid is en welke maatregelen of acties we nemen om
										onze doelstellingen te kunnen bereiken. Dit kan gaan over
										bijvoorbeeld de ontwikkeling, het gebruik en beheer van
										onder andere wegen, natuur en bodem: de fysieke
										leefomgeving. Het Omgevingsprogramma is te zien op de
										digitale kaart.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_3__div_3.3__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__div_3.3__content_2">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Ontwerp Partiële herziening Omgevingsprogramma
										Flevoland t.b.v. grootschalige batterijopslag</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Gedeputeerde Staten hebben op 28 november 2025 de Ontwerp
										Partiële herziening Omgevingsprogramma Flevoland t.b.v.
										grootschalige batterijopslag vastgesteld. Dit besluit is
										vervolgens op PM in werking getreden. Met de partiële
										herziening van het Omgevingsprogramma Flevoland ten behoeve
										van grootschalige batterijen geeft de provincie Flevoland
										ruimte aan decentrale oplossingen voor netcongestie. Dit
										beleid wordt toegevoegd aan het Omgevingsprogramma Flevoland
										als nieuwe paragraaf 6.3.</Al>
		    <Al>Met het beleid voor grootschalige batterijopslag wil de
										provincie een toekomstbestendig provinciaal energiesysteem
										ten behoeve van de doorontwikkeling van Flevoland bevorderen
										en daarbij de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van
										Flevoland bewaren. Het beleid is opgesteld in overleg met
										gemeenten, netbeheerders, veiligheidsregio, initiatiefnemers
										en deskundigen. De provincie kiest ervoor het beleid voor
										grootschalige batterijen vorm te geven vanuit een integrale
										benadering van de fysieke leefomgeving inclusief het
										energiebelang. Want wanneer batterijopslag puur vanuit
										omgevingskwaliteit wordt beoordeeld is het op veel locaties
										niet wenselijk. Het voegt geen werkgelegenheid toe, vraagt
										grond dat voor andere beleidsdoelen niet meer kan worden
										ingezet, draagt bij aan verharding en dreigt bij te dragen
										aan verrommeling van het landschap. De toegevoegde waarde
										van batterijen ligt vooral in het belang voor het
										energiesysteem. Met het beleid voor grootschalige
										batterijopslag wil de provincie een toekomstbestendig
										provinciaal energiesysteem ten behoeve van de
										doorontwikkeling van Flevoland bevorderen. Dit is van
										provinciaal belang. Batterijen kunnen bijdragen aan het
										flexibel en slim bij elkaar brengen van vraag en aanbod.
										Tegelijkertijd is met de wijziging van het beleid geborgd
										dat de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van
										Flevoland beschermd en versterkt wordt. De doorgevoerde
										beleidswijziging biedt hier inzicht in.</Al>
		    <Al>Bepalend voor het realiseren van batterijopslagen is het
										gemeentelijke omgevingsplan. Daarin is op basis van een
										evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)
										vastgelegd welke functies op welke locaties mogelijk zijn.
										Indien een omgevingsplan niet in batterijopslag voorziet
										wordt de procedure van een buitenplanse
										omgevingsplanactiviteit (BOPA) gevolgd. Gemeenten zijn
										hiervoor in principe bevoegd gezag. Het provinciale beleid
										voor grootschalige batterijopslag geeft gemeenten handvatten
										om te sturen op de planologische inpassing van grootschalige
										batterijen. De provincie verstaat onder grootschalige
										batterijopslag installaties met een vermogen groter dan 1
										MW. De provincie wil bij grootschalige energieopslag sturen
										op locatiekeuze, zodat deze installaties op een zorgvuldige
										manier terecht komen in de fysieke leefomgeving van
										Flevoland. Het energiebelang c.q. het belang van de
										energietransitie is een aspect dat in het kader van ETFAL
										aan de voorkant meegewogen dient te worden bij het
										beoordelen van initiatieven voor het realiseren van
										grootschalige batterijopslag. Hiervoor is een beoordeling
										vereist van alle voor de fysieke leefomgeving relevante
										aspecten die betrekking hebben op de betreffende
										batterijopslag; zoals energie, ruimte, landschap,
										veiligheid, milieu, natuur en water.</Al>
		    <Al>In het Ontwerp Partiële herziening worden vier
										batterijentypes onderscheiden waarbij de volgende twee types
										relevant zijn voor het Energieproject A6 zon Lelystad:</Al>
		    <Lijst eId="acc_I__div_3__div_3__div_3.3__content_2__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__div_3.3__content_2__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		      <Li eId="acc_I__div_3__div_3__div_3.3__content_2__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__div_3.3__content_2__list_o_1__item_a">
			<Al>Batterijen bij opweklocatie: deze batterijen worden
												ingezet om pieken van opwek op te vangen. In deze
												situatie kunnen de batterijen bijdragen aan het
												ontlasten van netcongestie voor invoeding. De
												provincie geeft ruimte aan deze co-locatie
												batterijen bij opweklocaties van zonnepanelen en
												windturbines. Energetisch geldt dat het vermogen van
												de batterij in verhouding moet staan met het
												vermogen van de opwekinstallatie en deze ook
												technisch aan elkaar gekoppeld zijn. Om deze reden
												geldt dat voor een batterij bij een opweklocatie de
												opslagcapaciteit in MWh van de batterij niet groter
												mag zijn dan 4 keer het piekvermogen van de
												opwekinstallatie.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="acc_I__div_3__div_3__div_3.3__content_2__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__div_3.3__content_2__list_o_1__item_b">
			<Al>Batterijen bij energiehubs en buurtbatterijen
												Batterijen bij energiehubs en buurtbatterijen worden
												opgericht met de bedoeling om gezamenlijk energie op
												te wekken, uit te wisselen en op te slaan. Voor
												energiehubs dient de locatie van een batterij op een
												bestemd bedrijventerrein te liggen en de batterijen
												ondersteunend te zijn aan de energiehub. Dit
												betekent dat de batterij technisch gekoppeld dient
												te zijn met de energiehub en vooral lokaal gebruikt
												wordt. In principe wordt de batterij geplaatst op
												het bedrijventerrein.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>Tot slot worden in dit beleidskader algemene vereisten
										t.a.v. landschap, milieu/veiligheid, natuur en water
										benoemd.</Al>
		    <Al>Dit projectbesluit maakt grootschalige batterijopslag niet
										rechtstreeks mogelijk als onderdeel van het project. Indien
										bij de realisatie van de opwekinstallaties langs de A6
										grootschalige batterijopslag gewenst wordt, zal hiervoor een
										separate planologische procedure voor worden doorlopen,
										waarbij het hier beschreven toetsingskader richting geeft
										aan de besluitvorming.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Divisie>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_3__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Omgevingsverordening provincie Flevoland</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De Omgevingsverordening provincie Flevoland is op 1 november
									2023 vastgesteld en op 1 januari 2024 in werking getreden. De
									omgevingsverordening omvat drie soorten regels. Ten eerste
									regels die gericht zijn tot burgers en bedrijven, zoals algemene
									regels en vergunningstelsels. Ten tweede regels die zijn gericht
									tot het uitvoerend bestuur, zoals omgevingswaarden en
									beoordelingsregels voor vergunningaanvragen. En ten derde omvat
									het instructieregels over de uitoefening van taken en
									bevoegdheden door gemeenten en waterschappen.</Al>
		  <Al>In afdeling 14.2.3 en 7.3 staan instructieregels opgenomen die
									betrekking hebben op zonne-energie en deze zijn van
									overeenkomstige toepassing op het onderhavige projectbesluit. Er
									zijn regels opgenomen voor grondgebonden opstellingen voor
									zonne-energie binnen het landelijk gebied van Flevoland. Op
									basis van de geometrische begrenzing in bijlage II van de
									Omgevingsverordening.</Al>
		  <Al>Per 1 januari 2025 is een herziening van de Omgevingsverordening
									doorgevoerd. Hierin zijn de regels over zonne-energie niet
									gewijzigd. Wel is in een nieuw artikel 8.8 een instructieregel
									opgenomen over omgevingskwaliteit in het landelijk gebied die
									ook geldt voor projectbesluiten. In 2026 wordt een volgende
									herziening van de Omgevingsverordening verwacht.</Al>
		  <Al>De grens van het landelijk gebied is gelegen in het hart van de
									A6.</Al>
		  <Al>Deze instructieregels zijn in acht genomen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_3__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Structuurvisie Zon</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De Provinciale Staten van Flevoland hebben op 18 juli 2018 de
									Structuurvisie Zon vastgesteld. De structuurvisie is inmiddels
									integraal opgenomen in het Omgevingsprogramma Flevoland
									(paragraaf 6.1.2.2).</Al>
		  <Al>De Structuurvisie Zon is een beleidskader ten behoeve van het
									opwekken van grondgebonden zonne-energie in het landelijk
									gebied. Met de Structuurvisie Zon biedt de provincie ruimte aan
									gemeenten om in het landelijke gebied van de provincie
									zonneparken te realiseren. Voor het vormgeven van het
									gemeentelijke beleid zijn zes bouwstenen benoemd. Deze hebben
									betrekking op het integraal benaderen van de opgave voor
									zonne-energie, zowel vanuit ruimtelijk, maatschappelijk als
									economisch perspectief. Maar ook op het inpassen van een
									zonnepark in de omgeving. Denk aan aansluiting op netwerken en
									infrastructuur, passendheid in het landschap en aan draagvlak en
									betrokkenheid. Om tijdig in te spelen op technologische
									ontwikkelingen is het gewenst dat bij zonneparken wordt gewerkt
									met tijdelijke vergunningen. De hoofdopzet van het beleid vindt
									zijn oorsprong in de Omgevingsvisie FlevolandStraks. Mede
									leidend in dit proces zijn de opgaven Ruimte voor initiatief en
									het Verhaal van Flevoland. De principes uit de Omgevingsvisie
									‘verrijk met eigenheid’, ‘doe mee en draag bij’ en ‘mensen maken
									Flevoland’ vormen de accenten bij de afweging.</Al>
		  <Al>Voor de invulling van de opgave zijn verschillende onderdelen
									van belang, deze onderdelen vormen de bouwstenen van het beleid
									voor grondgebonden zonne-energie. Uitgangspunt bij het mogelijk
									maken van initiatieven zijn de volgende bouwstenen:</Al>
		  <Al>Bouwsteen I: Initiatief staat centraal</Al>
		  <Al>Bouwsteen II: Opgave voorop</Al>
		  <Al>Bouwsteen III: Bundel en combineer</Al>
		  <Al>Bouwsteen IV: Houd rekening met (landschappelijke)
									kwaliteiten</Al>
		  <Al>Bouwsteen V: Een zonnepark is tijdelijk</Al>
		  <Al>Bouwsteen VI: Betrokkenheid en Draagvlak</Al>
		  <Al>Het project A6 zon is grotendeels binnen landelijk gebied en
									daarmee binnen het werkingsgebied van het programma gelegen.
									Initiatiefnemers hebben een inspanningsverplichting om draagvlak
									te creëren. Zie hiervoor hoofdstuk 5.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_3__content_4" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__content_4">
		<Kop>
		  <Opschrift>Programma Landschap van de toekomst</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>In het programma ‘Landschap van de toekomst’ wordt richting
									gegeven aan de ruimtelijke ontwikkeling van het landschap. In
									dit programma zijn kernkwaliteiten benoemd voor verschillende
									typen landschapselementen. Deze kwaliteiten vormen het
									toetsingskader voor ruimtelijke initiatieven en dragen bij aan
									het behoud van de identiteit van het landschap in Flevoland. De
									kernkwaliteiten kunnen worden onderverdeeld in zes
									hoofdcategorieën: waterbouwkundig werk, hoofdstructuur per
									polder, maaiveld, beplantingsstructuren, infrastructuur en oud
									land in nieuw land.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_3__content_5" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__content_5">
		<Kop>
		  <Opschrift>Archeologie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al><strong>Archeologische beleidskaart</strong></Al>
		  <Al>De provincie Flevoland heeft een archeologische beleidskaart
									waarin het archeologisch beleid visueel wordt weergegeven.
									Onderstaand is deze kaart opgenomen:</Al>
		  <Figuur eId="acc_I__div_3__div_3__content_5__img_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__content_5__img_o_1">
		    <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-14.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="630" hoogte="351" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		    <Bijschrift locatie="onder">Figuur 3.1 Archeologische
										beleidskaart</Bijschrift>
		  </Figuur>
		  <Al>Op de locatie van het projectgebied is sprake van een
									archeologische verwachtingswaarde. Uit het archeologisch
									onderzoek volgt dat op locaties waar bij de uitvoering van de
									werkzaamheden bodemroerende werkzaamheden plaatsvinden, een
									aanvullend onderzoek nodig is. Op dit moment is nog niet in
									detail bekend op welke locaties dit aan de orde is. Om te borgen
									dat het archeologisch belang voldoend beschermd is, is een
									aanvullend archeologisch onderzoek en een beoordeling hiervan
									conform het vigerende archeologisch beleid als voorwaarde aan de
									vergunningverlening opgenomen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_3__content_6" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_3__content_6">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het onderhavige project past binnen de doelstellingen, het
									beleid en de regelgeving van de provincie Flevoland.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_3__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__content_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Regionaal beleid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De samenwerkende gemeenten, waterschappen en provincie hebben in
								samenwerking met de netbeheerders, het bedrijfsleven,
								maatschappelijke organisaties en inwoners gewerkt aan de Regionale
								Energie Strategie (RES). De provincie Flevoland is één van de 30
								regio’s van de RES.</Al>
		<Al>In 2021 hebben Provinciale Staten, de gemeenteraden van de zes
								Flevolandse gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap de
								Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 vastgesteld. In de RES zijn
								afspraken gemaakt over de opwek van duurzame elektriciteit, over het
								verwarmen van woningen en kantoren zonder aardgas en over de
								randvoorwaarden die hierbij van belang zijn. De RES is een
								samenwerking tussen de overheden en een groot aantal
								maatschappelijke partners uit Flevoland. Deze zijn vanuit de
								Flevolandse Energie Agenda (FEA) opgenomen in de
								RES-samenwerking.</Al>
		<Al>In de RES zijn zoekgebieden in kaart gebracht waar onderzocht wordt
								onder welke voorwaarden en in welk deel van het zoekgebied
								zonnepanelen of windmolens het beste geplaatst kunnen worden. De
								voorkeur gaat daarbij uit naar zoveel mogelijk zonnepanelen op grote
								daken en boven parkeerterreinen. Flevoland heeft de ambitie in 2030
								5,81 TWh aan hernieuwbare energie te produceren.</Al>
		<Al>Flevoland kent met de provinciale Structuurvisie Zon een regeling op
								hoofdlijnen die 1.000 hectare aan zonneparken in het landelijk
								gebied mogelijk maakt. De Flevolandse gemeenten werken deze
								beleidsruimte van de provincie tot aan 2030 verder uit in concrete
								beleidsvisies. Bij volle benutting van de 1.000 hectare uit de
								Structuurvisie Zon wordt naar schatting 1.000 MW gerealiseerd
								opgesteld vermogen in het landelijk gebied. Deze 1.000 MW levert nu
								naar schatting 0,95 TWh aan hernieuwbare elektriciteit.</Al>
		<Al>De 1.000 hectare voor zonneparken is verdeeld in twee tranches van
								500 hectare. Na evaluatie van de eerste 500 hectare besluiten
								Provinciale Staten over de condities waaronder de ontwikkelruimte
								voor de tweede 500 hectare kan worden opengesteld. De evaluatie
								richt zich vooral op de beschikbare netcapaciteit, het gebruik van
								landbouwgronden, op landschap en participatie voor de ruimtelijke
								inpassing.</Al>
		<Al>Het onderhavige projectbesluit is in lijn met deze regionale
								aanpak.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_3__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__content_2">
	      <Kop>
		<Opschrift>Gemeentelijk beleid - gemeente Lelystad</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De<strong><i> Omgevingsvisie Lelystad 2040</i></strong> 'Sterke stad
								in de regio, Hoofdstad van de nieuwe natuur' is vastgesteld door de
								raad van de gemeente Lelystad op 22 juni 2021. In de Omgevingsvisie
								Lelystad 2040 geeft het gemeentebestuur richting aan de toekomstige
								ontwikkeling van de stad. Het is een integrale visie over
								onderwerpen die iedereen in Lelystad raken. Een samenhangende visie
								op de fysieke, ruimtelijke, sociale en economische ontwikkelingen
								van de stad.</Al>
		<Al>Een duurzame ontwikkeling van Lelystad is één van de ambities.
								Daarom zet Lelystad onder andere in op het opwekken van
								zonne-energie. In het buitengebied 2040 is plaats voor een
								energielandschap. Dat is een plek voor energie-opwekking, onder
								voorwaarde dat bij het plaatsen van zonneparken de prioriteit van
								het bouwen van huizen voor de plaatsing van zonnepanelen/zonneweides
								gaat. Hierbij rekening houdend met de (middel-) lange termijn
								ontwikkeling van de woningbouw(opgave) in de gemeente Lelystad. Het
								Energieproject A6 zon realiseert zonnepanelen langs de A6, waardoor
								woningbouwontwikkelingen niet belemmerd worden. Het project voldoet
								hiermee aan de doelstellingen en kaders van de Omgevingsvisie.</Al>
		<Al>Momenteel wordt gewerkt aan de Omgevingsvisie 2050, waarbij de
								Omgevingsvisie 2040 als basis wordt gebruikt.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisie eId="acc_I__div_3__div_4" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_4">
	      <Kop>
		<Opschrift>Beleid Waterschap</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_4__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_4__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Watervisie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De waterbeheerder in en in de directe omgeving van het
									projectgebied is het Waterschap Zuiderzeeland. De ‘Watervisie:
									Met water werken aan de leefomgeving’ van het Waterschap
									Zuiderzeeland dateert van juli 2021. De visie heeft een
									strategisch karakter en geeft richting aan de inhoud van de
									samenwerking met partners en ook aan de beleidskaders van het
									waterschap. Ook zijn de traditionele taken van het waterschap
									verbreed met klimaat-, energie- en duurzaamheidsopgaven.
									Klimaatverandering, duurzaamheid en energie zijn in de
									Watervisie als belangrijke trends en ontwikkelingen aangegeven.
									In het najaar van 2022 is met de Agenda Duurzaam besloten om
									naar een klimaatneutraal (2035) en volledig circulair (2050)
									werkend waterschap te streven. Uitwerking van de Watervisie
									vindt plaats in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Deze wordt
									iedere zes jaar herijkt.</Al>
		  <Al>Het project A6 zon past in de duurzaamheidsdoelstellingen van de
									Watervisie en leidt niet tot een aantasting van de belangen in
									de Watervisie.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_4__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_4__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Waterschapsverordening</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Op 1 januari 2024 is de Waterschapsverordening Zuiderzeeland in
									werking getreden. Deze verordening vervangt de Keur. Deze
									waterschapsverordening bevat de regels van Waterschap
									Zuiderzeeland over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen
									hebben voor de watersystemen en de zuiveringstechnische werken.
									Bovendien bevat het regels over lozingen, die voorheen op het
									niveau van de centrale overheid waren geregeld.</Al>
		  <Al>Binnen het project worden geen activiteiten mogelijk gemaakt die
									gevolgen hebben voor de watersystemen of zuiveringstechnische
									werken.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_4__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_4__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>RES</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Waterschap Zuiderzeeland is onderdeel van de samenwerkende
									organisaties bij het opstellen van de regionale
									energiestrategie. De doelstellingen van de Regionale
									Energiestrategie worden onderschreven door het waterschap.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_4__content_4" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_3__div_4__content_4">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het onderhavige project past binnen de doelstellingen en het
									beleid van het Waterschap Zuiderzeeland.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_4" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_4">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Verkenning</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_4__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_4__content_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De aanleg en het in gebruik hebben van het Energieproject A6 zon
								heeft een effect op de mens (leefomgeving, ruimtegebruik en
								gebruiksfuncties) en de omgeving (o.a. bodem, water, natuur en
								archeologie). Bij het bepalen van de haalbaarheid en wenselijkheid
								van de opweklocaties voor elektriciteit uit zon is het van belang om
								te onderzoeken welke effecten (kunnen) optreden. Om de effecten van
								het onderhavige project in beeld te brengen is een
								milieueffectrapport opgesteld.</Al>
		<Kadertekst eId="acc_I__div_4__content_1__recital_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_4__content_1__recital_o_1">
		  <Al><strong>Twee fasen</strong></Al>
		  <Al>Het Energieproject A6 zon Lelystad kent twee fasen. De eerste
									fase is de fase onder het programma OER, waarin een verkenning
									en een planfase zijn doorlopen. In deze fase is onderzocht of
									het project haalbaar is. Het eindresultaat van deze fase was een
									principe-ontwerp. Op basis van dit principe-ontwerp is besloten
									om over te gaan naar fase 2; de projectprocedure. </Al>
		  <Al>De tweede fase omvat de projectprocedure. In deze fase is het
									principe-ontwerp als voorkeursalternatief gekozen en zijn de
									effecten van het voorkeursalternatief op de omgeving verder
									onderzocht in de project-MER en bijbehorende nadere onderzoeken.
									Het doel van het opstellen van een MER is om het milieubelang
									een volwaardige rol te geven in de besluitvorming ten aanzien
									van het project. Het project-MER is als bijlage bij het
									projectbesluit gevoegd (zie bijlage 1). Het eindresultaat van
									deze fase is het onderhavige projectbesluit.</Al>
		</Kadertekst>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisie eId="acc_I__div_4__div_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_4__div_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Verkenning</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_4__div_1__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_4__div_1__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Juridische grondslag MER</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Artikel 11.6 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit bepalen voor
									projecten een project-mer-(beoordelings)plicht geldt. Het
									aanleggen van een zonnepark wordt hier niet aangemerkt als een
									project-mer-(beoordelings)plichtig project. Rijkswaterstaat en
									waterschap Zuiderzeeland hebben in samenspraak met het
									toenmalige ministerie van EZK (nu: KGG) en de overige
									projectpartijen besloten om op eigen initiatief een project-MER
									op te stellen. Hiervoor is gekozen om alle relevantie
									milieu-informatie bij de besluitvorming te kunnen betrekken en
									om draagvlak te creëren bij de omgeving. In het navolgende is
									beschreven hoe de mer-procedure is doorlopen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_4__div_1__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_4__div_1__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Proces</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het is het beleid van KGG om voor alle projecten van nationaal
									belang een MER uit te voeren. Uit ambtelijk overleg met
									decentrale overheden is al in een vroeg stadium gebleken dat
									bestuurlijke partners waarde hechten aan weloverwogen
									besluitvorming, onder meer op basis van milieuonderzoeken en met
									aandacht voor landschappelijke kwaliteit. Daardoor is ervoor
									gekozen om zowel een project-MER uit te voeren, als een
									landschappelijke optimalisatie op een aantal deeltracés nader
									uit te werken.</Al>
		  <Al>In deze paragraaf wordt het doorlopen proces in het kader van de
									verkenning weergegeven. Hierbij zijn ook de participatiestappen
									weergegeven. Voor een inhoudelijke beschrijving van de
									participatie wordt verwezen naar hoofdstuk 5. De diverse
									documenten waarnaar verwezen wordt, zijn te raadplegen op de
									website van RVO.</Al>
		  <Al><strong><i>Kennisgeving Voornemen en Voorstel voor
											participatie</i></strong></Al>
		  <Al>Op basis van artikel 5.47 lid 1 Ow moet het bevoegd gezag kennis
									geven van het voornemen om een verkenning uit te voeren naar een
									mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke
									leefomgeving en een projectbesluit vast te stellen. Deze
									kennisgeving wordt vaak gecombineerd met de kennisgeving
									voorstel voor participatie (art. 5.47, lid 4 Ow). In het
									voorstel voor participatie staat hoe burgers, bedrijven,
									maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de
									verkenning worden betrokken.</Al>
		  <Al>Van 17 november tot en met 28 december 2023 lag het Voornemen en
									Voorstel voor participatie voor het Energieproject A6 zon
									Lelystad ter inzage . In die periode was het voor een ieder
									mogelijk om te reageren door een schriftelijke of mondelinge
									reactie te geven op het Voornemen en het Voorstel voor
									participatie. Op 30 november 2023 is een informatiebijeenkomst
									geweest in Lelystad over de procedure en participatie. Er zijn
									in totaal 19 reacties binnengekomen. De ingekomen reacties zijn
									gebundeld in een inspraakbundel en zijn betrokken bij het
									opstellen van de concept-NRD. De reacties op het voorstel voor
									participatie zijn gebruikt om het participatieproces verder uit
									te werken.</Al>
		  <Al><strong><i>Notitie Reikwijdte en Detailniveau</i></strong></Al>
		  <Al>De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is een onderdeel van
									de mer-procedure. en gaat in op de scope van het project en de
									wijze waarop dit verkend zal worden. De Notitie Reikwijdte en
									Detailniveau geeft de afbakening van het uit te voeren onderzoek
									naar de milieueffecten van het project (het onderzoeksplan). De
									publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau is daarmee
									ook één van de eerste stappen in de mer-procedure.</Al>
		  <Al>De concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD)
									heeft samen met het concept-voorkeursalternatief (concept-VKA)
									van 7 juni tot en met 18 juli 2024 ter inzage gelegen. De
									concept-NRD is een eerste opzet voor een onderzoeksplan. Hierin
									staat welke milieueffecten het projectteam onderzoekt, hoe men
									dat wil doen en tot in welk detail. Zo krijgt het milieu een
									volwaardige plaats in de besluitvorming over energieprojecten.
									In het concept-VKA staat het principe-ontwerp voor het
									zonnelint. Ook staan hierin 3 varianten die er zijn op het
									concept Voorkeursalternatief.</Al>
		  <Al>Gedurende de periode van terinzagelegging was het voor een ieder
									mogelijk om een zienswijze in te dienen. Er zijn binnen de
									reactietermijn 26 zienswijzen ontvangen. De binnengekomen
									zienswijzen zijn gebundeld in de inspraakbundel. Op maandag 24
									juni 2024 is een inloopbijeenkomst georganiseerd in Lelystad. Op
									deze avond was gelegenheid om vragen te stellen over het project
									en de procedure.</Al>
		  <Al>Op 16 september 2024 heeft de Commissie voor de
									milieueffectrapportage (Commissie mer) advies uitgebracht over
									de concept-NRD. De Commissie heeft geadviseerd om in het
									milieueffectrapport ontwerpen te onderzoeken die de
									natuurkwaliteit op peil houden. De zonnepanelen naast de
									Rijksweg A6 en de IJsselmeerdijk doorsnijden diverse
									natuurgebieden en ook belangrijke ecologische verbindingszones
									van en naar de Oostvaardersplassen en het IJsselmeer. Het
									zonnepark heeft hier invloed op en mogelijk verdwijnt natuur. De
									Commissie adviseert om verschillende ontwerpen van het zonnepark
									te onderzoeken die de natuurkwaliteit overeind houden of zelfs
									versterken, bijvoorbeeld door optimale groene inpassing en het
									juiste beheer.</Al>
		  <Al>De zienswijzen en het advies van de Commissie voor de
									milieueffectrapportage zijn betrokken bij de besluitvorming over
									de definitieve NRD en het definitieve VKA. De minister van
									Klimaat en Groene Groei heeft op 12 december 2024 de NRD en het
									VKA vastgesteld. Hier is op vrijdag 20 december 2024 een
									kennisgeving over in de Staatscourant geplaatst. Deze
									vaststelling maakt duidelijk wat het principe-ontwerp en
									aanvullende varianten zijn, en hoe deze in het kader van het
									milieueffectrapport (MER) verder getoetst zullen worden.</Al>
		  <Al><strong><i>MER</i></strong></Al>
		  <Al>Het MER geeft inzicht in mogelijke milieueffecten van de
									aanlegfase, de gebruiksfase en de verwijderingsfase van het
									Energieproject A6 zon Lelystad. Het voorkeursalternatief en de
									aanvullende varianten zijn in het MER onderzocht op
									verschillende milieuaspecten. Dit MER is ter toetsing voorgelegd
									aan de Commissie mer. Op het proces van trechtering van
									alternatieven en varianten wordt in de volgende paragraaf dieper
									ingegaan. Zie voor de juridische grondslag van het MER paragraaf
									4.2.1.</Al>
		  <Al>Het voorkeursalternatief is in het MER als basisvariant
									beschouwd. Verder zijn in het MER (inrichtings)varianten
									meegenomen als varianten op de basisvariant (VKA). Dit is gedaan
									naar aanleiding van bestuurlijk overleg waarin enerzijds
									aandachtspunten voor de ruimtelijke impact benoemd zijn en
									anderzijds het advies van de commissie MER.</Al>
		  <Al>In het MER is het deel van Waterschap Zuiderzeeland (het deel op
									de IJsselmeerdijk) nog wel meegenomen, omdat de beslissing om
									niet verder te gaan met dit deelgebied gedurende het opstellen
									van het MER genomen is. Na het MER is dit deel verder buiten
									beschouwing gelaten in dit project. Het deel van het waterschap
									was gelegen op grondgebied van gemeente Dronten. Met de
									beslissing van het Waterschap Zuiderzeeland om de ontwikkeling
									niet door te zetten, heeft de gemeente Dronten geen raakvlak
									meer met dit projectbesluit.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_4__div_1__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_4__div_1__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Voorkeursalternatief</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>In de volgende fase is het synthesemodel verder uitgewerkt in
									twee aparte sporen. Rijkswaterstaat heeft de deelgebieden
									Oostvaardersplassen en Boog om Lelystad verder uitgewerkt in het
									principe-ontwerp (zie figuur 4.5. De uitgangspunten voor de
									wegverbreding van de A6 tussen aansluiting 8 Almere-Oostvaarders
									en aansluiting 10 Lelystad zijn meegenomen in het
									principe-ontwerp, zodat het zonnepark de eventuele wegverbreding
									niet onmogelijk maakt. Door Waterschap Zuiderzeeland is het
									deelgebied IJsselmeerdijk separaat uitgewerkt vanwege het
									directe raakvlak met de dijkversterking. Het principe-ontwerp is
									tezamen met de uitwerking van de IJsselmeerdijk als concept
									voorkeursalternatief ter inzage gelegd en later als
									voorkeursalternatief vastgesteld.</Al>
		  <Al>Inmiddels maakt het deelgebied IJsselmeerdijk geen onderdeel
									meer uit van de projectscope. Daarom zal dit verkenningsproces,
									alsmede het deel van de IJsselmeerdijk uit het VKA hier verder
									buiten beschouwing blijven. Daar waar in dit document gesproken
									wordt over het voorkeursalternatief (VKA), wordt daarom het
									principe-ontwerp van Rijkswaterstaat voor de deelgebieden
									Oostvaardersplassen en Boog om Lelystad bedoeld.</Al>
		  <Figuur eId="acc_I__div_4__div_1__content_3__img_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_4__div_1__content_3__img_o_1">
		    <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-15.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="518" hoogte="281" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		    <Bijschrift locatie="onder">Figuur 4.4 Processchema planfase
										programma OER</Bijschrift>
		  </Figuur>
		  <Al>In het bestuurlijk overleg tussen de betrokken overheden is het
									principe-ontwerp vastgelegd als basis voor verdere uitwerking
									ten behoeve van de projectprocedure.</Al>
		  <Al>Het bestuurlijk overleg besloot naar aanleiding van een aantal
									aandachtspunten om een verdiepingsslag te maken in de
									landschappelijke impact van het principe-ontwerp door varianten
									op het principe-ontwerp op te stellen. Voor het deelgebied
									Oostvaardersplassen heeft deze variantenstudie geleid tot twee
									varianten. Voor de Boog om Lelystad betreft het één
									landschappelijk geoptimaliseerde variant. Daarnaast zijn twee
									andere varianten uitgewerkt voor het gehele projectgebied. Deze
									drie gebiedsgerichte varianten en twee varianten voor het gehele
									projectgebied zijn in het MER meegenomen als varianten op het
									voorkeursalternatief.</Al>
		  <Al>Dit principe-ontwerp met aanvullende varianten is op 12 december
									2024 (samen met de NRD) vastgesteld door de minister van Klimaat
									en Groene Groei. Hier is op 20 december 2024 een kennisgeving
									van gedaan in de Staatscourant.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_4__div_1__content_4" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_4__div_1__content_4">
		<Kop>
		  <Opschrift>Optimalisatie voorkeursalternatief</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al><strong><i>Onderzochte varianten</i></strong></Al>
		  <Al>Na vaststelling van het VKA zijn het principe-ontwerp en de drie
									varianten verder onderzocht in het project-MER. Daarnaast zijn
									twee andere varianten uitgewerkt voor het gehele projectgebied;
									variant 4 “Hekwerken” en variant 5 “Ecologische
									optimalisatie”.</Al>
		  <Al>De variant Hekwerken is uitgewerkt, omdat verzekeraars fysieke
									beveiliging tegen diefstal en vandalisme eisen door bijvoorbeeld
									hekwerken, sloten of camera’s. Welke eisen worden gesteld voor
									een zonnepark in de berm van een snelweg is nog niet bekend. In
									alle varianten worden géén hekwerken geplaatst tussen het
									zonnepark en de snelweg. Daar waar sloten niet diep en breed
									genoeg zijn, worden ze in de variant Hekwerken wel geplaatst op
									de kopse kant en aan de achterzijde (vanaf de snelweg gezien)
									van het park.</Al>
		  <Al>Daarnaast is op advies van de Commissie mer een extra variant
									(variant 5, “Ecologische optimalisatie”) opgenomen in het MER,
									gericht op behoud en versterking van ecologische waarden. Dit is
									overigens geen compensatie- of mitigatiemaatregel. Deze variant
									blijft dicht bij het oorspronkelijke concept en contour van het
									principe-ontwerp. De aanpassingen zorgen ervoor dat het
									zonnepark beter geïntegreerd wordt met speciale aandacht voor
									ecologische verbindingen<Noot id="v4" type="voet">
		      <NootNummer>4</NootNummer>
		      <Al>Ecologische verbindingen (in dit geval
											dwarsverbindingen) zijn belangrijk om versnippering
											(isolatie van leefgebieden van dieren en planten) te
											verhelpen. Via ecologische verbindingen kunnen dieren
											zich verplaatsen tussen de midden- en buitenberm en het
											achterliggende landschap van de A6, wat essentieel is
											voor voedselvoorziening, voortplanting en overleving en
											daarmee voor de biodiversiteit. Ecologische verbindingen
											over de A6 zijn met name bedoeld voor vogels en
											vleermuizen, om verkeersslachtoffers onder bijvoorbeeld
											grondgebonden zoogdieren en amfibieën te voorkomen.</Al>
		    </Noot>, toevoegen van beplanting en rietoevers vergroten (zie
									figuur 4.5). Daarnaast kan ter hoogte van de Boog bij Lelystad
									de tussenafstand tussen de rijen zonnepanelen vergroot worden,
									zodat er meer licht op de bodem valt. Door voldoende afstand
									tussen de bodem en de zonnepanelen aan te houden wordt een
									ecologisch overgangsgebied gevormd.</Al>
		  <Al>De variant is ontwikkeld op basis van een natuurinventarisatie
									en een verkennende sessie met Flevolandschap, gemeente Lelystad,
									Landschapsbeheer Flevoland, Natuur en Milieufederatie Flevoland,
									provincie Flevoland, Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat. Door
									toepassing deze variant is ten opzichte van het principe-ontwerp
									5 hectare minder beschikbaar voor het realiseren van de
									zonnepanelen.</Al>
		  <Figuur eId="acc_I__div_4__div_1__content_4__img_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_4__div_1__content_4__img_o_1">
		    <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-16.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="839" hoogte="504" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		    <Bijschrift locatie="onder">Figuur 4.5 Variant 5 Ecologische
										optimalisatie</Bijschrift>
		  </Figuur>
		  <Al><strong>Afweging varianten</strong></Al>
		  <Al>In het bestuurlijk overleg van 10 juli 2025 is de
									voorkeursvariant gekozen op basis van de landschappelijke
									kwaliteit, milieueffectbeoordeling en financiële haalbaarheid.
									Tijdens diverse overleggen met de stuurgroep en het kernteam is
									de voorkeursvariant tot stand gekomen. Betrokkenen hierbij zijn
									het Ministerie van KGG, Rijkswaterstaat, Provincie Flevoland en
									Gemeente Lelystad. Waterschap Zuiderzeeland en Gemeente Dronten
									zijn ook betrokken geweest bij het project, maar hebben vanwege
									het beëindigen van het projectdeel van het waterschap geen
									deelgenomen in de besluitvorming voor de voorkeursvariant. In
									het bestuurlijk overleg van 7 mei 2025 is kennisgenomen van de
									conceptresultaten van het MER (effectenbeoordeling van de
									varianten). Ook zijn in dit overleg de meest recente bevindingen
									over de financiële haalbaarheid gedeeld. Aan bestuurders is
									gevraagd om op basis van deze beslisinformatie een
									richtinggevende uitspraak te geven over een voorkeursvariant. De
									discussie hierover is voortgezet in het bestuurlijk overleg van
									10 juli 2025.</Al>
		  <Figuur eId="acc_I__div_4__div_1__content_4__img_o_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_4__div_1__content_4__img_o_2">
		    <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-17.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="1118" hoogte="614" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		    <Bijschrift locatie="onder">Figuur 4.6 Vergelijking
										principe-ontwerp en varianten 1 en 2 in deelgebied
										Oostvaardersplassen</Bijschrift>
		  </Figuur>
		  <Figuur eId="acc_I__div_4__div_1__content_4__img_o_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_4__div_1__content_4__img_o_3">
		    <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-18.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="1114" hoogte="740" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		    <Bijschrift locatie="onder">Figuur 4.7 Vergelijking
										principe-ontwerp en variant landschappelijke optimalisatie
										in deelgebied Boog om Lelystad</Bijschrift>
		  </Figuur>
		  <Al>De voorkeursvariant is als volgt gekozen:</Al>
		  <Al><strong><i>Deelgebied Oostvaardersplassen:</i></strong> de
									inrichting van de middenberm en aansluiting 9 en 11 is de
									basisvariant (VKA) als voorkeursvariant gekozen;</Al>
		  <Al><strong><i>Deelgebied Boog om Lelystad:</i></strong> hier is
									gekozen voor variant 3 ‘meer golven en meer groen’. Deze variant
									biedt betere landschappelijke inpassing dan het
									principe-ontwerp. Deze variant voorkomt een ‘tribune-opstelling’
									van zonnepanelen. Daarnaast heeft het dezelfde opwekpotentie als
									het principe-ontwerp en biedt meer mogelijkheden voor het
									versterken van de natuurwaarden;</Al>
		  <Al><strong><i>Hekwerken:</i></strong> deze zijn noodzakelijk waar
									sloten onvoldoende bescherming bieden, dit is met name het geval
									in het gebied Boog om Lelystad.</Al>
		  <Al>Voor deelgebied Oostvaarderplassen is de basisvariant (VKA)
									gekozen. Ondanks de grote inspanning van alle projectpartijen om
									te zorgen voor verdere landschappelijke optimalisatie en
									verlaging van de maximale hoogte van het zonnepark in de
									middenberm ter hoogte van de Oostvaardersplassen, leiden
									varianten 1 en 2 tot aanzienlijke risico’s met betrekking tot
									financiële haalbaarheid. Er is namelijk meer grondverzet- en
									afvoer nodig. Dit leidt tot hoge investeringen, die ten koste
									gaan van overige investeringen die gedaan moeten worden. De
									investeringsruimte die overblijft bij varianten 1 en 2 is bij
									lange na niet toereikend om het project mogelijk te maken, o.a.
									door bomen- en natuurcompensatie, de wens voor optimale
									ecologische inpassing (ecologische variant 4), wensen rondom
									financiële omgevingsparticipatie en mogelijke extra kosten die
									gepaard gaan met decentrale netinpassing. Afgesproken is dat
									optimalisatie van de landschappelijke inpassing verder wordt
									nagestreefd in de tenderprocedure. Het toevoegen van een
									gunningscriterium op landschappelijke inpassing in de tender is
									namelijk een manier om een realistisch plan te krijgen wat zo
									goed als mogelijk voldoet aan de wens voor een zo laag mogelijk
									zonnepark. Verder wordt in de procedure rekening gehouden met
									het realiseren van een zo laag mogelijk gelegen zonnepark. In
									het kader van geluidverspreiding leidt het lagergelegen
									zonnepark tot een betere werking van het aanwezige
									geluidsscherm. Bij de beoordeling van het geluidseffect van het
									project wordt rekening gehouden met de hoogte van de
									zonnepanelen ten opzichte van de omgeving.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_5" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Motivering participatie</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_5__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen
								zijn bij de voorbereiding van dit projectbesluit betrokken. In dit
								hoofdstuk is omschreven hoe dat heeft plaats gevonden en wat de
								resultaten zijn van de uitgevoerde verkenning. Daarbij wordt
								ingegaan op de voorgedragen mogelijke oplossingen en de daarover
								door deskundigen uitgebrachte adviezen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_5__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_2">
	      <Kop>
		<Opschrift>Participatieplan</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Participatie met de omgeving in het project is belangrijk, omdat
								daarmee rekening kan worden gehouden met de belangen en wensen van
								de omgeving. Door belanghebbenden in een vroeg stadium bij het
								project te betrekken hopen de Minister van KGG en de initiatiefnemer
								op tijd alle belangen, vragen en meningen op tafel te krijgen. Dit
								leidt tot zorgvuldigere en meer gedragen besluiten in het project.
								De uiteindelijke keuze voor de ontwikkeling van het toekomstige
								zonnepark is afhankelijk van onder andere de ruimtelijke
								inpasbaarheid, technische haalbaarheid, de impact op de leefomgeving
								en de kosten van een ontwerp.</Al>
		<Al>Voor dit project hanteren de Ministeren de initiatiefnemer enkele
								uitgangspunten die de wijze bepalen waarop de contacten met
								belanghebbenden worden aangegaan en onderhouden. De manier waarop
								participatie is ingezet, staat uitgebreid beschreven in de
								kennisgeving van participatie.</Al>
		<Al>De uitgangspunten zijn:</Al>
		<Lijst eId="acc_I__div_5__content_2__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_2__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_2__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_2__list_o_1__item_a">
		    <Al>Tijdig en op begrijpelijke wijze informeren over de
										ruimtelijke procedure.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_2__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_2__list_o_1__item_b">
		    <Al>Tijdig informeren over het principe-ontwerp als
										projectkader.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_2__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_2__list_o_1__item_c">
		    <Al>Vragen horen en deze zo goed mogelijk beantwoorden.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_2__list_o_1__item_d" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_2__list_o_1__item_d">
		    <Al>Zoveel mogelijk rekening houden met suggesties, kansen en
										zorgen.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_2__list_o_1__item_e" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_2__list_o_1__item_e">
		    <Al>Laten zien hoe met de verschillende belangen,
										aandachtspunten, kansen en zorgen is omgegaan, zodat de
										keuzes helder en inzichtelijk zijn.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>Participatie kent vele vormen. Deze worden vaak weergegeven volgens
								de zogenaamde participatieladder, waar belanghebbenden op
								verschillende niveaus betrokken worden, van lage betrokkenheid
								(informatie ontvangen) tot intensieve betrokkenheid
								(meebeslissen).</Al>
		<Figuur eId="acc_I__div_5__content_2__img_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_2__img_o_1">
		  <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-19.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="499" hoogte="172" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		  <Bijschrift locatie="onder">Figuur 5.1
									Participatieladder</Bijschrift>
		</Figuur>
		<Al>De minister en de initiatiefnemer betrekken graag alle personen en
								partijen die op enige manier beïnvloed kunnen worden door het
								project. Hierbij maakt zij onderscheid in de volgende vijf
								doelgroepen:</Al>
		<Lijst eId="acc_I__div_5__content_2__list_o_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_2__list_o_2" type="expliciet">
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_2__list_o_2__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_2__list_o_2__item_a">
		    <LiNummer>a.</LiNummer>
		    <Al>Lokale burgers en bedrijven: Iedereen die dicht bij het deel
										van de A6 of de IJsselmeerdijk, waarlangs de zonnepanelen
										gepland zijn, woont, verblijft of werkt en zich daarom
										betrokken voelt of vragen heeft.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_2__list_o_2__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_2__list_o_2__item_b">
		    <LiNummer>b.</LiNummer>
		    <Al>Lokale belangengroepen: Belangengroepen die zich sterk maken
										voor de leefbaarheid in het projectgebied. Dit kan o.a. gaan
										over de onderwerpen gezondheid, milieu en veiligheid.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_2__list_o_2__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_2__list_o_2__item_c">
		    <LiNummer>c.</LiNummer>
		    <Al>Professionele en maatschappelijke organisaties: Dit zijn
										burgers en maatschappelijke organisaties die zich
										inhoudelijk betrokken voelen. Dit betreft bijvoorbeeld en
										o.a. vertegenwoordigers van organisaties die zich sterk
										maken voor natuur en milieu- en klimaat, energiecoöperaties
										etc..</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_2__list_o_2__item_d" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_2__list_o_2__item_d">
		    <LiNummer>d.</LiNummer>
		    <Al>Bestuurs- en overheidsorganen: Dit zijn overheden op
										landelijk, regionaal en lokaal niveau. Denk daarbij aan
										provincies, gemeenten, hoogheemraadschappen,
										omgevingsdiensten, veiligheidsregio’s en weg-, water-, net-
										en railbeheerders. De belangen en vragen van deze groepen
										verschillen van elkaar, maar ze zijn voor de initiatiefnemer
										allemaal belangrijk om het project goed te kunnen
										uitvoeren.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_2__list_o_2__item_e" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_2__list_o_2__item_e">
		    <LiNummer>e.</LiNummer>
		    <Al>Overige belanghebbenden.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>Participatie met omgevingspartijen begeeft zich bij het
								Energieproject A6 zon Lelystad op de eerste drie treden van de
								ladder: informeren, raadplegen en adviseren. Met betrokken
								medeoverheden zoals gemeenten, provincie, waterschap,
								Rijkswaterstaat en het ministerie van Volkshuisvesting en
								Ruimtelijke Ordening (VRO) organiseert KGG wanneer nodig een
								ambtelijk en/of een bestuurlijk overleg. Overheden die tevens
								bevoegd gezag zijn voor het afgeven van een vergunning staan op de
								hoogste trede van de participatieladder: zij nemen zelf een besluit
								over het afgeven van een vergunning binnen de kaders van de geldende
								wetgeving.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_5__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_3">
	      <Kop>
		<Opschrift>Participatie tijdens de voorbereiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Rijkswaterstaat heeft als onderdeel van de verkenning een uitgebreid
								participatietraject uitgevoerd. Het resultaat van dit traject is een
								principe-ontwerp met een ruimtelijke visie op het zonnepark, met
								bijbehorende bouwstenen. Er zijn verschillende participatiemomenten
								geweest. Het participatietraject bestond onder andere uit 5 online
								bijeenkomsten (de bijeenkomsten waren online omdat deze tijdens de
								coronacrisis plaatsvonden) en een interactieve website waarop
								belangstellenden hun reactie konden achterlaten. Daarnaast werden
								belanghebbenden via de projectwebsite en nieuwsbrieven geïnformeerd
								over de voortgang van het project. Bewoners, energiecoöperaties,
								(lokale) ontwikkelaars en andere belanghebbenden hebben meegedaan
								aan dit participatietraject. Tevens zijn er een aantal expertsessies
								georganiseerd in het najaar van 2022 waarin deskundigen op het
								gebied van ruimtelijke kwaliteit, verkeersveiligheid,
								brandveiligheid, beheer, ecologie, netinfrastructuur en geluid hun
								mening konden inbrengen op het principe-ontwerp. De input uit deze
								participatiemomenten is meegenomen in het principe-ontwerp. Deze
								uitgebreide participatie heeft veel positieve reacties
								opgeleverd.</Al>
		<Al>Ook zijn er enkele werksessies geweest met het ingenieursbureau dat
								het wegontwerp heeft opgesteld ten behoeve van de wegverbreding. Op
								deze manier zijn het principe-ontwerp voor zon en het plan voor de
								wegverbreding goed op elkaar afgestemd. Op het moment dat de
								wegverbreding uitgevoerd gaat worden zal dit niet conflicteren met
								de zonnepanelen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_5__content_4" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4">
	      <Kop>
		<Opschrift>Participatie tijdens de projectprocedure</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op verschillende momenten en op verschillende manieren kan
								meegedacht en bijgedragen worden. Er is hierin een onderscheid
								tussen de formele momenten tijdens de formele procedure (de
								projectprocedure) en de (informele) participatiemomenten die de
								initiatiefnemer kan organiseren. De formele participatiemomenten
								zijn weergegeven in figuur 5.2 en hieronder beschreven.</Al>
		<Al>Tijdens de formele participatiemomenten, wanneer een zienswijze of
								reactie kan worden ingediend, worden in ieder geval de volgende
								communicatiemiddelen gebruikt:</Al>
		<Lijst eId="acc_I__div_5__content_4__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_4__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__list_o_1__item_a">
		    <Al>Publicatie in de Staatscourant en huis-aan-huisbladen</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_4__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__list_o_1__item_b">
		    <Al>Publicatie op RVO A6 Zon Lelystad</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_4__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__list_o_1__item_c">
		    <Al>Nieuwsbericht op website: Energie op rijksgrond</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_4__list_o_1__item_d" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__list_o_1__item_d">
		    <Al>Nieuwsbrief A6 zon Lelystad</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_4__list_o_1__item_e" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__list_o_1__item_e">
		    <Al>Inloopavond met de mogelijkheid een mondelinge reactie of
										zienswijze in te dienen</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_4__list_o_1__item_f" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__list_o_1__item_f">
		    <Al>Nieuwsbericht op de website van gemeente Lelystad en de
										provincie Flevoland (en in eerdere fase ook gemeente Dronten
										en Waterschap Zuiderzeeland).</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>Per processtap wordt bekeken of de bovenstaande communicatiemiddelen
								worden aangevuld met extra communicatie zoals lokale/regionale
								persberichten.</Al>
		<Figuur eId="acc_I__div_5__content_4__img_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__img_o_1">
		  <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-20.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="550" hoogte="751" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		  <Bijschrift locatie="onder">Figuur 5.2 Formele participatiemomenten
									in de projectprocedure</Bijschrift>
		</Figuur>
		<Al><strong><i>Voornemen en Voorstel voor Participatie</i></strong></Al>
		<Al>Het ministerie van KGG en de initiatiefnemer hebben de brede
								omgeving (overheden, bevoegde gezagen, inwoners, bedrijven en
								professionele stakeholders) geïnformeerd over het projectvoornemen
								en hoe men voornemens is om te gaan met participatie. Iedereen kon
								formele reacties geven met betrekking tot:</Al>
		<Lijst eId="acc_I__div_5__content_4__list_o_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__list_o_2" type="expliciet">
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_4__list_o_2__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__list_o_2__item_a">
		    <LiNummer>a.</LiNummer>
		    <Al>Het aandragen van andere oplossingen voor de geschetste
										opgave (bijvoorbeeld andere alternatieven en
										varianten);</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_4__list_o_2__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__list_o_2__item_b">
		    <LiNummer>b.</LiNummer>
		    <Al>Het doen van andere voorstellen ten aanzien van wijze waarop
										derden worden betrokken.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>Tijdens de ter inzage periode van het Voornemen en Voorstel voor
								Participatie is op 30 november 2023 is een informatiebijeenkomst
								geweest in Lelystad over de procedure en participatie. De ingekomen
								reacties zijn gebundeld in een inspraakbundel en beantwoord in een
								reactienota.</Al>
		<Al>De volgende oplossingen voor de geschetste opgave zijn voorgesteld
								(de verkorte reactie is cursief weergegeven) :</Al>
		<Al><strong>Plaats de zonnepanelen op daken. </strong><i>Zonnepanelen op
									daken en gevels hebben prioriteit. Om de doelstelling in de RES
									te halen is ook zon-op-land nodig. Hierbij wordt het principe
									van meervoudig ruimtegebruik gehanteerd.</i></Al>
		<Al><strong>Wachten met de eventuele aanleg van het zonnepark tot de
									aansluitproblemen opgelost zijn. </strong><i>De energietransitie
									kan niet vertraagd worden omdat de klimaatdoelstellingen gehaald
									moeten worden. Vertraging is ook niet nodig, omdat netbeheerders
									enorm investeren in netverzwaringen, terwijl alternatieve
									aansluit- en opslagmethoden mogelijk worden gemaakt. A6 zon
									verkent de mogelijkheden voor lokaal gebruik: het bij elkaar
									brengen van vraag en aanbod zodat waar mogelijk het net wordt
									ontzien.</i></Al>
		<Al><strong>Dit project met voorrang aansluiten op het
									elektriciteitsnet, o.a. om bij te dragen aan een betere balans
									op het netwerk. </strong><i>De regels van de Netcode
									Elektriciteit (opgesteld door de Autoriteit Consument en Markt)
									staan niet toe dat A6 zon voorrang krijgt ten aanzien van andere
									aanvragen voor netcapaciteit. Wel is er nauwe afstemming met
									netbeheerder Liander, die onderdeel is van de werkgroep, en
									TenneT over netinpassing.</i></Al>
		<Al><strong>Spreek met bedrijven die een aansluiting hebben op het
									elektriciteitsnet, maar deze niet actief gebruiken.
									</strong><i>De exploitant regelt zelf de netaansluiting. Het
									projectteam kan wel een faciliterende rol spelen. In die context
									is het advies meegenomen.</i></Al>
		<Al><strong>Plaats panelen tegen de onderkant of bovenkant van de
									IJsselmeerdijk, maar let op de veiligheid van de dijk.
									</strong><i>Veilige dijken staat in dit project voorop. Zorgen
									voor waterveiligheid is één van de belangrijkste taken voor het
									waterschap. In onderzoeken naar de locatie van zonnepanelen op
									dijken zijn alle risico's voor de stevigheid van de dijk
									meegenomen. Daarbij is ook aandacht geweest voor uittredend
									grondwater aan de onderzijde van de dijk. Door de aanwezigheid
									van drainage helemaal onderaan de dijk, wordt de waterstand in
									de dijk voldoende laag gehouden. Hierdoor is er van
									doorsijpelend water door de dijk nauwelijks sprake en is het
									geen risico voor de waterveiligheid. Panelen plaatsen op het
									boventalud (de bovenzijde van de dijk) is ook onderzocht. Hier
									is niet voor gekozen, vanwege de wens tot behoud van de groene
									uitstraling van de kruin van de dijk. Daarnaast is ook het
									boventalud kleiner dan het benedentalud waardoor er minder
									panelen op passen.</i></Al>
		<Al><strong>Suggestie voor locatie aan de Knardijk, omdat deze dijk geen
									waterkerende functie heeft. </strong><i>Deze locatie is
									onderzocht door het Waterschap, maar is onderdeel van het Natuur
									Netwerk Nederland (NNN) en vormt hiermee een belangrijk
									onderdeel van de verbinding tussen de Oostvaardersplassen en de
									Veluwe. Onder meer vanwege de strenge regels voor bouwen in het
									NNN en het grote verlies van biodiversiteit op de Knardijk is
									besloten om in te zetten op de IJsselmeerdijk [inmiddels is
									besloten om de procedure voor wat betreft de zonnepanelen op de
									IJsselmeerdijk niet door te zetten, red.].</i></Al>
		<Al><strong>Situering boven de snelweg. </strong><i>Uit
									veiligheidsoverwegingen is het niet mogelijk om zonnepanelen
									boven de weg te plaatsen.</i></Al>
		<Al><strong>Zonnepanelen als een flat bouwen. </strong><i>Zonnepanelen
									op daken en gevels hebben prioriteit. Om de doelstelling in de
									RES te halen is ook zon-op-land nodig. Daarnaast is een goede
									landschappelijke beleving een van de pijlers van het project.
									Het bouwen van zonnepanelen als een flat impliceert een hoge
									constructie. Dit past niet in de visie op de beleving van de
									omgeving, met de nadruk op het weidse en groene
								landschap.</i></Al>
		<Al><strong>Hoger plaatsen van de grond zodat dieren eronder kunnen
									schuilen. </strong><i>De panelen komen in de bermen van
									snelwegen. Deze bermen zijn geen veilig heenkomen voor groot
									wild en grazers. Daarom is hoger plaatsen van zonnepanelen niet
									logisch.</i></Al>
		<Al>De volgende voorstellen ten aanzien van participatie zijn gedaan (de
								verkorte reactie is cursief weergegeven):</Al>
		<Lijst eId="acc_I__div_5__content_4__list_o_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__list_o_3" type="expliciet">
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_4__list_o_3__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__list_o_3__item_a">
		    <LiNummer>a.</LiNummer>
		    <Al>Blijf de inloopbijeenkomsten organiseren, deze zijn van
										toegevoegde waarde. <i>Bij elke volgende fase waarin
											inspraak mogelijk is, wordt voor alle belangstellenden
											een inloopbijeenkomst georganiseerd. Dit wordt bekend
											gemaakt via lokale dagbladen en sociale media.</i></Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_4__list_o_3__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__list_o_3__item_b">
		    <LiNummer>b.</LiNummer>
		    <Al>Graag TenneT zo vroeg mogelijk betrekken. <i>Er is inmiddels
											afstemming geweest.</i></Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_4__list_o_3__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__list_o_3__item_c">
		    <LiNummer>c.</LiNummer>
		    <Al>Deel de meningen die gegeven worden door inwoners. <i>Alle
											reacties zijn gebundeld, beantwoord en gedeeld op de
											website van RVO.</i></Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_4__list_o_3__item_d" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__list_o_3__item_d">
		    <LiNummer>d.</LiNummer>
		    <Al>Er moeten vervolgbijeenkomsten komen om de ingezonden
										berichten zoals deze te delen en bespreken. <i>Alle reacties
											zijn gebundeld, beantwoord en gedeeld op de website van
											RVO. Er worden geen vervolgbijeenkomsten georganiseerd
											om de binnengekomen reacties plenair te bespreken. Bij
											elke volgende fase waarin inspraak mogelijk is, wordt
											wel weer een bijeenkomst georganiseerd.</i></Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_4__list_o_3__item_e" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__list_o_3__item_e">
		    <LiNummer>e.</LiNummer>
		    <Al>Is burgerparticipatie in de zonnepanelen mogelijk? <i>We
											vatten deze vraag op als: is er financiële participatie
											mogelijk in dit project? Beleid voor financiële
											participatie wordt binnenkort vastgesteld door de
											gemeenteraad van Lelystad. We vragen de ontwikkelaar om
											een participatieplan voor financiële participatie dat in
											lijn is met het beleid. De uiteindelijke financiële
											participatie is een uitkomst van participatie met de
											omgeving en afspraken tussen de omgeving, het lokaal
											bevoegd gezag en de ontwikkelaar. De gemeente Lelystad
											zal hierop toezien.</i></Al>
		    <Al>Graag persoonlijke en tijdige informatie. <i>Al in de
											verkenningsfase is veel aandacht besteed aan het onder
											de aandacht brengen van het project en de
											participatiemomenten: plaatselijke kranten, flyers
											verzorgingsplaatsen, poster bij o.a. energiewinkel,
											sociale media. Tijdens de terinzagelegging van het
											Voornemen &amp; Voorstel voor Participatie en in de
											aanloop naar de inloopavond is dit bekend gemaakt via
											onder andere de plaatselijke kranten en social media. Er
											wordt een zorgvuldige afweging gemaakt tussen kosten en
											baten om te informeren over de inloopavond en de
											terinzagelegging. In deze fase van het project is daarom
											niet gekozen voor een persoonlijke benadering van iedere
											bewoner van de gemeentes Lelystad en Dronten.</i></Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_5__content_4__list_o_3__item_f" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__list_o_3__item_f">
		    <LiNummer>f.</LiNummer>
		    <Al>Referendum. <i>Er zijn geen juridische mogelijkheden op
											nationaal of gemeentelijk niveau om hier een referendum
											op te houden.</i></Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al><strong><i>Notitie Reikwijdte en Detailniveau en
								VKA</i></strong></Al>
		<Al>Op maandag 24 juni 2024 werd een inloopbijeenkomst georganiseerd,
								waarbij vragen gesteld konden worden en informatie verkregen kon
								worden over het project en de procedure. Medewerkers van het
								(toenmalige) ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK),
								Rijkswaterstaat en het Waterschap Zuiderzeeland waren aanwezig om de
								vragen te beantwoorden. De bijeenkomst vond plaats in Congrescentrum
								De Pijler, Ketelmeerstraat 90 in Lelystad. De ingekomen reacties
								zijn gebundeld in een inspraakbundel en beantwoord in een
								reactienota.</Al>
		<Al>Verder heeft de Commissie mer een advies uitgebracht over de concept
								NRD, waarbij ook het concept VKA betrokken is. De Commissie
								adviseerde om verschillende ontwerpen van het zonnepark te
								onderzoeken die de natuurkwaliteit overeind houden of zelfs
								versterken, bijvoorbeeld door optimale groene inpassing en het
								juiste beheer. Daarnaast gaf de Commissie met betrekking tot het
								concept VKA aan dat niet duidelijk was wat de gemaakte afwegingen
								waren. De Commissie adviseerde daarom bij de start van het MER de
								gemaakte afwegingen bij dit VKA alsnog helder en compleet te
								beschrijven. Zie voor de overwegingen paragraaf 4.2.4 van dit
								projectbesluit.</Al>
		<Figuur eId="acc_I__div_5__content_4__img_o_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_4__img_o_2">
		  <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-21.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="656" hoogte="581" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		  <Bijschrift locatie="onder">Figuur 5.3
									Participatiekalender</Bijschrift>
		</Figuur>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_5__content_5" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_5__content_5">
	      <Kop>
		<Opschrift>Participatie na de vaststelling van dit
								projectbesluit</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Binnen het project wordt gestreefd naar financiele particpatie: de
								te ontwikkelen grootschalige opwek van duurzame energie uit zon kan
								op deze manier ten goede komen aan lokale bedrijven en omwonenden.
								Op dit moment is er door gemeente Lelystad nog geen beleid
								vastgesteld om dit mogelijk te maken. Dit beleid wordt parallel aan
								het opstellen van dit projectbesluit en het doorlopen van de
								projectprocedure voorbereid.</Al>
		<Al>Het beleid over de financiële participatie wordt vervolgens de
								leidraad voor de ontwikkelaar van de zonne-panelen: de ontwikkelaar
								zal een participatieplan voor deelname van omgevingspartijen in het
								project opstellen. De uiteindelijke financiële participatie is een
								uitkomst van participatie met de omgeving en afspraken tussen de
								omgeving, gemeente Lelystad en de ontwikkelaar.</Al>
		<Al>Over de mogelijkheden voor financiële deelname aan het project wordt
								separaat informatie gepubliceerd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_6" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Bescherming van gezondheid en milieu</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_6__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__content_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Om ervoor te zorgen dat bij de besluitvorming op de juiste wijze
								rekening wordt gehouden met gezondheid en milieu, zijn voor dit
								project conditionerende onderzoeken uitgevoerd en is een
								MER-beoordeling opgesteld. Hierbij is rekening gehouden met
								eventuele cumulatie van effecten van het project met andere
								ontwikkelingen in de omgeving.</Al>
		<Al>In hoofdstukken 6 t/m 10 is een beschrijving gegeven van de
								milieueffecten van het project. Deze effecten worden getoetst aan
								wet- en regelgeving en de lokale toetsingskaders. Per milieuaspect
								is een beschrijving opgenomen van het toetsingskader, de effecten
								van het project op basis van de resultaten van de diverse
								onderzoeken, eventuele mitigerende maatregelen en de conclusie. Per
								aspect is beschreven of en op welke wijze een vertaling naar de
								regels die het omgevingsplan wijzigen, heeft plaatsgevonden. Voor
								een gedetailleerde beschrijving wordt verwezen naar de rapportages
								van deelonderzoeken, die als bijlage zijn opgenomen bij deze
								motivering. Bij de betreffende paragraaf wordt verwezen naar de
								specifieke bijlage die voor een milieueffect is opgesteld.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisie eId="acc_I__div_6__div_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Geluid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_1__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_1__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het toetsingskader voor geluid door activiteiten is gebaseerd op
									paragraaf 5.1.4.2.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
									en paragraaf 4.3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving
									(Bbl). In deze paragraaf zijn de instructieregels opgenomen waar
									bij het stellen van regels voor geluid in omgevingsplannen c.q.
									projectbesluiten gevolg aan moet worden gegeven. Het geluid dat
									wordt veroorzaakt door een activiteit moet aanvaardbaar zijn op
									geluidsgevoelige gebouwen.</Al>
		  <Al>Geluidsbelasting is in ieder geval aanvaardbaar als wordt
									voldaan aan de standaardwaarden voor geluid, zoals deze zijn
									opgenomen in artikel 5.65 Bkl. Indien deze standaardwaarden
									overschreden worden, dient een afweging te worden gemaakt over
									het stellen van hogere waarden tot aan maximaal de grenswaarde,
									opgenomen in artikel 5.66 Bkl.</Al>
		  <Al>Het geluid van wegen wordt bepaald met het wettelijk
									voorgeschreven rekenprotocol uit bijlage IVe (Meet- en
									rekenmethode geluid wegen) van de Omgevingsregeling. De wijze
									waarop het effect van zonnepanelen de overdracht van geluid
									beïnvloedt is hier (nog) niet in voorzien. Het RIVM werkt
									momenteel aan een modelleervoorschrift om hier rekening mee te
									houden, maar deze is op het moment van schrijven nog niet
									vastgesteld. Het effect is daardoor moeilijk exact
									kwantificeerbaar vast te stellen. Op basis van expert judgement
									wordt verwacht dat de effecten één tot enkele tienden van een dB
									verhoging kan optreden.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_6__div_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_2">
	      <Kop>
		<Opschrift>Effecten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_2__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_2__content_1">
		<Inhoud>
		  <Al>Om de effecten van de aanleg van zonnepanelen langs de A6 op het
									thema geluid te beoordelen, is een geluidsonderzoek uitgevoerd
									(zie Deelrapport Woon- en leefmilieu van het MER, onder 4.3).
									Aan de hand van een beoordelingskader zijn twee criteria
									beoordeeld, namelijk 1) Geluidoverdracht/-verspreiding; en 2)
									geluidemissie.</Al>
		  <Al><strong>Geluidoverdracht/-verspreiding</strong></Al>
		  <Al>De zonnepanelen in de middenberm, bij aansluiting 9 en 11, en
									venster Oostvaardersplassen komen niet hoger te liggen dan circa
									1 meter boven de weg. Daarom resulteren deze niet in
									significante effecten in het kader van geluid. Ter hoogte van
									verzorgingsplaatsen komt de maximale hoogte enkele meters boven
									het maaiveld te liggen. Gezien de afstand tot de
									dichtstbijzijnde woningen, zijn de effecten op geluidoverdracht
									verwaarloosbaar.</Al>
		  <Al>Bij de Boog om Lelystad varieert de hoogte van de zonnepanelen
									boven het maaiveld: van minimaal 0,75 meter tot maximaal 6
									meter. De berekening toont aan dat bij het zuidelijke deel het
									geluideffect afneemt door het plaatsen van de zonnepanelen. Dit
									komt doordat de zonnepanelen daar de maximale hoogte bereiken en
									het geluid van de weg afschermen. In het noordelijke deel is
									juist een lichte toename berekend. Hier is geen sprake van extra
									afschermende werking door de panelen door het reeds aanwezige
									geluidsscherm. Bovendien neemt het verhard oppervlak toe door
									het plaatsen van de zonnepanelen wat zorgt voor meer reflectie
									van het geluid.</Al>
		  <Al>Op het effect bij de Boog om Lelystad wordt inzicht gegeven door
									een kwantitatieve berekening. Op verschillende punten in de
									binnenbocht van dit deelgebied zijn rekenpunten genomen.
									Gemiddeld over de berekende punten over het traject neemt het
									geluid van de weg met 0,72 dB af ten opzichte van de
									referentiesituatie.</Al>
		  <Al><strong>Geluidemissie</strong></Al>
		  <Al>Naast de mogelijke beïnvloeding van de geluidoverdracht als
									gevolg van de zonnevelden produceren enkele onderdelen van het
									zonneveld zelf ook geluid (zoals omvormers of transformatoren).
									Uit een analyse volgt dat de kortste afstand van de
									geluidgevoelige gebouwen (de wijk Buitenhof in het deelgebied
									Boog om Lelystad) tot de zonnevelden circa 17 meter bedraagt. In
									totaal liggen hier 49 geluidsgevoelige gebouwen binnen de 50
									dB(A) contour. Een geluidsscherm is hier aanwezig om het geluid
									van de weg af te schermen, waardoor ook het geluid van de
									zonnepanelen afgeschermd wordt. Doordat het geluidscherm het
									geluid van de zonnepanelen sterk reduceert, zijn ter hoogte van
									het scherm 20 woningen binnen de 50 dB(A) contour gelegen. Door
									de korte afstand van de geluidgevoelige gebouwen tot de
									zonnevelden bij de wijk Buitenhof, leidt de aanleg van de
									zonnepanelen tot een negatief effect ten opzichte van de
									referentiesituatie. Door aandacht te besteden aan de locatie van
									de transformatoren, evenals het toepassen van stille
									transformatoren en omvormers, is het mogelijk om op alle
									locaties aan de standaardwaarde te voldoen. Negatieve
									geluideffecten zijn daarmee mitigeerbaar/te voorkomen.</Al>
		  <Al><strong>Tonaal geluid</strong></Al>
		  <Al>In bijlage IVh van de Omgevingsregeling is aangegeven, dat bij
									het beoordelen van geluid van activiteiten rekening moet worden
									gehouden met bijzondere geluiden, die vanwege hun karakter als
									extra hinderlijk worden beschouwd, zoals tonaal geluid. Als
									criterium geldt dat het bijzondere karakter duidelijk hoorbaar
									is op het beoordelingspunt. In dat geval moet een zogeheten
									tonaliteitstoeslag worden toegepast op het langtijdgemiddeld
									deelgeluidniveau. Van transformatoren is bekend dat deze tonaal
									geluid (kunnen) produceren. Gezien de ligging van de zonnevelden
									(vlakbij de rijksweg), is het onwaarschijnlijk dat er tonaal
									geluid hoorbaar is bij woningen, vanwege de maskerende werking
									van het geluid van de weg. Desondanks is de situatie worst-case
									beschouwd, dus inclusief tonaliteitstoeslag.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_2__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_2__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Er zijn geen negatieve effecten in het kader van
									geluidoverdracht. Wat betreft geluidemissie dienen er
									mitigerende maatregelen getroffen te worden om aan de
									standaardwaarde te voldoen. Er zijn geen negatieve effecten als
									gevolg van tonaal geluid.</Al>
		  <Al>Vanuit het aspect geluid is er sprake van een evenwichtige
									toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_6__div_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_3">
	      <Kop>
		<Opschrift>Bodemkwaliteit</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_3__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_3__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het
									aspect bodem instructieregels in het Besluit kwaliteit
									leefomgeving (Bkl) opgenomen. De inhoud van deze regels is via
									het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf
									5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke
									activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie
									basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur,
									wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de
									risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn
									afgeleid.</Al>
		  <Al>De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen
									van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het
									duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem,
									door in onderlinge samenhang;</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_6__div_3__content_1__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_3__content_1__list_o_1" type="expliciet">
		    <Li eId="acc_I__div_6__div_3__content_1__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_3__content_1__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en
											aantastingen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_6__div_3__content_1__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_3__content_1__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>evenwichtig toedelen van functies aan locaties, rekening
											houdend met de kwaliteiten van de bodem;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_6__div_3__content_1__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_3__content_1__list_o_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>duurzaam en doelmatig beheren van de resterende
											historische verontreinigingen en -aantastingen.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Nieuwe verontreinigingen moeten worden voorkomen, bij nieuwe
									ontwikkelingen en activiteiten moeten beschermende maatregelen
									worden genomen. Indien de bodem of het grondwater niet volledig
									schoon is, moet hier rekening mee worden gehouden; past de
									aanwezige bodemkwaliteit bij de beoogde nieuwe situatie?</Al>
		  <Al>De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de
									bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het
									blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de
									mens. Dit is opgenomen in bijlage VA van het Bkl. De toelaatbare
									kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op
									verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_3__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_3__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Binnen het plangebied is in het verleden bodemonderzoek
									uitgevoerd. Hierbinnen zijn, voor zover thans bekend, geen
									verdachte en/of verontreinigde locaties bekend.</Al>
		  <Al>Alle gemeenten in Flevoland hebben een gezamenlijke Nota
									bodembeheer met bijbehorende bodemkwaliteitskaart. De
									bodemkwaliteitskaart geeft aan dat de diffusie bodemkwaliteit in
									Flevoland overwegend valt in de klasse ‘Landbouw/natuur’ en
									daarmee als ‘schoon’ kan worden beschouwd. Bermen langs
									(auto)(snel)wegen zijn daarentegen diffuus belast als gevolg van
									‘run off’ (afstromen van hemelwater over verhard oppervlak) en
									atmosferische depositie. De bodemkwaliteit van bermen van
									auto(snel)wegen betreft overwegend klasse ‘Industrie’.</Al>
		  <Al>Tijdens de aanlegfase worden graafwerkzaamheden verricht die de
									bodem verstoren. Als gevolg van afstromen van hemelwater over
									zonnepanelen zou uitloging kunnen optreden en de bodem
									verontreinigd raken (bijvoorbeeld door beryllium). Aandacht voor
									deze bron van verontreiniging is er nog nauwelijks, maar moet
									vanuit het zorgplichtbeginsel niet worden veronachtzaamd. Als
									preventieve maatregel wordt in het projectbesluit de voorwaarde
									gesteld dat geen uitlogende materialen mogen worden
									toegepast.</Al>
		  <Al>Het aanbrengen van de fundering van de paneelframes leidt tot
									een verslechtering van de waterinfiltratie door verdichting van
									de bodem. Het effect van de verdichting van de bodem kan worden
									verminderd door het aantal te plaatsen palen in de grond te
									minimaliseren. Door de bodemwerkzaamheden (vergravingen) tijdens
									de bouwfase, kan uitstoot van koolstof plaatsvinden door de
									blootlegging en oxidatie van organisch materiaal. Ook kan
									uitstoot plaatsvinden door verschraling van de vegetatie door
									verminderde lichtinstraling. Door het minimaliseren van
									vergravingen kunnen de effecten op de bodemkoolstofvoorraad en
									het ecologisch kapitaal worden gemitigeerd. En door het gebruik
									van transparante panelen wordt voor een betere lichtinstraling
									gezorgd, wat helpt het ecologisch kapitaal te behouden, als ook
									de robuustheid en herstelvermogen van de bodem, en het
									vasthouden van koolstof.</Al>
		  <Al>Om te borgen dat grond die eventueel moet worden aangebracht van
									een overeenkomstige kwaliteit is als de gebiedseigen
									bodemkwaliteit (vergelijkbare classificatie), is dit als
									maatregel opgenomen in het projectbesluit. Op deze wijze is
									geborgd dat er geen verslechtering van de lokale bodemkwaliteit
									optreedt.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_3__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_3__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Vanuit het aspect bodem is er sprake van een evenwichtige
									toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_6__div_4" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_4">
	      <Kop>
		<Opschrift>Luchtkwaliteit</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_4__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_4__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het wettelijke stelsel voor luchtkwaliteitseisen is opgenomen in
									het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In algemene zin kan
									worden gesteld dat deze regels bestaan uit in Europees verband
									vastgestelde normen voor de maximumconcentratie van
									luchtverontreinigende stoffen op leefniveau. Als aan de
									grenswaarden wordt voldaan, dan staat het Bal de activiteit
									sowieso niet in de weg. Ook als niet aan de grenswaarden wordt
									voldaan, kan onder bepaalde voorwaarden de activiteit
									plaatsvinden. De toetsing van de resultaten aan de normen kan op
									verschillende manieren plaatsvinden. Deze toetsing is uitgewerkt
									in paragraaf 5.1.4.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving
									(Bkl). Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden
									voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende
									stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10).</Al>
		  <Al>Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende
									voorwaarden wordt voldaan:</Al>
		  <Al>1. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende
									overschrijding van een grenswaarde;</Al>
		  <Al>2. het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van
									de luchtkwaliteit;</Al>
		  <Al>3. het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de
									luchtverontreiniging.</Al>
		  <Al>De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats,
									aangezien in grote delen van Nederland de concentraties van
									luchtverontreinigende stoffen onder de Bkl-normen liggen.
									Daarnaast is voor een activiteit die niet in betekende mate
									(NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging (voorwaarde 3),
									überhaupt geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor
									stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl
									volgt dat een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de
									luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10
									niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde
									voor de jaargemiddelde concentraties.</Al>
		  <Al>De beoordeling van luchtkwaliteit vindt wel plaats als het gaat
									om een activiteit in (of nabij) aandachtsgebieden.
									Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties
									stikstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10). De
									aandachtsgebieden staan in artikel 5.51 lid 2 Bkl. In artikel
									2.38 van de Omgevingsregeling staan meer specifiek de gemeenten
									die vallen onder de agglomeraties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_4__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_4__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De activiteiten zoals genoemd in artikel 5.51 Bkl worden met dit
									projectbesluit niet mogelijk gemaakt. Artikel 5.50 van het
									Besluit kwaliteit leefomgeving is daarom niet van toepassing.
									Daarbij heeft de gebruiksfase een verwaarloosbaar klein effect
									op de leefomgeving, waardoor het project niet in betekenende
									mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Aan de instructieregels
									omtrent luchtkwaliteit hoeft derhalve geen uitvoering te worden
									gegeven.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_4__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_4__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Vanuit het aspect luchtkwaliteit is er sprake van een
									evenwichtige toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_6__div_5" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_5">
	      <Kop>
		<Opschrift>Geur</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_5__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_5__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het Rijk stelt voor een aantal gebouwen specifieke regels aan
									geurbelasting. Deze instructieregels van het Besluit kwaliteit
									leefomgeving (Bkl) voor geur zijn gericht op aangewezen
									geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige
									gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan
									wonen, onderwijs of zorg. Voor overige gebouwen of locaties
									bepaalt de gemeente zelf de mate van geurbescherming. Dat doet
									de gemeente vanuit haar taak van het evenwichtig toedelen van
									functies aan locaties.</Al>
		  <Al>In artikel 5.91 Bkl worden de geurgevoelige gebouwen aangewezen
									die in ieder geval beschermd moeten worden. Hieronder vallen
									gebouwen met een woonfunctie, gebouwen voor onderwijs,
									gezondheidszorg en kinderopvang. Specifieke beoordelingsregels
									voor geur voor de milieubelastende activiteit staan in artikel
									8.20 Bkl.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_5__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_5__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De activiteiten die met dit projectbesluit mogelijk worden
									gemaakt veroorzaken geen geurhinder. De activiteiten zijn daarom
									niet aan te merken als een relevante geurbron. Op basis hiervan
									kan geconcludeerd worden dat de aanleg en exploitatie van de
									zonne-velden ten aanzien van het aspect geur geen relevant
									effect kan hebben.</Al>
		  <Al>De instructieregels voor het milieuaspect geur zien op het
									toelaten in een omgevingsplan (en daarmee in een projectbesluit)
									van een geurgevoelig gebouw of het toelaten van een in de
									instructieregels aangewezen geurveroorzakende activiteit op een
									locatie (artikel 5.90 van het Besluit kwaliteit leefomgeving).
									Zulke toelatingen vinden met dit projectbesluit niet
									plaats.</Al>
		  <Al>Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de aanleg en
									exploitatie van de zonne-velden ten aanzien van het aspect geur
									geen relevant effect kan hebben.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_5__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_5__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Er vinden geen geurveroorzakende activiteiten plaats en er wordt
									ook geen geurgevoelig gebouw gerealiseerd. Vanuit het aspect
									geur is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies
									aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_6__div_6" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_6">
	      <Kop>
		<Opschrift>Trillingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_6__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_6__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Trillingen kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van
									de fysieke leefomgeving. Ze kunnen effect hebben op het welzijn
									of schade aan gebouwen veroorzaken. De beoordeling van het
									aspect trillingen vindt zijn grondslag in artikel 4.2 van de
									Omgevingswet. De overheid moet bij een evenwichtige toedeling
									van functies aan locaties in ieder geval rekening houden met het
									belang van het beschermen van de fysieke leefomgeving.</Al>
		  <Al>Om de mogelijke trillingshinder in kaart te brengen kan de
									richtlijn van Stichting Bouwresearch (SBR-richtlijn) 'Meet- en
									beoordelingsrichtlijnen voor trillingen' worden gebruikt. Deze
									richtlijn bestaat uit drie delen:</Al>
		  <Al>Deel A, Schade aan gebouwen</Al>
		  <Al>Deel B, Hinder voor personen in gebouwen</Al>
		  <Al>Deel C, Storing aan apparatuur</Al>
		  <Al>Deze richtlijn sluit grotendeels aan bij de internationale
									richtlijnen (Duitse norm DIN 4150, ISO 2631/2). Er wordt in deze
									richtlijn veel aandacht besteed aan het meten en berekenen van
									trillingen. De meet- en rekenregels voor trillingen staan in de
									Omgevingsregeling. In paragraaf 5.1.4.4 Bkl zijn
									instructieregels opgenomen ten aanzien van trillingen. De
									streefwaarden uit SBR-richtlijn deel B zijn als standaardwaarden
									opgenomen in art. 587 Bkl.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_6__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_6__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De instructieregels voor het milieuaspect trillingen zien op het
									toelaten in een omgevingsplan (en daarmee in een projectbesluit)
									van een trillinggevoelig gebouw of het toelaten van een
									activiteit die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz
									veroorzaakt in een trillinggevoelige ruimte van een
									trillinggevoelig gebouw (artikel 5.79h van het Besluit kwaliteit
									leefomgeving). Zulke toelatingen vinden met dit projectbesluit
									niet plaats.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_6__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_6__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Gezien de afstand van de projectlocaties tot trillinggevoelige
									gebouwen en het feit dat het plaatsen van zonnepanelen geen
									trillingen veroorzaakt, is de kans op trillinghinder nihil.</Al>
		  <Al>Vanuit het aspect trillingen is er sprake van een evenwichtige
									toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_6__div_7" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_7">
	      <Kop>
		<Opschrift>Licht</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_7__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_7__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Lichthinder heeft geen wettelijk toetsingskader. Voor het
									plaatsen van zonnepanelen nabij wegen is het voorkomen van
									lichthinder vanuit verkeersveiligheid een aandachtspunt. Primair
									is de verkeersveiligheid geregeld in de weg- en
									verkeerswetgeving. Dit betreft de Europese Directive 2008/96/EG
									(voor rijks- en hoofdwegen), Wegenverkeerswet en het Reglement
									verkeersregels en verkeerstekens 1990. Deze regelgeving maakt
									geen deel uit van de Omgevingswet.</Al>
		  <Al>Voor de beoordeling van de hinder door zonreflecties van
									zonnepanelen op bestuurders op snelwegen is gebruik gemaakt van
									het TNO-rapport ‘Hinder door zonreflecties - Vuistregels voor
									plaatsing van zonnevelden langs snelwegen’ (TNO, 2021). In het
									rapport zijn vuistregels opgesteld waarmee een eerste
									kwalitatieve analyse gemaakt kan worden van de mate van hinder
									die bestuurders ondervinden ten gevolge van de zonreflecties van
									zonnepanelen.</Al>
		  <Al>Ook vliegverkeer kan hinder ondervinden vanwege de
									lichtreflectie op zonnepanelen. Ter hoogte van aansluiting 10 is
									de afstand van de opstellocatie tot de luchthaven Lelystad het
									kleinste. De afstand bedraagt hier hemelsbreed circa 2,5
									kilometer.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_7__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_7__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Op de locaties van de algemene inrichting van de middenberm
									bevinden zich geen omwonenden die lichthinder van zonnepanelen
									kunnen ondervinden. Deze locaties worden voornamelijk
									afgeschermd door bomen. Ook bevinden de dichtstbijzijnde huizen
									of boerderijen zich op meer dan 500 meter afstand. Bij de
									Oostvaardersplassen bevinden zich enkele boerderijen gelegen aan
									de Ibisweg ten zuiden van de zonnepanelen. Aangezien de zon
									nooit in het noorden staat en deze boerderijen zich op minstens
									400 meter van de zonnepanelen bevinden is hier geen lichthinder
									mogelijk.</Al>
		  <Al>Voorafgaand aan het plaatsen van de opweklocaties dient in het
									kader van de vergunningverlening te worden aangetoond dat er
									geen hinderlijke lichtreflectie zal optreden voor weggebruikers,
									vliegverkeer of omwonenden. Voor de locaties waar dit niet
									relevant is (de middenbermen) kan dit met een verwijzing naar de
									TNO vuistregels worden onderbouwd. Voor de locaties waar dit wel
									relevant kan zijn, dient een onderbouwing aan de
									vergunningaanvraag te worden toegevoegd, waaruit blijkt dat door
									de oriëentatie van de panelen of door het aanbrengen van een
									maatregel, zoals bijvoorbeeld een folie of coating, hinderlijke
									lichtreflectie wordt voorkomen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_7__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_7__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Er is geen lichthinder te verwachten in of langs het
									projectgebied. Toetsing van dit aspect vindt plaats in de
									procedure voor de vergunning die op grond van dit projectbesluit
									wordt aangevraagd bij de gemeente Lelystad. Aan deze vergunning
									kunnen voorschriften worden verboden die lichthinder voorkomen.
									Vanuit het aspect licht is daarom sprake van een evenwichtige
									toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_6__div_8" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_8">
	      <Kop>
		<Opschrift>Gezondheid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_8__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_8__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in
									stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en
									een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel
									van de Omgevingswet. Het thema gezondheid omvat de aspecten, die
									de fysieke gezondheid van mensen in het gebied en de</Al>
		  <Al>omgeving bepaalt en/of bevordert. Het gaat daarbij om
									gezondheidsbescherming (concentraties luchtverontreinigende
									stoffen, elektromagnetische straling van hoogspanningsmasten en
									de hoogte van geluid door wegverkeer en industrie), maar ook
									over de mogelijkheden en maatregelen die bevorderen dat
									gebruikers van een gebied meer gaan bewegen.</Al>
		  <Al>Zorg voor de publieke gezondheid is vastgelegd in de Wet
									Publieke Gezondheid (WPG). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor
									de uitvoering hiervan. Publieke gezondheidszorg heeft als doel
									de gezondheid van burgers te bevorderen en te beschermen. Omdat
									het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke
									leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat
									het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming
									van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De
									instructieregels hebben onder andere betrekking op de aspecten
									geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten
									zijn in de vorige paragrafen gemotiveerd.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_8__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_8__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Voor het thema gezondheid zijn de thema’s luchtkwaliteit, geluid
									en omgevingsveiligheidsrisico’s relevant voor de beoordeling of
									externe effecten kunnen optreden die de volksgezondheid nadelig
									beïnvloeden.</Al>
		  <Al>Gezondheidseffecten ten gevolge van luchtkwaliteit, geluid en
									risico’s treden over het algemeen op bij langdurige
									blootstelling. Specifieke effecten vanwege de aanlegactiviteiten
									zijn daarom buiten beschouwing gelaten. De effecten zijn
									beschouwd ten opzichte van de al heersende achtergrondniveau’s
									in de omgeving.</Al>
		  <Al><strong><i>Luchtkwaliteit</i></strong></Al>
		  <Al>Er is geen relevant effect op de luchtkwaliteit, zie ook
									paragraaf 6.4.</Al>
		  <Al><strong><i>Geluid</i></strong></Al>
		  <Al>Er is uitsluitend een tijdelijk, beperkt effect op de
									geluidsemissie tijdens de aanlegfase. In de exploitatiefase is
									er een beperkte verandering in de geluidsbelasting mogelijk door
									veranderingen in de reflectie van geluid, dit heeft geen
									relevant effect op de geluidsbelasting van geluidgevoelige
									objecten.</Al>
		  <Al><strong><i>Omgevingsveiligheid</i></strong></Al>
		  <Al>Veiligheid voor de omgeving is relevant vanuit de
									brandveiligheid van de installaties en vanuit de
									verkeersveiligheid. Voor de brandveiligheid gelden de technische
									eisen die aan de opwekinstallaties in het algemeen gesteld
									worden. Hiermee wordt een voldoende niveau van veiligheid
									gehaald. De verkeersveiligheid is van belang voor de
									ontwerpeisen: ofwel is er sprake van een zodanige afstand dat de
									obstakelvrije zone langs de weg wordt aangehouden, ofwel wordt
									er ter bevordering van de veiligheid een geleiderails geplaatst.
									Ook voorzien de ontwerpeisen in voldoende zicht bij het plaatsen
									van hekwerken.</Al>
		  <Al>Om de installatie zelf te beschermen, wordt per locatie voorzien
									in een afscherming. Door bestaande watergangen (sloten) wordt de
									installatie afgeschermd voor vandalisme. Indien er geen sloten
									bij een locatie aanwezig zijn, zal aan de zijkant of achterkant
									(dus niet aan de zijde van de rijksweg) een hekwerk worden
									aangebracht om in de afscherming te voorzien.</Al>
		  <Al>Er wordt niet gewerkt met gevaarlijke stoffen die van invloed
									zijn op de omgevingsveiligheid.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_8__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_8__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Effecten vanwege luchtkwaliteit, geluid en omgevingsveiligheid
									in de aanlegfase zijn uitgesloten, omdat er geen sprake is van
									langdurige blootstelling.</Al>
		  <Al>In de gebruiksfase zijn in het kader van beheer en onderhoud
									maatregelen nodig voor de verkeersveiligheid. Om in afscherming
									van de locaties te voorzien, is het toegestaan om, met
									inachtneming van de richtlijn ontwerpeisen autosnelwegen
									hekwerken om een installatie te plaatsen. De locaties zijn voor
									het onderhoud op een voldoende veilige manier bereikbaar.</Al>
		  <Al>Vanuit het aspect gezondheid is er sprake van een evenwichtige
									toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_6__div_9" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_9">
	      <Kop>
		<Opschrift>Duurzaamheid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_9__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_9__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Er is geen wet- en regelgeving dat kader- of normstellend is
									voor de doelmatigheid van de opwek van zonne-energie. Wel is er
									beleid dat onderstreept dat het opwekken van elektriciteit uit
									hernieuwbare bronnen (zoals uit zonlicht) een kosteneffectieve
									methode is om de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer
									terug te brengen. Voor het thema Duurzaamheid is een beschouwing
									uitgevoerd op de volgende onderdelen (zie MER, deelrapporten
									‘Vermeden emissies’ en ‘Duurzaamheid’:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_6__div_9__content_1__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_9__content_1__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		    <Li eId="acc_I__div_6__div_9__content_1__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_9__content_1__list_o_1__item_a">
		      <Al>vermeden emissies</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_6__div_9__content_1__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_9__content_1__list_o_1__item_b">
		      <Al>circulariteit</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_6__div_9__content_1__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_9__content_1__list_o_1__item_c">
		      <Al>energieverlies</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_9__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_9__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het project A6 zon is een belangrijke stap in de transitie naar
									een duurzamere energietoekomst voor Nederland. Door de
									installatie van zonnepanelen en het opwekken van hernieuwbare
									energie zal dit project een aanzienlijke bijdrage leveren aan de
									vermindering van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en
									de reductie van broeikasgasemissies in de Nederlandse
									elektriciteitsmix.</Al>
		  <Al>Naar verwachting zal het project A6 zon Lelystad tussen de
									50.000 en 68.000 ton CO2-equivalenten besparen over een periode
									van 20 jaar.<Noot id="v1" type="voet">
		      <NootNummer>1</NootNummer>
		      <Al>De emissies die bespaard worden door hernieuwbare stroom
											op te wekken ten opzichte van fossiele elektriciteit
											worden vermeden emissies genoemd. Dit wordt uitgedrukt
											in de term ‘CO2-equivalenten’ (hierna: CO2e) en verwijst
											naar de gestandaardiseerde maat die wordt gebruikt om de
											impact van verschillende broeikasgassen op de opwarming
											van de aarde te vergelijken. CO2e drukken de relatieve
											bijdrage van een broeikasgas uit in termen van de
											hoeveelheid CO2 die hetzelfde opwarmingsimpact zou
											hebben.</Al>
		    </Noot> Deze besparing is aanzienlijk en draagt bij aan de
									nationale en internationale klimaatdoelstellingen, zoals
									vastgelegd in het Klimaatakkoord van Parijs en de Nederlandse
									Klimaatwet.</Al>
		  <Al>Daarnaast draagt het zonnepark bij aan de onafhankelijke,
									onuitputbare energieproductie, wat bijdraagt aan een stabielere
									en minder afhankelijke energiesector in Nederland.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_9__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_6__div_9__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Vanuit het aspect duurzaamheid is er sprake van een evenwichtige
									toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_7" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_7">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Bescherming van waterbelangen</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_7__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_7__content_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit hoofdstuk zijn de effecten van het project A6 zon Lelystad op
								de waterbelangen beschouwd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisie eId="acc_I__div_7__div_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_7__div_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Water</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_7__div_1__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_7__div_1__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Op grond van artikel 9.1 in samenhang met paragraaf 5.1.3 Bkl
									moeten waterbelangen verplicht meegewogen worden bij het
									vaststellen van een projectbesluit. Het wettelijk kader is
									gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de
									waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling
									die mogelijk wordt gemaakt. Bij de weging van de waterbelangen
									moet het beleid van het betreffende waterschap betrokken
									worden.</Al>
		  <Al>In deze motivering zijn de wateraspecten beschreven en is
									aangegeven of, en zo ja welke waterhuishoudkundige maatregelen
									voor het project getroffen moeten worden.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_7__div_1__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_7__div_1__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Relevant oppervlaktewater langs de A6 is met name de Lage Vaart.
									De Lage Vaart gaat van Almere richting Lelystad en vervolgens
									onder de snelweg A6 door richting Dronten. De Lage Vaart is
									onderdeel van de ontsluitingswaterstructuur van Flevoland. De
									Lage Vaart heeft een aantal zijvaarten, namelijk de Lage
									Dwarsvaart en de Larservaart. Ter hoogte van het deelgebied de
									Oostvaardersplassen zijn de Reigerplas en Ooievaarsplas gelegen.
									De sloten Noordertocht en Oostervaart kruisen de snelweg A6 ter
									hoogte van aansluiting 11. De Oostervaart sluit vervolgens aan
									op de Lage Vaart. De Lepelaarstocht ter hoogte van de
									Oostvaardersplassen doorkruist de snelweg A6. Langs de snelweg
									A6 zijn bermsloten aanwezig in de buitenberm. Ter hoogte van de
									verzorgingsplaatsen en aansluitingen zijn bermsloten en
									waterpartijen aanwezig. In de middenberm zijn bermsloten
									aanwezig ter hoogte van deelgebied Oostvaardersplassen.</Al>
		  <Al>In en nabij het plangebied bevinden zich geen KRW-wateren.</Al>
		  <Al>Er worden uitsluitend niet uitlogende materialen toegestaan,
									waardoor er geen invloed is op de waterkwaliteit. Tijdens de
									gebruiksfase worden geen veranderingen voor het grondwater of
									het watersysteem verwacht. De neerslag stroomt af van het
									oppervlak van de zonnepanelen en infiltreert op en nabij de
									locaties in de ondergrond. Er is geen beperking van
									infiltratiewater. Effecten op het grondwater zijn niet te
									verwachten.</Al>
		  <Al>Voor het realiseren van de installaties is naar verwachting geen
									bemaling nodig. Hemelwater dat afstroomt van de installaties kan
									in de ondergrond inzeigen. De oppervlakte van de gebouwen
									(transformatorhuisjes) is beperkt: er is geen watercompensatie
									nodig.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_7__div_1__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_7__div_1__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Vanuit het aspect water is er sprake van een evenwichtige
									toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_8" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Waarborgen van de veiligheid</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_8__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__content_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit hoofdstuk zijn de veiligheidseffecten van het project
								beschouwd. Het gaat hierbij om respectievelijk omgevingsveiligheid,
								waterveiligheid, ontplofbare oorlogsresten en
								verkeersveiligheid.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisie eId="acc_I__div_8__div_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Omgevingsveiligheid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_8__div_1__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_1__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de
									omgevingsveiligheid zijn opgenomen in de instructieregels in
									afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten
									aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang
									voor de regels over het plaatsgebonden risico en
									aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten<Noot id="v2" type="voet">
		      <NootNummer>2</NootNummer>
		      <Al>'Risicobronnen genoemd in bijlage VII van het Bkl’,
											aandeslagmetdeomgevingswet.nl.</Al>
		    </Noot>:</Al>
		  <Al>• Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn
									verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit
									activiteiten leefomgeving.</Al>
		  <Al>• Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en
									spoor).</Al>
		  <Al>• Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als
									milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten
									leefomgeving.</Al>
		  <Al>• Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende
									activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.</Al>
		  <Al>In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn in paragraaf 5.1.2.2
									(betreffende ‘veiligheid rond opslag, productie, gebruik en
									vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines’) wettelijke
									grens- en standaardwaarden opgenomen voor het plaatsgebonden
									risico in relatie tot omliggende gebouwen en locaties, en is de
									begrenzing van de aandachtsgebieden gedefinieerd. Deze grens- en
									standaardwaarden en begrenzing moeten worden toegepast bij
									besluitvorming in het kader van het projectbesluit.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_8__div_1__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_1__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Zonnepanelen zijn geen risicobron, er wordt niet gewerkt met
									gevaarlijke stoffen. Ook worden er geen kwetsbare gebouwen
									toegevoegd.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_8__div_1__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_1__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Er worden met dit projectbesluit geen risicobronnen of kwetsbare
									gebouwen toegevoegd.</Al>
		  <Al>Vanuit het aspect omgevingsveiligheid is er sprake van een
									evenwichtige toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_8__div_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_2">
	      <Kop>
		<Opschrift>Waterveiligheid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_8__div_2__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_2__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De Omgevingsregeling (Or) bevat bepalingen ten aanzien van de
									organisatie van het beheer van waterkeringen en toont een
									overzicht van de primaire dijktrajecten. Ook omvat de
									Omgevingswet de beschermingszones en regels omtrent bouwen in of
									nabij het waterstaatswerk. De veiligheidsnormen voor de primaire
									waterkeringen zijn vastgelegd als omgevingswaarde in het Besluit
									kwaliteit leefomgeving.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_8__div_2__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_2__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Er zijn geen waterkeringen of bijbehorende beschermingszones
									gelegen binnen het projectgebied. Het project heeft geen effect
									op waterkeringen</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_8__div_2__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_2__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Vanuit het aspect waterveiligheid is er sprake van een
									evenwichtige toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_8__div_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_3">
	      <Kop>
		<Opschrift>Ontplofbare oorlogsresten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_8__div_3__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_3__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Naar aanleiding van de verschillende oorlogshandelingen in het
									verleden kunnen ontplofbare oorlogsresten (OO) zijn
									achtergebleven in het plangebied. Bij de werkzaamheden in het
									kader van dit project bestaat mogelijk het risico dat
									explosieven worden aangetroffen die gevaar opleveren voor de
									publieke veiligheid. Het Werkveldspecifiek Certificatieschema
									voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven
									(hierna: WSCS-OCE) dient ter beoordeling of er indicaties zijn
									dat binnen het plangebied conventionele explosieven aanwezig
									zijn, en zo ja, om het verdachte gebied in horizontale en
									verticale dimensie af te bakenen. Hier is geen specifieke wet-
									en regelgeving over, wel kunnen gemeenten hier regels over
									stellen in hun omgevingsplannen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_8__div_3__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_3__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het projectgebied is voorafgaand aan de planvorming voor de
									verbreding van de rijksweg A6 onderzocht, onder meer op de kans
									op het aantreffen van (archeologische) waarden in de ondergrond.
									Hierbij is vastgesteld dat de kans dat er waarden of vondsten in
									de ondergrond aanwezig zijn, nagenoeg niet aanwezig is. Reden
									hiervoor is dat de ondergrond ter plaatse van het projectgebied
									bij de aanlegwerkzaamheden van de bestaande snelweg al diepgaand
									geroerd is, waarbij er geen vondsten zijn aangetroffen. Ook voor
									ontplofbare oorlogsresten geldt dat de verwachting dat deze in
									het gebied aanwezig zijn niet als risico wordt ingeschat. Ook
									van ontplofbare oorlogsresten is bij de aanleg van de snelweg en
									de daarbij uitgevoerde grondroeringen in het onderhavige
									projectgebied niets aangetroffen. De werkzaamheden die nodig
									zijn op de opweklocaties voor zonne-energie te realiseren,
									zullen de grond niet dieper roeren als nodig was bij de aanleg
									van de bestaande snelweg.</Al>
		  <Al>Er is altijd een restrisico dat bij de uitvoering van
									grondroerende werkzaamheden een ontplofbare oorlogsrest wordt
									aangetroffen. Indien grondverzet bij de uitvoering van de
									werkzaamheden nodig is, worden hierbij de reguliere
									voorzorgsmaatregelen bij in acht genomen. Bij het onverwacht
									aantreffen van een vondst, wordt hier melding van gemaakt en
									worden passende maatregelen getroffen om de veiligheid te
									borgen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_8__div_3__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_3__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Er is geen risico op ontplofbare oorlogsresten. Vanuit het
									aspect ontplofbare oorlogsresten is er sprake van een
									evenwichtige toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_8__div_4" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_4">
	      <Kop>
		<Opschrift>Verkeersveiligheid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_8__div_4__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_4__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Verkeersveiligheidsrisico’s die in een vroegtijdig stadium van
									een project te identificeren zijn, dienen te worden beheerst
									volgens de VOA-risicomethodiek, welke staat omschreven in het
									Kader Verkeersveiligheid. Het Kader wegontwerpproces de wijze
									waarop een beoordeling volgens de VOA-risicomethodiek per
									projectfase uitgevoerd dient te worden. ondanks dat de plaatsing
									van zonnepanelen langs de A6 geen wegenproject betreft, wordt
									deze risicomethodiek gevolgd in dit project.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_8__div_4__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_4__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al><strong>Aanlegfase</strong></Al>
		  <Al>Voor de veilige uitvoering van de werkzaamheden voor de
									realisatie van de zonneparken conform CROW 96a moet rekening
									worden gehouden met maatregelen die de veiligheid voor
									medewerkers in de realisatie borgen en waarmee de veiligheid van
									derden (waaronder weggebruikers) wordt gerealiseerd. Daarom
									dient de linkerrijstrook op meerdere plekken tijdelijk te worden
									afgekruist zodat deze als werkruimte kan dienen. Het
									dwarsprofiel dient hierop tijdelijk te worden aangepast, waarbij
									het verkeer in de aanlegfase op meerdere plekken van het traject
									deels gebruik maakt van de vluchtstrook. Om de
									verkeersveiligheid te waarborgen is daarvoor een
									snelheidsbeperking tot 90 km/u benodigd, wat tot een tijdelijk
									verminderde doorstroom van verkeer zal leiden.</Al>
		  <Al><strong>Gebruiksfase</strong></Al>
		  <Al>Vanuit verkeersveiligheid geldt dat de plaatsing van
									zonnepanelen langs de A6 voor een toename van obstakels in de
									midden- en buitenbermen van deze autosnelweg zorgt. Daarmee
									wijzigt in ieder geval het dwarsprofiel en het wegbeeld, wat
									mogelijk van invloed is op de verkeer en verkeersveiligheid. Dit
									is in een verkeer en verkeersveiligheidonderzoek (MER
									deelrapport Verkeer en verkeersveiligheid, opgenomen als bijlage
									bij deze motivering) beoordeeld aan de hand van de volgende vier
									criteria:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_8__div_4__content_2__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_4__content_2__list_o_1" type="expliciet">
		    <Li eId="acc_I__div_8__div_4__content_2__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_4__content_2__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>verkeersveiligheid;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_8__div_4__content_2__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_4__content_2__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>zonlichtreflectie op weggebruikers;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_8__div_4__content_2__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_4__content_2__list_o_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>bereikbaarheid voor onderhoud;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_8__div_4__content_2__list_o_1__item_d" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_4__content_2__list_o_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>doorstroming.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Uit deze beoordeling blijkt dat door de verkeersveiligheid ten
									opzichte van de bestaande situatie door het project negatief
									beïnvloed wordt. Deze negatieve effecten, dus de
									verkeersveiligheid van de rijksweg A6 na realisatie van het
									project A6 Zon, zijn getoetst aan de kaders en
									ontwerprichtlijnen van Rijkswaterstaat bij het ontwerp van
									rijkswegen. Uit deze toetsing (zie bijlage ‘Onderbouwing
									effecten verkeersveiligheid A6 Zon’) blijkt dat met de
									opstellingen voor het opwekken van zonneenergie langs de weg
									voldaan kan worden aan de ontwerpeisen. Om te borgen dat de
									opstellingen ook op deze wijze worden uitgevoerd, wordt de
									uitgifte van de gronden (in de grondovereenkomst) opgenomen dat
									de richtlijnen voor het ontwerp van autosnelwegen van toepassing
									zijn. Vervolgens wordt het uiteindelijke ontwerp van de
									opstellingen in een vergunningprocedure getoetst. Op deze wijze
									is de verkeersveilige inrichting geborgd, voor de criteria
									verkeersveiligheid, zonlichtreflectie op weggebruikers,
									bereikbaarheid voor onderhoud en de doorstroming.</Al>
		  <Al>Voor de volledigheid wordt hier opgemerkt dat ook
									zonlichtreflectie voor vliegverkeer en voor gebruikers van de
									omgeving in deze vergunningprocedure wordt meegenomen, om hinder
									te voorkomen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_8__div_4__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_8__div_4__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Vanuit het aspect verkeersveiligheid is er sprake van een
									evenwichtige toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_9" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en
							cultureel erfgoed</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_9__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__content_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit hoofdstuk zijn de effecten van het project A6 zon Lelystad
								beschouwd op het cultureel erfgoed, de landschappelijke waarden en
								de ruimtelijke kwaliteit en welstand.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisie eId="acc_I__div_9__div_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Cultureel erfgoed</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_9__div_1__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in
									bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om
									monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten,
									cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn
									van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het
									omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel
									1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en
									regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en
									archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om
									de facetten historische (steden)bouwkunde en historische
									geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het
									om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en
									structuren.</Al>
		  <Al>In artikel 5.130 lid 2 Bkl staan de instructieregels gesteld
									door het Rijk. Deze hebben betrekking op:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_9__div_1__content_1__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_1__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		    <Li eId="acc_I__div_9__div_1__content_1__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_1__list_o_1__item_a">
		      <Al>ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde
											monumenten of archeologische monumenten;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_9__div_1__content_1__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_1__list_o_1__item_b">
		      <Al>verplaatsing van beschermde monumenten;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_9__div_1__content_1__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_1__list_o_1__item_c">
		      <Al>gebruik van monumenten ter voorkoming van
											leegstand;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_9__div_1__content_1__list_o_1__item_d" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_1__list_o_1__item_d">
		      <Al>aantasting van de omgeving van een beschermd
											monument;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_9__div_1__content_1__list_o_1__item_e" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_1__list_o_1__item_e">
		      <Al>aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten
											en cultuurlandschappen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_9__div_1__content_1__list_o_1__item_f" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_1__list_o_1__item_f">
		      <Al>conserveren en in stand houden van archeologische
											monumenten.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Verder moeten eventuele archeologische toevalsvondsten (afdeling
									19.2 van de Omgevingswet) van bijvoorbeeld scheepswrakken of
									–resten worden gemeld conform art. 5.10 van de Erfgoedwet.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_9__div_1__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het cultuurhistorisch landschap is een belangrijk onderdeel van
									het erfgoed van Flevoland. Op de cultuurhistorische kaart is
									openheid aangewezen als één van de (historische)
									landschappelijke kwaliteiten van Flevoland. Deelgebied
									Oostvaardersplassen is gelegen in een open gebied.</Al>
		  <Figuur eId="acc_I__div_9__div_1__content_2__img_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_2__img_o_1">
		    <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-22.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="918" hoogte="641" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		    <Bijschrift locatie="onder">Figuur 9.1 Cultuurhistorische
										waardenkaart provincie Flevoland</Bijschrift>
		  </Figuur>
		  <Al>De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft een
									verwachtingskaart Archeologische waarden opgesteld, een uitsnede
									hiervan is weergegeven op afbeelding 8.6. De verwachting van de
									aanwezigheid van archeologische waarden in het gebied varieert
									van lage naar een hoge trefkans op archeologische vondsten.</Al>
		  <Figuur eId="acc_I__div_9__div_1__content_2__img_o_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_2__img_o_2">
		    <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-23.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="609" hoogte="403" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		    <Bijschrift locatie="onder">Figuur 9.2 Archeologische
										waardenkaart RCE</Bijschrift>
		  </Figuur>
		  <Al>Tot de Boog om Lelystad worden de zonnepanelen enkel in de
									middenberm geplaatst en blijf de landbouwverkaveling
									onaangetast. Voorzienbare effecten op de historische percelering
									en daarmee de historische geografische elementen worden niet
									verwacht. Omdat er ook ter plaatse van de Lage Vaart enkel
									ingrepen plaatsvinden in de middenberm, blijft deze historisch
									geografische structuur onaangeraakt. Er wordt om die redenen
									geen effect van A6 zon op het historisch geografisch waardevolle
									element de Lage Vaart verwacht. De beplantingsstroken die de
									ondergrondse cultuurhistorie uit de tijd van het Mesolithicum en
									de Swifterbantcultuur markeren ondervinden geen invloed van A6
									zon, omdat de panelen ter plaatse niet aan de zuidkant van de A6
									worden gepositioneerd.</Al>
		  <Al>Bij het project vinden diverse bodemingrepen plaats, zoals het
									plaatsen van hekwerken en transformatorhuisjes,
									graafwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van kabels,
									gestuurde boringen, grondophoging en mogelijk
									zettingsmaatregelen. De exacte aard, locatie en diepte van deze
									ingrepen zijn nog niet bekend en worden pas in de
									exploitatiefase uitgewerkt. Op basis van het bureauonderzoek is
									de kans op het aantreffen van archeologische resten deels hoog,
									deels laag, afhankelijk van bodemopbouw, diepte en oppervlakte
									van de bodemingrepen en erosie. Daarom kan nu niet worden
									geconcludeerd dat uitvoering zonder verstoring van
									archeologische waarden mogelijk is. Het uiteindelijke ontwerp
									dient voorafgaand aan de uitvoering te worden getoetst aan het
									omgevingsplan van de gemeente Lelystad. Indien sprake is van
									mogelijke aantasting, is aanvullend archeologisch onderzoek
									vereist. In de regeling ‘wijziging omgevingsplan’ bij dit
									projectbesluit is een archeologisch onderzoek als
									indieningsvereiste opgenomen, en zal dit worden getoetst aan het
									vigerende archeologische beleid.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_9__div_1__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het project tast de historische percelering en geografische
									structuur niet aan.</Al>
		  <Al>Aantasting van archeologische waarden kan op basis van de
									huidige informatie niet worden uitgesloten. Indien uit een
									toetsing van het uitvoeringsontwerp blijkt dat sprake kan zijn
									van effecten op archeologische waarden, dan geldt hiervoor de
									bescherming en procedures uit het gemeentelijke
									omgevingsplan.</Al>
		  <Al>Vanuit het aspect cultureel erfgoed is sprake van een
									evenwichtige toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_9__div_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_2">
	      <Kop>
		<Opschrift>Landschappelijke waarden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_9__div_2__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_2__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Voor de bescherming van het landschap geldt voor Nederland het
									Europees landschapsverdrag. Dit verdrag erkent dat landschappen
									een onderdeel zijn van de fysieke leefomgeving. In artikel 1.2
									lid 1 sub g Omgevingswet worden ‘landschappen’ als onderdeel van
									de fysieke leefomgeving aangemerkt.</Al>
		  <Al>In het programma landschap van de toekomst wordt richting
									gegeven aan de ruimtelijke ontwikkeling van het landschap. In
									dit programma zijn kernkwaliteiten benoemd voor verschillende
									typen landschapselementen. Deze kwaliteiten vormen het
									toetsingskader voor ruimtelijke initiatieven en dragen bij aan
									het behoud van de indentiteit van het lanschap in Flevoland. De
									kernkwaliteiten kunnen worden onderverdeeld in zes
									hoofdcategorieën: waterbouwkundig werk, hoofdstructuur per
									podler, maaiveld, beplantingsstructuren, infrastructuur en oud
									land in nieuw land.</Al>
		  <Al>Artikel 8.8 van de Omgevingsverordening Flevoland bevat een
									instructieregel die gemeenten verplicht om bij nieuwe
									ontwikkelingen in het landelijk gebied het provinciale
									landschapsbeleid te betrekken en de omgevingskwaliteit te
									motiveren. Deze motivering moet inzicht geven in het gebied
									waarop de ontwikkeling betrekking heeft, de bijdrage aan de
									bestaande omgevingskwaliteit en de aansluiting op de ruimtelijke
									en landschappelijke structuur.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_9__div_2__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_2__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De mate van landschappelijke inpassing wordt beoordeeld aan de
									hand van het eindbeeld. In de aanlegfase is landschappelijke
									inpassing niet relevant. De aanlegfase wordt in deze paragraaf
									dus niet beoordeeld.</Al>
		  <Al>De zonnepanelen die in een middenberm komen te staan veranderen
									de referentiesituatie die nu een open en groen, dan wel besloten
									karakter heeft. Met de profilering wordt gezorgd dat de panelen
									minimaal boven de hoogte van het wegdek uitsteken. Hiermee wordt
									de visuele continuïteit van het omliggende open landschap naar
									de bermen doorbroken en verandert de ruimtebeleving van de ruim
									opgezette weg en de ervaring waarbij ‘het landschap onder de weg
									door loopt’.</Al>
		  <Al>Bij het ontwerp is gekozen voor meegolvende panelen (die het
									hoogteverloop van de A6 volgen) de weg extra aangezet, waardoor
									deze niet meer ondergeschikt is aan het landschap. In het
									algemeen zal de beleving open-dicht-open, voor zover hiervan in
									de huidige situatie sprake is, worden gewijzigd. Een aantal
									bermen die nu door middel van beplanting besloten zijn
									ingericht, worden (meer) open, en waar open (polder)beleving
									centraal staat zal deze, door de aanleg van zonnepanelen in de
									bermen, worden verstoord.</Al>
		  <Al>Door lagere golven en onderbrekingen die het zicht op
									achterliggend groen open houden heeft de voorkeursvariant ter
									hoogte van de Boog om Lelystad een discreter karakter dat beter
									aan zou sluiten bij de hoogteligging van de weg en
									landschappelijke karakteristieken. Een sloot met rietoever dient
									als fysieke barrière, waardoor hekwerken overbodig zijn. Het
									achterliggend groen wordt door onderbrekingen zichtbaarder
									gehouden, en het golvende karakter van het zonneveld
									versterkt.</Al>
		  <Al>Er is sprake van een korte langsrijtijd en de zonnepanelen
									volgen zowel de hoogteligging van de weg als landschappelijke
									kenmerken, wat resulteert in meerdere golven en een lager
									profiel over een grotere lengte. Dit zorgt voor een zeer lichte
									verzachting van de effecten op de enscenering, omdat de huidige
									situatie herkenbaarder blijft.</Al>
		  <Al>Het realiseren van de zonnepanelen naast de rijksweg heeft
									daarmee een negatief effect op het landschap. Door met het
									ontwerp aan te sluiten op de rijksweg en het ontwerp van de weg
									als het ware te onderstrepen met de opstellingen, wordt een
									landschappelijk ingepast geheel nagestreefd. De opstellocaties
									zullen altijd zichtbaar zijn voor de weggebruiker en vanuit de
									omgeving. Door het stellen van ontwerpeisen en voorwaarden aan
									de inpassing van de opstellocaties, wordt deze impact op een
									aanvaardbaar niveau gehouden en wordt de landschappelijke
									inpassing geoptimaliseerd.</Al>
		  <Al>In overleg met provincie en gemeente zijn voorwaarden aan het
									ontwerp afgestemd om tot een beperking van de landschappelijke
									en ruimtelijke impact te komen. Met deze ontwerpvoorwaarden
									wordt de landschappelijke inpassing zorgvuldig vormgegeven,
									zowel voor het zicht vanaf de rijksweg als vanuit het omliggende
									gebied. Daarmee wordt, ondanks dat de installaties door de
									zichtbaarheid in het landschap een negatief effect hebben, de
									landschappelijke kwaliteit na de realisatie van de
									opwekinstallaties van voldoende kwaliteit geacht.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_9__div_2__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_2__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het project is passend in de omgeving. Vanuit het aspect
									landschappelijke waarden is sprake van een evenwichtige
									toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_9__div_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_3">
	      <Kop>
		<Opschrift>Ruimtelijke kwaliteit en welstand</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_9__div_3__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_3__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Overheden moeten stedenbouwkundige kwaliteit meenemen bij het
									evenwichtig toedelen van functies aan locaties in het
									omgevingsplan (artikelen 2.4 en 4.2 Omgevingswet). Ruimtelijke
									kwaliteit is de kwaliteit van de gebouwde omgeving en de
									openbare ruimte en heeft onder andere invloed op de
									herkenbaarheid en het gebruik van een gebied. De ruimte die het
									project inneemt kan effect hebben op de ruimtelijke kwaliteit.
									Voor ruimtelijke kwaliteit is geen formeel beleidskader.</Al>
		  <Al>Op grond van artikel 22.29 Invoeringsbesluit Omgevingswet
									(bruidsschat) mag het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk
									niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Dit geldt
									zowel voor het bouwwerk zelf, als voor het bouwwerk in verband
									met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling van de
									omgeving. Dit wordt beoordeeld op basis van de welstandseisen
									uit het omgevingsplan<Noot id="v3" type="voet">
		      <NootNummer>3</NootNummer>
		      <Al>Gedurende de transitieperiode vindt de toets plaats
											volgens de criteria van de welstandsnota, zoals deze
											gold voor inwerkingtreding van de Omgevingswet (art.
											22.29 Invoeringsbesluit Omgevingswet).</Al>
		    </Noot>.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_9__div_3__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_3__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Ruimte waar nu nog plek is voor ontwikkeling wordt met de
									realisatie van het zonneproject bezet met zonnepanelen. Deze
									worden gepositioneerd in het bestaande landschap; er zullen
									echter door de profilering ook wijzingen plaatsvinden aan het
									landschap zelf, met taluds en wal-achtige structuren, ten
									dienste van het energieproject. De zonnepanelen zelf zijn als
									losse elementen te verwijderen wanneer deze hun levensduur
									hebben bereikt of er andere opgaven spelen die de ruimte
									vereisen. Ook de aardewerken zijn niet onomkeerbaar, maar
									toekomstige aanpassing of amovering daarvan is een bewerkelijker
									proces. Dit heeft effect op de aanpasbaarheid en duurzaamheid
									van de ruimte rondom de A6. Als gekeken wordt naar de RWS-pijler
									‘de inpassing en vormgeving van Rijkswegen dragen bij aan een
									duurzame en circulaire leefomgeving’ wordt er wel bijgedragen
									aan duurzaamheid. De tussen- en nevenruimte van de weg wordt
									namelijk gebruikt voor de opwekking van hernieuwbare energie. Er
									is in het ontwerp rekening gehouden met een wegverbreding van de
									huidige 2x2 naar een 2x3 snelweg. Mocht deze ontwikkeling in de
									toekomst worden gerealiseerd is hier na de aanleg van A6 zon nog
									steeds ruimte voor.</Al>
		  <Al>Om de negatieve impact te minimaliseren worden de ontwerpkeuzes
									voor het zoveel als mogelijk buiten het zicht houden van de
									opstellocaties vastgelegd als toetsingskader bij
									vergunningverlening. Ook met het toepassen van deze maatregelen
									is sprake van een negatieve impact op de ruimtelijke kwaliteit,
									afgewogen tegen de doelstellingen van het project wordt deze
									impact beschouwd als beperkt en de toekomstige ruimtelijke
									kwaliteit van voldoende niveau om te kunnen spreken van een
									evenwichtige toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_9__div_3__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_9__div_3__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het project is passend in de omgeving. Door inpassing onderdeel
									te maken van het toetsingskader voor vergunningverlening wordt
									bereikt dat de opstellingen op een wijze in de omgeving worden
									ingepast die voldoende rekening houdt met de ruimtelijk
									kwaliteit.</Al>
		  <Al>Vanuit het aspect ruimtelijke kwaliteit en welstand is sprake
									van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_10" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Natuurbescherming</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_10__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__content_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit hoofdstuk zijn de effecten van Energieproject A6 Zon op de
								natuur beschreven. De Omgevingswet regelt het belang van natuur als
								onderdeel van de fysieke leefomgeving. De wet borgt het welzijn van
								de mens, verbetert de bescherming van natuurkwaliteiten en breidt
								deze zo nodig uit. In de Omgevingswet worden drie vormen van
								bescherming onderscheiden:</Al>
		<Lijst eId="acc_I__div_10__content_1__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__content_1__list_o_1" type="expliciet">
		  <Li eId="acc_I__div_10__content_1__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__content_1__list_o_1__item_a">
		    <LiNummer>a.</LiNummer>
		    <Al>Gebiedsbescherming</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_10__content_1__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__content_1__list_o_1__item_b">
		    <LiNummer>b.</LiNummer>
		    <Al>Soortenbescherming</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_10__content_1__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__content_1__list_o_1__item_c">
		    <LiNummer>c.</LiNummer>
		    <Al>Bescherming van houtopstanden</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>Daarnaast is een analyse opgenomen van effecten op NNN-gebieden
								(Natuur Netwerk Nederland) uit de provinciale
								Omgevingsverordening.</Al>
		<Al>Extra maatregelen die genomen moeten worden, worden in de
								omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit, de
								omgevingsvergunning voor een flora en fauna-activiteit en/of een
								besluit tot compensatie en herbegrenzing van NNN geborgd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisie eId="acc_I__div_10__div_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__div_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Gebiedsbescherming</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_10__div_1__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__div_1__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>In overeenstemming met de Omgevingswet moet bij een project
									onderzocht worden of de kwaliteit van natuurlijke habitats
									verslechtert of leefgebieden van soorten significant verstoord
									worden (art 16.53c Omgevingswet). In dat geval zal voor het
									project een vergunning nodig zijn. Afdeling 11.1 van het Besluit
									activiteiten leefomgeving (Bal), behorende bij de Omgevingswet,
									regelt met name de bescherming van gebieden die in het kader van
									de Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn beschermd moeten
									worden. Deze vallen samen onder Natura 2000 en zijn Europees
									beschermd.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_10__div_1__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__div_1__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Voor het beoordelen van effecten op Natura 2000-gebieden is een
									analyse gemaakt van mogelijke significant negatieve gevolgen van
									stikstofdepositie. Hieruit volgt dat deze kunnen worden
									uitgesloten.</Al>
		  <Al>Er is geen ruimtebeslag ter plaatse van Natura
									2000-habitattypen. Ook voor de effecten op
									habitatrichtlijnsoorten door geluid en beweging zijn er bij de
									voorkeursvariant geen negatieve gevolgen. Voor de
									Oostvaardersplassen geldt dat geluidseffecten wel invloed kunnen
									hebben op Natura 2000-vogels van de Vogelrichtlijn. Door de
									bestaande aanwezigheid van de A6, de spoorlijn en het fietspad
									zijn de werkzaamheden echter nauwelijks merkbaar en is deze
									strook al verstoord voor eventuele (broed)vogels. Vanwege het
									project treden er geen negatieve effecten op.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_10__div_1__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__div_1__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Vanuit het aspect gebiedsbescherming is sprake van een
									evenwichtige toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_10__div_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__div_2">
	      <Kop>
		<Opschrift>Soortenbescherming</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_10__div_2__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__div_2__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>In art. 5.1. lid 2 van de Omgevingswet juncto afdeling 11.2 van
									het Bal is de bescherming van soorten en de mogelijkheid om
									vrijstelling te verlenen geregeld. De wet kent 4
									beschermingsregimes voor soorten en elk regime kent zijn eigen
									verbodsbepalingen en vergunningvereisten. Bij de toetsing aan
									het soortbeschermingsdeel wordt bepaald of er beschermde dier-
									en plantensoorten kunnen voorkomen in het plangebied en of deze
									soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van de
									functionaliteit van het leefgebied als gevolg van de ingreep,
									waardoor de gunstige staat van instandhouding in gevaar
									komt.</Al>
		  <Al>In beginsel moet, al dan niet met voorzorgsmaatregelen, worden
									gezorgd dat de functionaliteit van het leefgebied niet wordt
									aangetast en verbodsbepalingen niet worden overtreden. Lukt dat
									niet, dan moeten mitigerende maatregelen genomen worden en zal
									een omgevingsvergunning voor een flora en fauna-activiteit
									moeten worden aangevraagd. Ongeacht vrijstelling of vergunning
									geldt voor alle soorten de zorgplicht zoals beschreven in
									paragraaf 11.27 van het Bal. Deze zorgplicht is van toepassing
									bij alle dier- en plantensoorten. Op grond hiervan dient
									iedereen zoveel als redelijkerwijs mogelijk is schade aan deze
									soorten te voorkomen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_10__div_2__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__div_2__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Binnen het plangebied zijn foerageergebied,
									voortplantingshabitat en leefgebied van vleermuizen, bever,
									wezel, waterspitsmuis, ringslang en rugstreeppad
									aangetroffen.</Al>
		  <Al>Door het treffen van voorzorgsmaatregelen kunnen schadelijke
									handelingen voorkomen worden. Niet alle schadelijke handelingen
									kunnen voorkomen worden: binnen de invloedssfeer van de
									werkzaamheden zullen voor de bovengenoemde functies en
									soortgroepen effecten optreden. Bij activiteiten in het kader
									van dit projectbesluit dienen de voorzorgsmaatregelen in acht
									genomen te worden. Voor de werkzaamheden en activiteiten die
									effecten kunnen hebben, mogen niet zonder een
									omgevingsvergunning voor een flora- en faunactiviteit uitgevoerd
									worden. De verwachting is, op basis van het uitgevoerde
									veldonderzoek en een inventarisatie van de benodigde
									vervolgstappen per aangetroffen soort in het projectgebied, dat
									deze vergunning verleend kan worden.</Al>
		  <Al>In de wijziging omgevingsplan wordt verwezen naar deze
									vergunningplicht, om toekomstige exploitanten te attenderen op
									deze vergunningplicht.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_10__div_2__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__div_2__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Binnen het projectgebied kunnen verschillende beschermde soorten
									voorkomen. Voor de meeste van deze soorten geldt dat een
									overtreding van het Besluit activiteiten leefomgeving voorkomen
									kan worden door het nemen van voorzorgsmaatregelen. Voorafgaand
									aan de uitvoering van activiteiten en werkzaamheden ten behoeve
									van dit project is het nodig om een omgevingsvergunning voor een
									flora en fauna-activiteit aan te vragen en te verkrijgen voor
									het vernielen en/of verstoren van dieren en/of vaste
									voortplantings- en rustplaatsen.</Al>
		  <Al>Vanuit het aspect soortenbescherming is sprake van een
									evenwichtige toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_10__div_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__div_3">
	      <Kop>
		<Opschrift>Bescherming houtopstanden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_10__div_3__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__div_3__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Om bossen te beschermen en vanwege internationale regels geeft
									het Rijk regels voor het vellen van houtopstanden, herbeplanten,
									het verhandelen en bezit van hout(producten) buiten de bebouwde
									kom. Het begrip 'houtopstand' is in de bijlage bij artikel 1.1
									van de Omgevingswet als volgt gedefinieerd: “zelfstandige
									eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend”.
									Individuele bomen vallen dus niet onder het begrip
									'houtopstand', en worden dus niet door de regels van het Bal
									beschermd.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_10__div_3__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__div_3__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Bij de Oostvaardersplassen en de Boog om Lelystad moeten bomen
									worden gekapt voor de aanleg van het project. In de omgeving van
									het project zijn herplantlocaties aangewezen, waar de
									compensatie van de te verwijderen bomen kan worden gerealiseerd.
									Binnen deze aangewezen gebieden is voldoende ruimte beschikbaar
									en toebedeeld aan compensatie voor het energieproject A6 Zon. In
									bijlage 5 (natuur) is een onderbouwing van de haalbaarheid van
									de compensatie van de houtopstanden opgenomen.</Al>
		  <Al>Door de natuurontwikkeling, waarbij houtopstanden worden
									aangeplant, wordt voorzien in de compensatie van de benodigde
									verwijdering van houtopstanden.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_10__div_3__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__div_3__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Om het project A6 Zon Lelystad mogelijk te maken, worden
									houtopstanden verwijderd. Compensatie van deze houtopstanden
									vindt plaats in het kader van de natuurontwikkeling die
									rijkswaterstaat in samenspraak met provincie Flevoland en
									gemeente Lelystad aan het voorbereiden is. Hiertoe is een
									compensatiegebied aangewezen en zijn bestuurlijke afspraken
									gemaakt.</Al>
		  <Al>Vanuit het aspect bescherming houtopstanden is sprake van een
									evenwichtige toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_10__div_4" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__div_4">
	      <Kop>
		<Opschrift>Natuurnetwerk Nederland</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_10__div_4__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__div_4__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het Natuurnetwerk Nederland heeft als doel om natuurgebieden te
									vergroten en met elkaar te verbinden. Hierdoor kunnen planten en
									dieren zich gemakkelijker verspreiden en zijn gebieden beter
									bestand tegen klimatologische veranderingen en negatieve
									milieu-invloeden. In grotere natuurgebieden is bovendien een
									grotere soortendiversiteit te verwachten.</Al>
		  <Al>Op grond van artikel 7.6 e.v. van het Besluit kwaliteit
									leefomgeving worden in de provinciale omgevingsverordening
									Natuurnetwerk Nederland-gebieden aangewezen en regels
									hieromtrent gesteld. De regels die in de omgevingsverordening
									komen verzekeren in ieder geval dat de kwaliteit en oppervlakte
									van het NNN-gebied niet achteruitgaan, de samenhang tussen de
									gebieden van het NNN en tijdige compensatie van een bepaalde
									activiteit die negatieve gevolgen heeft voor het gebied. In de
									Omgevingsverordening provincie Flevoland zijn de regels over NNN
									opgenomen in hoofdstuk 15. Op basis hiervan kan Gedeputeerde
									Staten conform de Beleidsregel 'Herbegrenzing Natuurnetwerk
									Nederland provincie Flevoland' de NNN herbegrenzen ten behoeve
									van de realisatie van initiatieven voor zonne-energie.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_10__div_4__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__div_4__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Ten aanzien van de Natuurnetwerk Nederland (NNN)-gebieden is in
									de aanlegfase tijdelijk sprake van indirecte effecten, zoals
									geluids- en optische verstoring. In de gebruiksfase treden deze
									effecten niet meer op.</Al>
		  <Al>Voor de Boog om Lelystad is sprake van ruimtebeslag op NNN,
									doordat er natuurtype ‘bos’ wordt aangetast en het plaatsen van
									hekwerken noodzakelijk is. Als gevolg van de realisatie van
									project A6 zon zal 12,9 ha aan NNN verloren gaan. Conform het
									bepaalde in de ‘Omgevingsverordening provincie Flevoland’ en het
									in acht nemen van de compensatietoeslag als genoemd in de
									‘Beleidsregel herbegrenzing Natuurnetwerk Nederland provincie
									Flevoland’ zal 20,7 ha NNN elders in Flevoland moeten worden
									gecompenseerd. Conform de beleidsregel dient deze compensatie
									bij voorkeur plaats te vinden aansluitend of nabij het gebied
									waar de ingreep plaatsvindt, onder de voorwaarde dat een
									duurzame situatie ontstaat. Compensatie kan plaatsvinden door
									gebruik te maken van het instrument ‘herbegrenzing’ waarvoor de
									provincie het bevoegde gezag is.</Al>
		  <Al>Deze aantasting van NNN kan worden gecompenseerd.
									Rijkswaterstaat heeft hiervoor compensatiegebied aangewezen in
									samenhang met de ontwikkeling van een woninggebied in de
									gemeente Lelystad. Als onderdeel van deze gebiedsontwikkeling
									wordt ook een natuurontwikkeling voorbereid. De
									natuurcompensatie kan in dit gebied gerealiseerd worden. In
									bijlage 5 (natuur, onderdeel onderbouwing haalbaarheid
									natuurcompensatie) is een uitwerking van de afspraken over de
									natuurcompensatie beschreven. Alvorens met de werkzaamheden kan
									worden gestart, dient een verzoek tot herbegrenzing te worden
									ingediend bij Gedeputeerde Staten van Flevoland waarna zij een
									besluit zullen nemen ten aanzien van de exacte locatie waarop de
									benodigde compensatie zal worden gerealiseerd. De omvang van het
									natuurcompensatiegebied is ruimschoots voldoende om aan de
									compensatieverplichting te kunnen voldoen. Na compensatie
									blijven er geen negatieve effecten over. Provincie, gemeente en
									Rijkswaterstaat zijn in goed overleg tot afspraken over de
									natuurontwikkeling gekomen, waarmee de compensatie voldoende
									verzekerd is in samenhang met dit projectbesluit.</Al>
		  <Al>Opgemerkt wordt dat een alternatieve locatie voor de
									natuurcompensatie kan worden voorgelegd aan de provincie
									Flevoland om de natuurcompensatie te realiseren, waarbij de
									natuurcompensatie is omvang en kwaliteit dient de voldoen aan de
									vigerende (beleids-)regels voor compensatie.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_10__div_4__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_10__div_4__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Vanuit het aspect Natuurnetwerk Nederland is, na herbegrenzing,
									sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan
									locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_11" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_11">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Behouden van de staat en werking van infrastructuur en
							voorzieningen</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_11__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_11__content_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit hoofdstuk zijn de effecten van het project beschouwd op de
								staat en werking van infrastructuur en voorzieningen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisie eId="acc_I__div_11__div_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_11__div_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Beperkingengebieden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_11__div_1__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_11__div_1__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit die de functie
									van een maatschappelijk belangrijk werk of object kan verstoren,
									zoals (spoor)wegen, luchthavens, waterstaatswerken en
									mijnbouwinstallaties op zee. Ter bescherming van het werk of
									object gelden beperkingen voor activiteiten binnen het
									beperkingengebied. Deze beperkingen kunnen zowel in de vorm van
									voorwaarden aan de activiteit voorkomen, als in de vorm van een
									vergunningplicht.</Al>
		  <Al>De hoofdstukken 6 tot met 10 van het Besluit activiteit
									leefomgeving (Bal) bevatten voorschriften voor speciale
									(beperkingen)gebieden in beheer bij het Rijk. In hoofdstuk 8 van
									het Besluit kwaliteit leefomgeving staan de beoordelingsregels
									voor vergunningen. De algemene regels en vergunningplichten voor
									verschillende activiteiten in de Noordzee staan in hoofdstuk 7
									van het Bal. Bij elk van deze activiteiten staan de algemene
									regels en er staat wanneer een vergunningplicht geldt. De
									beoordelingsregels voor de omgevingsvergunning voor een
									beperkingengebiedactiviteit in of bij de Noordzee staan in
									artikel 8.84 en 8.90 van het Bkl.</Al>
		  <Al>Het bevoegd gezag moet bij het beoordelen ook rekening houden
									met de stroomgebiedbeheerplannen,
									overstromingsrisicobeheerplannen en het nationaal
									waterprogramma. Dit staat in artikel 8.84 van het Bkl. Het
									bevoegd gezag mag alleen een vergunning verlenen als een
									beperkingengebiedactiviteit niet in strijd is met de doelen van
									de wet (het benutten en beschermen van de fysieke
									leefomgeving).</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_11__div_1__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_11__div_1__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Alle locaties zijn gelegen in de directe nabijheid van
									rijkswegen. Bij het bepalen van de locaties, de vormgeving en de
									haalbaarheid, is het belang van de staat en werking van de
									infrastructuur als basisvoorwaarde betrokken. De wegbeheerder is
									tevens initiatiefnemer.</Al>
		  <Al>De aanleg en de exploitatie is zorgvuldig bepaald, er is op
									voorhand geen sprake van een impact op de staat en werking van
									de infrastructuur. Om dit ook bij de uitvoering te borgen, zal
									een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden voor het
									uitvoeren van een beperkingengebiedactiviteit. Binnen deze
									vergunningverlening zullen de voorwaarden om de staat en werking
									van de infrastructuur te borgen worden getoetst en zonodig in
									voorschriften worden opgenomen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_11__div_1__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_11__div_1__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De vergunningverlening is haalbaar. Vanuit het aspect
									beperkingengebieden is sprake van een evenwichtige toedeling van
									functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_11__div_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_11__div_2">
	      <Kop>
		<Opschrift>Kabels en leidingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_11__div_2__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_11__div_2__content_1">
		<Kop>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Voor het toetsingskader wordt verwezen naar paragraaf
									11.2.1.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_11__div_2__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_11__div_2__content_2">
		<Kop>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Binnen het projectgebied zijn geen kabels en leidingen met een
									planologische beschermingszone aanwezig. Om de opgewekte
									zonnestroom op het elektriciteitsnetwerk te brengen, zullen
									kabels en leidingen aangelegd moeten worden. Dit is mogelijk.
									Daar waar dit plaats vindt binnen het beperkingengebied van de
									weg, zal een toetsing aan paragraaf 8.2.2 van het Bal gedaan
									moeten worden: voorafgaand aan de werkzaamheden dient een
									melding gedaan te worden (artikel 8.20 Bal).</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_11__div_2__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_11__div_2__content_3">
		<Kop>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Vanuit het aspect kabels en leidingen is sprake van een
									evenwichtige toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_12" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_12">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Uitvoerbaarheid</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_12__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_12__content_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Financiële uitvoerbaarheid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De kosten van de aanleg en instandhouding van de voorgenomen
								ontwikkeling en het risico, komen volledig voor rekening van de nog
								te selecteren toekomstige exploitant. De economische uitvoerbaarheid
								is hiermee verzekerd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_12__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_12__content_2">
	      <Kop>
		<Opschrift>Kostenverhaal</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet dient het bevoegd gezag
								gemaakte kosten te verhalen. Het voorliggende projectbesluit
								voorziet niet in een aangewezen activiteit zoals bedoeld in artikel
								8.13 van het Omgevingsbesluit. Daarom is het gelet op het bepaalde
								in artikel 13.14 e.v. Ow niet verplicht kostenverhaalvoorschriften
								te verbinden aan het projectbesluit of kostenverhaalsregels toe te
								voegen aan het omgevingsplan.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_12__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_12__content_3">
	      <Kop>
		<Opschrift>Vestiging zakelijk recht</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het Energieproject A6 zon Lelystad wordt gerealiseerd op gronden in
								beheer van Rijkswaterstaat. Na de vaststelling en publicatie van het
								projectbesluit worden de gronden van Rijkswaterstaat via een
								openbare tenderprocedure beschikbaar gesteld en start de
								inschrijving voor de realisatiefase. De gekozen ontwikkelaar(s)
								legt/leggen vervolgens het zonnepark aan, waarna de exploitatiefase
								van start gaat.</Al>
		<Al>De beschikbaarheid van de gronden is hiermee verzekerd.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_13" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_13">
	    <Kop>
	      <Opschrift>Formele procedure</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_13__content_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_13__content_1">
	      <Kop>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor het vaststellen van een projectbesluit geldt de
								projectprocedure</Al>
		<Al>van afdeling 5.2 Omgevingswet. De projectprocedure bestaat (in dit
								geval) uit de volgende stappen:</Al>
		<Lijst eId="acc_I__div_13__content_1__list_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_13__content_1__list_o_1" type="expliciet">
		  <Li eId="acc_I__div_13__content_1__list_o_1__item_a" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_13__content_1__list_o_1__item_a">
		    <LiNummer>a.</LiNummer>
		    <Al>Kennisgeving Voornemen en Voorstel voor participatie (stap 1
										van onderstaand schema)</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_13__content_1__list_o_1__item_b" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_13__content_1__list_o_1__item_b">
		    <LiNummer>b.</LiNummer>
		    <Al>Verkenning (waaronder stap 2, 3, 4 en 6 van het onderstaande
										schema)</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_13__content_1__list_o_1__item_c" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_13__content_1__list_o_1__item_c">
		    <LiNummer>c.</LiNummer>
		    <Al>Projectbesluit (stap 7 en 8 van onderstaand schema)</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Figuur eId="acc_I__div_13__content_1__img_o_1" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_13__content_1__img_o_1">
		  <Illustratie naam="stcrt-2026-21626-2.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="823" hoogte="922" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		  <Bijschrift locatie="onder">Figuur 13.1 stappen in de
									projectprocedure</Bijschrift>
		</Figuur>
		<Al>Ter afsluiting van de verkenning is in dit geval een
								voorkeursalternatief gekozen (zie paragraaf 4.2.2).</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_13__content_2" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_13__content_2">
	      <Kop>
		<Opschrift>Verkenningsfase</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In de verkenning onderzoekt het bevoegd gezag de mogelijke
								oplossingen voor een opgave. De verkenning moet voldoende informatie
								bieden om een projectbesluit te kunnen opstellen. Het
								milieueffectrapport is onderdeel van de verkenning. In artikel 5.48
								Ow is bepaald dat het bevoegd gezag bij de verkenning de nodige
								kennis en inzichten vergaart over:</Al>
		<Al>a. de aard van de opgave,</Al>
		<Al>b. de voor de fysieke leefomgeving relevante ontwikkelingen;
								en,</Al>
		<Al>c. de mogelijke oplossingen voor die opgave.</Al>
		<Al>Zie voor een uitgebreide toelichting op de verkenningsfase paragraaf
								4.2.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_13__content_3" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_13__content_3">
	      <Kop>
		<Opschrift>Voorbereidingsfase</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De minister van Klimaat en Groene Groei heeft op 12 december 2024 de
								NRD en het VKA vastgesteld. Hier is op vrijdag 20 december 2024 een
								kennisgeving over in de Staatscourant geplaatst. Vervolgens is dit
								VKA in afstemming met de betrokken bestuursorganen opgenomen in een
								concept projectbesluit, gebaseerd op het MER.</Al>
		<Al>Tijdens de gehele voorbereiding (waaronder de verkenning) is
								participatie gevoerd. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_13__content_4" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_13__content_4">
	      <Kop>
		<Opschrift>Ontwerpfase</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het projectbesluit wordt voorbereid met toepassing van afdeling 3.4
								Algemene wet bestuursrecht (Awb) (de uitgebreide openbare
								voorbereidingsprocedure). Het ontwerp van het projectbesluit is met
								bijbehorende stukken ter inzage gelegd, zowel elektronisch (in het
								Omgevingsloket) als op locatie. De kennisgeving met de volledige
								inhoud van het ontwerp-projectbesluit heeft plaatsgevonden via de
								Staatscourant. Een ieder kan zienswijzen naar voren brengen naar
								aanleiding van het ontwerp-projectbesluit.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_13__content_5" wId="mnre1045_1-0__acc_I__div_13__content_5">
	      <Kop>
		<Opschrift>Vaststellingsfase</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De ingekomen zienswijzen worden in een Nota van Antwoord Zienswijzen
								samengevat en van een antwoord voorzien. Eventueel leidt de
								zienswijze tot een aanpassing van het projectbesluit. Dan wordt dat
								aangegeven. Bij het opstellen van het definitieve projectbesluit
								worden de zienswijzen en adviezen betrokken.</Al>
		<Al>Het definitieve projectbesluit wordt door de minister van Klimaat en
								Groene Groei (KGG) in overeenstemming met de minister van VRO
								vastgesteld en bekend gemaakt door plaatsing in de Staatscourant.
								Vervolgens worden de stukken voor 6 weken ter inzage gelegd, zowel
								digitaal als op locatie. Aan degenen die een zienswijze ingediend
								hebben op het ontwerp-projectbesluit wordt een exemplaar van het
								projectbesluit toegezonden.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	  </Divisie>
	</Motivering>
      </BesluitCompact>
    </Staatscourant>
  </OfficielePublicatie>
</OfficielePublicatie>
