﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-20943/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>STAATSCOURANT</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.</subtitel>
  </kop>
  <staatscourant>
    <intitule>Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 8 juni 2026, nummer WBV 2026/14, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000</intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <wie>De Minister van Asiel en Migratie,</wie>
        <considerans>
          <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000;</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Besluit:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <wijzig-artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">I</nr>
          </kop>
          <wat type="wijziging">De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">A</lidnr>
            <wat>Paragraaf C3/5.3 Vc is toegevoegd aan de tekst van de Vc, zoals gepubliceerd in WBV 2026/8, en komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <wijzig-divisie soort="onbekend" opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">5.3</nr>
                  <titel>Leeftijdsbepaling</titel>
                </kop>
                <tussenkop kopopmaak="cur">Erkenning leeftijdsbepaling andere lidstaat</tussenkop>
                <al>Overeenkomstig artikel 25, zevende lid, Procedureverordening, kan de IND een beslissing die een andere lidstaat over de leeftijdsbepaling heeft genomen erkennen, zolang die leeftijdsbepaling overeenkomstig het Unierecht is verricht.</al>
                <tussenkop kopopmaak="cur">Leeftijdsinterview</tussenkop>
                <al>Indien er bij een niet-begeleide minderjarige vermoedens zijn van evidente meerderjarigheid en de gestelde minderjarigheid niet met authentieke identiteitsdocumenten wordt onderbouwd, houdt de IND een leeftijdsinterview.</al>
                <?xpp witregel?>
                <al>Tijdens het OVA-proces worden vermoedens van evidente meerderjarigheid onderkend. Het leeftijdsinterview vindt bij dergelijke vermoedens in beginsel zo spoedig mogelijk na de triage plaats.</al>
                <al>Indien tijdens het OVA-proces geen vermoedens van evidente meerderjarigheid worden onderkend, wordt de gestelde minderjarigheid vooralsnog aangenomen.</al>
                <al>Dit laat onverlet dat in een later stadium in de procedure, indien hier voldoende aanknopingspunten voor zijn, alsnog een leeftijdsinterview kan worden gehouden. Dit leeftijdsinterview kan afzonderlijk worden gehouden of tijdens het gehoor.</al>
                <?xpp witregel?>
                <al>Voorbeelden van aanknopingspunten zijn:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>signalen van ketenpartners;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>informatie van andere lidstaten;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>informatie van later ingereisde gezinsleden;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>(kopieën van) identiteitsdocumenten die op een later moment aan het licht komen.</al>
                  </li>
                </lijst>
                <?xpp witregel?>
                <al>Tijdens dit leeftijdsinterview wordt op basis van uiterlijke kenmerken, het gedrag, de verklaringen van de vreemdeling en eventuele andere relevante omstandigheden beoordeeld of de niet-begeleide vreemdeling die stelt minderjarig te zijn, zonder enige twijfel ouder is dan 18 jaar (evident meerderjarig). Indien na het leeftijdsinterview niet tot evidente meerderjarigheid wordt geconcludeerd, gaat de IND vooralsnog uit van de gestelde minderjarigheid.</al>
                <tussenkop kopopmaak="cur">Medisch leeftijdsonderzoek</tussenkop>
                <al>De IND voert het medisch leeftijdsonderzoek in ieder geval uit in overeenstemming met artikel 25 van de Procedureverordening.</al>
              </wijzig-divisie>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">B</lidnr>
            <wat>Paragraaf C5/1.1.5 Vc, zoals gepubliceerd in WBV 2026/8, is gewijzigd en komt te luiden</wat>
            <wijziging>
              <wijzig-divisie soort="onbekend" opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">1.1.5</nr>
                  <titel>Ambtshalve toets artikel 8 EVRM</titel>
                </kop>
                <al>Als de IND de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29c Vw of artikel 29d Vw weigert, dan kan de IND ambtshalve beoordelen of de weigering in strijd is met artikel 8 EVRM.</al>
                <?xpp witregel?>
                <al>In de volgende gevallen voert de IND in ieder geval geen ambtshalve 8 EVRM beoordeling uit:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>er wordt niet voldaan aan de formele vereisten, te weten:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>○</li.nr>
                        <al>de referent heeft geen verblijfsvergunning asiel op grond van vluchtelingschap of subsidiaire bescherming;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>○</li.nr>
                        <al>de aanvraag op grond van artikel 29c Vw is niet binnen drie maanden ingediend en dit is niet verschoonbaar; en</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>○</li.nr>
                        <al>het gezinslid staat niet beschreven in artikel 29c Vw of artikel 29d Vw;</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>de aanvraag op grond van artikel 29c Vw is enkel ingediend om de drie maanden termijn veilig te stellen;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>de gezinsleden zijn niet beschikbaar voor nader onderzoek;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>de identiteit en/of familierechtelijke relatie is niet aannemelijk gemaakt;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>er bestaat een regulier gezinsmigratiekader voor de desbetreffende categorie.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </wijzig-divisie>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">C</lidnr>
            <wat>Paragraaf C5/1.2 Vc, zoals gepubliceerd in WBV 2026/8, is gewijzigd en komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <wijzig-divisie soort="onbekend" opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">1.2</nr>
                  <titel>Aanvullende voorwaarden bij artikel 29d Vw</titel>
                </kop>
                <al>De IND kan de verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 29d, eerste lid, Vw, op grond van artikel 29d, tweede lid, Vw weigeren, als:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>er nog geen twee jaar zijn verstreken sinds de verlening van de verblijfsvergunning asiel, op grond van artikel 29a Vw, aan de referent (de wachttermijn);</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>de referent niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan; of</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>de referent niet over huisvesting beschikt.</al>
                  </li>
                </lijst>
                <?xpp witregel?>
                <al>Als niet aan (één van) de aanvullende voorwaarden wordt voldaan, beoordeelt de IND of weigering van de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29d, tweede lid, Vw evenredig is. Weigering van de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29d, tweede lid, Vw, is onevenredig als dit zou leiden tot een schending van artikel 8 EVRM. In die gevallen gaat de IND niet over tot afwijzing van de aanvraag. Weigering van de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29d, tweede lid, Vw, is evenredig als dit niet zou leiden tot een schending van artikel 8 EVRM. In die gevallen wijst de IND de aanvraag af. De IND toets in deze gevallen niet ambtshalve aan artikel 8 EVRM.</al>
                <?xpp witregel?>
                <al>Als de referent een niet-begeleide minderjarige vreemdeling is, is het middelen- en huisvestingsvereiste niet van toepassing. De referent die een niet-begeleide minderjarige vreemdeling is, hoeft alleen aan de wachttermijn te voldoen.</al>
              </wijzig-divisie>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <wijzig-divisie soort="onbekend" opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">1.2.1</nr>
                  <titel>Wachttermijn</titel>
                </kop>
                <al>De wachttermijn voor het indienen van een aanvraag voor de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29d Vw vangt aan op de datum waarop het besluit voor verlening van de verblijfsvergunning asiel aan de referent bekend is gemaakt. Deze wachttermijn bestrijkt twee jaar.</al>
              </wijzig-divisie>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <wijzig-divisie soort="onbekend" opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">1.2.2</nr>
                  <titel>Middelen van bestaan</titel>
                </kop>
                <al>De referent moet zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan. De IND weigert de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29d Vw als de referent niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.</al>
                <?xpp witregel?>
                <al>Verder moet de referent op enig moment tussen de datum van indiening van de aanvraag en het moment waarop de IND de aanvraag beslist, gelijktijdig voldoen aan alle drie de elementen van de middelen van bestaan:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>de middelen moeten zelfstandig zijn;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>de middelen moeten duurzaam zijn; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>de middelen moeten voldoende zijn.</al>
                  </li>
                </lijst>
                <?xpp witregel?>
                <al>Dit betekent dat de aanvraag niet wordt afgewezen op het duurzaamheidsvereiste, als:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>op enig moment bij of na het indienen van de aanvraag is aangetoond, dat de middelen van bestaan zijn aan te merken als duurzaam; en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>•</li.nr>
                    <al>deze middelen op het moment van beslissen niet meer duurzaam zijn.</al>
                  </li>
                </lijst>
                <?xpp witregel?>
                <al>De direct voorafgaande alinea geldt niet als de arbeid tussen het moment van indienen van de aanvraag en het moment van beslissen is beëindigd.</al>
                <?xpp witregel?>
                <al>De middelen moeten op het moment van beslissen nog steeds zelfstandig en voldoende zijn.</al>
                <?xpp witregel?>
                <al>Een referent beschikt in ieder geval niet zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan als sprake is van een faillissement of surseance van betaling van de referent.</al>
                <tussenkop kopopmaak="cur">Uitkering uit algemene middelen</tussenkop>
                <al>Middelen van bestaan die voortvloeien uit een beroep op de algemene middelen dragen niet bij aan de beoordeling of referent duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan.</al>
                <wijzig-divisie soort="onbekend" opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">1.2.2.1</nr>
                    <titel>Zelfstandig</titel>
                  </kop>
                  <al>Voor de beoordeling of de middelen van bestaan zelfstandig zijn, wordt aangesloten bij artikel 3.73, eerste lid, Vb.</al>
                  <?xpp witregel?>
                  <al>De IND merkt de middelen van bestaan van de referent uit overige bronnen als zelfstandig aan in de zin van artikel 3.73, eerste lid, Vb als de vereiste wettelijke premies en belastingen zijn afgedragen.</al>
                  <?xpp witregel?>
                  <al>De IND merkt uitkeringen, toeslagen, bijdragen, giften en vergoedingen waarover niet de vereiste premies en belastingen zijn afgedragen in ieder geval niet aan als zelfstandige middelen van bestaan in de zin van artikel 3.73 Vb.</al>
                  <tussenkop kopopmaak="cur">Inkomen uit arbeid als zelfstandige</tussenkop>
                  <al>De IND beoordeelt de middelen van bestaan van de referent op basis van een overeenkomst van opdracht als freelancer op dezelfde wijze als het inkomen van een vreemdeling die arbeid als zelfstandige verricht.</al>
                </wijzig-divisie>
                <wijzig-divisie soort="onbekend" opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">1.2.2.2</nr>
                    <titel>Duurzaam</titel>
                  </kop>
                  <al>De IND sluit aan bij artikel 3.75 Vb voor de beoordeling of referent over duurzame middelen van bestaan beschikt.</al>
                  <tussenkop kopopmaak="cur">Flexibele arbeid</tussenkop>
                  <al>De IND sluit aan bij artikel 3.75, derde lid, Vb en artikel 3.24, VV wanneer referent beschikt over middelen uit flexibele arbeid. De IND merkt onder andere inkomsten uit arbeid voor een uitzendbureau aan als flexibele arbeid.</al>
                  <?xpp witregel?>
                  <al>Als tijdens de periode van drie jaar als bedoeld in <extref doc="https://wetten.overheid.nl/jci1.3/c/BWBR0011825%26artikel%3D3.75%26g%3D2026-04-10%26z%3D2026-04-10" soort="URL" status="actief">artikel 3.75, derde lid, Vb</extref> een bepaalde periode een (aanvullende) uitkering uit de algemene middelen is ontvangen waarvoor geen premie is afgedragen, dan zijn de middelen in ieder geval niet duurzaam als bedoeld in artikel 3.75, derde lid, Vb.</al>
                  <?xpp witregel?>
                  <al>Als tijdens de periode van een jaar als bedoeld in <extref doc="https://wetten.overheid.nl/jci1.3/c/BWBR0012002%26artikel%3D3.24b%26g%3D2026-04-10%26z%3D2026-04-10" soort="URL" status="actief">artikel 3.24b VV</extref> een bepaalde periode een (aanvullende) uitkering uit de algemene middelen is ontvangen waarvoor geen premie is afgedragen, dan zijn de middelen in ieder geval niet duurzaam als bedoeld in artikel 3.24b VV.</al>
                  <tussenkop kopopmaak="cur">Kortdurende werkloosheid</tussenkop>
                  <al>De IND telt tijdvakken van werkloosheid mee bij de periode van drie jaar als bedoeld in artikel 3.75, derde lid, Vb als tijdens deze periode zelfstandige inkomsten zijn verworven. De IND merkt als zelfstandige inkomsten ook inkomsten uit een uitkering op grond van de Ziektewet aan die door de flexwerker in deze drie jaar zijn ontvangen.</al>
                  <tussenkop kopopmaak="cur">Proeftijd</tussenkop>
                  <al>Als in een arbeidsovereenkomst een proeftijd is overeengekomen, kan deze worden meegenomen bij de beoordeling of de middelen van bestaan duurzaam zijn.</al>
                  <tussenkop kopopmaak="cur">Onregelmatige inkomsten</tussenkop>
                  <al>Het komt voor dat referent onregelmatige inkomsten ontvangt. Dit kan bijvoorbeeld voortkomen uit overwerk of een toelage bij weekenddiensten. Ook is het mogelijk dat er een of meerdere maanden geen inkomsten zijn geweest, bijvoorbeeld als gevolg van vakantie of als iemand niet is opgeroepen voor werk. Deze inkomsten kunnen worden meegeteld en zodoende compenseren voor de periode dat de maandelijkse inkomsten onder de gestelde inkomensnorm zijn.</al>
                  <?xpp witregel?>
                  <al>De IND merkt onregelmatige inkomsten verworven uit arbeid in loondienst van de referent aan als duurzaam als deze inkomsten structureel zijn. De IND beschouwt deze inkomsten als structureel (en dus duurzaam) als de referent in beginsel elke maand van één jaar deze inkomsten heeft gehad. Het gaat dan om vaste maandelijkse inkomsten plus onregelmatige inkomsten. Het is hierbij ook mogelijk dat er in één jaar enkele maanden geen onregelmatige inkomsten zijn ontvangen.</al>
                  <tussenkop kopopmaak="cur">Inkomen uit arbeid als zelfstandige</tussenkop>
                  <al>De IND beoordeelt aan de hand van de inkomsten uit het verleden van de zelfstandige of de duurzaamheid van zijn inkomen voor de toekomst gewaarborgd is. Deze beoordeling is alleen van toepassing op referenten die arbeid als zelfstandige verrichten.</al>
                  <?xpp witregel?>
                  <al>Eventuele schulden die voortvloeien uit of verband houden met een schenking kunnen afgetrokken worden van de schenking bij de beoordeling van het middelenvereiste.</al>
                  <tussenkop kopopmaak="cur">Inkomsten uit eigen vermogen</tussenkop>
                  <al>De IND merkt inkomsten uit eigen vermogen van de vreemdeling op grond van artikel 3.75, tweede lid, Vb aan als duurzaam als deze op het moment van de aanvraag (of het beoordelen van de aanvraag) gedurende één jaar beschikbaar zijn geweest en nog steeds beschikbaar zijn.</al>
                  <al>Het inkomen uit eigen vermogen is voldoende als het voordeel uit de grondslag sparen en beleggen, zoals opgegeven aan de Belastingdienst over het fiscale jaar voorafgaand aan de aanvraag, omgerekend per maand ten minste gelijk is aan het van toepassing zijnde normbedrag.</al>
                </wijzig-divisie>
                <wijzig-divisie soort="onbekend" opmaak="default">
                  <kop>
                    <nr status="officieel">1.2.2.3.</nr>
                    <titel>Voldoende</titel>
                  </kop>
                  <al>Voor de beoordeling of referent over voldoende middelen van bestaan beschikt, wordt aansluiting gezocht bij artikel 3.74 Vb. De zinsnede ‘in ieder geval’ uit artikel 3.74, eerste lid, is niet van toepassing. Dat betekent dat de middelen van bestaan slechts voldoende zijn als zij ten minste gelijk zijn aan het minimumloon. De IND past het normbedrag toe dat van toepassing is op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen.</al>
                  <?xpp witregel?>
                  <al>Bij de berekening van de hoogte van het totale inkomen telt de IND alle bestanddelen van het inkomen mee, voor zover die zelfstandig en duurzaam zijn.</al>
                  <tussenkop kopopmaak="cur">Onregelmatige inkomsten</tussenkop>
                  <al>Als er sprake is van onregelmatige inkomsten, dan toetst de IND of het totaal aan inkomsten uitkomt op een bedrag dat voldoet aan de norm die de IND per maand hanteert. De IND berekent het totaal aan inkomsten als volgt. De IND:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>•</li.nr>
                      <al>telt de vaste maandelijkse inkomsten en de onregelmatige inkomsten, in de twaalf maanden direct voorafgaand aan de aanvraag of het moment van beschikken, bij elkaar op; en</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>•</li.nr>
                      <al>deelt dit getal door twaalf.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                  <tussenkop kopopmaak="cur">Inkomsten uit arbeid als zelfstandige</tussenkop>
                  <al>De IND betrekt het gemiddeld inkomen per boekjaar bij de beoordeling of de inkomsten uit arbeid als zelfstandige voldoende zijn.</al>
                </wijzig-divisie>
              </wijzig-divisie>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <wijzig-divisie soort="onbekend" opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">1.2.3.</nr>
                  <titel>Huisvesting</titel>
                </kop>
                <al>De referent moet over huisvesting beschikken. Daarvoor geldt dat de referent op het moment van indiening van de aanvraag voor een redelijke termijn van ten minste zes maanden over huisvesting moet beschikken én op het moment van beslissen nog steeds over huisvesting moet beschikken. Wanneer de referent een niet-begeleide minderjarige vreemdeling is, beoordeelt de IND niet of de referent beschikt over huisvesting.</al>
                <?xpp witregel?>
                <al>De IND beoordeelt of de referent beschikt over huisvesting aan de hand van een overgelegde huurovereenkomst, eigendomsakte van een koopwoning of gebruikersovereenkomst. De huurovereenkomst dient in ieder geval de persoonsgegevens van de huurder en verhuurder, het adres, de duur van de huur en de hoogte van de huur te bevatten. De referent dient ook ingeschreven te staan op het genoemde adres van de huisvesting. Het verblijf op een doorstroomlocatie wordt ook gezien als huisvesting. De IND beoordeelt dit aan de hand van een gebruiksovereenkomst of in voorkomende gevallen een huurovereenkomst.</al>
                <al>COA opvanglocaties worden in ieder geval niet gezien als huisvesting.</al>
              </wijzig-divisie>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
        </wijzig-artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">II</nr>
          </kop>
          <al>Dit besluit treedt in werking op hetzelfde tijdstip als dat waarop WBV 2026/8 in werking treedt.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.</al>
        </slotformulering>
        <gegeven>
          <dagtekening>
            <plaats>’s-Gravenhage,</plaats>
            <datum isodatum="2026-06-08">8 juni 2026</datum>
          </dagtekening>
        </gegeven>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Asiel en Migratie,</functie>
          <deze>namens deze,</deze>
          <naam>
            <voornaam>R.</voornaam>
            <achternaam>Maas</achternaam>
          </naam>
          <functie>directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst</functie>
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>A</titel>
          </kop>
          <al>Aan de Vreemdelingencirculaire, zoals gewijzigd per WBV 2026/8, is paragraaf C3/5.3 Vc toegevoegd, waarin uitleg is gegeven over de wijze van leeftijdsbepaling, als er bij een niet-begeleide minderjarige vermoedens zijn van evidente meerderjarigheid en de gestelde minderjarigheid niet met authentieke identiteitsdocumenten wordt onderbouwd.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>B, C</titel>
          </kop>
          <al>In artikel 29d, tweede lid, Vw is opgenomen dat de verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 29d, eerste lid, Vw, kan worden geweigerd indien niet aan alle aanvullende voorwaarden wordt voldaan. Omdat dit niet dwingend is geformuleerd is moet steeds beoordeeld worden of deze weigering evenredig is. Voor de evenredigheidstoets wordt aangesloten bij artikel 8 EVRM. Dit heeft als gevolg dat als het weigeren van verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29d, tweede lid, Vw in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM de vergunning niet om deze reden geweigerd wordt. De paragrafen C5/1.1.5 Vc, C5/1.2 Vc, C5/1.2.1 Vc en C5/1.2.3 Vc zijn hierop aangepast.</al>
          <al>Onderhavig WBV betreft een wijziging van de tekst van hoofdstuk C5 Vc, zoals gepubliceerd in de Staatscourant van 21 mei 2026 met kenmerk Nr. 17856 (WBV 2026/8) en treedt op dezelfde dag in werking als WBV 2026/8.</al>
        </divisie>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Asiel en Migratie,</functie>
          <deze>namens deze,</deze>
          <naam>
            <voornaam>R.</voornaam>
            <achternaam>Maas</achternaam>
          </naam>
          <functie>directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst</functie>
        </ondertekening>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </staatscourant>
</officiele-publicatie>