<OfficielePublicatie schemaversie="1.2.0" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/lvbb/stop/uitlevering/">
  <ExpressionIdentificatie xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
    <FRBRWork>/akn/nl/officialGazette/stcrt/2026/21502</FRBRWork>
    <FRBRExpression>/akn/nl/officialGazette/stcrt/2026/21502/nld@2026-06-12</FRBRExpression>
    <soortWork>/join/id/stop/work_015</soortWork>
  </ExpressionIdentificatie>
  <OfficielePublicatieVersieMetadata xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
    <gepubliceerdOp>2026-06-12</gepubliceerdOp>
  </OfficielePublicatieVersieMetadata>
  <OfficielePublicatieMetadata xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
    <heeftCiteertitelInformatie>
      <CiteertitelInformatie>
	<citeertitel>Besluit tot vaststelling van het projectbesluit Gaswinning L7-F op het Nederlands Continentaal Plat</citeertitel>
	<isOfficieel>true</isOfficieel>
      </CiteertitelInformatie>
    </heeftCiteertitelInformatie>
    <eindverantwoordelijke>/tooi/id/ministerie/mnre1045</eindverantwoordelijke>
    <informatieobjectRefs>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/mnre1182/2025/pb_gaswinning_L7_F_projectgebied/nld@2026-05-28</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/mnre1182/2025/pb_gaswinning_L7F_winlocatie/nld@2026-05-28</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/mnre1182/2025/pb_gaswinning_L7_F_pijpleiding/nld@2026-05-28</informatieobjectRef>
    </informatieobjectRefs>
    <jaargang>2026</jaargang>
    <maker>/tooi/id/ministerie/mnre1182</maker>
    <officieleTitel>Besluit tot vaststelling van het projectbesluit Gaswinning L7-F op het Nederlands Continentaal Plat</officieleTitel>
    <ondertekendOp>2026-06-05</ondertekendOp>
    <onderwerpen>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_9af4b880</onderwerp>
    </onderwerpen>
    <publicatieIdentifier>stcrt-2026-21502</publicatieIdentifier>
    <publicatienaam>Staatscourant 2026, 21502</publicatienaam>
    <publicatieblad>/tooi/def/concept/c_0670bae1</publicatieblad>
    <publicatienummer>21502</publicatienummer>
    <publiceert>/akn/nl/bill/mnre1182/2026/000010/nld@2026-06-10</publiceert>
    <soortProcedure>/join/id/stop/proceduretype_definitief</soortProcedure>
    <rechtsgebieden>
      <rechtsgebied>/tooi/def/concept/c_638d8062</rechtsgebied>
    </rechtsgebieden>
    <uitgever>/tooi/id/ministerie/mnre1034</uitgever>
    <soortPublicatie>/join/id/stop/soortpublicatie_001</soortPublicatie>
  </OfficielePublicatieMetadata>
  <OfficielePublicatie xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
    <Staatscourant>
      <Bladaanduiding>
	<Titelregel>Staatscourant</Titelregel>
	<Titelregel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</Titelregel>
      </Bladaanduiding>
      <BesluitCompact>
	<RegelingOpschrift eId="longTitle" wId="longTitle">
	  <Al>Besluit tot vaststelling van het projectbesluit Gaswinning L7-F op het
                    Nederlands Continentaal Plat</Al>
	</RegelingOpschrift>
	<Aanhef eId="formula_1" wId="formula_1">
	  <Al>De staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei (KGG), in overeenstemming met de
                    minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO)</Al>
	  <Al>gelet op artikel 5.44 van de Omgevingswet</Al>
	  <Al>overwegende,</Al>
	  <Al>dat het ten behoeve van het project Gaswinning L7-F op het Nederlands
                    Continentaal Plat noodzakelijk is een planologische regeling als bedoeld in de
                    Omgevingswet (hierna: Ow) te treffen;</Al>
	  <Al>dat op grond van artikel 141a, lid 1 onder a van de Mijnbouwwet de
                    coördinatieregeling van afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van
                    toepassing is en de planologische regeling wordt vormgegeven in de vorm van een
                    projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 e.v. Ow;</Al>
	  <Al>dat het gezien de cruciale rol van aardgas in het Nederlands energiesysteem, dat
                    minder uitstoot van CO2 en minder vervuilende stoffen geeft dan het gebruik van
                    steenkool of olie, noodzakelijk is om de exploitatie van een
                    gaswinningsinstallatie te realiseren, gezien dit een belangrijke brandstof is in
                    de transitie naar een energievoorziening op basis van hernieuwbare bronnen;</Al>
	  <Al>dat Nederland afhankelijker is geworden van gasimport uit het buitenland en
                    daardoor het nationale beleid zich nu richt op maximale, veilige winning uit
                    kleine Nederlandse gasvelden met name op de Noordzee;</Al>
	  <Al>dat gaswinning uit eigen velden voordelen oplevert voor het klimaat, de economie
                    en de leveringszekerheid en dit een lagere CO2-uitstoot heeft dan geïmporteerd
                    gas en de afhankelijkheid van andere landen beperkt;</Al>
	  <Al>dat omtrent het voornemen overleg als bedoeld in artikel 2.2 Ow is gepleegd met
                    de uitvoeringsdiensten van het Rijk, Rijkswaterstaat, Rijksdienst voor Cultureel
                    Erfgoed, Staatstoezicht op de Mijnen, Kustwacht Nederland en andere
                    overlegpartners die betrokken zijn bij de zorg voor de fysieke leefomgeving of
                    belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding
                    zijn;</Al>
	  <Al>dat omtrent het voornemen en het projectbesluit participatie is gevoerd als
                    bedoeld in art. 5.47, lid 4 en 5.51 Ow, alsmede art. 5.3 Omgevingsbesluit
                    (Ob);</Al>
	  <Al>onder verwijzing naar de Nota van Antwoord Voornemen en Participatieplan, de
                    vastgestelde Notitie Reikwijdte en Detailniveau, de Reactienota zienswijzen
                    Ontwerp Projectbesluit en bijbehorende uitvoeringsbesluiten Gaswinning Noordzee
                    L7-F, de motivering bij het projectbesluit en de hieraan ten grondslag liggende
                    onderzoeken, waaronder de milieueffectrapportage gaswinning L7-F;</Al>
	  <Al>Besluit:</Al>
	</Aanhef>
	<Lichaam eId="body" wId="body">
	  <WijzigArtikel eId="art_I" wId="mnre1182_1-0__art_I">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>I</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Het projectbesluit ‘Gaswinning L7-F’ vast te stellen, zoals deze in <IntRef ref="cmp_A" scope="WijzigBijlage">Bijlage A</IntRef> bij dit besluit is
                        opgenomen.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <Artikel eId="art_II" wId="mnre1182_1-0__art_II">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>II</Nummer>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al>Dit projectbesluit treedt inwerking vier weken na bekendmaking in de
                            Staatscourant. </Al>
	    </Inhoud>
	  </Artikel>
	</Lichaam>
	<Sluiting eId="formula_2" wId="formula_2">
	  <Al>Aldus vastgesteld</Al>
	  <Al>De staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei,</Al>
	  <Al>Jo-Annes de Bat</Al>
	</Sluiting>
	<WijzigBijlage eId="cmp_A" wId="mnre1182_1-0__cmp_A">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>A</Nummer>
	    <Opschrift> Artikel I</Opschrift>
	  </Kop>
	  <RegelingVrijetekst componentnaam="regeling" wordt="/akn/nl/act/mnre1182/2025/000009/nld@2026-06-10">
	    <RegelingOpschrift eId="longTitle" wId="longTitle">
	      <Al>Besluit tot vaststelling van het projectbesluit Gaswinning L7-F op het
                            Nederlands Continentaal Plat</Al>
	    </RegelingOpschrift>
	    <Lichaam eId="body" wId="body">
	      <Divisie eId="div_1" wId="mnre1182_1-0__div_1">
		<Kop>
		  <Nummer>1</Nummer>
		  <Opschrift>Beschrijving van het project</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst eId="div_1__content_1" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_1">
		  <Kop>
		    <Nummer>1.1</Nummer>
		    <Opschrift>Inleiding</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De initiatiefnemer van het project is Eni Energy Netherlands
                                        B.V. (hierna: Eni Energy). Zij is de grootste
                                        aardgasproducent op het Nederlandse deel van de Noordzee en
                                        levert hiermee een belangrijke bijdrage aan de
                                        energiezekerheid in Nederland. Eni Energy is voornemens het
                                        aardgasveld in de blokdelen L07e/L08f op het Nederlands
                                        Continentaal Plat te ontwikkelen. Dit betreft een klein
                                        gasveld onder het Nederlandse deel van de Noordzee. Voor de
                                        winning wordt een nieuw productieplatform (L7-F) op de
                                        zeebodem geplaatst, bestaande uit een nieuwe onderbouw (het
                                        jacket) en de bovenbouw (de topside) van het huidige E17-A
                                        platform, dat binnenkort buiten gebruik wordt gesteld. Met
                                        behulp van een tijdelijk boorplatform wordt de bestaande
                                        exploratieput L7-17-ST1 omgebouwd tot productieput. Eveneens
                                        zullen nog maximaal twee extra putten worden geboord. Het
                                        gewonnen aardgas wordt via een nieuw aan te leggen <IntIoRef eId="div_1__content_1__ref_o_1" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_1__ref_o_1" ref="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1">pijpleiding</IntIoRef> aangesloten op het bestaande
                                        NOGAT-transportnetwerk. Eni Energy voorziet een
                                        winningsperiode van tien tot vijftien jaar. Daarna zullen de
                                        installaties worden opgeruimd volgens de dan geldende wet-
                                        en regelgeving. De voorziene positie van het L7-F-platform
                                        is weergegeven in onderstaande</Al>
		    <Al>Met dit projectbesluit wordt het <IntIoRef eId="div_1__content_1__ref_o_2" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_1__ref_o_2" ref="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">project gaswinning L7-F</IntIoRef> planologisch
                                        mogelijk gemaakt. De Minister van Klimaat en Groene Groei en
                                        de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
                                        zijn bevoegd gezag voor het projectbesluit. Daar waar in dit
                                        projectbesluit de ministers worden genoemd, worden
                                        voornoemde ministers bedoeld. Eni Energy is voornemens om
                                        aardgas te winnen door een nieuw te plaatsen
                                        mijnbouwinstallatie (platform) te realiseren. Een impressie
                                        van de ligging van gaswinning L7-F is opgenomen in
                                        onderstaande figuur.</Al>
		    <Figuur eId="div_1__content_1__img_o_1" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_1__img_o_1">
		      <Titel>Figuur 1 Ligging projectlocatie platform L7-F in het
                                            Friese Front</Titel>
		      <Illustratie naam="stcrt-2026-21502-4.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="645" hoogte="449" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		    </Figuur>
		    <Al>Paragraaf 1.2 omvat de projectbeschrijving. Vervolgens
                                        worden in paragrafen 1.3 en 1.4 de permanente en tijdelijke
                                        maatregelen en voorzieningen beschreven. Paragraaf 1.5 gaat
                                        in op de maatregelen ter voorkoming, beperking of
                                        compensatie van nadelige gevolgen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_1__content_2" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_2">
		  <Kop>
		    <Nummer>1.2</Nummer>
		    <Opschrift>Projectbeschrijving</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Eni Energy is voornemens het aardgasveld in de blokdelen
                                        L7e/L8f op het Nederlands Continentaal Plat te ontwikkelen.
                                        Het betreft een klein gasveld onder het Nederlandse deel van
                                        de Noordzee. Voor de winning wordt een nieuw
                                        productieplatform (L7-F) op de zeebodem geplaatst. Dit
                                        bestaat uit een nieuw jacket en de topside van het huidige
                                        E17-A platform, dat binnenkort buiten gebruik wordt
                                        gesteld.</Al>
		    <Al>Met een tijdelijk boorplatform wordt de bestaande
                                        exploratieput L7-17-ST1 omgebouwd tot productieput.
                                        Daarnaast worden maximaal twee extra putten geboord. Het
                                        gewonnen aardgas wordt via een nieuwe <IntIoRef eId="div_1__content_2__ref_o_3" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_2__ref_o_3" ref="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1">pijpleiding</IntIoRef> aangesloten op het bestaande
                                        NOGAT-transportnetwerk. Eni Energy voorziet een
                                        winningsperiode van tien tot vijftien jaar, waarna de
                                        installaties worden opgeruimd volgens de dan geldende wet-
                                        en regelgeving.</Al>
		    <Al>Concreet omvat het project de volgende onderdelen:</Al>
		    <Lijst eId="div_1__content_2__list_o_1" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_2__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		      <Li eId="div_1__content_2__list_o_1__item_a" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_2__list_o_1__item_a">
			<Al>installatie van de <IntIoRef eId="div_1__content_2__list_o_1__item_a__ref_o_4" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_2__list_o_1__item_a__ref_o_4" ref="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1">mijnbouwinstallatie L7-F</IntIoRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_2__list_o_1__item_b" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_2__list_o_1__item_b">
			<Al>ombouwen van <IntIoRef eId="div_1__content_2__list_o_1__item_b__ref_o_5" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_2__list_o_1__item_b__ref_o_5" ref="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1">de exploratieput L7-17-ST1</IntIoRef> tot
                                                  <IntIoRef eId="div_1__content_2__list_o_1__item_b__ref_o_6" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_2__list_o_1__item_b__ref_o_6" ref="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1">productieput L7-F1</IntIoRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_2__list_o_1__item_c" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_2__list_o_1__item_c">
			<Al>boren en testen van <IntIoRef eId="div_1__content_2__list_o_1__item_c__ref_o_7" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_2__list_o_1__item_c__ref_o_7" ref="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1">twee nieuwe putten</IntIoRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_2__list_o_1__item_d" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_2__list_o_1__item_d">
			<Al>aanleggen en onderhouden van een 27 kilometer lange
                                                  <IntIoRef eId="div_1__content_2__list_o_1__item_d__ref_o_8" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_2__list_o_1__item_d__ref_o_8" ref="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1">pijpleiding</IntIoRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_2__list_o_1__item_e" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_2__list_o_1__item_e">
			<Al>productie van 2,5 tot 3 miljoen Nm3 aardgas per dag
                                                via de <IntIoRef eId="div_1__content_2__list_o_1__item_e__ref_o_9" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_2__list_o_1__item_e__ref_o_9" ref="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1">mijnbouwinstallatie L7-F</IntIoRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_2__list_o_1__item_f" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_2__list_o_1__item_f">
			<Al>behandelen en op specificatie brengen van het
                                                aardgas;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_2__list_o_1__item_g" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_2__list_o_1__item_g">
			<Al>behandelen en lozen van vrijkomend sanitair
                                                afvalwater;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_2__list_o_1__item_h" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_2__list_o_1__item_h">
			<Al>afvoer van geproduceerd aardgas en condensaat per
                                                  <IntIoRef eId="div_1__content_2__list_o_1__item_h__ref_o_10" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_2__list_o_1__item_h__ref_o_10" ref="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1">pijpleiding</IntIoRef> naar het bestaande
                                                NOGAT-gastransport systeem en het gasnet op het
                                                vasteland.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_1__content_3" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_3">
		  <Kop>
		    <Nummer>1.3</Nummer>
		    <Opschrift>Permanente maatregelen en voorzieningen ten behoeve
                                        van de realisatie van het project</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In het kader van het project worden de volgende permanente
                                        voorzieningen gerealiseerd:</Al>
		    <Lijst eId="div_1__content_3__list_o_1" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_3__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		      <Li eId="div_1__content_3__list_o_1__item_a" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_3__list_o_1__item_a">
			<Al>de aanleg van een <IntIoRef eId="div_1__content_3__list_o_1__item_a__ref_o_11" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_3__list_o_1__item_a__ref_o_11" ref="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1">pijpleiding</IntIoRef> van circa 27 kilometer
                                                voor van het transport van het aardgas naar het
                                                bestaande NOGAT-transportnetwerk;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_3__list_o_1__item_b" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_3__list_o_1__item_b">
			<Al>de <IntIoRef eId="div_1__content_3__list_o_1__item_b__ref_o_12" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_3__list_o_1__item_b__ref_o_12" ref="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1">productieput L7-F1</IntIoRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_3__list_o_1__item_c" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_3__list_o_1__item_c">
			<Al><IntIoRef eId="div_1__content_3__list_o_1__item_c__ref_o_13" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_3__list_o_1__item_c__ref_o_13" ref="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1">twee nieuwe putten</IntIoRef> die worden geboord
                                                en getest.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>De ontmantelingsfase maakt onderdeel uit van het project en
                                        zorgt ervoor dat de installaties na beëindiging van de
                                        gaswinning worden verwijderd, maar bovenstaande
                                        voorzieningen blijven aanwezig na beëindiging van het
                                        project mits dit niet strijdig is met dan geldende wet- en
                                        regelgeving.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_1__content_4" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_4">
		  <Kop>
		    <Nummer>1.4</Nummer>
		    <Opschrift>Tijdelijke maatregelen en voorzieningen ten behoeve
                                        van de realisatie van het project</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Binnen het project zal er sprake zijn van een aantal
                                        tijdelijke maatregelen en voorzieningen:</Al>
		    <Lijst eId="div_1__content_4__list_o_1" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_4__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		      <Li eId="div_1__content_4__list_o_1__item_a" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_4__list_o_1__item_a">
			<Al>aanwezigheid van het productieplatform L7-F in het
                                                  <IntIoRef eId="div_1__content_4__list_o_1__item_a__ref_o_14" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_4__list_o_1__item_a__ref_o_14" ref="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">projectgebied</IntIoRef> tot het einde van de
                                                ontmantelingsfase.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_1__content_5" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_5">
		  <Kop>
		    <Nummer>1.5</Nummer>
		    <Opschrift>Maatregelen ter voorkoming, beperking of compensatie
                                        van nadelige gevolgen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden worden
                                        verschillende natuurbeschermende maatregelen getroffen om
                                        mogelijke effecten op het milieu en de natuur te voorkomen
                                        of te beperken, dit zijn ook wel de mitigerende maatregelen.
                                        De mitigerende maatregelen die worden genomen in het kader
                                        van dit project zijn opgenomen in de omgevingsvergunningen.
                                        Daarnaast worden natuurversterkende maatregelen
                                        toegepast.</Al>
		    <Al><strong>Natuurbeschermende maatregelen</strong></Al>
		    <Al>De natuurbeschermende maatregelen worden genomen in het
                                        kader van de vergunningsaanvragen. De natuurbeschermende
                                        maatregelen zijn gericht op het beperken van
                                        lichtvervuiling, werken buiten kwetsbare perioden,
                                        aanpassingen aan de begraafmethode van kabels en leidingen
                                        en het beperken van onderwatergeluid.</Al>
		    <Al><strong>Natuurversterkende maatregelen</strong></Al>
		    <Al>De natuurversterkende maatregelen worden genomen in het
                                        kader van onderhavig projectbesluit. Hieronder worden deze
                                        kort toegelicht, voor een uitgebreidere toelichting van deze
                                        natuurversterkende maatregelen wordt verwezen naar het
                                            <IntRef ref="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_12" scope="Begrip">MER</IntRef> in bijlage III.</Al>
		    <Al><i>Natuurinclusieve erosiebescherming:</i></Al>
		    <Al>- Op de laatste circa 100 meter van de onbegraven <IntIoRef eId="div_1__content_5__ref_o_15" wId="mnre1182_1-0__div_1__content_5__ref_o_15" ref="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1">pijpleiding</IntIoRef> en aansluitstukken richting het
                                        L7-F platform worden natuurinclusieve matrassen
                                        geplaatst.</Al>
		    <Al><i>Kunstmatige riffen in waterkolom:</i></Al>
		    <Al>- Vishotel: bij de constructie van het jacket worden
                                        vishotels ingebouwd.</Al>
		    <Al>- Biohut: aan smalle sleuven en spleten van de
                                        onderconstructie van het L7-F platform worden biohutten
                                        bevestigd om schuil- en groeiplaatsen voor mariene soorten
                                        te bevorderen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Divisie>
	    </Lichaam>
	    <Bijlage eId="cmp_I" wId="mnre1182_1-0__cmp_I">
	      <Kop>
		<Label>Bijlage</Label>
		<Nummer>I</Nummer>
		<Opschrift>Overzicht informatieobjecten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="cmp_I__content_o_1" wId="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1">
		<Inhoud>
		  <Begrippenlijst eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" wId="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1">
		    <Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1" wId="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
		      <Term>projectgebied</Term>
		      <Definitie>
			<Al>
                                                <ExtIoRef eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" wId="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/mnre1182/2025/pb_gaswinning_L7_F_projectgebied/nld@2026-05-28" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/mnre1182/2025/pb_gaswinning_L7_F_projectgebied/nld@2026-05-28</ExtIoRef>
                                            </Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2" wId="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
		      <Term>Winlocatie</Term>
		      <Definitie>
			<Al>
                                                <ExtIoRef eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" wId="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/mnre1182/2025/pb_gaswinning_L7F_winlocatie/nld@2026-05-28" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/mnre1182/2025/pb_gaswinning_L7F_winlocatie/nld@2026-05-28</ExtIoRef>
                                            </Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3" wId="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
		      <Term>Pijpleiding</Term>
		      <Definitie>
			<Al>
                                                <ExtIoRef eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" wId="mnre1182_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/mnre1182/2025/pb_gaswinning_L7_F_pijpleiding/nld@2026-05-28" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/mnre1182/2025/pb_gaswinning_L7_F_pijpleiding/nld@2026-05-28</ExtIoRef>
                                            </Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		  </Begrippenlijst>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Bijlage>
	    <Bijlage eId="cmp_II" wId="mnre1182_1-0__cmp_II">
	      <Kop>
		<Label>Bijlage</Label>
		<Nummer>II</Nummer>
		<Opschrift>Begrippen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="cmp_II__content_o_1" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1">
		<Inhoud>
		  <Begrippenlijst eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1">
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
		      <Term>ADD</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Acoustic Deterrent Device</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
		      <Term>BBT</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Beste beschikbare techniek</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
		      <Term>dB(A)</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Decibel</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
		      <Term>EEZ</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Exclusieve Economische Zone</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
		      <Term>I&amp;W</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_6" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
		      <Term>KGG</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Ministerie van Klimaat en Groene Groei</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_7" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
		      <Term>LVVN</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
                                                en Natuur</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_8" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
		      <Term>Mbb</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Mijnbouwbesluit</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_9" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
		      <Term>Mbw</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Mijnbouwwet</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_10" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
		      <Term>Mbr</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Mijnbouwregeling</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
		      <Term>mer</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Milieueffectrapportage</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_12" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
		      <Term>MER</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Milieueffectrapport</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_13" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
		      <Term>MMO</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Marine Mammal Observer</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_14" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
		      <Term>NCP</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Nederlands Continentaal Plat</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_15" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
		      <Term>NOGAT</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Northern Offshore Gas Transport</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_16" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
		      <Term>NPE</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Nationaal Plan Energiesysteem</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_17" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_17">
		      <Term>NRD</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Notitie Reikwijdte en Detailniveau</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_18" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_18">
		      <Term>Ow</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Omgevingswet</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_19" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_19">
		      <Term>PAM</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Passive Acoustic Monitoring</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_20" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_20">
		      <Term>PEH</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Programma Energie Hoofdstructuur</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_21" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_21">
		      <Term>PNEC</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Predicted no-effect concentration</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_22" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_22">
		      <Term>RVO</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Rijksdienst voor Ondernemend Nederland</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		    <Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_23" wId="mnre1182_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_23">
		      <Term>SodM</Term>
		      <Definitie>
			<Al>Staatstoezicht op de Mijnen</Al>
		      </Definitie>
		    </Begrip>
		  </Begrippenlijst>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Bijlage>
	    <Bijlage eId="cmp_III" wId="mnre1182_1-0__cmp_III">
	      <Kop>
		<Label>Bijlage</Label>
		<Nummer>III</Nummer>
		<Opschrift>Milieueffectrapport</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="cmp_III__div_1__content_1" wId="mnre1182_1-0__cmp_III__div_1__content_1">
		<Inhoud>
		  <Al>Zie voor het volledige milieueffectrapport ​<ExtRef soort="URL" ref="https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopende-projecten/gaswinning-l7-f">de projectpagina op de website van de Rijksdienst van
                                        Ondernemend Nederland</ExtRef>.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Bijlage>
	  </RegelingVrijetekst>
	</WijzigBijlage>
	<Motivering eId="acc_I" wId="mnre1182_1-0__acc_I">
	  <Kop>
	    <Opschrift>Besluit Motivering</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisie eId="acc_I__div_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_1">
	    <Kop>
	      <Nummer>1</Nummer>
	      <Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_1__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_1__content_1">
	      <Kop>
		<Nummer>1.1</Nummer>
		<Opschrift>Aanleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (hierna: KGG)<Noot id="v1" type="voet">
		    <NootNummer>1</NootNummer>
		    <Al>Sinds 23 februari 2026 samengevoegd met het Ministerie van
                                        Economische Zaken tot het Ministerie van Economische Zaken
                                        en Klimaat</Al>
		  </Noot> heeft van Eni Energy Netherlands B.V. (hierna: Eni Energy)
                                een verzoek ontvangen om gaswinning mogelijk te maken in het
                                aardgasveld in de blokdelen L07e/L08f in het Nederlands deel van de
                                Exclusieve Economische Zone (deze zone wordt ook wel het Nederlands
                                Continentaal Plat genoemd). Het project omvat het plaatsen en
                                exploiteren van een productieplatform, het boren van nog maximaal
                                twee productieputten, het aanleggen van een pijpleiding vanaf de
                                productielocatie naar de reeds bestaande NOGAT-leiding en het winnen
                                van aardgas gedurende een periode van 10-15 jaar. Het nieuwe
                                platform genaamd L7-F is gepland op een afstand van ongeveer 70 km
                                ten noordwesten van Den Helder.</Al>
		<Al>Deze motivering beschrijft het project en de achtergrond daarvan.
                                Per milieuthema worden de gevolgen voor de fysieke leefomgeving als
                                gevolg van het project beschreven en welke maatregelen worden
                                genomen om die effecten te beperken, danwel te compenseren.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_1__content_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_1__content_2">
	      <Kop>
		<Nummer>1.2</Nummer>
		<Opschrift>Het Project</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De initiatiefnemer van het project is Eni Energy. Zij is de grootste
                                aardgasproducent op het Nederlandse deel van de Noordzee en levert
                                hiermee een belangrijke bijdrage aan de energiezekerheid in
                                Nederland. Eni Energy is voornemens het aardgasveld in de blokdelen
                                L07e/L08f op het Nederlands Continentaal Plat te ontwikkelen. Dit
                                betreft een klein gasveld onder het Nederlandse deel van de
                                Noordzee. Voor de winning wordt een nieuw productieplatform (L7-F)
                                op de zeebodem geplaatst, bestaande uit een nieuwe onderbouw (het
                                jacket) en de bovenbouw (de topside) van het huidige E17-A platform,
                                dat binnenkort buiten gebruik wordt gesteld. Met behulp van een
                                tijdelijk boorplatform wordt de bestaande exploratieput L7-17-ST1
                                omgebouwd tot productieput. Eveneens zullen nog maximaal twee extra
                                putten worden geboord. Het gewonnen aardgas wordt via een nieuw aan
                                te leggen pijpleiding aangesloten op het bestaande
                                NOGAT-transportnetwerk. Eni Energy voorziet een winningsperiode van
                                tien tot vijftien jaar. Daarna zullen de installaties worden
                                opgeruimd volgens de dan geldende wet- en regelgeving. De voorziene
                                positie van het L7-F-platform is weergegeven in onderstaande
                                figuur.</Al>
		<Figuur eId="acc_I__div_1__content_2__img_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_1__content_2__img_o_1">
		  <Illustratie naam="stcrt-2026-21502-1.jpeg" formaat="image/jpeg" breedte="1880" hoogte="2660" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		  <Bijschrift locatie="onder">Figuur 2 Ligging platform L7-F ten
                                    opzichte van het Friese Front</Bijschrift>
		</Figuur>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_1__content_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_1__content_3">
	      <Kop>
		<Nummer>1.3</Nummer>
		<Opschrift>Juridisch kader</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De grondslag van dit projectbesluit is artikel 141a lid 1, onderdeel
                                a van de Mijnbouwwet in combinatie met artikel 5.44 Omgevingswet.
                                Dit projectbesluit bevat het ruimtelijk planologische besluit. De
                                uitvoeringsbesluiten die nodig zijn voor het realiseren en in stand
                                houden van het project maken geen onderdeel uit van het
                                projectbesluit. De procedures voor de uitvoeringsbesluiten worden
                                gecoördineerd doorlopen met de procedure om te komen tot het
                                projectbesluit (projectprocedure).</Al>
		<Al><i>Omgevingswet</i></Al>
		<Al>De Omgevingswet vormt het juridische kader voor de fysieke
                                leefomgeving. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het
                                benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet
                                is uitgewerkt in 4 Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) en een
                                ministeriële regeling (Omgevingsregeling), die ook op 1 januari 2024
                                in werking zijn getreden.</Al>
		<Al><i>Besluit kwaliteit leefomgeving</i></Al>
		<Al>Het Bkl voorziet in de juridische borging van het nationaal
                                ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere
                                overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen
                                inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Er
                                staat onder andere in wat er in omgevingsplannen,
                                omgevingsverordeningen en waterschapsverordeningen moet staan. Ook
                                omgevingswaarden van het Rijk staan in het Bkl. Verder geeft het Bkl
                                regels voor het toetsen en verbinden van voorschriften aan een
                                omgevingsvergunning. En regels over monitoring en
                                gegevensverzameling. Op grond van artikel 5.1 Bkl geldt hoofdstuk 5
                                alleen voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Met dit
                                projectbesluit worden geen omgevingsplannen van gemeente(n)
                                gewijzigd. Daarom is in dit projectbesluit ook geen toetsing aan het
                                Bkl opgenomen.</Al>
		<Al><i>Omgevingsbesluit</i></Al>
		<Al>In het Omgevingsbesluit staan regels over het bevoegd gezag voor
                                omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering, en
                                over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Bijvoorbeeld: wie
                                bevoegd gezag is voor een omgevingsvergunning, welke procedure van
                                toepassing is en hoe de milieueffectrapportage plaatsvindt. Het
                                Omgevingsbesluit geldt voor alle partijen die actief zijn in de
                                fysieke leefomgeving – burgers, bedrijven en overheid.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_1__content_4" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_1__content_4">
	      <Kop>
		<Nummer>1.4</Nummer>
		<Opschrift>Nut en noodzaak</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Aardgas blijft essentieel voor de Nederlandse energievoorziening.
                                Het wordt gebruikt voor verwarming, elektriciteitsopwekking en als
                                grondstof in de industrie. Nu het Groningerveld gesloten is, is
                                Nederland afhankelijker geworden van gasimport uit het buitenland.
                                Het nationale beleid richt zich daarom op maximale, veilige winning
                                uit kleine Nederlandse gasvelden, met name op de Noordzee, zolang en
                                in zoverre dit nog nodig is. De binnenlandse vraag naar aardgas
                                overstijgt de binnenlandse aardgasproductie de komende jaren nog
                                ruim en overschrijdt die tot en met 2048 niet. Tegelijkertijd zet
                                het kabinet in op besparing en ontwikkeling van duurzame energie.
                                Gas zal echter, als transitiebrandstof, de komende jaren
                                noodzakelijk blijven. Daarbij levert gaswinning uit eigen velden
                                voordelen op voor het klimaat ten opzichte van geïmporteerd gas.
                                Lokaal gewonnen gas heeft een lagere CO2-uitstoot dan geïmporteerd
                                gas. Daarbij zorgt het lokaal winnen van gas voor en beperkte
                                afhankelijkheid van andere landen, stimuleert het de economie en
                                draagt lokaal winnen van gas bij aan de leveringszekerheid.</Al>
		<Al>Het voorgenoemde wordt bevestigd in beleidsstukken zoals het Akkoord
                                voor de Noordzee, het Programma Noordzee 2022-2027 en het
                                Versnellingsplan gaswinning Noordzee. Gezamenlijk benadrukken deze
                                beleidsstukken het belang van binnenlandse gaswinning voor het
                                beperken van de importafhankelijkheid, het behouden van kennis en
                                infrastructuur, en het realiseren van een lagere CO2-uitstoot ten
                                opzichte van geïmporteerd gas. Het Versnellingsplan gaswinning
                                Noordzee is specifiek opgesteld om de teruglopende productie uit
                                kleine velden te compenseren en zo de leveringszekerheid te
                                versterken. Het Nationaal Plan Energiesysteem en het Programma
                                Energiehoofdstructuur benadrukken dat aardgas, als flexibele
                                energiebron, noodzakelijk blijft tijdens de energietransitie zolang
                                duurzame alternatieven nog niet volledig beschikbaar zijn.</Al>
		<Al>De ontwikkeling van het L7-F gasveld past binnen de geldende wet- en
                                regelgeving (dit wordt toegelicht in hoofdstuk 2) en ondersteunt de
                                nationale klimaat- en energiedoelstellingen. Het project levert
                                namelijk een directe bijdrage aan de nationale energiezekerheid en
                                de gewenste versnelling van gaswinning op de Noordzee. Daarbij
                                geldt, in het algemeen, dat lokale productie in Nederland niet leidt
                                tot het verbruik van meer gas, maar tot minder import van gas.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_1__content_5" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_1__content_5">
	      <Kop>
		<Nummer>1.5</Nummer>
		<Opschrift>Leeswijzer</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Onderhavig document bevat de motivering voor het projectbesluit met
                                de bijbehorende bijlagen en een verklarende woordenlijst. De
                                motivering bevat een compleet overzicht van het
                                besluitvormingsproces en het project. Hoofdstuk 2 licht het
                                wettelijk kader toe en toetst hieraan. In hoofdstuk 3 en 4 wordt
                                respectievelijk het verkennings- en participatieproces
                                omschreven.</Al>
		<Al>In hoofdstuk 5 tot en met 10 volgt een beschrijving van de impact
                                van het voornemen op verschillende aspecten van de fysieke
                                leefomgeving. Hoofdstuk 11 richt zich op de uitvoerbaarheid van het
                                projectbesluit. Tot slot omschrijft hoofdstuk 12 de formele
                                procedure.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2">
	    <Kop>
	      <Nummer>2</Nummer>
	      <Opschrift>Toets aan beleid en regelgeving</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_2__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__content_1">
	      <Kop>
		<Nummer>2.1</Nummer>
		<Opschrift>Internationaal beleid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voorkomen van verdere klimaatverandering door de uitstoot van
                                broeikasgassen te verminderen kan het beste worden gedaan als landen
                                samenwerken. Hiervoor maakt de overheid afspraken met andere landen.
                                Nederland heeft zich verbonden aan verschillende internationale
                                afspraken:</Al>
		<Lijst eId="acc_I__div_2__content_1__list_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__content_1__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		  <Li eId="acc_I__div_2__content_1__list_o_1__item_a" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__content_1__list_o_1__item_a">
		    <Al>Klimaatverdrag van de VN uit 1992: Dit is het eerste
                                        klimaatverdrag.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_2__content_1__list_o_1__item_b" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__content_1__list_o_1__item_b">
		    <Al>Kyoto-Protocol uit 1997: Hierin staat dat de
                                        emissiereducties van land tot land verschillen en onder
                                        elkaar verhandeld kunnen worden.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_2__content_1__list_o_1__item_c" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__content_1__list_o_1__item_c">
		    <Al>Verenigde Naties (VN) klimaattop in Parijs: de Conference of
                                        Parties (COP21). Nederland heeft daar ingestemd met een
                                        nieuw VN-klimaatakkoord. Doel van het akkoord: de opwarming
                                        van de aarde beperken tot ruim onder 2 graden Celsius. Met
                                        een duidelijk zicht op 1,5 graden Celsius.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_2__content_1__list_o_1__item_d" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__content_1__list_o_1__item_d">
		    <Al>VN-Klimaatakkoord van Parijs uit 2016.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_2__content_1__list_o_1__item_e" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__content_1__list_o_1__item_e">
		    <Al>Mer-richtlijn. De richtlijn voor de milieueffectrapportage
                                        (hierna: mer) volgen uit deze Europese richtlijn. De
                                        richtlijn stelt uitgangspunten en regels over de mer voor
                                        bepaalde openbare en private projecten.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_2__content_1__list_o_1__item_f" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__content_1__list_o_1__item_f">
		    <Al>Vogelrichtlijn: de Vogelrichtlijn is gericht op de
                                        instandhouding van alle natuurlijk in het wild levende
                                        vogelsoorten.</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_2__content_1__list_o_1__item_g" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__content_1__list_o_1__item_g">
		    <Al>Habitatrichtlijn: de Habitatrichtlijn is gericht op het
                                        waarborgen van biodiversiteit in lidstaten. Samen met de
                                        Vogelrichtlijn vereist deze richtlijn dat lidstaten
                                        beschermingszones aanwijzen ten behoeve van het Europese
                                        Natura 2000-netwerk.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>In 2016 heeft staatssecretaris Dijksma het VN-Klimaatakkoord van
                                Parijs ondertekend namens de 28 lidstaten van de Europese Unie. In
                                juni 2019 is het Klimaatakkoord in Nederland vastgesteld. Hierin
                                wordt geschetst langs welke beleidslijnen wordt gestreefd naar de
                                verdere invulling van de (extra) doelstellingen. De doelstellingen
                                zijn vastgelegd in de Klimaatwet.</Al>
		<Al>Om de in het akkoord afgesproken doelstellingen te halen hebben
                                EU-lidstaten met elkaar afgesproken dat de EU in 2030 minimaal 40%
                                minder moet uitstoten. De Europese Commissie toetst de
                                klimaatplannen van de EU-lidstaten aan de gestelde doelen. Met het
                                ondertekenen van het klimaatakkoord heeft de Nederlandse regering
                                zich gecommitteerd aan een vergaande vermindering van de uitstoot
                                van broeikasgassen (49% vermindering ten opzichte van 1990). De
                                Nederlandse Noordzee kan een grote rol spelen in het realiseren van
                                de nationale bijdrage aan de doelen van het klimaatakkoord en de
                                daarvoor benodigde verduurzaming van onze energievoorziening
                                richting 2050. Hiervoor zijn eerste belangrijke stappen gezet met
                                het Energieakkoord uit 2013. Met het Energierapport 11, de
                                daaropvolgende Energiedialoog 12 en de Energieagenda 13 is een basis
                                gelegd voor het energiebeleid voor de langere termijn.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisie eId="acc_I__div_2__div_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1">
	      <Kop>
		<Nummer>2.2</Nummer>
		<Opschrift>Rijksbeleid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_2__div_1__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_1">
		<Kop>
		  <Nummer>2.2.1</Nummer>
		  <Opschrift>Nationale Omgevingsvisie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een
                                    langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de
                                    leefomgeving in Nederland (figuur 2). Op 11 september 2020 is de
                                    NOVI vastgesteld. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en
                                    uitvoeringsagenda en is een instrument van de Omgevingswet. In
                                    2026 wordt de Nota Ruimte vastgesteld, die op dat moment de NOVI
                                    zal vervangen. Ten tijde van het opstellen van dit
                                    ontwerp-projectbesluit is de NOVI nog staand beleid waaraan dit
                                    projectbesluit wordt getoetst.</Al>
		  <Al>Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van
                                    elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De nieuwe aanpak is
                                    integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke
                                    organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Zo kan men in
                                    gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. Op
                                    nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die
                                    komen samen in vier prioriteiten:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_1__item_a" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_1__item_a">
		      <Al>Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_1__item_b" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_1__item_b">
		      <Al>Duurzaam economisch groeipotentieel;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_1__item_c" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_1__item_c">
		      <Al>Sterke en gezonde steden en regio’s;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_1__item_d" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_1__item_d">
		      <Al>Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk
                                            gebied.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Figuur eId="acc_I__div_2__div_1__content_1__img_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_1__img_o_1">
		    <Illustratie naam="stcrt-2026-21502-2.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="2480" hoogte="3507" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		    <Bijschrift locatie="onder">Figuur 3 Afweging in de
                                        NOVI</Bijschrift>
		  </Figuur>
		  <Al>Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen:
                                    ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde
                                    fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b)
                                    doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke
                                    leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
                                    Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een
                                    omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving, die
                                    terugkomt in de NOVI.</Al>
		  <Al>Centraal in de afwegingen tussen belangen die een rol spelen bij
                                    het ontwikkelen en beschermen van Nederland staat een
                                    evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving van zowel de
                                    boven- als de ondergrond. De NOVI onderscheidt daarbij drie
                                    afwegingsprincipes:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_2" type="expliciet">
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_2__item_a" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_2__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige
                                            functies;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_2__item_b" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_2__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;
                                            en</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_2__item_c" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_2__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>Afwentelen wordt voorkomen.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die
                                    komen samen in vier prioriteiten:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_3" type="ongemarkeerd">
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_3__item_a" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_3__item_a">
		      <Al>Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_3__item_b" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_3__item_b">
		      <Al>Duurzaam economisch groeipotentieel;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_3__item_c" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_3__item_c">
		      <Al>Sterke en gezonde steden en regio’s;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_3__item_d" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_1__list_o_3__item_d">
		      <Al>Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk
                                            gebied.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Voor dit projectbesluit is vooral de eerste prioriteit van
                                    belang.</Al>
		  <Al><i>Toekomstbeeld Noordzee in de NOVI</i></Al>
		  <Al>De Noordzee wordt in 2050 intensief gebruikt en de natuurwaarde
                                    is hersteld. Schepen varen nog altijd af en aan naar de
                                    Noordzeehavens. De visserij is van karakter veranderd, maar de
                                    grootste veranderingen zitten in de afname van de olie- en
                                    gasinstallaties en de grote toename van het aantal windparken en
                                    bijbehorende energie-infrastructuur, opslag en
                                    conversiefaciliteiten: zij bepalen het beeld boven water. Hoewel
                                    intensiever gebruikt dan ooit, is het
                                    Noordzee-ecosysteemecosysteem hersteld en het vrije uitzicht
                                    vanaf de kust en het cultureel erfgoed onder water (onder andere
                                    uit ons rijke zeevaartverleden) behouden gebleven. Het benutten
                                    van synergie-effecten door multifunctioneel en innovatief
                                    gebruik van de ruimte, zoals het combineren van windparken met
                                    aquacultuur, natuurversterking door aanleg van oesterbanken,
                                    energie uit zon en getijdenstromen en opslag van energie en CO2
                                    in lege gasvelden, heeft hier sterk aan bijgedragen.</Al>
		  <Al><i>Toekomstig beleid: Nota Ruimte</i></Al>
		  <Al>De Ontwerp-Nota Ruimte lag ter consultatie van 6 oktober tot en
                                    met 15 december 2025. Op deze versie is dit projectbesluit
                                    beoordeeld.</Al>
		  <Al>In de Ontwerp-Nota Ruimte wordt specifiek aandacht besteed aan
                                    mijnbouwactiviteiten op zee en wordt onderkend dat in de
                                    overgang naar een volledig klimaatneutraal Nederland in 2050,
                                    aardgas nog een belangrijke rol blijft spelen. De ambitie is om
                                    de gasproductie op de Noordzee op te schalen ten behoeve van de
                                    gasleveringszekerheid. Het project Gaswinning L7-F past bij deze
                                    ambitie.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_2__div_1__content_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_2">
		<Kop>
		  <Nummer>2.2.2</Nummer>
		  <Opschrift>Sectorakkoord Gaswinning in de
                                    Energietransitie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Op 23 april 2025 heeft het kabinet het Sectorakkoord Gaswinning
                                    in de Energietransitie gepresenteerd. Hierin werken de overheid
                                    en de sector samen aan een stabiel investeringsklimaat en
                                    voorspelbaar beleid. In dit akkoord wordt ingezet op het
                                    stimuleren van nieuwe investeringen in opsporing en winning van
                                    gas uit de Nederlandse kleine velden op de Noordzee, de
                                    importafhankelijkheid zo beperkt mogelijk houden en de
                                    voorzieningszekerheid bevorderen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_2__div_1__content_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_3">
		<Kop>
		  <Nummer>2.2.3</Nummer>
		  <Opschrift>Programma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergronden</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het programma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergronden (hierna: DGDO)
                                    werkt toe naar een visie en duidelijke kaders voor toekomstige
                                    activiteiten in de diepe ondergrond. Het programma draagt
                                    daarnaast bij aan een betere samenwerking tussen het Rijk,
                                    regionale en lokale overheden en betrokken adviseurs (zoals de
                                    Mijnraad, TNO en toezichthouder Staatstoezicht op de
                                    Mijnen).</Al>
		  <Al>Gelet op het voorgaande is in het kader van het project
                                    Gaswinning L7-F een uitgebreid participatieproces gevoerd.
                                    Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 4. Voor de afweging ten
                                    aanzien van bodem en water wordt verwezen naar respectievelijk
                                    paragraaf 6.3 en hoofdstuk 7 van deze motivering.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_2__div_1__content_4" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_4">
		<Kop>
		  <Nummer>2.2.4</Nummer>
		  <Opschrift>Structuurvisie Buisleidingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>In de Structuurvisie Buisleidingen wordt een hoofdstructuur van
                                    verbindingen aangegeven waarlangs ruimte moet worden
                                    vrijgehouden, om ook in de toekomst een ongehinderde doorgang
                                    van buisleidingtransport van nationaal belang mogelijk te maken.
                                    Via instructieregels in het Bkl wordt ruimte gereserveerd voor
                                    de buisleidingen van nationaal belang die in de Structuurvisie
                                    Buisleidingen zijn opgenomen. De grenzen van de
                                    reserveringsgebieden staan in artikel 5.136 van het Bkl en
                                    artikel 2.32 en bijlage III van de Omgevingsregeling.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_2__div_1__content_5" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_5">
		<Kop>
		  <Nummer>2.2.5</Nummer>
		  <Opschrift>Structuurvisie Ondergrond en Water en Bodem
                                    sturend</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Op dit moment zijn de volgende beleidslijnen van kracht:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_1__item_a" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_1__item_a">
		      <Al>Structuurvisie Ondergrond (11-06-2018) een gezamenlijke
                                            visie van de ministeries van Infrastructuur en
                                            Waterstaat en het ministerie van Economische Zaken en
                                            Klimaat.</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_1__item_b" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_1__item_b">
		      <Al>Water en Bodem sturend (kenmerk IENW/BSK-2022/283041,
                                            d.d. 25 november 2022) vanuit het Ministerie van
                                            Infrastructuur en Waterstaat.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>De Structuurvisie Ondergrond richt zich op duurzaam, veilig en
                                    efficiënt gebruik van bodem en ondergrond waarbij benutten en
                                    beschermen met elkaar in balans zijn. Het plangebied beslaat
                                    Nederlandse landgebied en de binnenwateren.</Al>
		  <Al>Water en Bodem sturend dient als uitgangspunt gehanteerd te
                                    worden bij ruimtelijke keuzes, om klimaatadaptatie,
                                    waterkwaliteit, bodemgezondheid en risico’s (zoals
                                    overstromingen en bodemdaling) integraal aan te pakken. Water en
                                    Bodem sturend beperkt zich tot Nederlandse landgebied en de
                                    binnenwateren.</Al>
		  <Al>Het project L7-F valt buiten:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_2" type="ongemarkeerd">
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_2__item_a" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_2__item_a">
		      <Al>Het plangebied van de Structuurvisie Ondergrond;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_2__item_b" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_2__item_b">
		      <Al>Het toepassingsbereik van de kamerbrief Water en Bodem
                                            Sturend.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Daarmee zijn deze beleidslijnen niet van toepassing voor het
                                    projectbesluit L7-F.</Al>
		  <Al><i>Toekomstig beleid: Programma Bodem, Ondergrond en Grondwater
                                        (PBOG)</i></Al>
		  <Al>De bovengenoemde beleidslijnen worden samengevoegd in het
                                    Programma Bodem, Ondergrond en Grondwater (PBOG). De Notitie
                                    Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor dit programma is
                                    vastgesteld op 12 december 2022.</Al>
		  <Al>Het PBOG heeft als doel het duurzaam, veilig en efficiënt
                                    gebruik van bodem, ondergrond en grondwater te bevorderen.
                                    Hierbij wordt gestreefd naar evenwicht tussen benutten en
                                    beschermen. Het borgen van duurzaam, veilig en efficiënt gebruik
                                    vraagt om een integrale aanpak van maatschappelijke opgaven die
                                    hier invloed op hebben, waarbij ondergrond en bovengrond in een
                                    vroeg stadium van de planvorming in samenhang worden
                                    bezien.</Al>
		  <Al>De afbakening voor dit programma is driedelig:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_3" type="expliciet">
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_3__item_a" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_3__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>Nationale grondwaterreserves</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_3__item_b" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_3__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>Bodemgezondheidsindex</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_3__item_c" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_5__list_o_3__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>Bodemdaling veengebieden</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Het project L7-F ligt buiten de toepassingsgebieden van de PBOG
                                    en is daarmee niet van toepassing voor dit projectbesluit.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_2__div_1__content_6" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_6">
		<Kop>
		  <Nummer>2.2.6</Nummer>
		  <Opschrift>Nationaal Plan Energiesysteem (NPE)</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Op 1 december 2023 heeft de ministerraad ingestemd met het
                                    Nationaal Plan Energiesysteem (NPE). Met het NPE formuleert het
                                    kabinet een langetermijnvisie op het energiesysteem en maakt het
                                    kabinet richtinggevende keuzes die de basis leggen voor de
                                    ontwikkeling van een volledig duurzaam en geïntegreerd
                                    energiesysteem. Dit duurzame energiesysteem stelt alle sectoren
                                    in Nederland in staat om te verduurzamen en is daarmee het
                                    fundament onder een klimaatklimaat neutrale samenleving. Door
                                    duidelijkheid over de richting te geven, biedt het NPE
                                    belanghebbenden handelingsperspectief over wat er op hen af komt
                                    en van hen verwacht wordt bij de uitvoering en realisatie van
                                    het veranderende energiesysteem.</Al>
		  <Al>Het NPE is voor de komende 5 jaar vastgesteld. Het kabinet zal
                                    het NPE elke vijf jaar herzien op basis van de laatste
                                    ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht. Tussentijds wordt het
                                    NPE in principe slechts een keer bijgewerkt. Jaarlijks zal de
                                    Tweede Kamer, tegelijkertijd met de Klimaatnota, een Energienota
                                    ontvangen waarin de Tweede Kamer wordt geïnformeerd over de
                                    voortgang van de ontwikkeling naar een duurzaam energiesysteem.
                                    In de Energienota prioriteert het kabinet zijn beleidsinzet. Om
                                    dit goed te kunnen doen wordt een monitoringssysteem ingericht.
                                    Ter voorbereiding van de Energienota wordt jaarlijks een dialoog
                                    gevoerd met burgers, bedrijven en instellingen. In het NPE zijn
                                    5 richtinggevende hoofdkeuzes gemaakt, waaronder maximale inzet
                                    op het aanbod van duurzame energie en energie-infrastructuur.
                                    Het doel is dat het elektriciteitssysteem de ruggengraat wordt
                                    van het energiesysteem en om in 2035 CO2-vrij te zijn.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_2__div_1__content_7" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_7">
		<Kop>
		  <Nummer>2.2.7</Nummer>
		  <Opschrift>Programma Energie Hoofdstructuur (PEH)</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) is een van de
                                    programma’s onder de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en bevat
                                    structurerende keuzes voor de energiehoofdinfrastructuur. Het
                                    programma stelt nationale kaders op zodat overheden en bouwers
                                    de nieuwe energie-infrastructuur goed kunnen plannen. De
                                    afspraken in het PEH hebben betrekking op het hele Nederlandse
                                    grondoppervlak, terwijl voor de Noordzee wordt uitgegaan van het
                                    ondergronds aanleggen van de netten op zee.</Al>
		  <Al>De energiehoofdstructuur omvat de kabels, leidingen, opslag- en
                                    conversielocaties die van nationaal belang zijn, zoals
                                    hoogspanningskabels. Op 1 maart 2024 is het definitieve
                                    Programma Energiehoofdstructuur vastgesteld, samen met de
                                    bijbehorende Uitvoeringsagenda. In deze Uitvoeringsagenda worden
                                    onder meer de voorgenomen wijzigingen in wet- en regelgeving, de
                                    gebiedsaanpak en de effecten op lopende projecten nader
                                    toegelicht.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_2__div_1__content_8" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_8">
		<Kop>
		  <Nummer>2.2.8</Nummer>
		  <Opschrift>Kaderrichtlijn Mariene Strategie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) heeft tot
                                    doel het beschermen en herstellen van de Europese zeeën en
                                    oceanen en duurzaam gebruik te bevorderen. De KRM verplicht elke
                                    Europese lidstaat tot het vaststellen van een mariene strategie.
                                    Deze strategie moet gericht zijn op bescherming, behoud en
                                    herstel van het mariene milieu (een goede milieutoestand)
                                    waarbij eveneens een duurzaam gebruik van de Noordzee wordt
                                    gegarandeerd. De lidstaten moeten de nodige maatregelen treffen
                                    om in hun mariene wateren deze ambitie te bereiken. Zij moeten
                                    daarbij samenwerken als EU-lidstaten en met andere landen in hun
                                    mariene regio. De kaderrichtlijn beveelt aan om daarbij zoveel
                                    mogelijk gebruik te maken van bestaande regionale
                                    zeeconventies.</Al>
		  <Al>Nederland heeft de doorwerking van deze richtlijn (beleidsmatig)
                                    opgenomen in onder andere de NOVI en het Nationaal Water
                                    Programma 2022-2027 (zie par. 2.1.1212) en het Programma
                                    Noordzee 2022-2027 (zie par. 2.1.13).</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_2__div_1__content_9" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_9">
		<Kop>
		  <Nummer>2.2.9</Nummer>
		  <Opschrift>Kaderrichtlijn Water</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De Kaderrichtlijn Water (KRW) is sinds 2000 van kracht en heeft
                                    als doel de kwaliteit van landoppervlaktewater, overgangswater,
                                    kustwateren en grondwater in Europa te waarborgen.</Al>
		  <Al>Het project L7-F ligt buiten de toepassingsgebieden van de KRW
                                    en is daarmee niet van toepassing voor dit projectbesluit.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_2__div_1__content_10" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_10">
		<Kop>
		  <Nummer>2.2.10</Nummer>
		  <Opschrift>Nationaal Water Programma 2022-2027</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is ontwikkeld om
                                    Nederland ook voor de komende generaties veilig, aantrekkelijk
                                    en leefbaar te houden. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het
                                    nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en
                                    rijksvaarwegen. Het programma is voor het waterbeleid een
                                    uitwerking van de nationale belangen en strategische hoofdkeuzes
                                    in de NOVI. Belangrijke onderdelen van het NWP zijn de
                                    stroomgebiedbeheerplannen, het overstromingsrisicobeheerplan en
                                    het Programma Noordzee (zie paragraaf 2.1.2.1 t/m 2.1.2.3).</Al>
		  <Al>De wateropgaven waar Nederland nu voor staat, de toekomstige
                                    uitdagingen en de noodzaak van een integrale aanpak vormen de
                                    basis voor drie hoofdambities van het NWP:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_2__div_1__content_10__list_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_10__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_10__list_o_1__item_a" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_10__list_o_1__item_a">
		      <Al>een veilige en klimaatbestendige delta;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_10__list_o_1__item_b" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_10__list_o_1__item_b">
		      <Al>een concurrerende, duurzame en circulaire delta;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_10__list_o_1__item_c" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_10__list_o_1__item_c">
		      <Al>een schone en gezonde delta met hoogwaardige
                                            natuur.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Deze hoofdambities zijn in het NWP uitgewerkt binnen
                                    verschillende thema’s, waaronder Klimaatadaptatie,
                                    Waterveiligheid, Zoetwaterverdeling en droogte, Waterkwaliteit,
                                    Grondwater en Scheepvaart. Ook wordt ingegaan op de beheer- en
                                    uitvoeringstaken van Rijkswaterstaat. Daarnaast belicht het
                                    programma de samenhang tussen waterbeleid en andere
                                    domeinendomeinen, zoals natuur, landbouw, bodem en ondergrond,
                                    landschap, verstedelijking, energietransitie en industrie.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_2__div_1__content_11" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_11">
		<Kop>
		  <Nummer>2.2.11</Nummer>
		  <Opschrift>Programma Noordzee 2022-2027</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het Programma Noordzee 2022-2027 is onderdeel van het Nationaal
                                    Waterprogramma 2022-2027 en geldt voor de Nederlands Exclusieve
                                    Economische Zone en de niet-bestuurlijk ingedeelde territoriale
                                    zee. Dit Programma is het door de EU-vereiste Ruimtelijk
                                    Maritiem Plan. De ambitie is het bereiken van een duurzaam en
                                    veilig gebruik van de Noordzee dat bijdraagt aan de
                                    maatschappelijke, economische en ecologische doelstellingen van
                                    Nederland. Hierbij is de opgave om de juiste maatschappelijke
                                    balans te vinden om te kunnen komen tot een ruimtelijke
                                    ontwikkeling van de Noordzee die zowel efficiënt als veilig is
                                    en past binnen de randvoorwaarden van een gezond
                                    ecosysteem.</Al>
		  <Al>Het Programma Noordzee 2022-2027 geeft de volgende beleids- en
                                    afwegingskaders:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_2__div_1__content_11__list_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_11__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_11__list_o_1__item_a" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_11__list_o_1__item_a">
		      <Al>Beleidskader doorvaart en medegebruik</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_11__list_o_1__item_b" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_11__list_o_1__item_b">
		      <Al>Afwegingskader medegebruik in windparken</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_11__list_o_1__item_c" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_11__list_o_1__item_c">
		      <Al>Gebiedsverkenningen en Handreiking gebiedspaspoort</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_11__list_o_1__item_d" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_11__list_o_1__item_d">
		      <Al>Afwegingskader gebruik van gebied gereserveerd voor
                                            zandwinning</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_2__div_1__content_11__list_o_1__item_e" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_11__list_o_1__item_e">
		      <Al>Afwegingskader vergunningplichtige activiteiten op de
                                            Noordzee</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_2__div_1__content_12" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_12">
		<Kop>
		  <Nummer>2.2.12</Nummer>
		  <Opschrift>Mijnbouwwet, Mijnbouwbesluit en
                                    Mijnbouwregeling</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De Mijnbouwwet reguleert het gebruik van de (diepe) ondergrond.
                                    De winning van delfstoffen (waaronder aardgas) en het opslaan
                                    van stoffen op een diepte van meer dan 100 meter beneden de
                                    oppervlakte van de aardbodem, is hierin opgenomen. De
                                    Mijnbouwwet, het Mijnbouwbesluit en de Mijnbouwregeling zien met
                                    name op de eisen en voorwaarden waaraan gaswinning moet
                                    voldoen.</Al>
		  <Figuur eId="acc_I__div_2__div_1__content_12__img_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_12__img_o_1">
		    <Illustratie naam="stcrt-2026-21502-3.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="775" hoogte="1103" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		    <Bijschrift locatie="onder">Figuur 4 Kaart met huidig gebruik
                                        van de Noordzee. De rode marker geeft indicatief het gebied
                                        aan waarbinnen het project zich bevindt.</Bijschrift>
		  </Figuur>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_2__div_1__content_13" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_2__div_1__content_13">
		<Kop>
		  <Nummer>2.2.13</Nummer>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het onderhavige project past binnen de doelstellingen en het
                                    beleid van het Rijk.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3">
	    <Kop>
	      <Nummer>3</Nummer>
	      <Opschrift>Verkenning</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_3__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__content_1">
	      <Kop>
		<Nummer>3.1</Nummer>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De aanleg en het in gebruik hebben van het productieplatform L7-F
                                heeft een effect op de omgeving (o.a. bodem, water, natuur,
                                archeologie, landschap en cultuurhistorie). Gezien de ligging op de
                                Noordzee, 70 kilometer ten Noordwesten van Den Helder, zijn er geen
                                omwonenden die overlast ervaren of die geen gebruik meer kunnen
                                maken van een hiervoor bestaande gebruiksfunctie. Er is daarom geen
                                effect op omwonenden.</Al>
		<Al>In de verkenningsfase van een project wordt invulling gegeven aan de
                                verschillende alternatieven die mogelijk zijn voor de realisatie van
                                het project. Voor de productie is het gewenst dat het platform
                                zodanig boven het gasveld wordt geplaatst dat de productietechnisch
                                uitvoerbaar is en wordt geoptimaliseerd. Wanneer een platform niet
                                boven het veld wordt geplaatst, moeten de putten naar het gasveld
                                schuin worden geboord, wat slechts beperkt technisch haalbaar is.
                                Voor deze locatie geldt dat alleen wanneer het platform boven het
                                midden van het veld wordt geplaatst, beide putten vanaf dezelfde
                                oppervlaktelocatie kunnen worden aangeboord. Hiermee is een
                                wezenlijk andere locatie in dit geval technisch niet mogelijk.
                                Vanwege de aard van het project zijn er dus geen
                                locatiealternatieven mogelijk voor de realisatie van het platform.
                                Er is door Eni Energy wel uitgebreid onderzoek gedaan in de
                                voorbereidingsfase naar verschillende manieren om de
                                productielocatie te ontwikkelen. Meer informatie over dit proces
                                wordt toegelicht in paragraaf 3.2.</Al>
		<Al>Vanwege de mogelijke effecten op de omgeving is het van belang om te
                                onderzoeken welke effecten (kunnen) optreden. In de voorbereiding op
                                dit projectbesluit zijn de effecten van een nieuw productieplatform
                                onder andere op basis van milieu bepaald, milieueffectrapportage
                                (mer).</Al>
		<Al>Het resultaat van de mer-procedure is het MER (milieueffectrapport)
                                waarin de effecten staan beschreven van de verschillende
                                alternatieven voor het productieplatform op het milieu. Het doel van
                                het opstellen van een MER is om het milieubelang een volwaardige rol
                                te geven in de besluitvorming. Voor de beschrijving van de
                                voorgenomen activiteit – voor zover vastgelegd in dit projectbesluit
                                – wordt verwezen naar hoofdstuk 1.</Al>
		<Al>Milieueffectrapportage en de bijbehorende procedure zijn wettelijk
                                vastgelegd in de Omgevingswet (afdeling 16.4) en het
                                Omgevingsbesluit (hoofdstuk 11). In Bijlage V van het
                                Omgevingsbesluit staat omschreven voor welke activiteiten het
                                opstellen van een milieueffectrapportage verplicht is en wanneer een
                                mer-beoordeling noodzakelijk is. Voor het project Gaswinning L7-F
                                zijn de volgende categorieën uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit
                                van belang, zie hiervoor Tabel 1.</Al>
		<Al>Tabel 1: Mer-categorieën Gaswinning L7-F</Al>
		<table eId="acc_I__div_3__content_1__table_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__content_1__table_o_1">
		  <title/>
		  <tgroup align="left" cols="3">
		    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
		    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
		    <colspec colname="col3" colnum="3"/>
		    <thead valign="top">
		      <row>
			<entry colname="col1">
			  <Al>Categorie</Al>
			</entry>
			<entry colname="col2">
			  <Al>Omschrijving</Al>
			</entry>
			<entry colname="col3">
			  <Al>Relatie met voorgenomen activiteit</Al>
			</entry>
		      </row>
		    </thead>
		    <tbody valign="top">
		      <row>
			<entry colname="col1">
			  <Al>B3</Al>
			</entry>
			<entry colname="col2">
			  <Al>Ondergrondse mijnbouw, met inbegrip van
                                                  oppervlakte-installaties: een winning die
                                                  betrekking heeft op een</Al>
			  <Al>gewonnen hoeveelheid van &gt;500.000m3
                                                  aardgas/dag.</Al>
			</entry>
			<entry colname="col3">
			  <Al>Dit heeft betrekking op projecten waarbij
                                                  ondergrondse winning van delfstoffen plaatsvindt,
                                                  zoals aardgaswinning. Specifiek geldt dit voor een
                                                  productie die meer dan 500.000 m3 aardgas per dag
                                                  bedraagt. Het project Gaswinning L7-F- valt
                                                  hieronder, aangezien het gericht is op
                                                  grootschalige aardgaswinning.</Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry colname="col1">
			  <Al>B4</Al>
			</entry>
			<entry colname="col2">
			  <Al>Diepboringen</Al>
			</entry>
			<entry colname="col3">
			  <Al>Dit betreft boringen dieper dan een bepaald
                                                  niveau, bijvoorbeeld voor het winnen van aardgas.
                                                  In het kader van het project Gaswinning L7-F gaat
                                                  het om het boren van twee productieputten, waarmee
                                                  deze categorie van toepassing is.</Al>
			</entry>
		      </row>
		      <row>
			<entry colname="col1">
			  <Al>J9</Al>
			</entry>
			<entry colname="col2">
			  <Al>(De aanleg van een) Buisleiding voor het
                                                  transport van aardgas met een diameter van meer
                                                  dan 0,8m en een lengte van meer dan 40km.</Al>
			</entry>
			<entry colname="col3">
			  <Al>Het project Gaswinning L7-F omvat het aanleggen
                                                  van een pijpleiding vanaf het productieplatform
                                                  naar de bestaande NOGAT-leiding, wat binnen deze
                                                  categorie valt.</Al>
			</entry>
		      </row>
		    </tbody>
		  </tgroup>
		</table>
		<Al>Voor het project gaswinning L7-F is een MER opgesteld aangezien deze
                                verplichting volgt uit categorie B3 van Bijlage V van het
                                Omgevingsbesluit. De aanleg van de buisleiding en eventuele
                                diepboringen komen ook aan bod in het MER. Het voorgaande houdt in
                                dat er één uitgebreide mer-procedure is doorlopen waarmee aan de
                                mer-verplichting is voldaan.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisie eId="acc_I__div_3__div_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1">
	      <Kop>
		<Nummer>3.2</Nummer>
		<Opschrift>Gevolgd proces</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_1__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_1">
		<Kop>
		  <Nummer>3.2.1</Nummer>
		  <Opschrift>Mer-procedure</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Voor het project L7-F wordt de wettelijk voorgeschreven
                                    milieueffectrapportage (mer-) procedure doorlopen. Ter
                                    voorbereiding op de milieueffectrapportage is een concept
                                    Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD) opgesteld.
                                    Hierin is beschreven welke milieuthema’s, alternatieven en
                                    aandachtspunten in het MER worden onderzocht, en op welk
                                    detailniveau dit gebeurt. De concept-NRD heeft van 2 mei 2025
                                    tot 12 juni 2025 ter inzage gelegen. In deze termijn van zes
                                    weken konden zienswijzen naar voren worden gebracht op de
                                    concept-NRD. Vier NGO’s hebben gezamenlijk een zienswijze
                                    ingediend. De ontvangen zienswijze is door Eni Energy
                                    beoordeeld. Hierin zijn een aantal natuurbeschermende en
                                    natuurversterkende maatregelen verder uitgewerkt, uitgebreid en
                                    getoetst aan het Afwegingskader natuurvriendelijk bouwen
                                    Noordzee (versie 8 maart 2024). De natuurbeschermende en
                                    natuurversterkende maatregelen die in het kader van dit project
                                    worden genomen zijn raadpleegbaar in de bijlagen van het MER. Op
                                    13 juli 2025 is de NRD vastgesteld.</Al>
		  <Al>In het MER dat is opgesteld zijn de milieueffecten van de
                                    voorgenomen activiteit van Eni Energy onderzocht. Het MER is
                                    opgenomen als bijlage III bij deze motivering. De effecten van
                                    de aanleg van de offshore installatie, de pijpleiding en van de
                                    winning van het gas zijn hierin beschouwd. Daarnaast is ingegaan
                                    op de beëindiging van de gasproductie en afsluiting van de
                                    putten. Ook is er een Passende beoordeling opgesteld, gezien het
                                    projectgebied zich bevindt in een Natura 2000-gebied, deze
                                    Passende beoordeling is raadpleegbaar in de bijlagen van het
                                    MER. Grensoverschrijdende effecten zijn gelet op de ligging en
                                    de verwachte milieueffecten voor het project L7-F niet aan de
                                    orde. De bewindspersoon van KGG en LVVN is het bevoegd gezag
                                    voor de verbonden vergunningen. Het MER is een bijlage en dient
                                    als onderbouwing voor zowel de vergunningen als het
                                    projectbesluit. Tijdens de terinzagelegging van het
                                    ontwerp-projectbesluit kunnen er ook zienswijzen worden
                                    ingediend op het MER.</Al>
		  <Al>De mer-procedure, zoals vastgelegd in afdeling 16.4 van de
                                    Omgevingswet en hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit, die is
                                    doorlopen voor het project L7-F is als volgt:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_3__div_1__content_1__list_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_1__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_1__list_o_1__item_a" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_1__list_o_1__item_a">
		      <Al>De kennisgeving inzake het projectvoornemen, Het
                                            Voornemen en Participatieplan en de concept Notitie
                                            Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD) worden
                                            gepubliceerd;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_1__list_o_1__item_b" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_1__list_o_1__item_b">
		      <Al>De zienswijzen, reacties en adviezen op de c-NRD worden
                                            meegenomen bij het vaststellen van de NRD door de
                                            Minister van KGG;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_1__list_o_1__item_c" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_1__list_o_1__item_c">
		      <Al>De vaststelling van de NRD wordt bekendgemaakt door
                                            kennisgeving in de Staatscourant;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_1__list_o_1__item_d" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_1__list_o_1__item_d">
		      <Al>Opstellen van het MER;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_1__list_o_1__item_e" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_1__list_o_1__item_e">
		      <Al>Opstellen van de vergunningsaanvragen;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_1__list_o_1__item_f" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_1__list_o_1__item_f">
		      <Al>Het definitieve MER wordt tezamen met
                                            ontwerp-vergunningen en het ontwerp-projectbesluit ter
                                            inzage gelegd. Eenieder kan hierop zienswijzen indienen
                                            en de Commissie mer kan advies geven;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_1__list_o_1__item_g" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_1__list_o_1__item_g">
		      <Al>Met inachtneming van de ontvangen zienswijzen en het
                                            advies van de Commissie mer, neemt de Minister van KGG
                                            samen met de minister van VRO het projectbesluit en
                                            worden de (omgevings)vergunningen verleend.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_1__content_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_2">
		<Kop>
		  <Nummer>3.2.2</Nummer>
		  <Opschrift>Onderzochte alternatieven</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Om te komen tot het voorkeursalternatief zijn milieueffecten en
                                    haalbaarheid van realistische alternatieven en
                                    (uitvoerings-)varianten onderzocht. Een alternatief is een
                                    wezenlijk andere invulling van de voorgenomen activiteit, zoals
                                    het type productie-installatie. Een variant is een andere
                                    uitvoeringsmogelijkheid binnen een gekozen alternatief,
                                    bijvoorbeeld de manier van aanleg van de pijpleiding.</Al>
		  <Al>Het aantal alternatieven en varianten is inherent beperkt
                                    vanwege de specifieke aard van het project. Er zijn geen
                                    realistische alternatieven ten aanzien van de locatie voor het
                                    platform. Dit komt doordat het gaat om de ontwikkeling van een
                                    gasvoorkomen op een specifieke locatie in de diepe ondergrond.
                                    Dit gasvoorkomen komt niet elders voor, alleen daar waar de
                                    proefboring heeft uitgewezen dat er winbaar aardgas aanwezig is.
                                    Daarnaast zijn op de Noordzee bepaalde alternatieven en
                                    varianten voor gaswinning op voorhand niet realistisch, omdat ze
                                    technisch niet uitvoerbaar zijn of te kostbaar, waardoor
                                    rendabele gaswinning onmogelijk wordt. Niet-realistische
                                    alternatieven en varianten zijn daarom niet verder
                                    onderzocht.</Al>
		  <Al>Bij het samenstellen van het voorkeursalternatief is het
                                    belangrijk te benadrukken dat bepaalde keuzes afhankelijk zijn
                                    van andere keuzes. Het selecteren van een specifiek alternatief
                                    of een bepaalde variant kan namelijk de haalbaarheid en
                                    geschiktheid van andere opties beïnvloeden. Zo kan de keuze voor
                                    een bepaald type productie-installatie bijvoorbeeld andere
                                    uitvoeringsvarianten uitsluiten vanwege technische of
                                    milieutechnische beperkingen. Desondanks worden in deze
                                    paragraaf alle alternatieven en varianten gepresenteerd, zodat
                                    alle mogelijke opties volledig worden overwogen en de afweging
                                    transparant is.</Al>
		  <Al>Eni Energy heeft per onderdeel van de voorgenomen activiteit
                                    onderzocht welke realistische alternatieven en varianten
                                    beschikbaar zijn. Volgens de Omgevingswet is een alternatief
                                    redelijk als het bijdraagt aan de projectdoelen, nuttige
                                    informatie biedt voor de besluitvorming, uitvoerbaar en
                                    betaalbaar is, niet in strijd is met wet- en regelgeving,
                                    milieurelevant is en vergunbaar binnen de geldende kaders.</Al>
		  <Al>De beoordeling van alternatieven en varianten gebeurt aan de
                                    hand van drie hoofdcriteria: technische haalbaarheid,
                                    milieueffecten en economische haalbaarheid. Technische of
                                    economische niet haalbare alternatieven of varianten zijn
                                    afgevallen. Voor de overige alternatieven is op basis van
                                    ervaringen met bestaande gaswinningsprojecten geconcludeerd dat
                                    de alternatieven meer milieuschaden veroorzaken, wat
                                    uiteindelijk heeft geleid tot de keuze voor het
                                    voorkeursalternatief. Hieronder worden de varianten en
                                    alternatieven benoemd per projectfase.</Al>
		  <Al><strong>De aanlegfase</strong></Al>
		  <Al>In de aanlegfase zijn er verschillende realistische
                                    alternatieven binnen ontwerpkeuzes en varianten mogelijk, zoals
                                    het type platform, het hergebruik van bestaande installaties, de
                                    energievoorziening, en de wijze van aardgasafvoer. Daarnaast
                                    zijn er varianten in de verankering van het platform en het
                                    ingraven van de pijpleiding. Voor de volledige afwegingen van de
                                    keuzes wordt verwezen naar het MER.</Al>
		  <Al><i>Type productieinstallatie</i></Al>
		  <Al>In de aanlegfase zijn drie alternatieven voor het type
                                    productieinstallatie onderzocht: een satellietplatform, een
                                    ‘subsea’-installatie en een gecombineerd winnings- en
                                    behandelingsplatform. De eerste twee alternatieven omvatten
                                    alleen winningsinstallaties en vereisen een nabijgelegen
                                    behandelingsplatform waar het gas op specificatie voor een
                                    hoofdgastransportleiding wordt gebracht. Deze twee opties zijn
                                    mede hierdoor afgevallen, en vanwege negatieve milieueffecten,
                                    hoge kosten, technische beperkte levensduur en inefficiënt
                                    energiegebruik gezien er nog een aanvullend behandelingsplatform
                                    gebouwd dient te worden voor deze opties. Zie voor meer
                                    informatie paragraaf 6.2.1 in het MER. Het gecombineerd platform
                                    op L7-F voldoet wel aan alle eisen en maakt volledige benutting
                                    van het gasveld mogelijk. Daarom is alleen dit alternatief
                                    verder uitgewerkt in het MER.</Al>
		  <Al><i>Hergebruik van een bestaand platform versus een nieuw
                                        platform</i></Al>
		  <Al>Voor de realisatie van het behandelingsplatform zijn twee
                                    varianten onderzocht: nieuwbouw of hergebruik van een bestaand
                                    platform. Omdat alleen de topside van een bestaand platform
                                    geschikt is voor hergebruik, moet deze op een nieuwe onderbouw
                                    worden geplaatst; een bestaande onderbouw is vanwege
                                    waterdiepte, betrouwbaarheid en hoge onderhoudskosten niet
                                    bruikbaar. Uit de analyse is gebleken dat het hergebruik van de
                                    topside van het E17-A platform de voorkeur heeft.</Al>
		  <Al><i>Tracé van de pijpleiding voor de afvoer van gas</i></Al>
		  <Al>Voor de afvoer van het geproduceerde aardgas heeft Eni Energy
                                    drie mogelijke tracés voor de pijpleiding onderzocht, elk met
                                    verschillende aansluitpunten en gevolgen voor de verdere
                                    behandeling van het gas. Optie 1 betreft gasbehandeling op het
                                    L7-F platform, waarna het gas via een nieuwe pijpleiding wordt
                                    afgevoerd naar een aansluitpunt ((side tap) bij L09 op de
                                    NOGAT-leiding. Optie 2 voorziet in afvoer naar het L11-B
                                    platform, waar het gas al dan niet pas daar wordt behandeld.
                                    Optie 3 omvat afvoer van onbehandeld gas naar het L10-A platform
                                    voor behandeling. Na afweging van technische en milieukundige
                                    aspecten, waaronder de betrouwbaarheid, toekomstbestendigheid en
                                    afhankelijkheid van andere installaties, is gekozen voor optie
                                    1: behandeling op L7-F en afvoer via een aansluiting bij L09 op
                                    de NOGAT-leiding. De afweging is opgenomen in tabel 6-3 van het
                                    MER. Onderstaand een beknopte samenvattingen van de
                                    afwegingen.</Al>
		  <Al>Optie 1: Tracé afvoer naar L09 (‘side tap’ NOGAT)</Al>
		  <Al>Een productie-installatie met behandelingsplatform, L7-F, met
                                    een nieuwe pijpleiding die aansluit op de NOGAT-leiding.</Al>
		  <Al>Afwegingen:</Al>
		  <Al>Het aanleggen van een nieuwe pijpleiding en aansluiting brengt
                                    werkzaamheden met zich mee die, zonder mitigerende maatregelen,
                                    milieu-impact kunnen hebben en die vragen om een investering in
                                    tijd en financiële middelen, waaronder het gebruik van een
                                    mobiel werkplatform en duikers. De pijpleiding zal 13 kilometer
                                    door het Friese Front worden gelegd, waarbij kruisingen met
                                    bestaande infrastructuur extra beschermingsmaatregelen vereisen,
                                    zoals betonmatrassen en steenstort. Deze behandeling en route
                                    biedt, vergeleken met opties 2 en 3, de meest betrouwbare en
                                    toekomstbestendige oplossing voor de gasexport van L7-F.</Al>
		  <Al>Optie 2: Tracé afvoer naar NP-007 nabij L11-B</Al>
		  <Al>Een productie-installatie met een nieuwe pijpleiding naar de
                                    NP-007-aansluiting op de NGT-gastransportleiding waarbij de
                                    gasbehandeling plaats vindt op het bestaande L11-B
                                    platform.</Al>
		  <Al>Afwegingen:</Al>
		  <Al>De investerings- en operationele kosten van deze optie zijn
                                    lager dan bij optie 1. De nieuwe leiding loopt 8 kilometer door
                                    het Friese Front om aan te takken op de NP-007 leiding. Deze
                                    optie kent echter een aanzienlijk risico dat de bestaande
                                    flexibele NP-007 leiding de additionele gasstroom van L7-F niet
                                    voldoende kan verwerken. Dit risico houdt verband met de
                                    integriteit van de flexibele pijpleiding en de kans op scheuren/
                                    breuken. Daarnaast ontstaat er een risico op een zogenaamde
                                    ‘black-out’ bij gebruik van bestaande infrastructuur als gevolg
                                    van verschillende gasdrukken in de leidingen. Verder ontstaat er
                                    een afhankelijkheid van het bestaande L11-B-platform, wat kan
                                    leiden tot technische problemen of afhankelijkheid bij
                                    abandonnering. Deze nadelen wegen zwaarder dan eventuele
                                    voordelen, waardoor deze optie ongeschikt is.</Al>
		  <Al>Optie 3: Tracé afvoer naar L10-A</Al>
		  <Al>Gaswinning via een satellietplatform waarbij gasbehandeling
                                    plaatsvindt op het nabijgelegen gasbehandelingsplatform
                                    L10-A.</Al>
		  <Al>Afwegingen:</Al>
		  <Al>De investerings- en operationele kosten van deze optie zijn
                                    lager dan bij optie 1. De nieuw aan te leggen leiding loopt 13,2
                                    kilometer door het Friese Front om aan te takken op het
                                    bestaande L10-A platform. Doordat op het L10-A platform wordt
                                    aangesloten, ontstaat een afhankelijkheid. Dat brengt risico’s
                                    meebrengt bij technische problemen of bij het buiten gebruik
                                    stellen van de installatie. Ook deze optie kent een aanzienlijk
                                    risico op operationele complicaties, zoals een ‘black-out’, door
                                    verschillen in gasdrukken in de bestaande infrastructuur, en is
                                    daarmee kwetsbaar voor verstoringen in de gasafvoer. De
                                    verwachte buitengebruikstelling van de gasbehandeling op L10-A
                                    rond 2030 maakt deze route bovendien niet toekomstbestendig. Om
                                    deze redenen is deze optie ongeschikt voor de
                                    langetermijnplanning van L7-F.</Al>
		  <Al>Bij de aanleg van de pijpleiding zijn extra eisen in acht
                                    genomen vanwege kruisingen met scheepvaartroutes. Zo moet de
                                    leiding deze routes zoveel mogelijk haaks en via de kortste weg
                                    kruisen, en op minimaal 1,5 mijl afstand blijven van andere
                                    kruisingen. Daarnaast ligt de pijpleiding minimaal 1 meter onder
                                    de zeebodem om veilig te zijn voor visserij en scheepvaart. Op
                                    plaatsen waar de leiding infrastructuur van derden kruist en
                                    niet ingegraven kan worden, worden speciale beschermende
                                    constructies aangebracht. Zo blijft de leiding gedurende de hele
                                    levensduur goed beschermd en overvisbaar en bereikbaar voor
                                    noodzakelijk onderhoud. Deze voorwaarden zijn geborgd in de
                                    pijpleidingvergunning. Het gekozen tracé voldoet daarmee aan de
                                    gestelde voorwaarden.</Al>
		  <Al><strong>De boorfase</strong></Al>
		  <Al>Tijdens de boorfase zijn voor de omgang met boorgruis en
                                    boorspoeling twee alternatieven onderzocht: lozing op zee of
                                    afvoer naar de wal. Bij boringen met boorspoeling op waterbasis
                                    (Water Based Mud, ofwel WBM) wordt het boorgruis op het platform
                                    gezeefd en mag, na melding bij de toezichthouder, op zee worden
                                    geloosd. Deze lozing veroorzaakt tijdelijk een troebele pluim in
                                    het zeewater en lichte sedimentatie rond het boorplatform, maar
                                    uit modelberekeningen blijkt dat deze effecten snel verdwijnen
                                    en verwaarloosbaar zijn ten opzichte van de natuurlijke dynamiek
                                    van de zeebodem. Het alternatief, waarin al het WBM-materiaal
                                    per schip naar de wal wordt afgevoerd, voorkomt lozing op zee,
                                    maar leidt tot extra scheepsbewegingen, hogere uitstoot,
                                    logistieke knelpunten door beperkte opslagruimte op het
                                    platform, en het risico op vertragingen door slecht weer. Dit
                                    laatste alternatief zorgt voor extra emissies en kan de
                                    booroperatie aanzienlijk verstoren. Op basis van deze afweging
                                    is geconcludeerd dat lozing van WBM-houdend boorgruis en
                                    boorspoeling op zee de voorkeur heeft boven afvoer naar land,
                                    mede omdat de milieueffecten beperkt en tijdelijk zijn, terwijl
                                    afvoer naar land leidt tot structureel hogere milieubelasting en
                                    operationele risico’s. Voor boorvloeistof op oliebasis (Oil
                                    Based Mud, ofwel OBM) geldt altijd dat deze volledig wordt
                                    afgevoerd naar de wal voor verwerking en niet wordt
                                    geloosd.</Al>
		  <Al><strong>Afgevallen varianten</strong></Al>
		  <Al>In de voorbereidingsfase van het project zijn ook andere
                                    mogelijkheden onderzocht. Deze zijn in een eerder stadium
                                    afgevallen omdat ze niet realistisch of haalbaar bleken. Het
                                    gaat hierbij onder andere om alternatieven voor het verankeren
                                    van het productieplatform (zoals heipalen of zuigankers) en voor
                                    het installeren van de conductors (heien of voorboren en
                                    cementeren).</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_3__div_1__content_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3">
		<Kop>
		  <Nummer>3.2.3</Nummer>
		  <Opschrift>Voorkeursalternatief</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het voorkeursalternatief is vastgesteld op basis van een
                                    beoordeling van mogelijke alternatieven en uitvoeringsvarianten.
                                    Hierbij zijn de milieueffecten, technische haalbaarheid en
                                    economische uitvoerbaarheid zorgvuldig afgewogen. Vanwege de
                                    specifieke locatie en aard van het project op de Noordzee is,
                                    zoals benoemd in paragraaf 3.2.2, het aantal alternatieven en
                                    varianten inherent beperkt.</Al>
		  <Al>Om tot het voorkeursalternatief te komen, zijn de volgende
                                    stappen doorlopen. Voor de verschillende onderdelen van de
                                    voorgenomen activiteit is eerst bepaald welke realistische
                                    alternatieven of varianten mogelijk zijn. Met ‘realistisch’
                                    wordt bedoeld: technisch en economisch haalbaar, waarschijnlijk
                                    vergunbaar en maatschappelijk of milieutechnisch aanvaardbaar.
                                    De milieueffecten van deze realistische alternatieven of
                                    varianten zijn vervolgens ingeschat en met elkaar vergeleken. Op
                                    basis van deze vergelijking is vastgesteld welke combinatie van
                                    varianten de voorkeur heeft. Dit heeft geleid tot het
                                    voorkeursalternatief voor het L7-F-project. Het
                                    voorkeursalternatief vormt de basis voor dit projectbesluit. In
                                    onderstaande Tabel 2 is per projectfase een samenvatting van het
                                    voorkeursalternatief opgenomen.</Al>
		  <Al>Tabel 2: Voorkeursalternatief - overzicht per fase</Al>
		  <table eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1">
		    <title/>
		    <tgroup align="left" cols="2">
		      <colspec colname="col1" colnum="1"/>
		      <colspec colname="col2" colnum="2"/>
		      <thead valign="top">
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Projectfase</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>Onderdelen en activiteiten van het
                                                  voorkeursalternatief</Al>
			  </entry>
			</row>
		      </thead>
		      <tbody valign="top">
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Aanlegfase</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Lijst eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			      <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_1__item_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_1__item_1">
				<Al>Plaatsen van een nieuw gecombineerd
                                                  gaswinnings- en behandelingsplatform op de gekozen
                                                  locatie.</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_1__item_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_1__item_2">
				<Al>Hergebruik van een bestaand platform,
                                                  specifiek de bovenbouw (topside) van het E17-A
                                                  platform.</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_1__item_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_1__item_3">
				<Al>Verankeringspalen worden geheid.</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_1__item_4" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_1__item_4">
				<Al>Leggen en aansluiten van een pijpleiding naar
                                                  het bestaande L09 platform om daar via een
                                                  aansluitpunt (side tap) aan te sluiten op de
                                                  NOGAT-hoofdtransportleiding. De leiding wordt
                                                  voornamelijk ingegraven door middel van
                                                  ‘jetten’.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Boorfase</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Lijst eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_2" type="ongemarkeerd">
			      <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_2__item_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_2__item_1">
				<Al>Om het gasveld L7-F in productie te brengen
                                                  wordt de exploratieput omgezet tot een
                                                  productieput en worden twee nieuwe gasputten
                                                  geboord.</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_2__item_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_2__item_2">
				<Al>De putten worden geboord met een
                                                  boorplatform.</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_2__item_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_2__item_3">
				<Al>Boorgruis en boorspoeling op oliebasis wordt
                                                  per schip afgevoerd naar de wal; boorgruis en
                                                  boorspoeling op waterbasis wordt, nadat het is
                                                  gezeefd, geloosd in zee.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Productiefase</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Lijst eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_3" type="ongemarkeerd">
			      <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_3__item_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_3__item_1">
				<Al>Winnen en op het L7-F-platform behandelen van
                                                  aardgas.</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_3__item_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_3__item_2">
				<Al>Het afvoeren van het geproduceerde aardgas per
                                                  pijpleiding naar de bestaande NOGAT-leiding.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Transporten</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Lijst eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_4" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_4" type="ongemarkeerd">
			      <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_4__item_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_4__item_1">
				<Al>Bevoorrading van het L7-F-platform met
                                                  bevoorradingsschepen vanuit Den Helder.</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_4__item_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_4__item_2">
				<Al>Bezoeken van het L7-F-platform per helikopter
                                                  vanuit Den Helder.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Beëindiging en ontmanteling</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Lijst eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_5" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_5" type="ongemarkeerd">
			      <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_5__item_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_5__item_1">
				<Al>Afsluiten van de putten en verwijdering tot
                                                  onder de zeebodem.</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_5__item_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_5__item_2">
				<Al>Schoonmaken en verwijdering van het
                                                  platform.</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_5__item_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_3__div_1__content_3__table_o_1__list_o_5__item_3">
				<Al>Verwijderen of laten liggen van de gasleiding,
                                                  afhankelijk van de dan geldende regelgeving.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </entry>
			</row>
		      </tbody>
		    </tgroup>
		  </table>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_4" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4">
	    <Kop>
	      <Nummer>4</Nummer>
	      <Opschrift>Motivering participatie</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_4__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_1">
	      <Kop>
		<Nummer>4.1</Nummer>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen
                                zijn betrokken bij de voorbereiding van dit projectbesluit. Door de
                                ligging van dit project op de Noordzee zijn er geen direct
                                omwonenden. Burgers en overige organisaties, inclusief al benaderde
                                partijen, kunnen gebruik maken van formele inspraakmomenten. Dit
                                hoofdstuk beschrijft de uitvoering en de resultaten van het
                                participatieproces tot nu toe.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_4__content_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2">
	      <Kop>
		<Nummer>4.2</Nummer>
		<Opschrift>Participatieplan</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het Voornemen en Participatieplan is gepubliceerd op 23 april 2025.
                                Het Voornemen en Participatieplan omschrijft het project en gaat in
                                op de stappen in de projectprocedure en de wijze van
                                participatie.</Al>
		<Al>In het participatieplan staat hoe het bevoegd gezag, de ministers
                                van KGG en VRO, en de initiatiefnemer Eni Energy invulling geven aan
                                de participatie voor dit project. Participatie is essentieel voor
                                zorgvuldige besluitvorming. Dit participatieplan richt zich op een
                                zorgvuldige benadering waarbij belanghebbenden tijdig en inhoudelijk
                                worden betrokken.</Al>
		<Al>Er zijn drie momenten waarop het mogelijk is voor iedereen om te
                                reageren door het indienen van een zienswijze of het instellen van
                                beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
                                Deze drie momenten zijn:</Al>
		<Lijst eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_1" type="expliciet">
		  <Li eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_1__item_a" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_1__item_a">
		    <LiNummer>a.</LiNummer>
		    <Al>Bij de publicatie van de Kennisgeving Voornemen en
                                        Participatieplan en de terinzagelegging van de
                                        concept-NRD;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_1__item_b" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_1__item_b">
		    <LiNummer>b.</LiNummer>
		    <Al>Bij de terinzagelegging van het ontwerp-projectbesluit
                                        inclusief het MER, de ontwerp-omgevingsvergunningen, de
                                        ontwerp-pijpleidingvergunning en het
                                        ontwerp-instemmingsbesluit met het winningsplan;</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_1__item_c" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_1__item_c">
		    <LiNummer>c.</LiNummer>
		    <Al>Bij de terinzagelegging van het definitieve projectbesluit
                                        inclusief het MER, de omgevingsvergunningen en de
                                        pijpleidingvergunning.</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>De invulling van de participatie verschilt per doelgroep,
                                afhankelijk van de mate van betrokkenheid bij en invloed op het
                                project. Het merendeel van de betrokken organisaties bij het project
                                zijn vertegenwoordigd in het Noordzeeoverleg (NZO). De volgende
                                groepen zijn onderscheiden:</Al>
		<Lijst eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_2" type="expliciet">
		  <Li eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_a" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_a">
		    <LiNummer>a.</LiNummer>
		    <Al>(Regionale) overheden en rijksinstanties</Al>
		    <Lijst eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_a__list_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_a__list_o_1" type="expliciet">
		      <Li eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_a__list_o_1__item_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_a__list_o_1__item_1">
			<LiNummer>1°.</LiNummer>
			<Al>Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en
                                                Natuur</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_a__list_o_1__item_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_a__list_o_1__item_2">
			<LiNummer>2°.</LiNummer>
			<Al>Rijkswaterstaat</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_a__list_o_1__item_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_a__list_o_1__item_3">
			<LiNummer>3°.</LiNummer>
			<Al>Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_b" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_b">
		    <LiNummer>b.</LiNummer>
		    <Al>Energiebranche organisaties</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_c" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_c">
		    <LiNummer>c.</LiNummer>
		    <Al>Veiligheidsinstanties</Al>
		    <Lijst eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_c__list_o_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_c__list_o_2" type="expliciet">
		      <Li eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_c__list_o_2__item_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_c__list_o_2__item_1">
			<LiNummer>1°.</LiNummer>
			<Al>Staatstoezicht op de Mijnen</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_c__list_o_2__item_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_c__list_o_2__item_2">
			<LiNummer>2°.</LiNummer>
			<Al>Kustwacht Nederland</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_d" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_d">
		    <LiNummer>d.</LiNummer>
		    <Al>Natuur- en milieuorganisaties</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_e" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_e">
		    <LiNummer>e.</LiNummer>
		    <Al>Zeevaart</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_f" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_f">
		    <LiNummer>f.</LiNummer>
		    <Al>Eigenaren van kabels</Al>
		  </Li>
		  <Li eId="acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_g" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_2__list_o_2__item_g">
		    <LiNummer>g.</LiNummer>
		    <Al>Uitvoeringspartijen voor de aanleg</Al>
		  </Li>
		</Lijst>
		<Al>Eni Energy zorgt dat deze partijen adequaat en tijdig geïnformeerd
                                worden en in staat worden gesteld hun visie en eventuele zorgen
                                kenbaar te maken.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_4__content_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_3">
	      <Kop>
		<Nummer>4.3</Nummer>
		<Opschrift>Participatie tijdens de voorbereiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De concept-NRD heeft samen met het Voornemen en Participatieplan ter
                                inzage gelegen van vrijdag 2 mei tot en met donderdag 12 juni 2025.
                                Hierop is één zienswijze ingediend door Stichting De Noordzee, mede
                                namens de Stichting Natuur en Milieu, het Wereld Natuur Fonds en de
                                Vogelbescherming. Er is een Nota van Antwoord opgesteld die ingaat
                                op deze zienswijze en aangeeft hoe hiermee is omgegaan. Deze is
                                gepubliceerd op 13 juli 2025, en is raadpleegbaar via de ​<ExtRef soort="URL" ref="https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopende-projecten/gaswinning-l7-f">projectwebsite</ExtRef>.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_4__content_4" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_4__content_4">
	      <Kop>
		<Nummer>4.4</Nummer>
		<Opschrift>Zienswijzen ontwerp-projectbesluit</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Het ontwerp-projectbesluit heeft samen met het MER ter inzage
                                gelegen van vrijdag 19 december 2025 tot en met donderdag 29 januari
                                2026. Hierop zijn twee zienswijzen ingediend door Stichting
                                Doggerland en Advocates for the Future. Er is een reactienota
                                opgesteld die ingaat op deze zienswijzen en aangeeft hoe hiermee is
                                omgegaan. De reactienota is een bijlage bij dit projectbesluit. De
                                zienswijzen hebben niet geleid tot aanpassingen in het
                                projectbesluit of het MER.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_5" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5">
	    <Kop>
	      <Nummer>5</Nummer>
	      <Opschrift>Bescherming van gezondheid en milieu</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_5__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__content_1">
	      <Kop>
		<Nummer>5.1</Nummer>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Gelet op de ligging van het project in de Noordzee, zoals
                                vastgesteld in hoofdstuk 3, is er geen sprake van effecten op /de
                                fysieke leefomgeving. Hiermee vervalt de toetsing op de thema’s
                                geur, licht, luchtkwaliteit en geluid (de effecten van bovenwater-
                                en onderwatergeluid op soorten worden getoetst in hoofdstuk 9).</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisie eId="acc_I__div_5__div_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_1">
	      <Kop>
		<Nummer>5.2</Nummer>
		<Opschrift>Bodembeweging</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_5__div_1__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_1__content_1">
		<Kop>
		  <Nummer>5.2.1</Nummer>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De instructieregels voor bodembeweging zijn vastgelegd in
                                    hoofdstuk 4 van het Mijnbouwbesluit. Omdat deze verplichting
                                    niet geldt voor delfstofwinning op het continentaal plat en het
                                    project op circa 70 kilometer uit de kust ligt, zijn geen
                                    specifieke onderzoeken naar bodembeweging of bodemtrillingen
                                    uitgevoerd. Eventuele bodemdaling of trillingen zouden op deze
                                    afstand geen gevolgen hebben voor gebruiksfuncties. Het aspect
                                    bodembeweging is wel kwalitatief beschouwd in het MER.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_5__div_1__content_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_1__content_2">
		<Kop>
		  <Nummer>5.2.2</Nummer>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Gaswinning kan leiden tot bodemdaling en bodemtrillingen
                                    (aardbevingen) als gevolg van veranderingen in de diepe
                                    ondergrond. Bodemdaling treedt op wanneer aardgas, dat onder
                                    hoge druk in poreuze gesteentelagen aanwezig is, wordt gewonnen.
                                    De druk in het reservoir neemt daarbij af, waardoor de
                                    bovenliggende gesteentepakketten geleidelijk worden samengedrukt
                                    onder hun eigen gewicht. Dit resulteert in een komvormig
                                    dalingsgebied op de zeebodem met een zeer geleidelijke helling
                                    en een maximale daling van enkele centimeters na beëindiging van
                                    de gaswinning. Het proces voltrekt zich over tientallen jaren,
                                    waarbij het effect het grootst is in het centrum van het gebied
                                    en geleidelijk afneemt naar de randen. De kom heeft doorgaans
                                    een doorsnede van enkele kilometers.</Al>
		  <Al>In de diepe ondergrond bevinden zich verschillende
                                    gesteentelagen, waarvan sommige breuken bevatten. Wanneer
                                    opgebouwde spanningen in deze breuken vrijkomen, kunnen
                                    bodemtrillingen of aardbevingen optreden. Dit kan zowel door
                                    natuurlijke processen als door gaswinning worden veroorzaakt. De
                                    kracht van een dergelijke trilling is afhankelijk van de
                                    hoeveelheid opgebouwde spanning en de diepte waarop de breuk
                                    zich bevindt.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_5__div_1__content_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_1__content_3">
		<Kop>
		  <Nummer>5.2.3</Nummer>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De kans op het optreden van bodemtrillingen bij dit project
                                    wordt als zeer klein ingeschat. Eventuele bodemdaling of
                                    trillingen hebben geen gevolgen voor gebruiksfuncties. Voor het
                                    aspect bodembeweging is sprake van een evenwichtige toedeling
                                    van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_5__div_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_2">
	      <Kop>
		<Nummer>5.3</Nummer>
		<Opschrift>Energie en klimaat</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_5__div_2__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_2__content_1">
		<Kop>
		  <Nummer>5.3.1</Nummer>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het toetsingskader voor het aspect energie en klimaat bestaat
                                    uit het Klimaatakkoord, de Klimaatwet, het Programma Noordzee
                                    2022-2027, het NPE en het PEH. Voor een uitgebreidere
                                    toelichting op deze beleidskaders en regelgeving wordt verwezen
                                    naar hoofdstuk 2.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_5__div_2__content_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_2__content_2">
		<Kop>
		  <Nummer>5.3.2</Nummer>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Tijdens alle fasen van het gaswinningsproject ontstaan emissies
                                    van broeikasgassen, met name koolstofdioxide (CO₂). Deze
                                    emissies zijn voornamelijk het gevolg van de verbranding van
                                    brandstoffen in motoren en generatoren, het affakkelen van
                                    aardgas en het onverbrand vrijkomen van aardgas. Door toepassing
                                    van de Best Beschikbare Technieken (BBT) worden deze emissies
                                    zoveel mogelijk beperkt. Deze BBT en het gebruik hiervan worden
                                    geborgd in de omgevingsvergunningen.</Al>
		  <Al>Het energieverbruik en de daarmee samenhangende emissies door
                                    transport (zeevaart en helikoptervluchten) zijn relatief gering,
                                    mede doordat Den Helder als uitvalsbasis wordt gebruikt en de
                                    transportafstanden beperkt zijn. De aanleg- en boorfase duren
                                    circa anderhalf jaar, waardoor de CO₂-uitstoot in deze fasen
                                    beperkt blijft.</Al>
		  <Al>De uitstoot van methaan (CH<sub>4</sub>) wordt zo veel mogelijk
                                    beperkt binnen het project. Eni Energy heeft de afgelopen jaren
                                    diverse maatregelen getroffen op de topside die bestemd is voor
                                    het L7-F-platform (op dit moment de topside van platform E17-A).
                                    Door het treffen van deze maatregelen is er op de E17-A topside
                                    (op één uitzondering na) geen sprake meer van continue
                                    methaanemissies. Deze overblijvende stroom wordt tevens
                                    aangepakt. Wat resteert na deze maatregelen zijn incidentele
                                    methaanemissies die vrijkomen bij reparaties en
                                    onderhoudswerkzaamheden, waarbij het gasvrij maken van
                                    installaties om veiligheidsredenen noodzakelijk is. Deze
                                    emissies zijn op dit moment onvermijdbaar en strikt
                                    noodzakelijk. Eni Energy onderzoekt wel of ook deze incidentele
                                    emissies door middel van technische aanpassingen kunnen worden
                                    voorkomen. Als zich hiervoor een technische maatregel voordoet
                                    zal Eni Energy bezien of het treffen van deze maatregel mogelijk
                                    is.</Al>
		  <Al>Voor alle projectfasen zijn het energieverbruik en de
                                    broeikasgasemissies (uitgedrukt in CO₂-equivalenten) in kaart
                                    gebracht, inclusief de emissies door transport (zie onderstaande
                                    Tabel). Met betrekking tot de CO2-uitstoot voor de aanleg- en
                                    boorfase wordt opgemerkt dat deze fasen circa anderhalf jaar
                                    duren.</Al>
		  <Al>Tabel 3: Verbruik van fossiele energie en emissies van
                                    broeikasgas per fase (TJ - Terajoule)</Al>
		  <table eId="acc_I__div_5__div_2__content_2__table_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_2__content_2__table_o_1">
		    <title/>
		    <tgroup align="left" cols="3">
		      <colspec colname="col1" colnum="1"/>
		      <colspec colname="col2" colnum="2"/>
		      <colspec colname="col3" colnum="3"/>
		      <thead valign="top">
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Projectfase en bronnen</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>Fossiel energiegebruik</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col3">
			    <Al>BKG-emissie</Al>
			  </entry>
			</row>
		      </thead>
		      <tbody valign="top">
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al><strong>Aanlegfase</strong></Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al><strong>~21 TJ/jr.</strong></Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col3">
			    <Al><strong>~1399 ton CO<sub>2</sub>
                                                  eq/jr.</strong></Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Dieselverbruik pijpenlegschip</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>~8 TJ/jr.</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col3">
			    <Al>~565 ton CO<sub>2</sub> eq/jr.</Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Dieselverbruik steenstorter</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>~2,5 TJ/jr.</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col3">
			    <Al>~52 ton CO<sub>2</sub> eq/jr.</Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Dieselverbruik bevoorradingschepen</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>~4 TJ/jr.</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col3">
			    <Al>~312 ton CO<sub>2</sub> eq/jr.</Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Dieselverbruik duikondersteuningsschip</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>~4,5 TJ/jr.</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col3">
			    <Al>~327 ton CO<sub>2</sub> eq/jr.</Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Dieselverbruik sleepboten</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>~0,2 TJ/jr.</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col3">
			    <Al>~11 ton CO<sub>2</sub> eq/jr.</Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Dieselverbruik kraanschip</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>~1,5 TJ/jr.</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col3">
			    <Al>~125 ton CO<sub>2</sub> eq/jr.</Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Dieselverbruik wachtschip pijpleiding</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>~0,05 TJ/jr.</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col3">
			    <Al>~2 ton CO<sub>2</sub> eq/jr.</Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al><strong>Boorfase</strong></Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al><strong>~174 TJ/jr.</strong></Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col3">
			    <Al><strong>~11.689 ton CO<sub>2</sub>
                                                  eq/jr.</strong></Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Dieselverbruik generatoren</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>~75 TJ/jr.</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col3">
			    <Al>~6.450 ton CO<sub>2</sub> eq/jr.</Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Fakkel</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>~95 TJ/jr.</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col3">
			    <Al>~11 ton CO<sub>2</sub> eq/jr.</Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Dieselverbruik sleepboten</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>~0,2 TJ/jr.</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col3">
			    <Al>~5.000 ton CO<sub>2</sub> eq/jr.</Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Dieselverbruik bevoorradingsschepen</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>~1,9 TJ/jr.</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col3">
			    <Al>~130 ton CO<sub>2</sub> eq/jr.</Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Dieselverbruik wachtschip</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>~1,4 TJ/jr.</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col3">
			    <Al>~98 ton CO<sub>2</sub> eq/jr.</Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al><strong>Productiefase</strong></Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al><strong>~193 TJ/jr.</strong></Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col3">
			    <Al><strong>~12.815 ton CO<sub>2</sub>
                                                  eq/jr.</strong></Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Gasverbruik productieplatform</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>~190 TJ/jr.</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col3">
			    <Al>~12.615 ton CO<sub>2</sub> eq/jr.</Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Dieselverbruik bevoorradingsschepen</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>~3 TJ/jr.</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col3">
			    <Al>~200 ton CO<sub>2</sub> eq/jr.</Al>
			  </entry>
			</row>
		      </tbody>
		    </tgroup>
		  </table>
		  <Al>Uit recent onderzoek van Haskoning (2024) blijkt dat de
                                    broeikasgasemissies per eenheid Nederlands aardgas uit kleine
                                    velden vergelijkbaar zijn met die van Noors aardgas. Daarentegen
                                    zijn de emissies per eenheid vloeibaar aardgas (LNG) uit de
                                    Verenigde Staten en andere LNG-producerende landen aanzienlijk
                                    hoger (respectievelijk circa zeven- en viermaal groter)
                                    voornamelijk door het energie-intensieve vloeibaar maken van
                                    aardgas en hogere methaanemissies in de keten. In dit licht
                                    veroorzaakt gaswinning bij L7-F aanzienlijk minder
                                    broeikasgasemissies dan de import van LNG uit andere
                                    landen.</Al>
		  <Al>Om de ‘klimaatwinst’ van eigen gaswinning inzichtelijk te maken,
                                    zijn de totale broeikasgasemissies van het L7-F-project
                                    vergeleken met de emissies die ontstaan bij LNG-import van
                                    eenzelfde hoeveelheid aardgas. De vergelijking is weergegeven in
                                    onderstaande tabel, en betreft zogenaamde scope 1- en
                                    2-emissies. Daar waar L7-F vooral scope 1 emissies heeft, omvat
                                    LNG import zowel scope 1 als scope 2 emissies. Er is namelijk
                                    extra energie nodig om aardgas vloeibaar te maken, te
                                    transporteren en weer gasvormig te maken. De scope 3 emissies
                                    zijn in beide situaties gelijk. Zie voor meer informatie over
                                    emissies paragraaf 7.6 in het MER.</Al>
		  <Al>Tabel 4: Broeikasgasemissies door L7-F versus import van LNG
                                    (scope 1 en 2-emissies)</Al>
		  <table eId="acc_I__div_5__div_2__content_2__table_o_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_2__content_2__table_o_2">
		    <title/>
		    <tgroup align="left" cols="2">
		      <colspec colname="col1" colnum="1"/>
		      <colspec colname="col2" colnum="2"/>
		      <thead valign="top">
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Scenario</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>Totale BKG-emissie (ton CO<sub>2</sub> eq-jr)
                                                  - afgerond</Al>
			  </entry>
			</row>
		      </thead>
		      <tbody valign="top">
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>L7-F project (alle fasen)</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>26.000</Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>LNG uit de Verenigde Staten</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>181.000</Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>LNG uit andere landen</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>104.000</Al>
			  </entry>
			</row>
		      </tbody>
		    </tgroup>
		  </table>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_5__div_2__content_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_2__content_3">
		<Kop>
		  <Nummer>5.3.3</Nummer>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Gelet op bovenstaande is er voor het aspect energie en klimaat
                                    sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan
                                    locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_5__div_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_3">
	      <Kop>
		<Nummer>5.4</Nummer>
		<Opschrift>Afvalstoffen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_5__div_3__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_3__content_1">
		<Kop>
		  <Nummer>5.4.1</Nummer>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De wet- en regelgeving rondom afvalstoffen is vastgelegd in het
                                    Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De wet- en regelgeving
                                    rondom het opslaan, verbranden, nuttig toepassen en verwijderen
                                    van bepaalde afvalstoffen is geregeld in de Wet
                                    milieubeheer.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_5__div_3__content_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_3__content_2">
		<Kop>
		  <Nummer>5.4.2</Nummer>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Gedurende verschillende fasen van het project ontstaan kleinere
                                    of grotere hoeveelheden afval. De belangrijkste afvalstromen die
                                    vrijkomen zijn:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_5__div_3__content_2__list_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_3__content_2__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		    <Li eId="acc_I__div_5__div_3__content_2__list_o_1__item_a" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_3__content_2__list_o_1__item_a">
		      <Al>Niet-gevaarlijke afvalstoffen, waaronder huishoudelijk
                                            afval, schroot en schone lege emballage</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_5__div_3__content_2__list_o_1__item_b" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_3__content_2__list_o_1__item_b">
		      <Al>Gevaarlijke afvalstoffen, waaronder afgewerkte
                                            smeermiddelen, olie verontreinigd afval en slib uit de
                                            installaties</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_5__div_3__content_2__list_o_1__item_c" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_3__content_2__list_o_1__item_c">
		      <Al>Aanvullend tijdens de ontmantelingsfase: grote
                                            hoeveelheden schroot en andere afvalstromen</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Tijdens de boorfase ontstaat met name een grote hoeveelheid
                                    oliehoudend afval. Een indicatie van de hoeveelheden staat in
                                    Tabel weergegeven. Het oliehoudende afval wordt afgevoerd naar
                                    land en daar verwerkt in een speciale installatie. Deze verwerkt
                                    het afval en wint zoveel mogelijk olie terug uit het boorgruis
                                    voor hergebruik. Het gereinigd boorgruis wordt vervolgens
                                    gestort op een IBC-stortplaats (Isoleren, Beheersen en
                                    Controleren).</Al>
		  <Al>Tabel 5: Totale hoeveelheden afval tijdens de aanlegfase (incl.
                                    boorfase)</Al>
		  <table eId="acc_I__div_5__div_3__content_2__table_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_3__content_2__table_o_1">
		    <title/>
		    <tgroup align="left" cols="2">
		      <colspec colname="col1" colnum="1"/>
		      <colspec colname="col2" colnum="2"/>
		      <thead valign="top">
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Afvalstof</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>Hoeveelheid (ton)</Al>
			  </entry>
			</row>
		      </thead>
		      <tbody valign="top">
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Gevaarlijk afval (voornamelijk oliehoudend
                                                  boorgruis)</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>300-700</Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1">
			    <Al>Niet-gevaarlijk afval</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2">
			    <Al>10</Al>
			  </entry>
			</row>
		      </tbody>
		    </tgroup>
		  </table>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_5__div_3__content_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_5__div_3__content_3">
		<Kop>
		  <Nummer>5.4.3</Nummer>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Omdat de werkzaamheden en het gebruik van het platform leiden
                                    tot het ontstaan van afval is er sprake van een negatief effect.
                                    Het ontstaan van afval is niet te voorkomen, maar wel te
                                    mitigeren. Als mitigerende maatregel wordt al het afval op een
                                    gereguleerde wijze ingezameld, afgevoerd en verwerkt. Daarmee is
                                    er sprake van een neutraal effect, en is er sprake van een
                                    evenwichtige toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_6" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_6">
	    <Kop>
	      <Nummer>6</Nummer>
	      <Opschrift>Bescherming van waterbelangen</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_6__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_6__content_1">
	      <Kop>
		<Nummer>6.1</Nummer>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit hoofdstuk zijn de effecten van project gaswinning L7-F op de
                                waterbelangen uiteengezet.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisie eId="acc_I__div_6__div_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_6__div_1">
	      <Kop>
		<Nummer>6.2</Nummer>
		<Opschrift>Water</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_1__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_6__div_1__content_1">
		<Kop>
		  <Nummer>6.2.1</Nummer>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De Kaderrichtlijn Mariene Strategie bevat
                                    waterkwaliteitsdoelstellingen. Zoals beschreven in paragraaf
                                    2.1.10 van deze motivering, heeft Nederland de doorwerking van
                                    deze richtlijn (beleidsmatig) opgenomen in onder andere de NOVI
                                    en het Nationaal Water Programma 2022-2027 en het Programma
                                    Noordzee 2022-2027. Deze beleidsstukken vormen dan ook het
                                    toetsingskader voor het beschouwen van de effecten van het
                                    project op de waterbelangen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_1__content_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_6__div_1__content_2">
		<Kop>
		  <Nummer>6.2.2</Nummer>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Om de mogelijke effecten van het project op het waterbelang te
                                    beoordelen, zijn effecten omtrent waterkwaliteit onderzocht.
                                    Specifiek gaat het hierbij om vertroebeling en verontreiniging
                                    van het zeewater.</Al>
		  <Al>De waterkwaliteit van de Noordzee wordt beïnvloed door zowel
                                    natuurlijke processen als menselijke activiteiten. Via onder
                                    meer rivieren, de lucht, scheepvaart en olie- en gasplatforms
                                    komen verontreinigde stoffen in het zeewater terecht. Ook de
                                    werkzaamheden bij L7-F dragen hieraan bij. Deze emissies, die
                                    zich voornamelijk voordoen tijdens de boor- en productiefase,
                                    kunnen negatieve gevolgen hebben op de natuur.</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_6__div_1__content_2__list_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_6__div_1__content_2__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		    <Li eId="acc_I__div_6__div_1__content_2__list_o_1__item_a" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_6__div_1__content_2__list_o_1__item_a">
		      <Al>Boorfase: emissies naar water worden vooral veroorzaakt
                                            door de lozing van boorgruis en boorspoeling op
                                            waterbasis (boorspoeling op oliebasis wordt
                                            afgevoerd).</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_6__div_1__content_2__list_o_1__item_b" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_6__div_1__content_2__list_o_1__item_b">
		      <Al>Productiefase: emissies naar water worden voornamelijk
                                            veroorzaakt door de lozing van productiewater dat
                                            vrijkomt bij de gasbehandeling.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Voor beide fasen geldt dat ook sanitair water en regenwater dat
                                    van de dekken afspoelt in de zee komt.</Al>
		  <Al><strong>Boorfase</strong></Al>
		  <Al>Tijdens het boorproces worden boorgruis en boorvloeistof (op
                                    waterbasis, met onder andere bentoniet en bariet) geloosd op het
                                    zeewater. Dit kan lokaal verstoring van het mariene milieu
                                    veroorzaken doordat deze stoffen zich door de waterkolom
                                    verspreiden en op de zeebodem neerslaan.</Al>
		  <Al>De achtergrondconcentratie van slib in het gebied varieert van
                                    nature sterk en kan door booractiviteiten tijdelijk toenemen,
                                    vooral nabij de boorlocatie. De verspreiding en concentratie van
                                    de geloosde stoffen zijn afhankelijk van de weersomstandigheden:
                                    onder kalme omstandigheden blijven de stoffen meer
                                    geconcentreerd rond de bron, terwijl bij stormen de verspreiding
                                    groter is, maar de concentraties lager.</Al>
		  <Al>Modelberekeningen laten zien dat de verhoogde concentraties snel
                                    afnemen naarmate de afstand tot de boorlocatie toeneemt, en dat
                                    de effecten binnen zes dagen grotendeels verdwijnen. De extra
                                    sedimentatie door boorlozingen is beperkt en blijft ruim onder
                                    ecologisch kritische waarden voor bodemdieren, waardoor de
                                    impact op het mariene ecosysteem klein is.</Al>
		  <Al><strong>Aanlegfase</strong></Al>
		  <Al>Tijdens de aanlegfase van de pijpleiding vindt tijdelijke
                                    vertroebeling en emissie plaats, vooral bij het spoelen en
                                    vullen van de leiding. Hierbij wordt een mengsel van gefilterd
                                    zeewater, beschermingsmiddelen (corrosie inhibitoren) en
                                    mogelijk wat ijzeroxide geloosd in zee via een tijdelijk
                                    leidingsysteem, waarvoor een aparte vergunning wordt aangevraagd
                                    in samenhang met de aanleg van de pijpleiding.</Al>
		  <Al>De milieueffecten van deze lozingen en de boorfase zijn beperkt
                                    door het korte tijdsbestek en de snelle verdunning van de
                                    stoffen in het zeewater. Modellering en ecologisch onderzoek
                                    geven aan dat het mariene milieu, waaronder het Friese Front als
                                    belangrijk foerageergebied voor vogels, niet significant wordt
                                    beïnvloed door de booractiviteiten.</Al>
		  <Al>Vertroebeling en sedimentatie zijn als mogelijke effecten
                                    onderzocht. Deze processen kunnen invloed hebben op minder
                                    algengroei, hinder voor vissen en vogels, en bodemdieren. Door
                                    sedimentatie kunnen organismen die op de bodem leven onder het
                                    sediment raken. Voor nadere informatie omtrent zowel
                                    vertroebeling als sedimentatie, wordt verwezen naar het Rapport
                                    ecologische effectbeoordeling (Bijlage 4 bij het MER).</Al>
		  <Al><strong>Productiefase</strong></Al>
		  <Al>Tijdens de productiefase gelden regels voor het lozen van
                                    verontreinigde stoffen op zee, zoals vastgelegd in de
                                    Mijnbouwregeling. Eni Energy zorgt dat aan de eisen wordt
                                    voldaan. Hierdoor worden de jaarlijkse emissies van
                                    verontreinigde stoffen, zoals olie en aromaten, tot een minimum
                                    beperkt. Aromaten worden grotendeels afgevangen en verbrand,
                                    zodat de uitstoot van koolwaterstoffen sterk gereduceerd
                                    is.</Al>
		  <Al>Voor corrosiebescherming worden op het staal van het platform en
                                    de pijpleiding opofferingsanodes van zink-aluminium aangebracht.
                                    Zink en aluminium komen van nature voor in de Noordzee en zijn
                                    het gevolg van menselijke activiteiten (zoals roestbescherming).
                                    Deze anodes lossen geleidelijk op en geven kleine hoeveelheden
                                    zink en aluminium af aan het zeewater. Berekeningen tonen aan
                                    dat de zinkconcentratie in de directe omgeving van de anodes
                                    ruim onder de PNEC (predicted no-effect concentration: de
                                    concentratie van een chemische stof waarbij geen nadelige
                                    effecten in een ecosysteem worden waargenomen) blijft en dat de
                                    effecten beperkt zijn tot een klein gebied rond de anode.
                                    Aangezien voor aluminium geen gevaren zijn vastgesteld, is de
                                    beschouwing alleen voor zink uitgevoerd.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_6__div_1__content_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_6__div_1__content_3">
		<Kop>
		  <Nummer>6.2.3</Nummer>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De effecten van vertroebeling zijn neutraal in alle fasen
                                    (aanleg-, boor- en productiefase). Verontreiniging door emissies
                                    is licht negatief in beide fasen. Voor een uitgebreidere
                                    beschouwing van de effecten omtrent waterkwaliteit wordt
                                    verwezen naar het MER.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_7" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_7">
	    <Kop>
	      <Nummer>7</Nummer>
	      <Opschrift>Waarborgen van de veiligheid</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_7__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_7__content_1">
	      <Kop>
		<Nummer>7.1</Nummer>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit hoofdstuk worden de verschillende veiligheidsaspecten van het
                                project L7-F geanalyseerd, waaronder ontplofbare oorlogsresten en de
                                scheepvaartveiligheid.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisie eId="acc_I__div_7__div_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_7__div_1">
	      <Kop>
		<Nummer>7.2</Nummer>
		<Opschrift>Veiligheid: Ontplofbare oorlogsresten</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_7__div_1__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_7__div_1__content_1">
		<Kop>
		  <Nummer>7.2.1</Nummer>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Er is geen specifieke wet- of regelgeving voor ontplofbare
                                    oorlogsresten op zee. De omgang met explosieven is geregeld in
                                    de Arbeidsomstandighedenregeling (Arboregeling), en de eisen
                                    voor opsporing zijn vastgelegd in het Certificatieschema
                                    Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten (CS-OOO).</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_7__div_1__content_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_7__div_1__content_2">
		<Kop>
		  <Nummer>7.2.2</Nummer>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Er is geen afzonderlijk onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten
                                    uitgevoerd. In het archeologisch bureauonderzoek zijn de
                                    archeologische verwachtingen getoetst, waaruit niet is gebleken
                                    dat in het plangebied ontplofbare oorlogsresten aanwezig
                                    zijn.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_7__div_1__content_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_7__div_1__content_3">
		<Kop>
		  <Nummer>7.2.3</Nummer>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Er worden geen ontplofbare oorlogsresten verwacht. Voor dit
                                    aspect is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan
                                    locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_7__div_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_7__div_2">
	      <Kop>
		<Nummer>7.3</Nummer>
		<Opschrift>Veiligheid: Scheepvaart</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_7__div_2__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_7__div_2__content_1">
		<Kop>
		  <Nummer>7.3.1</Nummer>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het Programma Noordzee 2022–2027 beoogt een duurzaam en veilig
                                    gebruik van de Noordzee, in overeenstemming met de
                                    maatschappelijke, economische en ecologische doelstellingen van
                                    Nederland. Het programma, opgenomen als bijlage bij het
                                    Nationaal Water Programma 2022–2027, bevat beleid voor het
                                    behoud en de verdere ontwikkeling van hoofdinfrastructuur,
                                    waaronder scheepvaartroutes. Het belang van de scheepvaart wordt
                                    nadrukkelijk erkend: voldoende en ruime ankergebieden zijn
                                    essentieel voor het functioneren en de toekomstbestendigheid van
                                    zeehavens. Rond deze ankerplaatsen wordt manoeuvreerruimte
                                    vrijgehouden, met name in stormsituaties, zodat zeeschepen
                                    veilig kunnen opereren. In verkeersscheidingsstelsels,
                                    diepwaterroutes, ankergebieden, voorzorgsgebieden en vrije
                                    vaarzones krijgt de scheepvaart voorrang op andere vormen van
                                    gebruik.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_7__div_2__content_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_7__div_2__content_2">
		<Kop>
		  <Nummer>7.3.2</Nummer>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het plangebied ligt in een matig intensief bevaren deel van de
                                    Noordzee, waar ook visserij plaatsvindt. Aan de oost- en
                                    westzijde van de planlocatie bevinden zich scheepvaartroutes op
                                    circa 20 kilometer afstand. Rond het nieuwe platform geldt een
                                    veiligheidszone van 500 meter waarin geen scheepvaart is
                                    toegestaan. Tijdens de aanlegfase is een wachtschip aanwezig om
                                    de veiligheid van de scheepvaart te waarborgen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_7__div_2__content_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_7__div_2__content_3">
		<Kop>
		  <Nummer>7.3.3</Nummer>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Gelet op bovenstaande is er sprake van een evenwichtige
                                    toedeling van functies aan locaties voor de veiligheid van de
                                    scheepvaart.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_8" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_8">
	    <Kop>
	      <Nummer>8</Nummer>
	      <Opschrift>Bescherming van cultureel erfgoed</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_8__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_8__content_1">
	      <Kop>
		<Nummer>8.1</Nummer>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Tijdens de aanlegfase kunnen graafwerkzaamheden in de zeebodem
                                effecten hebben op archeologische waarden. Om dit te beoordelen is
                                een survey uitgevoerd langs de beoogde leidingtracés. Deze heeft
                                zowel mogelijke archeologische vondsten als niet-gesprongen
                                conventionele explosieven (ontplofbare oorlogsresten) in kaart
                                gebracht.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisie eId="acc_I__div_8__div_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_8__div_1">
	      <Kop>
		<Nummer>8.2</Nummer>
		<Opschrift>Cultureel erfgoed en archeologie</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_8__div_1__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_8__div_1__content_1">
		<Kop>
		  <Nummer>8.2.1</Nummer>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het toetsingskader voor cultureel erfgoed bestaat uit de
                                    Erfgoedwet en de Omgevingswet. De Erfgoedwet regelt het beheer
                                    en behoud van roerend en onroerend erfgoed, terwijl de
                                    Omgevingswet de omgang met archeologische en cultuurhistorische
                                    waarden in de fysieke leefomgeving bepaalt.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_8__div_1__content_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_8__div_1__content_2">
		<Kop>
		  <Nummer>8.2.2</Nummer>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Graafwerkzaamheden in de zeebodem kunnen archeologische waarden
                                    verstoren. De pijpleiding wordt tot circa één meter diep gelegd.
                                    Er is als eerste stap in het proces een archeologisch
                                    bureauonderzoek uitgevoerd door Periplus Archeomare. Daarna is
                                    door Fugro een survey uitgevoerd langs het leidingtracé om
                                    mogelijke archeologische vondsten en blindgangers te
                                    lokaliseren. Indien vondsten worden gedaan, wordt een standaard
                                    protocol gevolgd om deze te beschermen.</Al>
		  <Al>Op basis van de onderzoeksresultaten uit de survey van Fugro
                                    heeft Periplus Archeomare een archeologisch inventariserend
                                    veldonderzoek op het water uitgevoerd om te beoordelen of
                                    archeologische vondsten zijn te verwachten. Uit de resultaten
                                    van dit veldonderzoek blijkt dat twee objecten potentieel van
                                    archeologische waarde zijn. Het tracé is daarop aangepast door
                                    middel van bochten in de pijpleiding zodat deze locaties op
                                    veilige afstand worden gepasseerd. De ligging van het tracé
                                    wordt geborgd in de pijpleidingvergunning.</Al>
		  <Al>De uitkomsten van het archeologisch bureauonderzoek en de survey
                                    zijn in overleg met Rijkswaterstaat Zee en Delta besproken. In
                                    dit overleg is vastgesteld dat deze anomalieën geen belemmering
                                    vormen voor het aangepaste tracé van de pijpleiding en de
                                    uitvoering van het project. Dit is omdat de anomalieën ofwel
                                    geen obstakel vormen voor het tracé van de pijpleiding ofwel
                                    omdat de afstand van de pijpleiding tot de anomalieën voldoende
                                    is bevonden.</Al>
		  <Al>De Noordzee bevat cultureel erfgoed zoals scheeps- en
                                    vliegtuigwrakken en archeologische resten van vroegere
                                    menselijke activiteit. Bodemingrepen tijdens de aanleg en boring
                                    kunnen dit erfgoed aantasten. Uit een archeologisch
                                    bureauonderzoek, uitgevoerd door Periplus Archeomare, voor de
                                    installatie van het platform L7-F en de pijpleiding van L7-F
                                    naar de NOGAT-leiding in de L7, L8 en L9 -mijnbouwblokken blijkt
                                    dat in het gebied geen bekende archeologische waarnemingen
                                    aanwezig zijn. Wel kunnen onontdekte wrakken, vliegtuigrestanten
                                    uit WO I en WO II en prehistorische landschappen voorkomen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_8__div_1__content_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_8__div_1__content_3">
		<Kop>
		  <Nummer>8.2.3</Nummer>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De twee locaties met potentiële archeologische waarden worden op
                                    veilige afstand gepasseerd. Tijdens de aanleg blijft een kans
                                    bestaan dat onverwacht archeologische resten worden
                                    aangetroffen. In dat geval worden de vondsten gemeld bij het
                                    bevoegd gezag conform de Omgevingswet en Erfgoedwet, zodat
                                    passende maatregelen kunnen worden getroffen. Voor het aspect
                                    cultureel erfgoed en archeologie is sprake van een evenwichtige
                                    toedeling van functies aan locaties.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_9" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9">
	    <Kop>
	      <Nummer>9</Nummer>
	      <Opschrift>Natuurbescherming</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_9__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__content_1">
	      <Kop>
		<Nummer>9.1</Nummer>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Om te beoordelen of het project Gaswinning L7-F effecten kan hebben
                                op natuur, zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. De resultaten zijn
                                opgenomen in het MER. Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de
                                belangrijkste bevindingen. Voor een uitgebreide onderbouwing wordt
                                verwezen naar bijlage III (MER).</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisie eId="acc_I__div_9__div_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_1">
	      <Kop>
		<Nummer>9.2</Nummer>
		<Opschrift>Gebiedsbescherming</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_9__div_1__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_1">
		<Kop>
		  <Nummer>9.2.1</Nummer>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De Vogel- en Habitatrichtlijn zijn van toepassing vanwege de
                                    ligging van het project in een Natura 2000-gebied. De bepalingen
                                    uit deze richtlijnen zijn in Nederland verwerkt in de voormalige
                                    Wet natuurbescherming (Wnb, 2017) en met de inwerkingtreding van
                                    de Omgevingswet (Ow) grotendeels overgenomen in deze wet.</Al>
		  <Al>De Vogelrichtlijn beoogt het behoud van in het wild levende
                                    vogelsoorten; de Habitatrichtlijn richt zich op het behoud van
                                    habitats en soorten van Europees belang. Beide verplichten
                                    lidstaten tot het aanwijzen en beschermen van Natura
                                    2000-gebieden. Eén van deze gebieden is het Friese Front, waar
                                    het platform en een deel van de pijpleiding zijn voorzien.</Al>
		  <Al>Naast de regels volgend uit de Vogel- en Habitatrichtlijn, geldt
                                    ook de specifieke zorgplicht uit artikel 11.27 van het Besluit
                                    activiteiten leefomgeving (Bal). De specifieke zorgplicht geldt
                                    voor alle dier- en plantensoorten, zowel de soorten beschermd
                                    onder de Vogel- en Habitatrichtlijnen als andere soorten.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_9__div_1__content_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_2">
		<Kop>
		  <Nummer>9.2.2</Nummer>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>In de ecologische effectbeoordeling is inzichtelijk gemaakt of
                                    significante negatieve effecten kunnen optreden op Natura
                                    2000-gebieden en beschermde soorten. Hierbij is ook getoetst aan
                                    de verbodsbepalingen uit het Bal en de staat van instandhouding.
                                    De ecologische effectbeoordeling is raadpleegbaar in bijlage 4
                                    van het MER.</Al>
		  <Al>Er is een AERIUS-berekening uitgevoerd om eventuele effecten als
                                    gevolg van stikstofdepositie te bepalen. Er treden geen effecten
                                    op door stikstofdepositie, omdat mariene Natura 2000-gebieden
                                    niet stikstofgevoelig zijn en overige gebieden verder dan 25
                                    kilometer liggen.</Al>
		  <Al>Uit de uitgevoerde Voortoets blijkt dat significante effecten op
                                    de zeekoet en de bruinvis niet op voorhand kunnen worden
                                    uitgesloten. Deze mogelijke effecten zijn verder onderzocht in
                                    een Passende beoordeling, die is vereist in het kader van
                                    gebiedsbescherming. In de volgende paragrafen zullen de
                                    uitkomsten van de Voortoets en de Passende beoordeling verder
                                    worden toegelicht.</Al>
		  <Al>Uit de ecologische beoordeling volgt dat de volgende
                                    verstoringen relevant zijn:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_9__div_1__content_2__list_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_2__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		    <Li eId="acc_I__div_9__div_1__content_2__list_o_1__item_a" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_2__list_o_1__item_a">
		      <Al>geluid en trillingen (boven- en/of onderwater);</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_9__div_1__content_2__list_o_1__item_b" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_2__list_o_1__item_b">
		      <Al>optische verstoring en licht;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_9__div_1__content_2__list_o_1__item_c" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_2__list_o_1__item_c">
		      <Al>oppervlakteverlies en bodemverstoring;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_9__div_1__content_2__list_o_1__item_d" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_2__list_o_1__item_d">
		      <Al>vertroebeling, sedimentatie en verandering dynamiek
                                            substraat;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_9__div_1__content_2__list_o_1__item_e" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_2__list_o_1__item_e">
		      <Al>verontreiniging en emissies.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Verstoringen door geluid kunnen optreden door bovenwatergeluid
                                    van scheepvaart- en helikopterverkeer, hei- en boorwerkzaamheden
                                    en fakkelen, evenals door onderwatergeluid van scheepvaart, hei-
                                    en boorwerkzaamheden en survey-activiteiten.</Al>
		  <Al><strong>Voortoets</strong></Al>
		  <Al>Deze verstoringen zijn nader onderzocht in de Voortoets. De
                                    Voortoets toont aan dat voor de meeste verstoringen significante
                                    effecten kunnen worden uitgesloten. Voor een uitgebreidere
                                    toelichting over deze afweging wordt verwezen naar het MER en de
                                    bijbehorende bijlagen. Uitzonderingen op de effecten die kunnen
                                    worden uitgesloten zijn:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_9__div_1__content_2__list_o_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_2__list_o_2" type="ongemarkeerd">
		    <Li eId="acc_I__div_9__div_1__content_2__list_o_2__item_a" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_2__list_o_2__item_a">
		      <Al>verstoring door onderwatergeluid en trillingen voor
                                            zeezoogdieren;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_9__div_1__content_2__list_o_2__item_b" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_2__list_o_2__item_b">
		      <Al>verstoring door optische verstoring en licht voor vogels
                                            en vleermuizen.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al><strong>Passende beoordeling</strong></Al>
		  <Al>Uit het ecologisch onderzoek is gebleken dat voor enkele soorten
                                    en hun instandhoudingsdoelstellingen in Natura 2000-gebieden,
                                    significant negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden
                                    uitgesloten. Hiervoor is een Passende beoordeling opgesteld voor
                                    de zeekoet, bruinvis, grijze zeehond, gewone zeehond en
                                    migrerende vleermuizen. De Passende beoordeling toetst aan de
                                    instandhoudingsdoelstellingen van het gebied als geheel, en aan
                                    de instandhoudingsdoelstellingen voor aangewezen soorten in het
                                    Natura 2000-gebied.</Al>
		  <Al>De Passende beoordeling is uitgevoerd voor de Natura
                                    2000-gebieden Friese Front (waar het projectgebied zich bevindt)
                                    en ook voor het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone, vanwege
                                    mogelijke externe effecten of externe werking; tevens omdat
                                    soorten met instandhoudingsdoelstellingen in het gebied
                                    Noordzeekustzone ook voorkomen in het Friese Front en dus
                                    aangetast kunnen worden door verstoring bij L7-F.</Al>
		  <Al><i>Friese Front</i></Al>
		  <Al>Het Natura 2000-gebied Friese Front is aangewezen als
                                    Vogelrichtlijngebied voor de zeekoet. De
                                    instandhoudingsdoelstellingen voor deze soort zijn gericht op
                                    het behoud van de kwaliteit en omvang van het leefgebied en de
                                    populatie. De landelijke staat van instandhouding is gunstig. De
                                    zeekoet is gevoelig voor verstoring door bovenwatergeluid,
                                    optische verstoring en licht. Tijdens de productiefase is
                                    verstoring – ook gedurende de kritische periode (de ruiperiode
                                    van juli tot en met oktober) – onvermijdelijk. Hierdoor kunnen
                                    significant negatieve effecten niet worden uitgesloten, en
                                    worden mitigerende maatregelen getroffen in het kader van de
                                    aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een Natura
                                    2000-activiteit. Deze mitigerende maatregelen omvatten het
                                    uitvoeren van werkzaamheden buiten de kritische periode van de
                                    zeekoet, een bemand platform en een aangepaste
                                    onderhoudsplanning. Zie voor een uitgebreidere toelichting van
                                    deze mitigerende maatregelen paragraaf 7.4.2 van het MER
                                    (bijlage III).</Al>
		  <Al>Het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone is aangewezen als
                                    Vogelrichtlijngebied en Habitatrichtlijngebied voor het
                                    voorkomen van zeezoogdieren, zoals de bruinvis, grijze zeehond
                                    en de gewone zeehond. Gezien deze soorten gebruik maken van de
                                    gehele Noordzee als foerageer- en migratiegebied, zijn deze ook
                                    meegenomen in de Passende beoordeling voor dit project. De
                                    instandhoudingsdoelstellingen van deze soorten zijn gericht op
                                    behoud van de populatie en de omvang en kwaliteit van het
                                    leefgebied. De landelijke staat van instandhouding voor de
                                    zeezoogdieren is gunstig.</Al>
		  <Al>Voor de bruinvis kunnen significant negatieve effecten door
                                    onderwatergeluid van heiwerkzaamheden niet worden uitgesloten;
                                    de geluidsnorm wordt met circa 7 dB overschreden. Hiervoor wordt
                                    een omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit aangevraagd. Voor
                                    de grijze zeehond en gewone zeehond zijn geen vergunningen
                                    vereist, omdat er geen schadelijke handelingen optreden.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_9__div_1__content_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_1__content_3">
		<Kop>
		  <Nummer>9.2.3</Nummer>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Door het treffen van mitigerende maatregelen voor de zeekoet
                                    kunnen significant negatieve effecten door verstoring van
                                    bovenwatergeluid, optische verstoring en licht door
                                    transportbewegingen op de instandhoudingsdoelstellingen van de
                                    zeekoet worden uitgesloten. Deze maatregelen worden getroffen in
                                    het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een
                                    Natura 2000-activiteit. Voor de bruinvis kunnen significant
                                    negatieve effecten door onderwatergeluid van heiwerkzaamheden op
                                    de instandhoudingsdoelstellingen niet worden uitgesloten,
                                    doordat de geluidsnorm tijdens het heien wordt overschreden. Er
                                    wordt ook een omgevingsvergunning voor een Natura
                                    2000-activiteit aangevraagd voor de bruinvis.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisie eId="acc_I__div_9__div_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_2">
	      <Kop>
		<Nummer>9.3</Nummer>
		<Opschrift>Soortenbescherming</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_9__div_2__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_2__content_1">
		<Kop>
		  <Nummer>9.3.1</Nummer>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Beschermde soorten vallen onder drie categorieën:</Al>
		  <Lijst eId="acc_I__div_9__div_2__content_1__list_o_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_2__content_1__list_o_1" type="expliciet">
		    <Li eId="acc_I__div_9__div_2__content_1__list_o_1__item_a" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_2__content_1__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>Soorten uit de Vogelrichtlijn;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_9__div_2__content_1__list_o_1__item_b" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_2__content_1__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>Soorten uit de Habitatrichtlijn;</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="acc_I__div_9__div_2__content_1__list_o_1__item_c" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_2__content_1__list_o_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>Nationaal beschermde soorten.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Wanneer activiteiten mogelijk gevolgen hebben voor in het wild
                                    levende dieren of planten welke niet zijn beschermd onder de
                                    Vogel- en Habitatrichtlijnen (indien op deze soorten
                                    significante negatieve effecten optreden is er sprake van een
                                    Natura 2000-activiteit), is sprake van een flora- en
                                    fauna-activiteit. Daarnaast moet vanuit de zorgplicht ook
                                    rekening gehouden met kwetsbare of bedreigde, niet-beschermde
                                    soorten (zoals Rodelijstsoorten). In dit kader is voor het
                                    project een Effectbeoordeling Flora en Fauna uitgevoerd (ook wel
                                    soortentoets genoemd).</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_9__div_2__content_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_2__content_2">
		<Kop>
		  <Nummer>9.3.2</Nummer>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al><strong>Effectbeoordeling Flora en Fauna</strong></Al>
		  <Al>Voor de zeekoet, bruinvis, grijze zeehond, gewone zeehond,
                                    overige zeezoogdieren, vogels en vleermuizen is in aanvulling op
                                    de eerder uitgevoerde ecologische effectbeoordeling een
                                    effectbeoordeling Flora en Fauna opgesteld.<Noot id="v2" type="voet">
		      <NootNummer>2</NootNummer>
		      <Al>Ook wel natuurwaardenonderzoek genoemd.</Al>
		    </Noot> Daarbij is beoordeeld of de werkzaamheden leiden tot
                                    schadelijke handelingen en of de gunstige staat van
                                    instandhouding van de soorten in het geding is. Uit de
                                    ecologische effectbeoordeling blijkt dat voor een aantal soorten
                                    effecten niet op voorhand uitgesloten kunnen worden. Dit is het
                                    geval voor onderwatergeluid op zeezoogdieren en vogels, en
                                    optische verstoring en licht op vogels en vleermuizen.</Al>
		  <Al>Voor vleermuizen is geconcludeerd dat er geen sprake is van
                                    schadelijk handelen. Effecten van lichtverstoring door fakkelen
                                    zijn minimaal en worden beperkt door
                                    standaardvoorzieningen.</Al>
		  <Al>Bij een aantal werkzaamheden is er wel sprake van schadelijk
                                    handelen. Dit is bij het uitvoeren van de heiwerkzaamheden en
                                    survey, hier treden schadelijke handelingen op door het
                                    opzettelijk verstoren van de bruinvis. Daarnaast kunnen
                                    activiteiten die overlappen met de kritische periode van de
                                    zeekoet (juli tot oktober) schadelijke handelingen veroorzaken.
                                    Er worden mitigerende maatregelen getroffen om verstoring voor
                                    de zeekoet te beperken. Tijdens de aanleg- en boorfase worden
                                    werkzaamheden buiten de kritische periode uitgevoerd. Tijdens de
                                    productiefase is het onvermijdelijk dat verstoring optreedt, om
                                    dit te beperken wordt er gebruik gemaakt van de kortste route
                                    door het Friese Front, is er een vogelwachter aan boord, wordt
                                    de vaarsnelheid aangepast en worden transportbewegingen beperkt.
                                    Hiervoor wordt een omgevingsvergunning voor een flora- en
                                    fauna-activiteit aangevraagd.</Al>
		  <Al>Om fysieke gehoorschade bij de bruinvis te voorkomen wordt een
                                    soft start-procedure, een Marine Mammal Observer (MMO), Passive
                                    Acoustic Monitoring (PAM) en een Acoustic Deterrent Device (ADD)
                                    ingezet. Hiervoor wordt een omgevingsvergunning voor een flora-
                                    en fauna-activiteit aangevraagd.</Al>
		  <Al>Voor de bruinvis (verstoring door onderwatergeluid) en de
                                    zeekoet (verstoring door optische verstoring en licht) wordt een
                                    omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd. Voor
                                    de grijze zeehond en gewone zeehond is geen vergunning
                                    noodzakelijk, omdat geen sprake is van schadelijke
                                    handelingen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_9__div_2__content_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_9__div_2__content_3">
		<Kop>
		  <Nummer>9.3.3</Nummer>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Er dient een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit te
                                    worden aangevraagd voor de verstoring van de bruinvis en van de
                                    zeekoet.</Al>
		  <Al>Voor de grijze zeehond, gewone zeehond en migrerende vleermuizen
                                    zijn geen vergunningen vereist, omdat geen schadelijke
                                    handelingen plaatsvinden en de gunstige staat van instandhouding
                                    niet wordt aangetast. Nadere informatie hierover is te vinden in
                                    het MER (bijlage III).</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_10" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_10">
	    <Kop>
	      <Nummer>10</Nummer>
	      <Opschrift>Behouden van de staat en werking van infrastructuur en
                            voorzieningen</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_10__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_10__content_1">
	      <Kop>
		<Nummer>10.1</Nummer>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Dit hoofdstuk beschouwt de effecten van het project gaswinning L7-F
                                op de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisie eId="acc_I__div_10__div_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_10__div_1">
	      <Kop>
		<Nummer>10.2</Nummer>
		<Opschrift>Beperkingengebieden</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_10__div_1__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_10__div_1__content_1">
		<Kop>
		  <Nummer>10.2.1</Nummer>
		  <Opschrift>Toetsingskader</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit die de werking
                                    of veiligheid van een maatschappelijk belangrijk werk of object
                                    kan verstoren. Binnen een beperkingengebied gelden daarom
                                    beperkingen voor bepaalde activiteiten om het werk of object te
                                    beschermen. Deze beperkingen kunnen bestaan uit voorwaarden aan
                                    de activiteit of een vergunningsplicht.</Al>
		  <Al>In hoofdstuk 7 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
                                    zijn de algemene regels en vergunningplichten opgenomen voor
                                    activiteiten in de Noordzee. De artikelen 8.84 en 8.90 van het
                                    Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevatten de
                                    beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning voor
                                    beperkingengebiedactiviteiten in of nabij de Noordzee. Een
                                    vergunning kan uitsluitend worden verleend als de activiteit
                                    niet in strijd is met de doelen van de wet.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_10__div_1__content_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_10__div_1__content_2">
		<Kop>
		  <Nummer>10.2.2</Nummer>
		  <Opschrift>Effecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het plangebied ligt in het beperkingengebied Noordzee.<Noot id="v3" type="voet">
		      <NootNummer>3</NootNummer>
		      <Al>​<ExtRef soort="URL" ref="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dc-2020-73092/1/html">beperkingengebied Noordzee</ExtRef></Al>
		    </Noot> Het bouwen, aanleggen, plaatsen, veranderen of in stand
                                    houden van een kunstmatig eiland, installatie of inrichting mag
                                    geen belemmering opleveren voor belangrijke scheepvaartroutes.
                                    Deze bepaling is van toepassing in een gebied dat bij
                                    ministeriele regeling als drukbevaren deel van de zee is
                                    aangewezen en geometrisch begrensd (artikel 8.90, 3e lid van het
                                    Bkl).</Al>
		  <Al>Zoals in paragraaf 7.3.2 is aangegeven, ligt het plangebied in
                                    een matig intensief bevaren deel van de Noordzee, waar ook
                                    visserij plaatsvindt. Gezien dit niet een drukbevaren deel van
                                    de Noordzee is, is er geen sprake van een
                                    beperkingengebiedactiviteit. Aan de oost- en westzijde van de
                                    projectlocatie bevinden zich scheepvaartroutes op circa 20
                                    kilometer afstand. Rond het nieuwe platform geldt een
                                    veiligheidszone van 500 meter waarin geen scheepvaart is
                                    toegestaan. Tijdens de aanlegfase is een wachtschip aanwezig om
                                    de veiligheid van de scheepvaart te waarborgen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="acc_I__div_10__div_1__content_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_10__div_1__content_3">
		<Kop>
		  <Nummer>10.2.3</Nummer>
		  <Opschrift>Conclusie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Er is geen sprake van een beperkingengebiedactiviteit. Het
                                    aspect beperkingengebieden vormt geen belemmering voor het
                                    voornemen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Divisie>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_10__content_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_10__content_2">
	      <Kop>
		<Nummer>10.3</Nummer>
		<Opschrift>Kabels en leidingen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Op enige afstand van de voorgenomen locatie van het L7-F-platform
                                bevinden zich diverse bestaande mijnbouwinstallaties en kabels en
                                leidingen op de zeebodem. Deze objecten zijn hoofdzakelijk
                                gerelateerd aan de bestaande gasactiviteiten van Eni Energy in de
                                blokken L10, K9 en K12, buiten het veld L7, waar dit project wordt
                                gerealiseerd.</Al>
		<Al>Het leidingtracé voor project Gaswinning L7-F overlapt niet met
                                bestaande kabels of leidingen op de zeebodem. Op basis van het
                                uitgevoerde onderzoek naar archeologische waarden is het
                                leidingtracé waar nodig aangepast, zoals toegelicht in paragraaf
                                8.2.</Al>
		<Al>Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor het
                                voornemen.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_11" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_11">
	    <Kop>
	      <Nummer>11</Nummer>
	      <Opschrift>Uitvoerbaarheid</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_11__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_11__content_1">
	      <Kop>
		<Nummer>11.1</Nummer>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In dit hoofdstuk wordt invulling gegeven aan de economische
                                uitvoerbaarheid van het project Gaswinning L7-F.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_11__content_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_11__content_2">
	      <Kop>
		<Nummer>11.2</Nummer>
		<Opschrift>Economische uitvoerbaarheid</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Alle financiële consequenties van dit project worden geborgd door de
                                Eni groep, haar joint venture partners en EBN. Doorrekening met de
                                macro-economische assumpties van Eni Energy en haar partners heeft
                                aangetoond dat het project voldoet aan resultaatcriteria die
                                genoemde bedrijven aan hun investeringen stellen. De totale
                                investering over 2024 tot en met 2027 beslaat plus minus 206 miljoen
                                euro. De totale economisch winbare hoeveelheid gas is geschat op 2.6
                                Miljard Nm3.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	  </Divisie>
	  <Divisie eId="acc_I__div_12" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_12">
	    <Kop>
	      <Nummer>12</Nummer>
	      <Opschrift>Formele procedure</Opschrift>
	    </Kop>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_12__content_1" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_12__content_1">
	      <Kop>
		<Nummer>12.1</Nummer>
		<Opschrift>Inleiding</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Voor gaswinning onder een Natura 2000-gebied is een projectbesluit
                                vereist op grond van artikel 141a lid 1 sub a van de Mijnbouwwet en
                                artikel 5.44 lid 1 van de Omgevingswet. Het projectbesluit wordt
                                vastgesteld volgens de projectprocedure van afdeling 5.2 van de
                                Omgevingswet. De staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei (KGG)
                                is bevoegd gezag voor gasprojecten en coördineert de procedure en
                                besluitvorming. De staatssecretaris van KGG stelt het besluit vast,
                                in afstemming met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke
                                Ordening (VRO).</Al>
		<Al>In onderstaande paragrafen worden de verschillende fasen van de
                                projectprocedure toegelicht.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_12__content_2" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_12__content_2">
	      <Kop>
		<Nummer>12.2</Nummer>
		<Opschrift>Verkenningsfase</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De verkenningsfase start met het verplichte ‘kennisgeving
                                voornemen’, waarin het bevoegd gezag aankondigt een verkenning te
                                starten naar een opgave in de fysieke leefomgeving. De kennisgeving
                                vermeldt het doel, de aanpak, de termijn, een eventuele
                                voorkeursbeslissing en het bevoegd gezag. Daarnaast wordt een
                                ‘kennisgeving participatie’ gepubliceerd, waarin staat hoe en
                                wanneer burgers, bedrijven en organisaties bij het project worden
                                betrokken en waar aanvullende informatie beschikbaar is.</Al>
		<Al>Doel van de verkenning is het verkrijgen van inzicht in de opgave,
                                relevante ontwikkelingen en mogelijke oplossingsrichtingen (artikel
                                5.48 Omgevingswet).</Al>
		<Al>Voor een uitgebreidere toelichting op de verkenningsfase van het
                                L7-F project wordt verwezen naar paragraaf 3.2.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_12__content_3" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_12__content_3">
	      <Kop>
		<Nummer>12.3</Nummer>
		<Opschrift>Voorbereidingsfase</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Zoals beschreven in hoofdstuk 3 is voor het L7-F project de
                                wettelijk voorgeschreven (mer-)procedure doorlopen. Ter
                                voorbereiding op het MER is een concept-Notitie Reikwijdte en
                                Detailniveau (NRD) opgesteld, waarin de te onderzoeken
                                milieuthema’s, alternatieven en aandachtspunten zijn vastgelegd. De
                                concept-NRD, het voornemen en het participatieplan hebben van 2 mei
                                tot en met 12 juni 2025 ter inzage gelegen. Er is één zienswijze
                                ingediend, waarop is gereageerd in een Nota van Antwoord welke op 13
                                juli 2025 is gepubliceerd.</Al>
		<Al>Vervolgens is gestart met het opstellen van het
                                ontwerp-projectbesluit, dat ter inzage ligt van 19 december 2025 tot
                                en met 9 februari 2026.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_12__content_4" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_12__content_4">
	      <Kop>
		<Nummer>12.4</Nummer>
		<Opschrift>Ontwerpfase en zienswijzen</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>De ontwerpfase start met de terinzagelegging van het
                                ontwerp-projectbesluit. Gedurende deze periode kan eenieder een
                                zienswijze indienen. Het ontwerp-projectbesluit heeft ter inzage
                                gelegen van 19 december 2025 tot en met 29 januari 2026.</Al>
		<Al>De publicatie van het ontwerp-projectbesluit in de Staatscourant
                                vermeldt naast de terinzageleggingstermijn ook de locatie waar de
                                stukken digitaal raadpleegbaar zijn.</Al>
		<Al>Na afloop van de inzagetermijn zijn alle ingediende zienswijzen
                                verzameld en voorzien van een reactie in een Nota van Antwoord (ook
                                wel Nota van zienswijzen). </Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_12__content_5" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_12__content_5">
	      <Kop>
		<Nummer>12.5</Nummer>
		<Opschrift>Vaststellingsfase</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>In deze fase stelt de staatssecretaris van KGG het definitieve
                                projectbesluit vast in overeenstemming met de minister van VRO,
                                samen met de bijbehorende Nota van Antwoord.</Al>
		<Al>Na bekendmaking van het projectbesluit start de beroepstermijn.</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	    <Divisietekst eId="acc_I__div_12__content_6" wId="mnre1182_1-0__acc_I__div_12__content_6">
	      <Kop>
		<Nummer>12.6</Nummer>
		<Opschrift>Beroepsprocedure</Opschrift>
	      </Kop>
	      <Inhoud>
		<Al>Bent u het niet eens met het besluit? Belanghebbenden kunnen tegen
                                dit besluit beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van
                                de Raad van State. De termijn voor het indienen van een
                                beroepschrift bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na de
                                terinzagelegging van dit besluit. Een niet-belanghebbende die een
                                zienswijze naar voren heeft gebracht op het ontwerp van het
                                desbetreffende besluit of aan wie redelijkerwijs niet kan worden
                                verweten dat hij dit niet of niet tijdig heeft gedaan, kan ook
                                beroep instellen.</Al>
		<Al>Op dit besluit is de bijzondere regeling over beroepsgronden van
                                toepassing (artikel 16.86 Omgevingswet). Dit betekent dat in het
                                beroepschrift duidelijk moet worden aangegeven welke beroepsgronden
                                de indiener aanvoert tegen het besluit. Na afloop van de termijn van
                                zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd.
                                In afwijking van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht wordt
                                het beroep tegen een projectbesluit of tegen een besluit ter
                                uitvoering van een projectbesluit niet-ontvankelijk verklaard als in
                                het beroepschrift geen gronden zijn opgenomen. Dit geldt alleen niet
                                als wij u hierover onvoldoende hebben geïnformeerd en u dat
                                redelijkerwijs niet kan worden verweten.</Al>
		<Al>De adresgegevens van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
                                State zijn: Postbus 20019, 2500 EA, Den Haag</Al>
	      </Inhoud>
	    </Divisietekst>
	  </Divisie>
	</Motivering>
      </BesluitCompact>
    </Staatscourant>
  </OfficielePublicatie>
</OfficielePublicatie>
