﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-21303/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Regeling van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 11 juni 2026, nr. WJZ/106640400,
      tot aanwijzing windenergie op zee als een subsidiabele categorie in het kader van de
      stimulering van duurzame energieproductie en klimaattransitie en houdende regels voor de
      vergunningverlening van kavel Gamma-B in windenergiegebied IJmuiden Ver (Regeling subsidie- en
      vergunningverlening kavel Gamma-B in windenergiegebied IJmuiden Ver) [KetenID WGK
      29161]</intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <wie>De Minister van Klimaat en Groene Groei,</wie>
        <considerans>
          <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet EZ-,
               LVVN- en KGG-subsidies, de artikelen 2, tweede tot en met vierde en zesde lid, 6,
               tweede lid, 7, 8, eerste lid, 19, tweede lid, 20, eerste lid, 20a, 23, derde tot en
               met vijfde lid, 56, derde lid, 59, tweede en derde lid, 60, tweede en zevende lid, en
               61, eerste lid van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en
               klimaattransitie, de artikelen 12a, vijfde lid, 14, eerste lid, onderdeel d, en
               tweede lid, 14a, tweede tot en met vierde lid, 15a, tweede lid, en 25e, tweede en
               derde lid, van de Wet windenergie op zee en Uitvoeringsverordening (EU)
               2025/1176;</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Besluit:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr status="officieel">1.</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">1</nr>
            </kop>
            <al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al>
            <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
              <definitie-item>
                <term>besluit:</term>
                <definitie>
                  <al>Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>groep of groepsmaatschappij:</term>
                <definitie>
                  <al>groep of groepsmaatschappij als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van
                           het Burgerlijk Wetboek;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>kapitaaltoezegging:</term>
                <definitie>
                  <al>bindende reservering van investeringskapitaal van een investeerder,
                           gedaan aan een fonds waarvan de fondsbeheerder onder financieel toezicht
                           is gesteld en vergunningplichtig is op grond van Richtlijn 2011/61/EU van
                           het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van
                           alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen
                           2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en
                           (EU) nr. 1095/2010 (PbEU 2011, L 174);</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>kavel:</term>
                <definitie>
                  <al>kavel Gamma-B in het windenergiegebied IJmuiden Ver als bedoeld in
                           artikel 1 van de Wet windenergie op zee;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>minister:</term>
                <definitie>
                  <al>Minister van Klimaat en Groene Groei;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie:</term>
                <definitie>
                  <al>de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van
                           locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare
                           elektriciteit met behulp van windenergie, bepaald met een
                           waarschijnlijkheid van 50%;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>penvoerder:</term>
                <definitie>
                  <al>de aanvrager die deelneemt aan het samenwerkingsverband en in de
                           aanvraag is aangewezen om als penvoerder te handelen namens het
                           samenwerkingsverband;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>richtlijn 2013/34/EU:</term>
                <definitie>
                  <al>Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van
                           26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten,
                           geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van
                           bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van
                           het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen
                           78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>richtlijn 2024/1760:</term>
                <definitie>
                  <al>Richtlijn (EU) 2024/1760 van het Europees Parlement en de Raad van
                           13 juni 2024 inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het
                           gebied van duurzaamheid en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 en
                           Verordening (EU) 2023/2859;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>samenwerkingsverband:</term>
                <definitie>
                  <al>een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten
                           minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten
                           behoeve van de uitvoering van activiteiten, niet zijnde een
                           vennootschap;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>uitvoeringsverordening 2025/1176:</term>
                <definitie>
                  <al>Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1176 van de Commissie van 23 mei 2025
                           tot nadere specificering van de voorselectie- en gunningscriteria bij
                           veilingen voor de uitrol van energie uit hernieuwbare bronnen;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>vergunning:</term>
                <definitie>
                  <al>vergunning als bedoeld in artikel 12 van de Wet windenergie op zee;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>wet:</term>
                <definitie>
                  <al>Wet windenergie op zee.</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
            </definitielijst>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr status="officieel">2.</nr>
            <titel>Aanvraag vergunning en subsidie</titel>
          </kop>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">2</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>Een aanvraag voor een vergunning voor de kavel en een aanvraag voor subsidie
                     wordt ingediend in de periode van 26 november 2026 tot 10 december 2026 om
                     17:00 uur.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>Een aanvrager dient ten hoogste één aanvraag in voor de vergunning, die
                     betrekking kan hebben op de procedure van een veiling of de procedure met
                     subsidie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
              <al>Indien de aanvrager een vergunning aanvraagt in de procedure met subsidie,
                     dient hij ten hoogste één aanvraag voor subsidie in.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
              <al>Voor de toepassing van het tweede en derde lid gelden rechtspersonen en
                     vennootschappen in een groep of groepsmaatschappij als één aanvrager.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
              <al>Indien aanvragers samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder
                     namens hen de aanvraag in.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">3</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>Het ontwerp voor het windpark, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel
                     a, van de wet, omvat ten minste:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>een windenergie-opbrengstberekening die is opgesteld door een
                           onafhankelijke organisatie met expertise op het gebied van
                           windenergie-opbrengstberekeningen, met gebruikmaking van gerenommeerde
                           rekenmodellen, omgevingsmodellen, windmodellen en windkaarten en die ten
                           minste de locatiegegevens, het merk, het type, de technische
                           specificaties, waaronder ashoogte, rotordiameter en vermogenscurve van de
                           windturbines, de lokale windgegevens voor het windpark en een berekening
                           van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie van het windpark
                           omvat;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>de rekenmodellen, omgevingsmodellen en windmodellen die zijn gebruikt
                           voor de windenergie-opbrengstberekening;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>de bescheiden waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat aan het van
                           toepassing zijnde kavelbesluit wordt voldaan; en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>informatie die aannemelijk maakt dat tijdig de verklaring, bedoeld in
                           artikel 7.34, tweede lid, onderdeel c, van het Besluit activiteiten
                           leefomgeving kan worden overgelegd.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>Bij de berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie zijn
                     de beschikbaarheid, zogeffecten, elektriciteitsverliezen en terugregelverliezen
                     opgenomen, waarbij voor het zogeffect uitsluitend rekening wordt gehouden met
                     het windpark waarvoor de aanvraag wordt gedaan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
              <al>In het tijdschema voor de bouw en exploitatie van het windpark, bedoeld in
                     artikel 12a, vierde lid, onderdeel b, van de wet worden de realisatiedata
                     vermeld van de volgende activiteiten:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>de instemming door de exploitant van het windpark met de voorwaarden van
                           de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee voor de
                           aansluiting en het transport van elektriciteit overeenkomstig de
                           Energiewet;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>de verstrekking van opdrachten aan producenten, leveranciers en
                           installateurs;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>de plaatsing van de eerste fundering;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>de plaatsing van de eerste windturbine;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>de start van het intrekken van de 66 kV-kabels op het platform van het
                           transmissiesysteem voor elektriciteit op zee;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>f.</li.nr>
                  <al>de start van de levering van elektriciteit;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>g.</li.nr>
                  <al>het gereed zijn voor leveren van vol vermogen ten behoeve van de
                           testfase van het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee; en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>h.</li.nr>
                  <al>het buiten bedrijf stellen van het windpark.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
              <al>De raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid,
                     onderdeel c, van de wet, omvat in ieder geval een exploitatieberekening
                     met:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>een specificatie van de investeringskosten per component van de
                           productie-installatie;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>een overzicht van alle kosten en opbrengsten van de
                           productie-installatie; en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>een berekening van het projectrendement over de looptijd van het
                           project.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
              <al>Tot de bij de bouw en exploitatie van het windpark betrokken partijen, bedoeld
                     in artikel 12a, vierde lid, onderdeel d, van de wet, worden gerekend:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>de aanvrager en indien van toepassing, elke deelnemer aan het
                           samenwerkingsverband;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>de producenten van de funderingen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>de installateurs van de funderingen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>de producenten van de windturbines;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>de installateurs van de windturbines;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>f.</li.nr>
                  <al>de producenten van de parkbekabeling;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>g.</li.nr>
                  <al>de installateurs van de parkbekabeling; en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>h.</li.nr>
                  <al>de verantwoordelijke partijen voor het onderhoud en de bediening van het
                           windpark.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
              <al>De beschrijving van de kennis en ervaring van de betrokken partijen, bedoeld
                     in artikel 12a, vierde lid, onderdeel e, van de wet, betreft de kennis en
                     ervaring bij windparken op zee en omvat:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>het geïnstalleerd vermogen van de windparken op zee of het aantal
                           energieprojecten op zee waarvoor door de aanvrager tijdens de bouw het
                           projectmanagement is gedaan;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>het aantal door de producenten geproduceerde funderingen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>het aantal door de installateurs geïnstalleerde funderingen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>het aantal door de producenten geproduceerde windturbines;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>het aantal door de installateurs geïnstalleerde windturbines;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>f.</li.nr>
                  <al>het aantal elektriciteitsverbindingen op zee waarvoor door de
                           producenten bekabeling is geproduceerd;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>g.</li.nr>
                  <al>het aantal windturbines dat door de installateurs van de parkbekabeling
                           is aangesloten;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>h.</li.nr>
                  <al>het geïnstalleerd vermogen van de windparken dat de verantwoordelijke
                           partijen voor het onderhoud en de bediening in onderhoud hebben en
                           bedienen.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">7.</lidnr>
              <al>De artikelen 2a tot en met 2d van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering
                     duurzame energieproductie en klimaattransitie zijn niet van toepassing op de
                     aanvraag.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">4</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>In aanvulling op artikel 12a, vierde lid, van de wet bevat de aanvraag:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>een samenvattende beschrijving van de realisatie en de bescheiden
                           waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat aan de van toepassing zijnde
                           opleveringsdatums uit het ontwikkelkader transmissiesysteem voor
                           windenergie op zee, bedoeld in artikel 3.83 van de Energiewet, wordt
                           voldaan;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>een samenvattende beschrijving van de exploitatie en verwijdering van
                           het windpark;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>een financieringsplan, inclusief de beoogde financiers en het beoogde
                           aandeel dat zij zouden dragen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>indien van toepassing, een door elke deelnemer aan een
                           samenwerkingsverband ondertekende:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>1°.</li.nr>
                      <al>verklaring van deelname aan het samenwerkingsverband;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>2°.</li.nr>
                      <al>machtiging voor de penvoerder voor het indienen van de
                                 aanvraag;</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>de meest recent vastgestelde jaarrekening van de aanvrager, de
                           moederonderneming ervan, en indien van toepassing, elk van de deelnemers
                           aan het samenwerkingsverband of de moederondernemingen van de deelnemers
                           van het samenwerkingsverband, waarbij de jaarrekening betrekking heeft op
                           een jaar dat ten hoogste drie kalenderjaren voor het jaar waarin de
                           aanvraag wordt ingediend;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>f.</li.nr>
                  <al>indien de aanvrager een kapitaaltoezegging in de aanvraag betrekt, een
                           accountantsverklaring waarin de investeerder en het gereserveerde bedrag
                           zijn opgenomen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>g.</li.nr>
                  <al>indien een aanvraag in de procedure van een veiling is gedaan, concepten
                           van leveringsovereenkomsten met derden voor elektriciteit afkomstig van
                           het windpark;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>h.</li.nr>
                  <al>indien de aanvrager behoort tot een groep of groepsmaatschappij, een
                           organigram van de groep of groepsmaatschappij en de nummers van
                           inschrijving in het handelsregister van de rechtspersonen en
                           vennootschappen in de groep of groepsmaatschappij;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>i.</li.nr>
                  <al>indien de aanvrager een vergunning aanvraagt in de procedure met
                           subsidieverlening, een tenderbedrag weergeven in euro per kWh met 6 decimalen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>j.</li.nr>
                  <al>indien de aanvrager een vergunning aanvraagt in de procedure van een
                           veiling, het geboden bedrag, in hele euro’s, zonder decimalen.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>In aanvulling op artikel 12a, vierde lid, van de wet en het eerste lid bevat
                     de aanvraag:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>de toezeggingen, genoemd in artikel 7;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>indien de aanvrager onder de jurisdictie valt van een derde land dat
                           voldoet aan ten minste één van de twee criteria in artikel 5, onderdeel
                           b, van uitvoeringsverordening 2025/1176: een cyberbeveiligingsplan dat
                           voldoet aan de eisen van dat onderdeel.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr status="officieel">3.</nr>
            <titel>Algemene procedurele regels</titel>
          </kop>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">5</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>De verlening van een vergunning geschiedt met toepassing van de procedure van
                     een veiling of de procedure met subsidie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>Aanvragen in de procedure van een veiling worden eerst behandeld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
              <al>Aanvragen in de procedure met subsidie worden behandeld indien de procedure
                     van een veiling niet heeft geleid tot het verlenen van een vergunning.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">6</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>De waarborgsom of bankgarantie, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de
                     wet, bedraagt € 100.000.000.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>De termijn waarbinnen de waarborgsom of bankgarantie moet zijn verstrekt, is
                     vier weken na de datum waarop de minister de vergunning heeft verleend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
              <al>Indien niet tijdig aan de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, is voldaan
                     wordt de vergunning voor de desbetreffende kavel verleend aan de eerstvolgende
                     aanvrager in de rangschikking.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
              <al>De periode waarvoor de waarborgsom of bankgarantie moet zijn verstrekt eindigt
                     uiterlijk op het moment dat de minister in kennis is gesteld van het gereed
                     zijn voor leveren van vol vermogen ten behoeve van de testfase van het
                     transmissiesysteem voor elektriciteit op zee.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
              <al>Een waarborgsom wordt afgesloten bij een verzekeraar die minimaal beschikt
                     over een door een ratingbureau, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1060/2009
                     van het Europees Parlement en Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus,
                     afgegeven langetermijnrating A.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
              <al>De bankgarantie wordt afgegeven door een binnen de Europese Economische Ruimte
                     gevestigde bank.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">7.</lidnr>
              <al>De hoogte van de waarborgsom of bankgarantie die op grond van artikel 15a,
                     vierde lid, van de wet wordt verbeurd bedraagt:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>€ 10.000.000 voor het tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de
                           voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft
                           verricht;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>€ 10.000.000 voor elke maand volgend op het tijdvak waarbinnen de houder
                           van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven
                           activiteiten niet heeft verricht; en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>€ 100.000.000 indien de minister besluit de vergunning in te trekken op
                           grond van artikel 17, eerste, tweede of vierde lid, van de wet.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">7</nr>
            </kop>
            <al>De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag voor een vergunning
                  indien de aanvrager niet toezegt:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>te voldoen aan de eis dat de permanente magneten van de windturbines voor
                        niet meer dan 85% afkomstig zijn uit één derde land;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>te voldoen aan de eis dat van ten minste 75% van de windturbines in de
                        aanvraag:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>1°.</li.nr>
                    <al>de windturbines niet afkomstig zijn uit de Volksrepubliek China;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>2°.</li.nr>
                    <al>niet meer dan vier van de volgende voornaamste specifieke componenten
                              afkomstig zijn uit de Volksrepubliek China:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>gondels (assemblage);</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>rotornaven;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>c.</li.nr>
                        <al>hoofd-, gier- en stelhoeklagers;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>d.</li.nr>
                        <al>aandrijfsystemen met directe aandrijving, inclusief generator,
                                    of aandrijfsystemen met tandwielkast, inclusief generator;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>e.</li.nr>
                        <al>permanente magneten van windturbines;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>f.</li.nr>
                        <al>tandwielkasten van windturbines;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>g.</li.nr>
                        <al>rotorbladen;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>h.</li.nr>
                        <al>masten;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>i.</li.nr>
                        <al>funderingen; en</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>3°.</li.nr>
                    <al>de aandrijfsystemen met directe aandrijving of versnellingsbak,
                              inclusief generator, niet afkomstig zijn uit de Volksrepubliek
                              China;</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>maatregelen te nemen om in te gaan op de kernbestanddelen van passende
                        zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 5, eerste lid, punten a tot en met g,
                        van richtlijn 2024/1760 en hierover behoudt en hier gedurende de looptijd
                        van de vergunning documentatie over te verstrekken, op een wijze die in de
                        beschikking tot vergunningverlening wordt uitgewerkt, tenzij de aanvrager
                        kwalificeert als een natuurlijke persoon, een onderneming die niet onder
                        richtlijn 2013/34/EU valt in de zin van de artikelen 19 bis en 29 bis van
                        die richtlijn of een hernieuwbare-energiegemeenschap;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>de koolstofvoetafdruk van de componenten van het project te beoordelen op
                        basis van een objectieve, transparante en niet-discriminerende methode voor
                        de koolstofvoetafdrukbeoordeling;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>e.</li.nr>
                <al>de koolstofvoetafdruk van de componenten van het project te meten en mee te
                        delen op basis van methoden voor beoordeling gedurende de levenscyclus die
                        in de beschikking tot vergunningverlening worden uitgewerkt;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>f.</li.nr>
                <al>dat alle toegepaste rotorbladen voor ten minste 70% van het totale
                        oorspronkelijke gewicht recyclebaar zijn, waarbij de berekening is
                        omschreven met toepassing van NEN-EN 45555:2019 of een vergelijkbare norm,
                        het recyclebaarheidspercentage en de beoogde recyclingstechniek is
                        geverifieerd overeenkomstig ISO 14034 of een vergelijkbare norm en waarbij
                        de recyclingtechniek zich bevindt op het niveau van Technology Readiness
                        Level 6;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>g.</li.nr>
                <al>gedurende de looptijd van de vergunning informatie te verschaffen over het
                        gemak van reparatie en onderhoud of gemak van verbeteren, hergebruik,
                        herproductie en opknappen van producten, op een wijze die in de beschikking
                        tot vergunningverlening wordt uitgewerkt;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>h.</li.nr>
                <al>dat een binnen de Europese Economische Ruimte gevestigde exploitant
                        operationele zeggenschap over de installatie behoudt en hier gedurende de
                        looptijd van de vergunning documentatie over te verstrekken;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>i.</li.nr>
                <al>indien de aanvrager een beroep doet op leveranciers voor de levering van
                        ICT-producten die worden gebruikt in de windturbines of de verlening van
                        ICT-diensten met betrekking tot de exploitatie ervan die onder de
                        jurisdictie vallen van een derde land dat voldoet aan ten minste één van de
                        twee criteria in artikel 5, onderdeel b, van uitvoeringsverordening
                        2025/1176: documentatie te zullen overhandigen waaruit blijkt dat die
                        leveranciers ook de in dat onderdeel genoemde maatregelen nemen;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>j.</li.nr>
                <al>gedurende de looptijd van de vergunning te verstrekken: douanedocumentatie
                        en andere relevante documenten als bedoeld in artikel 16, vijfde lid, van
                        uitvoeringsverordening 2025/1176, inclusief digitale stuklijsten van alle
                        digitale hardwarecomponenten en hardwaredeelcomponenten van de geleverde
                        windturbines en alle daarin toegepaste software en firmware, op een wijze
                        die in de beschikking tot vergunningverlening wordt uitgewerkt.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">8</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>De perioden, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel d, van de wet,
                     bedragen:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>39 maanden nadat de vergunning onherroepelijk is geworden voor het
                           starten met de bouw van het windpark; en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>54 maanden nadat de vergunning onherroepelijk is geworden voor het
                           starten met de exploitatie van het windpark.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>Bij de beoordeling van de technische haalbaarheid van de bouw en exploitatie
                     van een windpark, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de wet,
                     wordt in ieder geval rekening gehouden met:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>het door de aanvrager overgelegde ontwerp voor het windpark, bedoeld in
                           artikel 12a, vierde lid, onderdeel a, van de wet; en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>de door de aanvrager overgelegde gegevens met betrekking tot kennis en
                           ervaring met windparken op zee, bedoeld in artikel 3, zesde lid.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
              <al>Bij de beoordeling van de financiële haalbaarheid van de bouw en exploitatie
                     van een windpark, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de wet,
                     wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde
                     raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid,
                     onderdeel c, van de wet en de gegevens, bedoeld in artikel 4, onderdelen c, d,
                     e en f. De gecombineerde omvang van het eigen vermogen en kapitaaltoezeggingen
                     van de aanvrager, bedraagt ten minste 20% van de totale investeringskosten voor
                     het windpark waarop de aanvraag betrekking heeft.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
              <al>Op verzoek van de aanvrager wordt voor het bepalen van de gecombineerde omvang
                     van het eigen vermogen en kapitaaltoezeggingen, bedoeld in het derde lid,
                     meegerekend:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>indien van toepassing: het eigen vermogen van de deelnemers, dan wel
                           kapitaaltoezeggingen gedaan aan de deelnemers aan het
                           samenwerkingsverband; en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>indien de aanvrager of een deelnemer aan een samenwerkingsverband een
                           dochteronderneming is: het eigen vermogen van de moederonderneming, dan
                           wel kapitaaltoezeggingen gedaan aan de moederonderneming.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
              <al>Bij de beoordeling van de aannemelijkheid dat de bouw en exploitatie van een
                     windpark gestart kan worden binnen de perioden, bedoeld in het eerste lid,
                     wordt in ieder geval rekening gehouden met:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>het door de aanvrager verstrekte tijdschema, bedoeld in artikel 12a,
                           vierde lid, onderdeel b, van de wet; en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>of in het verstrekte tijdschema de periode tot instemming met de
                           voorwaarden van de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee
                           voor de aansluiting en het transport van elektriciteit overeenkomstig de
                           Energiewet maximaal twaalf maanden na verlening van de vergunning
                           bedraagt.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
              <al>Bij de beoordeling van de economische haalbaarheid van de bouw en exploitatie
                     van een windpark, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel e, van de wet,
                     wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde
                     raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid,
                     onderdeel c, van de wet.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr status="officieel">4.</nr>
            <titel>Veiling</titel>
          </kop>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">9</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>Een bod in de procedure van een veiling is geldig, indien is voldaan aan
                     artikel 4, eerste lid, onderdeel j.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>Een ingediend bod kan niet worden gewijzigd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
              <al>Indien verschillende geldige biedingen dezelfde hoogste waarde hebben, bepaalt
                     de minister het ‘hoogste bod’ door middel van een loting tussen deze
                     biedingen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
              <al>De vergunninghouder verricht de eenmalige betaling van het bod binnen vier
                     weken na de verlening van de vergunning op de wijze vermeld in de beschikking
                     waarmee de vergunning is verleend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
              <al>Het bedrag, bedoeld in artikel 25e, derde lid, van de wet is € 0,–.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr status="officieel">5.</nr>
            <titel>Subsidie</titel>
          </kop>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">10</nr>
            </kop>
            <al>De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan één producent van hernieuwbare
                  elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van
                  hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee die is gelegen op
                  kavel Gamma-B in windenergiegebied IJmuiden Ver.</al>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">11</nr>
            </kop>
            <al>De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag voor subsidie
                  indien:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>niet tijdig een aanvraag is ingediend voor een vergunning;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>geen vergunning wordt verleend;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>een vergunning wordt verleend in de procedure van een veiling.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">12</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>Het subsidieplafond bedraagt € 4.698.000.000.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>De criteria voor rangschikking, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdelen
                     b en c, van het besluit zijn niet van toepassing.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">13</nr>
            </kop>
            <al>Het tenderbedrag bedraagt ten hoogste € 0,116 per kWh.</al>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">14</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>De subsidie wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie binnen vijf jaar en zes
                     maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
              <al>Productie-installaties als bedoeld in artikel 10 worden aangewezen als
                     productie-installaties als bedoeld in artikel 23, derde lid, van het
                     besluit.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">15</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het
                     besluit bedraagt € 0,037694 per kWh voor productie-installaties als
                     bedoeld in artikel 10.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>Het maximumaantal vollasturen, bedoeld in artikel 23, vijfde lid, van het
                     besluit voor productie-installaties als bedoeld in artikel 10 is gelijk aan de
                     P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie die is opgenomen in de
                     aanvraag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
              <al>Het maximumaantal vollasturen bedraagt ten hoogste 4.000 uren als de
                     P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie, zoals opgenomen in de
                     aanvraag voor de vergunning, hoger is dan 4.000 uren.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
              <al>Het opbrengstgrensbedrag, bedoeld in artikel 20a van het besluit, bedraagt
                     € 0,134 per kWh.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">16</nr>
            </kop>
            <al>De subsidie, bedoeld in artikel 10, bevat staatssteun en wordt niet eerder
                  verleend dan nadat de Europese Commissie goedkeuring heeft gegeven voor deze
                  regeling in een procedure als bedoeld in artikel 108, derde lid, van het Verdrag
                  betreffende de werking van de Europese Unie.</al>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr status="officieel">6.</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">17</nr>
            </kop>
            <al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2026.</al>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">18</nr>
            </kop>
            <al>Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidie- en vergunningverlening
                  kavel Gamma-B in windenergiegebied IJmuiden Ver.</al>
          </artikel>
        </paragraaf>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.</al>
        </slotformulering>
        <gegeven>
          <dagtekening>
            <plaats>’s-Gravenhage,</plaats>
            <datum isodatum="2026-06-11">11 juni 2026</datum>
          </dagtekening>
        </gegeven>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Klimaat en
               Groene Groei,</functie>
          <naam>
            <voornaam>S. van</voornaam>
            <achternaam>Veldhoven-van der Meer</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">1.</nr>
            <titel>Aanleiding en doel</titel>
          </kop>
          <al>In de Klimaatwet is het streefdoel vastgelegd van 55% emissiereductie van
               broeikasgassen in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050. Dit is in lijn met de
               klimaatambities van de Europese Unie en de ambitie van de Europese Unie om de
               productie van energie uit hernieuwbare bronnen te versnellen en te vergroten. In de
               Europese Klimaatwet<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van
                     30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van
                     klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en
                     Verordening (EU) 2018/1999.</noot.al></noot> is voor 2030 een Europese doelstelling van 55% reductie opgenomen, waarbij
               verder wordt ingezet op windenergie op zee.</al>
          <al>Windenergie op zee is essentieel voor het realiseren van groene groei en
               verduurzaming in Nederland en is van groot belang om het Nederlandse energiesysteem
               weerbaarder te maken. De businesscase van windparken op zee in Nederland staat op dit
               moment echter onder druk door sterk gestegen kosten voor onder andere financiering en
               materiaal. Daarnaast stijgt de elektriciteitsvraag langzamer dan eerder werd
               voorzien, onder andere door uitdagingen bij de verduurzaming van de
               energie-intensieve industrie. Hierdoor is het voor windparkontwikkelaars moeilijker
               geworden om voorafgaand aan de bouw van het windpark langjarige
               stroomafnamecontracten af te sluiten. Dit is een belangrijke oorzaak van de
               verslechterde businesscase. Dit heeft ertoe geleid dat de succesvolle subsidievrije
               vergunningverlening van de afgelopen jaren onzeker is geworden. Om te voorkomen dat
               de ontwikkeling van windenergie op zee stagneert, heeft de Minister van Klimaat en
               Groene Groei (hierna: de minister) in het Actieplan windenergie op zee op Prinsjesdag
               2025 aangekondigd windenergie op zee in 2026 te subsidiëren.<noot id="n2" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2024/2025, <extref doc="kst-33561-91" soort="document" status="actief">33 561, nr. 91</extref>.</noot.al></noot> Daarom regelt de onderhavige regeling de verlening van de vergunning van
               kavel Gamma-B in het windenergiegebied IJmuiden Ver met de procedure met
               subsidieverlening.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">2.</nr>
            <titel>Aanwijzing kavels windenergie op zee</titel>
          </kop>
          <al>Kavels worden uitsluitend aangewezen in een windenergiegebied dat is aangewezen in
               het Programma Noordzee. Het Programma Noordzee is een beleidsplan dat op basis van de
               Omgevingswet is vastgesteld. In het Programma Noordzee 2022–2027 is onder meer het
               windenergiegebied IJmuiden Ver aangewezen. In het kavelbesluit wordt bepaald waar en
               onder welke voorwaarden een windpark gebouwd en geëxploiteerd mag worden. TenneT is
               aangewezen als systeembeheerder van het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee
               en is daarmee verantwoordelijk voor de aansluiting van de windparken op het
               transmissiesysteem voor elektriciteit op zee, de verbinding naar land en de inpassing
               in het elektriciteitssysteem op land. Het technisch concept van TenneT gaat – in lijn
               met het ontwikkelkader windenergie op zee (hierna: ontwikkelkader) – uit van
               platforms waarop ten hoogste 2 GW aan windvermogen kan worden ingevoed.</al>
          <al>Alle aanwezige turbines worden geacht onderdeel uit te maken van het windpark,
               binnen de voorwaarden van het kavelbesluit. Eventuele andere opwekkingstechnieken,
               zoals zonne-energie op zee, en andere activiteiten, zoals opslag, vallen niet onder
               de Wet windenergie op zee (hierna ook: de wet) en zijn geen onderdeel van het
               kavelbesluit en van de vergunning die op grond van deze regeling kan worden
               aangevraagd. Voor deze activiteiten zijn andere vergunningen nodig, waaronder een
               omgevingsvergunning. Daarnaast zijn ook de overige geldende regelgeving, waaronder de
               Netcode Elektriciteit, en de modelovereenkomsten van TenneT (realisatieovereenkomst
               en een aansluit- en transportovereenkomst) van toepassing.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">3.</nr>
            <titel>Procedure</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">3.1</nr>
              <titel>Procedurekeuze</titel>
            </kop>
            <al>De Wet windenergie op zee is het wettelijk kader dat ten grondslag ligt aan de
                  uitrol van windenergie op zee. De wet kent vier procedures om de vergunning voor
                  de bouw en exploitatie van windparken op zee te verlenen, namelijk: de procedure
                  met subsidieverlening, procedure van een vergelijkende toets, procedure van een
                  vergelijkende toets met financieel bod en procedure van een veiling.</al>
            <al>Op grond van artikel 14a, derde lid, van de wet zijn voorafgaand aan de keuze
                  welke procedure wordt toegepast de marktcondities onderzocht en is hierover
                  overleg gevoerd met de Minister van Financiën. Er is gekozen voor de parallelle
                  toepassing van een procedure met subsidieverlening en de procedure van veiling.
                  Deze zijn beide onderdeel van één ministeriële regeling.<noot id="n3" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2018/2019, <extref doc="kst-35092-3" soort="document" status="actief">35 092, nr 3</extref>.</noot.al></noot> In de huidige marktomstandigheden wordt de kans op een subsidievrije
                  aanvraag beperkt geacht. De procedure van een veiling is onderdeel van deze
                  regeling om zo de maatschappelijke baten te maximaliseren in het geval dat de
                  marktomstandigheden – tijdens de periode van het indienen van de aanvragen –
                  subsidievrije aanvragen weer toelaten.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">3.2</nr>
              <titel>Rangschikking</titel>
            </kop>
            <al>Indien de aanvraag volledig is en niet is afgewezen op grond van artikel 14 van
                  de Wet windenergie op zee, in samenhang met de artikelen 7 en 8 van de onderhavige
                  regeling, zal de aanvraag verder worden beoordeeld. Aanvragen in de procedure van
                  een veiling hebben voorrang op aanvragen in de procedure met subsidieverlening. De
                  aanvragen in de procedure van een veiling worden hoger gerangschikt bij een hoger
                  bod. Als er geen aanvragen zijn in de procedure van een veiling, dan worden de
                  aanvragen gerangschikt in de procedure met subsidieverlening. Hier geldt dat de
                  aanvragen hoger worden gerangschikt bij een lager tenderbedrag. Een aanvrager
                  dient bij zijn aanvraag aan te geven in welke procedure een aanvraag wordt
                  ingediend.</al>
            <al>Het tenderbedrag, ingeval van een aanvraag in de procedure van een subsidie,
                  wordt ingediend met zes decimalen. Ingeval de aanvraag wordt ingediend in de
                  procedure van een veiling, dan wordt het bod ingediend zonder decimalen. Zo wordt
                  voorkomen dat er gelijke biedingen worden ingediend en er twee of meer partijen
                  als hoogst worden gerangschikt. In het uitzonderlijke geval dat dit toch gebeurt,
                  zal de uiteindelijke rangschikking worden bepaald door middel van loting. Dit is
                  voor aanvragen in de procedure met subsidie vastgelegd in artikel 60, zevende lid,
                  onderdeel b, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en
                  klimaattransitie (hierna: Besluit SDEK). Ook in de procedure van een veiling vindt
                  loting plaats in het uitzonderlijke geval dat er twee gelijke biedingen zijn.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">3.3</nr>
              <titel>Procedure van een veiling</titel>
            </kop>
            <al>Op grond van artikel 25f van de Wet windenergie op zee verleent de minister in de
                  procedure van een veiling de vergunning aan de aanvrager met het hoogste bod.</al>
            <al>Er zijn verschillende manieren waarop een veiling kan worden vormgegeven. De
                  verschillende opties zijn bij de toevoeging van de procedure van veiling aan de
                  Wet windenergie op zee beschreven in een rapport van adviesbureau NERA.<noot id="n4" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al><extref soort="URL" doc="https://open.overheid.nl/documenten/ronl-b8383380-19c5-4846-8a48-fefe66fca5fa/PDF" status="actief">https://open.overheid.nl/documenten/ronl-b8383380-19c5-4846-8a48-fefe66fca5fa/PDF</extref></noot.al></noot> Bij de vormgeving van een veiling is een belangrijke keuze of de veiling
                  één of meerdere rondes beslaat. De vorm van een gesloten aanvraag in een enkele
                  ronde is het meest eenvoudig te implementeren, maar biedt geen ruimte voor
                  prijsontdekking (<nadruk type="cur">price discovery</nadruk>) waarmee een <nadruk type="cur">winner’s curse</nadruk> kan worden gemitigeerd. Voor <nadruk type="cur">price discovery</nadruk> is vereist dat er sprake is van verwachte
                  concurrerende aanvragen in de procedure van veiling, wat niet het geval is in de
                  huidige marktomstandigheden. De <nadruk type="cur">winner’s curse</nadruk>
                  betekent het risico dat de winnaar van een veiling te veel betaalt doordat hij de
                  waarde te hoog inschat. Windparkontwikkelaars hebben de laatste jaren nationaal en
                  internationaal veel ervaring opgedaan in het bepalen van de waarde van een
                  windpark op zee. In het geval dat er toch een aanvraag in de procedure van veiling
                  wordt ontvangen, is het daarom waarschijnlijk dat een aanvraag voor de procedure
                  van veiling een bod bevat dat een onderschatting is van de ingeschatte waarde
                     (<nadruk type="cur">bid shading</nadruk>). Een veiling met meerdere ronden
                  heeft daarom in de omstandigheden van lage tot geen concurrentie voor
                  subsidievrije biedingen geen meerwaarde. De procedure van een veiling vindt daarom
                  plaats met een gesloten bieding in een enkele ronde. Dit sluit bovendien aan bij
                  de afgelopen vergunningverleningsprocedures waarin de aanvrager een eenmalig
                  gesloten financieel bod kon doen.</al>
            <al>Een aanvraag in de procedure van een veiling bevat een eenmalige betaling die
                  binnen vier weken na vergunningverlening moet zijn voldaan op de wijze zoals in de
                  beschikking bepaald. Het bedrag zal in de aanvraag in euro’s moeten worden
                  ingediend zonder decimalen. Als het bedrag niet (tijdig) wordt betaald is sprake
                  van het niet naleven van de vergunningsvoorwaarden en kan er worden gehandhaafd.
                  Dit kan uiteindelijk leiden tot het intrekken van de verleende vergunning. Ook
                  betekent dit dat de waarborgsom of bankgarantie, bedoeld in artikel 15a van de
                  wet, verbeurt. De hoogte van het bedrag dat verbeurt is dan € 100.000.000,–
                  (artikel 6, zevende lid, aanhef en onderdeel c). Nu met deze werkwijze de
                  waarborgsom of bankgarantie ook zekerheid biedt voor het gestand doen van een bod
                  dat in de veilingprocedure is gedaan, is hiermee voorzien in de verplichtingen van
                  artikel 25e, tweede lid, aanhef en onderdeel e, en derde lid, van de wet, waarin
                  is geregeld dat bij ministeriële regeling regels worden gesteld over de
                  zekerheidsstelling bij een bod.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">3.4</nr>
              <titel>Procedure met subsidieverlening</titel>
            </kop>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">3.4.1</nr>
                <titel>Algemeen</titel>
              </kop>
              <al>De minister verleent op grond van artikel 21, eerste lid, van de Wet
                     windenergie op zee de vergunning aan de aanvrager aan wie subsidie wordt
                     verleend. De subsidie wordt toegekend aan de aanvrager met het laagste
                     tenderbedrag. Het tenderbedrag wordt ingediend in euro per kWh, met zes
                     decimalen. Een toegekende subsidie op grond van deze regeling kent ten behoeve
                     van de vergunninghouder een looptijd van vijftien jaar.</al>
              <al>De regels voor de procedure met subsidieverlening zijn opgenomen in het
                     Besluit SDEK. De subsidiesystematiek van dit besluit wordt ook wel aangeduid
                     met ‘SDE++’. Windenergie op zee is geen categorie waarvoor SDE++-subsidies
                     kunnen worden verkregen. Het Besluit SDEK is aangepast, zodat het mogelijk is
                     om met een vergelijkbare systematiek subsidie te verlenen voor windenergie op
                     zee.</al>
              <al>De SDE++ is een systematiek waarmee de minister bedrijven ondersteunt die
                     duurzame energie opwekken of technieken toepassen die CO₂-uitstoot verminderen.
                     De minister vergoedt daarbij het onrendabele deel van een project: het verschil
                     tussen de kosten van de duurzame techniek en de opbrengsten. Als het
                     jaargemiddelde van de marktprijs lager is dan het tenderbedrag van de aanvraag,
                     ontstaat er een tekort en betaalt de minister subsidie. Naarmate het
                     jaargemiddelde van de marktprijs hoger uitvalt of het tenderbedrag overstijgt,
                     betaalt de minister minder tot niets. De uitbetaling gebeurt altijd achteraf,
                     op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde productie. Hierdoor zorgt de SDE++
                     ervoor dat bedrijven ondersteuning ontvangen voor het financieel haalbaar maken
                     van duurzame projecten, zonder dat er te veel publiek geld wordt ingezet.</al>
              <al>Met de wijze van subsidiëring in de onderhavige regeling wordt vooruitgelopen
                     op de invoering van de zogenoemde <nadruk type="cur">Contracts for
                        Difference</nadruk>.<noot id="n5" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2025/2026, <extref doc="kst-33561-91" soort="document" status="actief">33 561, nr. 91</extref>.</noot.al></noot></al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">3.4.2</nr>
                <titel>Subsidieplafond</titel>
              </kop>
              <al>Het maximale verplichtingenbudget is berekend op basis van de maximale
                     subsidie die in theorie uitgekeerd zou kunnen worden voor een windpark van
                     1 GW. Het is berekend door het product van het vermogen van 1 GW, het
                     maximumaantal vollasturen, het aantal jaren en het verschil tussen het maximale
                     tenderbedrag en de basisenergieprijs. In het kavelbesluit is de mogelijkheid
                     opgenomen om tot maximaal 1,15 GW aan vermogen op te stellen. Het is mogelijk
                     om voor dit totale vermogen een aanvraag in te dienen zolang het maximale
                     verplichtingenbudget niet wordt overschreden. Bijvoorbeeld door een aanvraag te
                     doen voor een tenderbedrag dat aanzienlijk onder het maximum tenderbedrag ligt.
                     Hierbij dient de aanvrager er rekening mee te houden dat een aanvraag die het
                     subsidieplafond overschrijdt zal worden afgewezen.</al>
              <al>De verwachte kasuitgaven liggen naar verwachting aanzienlijk lager omdat de
                     energieprijzen waarschijnlijk hoger liggen dan de basisenergieprijs, het
                     project mogelijk minder dan het maximumvermogen installeert en in de praktijk
                     minder kan produceren dan het maximumaantal subsidiabele aantal
                     vollasturen.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">3.4.3 </nr>
                <titel>Maximaal tenderbedrag</titel>
              </kop>
              <al>Het maximale tenderbedrag is vastgesteld op basis van een onafhankelijke
                     berekening door Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) die met de markt
                     geconsulteerd is.</al>
              <al>In de procedure met subsidieverlening zal een aanvrager een bod moeten doen.
                     Dit bod bestaat uit een tenderbedrag voor de onderhavige kavel dat het maximale
                     tenderbedrag niet overschrijdt.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">3.4.4</nr>
                <titel>Basiselektriciteitsprijs</titel>
              </kop>
              <al>De basiselektriciteitsprijs geldt als een ondergrens van het correctiebedrag.
                     Het correctiebedrag is een jaarlijks variabel bedrag dat, afgetrokken van het
                     basisbedrag (ook wel tenderbedrag genoemd), bepaalt hoeveel subsidie de
                     vergunninghouder ontvangt. Het is gebaseerd op de verwachte marktwaarde van de
                     hernieuwbare energie. Stijgen de marktprijzen, dan stijgt ook het
                     correctiebedrag, wat leidt tot een lagere uitbetaling van de subsidie.</al>
              <al>De basiselektriciteitsprijs bedraagt tweederde van de
                     langetermijnelektriciteitsprijs. Mocht de marktvergoeding (en dus het
                     correctiebedrag) lager zijn dan de basiselektriciteitsprijs, dan wordt hierover
                     geen subsidie uitgekeerd, omdat de aanvrager dat verschil zelf moet kunnen
                     dragen om rendabel te zijn. Dit voorkomt dat subsidie wordt verstrekt voor een
                     deel van de kosten dat volgens de regeling niet als ‘onrendabel’ wordt gezien,
                     en zo wordt onnodige inzet van publieke middelen voorkomen.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">3.4.5</nr>
                <titel>Maximum vollasturen</titel>
              </kop>
              <al>Het is niet waarschijnlijk dat een project in de praktijk gemiddeld meer dan
                     4.000 vollasturen per jaar zal produceren. Om te voorkomen dat de benodigde
                     budgetreserveringen voor de overheid te groot worden opgenomen is in
                     onderhavige regeling opgenomen dat het maximumaantal vollasturen ten hoogste
                     4.000 bedraagt.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">3.4.6</nr>
                <titel>Opbrengstgrensbedrag</titel>
              </kop>
              <al>Het opbrengstgrensbedrag is een overwinstverrekening tot maximaal het bedrag
                     uitgekeerd aan subsidie. Dit betekent dat de vergunninghouder ontvangen
                     subsidie moet terugbetalen in het geval de jaargemiddelde elektriciteitsprijs
                     boven het opbrengstgrensbedrag ligt.</al>
              <al>Het opbrengstgrensbedrag is analoog met de SDE++ vastgesteld op € 0,018/kWh
                     boven het maximum tenderbedrag. Hierdoor worden overwinsten door de
                     vergunninghouder tijdens uitzonderlijke situaties met zeer hoge energieprijzen
                     voorkomen, zonder dat de financierbaarheid van projecten aanzienlijk wordt
                     verminderd.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">3.4.7</nr>
                <titel>Startdatum uitbetaling subsidie</titel>
              </kop>
              <al>Op grond van artikel 6 van het Besluit SDEK kan de subsidie-ontvanger zelf de
                     datum van aanvang van de subsidieperiode opgeven. Dit mag niet later aanvangen
                     dan 5,5 jaar na de datum van de subsidiebeschikking. Ook kan het tijdstip met
                     terugwerkende kracht worden bepaald. De aanvang van de periode waarover
                     subsidie wordt verstrekt kan voor maximaal vijf gedeelten van de beschikking
                     tot subsidieverlening verschillen. Tussen de verschillende startdata zit een
                     periode van minimaal 2 maanden.</al>
              <al>Doordat de subsidieperiode van 15 jaar uiterlijk start 5,5 jaar na
                     subsidieverlening zal naar verwachting de subsidieperiode uiterlijk halverwege
                     2032 starten als in het eerste kwartaal van 2027 de vergunningverlening is
                     voorzien. Vanaf april 2031 kan er elektriciteit worden getransporteerd, maar is
                     er mogelijk nog geen garantie van de volledige transportcapaciteit gegeven door
                     TenneT. Dit staat het starten van de subsidieperiode in principe niet in de
                     weg. Mocht er tijdens de subsidieperiode toch sprake zijn van onderbenutte
                     subsidiabele jaarproductie, dan heeft de windparkontwikkelaar aan het einde van
                     de subsidieperiode de mogelijkheid van banking in het 16<sup>e</sup> jaar; de
                     zogenaamde forward banking. Backward banking is sinds de introductie van het
                     opbrengstgrensbedrag niet meer mogelijk.</al>
            </divisie>
          </divisie>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">4.</nr>
            <titel>Aanvragen van een vergunning</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">4.1</nr>
              <titel>Aanvragen per kavel</titel>
            </kop>
            <al>In artikel 2, eerste lid, van de onderhavige regeling is de periode vastgesteld
                  waarbinnen de aanvragen voor de vergunning voor de kavel Gamma-B in
                  windenergiegebied IJmuiden Ver kunnen worden ingediend. In artikel 2, tweede lid,
                  van de onderhavige regeling is het aantal aanvragen dat per aanvrager kan worden
                  ingediend vastgesteld op ten hoogste één. De aanvrager doet dus óf een aanvraag in
                  de procedure met subsidie, óf een aanvraag in de procedure van veiling. Meerdere
                  aanvragen door een aanvrager in dezelfde of een andere procedure is niet
                  mogelijk.</al>
            <al>In artikel 2, derde lid, van de onderhavige regeling is geregeld dat
                  rechtspersonen en vennootschappen in een groep of groepsmaatschappij als één
                  aanvrager gelden. Voor de begripsbepaling van ‘groep of groepsmaatschappij’ is
                  aangesloten bij artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Een groep is
                  (i) een economische eenheid, (ii) waarin rechtspersonen en vennootschappen
                  organisatorisch zijn verbonden en (iii) met een centrale of gemeenschappelijke
                  leiding. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen en vennootschappen die met
                  elkaar zijn verbonden.</al>
            <al>Er is gekozen om de mogelijkheid tot aanvragen op deze manier te beperken, zodat
                  kan worden voorkomen dat partijen strategische aanvragen indienen om de kans op
                  een vergunning te vergroten. Het aansluiten bij de bestaande begripsbepalingen en
                  dus ook het bestaande leerstuk van ‘groep’ en ‘groepsmaatschappij’ bevordert de
                  begrijpelijkheid van de bepaling.</al>
            <al>Als een aanvrager onderdeel is van een groep of groepsmaatschappij, dient bij de
                  aanvraag een organigram van de groep of groepsmaatschappij te worden bijgevoegd,
                  met vermelding van de nummers van inschrijving in het handelsregister.</al>
            <al>Een samenwerkingsverband is een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband,
                  bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is
                  opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten, niet zijnde een
                  vennootschap. Indien sprake is van een samenwerkingsverband, dient de penvoerder
                  van het samenwerkingsverband de vergunningsaanvraag in namens de deelnemers
                  (artikel 2, vierde lid). Indien verscheidene partijen samen een vennootschap
                  oprichten die de aanvraag indient, is sprake van een aanvraag van deze
                  vennootschap en niet van een aanvraag namens de deelnemers van een
                  samenwerkingsverband. De begripsbepalingen van samenwerkingsverband en penvoerder
                  zijn gebaseerd op de formuleringen in artikel 1 van het Kaderbesluit nationale
                  EZK- en LNV-subsidies.</al>
            <al>Via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) wordt een
                  middel beschikbaar gesteld voor de aanvraag. Welke gegevens en bescheiden bij de
                  aanvraag dienen te worden overlegd, is geregeld in de artikelen 3 en 4 van de
                  onderhavige regeling.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">4.2</nr>
              <titel>Geen kosten in rekening voor aanvraag</titel>
            </kop>
            <al>Voor het behandelen van een aanvraag voor een vergunning worden geen kosten in
                  rekening gebracht.</al>
            <al>Ook worden er ter bevordering van een heldere procedure geen kosten à € 15 tot
                  € 20 miljoen euro bij de vergunninghouder in rekening gebracht die gemaakt zijn
                  voor de locatieonderzoeken ter voorbereiding van het kavelbesluit, noch in de
                  procedure met subsidie als in de procedure van een veiling. Als hier onderscheid
                  in wordt gemaakt, kan dit leiden tot <nadruk type="cur">gaming</nadruk>: een
                  aanvraag met een laag tenderbedrag om de kosten voor de locatieonderzoeken in de
                  procedure van veiling te voorkomen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">4.3</nr>
              <titel>Bankgarantie of waarborgsom</titel>
            </kop>
            <al>De regels over de bankgarantie of waarborgsom als opschortende voorwaarde,
                  bedoeld in artikel 15a van de wet, zijn vastgesteld in artikel 6 van onderhavige
                  regeling. Op basis van de onderhavige regeling is het ook mogelijk dat een
                  verzekeraar een waarborgsom afgeeft mits die verzekeraar minimaal een
                  langetermijnrating A heeft, verkregen van een ratingbureau. Dit zorgt voor een
                  gelijk speelveld tussen banken en verzekeraars en biedt daarnaast de
                  vergunninghouder meer mogelijkheden om te voldoen aan deze opschortende
                  voorwaarde. De bankgarantie dient te worden afgegeven door een bank die is
                  gevestigd binnen de Europese Economische Ruimte.</al>
            <al>Daarnaast is opgenomen dat de totale bankgarantie of waarborgsom zal worden
                  verbeurd als de minister besluit de vergunning in te trekken of als de
                  vergunninghouder een verzoek tot intrekking van de vergunning doet en de minister
                  voornemens is dit verzoek te honoreren. Op deze manier wordt voor de
                  aanvraagperiode duidelijk gemaakt wat er in dit soort gevallen met de bankgarantie
                  of waarborgsom zal gebeuren.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">4.4</nr>
              <titel>Risico van het invoedingstarief</titel>
            </kop>
            <al>Ten opzichte van de openbare internetconsultatie van de ontwerp-tenderregelingen
                  en de definitieve tenderregelingen is het maximale tenderbedrag verhoogd om
                  voldoende budgettaire ruimte te blijven bieden voor twee competitieve tenders,
                  ondanks het risico van het invoedingstarief en onzekerheden door de geopolitieke
                  onrust omtrent Iran. Door de geboden budgettaire ruimte wordt van de markt
                  verwacht dat het risico van de voorzienbare ontwikkeling van het invoedingstarief
                  is meegenomen in de aanvraag op basis van de best beschikbare informatie vóór het
                  sluiten van de tender. Er is na vergunningverlening geen ruimte voor de
                  vergunnighouder om met de overheid in gesprek te gaan over aanvullende compensatie
                  wanneer er meer bekend wordt over de vormgeving en hoogte van het
                  invoedingstarief.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">5.</nr>
            <titel>Beoordeling van aanvragen</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">5.1</nr>
              <titel>Algemeen</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning wordt slechts verleend als voldoende aannemelijk is dat de bouw en
                  exploitatie van het windpark uitvoerbaar, technisch, financieel en economisch
                  haalbaar is, gestart kan worden binnen de periodes genoemd in artikel 8, eerste
                  lid, van de regeling, voldoet aan het kavelbesluit en aan de criteria die
                  voortvloeien uit de Europese verordening nettonultechnologie (<nadruk type="cur">Net Zero Industry Act</nadruk>, hierna: NZIA).<noot id="n6" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>Verordening (EU) 2024/1735 van het Europees Parlement en de Raad van
                        13 juni 2024 tot vaststelling van een kader van maatregelen ter versterking
                        van het Europese ecosysteem voor de productie van nettonultechnologie en tot
                        wijziging van Verordening (EU) 2018/1724.</noot.al></noot> Deze eisen gelden als voorselectiecriteria waar elke aanvraag aan zal
                  moeten voldoen, alvorens de aanvraag met subsidie of de aanvraag in de procedure
                  van een veiling zal worden gerangschikt.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">5.2</nr>
              <titel>Bureau Toetsing Investering</titel>
            </kop>
            <al>Op grond van artikel 14, derde lid, van de wet toetst het Bureau Toetsing
                  Investeringen (BTI) de toelaatbaarheid van de vergunningverlening aan een
                  aanvrager door onderzoek te doen naar mogelijke risico’s voor de nationale
                  veiligheid. Bij deze toets zal bijvoorbeeld aandacht worden besteed aan de
                  financiële betrouwbaarheid van de betrokken onderneming, de wijze waarop de
                  onderneming bestuurd en aangestuurd wordt en de mate van transparant handelen.
                  Daarnaast zal gekeken worden naar de staat van dienst van betrokken partij(en) ten
                  aanzien van de waarborging van de veiligheid en hun technische expertise voor het
                  betrouwbaar bedrijven van betreffende activiteiten.</al>
            <al>Als er aanmerkelijke risico’s zijn voor de openbare veiligheid, de
                  leveringszekerheid of de voorzieningszekerheid kan de vergunningverlening aan een
                  aanvrager worden geweigerd.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">5.3</nr>
              <titel>Beoordeling van de haalbaarheid van de beoogde planning voor de bouw van
                     het windpark op zee</titel>
            </kop>
            <al>De elektriciteit van kavel IJmuiden Ver Gamma-B landt aan op de Maasvlakte. Kavel
                  IJmuiden Ver Gamma-B wordt door TenneT aangesloten op hetzelfde 2 GW
                  gelijkstroomplatform als kavel IJmuiden Ver Gamma-A. In het ontwikkelkader zijn
                  bepalingen opgenomen over de geplande opleveringsprocedure voor
                  gelijkstroomverbindingen. In tegenstelling tot wisselstroomverbindingen moet een
                  gelijkstroomverbinding getest worden. Hiervoor moet het volledige windpark
                  aangesloten en gereed zijn voor het leveren van het volledige vermogen. Dit vergt
                  vanaf het moment van vergunningverlening een nauwe samenwerking tussen de
                  windparkontwikkelaar en TenneT. Daarom is het van belang dat de
                  windparkontwikkelaar in het tijdschema aangeeft of er binnen twaalf maanden na het
                  verkrijgen van de vergunning kan worden ingestemd met de voorwaarden van de
                  transmissiesysteembeheerder van het transmissiesysteem op zee voor de aansluiting
                  en het transport van elektriciteit. Vanwege de in het ontwikkelkader uiteengezette
                  wederzijdse afhankelijkheden en verplichtingen tussen TenneT en de
                  vergunninghouder om deze opleveringsprocedure te volgen en volgens de
                  opleveringsdata te realiseren, wordt de aanvrager in artikel 3, derde lid, van
                  onderhavige regeling verzocht om in het op te leveren tijdschema voor de bouw en
                  exploitatie van het windpark de realisatiedata te vermelden van de start van het
                  intrekken van de 66 kV-kabels op het platform van het transmissiesysteem op zee en
                  het gereed zijn voor het leveren van vol vermogen ten behoeve van de gezamenlijke
                  testfase. De definitieve opleverdata voor het transmissiesysteem op zee opgenomen
                  in het ontwikkelkader.</al>
            <al>Gelet op de opleveringsdata van het transmissiesysteem op zee, zijn de periodes
                  genoemd in artikel 8, eerste lid, van onderhavige regeling vastgesteld op
                  39 maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning voor het starten met de
                  bouw van het windpark en 54 maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning
                  voor het starten met de exploitatie van het windpark. Hierbij is ervan uitgegaan
                  dat de vergunning op 1 april 2027 onherroepelijk zal worden. De vergunning kan
                  slechts worden verleend, indien het op grond van de aanvraag voldoende aannemelijk
                  is dat de bouw en exploitatie van het windpark kan worden gestart binnen deze
                  perioden. Deze perioden hebben daarmee alleen betrekking op de beoordeling van de
                  aanvraag en niet op de tijdvakken die in de voorschriften van vergunning zullen
                  worden opgenomen. De tijdvakken genoemd in de voorschriften van de vergunning
                  zullen worden gekoppeld aan de mijlpalen voor de oplevering van het
                  transmissiesysteem op zee, die onderdeel zullen zijn van het ontwikkelkader dat
                  gepubliceerd wordt voorafgaand aan of gelijktijdig met het vaststellen van de
                  definitieve regeling. Een streven bij het wijzigen van de mijlpalen in het
                  ontwikkelkader is dat er minimaal vijf jaar zit tussen het verwachte moment van
                  onherroepelijk worden van de vergunning en het moment dat het windpark gereed is
                  voor leveren van vol vermogen.</al>
            <al>De vergunninghouder kan uitgaan van, en zal in de vergunning worden gehouden aan,
                  de mijlpalen van het ontwikkelkader, namelijk: het platform is gereed voor het
                  intrekken van de 66 kV-kabels op het platform van het transmissiesysteem op zee
                     (<nadruk type="cur">cable pull-in</nadruk>), het windpark is gereed voor
                  leveren vol vermogen en de oplevering van de gelijkstroomverbinding. De
                  mogelijkheid bestaat dat de vergunning aanzienlijk later onherroepelijk wordt dan
                  voorzienvanwege een bezwaar- en beroepsprocedure die door een andere partij
                  aanhangig is gemaakt. Indien de termijn tussen het onherroepelijk worden van de
                  vergunning en platform gereed voor <nadruk type="cur">cable pull-in</nadruk>
                  vanwege een bezwaar- en beroepsprocedure minder dan 48 maanden bedraagt, zal de
                  minister in overleg treden met TenneT en de vergunninghouder en een nieuwe
                  planning voor de mijlpalen voor de oplevering van het transmissiesysteem en
                  windpark bepalen. In dat geval zal de minister op grond van artikel 15, vierde
                  lid, van de wet in beginsel gebruik maken van de mogelijkheid om ontheffing te
                  verlenen van de verplichtingen om bepaalde activiteiten binnen bepaalde tijdvakken
                  te verrichten zoals genoemd in de vergunning. De minister zal in beginsel ook van
                  de mogelijkheid gebruik maken om ontheffing te verlenen van de verplichtingen om
                  bepaalde activiteiten binnen bepaalde tijdvakken te verrichten, indien het
                  platform van het transmissiesysteem op zee niet uiterlijk op de opleverdatum,
                  zoals genoemd in het ontwikkelkader, gereed is voor het intrekken van de 66
                  kV-kabels op het platform van het transmissiesysteem op zee. Het verlenen van
                  ontheffing voorkomt dat de bankgarantie of waarborgsom wordt verbeurd.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">5.4</nr>
              <titel>Beoordeling van de technische haalbaarheid</titel>
            </kop>
            <al>Bij de beoordeling van de technische haalbaarheid voor de bouw en exploitatie van
                  een windpark wordt onder meer gekeken naar de overlegde gegevens met betrekking
                  tot kennis en ervaring met windparken op zee. Hiervoor mag aanvrager ook ervaring
                  hebben met de realisatie van andersoortige energieprojecten op zee, zoals de
                  realisatie van mijnbouwplatforms. Op deze manier hoeven partijen die reeds
                  ervaring hebben met het uitvoeren van complexe projecten op zee, niet een andere
                  partij in te huren voor het projectmanagement.</al>
            <al>De informatie omtrent de kennis en ervaring van betrokken partijen wordt nu enkel
                  meegenomen in de beoordeling of de bouw en exploitatie van het windpark technisch
                  haalbaar is. Dit is anders dan bij bijvoorbeeld de vergunningprocedures voor
                  Nederwiek kavel I-A en IJmuiden Ver Alpha en Beta, waarin de kennis en ervaring
                  van de betrokken partijen ook onderdeel uitmaakte van de vergelijkende toets. In
                  het kader van onderhavige regeling wordt met de informatie omtrent kennis en
                  ervaring van de betrokken partijen enkel beoordeeld of het aannemelijk is dat de
                  betrokken partijen technisch in staat zijn een windpark te bouwen en exploiteren.
                  Hierbij is geen minimum aan eisen vastgesteld.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">5.5</nr>
              <titel>Beoordeling van de financiële haalbaarheid</titel>
            </kop>
            <al>Bij de beoordeling van de financiële haalbaarheid wordt onder meer gekeken naar
                  de gecombineerde omvang van het eigen vermogen en kapitaaltoezeggingen.
                  Kapitaaltoezeggingen worden alleen meegewogen indien wordt voldaan aan de
                  definitie zoals opgenomen in artikel 1 van onderhavige regeling. De bouw en de
                  exploitatie van een windpark worden slechts financierbaar geacht, indien uit de
                  aanvraag blijkt dat de gecombineerde omvang van het eigen vermogen en
                  kapitaaltoezeggingen van de aanvrager ten minste 20% van de totale
                  investeringskosten voor het windpark omvat. Voor het bepalen van de gecombineerde
                  omvang van het eigen vermogen en kapitaaltoezeggingen wordt, indien sprake is van
                  een samenwerkingsverband, op zijn verzoek het eigen vermogen en
                  kapitaaltoezeggingen van de deelnemers aan het samenwerkingsverband en hun
                  moederonderneming(en) meegerekend. Als de aanvrager deel uitmaakt van een groep,
                  wordt op verzoek van de aanvrager, het eigen vermogen en kapitaaltoezeggingen van
                  de moederonderneming meegerekend.</al>
            <al>De vermogenseis in artikel 8, derde lid, van onderhavige regeling dient te
                  voorkomen dat de vergunning wordt verleend aan een partij die financieel
                  onvoldoende solide is. Een aanvrager kan ook financieel voldoende solide zijn op
                  basis van het vermogen van anderen die participeren in de aanvraag. Dit komt tot
                  uitdrukking in artikel 8, vierde lid, van onderhavige regeling. Het vermogen van
                  andere entiteiten wordt slechts meegerekend op verzoek van de aanvrager.</al>
            <al>Er wordt niet beoogd dat een ander moet instaan voor verplichtingen van de
                  aanvrager. Daarom moeten de begrippen moeder- en dochteronderneming in artikel 8,
                  vierde lid, onderdeel b, van deze regeling ruim worden uitgelegd. Zo kan, indien
                  de aanvrager een joint venture is, de gecombineerde omvang van het eigen vermogen
                  en kapitaaltoezeggingen van alle joint-venturepartners en hun moederondernemingen
                  worden meegerekend. In geval van een besloten vennootschap in oprichting kan zowel
                  het vermogen van de moederonderneming(en) als van de oprichtende partij worden
                  meegerekend. Bij een aanvraag door een commanditaire vennootschap (hierna: CV) kan
                  naast het afgescheiden vermogen van de CV ook de gecombineerde omvang van het
                  eigen vermogen en kapitaaltoezeggingen van de beherend vennoot en diens
                  moederonderneming(en) worden meegerekend.</al>
            <al>De kavel waarvoor op grond van onderhavige regeling een vergunning wordt verleend
                  is niet gelegen in een territoriale zee. Derhalve wordt voor de bouw van
                  installaties op de bodem van deze kavels geen opstalrecht gevestigd dat door de
                  verkrijger van de vergunning zal moeten worden bekostigd.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">5.6</nr>
              <titel>Beoordeling van de criteria voortvloeiend uit de verordening
                     nettonultechnologie</titel>
            </kop>
            <al>De NZIA verplicht lidstaten ertoe om bij veilingen en aanbestedingen van
                  ‘nettonultechnologieën’ (zoals hernieuwbare energie) kwalitatieve eisen te
                  stellen. Het gaat hierbij om voorselectie of gunningscriteria op het gebied van
                  onder andere beveiliging, veerkracht, volledige en tijdige uitvoering van het
                  project, maatschappelijk verantwoord ondernemen, CO<inf>2</inf>-voetafdruk en
                  circulariteit.</al>
            <al>Vanaf 30 december 2025 moeten lidstaten de eisen in de verordening toepassen op
                  minimaal 30% van het geveild volume (of minimaal 6 GW) voor hernieuwbare energie
                  per kalenderjaar. Deze eisen worden als voorselectiecriteria verbonden aan de
                  vergunningverleningsprocedures voor windenergie op zee, omdat bij windenergie op
                  zee in de afgelopen jaren met vergelijkende toets (met financieel bod) al veel
                  ervaring is opgedaan over de diverse onderwerpen. Daarmee kan Nederland bij een
                  enkele succesvolle vergunningverleningsprocedure aan de eis van 30% geveild volume
                  per jaar voldoen. De criteria worden zo vormgegeven dat de criteria zo min
                  mogelijk leiden tot een kostenverhoging.</al>
            <al>De wijze waarop lidstaten de NZIA-criteria moeten toepassen, is uitgewerkt in
                  uitvoeringsverordening (EU) 2025/1176<noot id="n7" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1176 van de Commissie van 23 mei 2025
                        tot nadere specificering van de voorselectie- en gunningscriteria bij
                        veilingen voor de uitrol van energie uit hernieuwbare bronnen.</noot.al></noot>. Deze uitvoeringsverordening heeft de NZIA als grondslag.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">5.7</nr>
              <titel>Vermogen om het project volledig en tijdig uit te voeren</titel>
            </kop>
            <al>Artikel 6 van uitvoeringsverordening (EU) 2025/1176 bevat een
                  voorselectiecriterium met betrekking tot het vermogen om het project volledig en
                  tijdig uit te voeren. Op grond van dit artikel 6, eerste lid, is het verplicht ten
                  minste twee van de daar genoemde documenten te vereisen. In de onderhavige
                  regeling is het verstrekken van alle genoemde documenten als eis opgenomen
                  (artikel 4). De reden voor het vereisen van alle documenten van artikel 6, eerste
                  lid, is dat het bouwen en exploiteren van een windpark op zee een relatief
                  omvangrijk project is in vergelijking met andere projecten waar de verordening
                  nettonultechnologie op van toepassing is. Met de documentatievereisten wordt
                  aangesloten bij artikel 6, tweede lid, van uitvoeringsverordening 2025/1176, dat
                  vereist dat de documentatievereisten worden aangepast aan onder andere de
                  projectkosten en de risico’s van het project.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">5.8</nr>
              <titel>Maatschappelijk verantwoord ondernemen</titel>
            </kop>
            <al>Voortbouwend op internationale standaarden<noot id="n8" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>Dit omvat (niet uitsluitend) de Guiding Principles on Business and
                        Human Rights: Implementing the United Nations ‘Protect, Respect and Remedy’
                        Framework van de Verenigde Naties, de OESO-richtlijnen voor multinationale
                        ondernemingen inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen, de
                        OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid voor maatschappelijk
                        verantwoord ondernemen, de tripartiete beginselverklaring betreffende
                        multinationale ondernemingen en sociaal beleid van de IAO en relevante
                        Uniewetgeving inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het
                        gebied van duurzaamheid, met name Richtlijn (EU) 2024/1760 (CSDDD),
                        Richtlijn (EU) 2022/2464 (CSRD), en Gedelegeerde Verordening (EU)
                        2023/2772.</noot.al></noot> en reeds bestaande wetgeving rondom passende zorgvuldigheid, dient de
                  aanvrager inzicht te verschaffen in welke maatregelen hij neemt ten aanzien van
                  maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dit moet betrekking hebben op de algemene
                  bedrijfsactiviteiten van de aanvrager die verband houden met de
                  vergunningverlening.</al>
            <al>Artikel 2, tweede lid, van uitvoeringsverordening (EU) 2025/1176 definieert
                  passende zorgvuldigheid als het proces waarbij ondernemingen de negatieve milieu-
                  en sociale effecten van hun bedrijfsactiviteiten in verband met in dit geval de
                  bouw en realisatie van het windpark op zee in kaart brengen, voorkomen en
                  beperken, en zich verantwoorden voor de wijze waarop zij daarmee omgaan; deze
                  omvatten negatieve effecten die verband houden met de eigen activiteiten en de
                  upstream- en downstreamwaardeketen van de onderneming, onder meer via haar
                  producten of diensten, alsmede via haar zakelijke relaties.</al>
            <al>De aanvrager moet hiervoor ingaan op de kernbestanddelen van passende
                  zorgvuldigheid uit artikel 5, eerste lid, punten a tot g, van de richtlijn (EU)
                  2024/1760 inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van
                  duurzaamheid (hierna: CSDDD), die op 25 juli 2024 in werking is getreden. De CSDDD
                  dient uiterlijk op 26 juli 2028 te zijn geïmplementeerd in de Nederlandse
                  wetgeving.</al>
            <al-groep>
              <al>De kernbestanddelen volgen uit artikel 5, eerste lid, punten a tot en met g,
                     van de CSDDD:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a)</li.nr>
                  <al>het integreren van passende zorgvuldigheid in hun beleid en in hun
                           risicobeheersystemen overeenkomstig artikel 7;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b)</li.nr>
                  <al>het identificeren en beoordelen van feitelijke of potentiële negatieve
                           effecten overeenkomstig artikel 8 en, waar nodig, het prioriteren van
                           feitelijke en potentiële negatieve effecten overeenkomstig artikel
                           9;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c)</li.nr>
                  <al>het voorkomen en reduceren van potentiële negatieve effecten, en het
                           beëindigen en zo veel mogelijk beperken van feitelijke negatieve effecten
                           overeenkomstig de artikelen 10 en 11;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d)</li.nr>
                  <al>het bieden van herstel van feitelijke negatieve effecten overeenkomstig
                           artikel 12;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e)</li.nr>
                  <al>zinvolle samenwerking met belanghebbenden overeenkomstig artikel
                           13;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>f)</li.nr>
                  <al>het instellen en handhaven van een kennisgevingsmechanisme en een
                           klachtenprocedure overeenkomstig artikel 14;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>g)</li.nr>
                  <al>het toezicht op de doeltreffendheid van hun beleid en maatregelen inzake
                           passende zorgvuldigheid overeenkomstig artikel 15.</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>De aanvrager moet in de aanvraag toezeggen te voldoen aan de in artikel 7,
                  onderdeel c, subonderdeel 1°, genoemde eis inzake het nemen van maatregelen voor
                  passende zorgvuldigheid. De aanvrager dient het gevoerde beleid inzichtelijk te
                  maken aan de hand van betrouwbaarheidsverklaringen van derden inzake passende
                  zorgvuldigheid en dient dit aan te leveren voor de start van de bouw van het
                  windpark. Deze verplichting wordt in de beschikking tot vergunningverlening
                  uitgewerkt. Partijen kunnen voor de aanlevering hiervan denken aan de jaarlijkse
                  onafhankelijke monitoringsresultaten die onderdeel zijn van deelname aan het
                  IMVO-convenant hernieuwbare energie onder leiding van de Sociaal Economische
                  Raad.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">5.9</nr>
              <titel>Koolstofvoetafdruk en circulaire economie</titel>
            </kop>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">5.9.1</nr>
                <titel>Inleiding</titel>
              </kop>
              <al>Toenemende geopolitieke onzekerheid en de noodzaak om economische en
                     duurzaamheidsdoelen te realiseren richting 2030 en 2050 vragen om een
                     versnelling van de transitie naar een circulaire, klimaatneutrale en autonome
                     Europese economie. Ook Nederland benadrukt dat circulaire maatregelen bijdragen
                     aan de klimaat- en energiedoelstellingen. De beschikbaarheid van materialen is
                     cruciaal voor de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de energietransitie. De
                     regering wil toewerken naar een volledig circulaire economie in 2050. Via het
                     Nationaal Programma Circulaire Economie<noot id="n9" type="voet"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al><extref soort="URL" doc="https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/beleidsnotas/2023/02/03/nationaal-programma-circulaire-economie-2023-2030/Nationaal+Programma+Circulaire+Economie+2023-2030.pdf" status="actief">https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/beleidsnotas/2023/02/03/nationaal-programma-circulaire-economie-2023-2030/Nationaal+Programma+Circulaire+Economie+2023-2030.pdf</extref></noot.al></noot> (NPCE) zet de regering in op de brede grondstoffentransitie. In het
                     NPCE zijn voor de maakindustrie maatregelen opgenomen om de leveringszekerheid
                     te vergroten en gelijktijdig de milieu- en maatschappelijke impact van
                     grondstoffen te verlagen. Ook wordt hiermee innovatie en marktontwikkeling
                     gestimuleerd. Naast het NPCE versterkt de regering de leveringszekerheid van
                     kritieke grondstoffen via de Nationale Grondstoffenstrategie<noot id="n10" type="voet"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al><extref soort="URL" doc="https://open.overheid.nl/documenten/ronl-c97cca89a0c360bc012f5d6da3d54dd1844a6d33/pdf" status="actief">https://open.overheid.nl/documenten/ronl-c97cca89a0c360bc012f5d6da3d54dd1844a6d33/pdf</extref></noot.al></noot> (NGS). Ook door de Europese Commissie zijn in de Europese verordening
                     inzake kritieke grondstoffen meerdere strategische doelen gesteld om een lange
                     termijn bestendige economie te bereiken. De doelen zijn gericht op het
                     versterken van de waardeketen door te streven naar een substantiële mate van
                     zelfvoorzienendheid ten aanzien van strategische en kritieke grondstoffen voor
                     de Europese consumptie. De regering onderzoekt op het moment hoe dit kan leiden
                     tot uitvoeringswetgeving van de CSDDD.</al>
              <al>Voor een kosteneffectieve uitbouw van windenergie op zee is het van essentieel
                     belang dat er een overgang plaatsvindt van een lineaire toeleveringsketen naar
                     een circulaire toeleveringsketen, waarmee er binnen toekomstige windkavels
                     effectiever en efficiënter wordt omgegaan met schaarse materialen en producten.
                     Het is wenselijk dat op den duur voorschriften worden opgesteld voor het
                     gebruik van materialen voor de onderdelen in het windpark ter bescherming van
                     het milieu. Op dit moment kunnen voorschriften om de publieke waarde van
                     milieubescherming voldoende te waarborgen onvoldoende scherp worden gesteld,
                     mede vanwege de informatie-asymmetrie tussen marktpartijen en de overheid.
                     Daarnaast bevindt de windenergiesector zich nog in de beginfase van de
                     transitie naar circulair ontwerpen.</al>
              <al>Met artikel 7, onderdeel c, van deze regeling wordt beoogd de transparantie
                     van de bedrijfsvoering te vergroten. Het bevorderen van transparantie is een
                     eerste stap en geeft de windenergiesector, maar ook de Rijksoverheid, meer
                     inzicht in het grondstoffenverbruik, de milieu-impact en het waardebehoud van
                     de onderdelen van een windpark op zee. Bovendien kan met rapportages worden
                     gewaarborgd dat de vergunninghouder vroeg in het proces en blijvend gedurende
                     alle fasen van het project, voldoende inzicht heeft in het
                     grondstoffenverbruik, de milieu-impact en het waardebehoud over de gehele keten
                     van windparken. Ten slotte vormen de voorgeschreven eisen voor de gehele keten
                     aangaande de beoogde of toegepaste materialen en producten een noodzakelijke
                     eerste stap richting industriestandaarden voor de producten, materialen en
                     diensten binnen toekomstige windparken. Als laatste zijn er ook procesmatige
                     verbetermogelijkheden te behalen binnen de windenergiesector, zoals het omarmen
                     van een sectorspecifieke methodiek voor levenscyclusanalyse (LCA). Met het
                     stimuleren van dit soort rapportages wordt de transparantie over de tussen
                     bedrijven onderling verhandelde producten en diensten vergroot. De eisen worden
                     in de onderstaande paragrafen nader toegelicht.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">5.9.2</nr>
                <titel>Toezeggingen van de aanvrager inzake de onderwerpen koolstofvoetafdruk
                        en circulaire economie</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>Artikel 7, onderdelen d, e en f, regelt dat een aanvraag wordt afgewezen
                        indien de aanvrager de daar genoemde toezeggingen niet doet. Het gaat om
                        toezeggingen die betrekking hebben op de koolstofvoetafdruk en circulariteit
                        van het project.</al>
                <al>Deze eisen zijn gebaseerd op de artikelen 8 en 9 van uitvoeringsverordening
                        2015/1176. De toezeggingen worden na verlening van de vergunning als
                        voorschrift of voorwaarde bij de vergunning opgenomen.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">5.9.3</nr>
                <titel>Berekenen van de koolstofvoetafdruk</titel>
              </kop>
              <al>Artikel 7, onderdeel d, regelt een verplichte toezegging over het beoordelen
                     van de koolstofvoetafdruk van de componenten van het project via een methode
                     voor koolstofvoetafdrukbeoordeling. Het moet gaan om een objectieve,
                     transparante en niet-discriminerende methode.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">5.9.4</nr>
                <titel>Levenscyclusanalyse (LCA)</titel>
              </kop>
              <al>Artikel 7, onderdeel e, regelt een verplichte toezegging over het meten en
                     meedelen van de koolstofvoetafdruk van componenten van het project op basis van
                     een levenscyclusanalyse (LCA). In de beschikking tot vergunningverlening wordt
                     nader uitgewerkt hoe de LCA dient te worden uitgevoerd.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">5.9.5</nr>
                <titel>Recyclebaarheid van rotorbladen</titel>
              </kop>
              <al>Artikel 7, onderdeel f, regelt een verplichte toezegging om alle toegepaste
                     rotorbladen zo te ontwerpen dat een minimaal recyclingpotentieel wordt
                     gerealiseerd. Dit is uitgedrukt in een minimum percentage van het
                     oorspronkelijke, totale gewicht van de toegepaste rotorbladen dat recyclebaar
                     is en daarmee kan worden gescheiden naar vezels en andere oorspronkelijke
                     materiaaltypes. Dit gaat om, maar niet uitsluitend, vezels, harsen, hout en
                     metaal. Als de materialen zoals harsolie die ontstaan bij de beoogde
                     recyclingstechniek kunnen worden gebruikt in de productie van nieuwe producten,
                     mogen deze materialen worden meegenomen als recyclebare materialen in de
                     berekening voor het recyclebaarheidspercentage. Het laagwaardig verwerken door
                     opvulling (<nadruk type="cur">backfilling</nadruk>), <nadruk type="cur">co-processing</nadruk> of een pure energieterugwinningstechnologie
                     (verbranding) kwalificeert niet als een geldige recyclingstechniek voor dit
                     voorschrift.</al>
              <al>De kans dat recyclingtechnieken en -methodes voor rotorbladen zich snel
                     ontwikkelen en het risico dat een ingediende recyclingtechniek of -methode bij
                     de eindelevensduur van de rotorbladen alweer achterhaald is, zijn aanwezig. Om
                     deze reden wordt alleen verplicht te rapporteren over het recyclingpotentieel.
                     De vergunninghouder is niet verplicht om de toegepaste turbinebladen volgens de
                     ingediende recyclingtechniek, -methode of mate van recyclebaarheid bij
                     eindeleven van de rotorbladen te recyclen. Wel is er een voorwaarde voor
                     beoordeling gesteld met betrekking tot het technologiegereedheidsniveau. De
                     aangedragen technologie moet namelijk wel voldoende doorontwikkeld zijn dat
                     technologie op het prototype niveau is bewezen. De voorgestelde
                     recyclingtechnologie dient minimaal een technologiegereedheidsniveau (<nadruk type="cur">Technology Readiness Level</nadruk>, TRL) 6 te hebben bij de
                     start van de bouw van het windpark.</al>
              <al>Technologiegereedheidniveau 6 is het prototypesysteemniveau. Dit betekent dat:
                     (i) de componenten en het proces zijn opgeschaald om de industriële potentie en
                     de integratie ervan binnen het volledige systeem te bewijzen; (ii) de meeste
                     problemen die zijn geïdentificeerd eerder zijn opgelost; (iii) het systeem op
                     volledige commerciële schaal is geïdentificeerd en gemodelleerd; (iv) de LCA en
                     economische beoordelingen zijn doorontwikkeld; (v) de resultaten van
                     laboratoriumtests van het prototypesysteem zich bevinden in de buurt van de
                     gewenste configuratie qua prestaties, gewicht en volume; (vi) er al bekend is
                     hoe de testomgeving eventueel verschilde van de operationele omgeving en of dit
                     in de lijn der verwachtingen lag; en (vii) er bekend is of en hoe de mogelijk
                     gesignaleerde problemen worden opgelost in volgende versies.</al>
              <al>De vergunninghouder onderbouwt hierbij dat het ingediende
                     recyclebaarheidspercentage aannemelijk is. De onderbouwing van het
                     recyclebaarheidspercentage wordt in overeenstemming met de NEN-EN 45555:2019 of
                     een soortgelijke standaard aangeleverd. Tevens zal de vergunninhouder het
                     ingediende recyclebaarheidspercentage en de recyclingtechniek en diens vereiste
                     TRL verifiëren door een milieutechnologieverificatie in overstemming met de ISO
                     14034:2016 of een soortgelijke standaard in te dienen.</al>
              <al>De milieutechnologieverificatie (<nadruk type="cur">Environmental technology
                        verification, ETV</nadruk> ETV) volgens de ISO 14034:2016 dient ervoor te
                     zorgen dat het beoogde rotorbladontwerp en/of de beoogde technologie bij
                     eindelevensduur een zo hoog mogelijke kans heeft om hoogwaardig te worden
                     verwerkt in bruikbare secundaire grondstoffen zoals harsen, vezels, lijmen,
                     coatings, etc.</al>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">5.10</nr>
              <titel>Eisen in de beschikking tot vergunningverlening met betrekking tot de
                     circulaire economie en koolstofvoetafdruk</titel>
            </kop>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">5.10.1</nr>
                <titel>Productdecompositielijst</titel>
              </kop>
              <al>In de beschikking tot vergunningverlening zal worden gespecificeerd dat alle
                     gegevens met betrekking tot de circulaire economie en de koolstofvoetafdruk
                     genoemd in de beschikking tot vergunningverlening dienen te worden aangeleverd
                     op basis van een productdecompositielijst.</al>
              <al-groep>
                <al>De productdecompositielijst is een lijst van de te gebruiken producten
                        minimaal op het niveau van de classificatie van producten gekoppeld aan
                        activiteiten (<nadruk type="cur">Classification of Products by
                           Activit</nadruk>y, CPA) met de code tot zes decimalen en heeft in ieder
                        geval betrekking op de volgende onderdelen van het windpark:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>de windturbine, bestaande uit een mast, een gondel, rotorbladen en
                              eventuele meetapparatuur van de windturbines;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>de fundering; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>erosiebescherming en het eventuele transitiestuk; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>de bekabeling die de individuele windturbines verbindt en aansluit op
                              een aansluitpunt (<nadruk type="cur">inter-arraykabels</nadruk>).</al>
                  </li>
                </lijst>
                <al>Meer informatie over de CPA is te vinden in paragraaf 5.10.3.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">5.10.2</nr>
                <titel>Grondstoffen- en broeikasgassenanalyse</titel>
              </kop>
              <al>In de beschikking tot vergunningverlening zal een specifieke reikwijdte van de
                     grondstoffen- en broeikasgassenanalyse worden gespecificeerd en daarmee de
                     reikwijdte die de vergunninghouder dient te hanteren bij het aanleveren van de
                     informatie. De windenergiesector beschikt nog niet over sectorbrede
                     geaccepteerde rapportage- en/of rekenmethodieken welke inzicht verschaffen in
                     het grondstoffenverbruik, milieu-impact en het waardebehoud van producten en
                     materialen in de gehele waardeketen van alle onderdelen van het windpark. Dit
                     kan bijvoorbeeld in de vorm van een gestandaardiseerde LCA of een digitaal
                     productpaspoort. Met een dergelijke standaard wordt transparantie in de sector
                     bevorderd en kunnen gegevens en aannames makkelijker worden vergeleken,
                     beoordeeld of gedeeld. Hiermee kan iedereen in de sector van elkaar leren en
                     kan de sector als geheel sneller de grondstoffen-, milieu- en klimaattransitie
                     doormaken.</al>
              <al>Waar mogelijk zijn in de beschikking tot vergunningverlening internationaal gebruikelijke methodieken en normeringen opgenomen. Hierbij is aangesloten bij de, met de windenergiesector
                     opgestelde, productregels voor LCA (<nadruk type="cur">Product Category
                        Rules</nadruk> (PCR)) voor de productie en levering van elektriciteit en bij
                     de standaard voor LCA van bouwproducten die gebruikelijk is binnen
                     aanbestedingen voor de infrastructuur van windparken. De aanvrager maakt te
                     allen tijde gebruik van de internationale gebruikelijke methodieken en
                     normeringen die gelden tijdens het maken van de grondstoffen-, milieu-, klimaat
                     en productanalyse.</al>
              <al>De vergunninghouder zal verplicht worden te rapporteren op basis van de
                     modules van de EN 15804_2012+A2 uitgesplitst naar de productiefase (A1–A3),
                     bouwfase (A4, A5), gebruiksfase (B1 tot en met B5), eindelevensfase (C1 tot en
                     met C4) of de indeling van de PCR 2007:08 <nadruk type="cur">Electricity, steam
                        and hot/cold water generation and distribution</nadruk> (5.0.0) uitgesplitst
                     naar ketenprocessen (upstream &amp; downstream) en kernprocessen.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">5.10.3</nr>
                <titel>Classificatie van producten gekoppeld aan activiteiten</titel>
              </kop>
              <al>In de beschikking tot vergunningverlening zal meer informatie worden gegeven
                     over de Classificatie van producten gekoppeld aan activiteiten (<nadruk type="cur">Classification of Products by Activit</nadruk>y (CPA)) die de
                     vergunninghouder dient te hanteren bij het aanleveren van de informatie. De CPA
                     verschaft het gemeenschappelijke Europese kader voor de vergelijking van
                     statistische gegevens over goederen en diensten. De CPA vormt onder meer de
                     grondslag voor de indeling van goederen en diensten in de aanbod- en
                     gebruikstabellen van de Nationale Rekeningen. Verder gebruikt het Centraal
                     Bureau voor de Statistiek dit voor de specificatie van industriële inkopen bij
                     een deel van de Productiestatistieken. Het Europese uitgangspunt is dat de
                     structuur van de CPA de economische herkomst van producten moet weerspiegelen.
                     De CPA kan gezien worden als de Europese versie van de door de Verenigde Naties
                     aanbevolen Centrale Productenclassificatie (CPC).</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">5.10.4</nr>
                <titel>Grondstoffen</titel>
              </kop>
              <al>In de beschikking tot vergunningverlening zal worden gespecificeerd dat de
                     vergunninghouder inzage geeft over kritieke, strategische en biotische
                     grondstoffen en zeer zorgwekkende stoffen. Kritieke grondstoffen zijn
                     grondstoffen die economisch gezien het belangrijkst zijn en waarvoor het risico
                     het grootst is dat de aanvoer ervan stokt. Strategische grondstoffen zijn
                     grondstoffen waarvan verwacht wordt dat de vraag ernaar exponentieel zal
                     toenemen, met een complex productieproces en een groter risico op
                     leveringsproblemen. Biotische grondstoffen zijn gewonnen uit levende bronnen,
                     van plantaardige of dierlijke origine (inclusief algen en bacteriën). Zeer
                     zorgwekkende stoffen zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu,
                     omdat ze bijvoorbeeld de voortplanting belemmeren, kankerverwekkend zijn of
                     zich in de voedselketen ophopen.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">5.10.5</nr>
                <titel>Milieukostenindicator (MKI)</titel>
              </kop>
              <al>In de beschikking tot vergunningverlening zal de vergunninghouder worden
                     verplicht om een rapportage met de MKI in te dienen. MKI is een gewogen
                     milieukostenindicator die binnen de grond, weg- en waterbouw (GWW) gemeengoed
                     is om de milieu-impact over de hele levenscyclus uit te drukken in een
                     éénpuntsscore. De gekarakteriseerde milieueffecten worden vermenigvuldigd met
                     een vastgestelde schaduwprijs. De weegfactoren worden verstrekt door RVO.
                     Binnen lopende aanbestedingen voor de netten op zee wordt deze MKI reeds
                     uitgevraagd door TenneT. Het gebruik van MKI binnen de GWW is beleidsmatig
                     verankerd in het circulair klimaatbeleid van de Minister van Infrastructuur en
                     Waterstaat als bestaand beleid dat verder opgeschaald wordt. De onderliggende
                     LCA-methode voor de MKI of een specifieke milieu-impact zoals
                     CO<inf>2</inf>-equivalent is identiek. Er is daarom geen sprake van een
                     lastenverzwaring met het uitvragen van beide onderdelen.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">5.10.6</nr>
                <titel>Milieuverklaring</titel>
              </kop>
              <al>In de beschikking tot vergunningverlening zal de vergunninghouder worden
                     verplicht om gegevens te valideren door middel van een milieuverklaring<noot id="n11" type="voet"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al>Een milieuverklaring is een communicatie- en
                           transparantie-instrument dat het mogelijk maakt om de milieueffecten van
                           een product voor de hele levenscyclus voor te stellen.</noot.al></noot>. De externe toetsing, zoals is voorgeschreven in de MKI-methodiek op
                     basis van het toetsingsprotocol van de Stichting Nationale Milieudatabase,
                     voldoet aan de eisen van een type 3-milieuverklaring. Type 3 (ISO 14025) of
                        <nadruk type="cur">Environmental Product Declarations</nadruk> (EDP) worden
                     geverifieerd door een onafhankelijke derde partij. Met een ‘product’ wordt het
                     niveau van de CPA in 6 decimalen bedoeld.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">5.10.7</nr>
                <titel>Onderhoud</titel>
              </kop>
              <al>In de beschikking tot vergunningverlening zal de vergunninghouder worden
                     verplicht om inzage te geven in de productondersteuning. Een onderdeel hiervan
                     is (preventief) onderhoud dat kan bijdragen aan waardebehoud van producten
                     binnen hun waardeketen. Hiermee wordt bedoeld dat het onderhoud ook bijdraagt
                     aan het waardebehoud na de operationele periode van het windpark.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">5.10.8</nr>
                <titel>Restwaarde</titel>
              </kop>
              <al>In de beschikking tot vergunningverlening zal de vergunninghouder worden
                     verplicht om nader in te gaan op de restwaarde van de componenten in het
                     windpark. Door aandacht te hebben voor waardebehoud, blijft de restwaarde van
                     het windpark hoger. Het kunnen scheiden in elementen, bouwdelen, materialen of
                     grondstoffen vergroot het waardebehoud van individuele producten (of onderdelen
                     van deze producten) en daarmee de restwaarde van deze individuele producten.
                     Het ecologisch waardebehoud neemt toe naarmate een herinzet van materialen,
                     componenten en producten zo hoog mogelijk op de R-Ladder plaatsvindt. De
                     R-ladder geeft de mate van circulariteit aan met op de bovenste trede
                     ‘afwijzen’ en ‘heroverwegen’ tot aan de onderste trede ‘terugwinnen’.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">5.10.9</nr>
                <titel>Circulaire strategieën</titel>
              </kop>
              <al>In de basis stelt het NPCE vier knoppen waaraan gedraaid kan worden om een
                     ontwerp of product meer circulair te maken. Deze knoppen komen voort uit een
                     advies van het Planbureau voor de Leefomgeving.<noot id="n12" type="voet"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnotas/2023/02/03/nationaal-programma-circulaire-economie-2023-2030" soort="URL" status="actief">Nationaal Programma Circulaire Economie 2023
                              – 2030 | Beleidsnota | Rijksoverheid.nl</extref>.</noot.al></noot> Deze knoppen stellen een vereenvoudigde weergave van de R-ladder
                        voor.<noot id="n13" type="voet"><noot.nr>13</noot.nr><noot.al>De R-ladder geeft de mate van circulariteit aan. Als vuistregel kan
                           worden aangehouden dat hoe hoger een strategie (zoals <nadruk type="cur">refuse</nadruk> en <nadruk type="cur">rethink</nadruk>) op de
                           R-ladder staat, hoe meer grondstoffengebruik hiermee voorkomen kan
                           worden. Dit moet echter per productgroep worden bekeken. Om bijvoorbeeld
                           de levensduur van een lift te verlengen, kan het nodig zijn om initieel
                           meer grondstoffen te gebruiken waardoor de lift langer meegaat. Het
                           totale grondstoffengebruik en de daarmee gepaard gaande milieudruk wordt
                           daardoor lager.</noot.al></noot> De vier circulaire strategieën zijn: (1) vermindering van het gebruik
                     van grondstoffen, (2) de substitutie van grondstoffen en componenten, (3) de
                     hoogwaardige verwerking van grondstoffen en (4) het verlengen van de levensduur
                     van de onderdelen van het windpark.</al>
              <al>In de beschikking tot vergunningverlening zal de vergunninghouder worden
                     verplicht om aan te geven hoe er bij het ontwerp van het windpark is omgegaan
                     met elk van de vier bovengenoemde circulaire strategieën. Daarbij moet steeds
                     antwoord worden gegeven op de volgende vragen: (1) Waarom zijn de door de
                     vergunninghouder genoemde ontwerpkeuzes opportuun voor de betreffende
                     circulaire strategie?; (2) Wat zijn de totale, aanvullende kosten, afgerond op
                     vijftigduizenden euro’s, ten opzichte van een conventioneel ontwerp?; (3) In
                     welke ontwikkelingsfase zitten de, indien toegepaste, circulaire innovaties en
                     wat is de verwachte ontwikkeling de komende tien jaar op jaarniveau? De
                     aanvrager kan hier bijvoorbeeld verwijzen naar het technologiegereedheidsniveau
                     (TRL) of naar de productiecapaciteit. Deze informatie kan in de toekomst
                     gebruikt worden om de doeltreffendheid, de proportionaliteit en de haalbaarheid
                     van de ingebrachte circulaire ontwerpen te evalueren.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">5.10.10</nr>
                <titel>Delen van kennis</titel>
              </kop>
              <al>In de beschikking tot vergunningverlening zal de vergunninghouder worden
                     verplicht om de documentatie met betrekking tot de circulariteit en
                     koolstofvoetafdruk van het windpark, met uitzondering van
                     bedrijfsvertrouwelijke informatie, openbaar te maken. Daarbij wordt verplicht
                     om de volledige informatie wel te delen met de vergunningverlener. Deze data is
                     essentieel om uiteindelijk een transitie naar circulaire windparken op zee te
                     maken. Bovenal is deze informatie nodig om uiteindelijk toe te werken naar
                     industriestandaarden. De transitie richting de circulaire economie komt steeds
                     meer op gang en het is essentieel dat partijen van elkaar leren.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">5.10.11</nr>
                <titel>Bundelen rapportages</titel>
              </kop>
              <al>De rapportages die worden verplicht in de beschikking tot vergunningverlening
                     met betrekking tot de circulaire economie en koolstofvoetafdruk mogen ook in
                     één rapportage worden gebundeld.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">5.10.12</nr>
                <titel>Bijwerken van informatie na wijziging</titel>
              </kop>
              <al>In de beschikking tot vergunningverlening zal de vergunninghouder worden
                     verplicht dat wanneer deze een wijzigingsverzoek indient, bijvoorbeeld door het
                     wijzigen van de turbine, in de periode na 18 maanden en tot en met 40 maanden
                     na het onherroepelijk worden van de vergunning voor de bouw en exploitatie van
                     het windpark, de vergunninghouder vervolgens de gegevens over de
                     koolstofvoetafdruk en circulaire economie actualiseert en deze uiterlijk 48
                     maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning voor de bouw en
                     exploitatie van het windpark opnieuw deelt met de vergunningverlener.</al>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">5.11</nr>
              <titel>Cyber- en gegevensbeveiliging</titel>
            </kop>
            <al>Artikel 4, tweede lid, van de onderhavige regeling geeft uitvoering aan artikel 5
                  van uitvoeringsverordening (EU) 2025/1176. De eisen lijken deels op de nationale
                  eisen die voortvloeien uit het meest recent gepubliceerde kavelbesluit Gamma
                  (voorschrift 7). De eisen gesteld in deze regeling worden beoordeeld in het kader
                  van de vergunningverlening, en de vereisten in het kavelbesluit zijn van
                  toepassing op de aanvrager die uiteindelijk een vergunning heeft verkregen.</al>
            <al>Artikel 4, tweede lid, onderdeel a, vereist de toezeggingen, genoemd in artikel
                  7. Vanwege redenen van nationale veiligheid is de toezegging vereist dat de exploitant documentatie kan overleggen waaruit op te maken is dat een binnen de Europese Economische Ruimte gevestigde entiteit operationele zeggenschap behoudt over de installatie tijdens de exploitatie van het windpark op zee. De
                  uitvoeringsverordening vereist echter aanvullend dat deze toezegging reeds bij de
                  aanvraag wordt gedaan. Ook is de toezegging vereist dat, indien de aanvrager leunt
                  op leveranciers voor de levering van ICT-producten of -diensten, de aanvrager
                  documentatie zal overhandigen waaruit zal blijken dat ook die leveranciers voldoen
                  aan de Europese regelgeving rondom cyberveiligheid, en wanneer deze leveranciers
                  uit risicovolle derde landen komen, dat de aanvrager een cyberbeveiligingsplan
                  aanlevert waarin hij uiteenzet hoe hij de beveiliging van de installatie zal
                  garanderen. Meer specifiek moet de aanvrager toezeggen aan te tonen dat hij de nodige maatregelen zal treffen om te waarborgen dat de gegevens die worden gegenereerd
                  tijdens de bedrijfsactiviteit in verband met het windpark worden opgeslagen binnen
                  en niet worden overgedragen buiten de Europese Economische Ruimte. Voor de
                  inschatting of een derde land als risicovol gezien moet worden, kan gebruik
                  gemaakt worden van openbaar beschikbare informatie van de AIVD, MIVD en NCTV.
                  Voorbeelden daarvan zijn het ‘Dreigingsbeeld Statelijke Actoren’, het
                  ‘Cybersecuritybeeld Nederland’, het jaarverslag van de AIVD en het jaarverslag van
                  de MIVD.</al>
            <al>Het tweede lid, onderdeel b, betreft uitvoering van artikel 5, onderdeel b, van
                  de uitvoeringsverordening. Een aanvrager die onder de jurisdictie valt van een
                  derde land als bedoeld in dat onderdeel dient een cyberbeveiligingsplan te
                  overleggen bij de aanvraag. Om te beoordelen welke derde landen onder de
                  reikwijdte van de bepaling vallen, kan de aanvrager kijken naar verschillende
                  publicaties, waaronder het Dreigingsbeeld Statelijke Actoren, het
                  Cybersecuritybeeld Nederland en andere publicaties van de Minister van Justitie en
                  Veiligheid en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. In dergelijke
                  publicaties wordt specifiek verwezen naar landen met offensieve cyberprogramma’s.
                  Ook kan het gaan om publicaties op het niveau van de Europese Unie. Deze
                  publicaties zijn onderhevig aan verandering, gelet op wijzigingen van de
                  cyberrisico's.</al>
            <al>Met deze systematiek wordt bewerkstelligd dat risico’s vroegtijdig en volwaardig
                  in beeld komen, dat beveiliging vanaf het ontwerp aantoonbaar is georganiseerd en
                  dat de operationele zeggenschap binnen Europese rechtsmacht blijft. Dit vergroot
                  de betrouwbaarheid van de toekomstige energievoorziening, en draagt bij aan de
                  nationale veiligheid.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">5.12</nr>
              <titel>Veerkracht</titel>
            </kop>
            <al>Artikel 7 van uitvoeringsverordening (EU) 2025/1176 is gericht op het verminderen
                  van strategische afhankelijkheden van derde landen in de waardeketen van onder
                  andere windenergie. Deze uitvoeringsverordening is een uitwerking van artikel 26
                  van de NZIA, dat vereist dat lidstaten rekening houden met de bijdrage van een
                  tender aan de veerkracht. In artikel 7 van de uitvoeringsverordening is nader
                  uitgewerkt hoe lidstaten het veerkrachtvereiste dienen toe te passen.</al>
            <al>Artikel 7, onderdelen a en b, van de onderhavige regeling bevatten de
                  veerkracht-gerelateerde eisen. Artikel 7, onderdeel a, vereist dat van de
                  permanente magneten van de windturbines niet meer dan 85% afkomstig mag zijn uit
                  één derde land.</al>
            <al>Artikel 7, onderdeel b, regelt dat voor 75% van de windturbines in het project
                  het eindproduct niet afkomstig mag zijn uit de Volksrepubliek China. Het <nadruk type="cur">eindproduct </nadruk> is het verhandelbare product dat een
                  strategische nettonultechnologie vertegenwoordigt, zoals gedefinieerd in de
                  EU-lijst van strategische technologieën. Voor windenergie op zee is het
                  eindproduct de windturbine, bestaande uit rotorbladen, nacelle, toren en
                  aandrijfsysteem inclusief generator, exclusief funderingen en infield-kabels. Met
                     <nadruk type="cur">afkomstig uit</nadruk> wordt bedoeld dat een eindproduct of
                  component hoofdzakelijk is geproduceerd of vervaardigd in een land, en dat de
                  waardecreatie van het product of de component daar plaatsvindt. Indien onderdelen
                  uit meerdere landen komen, wordt het land van oorsprong bepaald op basis van de
                  locatie waar de voornaamste bewerking of waardecreatie heeft plaatsgevonden.</al>
            <al>Naast de eis dat 75% van de eindproducten niet afkomstig mogen zijn uit China,
                  geldt dat bij 75% van deze producten niet meer dan vier componenten zoals
                  beschreven in artikel 7 uit China mogen komen, waarbij in ieder geval de
                  aandrijfsystemen met directe aandrijving of de versnellingsbak, inclusief
                  generator, <nadruk type="cur">niet</nadruk> afkomstig mogen zijn uit China.
                  Aanvullend geldt dat maximaal 85% van de permanente magneten in de windturbines
                  afkomstig uit China mogen zijn. Hier moet dus nadrukkelijk rekening mee worden
                  gehouden bij de keuze van de componenten.</al>
            <al>Wat betreft artikel 7, onderdeel b, subonderdeel 2°, geldt voor de componenten in
                  subonderdeel c (hoofd-, gier- en stelhoeklagers) dat geen van deze drie
                  componenten afkomstig mogen zijn uit China.</al>
            <al>Windturbineproducenten zijn
                  geconsulteerd over de eisen in artikel 7. Naar verwachting is er voldoende
                  productiecapaciteit beschikbaar. In uitzonderlijke gevallen van overmacht kan
                  flexibiliteit worden verleend, bijvoorbeeld wanneer externe omstandigheden tijdige
                  levering onmogelijk maken of tot aanzienlijke kostenstijgingen leiden. Gewone
                  marktontwikkelingen, zoals prijsstijgingen of beperkte beschikbaarheid van
                  componenten, vallen hier niet onder. Het aantonen van overmacht kan het beste
                  gebeuren door aan te tonen dat externe omstandigheden hebben geleid tot
                  uitzonderlijke gevolgen, zoals dat diverse leveranciers &gt;20% duurder zijn
                  geworden dan op het moment van indiening van de aanvraag, of dat tijdige levering
                  onmogelijk is geworden.</al>
            <al>Artikel 7, onderdeel j, van deze regeling regelt dat een aanvrager moet toezeggen
                  om douanedocumentatie en andere relevante documenten te verstrekken inclusief
                  stuklijsten van digitale hardware(deel)componenten, software en firmware van de
                  geleverde windturbines. Dit is bedoeld om naleving te kunnen beoordelen van
                  artikel 7 van uitvoeringsverordening (EU) 2025/1176. Artikel 16, vijfde lid, van
                  deze uitvoeringsverordening regelt dat de lidstaat dient te bepalen dat
                  douanedocumentatie en andere relevante documenten moeten worden verstrekt om de
                  naleving van artikel 7 van de uitvoeringsverordening te beoordelen. Met de eis dat
                  stuklijsten dienen te worden verstrekt, is ‘andere relevante documenten’
                  geconcretiseerd.</al>
            <al>Het verstrekken van informatie over digitale hardware(deel)componenten, software
                  en firmware van de geleverde windturbines kan desgewenst via de turbineleverancier
                  plaatsvinden, zodat naleving van de regeling kan worden gecontroleerd zonder dat
                  bedrijfsgevoelige informatie aan de aanbieder openbaar wordt gemaakt. De aanbieder
                  dient in dat geval hier afdwingbare afspraken met de turbineleverancier over te
                  maken.</al>
            <al>De vergunninghouder is verplicht om de stuklijsten op verzoek aan te leveren in
                  een machine-leesbaar formaat dat voldoet aan een actuele en gangbare erkende
                  technische standaard.</al>
            <al>De stuklijsten voor hardware met digitale (deel)componenten omvatten alle
                  (deel)componenten die door de turbineproducent zelf zijn ontwikkeld of
                  rechtstreeks bij derden zijn ingekocht, inclusief informatie over producent en
                  land van herkomst van de betreffende componenten.</al>
            <al>De stuklijsten voor software en firmware omvatten een volledige decompositie van
                  alle softwarecomponenten die de producent van de windturbine (a) zelf heeft
                  ontwikkeld, (b) commercieel heeft ingekocht, of (c) uit open-source heeft
                  verkregen. Deze software-stuklijsten voldoen ten minste aan de eisen zoals gesteld
                  in de door CISA geproduceerde 2025 Minimum Elements for a Software Bill of
                  Materials (SBOM), of, zodra beschikbaar, aan het in de Verordening
                  cyberweerbaarheid voorgeschreven machine-leesbare SBOM-formaat (Verordening (EU)
                  2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende
                  horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen en
                  tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn
                  (EU) 2020/1828).</al>
            <al>Indien een wijziging plaatsvindt van de in de windturbines gebruikte digitale
                  hardware (deel)componenten, software of firmware dienen nieuwe stuklijsten te
                  worden geproduceerd. Historische stuklijsten zullen voor minstens een periode van
                  vijf jaar worden bewaard.</al>
            <al>De gestelde eisen in artikel 7 van de uitvoeringsverordening van de NZIA gelden
                  cumulatief: een aanvrager moet dus aan alle voorwaarden voldoen. De regels zijn
                  gebaseerd op de door de Europese Commissie vastgestelde hoogrisico-afhankelijkheid
                  van de EU van Chinese productie van magneten, aandrijfsystemen en diverse andere
                  windcomponenten.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">5.13</nr>
              <titel>Vergunningsvoorschriften die kunnen voortvloeien uit de aanvraag</titel>
            </kop>
            <al>De vergunninghouder is, na het onherroepelijk worden van de vergunning, verplicht
                  alle activiteiten die samenhangen met de vergunning uit te voeren conform de wet,
                  deze regeling, het kavelbesluit, de vergunning en conform de gegevens die hij
                  heeft overgelegd bij de aanvraag en op basis waarvan de aanvraag in de procedure
                  met subsidie of die van een veiling is beoordeeld. Bij overtreding van deze
                  verplichting bestaat de bevoegdheid om een last onder bestuursdwang op te leggen
                  (artikel 27 van de wet), dan wel om de vergunning in te trekken (artikel 17,
                  tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de wet). Een aanvrager doet in zijn
                  aanvraag geen voorbehouden ten aanzien van de uitvoering van de activiteit.</al>
            <al>In de vergunningsvoorschriften zal worden opgenomen dat de vergunninghouder, na
                  het onherroepelijk worden van de vergunning, jaarlijks aan de vergunningverlener
                  zal rapporteren over: (1) de voortgang van de realisatie van de
                  productie-installatie tot het moment van ingebruikname van de
                  productie-installatie en (2) de jaarlijkse elektriciteitsproductie uit wind per
                  kavel en per windturbine vanaf het moment van ingebruikname van de
                  productie-installatie.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">6.</nr>
            <titel>Stellen van bankgarantie na vergunningverlening</titel>
          </kop>
          <al>Om de winkans te vergroten is het mogelijk een aanvraag in te dienen voor een
               vergunning voor kavel Gamma-A en voor Gamma-B. Mocht een aanvrager de vergunning voor
               beide kavels winnen en slechts één kavel willen ontwikkelen, dan bestaat de
               mogelijkheid voor de aanvrager om de vereiste bankgarantie niet te verstrekken binnen
               de periode van 4 weken na vergunningverlening. In dat geval wordt de vergunning
               verleend aan de eerstvolgende aanvrager in de rangschikking.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">7.</nr>
            <titel>Schaarse vergunning</titel>
          </kop>
          <al>Op grond van de onderhavige regeling wordt een vergunning voor de bouw en
               exploitatie van een windpark op zee verleend. Het betreft een schaarse vergunning en
               derhalve worden potentiële gegadigden op een competitieve en non-discriminatoire
               wijze in de gelegenheid gesteld om mee te dingen naar de vergunning.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">8.</nr>
            <titel>Internetconsultatie</titel>
          </kop>
          <al>De ontwerp-tenderregeling is openbaar geconsulteerd geweest De reacties van de
               consultatie zijn verwerkt en al dan niet onderdeel van de definitieve regeling.</al>
          <al>Belangrijkste reacties waren op de budgettaire ruimte die werd geboden. Vrijwel alle
               windparkontwikkelaars gaven aan dat dit te krap is, met name vanwege het risico van
               het invoedingstarief en de gevolgen van een Iran-oorlog waarvoor meer budgettaire
               ruimte nodig is voor een positieve businesscase. Het maximale tenderbedrag is hierom
               verhoogd. Op het consultatieportaal is het consultatieverslag gepubliceerd.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">9.</nr>
            <titel>Staatssteun</titel>
          </kop>
          <al>Aangezien de procedure voor de verlening van de vergunning wordt doorlopen met
               subsidie, is er sprake van staatssteun waarvoor goedkeuring is aangevraagd bij de
               Europese Commissie. De formele kennisgeving zal plaatsvinden nadat de definitieve
               tenderregelingen zijn gepubliceerd. De goedkeuring wordt binnen enkele maanden
               verwacht. Artikel 16 regelt dat subsidie pas wordt verleend nadat de goedkeuring is
               gegeven.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">10.</nr>
            <titel>Regeldruk</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">10.1</nr>
              <titel>Inleiding</titel>
            </kop>
            <al>In de onderhavige regeling moet de aanvrager informatie verstrekken ten behoeve
                  van de verschillende voorselectiecriteria uit de regeling. Deze informatie is
                  grotendeels al beschikbaar bij aanvragers, omdat deze informatie relevant is voor
                  de interne besluitvorming over de aanvraag. Het is mogelijk dat op grond van
                  onderhavige regeling aanvragen worden ingediend die uiteenlopend kunnen zijn qua
                  inzet, voorbereidingstijd, complexiteit en omvang. Echter, door het zoveel
                  mogelijk objectief vormgeven van de voorselectiecriteria is het mogelijk dat deze
                  verschillen tussen aanvragers beperkt zullen zijn.</al>
            <al>Het bepalen van de administratieve lasten voor de onderhavige regeling is vooral
                  een benadering gebaseerd op een aantal algemene uitgangspunten (zie onderstaande
                  toelichting).</al>
            <al>Op basis van onderhavige regeling is in totaal één vergunning beschikbaar voor de
                  kavel. Overeenkomstig artikel 2, tweede lid, dient een aanvrager ten hoogste één
                  aanvraag in. Daarnaast is het niet noodzakelijk dat aanvragers een bewijs van
                  financiële garanties van de moederorganisatie(s) overleggen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">10.2</nr>
              <titel>Aanvraag</titel>
            </kop>
            <al>De aanvrager moet voor een aanvraag gegevens overleggen op basis waarvan de
                  technische en financiële haalbaarheid wordt beoordeeld. Ook de productieramingen
                  maken hier onderdeel van uit. In de artikelen 3 en 4 van onderhavige regeling
                  wordt deze informatieverplichting verder uitgewerkt, ook ten behoeve van de
                  toetsing aan de voorselectiecriteria van artikel 7.</al>
            <al>Bij het berekenen van de administratieve lasten is uitgegaan van een inzet van
                  circa 12 voltijdsbanen gedurende een tijdsduur van 6 maanden en een vast uurtarief
                  van € 60. Dit resulteert in ca. € 748.800 administratieve lasten voor het indienen
                  van een aanvraag. Gelet op de huidige marktomstandigheden is het moeilijk in te
                  schatten hoeveel aanvragen zullen worden ingediend. Voor een enigszins
                  competitieve vergunningaanvraag zijn minimaal drie aanvragen wenselijk. De totale
                  kosten voor deze fase worden dan geraamd op € 2.246.400. Deze kosten zullen hoger
                  liggen als er meer dan de veronderstelde drie aanvragen zijn te verwachten.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">10.3</nr>
              <titel>Monitoring en verantwoording</titel>
            </kop>
            <al>Gedurende de bouw van de productie-installatie dient jaarlijks gerapporteerd te
                  worden over de voortgang van de realisatie van de productie-installatie tot het
                  moment van ingebruikname van de productie-installatie. Het gaat om een korte
                  beschrijving van de voortgang van het project in relatie tot een aantal
                  ijkmomenten. Op deze wijze kan worden beoordeeld wanneer de productie-installatie
                  in gebruik kan worden genomen en of dit binnen de gestelde termijn gebeurt. Voor
                  de jaarlijkse verplichtingen wordt uitgegaan van vier uur per jaar. Dit resulteert
                  in circa € 240 per toegekende vergunning. Er wordt één vergunning verleend.
                  Hiermee komen de jaarlijkse kosten uit op ongeveer € 240. Voor een periode van
                  vijf jaar komen de kosten derhalve uit op € 1.200.</al>
            <al>Daarnaast gelden er voor de vergunninghouder een aantal rapportageverplichtingen
                  op basis van de voorselectiecriteria. De vergunninghouder dient (eenmalig) te
                  rapporteren over de elektriciteitsproductie, maatschappelijk verantwoord
                  ondernemen, koolstofvoetafdruk, circulaire economie, cyber- en gegevensbeveiliging
                  en veerkracht.</al>
            <al>Voor de rapportageverplichting over de elektriciteitsproductie wordt uitgegaan
                  van 2 uur per maand. Dit komt neer op jaarlijkse kosten van circa € 1.440.
                  Gedurende de totale operationele levensduur van het windpark (circa 35 jaar)
                  bedragen deze kosten circa € 50.400.</al>
            <al>Voor maatschappelijk verantwoord ondernemen moet er tijdens de aanbouw van het
                  windpark op zee gerapporteerd te worden. Voor deze rapportageverplichting wordt
                  uitgegaan van 1 fte per jaar. Dit resulteert jaarlijks in circa € 124.800 aan
                  kosten. De vergunninghouder zal jaarlijks rapporteren tot aan het gereed zijn van
                  het windpark op zee voor het leveren van vol vermogen ten behoeve van de testfase,
                  zoals genoemd in de tijdvakken in de vergunning. Dit is maximaal vijf jaar. Voor
                  deze periode komen deze kosten uit op circa € 624.000.</al>
            <al>Voor de rapportageverplichting over koolstofvoetafdruk en circulaire economie
                  wordt uitgegaan van halve voltijdsbaan voor een jaar. De vergunninghouder zal
                  eenmalig, binnen de termijn van 18 maanden na het onherroepelijk worden van de
                  vergunning rapporteren. Het plan eindelevensfase zal de vergunninghouder uiterlijk
                  12 maanden voor de vervaldatum van de vergunning inleveren. Dit resulteert in
                  circa € 62.400 aan kosten.</al>
            <al>Voor de rapportageverplichting over cyber- en gegevensbeveiliging is bij de
                  aanvraag een veiligheidsstrategie overlegd die zes maanden voor de bouw van het
                  windpark op zee moet zijn uitgebreid. Voor de uitgebreidere veiligheidsstrategie
                  is uitgegaan van 80 uur en € 4.800.</al>
            <al>Voor de rapportageverplichting over veerkracht dient aangetoond te worden dat is
                  voldaan aan de gestelde eisen betreft toegepaste componenten en hun oorsprong.
                  Hiervan is verwacht dat veel informatie beschikbaar gemaakt wordt via de
                  leverancier. Voor het verkrijgen en bundelen van de informatie is uitgegaan van
                  eenmalig 200 uur. De kosten hiervoor komen uit op circa € 12.000.</al>
            <al>De totale kosten voor de monitorings- en verantwoordingsfase komen dan naar
                  verwachting uit op € 754.800.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">10.4</nr>
              <titel>Bankgarantie en waarborgsom</titel>
            </kop>
            <al>Bij het aanvragen van een bankgarantie of waarborgsom zal de regeldruk voor
                  partijen toenemen. Dit ligt in het feit dat deze aangevraagd dient te worden en
                  dat gedurende de looptijd van de bankgarantie of waarborgsom een maandelijks
                  bedrag zal moeten worden voldaan. Daarbij wordt uitgegaan van een periode van
                  maximaal vijf jaar tussen de aanvraag en de aanwending van de bankgarantie of
                  waarborgsom voor (gedeeltelijke) betaling van het verschuldigde bedrag. In
                  vergelijking met de andere optie die de wet biedt, een waarborgsom, is de
                  regeldruk bij een bankgarantie relatief groter, vanwege de aanvullende kosten
                  gedurende de looptijd van de bankgarantie. De aanvrager kan zelf kiezen tussen een
                  bankgarantie of een waarborgsom.</al>
            <al>Uitgaande van een gemiddelde zekerheidsstelling van € 100.000.000 en de kosten
                  van 1% per jaar komen de kosten van een bankgarantie gemiddeld uit op ongeveer
                  € 1.000.000 per jaar. Dit komt uit op circa € 5.000.000 in totaal.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">10.5</nr>
              <titel>Bezwaarprocedure</titel>
            </kop>
            <al>Iedere aanvrager heeft de mogelijkheid om bezwaar en vervolgens beroep aan te
                  tekenen tegen de vergunning- en subsidieverlening en respectievelijk de beslissing
                  op bezwaar. Voor het bepalen van de administratieve lasten wordt uitgegaan van in
                  totaal drie bezwaar- en beroepsprocedures. De lasten van bezwaar dienen tot het
                  begrip regeldrukkosten te worden gerekend. De lasten die voortvloeien uit
                  eventuele beroepsprocedures worden niet als regeldruk aangemerkt, omdat deze
                  samenhangen met de waarborgfunctie van een eerlijke en efficiënte rechtspleging.
                  De administratieve lasten voor bezwaarprocedures bedragen circa € 10.000 per
                  procedure. De totale eenmalige kosten voor bezwaarprocedures komen daarmee naar
                  verwachting uit op circa € 30.000.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">10.6</nr>
              <titel>Totale regeldrukkosten</titel>
            </kop>
            <al>De regeling levert in totaal potentieel de volgende regeldruk op:</al>
            <table tabstyle="zebra1" frame="all" pgwide="1" rowsep="1" colsep="1">
              <tgroup tgroupstyle="zebra1" cols="3" char="" charoff="50" align="left">
                <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="147*" />
                <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="144*" />
                <colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="170*" />
                <thead valign="bottom">
                  <row rowsep="1">
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Fase</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Eenmalige regeldruk voor alle indieners tezamen</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Cumulatieve jaarlijkse regeldruk voor de verkrijger van de
                                 vergunning</al>
                    </entry>
                  </row>
                </thead>
                <tbody valign="top">
                  <row rowsep="1">
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Aanvraag</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>€ 2.246.400</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>–</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Monitoring en verantwoording</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>–</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>€ 754.800</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Bankgarantie en waarborgsom</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>–</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>€ 5.000.000</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Bezwaarprocedures</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>€ 30.000</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>–</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="1">
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Totaal</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>€ 2.276.400</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="1" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>€ 5.754.800</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
            <al>De totale eenmalige kosten van deze regeling komen dus uit op circa € 2.276.400
                  en de totale cumulatieve jaarlijkse kosten op maximaal € 5.754.800.</al>
            <al>Ter vergelijking – in hoeverre het mogelijk is om binnen de onzekerheidsmarges
                  een indicatie te geven – bij een geschatte gemiddelde elektriciteitsprijs van € 75
                  per megawattuur zal een windpark van 1 GW, uitgaande van maximaal 4.000
                  vollasturen gedurende 35 productiejaren, een omzet draaien van circa
                  € 10,5 miljard. In deze vergelijking bedragen de eenmalige regeldrukkosten 0,022%
                  van de hypothetische omzet en de cumulatieve jaarlijkse kosten percentueel 0,055%
                  van de hypothetische omzet.</al>
            <al>Het percentage van de eenmalige regeldrukkosten zal hoger liggen als er meer dan
                  de nu veronderstelde drie aanvragen zijn te verwachten.</al>
            <al>Tot slot, deze regeling heeft geen regeldrukgevolgen voor burgers en midden- en
                  kleinbedrijven (mkb), omdat zij naar verwachting geen aanvragen zullen indienen.
                  Er is daarom geen mkb-toets uitgevoerd.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">10. </nr>
              <titel>Adviescollege toetsing regeldruk</titel>
            </kop>
            <al>Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd
                  voor een formeel advies omdat het weinig gevolgen voor de regeldruk heeft.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Klimaat
                  en Groene Groei,</functie>
          <naam>
            <voornaam>S. van</voornaam>
            <achternaam>Veldhoven-van der Meer</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>